George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Schijn van belangenverstrengeling

Trump verdedigt dochter Ivanka. Ze zou zijn gedumpt door Nordstrom

with 6 comments

Het Amerikaanse bedrijf Nordstrom dat 349 luxe warenhuizen heeft in de VS, Canada en Puerto Rico kondigde vorige week ‘om economische redenen’ aan te stoppen met de verkoop van het merk ‘Ivanka Trump’. Die zou zich in dalende lijn bevinden. Ivanka is met echtgenote Jared Kusner adviseur van de president. Haar vader reageerde per tweet (My daughter Ivanka has been treated so unfairly by @Nordstrom. She is a great person — always pushing me to do the right thing! Terrible!) en bevestigt de schijn van belangenverstrengeling tussen hem als president en de zakelijke belangen van hem en zijn familie. Want als die zaken gescheiden zijn zoals Trump beweert dat ze gescheiden zijn maar waar weinigen van denken dat ze ook werkelijk gescheiden zijn, waarom zou president Trump zich hier dan over uit moeten laten in een tweet? In een persconferentie werd woordvoerder Sean Spicer naar de tweet gevraagd. Zot. Het moeras loopt vol met belangenverstrengeling.

College Utrecht wil MOA subsidie geven. Ondanks toezegging raad dat niet te doen en in de Voorjaarsnota met scenario’s te komen

with 4 comments

In december 2010 verscheen hier het eerste stuk over Museum Oud Amelisweerd (MOA). Toen nog ‘Armando Museum’ genoemd. Dat zette vragen bij de integriteit van een ‘haalbaarheidsonderzoek’ dat veel overhoop gooide, maar de haalbaarheid niet echt toetste. Het was een schijnonderzoek. Het gebrek aan objectiviteit gaf het een ingeweven groen licht. Merkwaardig is dat zes jaar later het openbaar bestuur nog steeds van incident naar incident hobbelt, niet het idee geeft grip op dit dossier te hebben en de besluitvorming laat bepalen door externe partijen. Voor echte democraten is dat triest en onbegrijpelijk tegelijk. Zes jaar later wordt nog steeds niet voldoende de vraag gesteld wat de logica van het MOA is en welke toegevoegde waarde het biedt.

Afgelopen weekend bezocht ik de nu lopende tentoonstelling over Lodewijk Napoleon en schrok van het gebrek aan niveau. Van de kwaliteit en selectie van de bruiklenen, de kunsthistorische onderbouwing en de logica en relevantie van de tentoonstelling. Het was in mijn ogen een Nederlands museum onwaardig en de investeringen niet waard. Of liever gezegd, de investeringen in het vastgoed verdienen een betere exploitant die meer waar voor zijn geld biedt. Opvallend aan het dossier MOA is dat door het openbaar bestuur van de gemeenten Amersfoort en Utrecht de vraag naar de kwaliteit van de wetenschappelijke staf nooit is gesteld. Of afdoende beantwoord. Waar is de openbare procedure voor de directeur te vinden, wie waren de kandidaten, hoe verliep de procedure precies en welke eisen werden er aan de kandidaten gesteld? Het is niet terug te vinden, zoals veel over de besluitvorming van het MAO niet terug te vinden is. Want het is een dossier van de voldongen feiten die zich grotendeels aan de democratische controle onttrok. Met als gevolg dat het beoogde einddoel nooit centraal werd gesteld omdat het over procedures, uitruil van belangen en politieke deals ging.

En het gaat maar door, zoals een interview met de Utrechtse cultuurwethouder Kees Diepeveen (GroenLinks) in het AD verduidelijkt:

moa1

Waar de haast vandaan komt is een raadsel. Het college heeft een eigen dynamiek en hoeft zich niet te voegen in de dynamiek van externen. Diepeveen suggereert dat het college op dinsdag 20 december beslist om een subsidie van 75.000 euro aan het MOA te verlenen, maar dat is in strijd met afspraken zoals onder meer bleek uit antwoorden op raadsvragen van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) uit november 2015. Het college heeft de Utrechtse gemeenteraad toegezegd om geen subsidie te verlenen in de exploitatie van het MOA.

moa2

Uit dit antwoord van het college blijkt dat als het MOA de exploitatie niet rond krijgt de gemeente Utrecht een nieuwe bestemming kiest. Dus een andere exploitant zoekt. Dat valt binnen de strekking van motie 188 van november 2016 (zie onder) waarin de Utrechtse raad het college vraagt om ‘een toekomstbestendige en realistische openstelling van het landhuis Oud Amelisweerd’. Dat beperkt zich dus niet tot financiële steun aan de ‘noodlijdende’ exploitant Stichting MOA. De motie vraagt het college een en ander in de Voorjaarsnota 2017 uit te werken. Wethouder Diepeveen heeft zich te houden aan eerdere toezeggingen aan de raad die hem verbieden om het MOA subsidie te verlenen en de opdracht om in de Voorjaarsnota verschillende scenario’s te overleggen. Hoe deze verplichtingen zich verhouden tot zijn suggestie om het MOA direct of indirect voor 1 januari 2017 een subsidie van 75.000 euro te verlenen is een nieuw raadsel in dit dossier. Het jaarlijkse exploitatietekort van het MOA bevindt zich overigens al sinds de opening in 2014 boven de 200.000 euro. Dus wat de 75.000 euro die nu van Utrecht gevraagd wordt daar structureel aan verandert is de vraag.

moa3

Foto 1: Schermafbeelding van deel interview met wethouder Kees Diepeveen in het AD, 18 december 2016.

Foto 2: Raadsvragen en antwoorden van Aline Knip en André van Schie, 13 november 2015. Gemeente Utrecht.

Foto 3: Schermafbeelding van motie 188, 10 november 2106. Gemeente Utrecht.

50Plus royeert oprichter OPA om ambitie. Strijd ouderenpartijen?

with 3 comments

Afgelopen zaterdag een bericht op Binnenlands Bestuur. Het bestuur van 50Plus zette een bestuurster en lid uit de partij. Het geroyeerde partijlid is Dick Schouw die oprichter is van het onlangs geregistreerde Ouderen Politiek Actief, OPA. Volgens BB is-ie uit 50Plus gezet omdat-ie ‘de grenzen die de partij heeft vastgesteld meerdere malen aantoonbaar heeft overschreden’. Niet wordt uitgelegd wat dat inhoudt. Overigens ontbreekt Schouws succes in de Piratenpartij. Hij vond er wegens zijn top down benadering geen aansluiting. De video van PowNews dateert trouwens van 16 september. Dus vier dagen voor het royement van Dick Schouw.

Op Omroep Brabant reageert de in Den Bosch wonende Schouw. Hij vindt het argument voor zijn royement ‘niet rechtsgeldig’: ‘Mij wordt verweten dat ik actief ben in de lokale politiek, terwijl ik het 50Plus-embleem draag. Maar dat mag volgens de statuten van 50Plus, ze moedigen het zelfs aan.‘ Schouw doelt hiermee op artikel 2 lid 2c dat zegt dat 50Plus haar doel tracht te bereiken door ‘het bevorderen en ondersteunen van de verkiezing van kandidaten voor het lidmaatschap van gemeenteraden, gesteld door lokale partijen‘.

Schouws redenering lijkt te zijn dat-ie met OPA 50Plus niet in de wielen rijdt. Want 50Plus is niet zelf actief op gemeentelijk niveau. De partij ‘bevordert en ondersteunt wel de verkiezing van kandidaten’ die door lokale partijen gesteld worden. Een win win-situatie voor Schouw. Hij is lid van 50Plus, richt OPA op dat initiatieven neemt voor de oprichting van lokale afdelingen en bestaande partijen oproept zich bij OPA aan te sluiten.

De site van de OPA bevat onduidelijkheden, zoals over het einddoel. Ligt de ondergrens voor de doelgroep bij 40 of 45 jaar? OPA is op 9 september 2013 als politieke partij geregistreerd bij de Kiesraad, maar noemt zich uitdrukkelijk een beweging. Maar het breekpunt voor 50Plus dat tot het royement van Schouw heeft geleid lijkt erin te liggen dat OPA de optie openlaat zich in de toekomst niet tot het gemeentelijk niveau te beperken. Het zegt over de eigen aanpak: ‘Wij richten ons in eerste instantie op de komende gemeenteraadsverkiezingen en op lokale partijen.‘ Maar wat is de tweede stap als in gemeenten succesvolle OPA-afdelingen functioneren? Vanwege de schijn van belangenverstrengeling is het verklaarbaar dat 50Plus Schouw uit de partij heeft gezet omdat-ie de landelijke ambities van OPA openhoudt. De toekomst zal uitwijzen hoe dat voor beiden uitpakt.

Utrecht en Wolfsen kennen per definitie geen belangenverstrengeling

with one comment

Update 10 oktober 2012: De Jonge Socialisten van Utrecht zijn duidelijk in een persbericht: ‘Wolfsen geen tweede termijn’. Want: ‘Utrecht is na 6 jaar Wolfsen  in 2014 toe aan een nieuw elan’ .  In De Volkskrant reageren Utrechtse raadsleden vandaag onder de kop ‘Wolfsen krijgt weer kritiek uit eigen PvdA’ meesmuilend en begripvol voor de burgemeester op de worsteling in sociaal-democratische gelederen. 

Aleid Wolfsen is burgemeester van Utrecht sinds 2 januari 2008. In 2007 werden in een referendum met een opkomst van 9,25% 13.014 stemmen op deze PvdA’er uitgebracht. Een miniem verschil met de PvdA’er Ralph Pans. Een reconstructie laat zien dat dit kon gebeuren door de blikvernauwing van de lokale politiek.

Wolfsen wordt gezien als een kundige voorzitter, maar als een onhandige burgemeester die Utrecht telkens negatief in beeld brengt. Diederik Samson zag in maart 2012 zijn partijgenoot Wolfsen niet benoemd worden voor een tweede termijn. In een petitieWolfsen onze Domstad uit’ roepen bezorgde Utrechters deze in hun ogen ‘incompetente burgemeester’ op om terug te treden. De crux zit in hun verzoek aan D66 en GroenLinks om hun steun voor Aleid Wolfsen in te trekken. Maar zo werkt het dualisme in steden als Utrecht niet.

De coalitiepartijen GroenLinks, PvdA en D66 scharen zich consequent rond hun college. Geen zakelijke, maar politieke overwegingen geven de doorslag. Ofwel, niet de inhoud van de voorstellen is beslissend, maar de politieke kleur van de voor- of tegenstanders. Waarbij komt dat de PvdA in de grote steden al jarenlang domineert. Alleen de Leefbaarheidspartijen wisten daar rond 2001 tijdelijk een deuk in te slaan.

Volgens NRC heeft Jan van der Valk, de bestuursadviseur van Wolfsen, persoonlijk vakantiehuizen en campingplaatsen voor de Roma-familie Nicolich verzorgd. Het kost Utrecht 17.000 euro. Volgens Elsevier heeft Van der Valk een adviesbureau opgericht  dat Romafamilies bijstaat bij conflicten met de gemeente.

Bij het dossier ‘Oud-Amelisweerd’ geeft wethouder Lintmeijer in 2010 directeur Edwin Jacobs van het Centraal Museum een bestuursopdracht om een bestemming voor landhuis Oud-Amelisweerd te zoeken. Jacobs komt uit bij zijn partner Yvonne Ploum die directeur van het Armando Museum is en haar baan dreigt te verliezen omdat Amersfoort de steun intrekt. Met wat wijzingen vanwege negatieve publiciteit wordt het voorstel van Jacobs door de wethouder overgenomen. De raad keurt naar verwachting in juni 2012 een kredietaanvraag van 1,66 miljoen euro voor Oud-Amelisweerd goed. Zonder dat op enig moment de belangenverstrengeling tussen Jacobs en Ploum is besproken. Gevolg? Oud-Amelisweerd wordt een museum dat niet zozeer uitgaat van de behoefte van de stad of de (kunst)historische context, maar van de individuele belangen van personen.

Bij het dossier Nicolich had het Utrechtse stadsbestuur een onderzoek naar belangenverstrengeling ingesteld. Het constateerde dat daarvan geen sprake was. Bij het dossier Oud-Amelisweerd komt het niet eens zover dat de raad de vraag naar belangenverstrengeling in de openbaarheid bespreekt. In Utrecht lijkt volgens de lokale politieke traditie belangenverstrengeling niet te bestaan. Wat fijn om in zo’n voorbeeldige gemeente te wonen.

Foto: Hendrick ter Brugghen, Esau verkoopt zijn geboorterecht, 1620-1625

Provincie Utrecht beantwoordt vragen over Armando Museum

with 8 comments

Update 16 juni: Een reactie zegt over onderstaand artikel: ‘Mooi stuk, geeft heerlijk inzicht in de bestuurlijke gang van zaken, Je hoeft later niet te reconstrueren waar het mis is gegaan.’  

Naar aanleiding van aandacht op dit blog voor de huisvesting van de Armando Collectie in Oud-Amelisweerd en het alternatief Fort Vechten stelde het Utrechtse statenlid Elly Broere (PVV) op 21 december 2011 vragen aan de gedeputeerde Cultuur Mariëtte Pennarts. Dit is gerubriceerd onder de naam De Ridder, de naam waarmee deze blogger naar buiten treedt. In de Statencommissie WMC van 9 januari 2012 antwoordt mw. Pennarts. Ik geef eerst de vragen en antwoorden die niet openbaar zijn in te zien, daarna mijn commentaar.

Vragen

  1. Welke argumenten spelen er om per se Armando museum in Oud-Amelisweerd onder te brengen?
  2. Welke alternatieven zijn onderzocht? Hoe hebben de bezwaren van de inwoners van Amersfoort mee gewogen, zij willen de collectie graag in Amersfoort houden. Waarom komt Fort Vechten niet in aanmerking.
  3. Wat vindt de gedeputeerde van alle bezwaren die volgens de heer De Ridder kleven aan het onderbrengen in Oud Amelisweerd en de voordelen van het alternatief Fort Vechten?
  4. Wat vindt de gedeputeerde van de bestuurlijke onzorgvuldigheid die volgens de heer De Ridder heeft plaatsgevonden.

Antwoorden

  1. De Provincie heeft geen initiërende rol gehad in de gesprekken en onderhandelingen tussen Gemeente Utrecht (eigenaar van Oud-Amelisweerd), de Stichting Armando Museum  Collectie, Stichting Amersfoort-in-C en Gemeente Amersfoort. De argumenten voor en tegen zijn mij dus niet exact bekend. Voor mij staat het belang voorop dat Oud-Amelisweerd als bijzonder monument een duurzame bestemming krijgt en dat het uitzonderlijk waardevolle Chinese behangsel voor een breed publiek te bezichtigen is. De nu voorgestelde museale bestemming voldoet aan deze eis en rechtvaardigt een provinciale bijdrage aan de noodzakelijke restauratie van de behangsels.
  2. De Provincie is niet op de hoogte van de alternatieven die door de betrokken partijen zijn onderzocht. De Gemeente Amersfoort heeft besloten haar steun aan het Armando Museum los te laten, als gevolg van een forse bezuiniging op Amersfoort-in-C, het samenwerkingsorgaan van vier Amersfoortse musea (Kade, Flehite, Mondriaanhuis en Armando Museum). In de Amersfoortse gemeenteraad zijn de voor- en nadelen afgewogen van deze keuze. De gemeenteraad, als vertegenwoordiger van de inwoners van Amersfoort, heeft hiermee recentelijk ingestemd.                                                                                                                                           Voor de inrichting van Fort Vechten zijn al in 2009 afspraken gemaakt over de bestemming en inrichting van het fort met Gemeente Bunnik, Staatsbosbeheer als eigenaar en de provincie als initiator. In januari 2010 werd de gunning van de exploitatie toegekend aan Nieuwland Holding. Op het Fort zal een Nationaal Liniecentrum komen, naast nog vele andere publieksactiviteiten zoals bijvoorbeeld een vleermuizencentrum. (zie voor meer informatie http://www.liniecentrumfortvechten.nl/plan.php ) Al deze plannen zullen zorgen voor een aantrekkelijke publieke bestemming waar vele verhalen verteld kunnen worden.
  3. Wat betreft de bezwaren van de blogger George Knight zoals in zijn blog van 14 november geformuleerd:  Oud-Amelisweerd zal met grote zorg aangepast worden aan de nieuwe openstelling voor publiek. De aandacht zal gevraagd worden voor respectievelijk de geschiedenis van het Huys en de tuin, de geschiedenis van de (deels) Chinese behangsels en het werk van de kunstenaar, schrijver en dichter Armando.  Er zal geen aantasting van de cultuurhistorische waarden van Oud-Amelisweerd plaatsvinden. De openstelling van Oud-Amelisweerd zal  de rust van het landgoed niet aantasten.  De Provincie draagt bij aan de restauratie van de behangsels  onder meer omdat Oud-Amelisweerd een publiekbestemming krijgt.                                                                                       Voor de inrichting van Fort Vechten zijn 2 jaar geleden afspraken gemaakt met de geworven beheersorganisatie, Nieuwland Holding. De Provincie en Staatsbosbeheer hebben daarmee verantwoordelijkheden voor bijvoorbeeld exploitatie overgedragen aan private organisaties. Wij zien het voorstel van de heer De Ridder daarom niet als een reële optie.
  4. GS heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat er sprake is van bestuurlijke onzorgvuldigheden van de gemeente Utrecht of de gemeente Amersfoort. Wij zien niet in op welk moment wij zelf onzorgvuldig gehandeld zouden hebben. Vorige maand is PS akkoord gegaan met het verlenen van een restauratiesubsidie aan Oud Amelisweerd, juist onder de voorwaarde dat de nieuwe functies in dienst staan van het behoud van huis en interieur, Wij hebben van de Stichting en van de stad Utrecht begrepen dat het Armando Museum het gebouw Oud-Amelisweerd zal gebruiken met respect voor het gebouw en de behangsels. Ook zullen de aanpassingen aan het Huys  niet ten koste van de cultuurhistorische waarden gaan. Met deze voorgenomen bestemming zal een belangrijk en uniek erfgoed behouden kunnen blijven en (eindelijk) als publiek bezit opengesteld worden. Indien het voorstel van de heer De Ridder zou zijn gevolgd, zou de toekomst van Oud-Amelisweerd ongewis zijn. 

De antwoorden geven aan dat de provincie geen deelnemer was aan een inhoudelijk debat. Ze wijken niet af van die van de gemeente Utrecht zoals verwoord in een brief van 13 december 2011. De antwoorden komen erop neer dat er geen bezwaar bestaat tegen de huisvesting van de Armando Collectie in Oud-Amelisweerd. Een opstelling met weinig enthousiasme. Er blijkt nergens dat de huisvesting en de combinatie Armando-Chinees antiek behang een verrijking betekent voor cultureel Utrecht en daarom noodzakelijk is. Rini Dippel is vernietigend over de combinatie Armando-Amelisweerd evenals Lucia Alberts. Talloze andere experts op het gebied van cultureel erfgoed en museologie zijn gehoord, maar houden zich angstvallig stil met hun kritiek.

In de Utrechtse Statencommissie Wonen, Maatschappij en Cultuur van 3 oktober 2011 is bij het onderwerp Parelfonds besloten om per 2012 het accent van industrieel erfgoed naar de historische buitenplaatsen te verleggen. Utrecht kent er 270 waarvan het rijksmonument Oud-Amelisweerd met eigenaar gemeente Utrecht er een is. In haar antwoord creeërt gedeputeerde Pennarts misverstanden als ze stelt ‘dat de vestiging van het Armando museum in Amelisweerd onderdeel zal zijn van de subsidievoorwaarden, zodat restauratie daadwerkelijk gepaard gaat met opening voor het publiek’. Hiermee passeert ze de eigenaar als eerst verantwoordelijke en koppelt ze de subsidie niet aan de buitenplaats, maar aan een museale bestemming. Ze suggereert tevens dat het landhuis Oud-Amelisweerd nu of in de toekomst niet geopend zou zijn voor het publiek. Beheerder Centraal Museum legt uit dat er onderhoud plaatsvindt en er daarom tijdelijk minder bezoeken mogelijk zijn, maar dat het boeken van groepsrondleidingen ook nu mogelijk is. Opvallend is dat de provincie bij Oud-Amelisweerd de uitzondering maakt niet rechtstreeks subsidie aan de eigenaar te geven.

De provincie Utrecht houdt zich van alle bestuurslagen het meest afzijdig. Het zegt te zijn aangeschoven en niet bekend te zijn met argumenten voor en tegen huisvesting van de Armando Collectie in landhuis Oud-Amelisweerd. Als deelnemer aan de discussie zegt de provincie niet te weten of er alternatieven zijn onderzocht. Dit roept de vraag op hoe grondig de discussie was en hoe de besluitvorming tussen Amersfoort, Utrecht, Bunnik en de provincie is verlopen. Wanneer viel de politieke beslissing en waren bij het nemen van het besluit uitsluitend de politiek verantwoordelijken betrokken? Welke argumenten zijn er uitgewisseld?

Ook met betrekking tot Fort Vechten geeft de provincie aan dat haar rol bescheiden is. De provincie was initiator van een Liniecentrum, maar heeft de verantwoordelijkheid overgedragen en zegt nu geen invloed meer te hebben. Het oogt in mijn ogen ongerijmd om mijn voorstel om de huisvesting van de Armando Collectie in Fort Vechten te onderzoeken af te doen als niet reëel. De bestuurlijke gang van zaken impliceert namelijk niet dat huisvesting geen goed idee zou zijn. Met als ultiem argument dat er 20 miljoen in de projectorganisatie Fort Vechten beschikbaar is, 4 miljoen investeringen in Oud-Amelisweerd kunnen worden uitgespaard en ze kunnen worden samengevoegd. Voorwaarde is wel dat de provincie initiatieven neemt om de projectorganisaties open te breken. Die politieke wil ontbreekt overduidelijk. Overigens op 26 januari organiseert de Grontmij een fortensymposium in Fort Vechten over de herbestemming van militair erfgoed.

De antwoorden over de bezwaren tegen de huisvesting van de Armando Collectie in Oud-Amelisweerd gaan in op de voorwaarden. Daarmee gaan ze voorbij aan de kern van mijn kritiek. Wat geldt voor het onderbrengen van de Armando Collectie in Oud-Amelisweerd geldt eveneens voor talloze andere museale collecties. Ik pleit voor de optie om collectie en landhuis goed op elkaar aan te laten sluiten. Zoals dat bijvoorbeeld zou gelden voor een museum voor Chinoiserie, buitenplaatsen of antiek behang. Precies de kritiek van Rini Dippel en Lucia Alberts op het Museum Oud-Amelisweerd. Verder berust de opinie dat de openstelling van een museum met in 2016 40.000 bezoekers het cultureel erfgoed van het landhuis en de rust van het landgoed niet zal aantasten op de aanname dat het beheer en de bedrijfsvoering optimaal zijn. Dat valt te betwijfelen bij een organisatie die van vele kanten kritiek ondervindt op de onderbouwing van de exploitatiebegroting.

De bestuurlijke onzorgvuldigheid spitst zich toe op de bestuursopdracht die cultuurwethouder Lintmeijer aan directeur Jacobs van beheerder Centraal Museum gaf om een bestemming voor Oud-Amelisweerd te onderzoeken. Jacobs kwam vervolgens ‘toevallig’ bij zijn partner Ploum uit die ‘toevallig’ hoofd van het Armando Museum Bureau is. Veelbetekenend lijkt dat de GroenLinks gedeputeerde Pennarts hierin geen onzorgvuldig bestuur ziet van de GroenLinks wethouder Frits Lintmeijer. Vanuit de ethiek zou je verwachten dat een wethouder niet mee kan gaan met deze schijn van belangenverstrengeling. En dit voorstel van Jacobs op gronden van goed bestuur afwijst. Maar ook binnen de Utrechtse gemeenteraad of statenraad heerst blijkbaar koudwatervrees om belangenverstrengeling in het openbaar aan te kaarten. Ook bij de oppositie.

Verder bestaat de onzorgvuldigheid eruit dat er is gewerkt met een rookgordijn aan intenties, haalbaarheid en plannen. Lang voordat een formeel besluit gevallen was werd het hoofd van het Armando Museum Ploum telkens door directeur Jacobs in de gelegenheid gesteld om met betrokken wethouders en raadsleden in Oud-Amelisweerd in gesprek te gaan. Dit was geen toegevoegd lobbyen van Ploum, maar liep feitelijk parellel aan de politieke besluitvorming. Terwijl Ploums status dit niet toeliet en raadsleden en wethouders vanwege de bestuurlijke zorgvuldigheid haar onder genoemde omstandigheden niet hadden mogen spreken. Tevens werd de Amersfoortse ambtenaar Ploum in ambtelijke overleggen van de gemeente Utrecht met derden toegelaten zonder dat haar rol voor gesprekspartners duidelijk was en ze meer ruimte kreeg dan advisering alleen.

De opstelling van gedeputeerde Pennarts past in een verkeerde voorstelling van zaken die ook terug te vinden is bij de Utrechtse cultuurwethouder Lintmeijer en Amersfoort-in-C directeur Van Vulpen. Ze verdraaien de waarheid. Aantoonbaar onjuist is dat de huisvesting van de Armando Collectie een noodzakelijke voorwaarde is voor Oud-Amelisweerd. Pennarts zegt: Met deze voorgenomen bestemming zal een belangrijk en uniek erfgoed behouden kunnen blijven en (eindelijk) als publiek bezit opengesteld worden. Indien het voorstel van de heer De Ridder zou zijn gevolgd, zou de toekomst van Oud-Amelisweerd ongewis zijn. Hiermee gaat mw. Pennarts voorbij aan de kritiek op de combinatie Armando-Chinees behang, op het bestuurlijke traject dat geen alternatieven onderzocht en op het ontbreken van een gezond investerings- en exploitatieplan.

Ofwel, het voortbestaan van rijksmonument Oud-Amelisweerd is niet aan de vestiging van een Museum Oud-Amelisweerd gebonden. Het landhuis wordt al sinds 1990 door de gemeente Utrecht en het Centraal Museum zorgvuldig gerestaureerd. Door de bestuursopdracht kwam toevallig het Armando Museum in beeld. Zo ontstond een bestemming die niet ontstond door inhoudelijke noodzaak, maar vanwege persoonlijke contacten. Alternatieve locaties voor de Armando Collectie zijn nooit onderzocht en andere bestemmingen voor Oud-Amelisweerd zijn evenmin serieus onderzocht. Mijn voorstel is slechts om een bestemming te zoeken die beter bij het karakter van Oud-Amelisweerd past dan de huisvesting van de Armando Collectie.

Hoewel er de afgelopen anderhalf jaar in mijn ogen niet breed en zorgvuldig genoeg is gekeken door de Utrechtse politiek, kan men zich op het standpunt stellen dat men dan maar voortgaat op de ingeslagen weg. Met als voordeel dat het Utrechtse college niet beschuldigd kan worden van stilstand en dat het landhuis vanaf 2016 mogelijk 40.000 bezoekers trekt. Is dit glas halfvol of halfleeg? De nadelen zijn groot. De combinatie van Oud-Amelisweerd en Armando is niet ideaal en het bedrijfsmodel van een Museum Oud-Amelisweerd moet om economische redenen zwaar opgetuigd worden en wordt zo een doel op zichzelf. Inclusief de werkgelegenheid van de staf van het Armando Museum Bureau waar het om draait. Een kleinschalige, flexibele museale bestemming past om redenen van infrastructuur en cultureel erfgoed beter bij Oud-Amelisweerd.

Foto: Trappenhuis provinciehuis Utrecht.

Amersfoort-in-C verdraait waarheid over Oud-Amelisweerd

with 9 comments

Marco van Vulpen is sinds oktober 2010 directeur van Amersfoort-in-C als opvolger van Gerard de Kleijn die nu directeur van museumgoudA is. Sinds 1 september 2011 is-ie in vaste dienst. Evenals De Kleijn is Van Vulpen geen man van de praktijk die het vak in een museum geleerd heeft, maar een bestuurder en beleidsambtenaar. Verschil met De Kleijn is trouwens dat Van Vulpen goed geschoold is in de kunstvakken.

In een interview met John Spijkerman in De StadAmersfoort.nl verdedigt Van Vulpen zijn beleid. Hij legt uit dat vanwege economische motieven Amersfoort wilde bezuinigen op cultuur en een van de vier instellingen voor beeldende kunst wilde sluiten. Dat werd niet KAdE, maar het Armando Museum. Hij verantwoordt die keuze alsof Oud-Amelisweerd zich in de zomer van 2010 als toevallig alternatief aandiende.

Daarmee gaat-ie voorbij aan de bestuursopdracht die wethouder Lintmeijer aan CM-directeur Jacobs gaf en die deze bij Yvonne Ploum deed uitkomen. Zijn partner en leidinggevende van het Armando Museum Bureau. Van Vulpen voegt toe: ‘Landgoed Oud Amelisweerd stond al decennialang te verkrotten en te verpieteren.’

Dit is om meerdere redenen een onhandige uitspraak. Hiermee suggereert Van Vulpen dat de beheerder Centraal Museum sinds 1990 haar beheerstaak heeft verwaarloosd. En dat opeenvolgende Utrechtse cultuurwethouders en de provincie Utrecht dit hebben laten gebeuren. Ook spreekt-ie hiermee de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan dat een rijksmonument zou laten verkrotten. Niets is minder waar. Sinds 1990 is er aanzienlijk kunsthistorisch onderzoek en restauratiewerk verricht in Oud-Amelisweerd.

De uitspraak van Van Vulpen past in een patroon van bestuurders die de waarheid over Oud-Amelisweerd verdraaien. Inclusief wethouder Lintmeijer. Niet onmogelijk is overigens dat bestuurders als Van Vulpen en Lintmeijer werkelijk niet weten waarover ze praten. In elk geval zoeken ze een verantwoording achteraf voor de onlogische huisvesting van de Armando Collectie in het rijksmonument Oud-Amelisweerd.

Verder kan Van Vulpen zich voorstellen dat er verschillend gedacht wordt over de levensvatbaarheid van het ondernemingsplan voor het Armando Museum. Hij vindt het niet eerlijk dat het een slecht ondernemingsplan wordt genoemd omdat ‘verschillende fondsen budget beschikbaar [hebben] gesteld voor dit plan‘. Da’s waar, aan elke fondsenwervende instelling worden fondsen beschikbaar gesteld. Maar de vraag is of er voldoende fondsen beschikbaar komen voor de investeringen en exploitatie. Da’s niet het geval, er resteren nog steeds aanzienlijke tekorten. Daarom is het eerlijk om over een slecht ondernemingsplan te spreken.

De volgende uitspraak doet het ergste vrezen over het beheer van het Culturele Erfgoed dat ‘gek’ genoemd wordt: Het wordt een totaal nieuw museum Oud Amelisweerd in die setting van dat landgoed met die ‘gekke’ bijzondere Chinese behangsels. Dat wordt een bijzondere museale propositie op een plek die nu al publieksattractie nummer 1 is. Van Vulpen volgt een kwantitatieve benadering en projecteert bezoekscijfers van de landgoederen op een nieuw museum. Da’s een zwaktebod omdat het niets zegt over de toegevoegde waarde van de Armando Collectie voor Oud-Amelisweerd. Marco van Vulpen zou beter moeten weten.

Foto: Geglazuurd aardewerk van Feng Huang door Koninklijke Tichelaar Makkum. Op tentoonstelling ‘Vechtende Krekels‘ van Harmen Brethouwer, Oud-Amelisweerd 1999.

Utrecht komt met tegenstrijdige brief over Oud-Amelisweerd

with 9 comments

Het Utrechtse college ziet weinig bezwaren tegen Amersfoort-in-C als museale exploitant van landhuis Oud-Amelisweerd. In een brief aan de commissies Stad & Ruimte en Mens & Samenleving stelt het college dat Amersfoort-in-C aan de gestelde voorwaarden voor exploitatie kan voldoen. De brief besteedt meer woorden aan het mislukken dan aan het slagen van Museum Oud-Amelisweerd. Er wordt zelfs een terugvaloptie geschetst voor het geval het museum failliet gaat. Dan komt het Centraal Museum in beeld.

De brief mist enthousiasme. Het lijkt te zeggen: ‘het moet omdat het formeel kan‘. Nergens zegt het: ‘het kan omdat het moet en wij er achter staan‘. Ambtelijke details over de procedures krijgen aandacht, maar de aanname dat een museum minimaal 30.000 bezoekers zal trekken wordt niet onderbouwd. Evenmin gebeurt dat elders. Maar da’s de crux. ‘Een goed onderbouwde exploitatiebegroting’ stelt Utrecht in de brief van 31 mei als voorwaarde. Afgelopen jaren haalde het Armando Museum tussen de 5.000 en 12.000 bezoekers.

Er is geen goed onderbouwde exploitatiebegroting en de brief geeft dat zelfs toe. Ondersteunend voor deze observatie is dat in het debat in de Amersfoortse raad tussen partijen consensus bestond over het ontbreken van een gezonde exploitatiebegroting. Waarom neemt het Utrechtse college dan haar eigen scherp geformuleerde voorwaarde uit de brief van 31 mei niet serieus? Het lijkt erop dat politieke besluitvorming de zakelijke overwegingen overstemt. Het motief van dit complexe project tussen vele partners.

Merkwaardig is trouwens dat de brief spreekt over Amersfoort-in-C als exploitant, terwijl volgens de planning de exploitatie per 1 januari 2012 overgaat naar Museum Oud-Amelisweerd. En het Amersfoortse college heeft haar raad toegezegd dat de bemoeienis van Amersfoort-in-C met een nieuw op te richten museum stopt. Het is een raadsel waarom het Utrechtse college toch Amersfoort-in-C als toekomstige exploitant noemt.

Het volgende tekent de minimale relatie: De Stichting Amersfoort in C heeft zich in 2010 aangeboden als de mogelijk museale exploitant van het ensemble door in het landhuis onder andere de Armandocollectie te exposeren. Hoe kwam Amersfoort-in-C op het juiste moment langs om zich ‘aan te bieden’? Heeft wethouder Lintmeijer andere partijen uitnodigd zich ‘aan te bieden’? En loopt dat toevallige ‘aanbieden’ samen met de inhoudelijke noodzaak voor de huisvesting van de Armando Collectie in het 18de eeuwse zomerverblijf Oud-Amelisweerd? De vraag wordt slechts in procedurele zin gesteld. Een antwoord ontbreekt hoe dan ook.

De brief grossiert in normatief weergegeven feiten omdat ze in een plaatje moeten passen. Da’s in lijn met de besluitvorming die van intentie naar haalbaarheid en procesplanning hobbelt. Met als minimalistische conclusie dat het dan maar moet omdat er niets tegen is. De vraag of Utrecht met dit nieuwe museum de stad en haar inwoners de optimale bestemming aanbiedt wordt genegeerd. De brief geeft geen kern van zekerheid en het college wil zich niet committeren. Het suggereert zelfs visie door tegenwerpingen die het voor de vorm inlast. Bunnik gaat over de vergunningen, misschien is daar een zinvolle brief in voorbereiding.

Foto: Antiek Chinees behang Oud-Amelisweerd

Wethouder Lintmeijer wordt bij Oud-Amelisweerd niet aan goed bestuur gehouden

with 8 comments

Bij het stukje Rini Dippel vernietigend over Armando Museum in Oud-Amelisweerd vroeg Ruudt me: Zou het er mee te maken hebben dat mevrouw Ploum is bevriend met de directeur van het Centraal Museum? Dat aspect van belangenverstrengeling is op dit blog al meerdere malen genoemd. Ook door bezoekers. Ik merkte bij mezelf schroom om over personen te praten. Hoewel ik dat uiteindelijk deed omdat ik anders geen argumenten kon onderbouwen. Mijn eigen weerstand verklaart wellicht de weerstand bij het openbaar bestuur om dit aspect in het openbaar te bespreken. Reden waarom de kern van de zaak ongenoemd blijft:

U bedoelt dat ze als man en vrouw samenleven. Dat heeft er alles mee te maken. Hoewel de lokale politiek onwelwillend is om dat hardop te zeggen. Want raadsleden en wethouders mogen niet spreken over specifieke ambtenaren. Op zich een verdedigbaar principe. Maar zo ontstaat wel een bestuurlijk gat. Want als je geen man en paard kunt noemen blijft het een abstract debat dat nooit scherp wordt.

In zekere zin voel ik hier dezelfde weerstand om namen te noemen. Want mij gaat het evenmin om de persoon. Maar omdat functies en personen samenvallen kun je een functie alleen aanspreken door het over de persoon te hebben. Zo is het nu eenmaal gelabeld. Maar kritiek op een persoon die een publieke functie inneemt wil niet zeggen dat je de persoon onsympathiek vindt of de persoon zijn of haar functie niet gunt. Als criticus moet je je daaroverheen zetten en persoon en functie loskoppelen. Om zakelijke kritiek te uiten.

Volgens mijn informatie is het volgende gebeurd. Een goed jaar geleden gaf de Utrechtse cultuurwethouder Frits Lintmeijer een bestuursopdracht aan de directeur van het Centraal Museum, Edwin Jacobs. De opdracht bestond eruit om een bestemming voor landhuis Oud-Amelisweerd te zoeken. De wethouder verkeert in de verkeerde voorstelling van zaken dat het al sinds 1990 min of meer gesloten is. Het omgekeerde is waar. En met het oog op de Vrede van Utrecht 2013 en Culturele Hoofdstad 2018 wil-ie scoren met iets tastbaars.

Uiteindelijk komt directeur Jacobs bij zijn partner Yvonne Ploum uit. Ik weet niets eens wat haar functie officieel is, projectleider, conservator, zakelijk leider, waarnemend of gewoon directeur van het Armando Museum Bureau. Of iets daar tussen in. En beoogd directeur van een nieuw op te richten Museum Oud-Amelisweerd. Hoewel ik aanneem dat er bij een statutenwijziging een open procedure komt voor een directeur van dat nieuwe museum. Maar wie de commissies op de hand heeft staat uiteraard ijzersterk.

Eigenlijk neem ik het Jacobs en Ploum niet kwalijk dat ze bij elkaar uitkwamen. Alleen, als ze elkaar niet hadden gekend, dan was Jacobs nooit bij Ploum uitgekomen. En had het Armando Museum nooit het oog op Oud-Amelisweerd laten vallen. Ofwel, inhoudelijke noodzaak ontbreekt. Dat is door betrokken bestuurders continu onder het tapijt geveegd. Er is nooit een echt debat over de inhoud gevoerd. Alleen over procedures.

De combinatie van Armando Collectie en Oud-Amelisweerd mist logica en getuigt voor velen van een verschrikkelijke lelijkheid. In elk geval beweert niemand dat de combinatie synergie, meerwaarde oplevert. De aparte delen zijn sterk, maar verzwakken elkaar in de combinatie eerder dan dat ze elkaar versterken.

Ik neem het Frits Lintmeijer kwalijk dat-ie met dit voorstel van Jacobs instemde. Hij was te lichtzinnig. Ik begrijp nog steeds niet wat de wethouder bezielde om dat te doen. Dat had-ie in mijn ogen nooit mogen doen. En mocht-ie volgens de code van goed bestuur ook helemaal niet doen. Maar toch heeft-ie het gedaan.

En wat doet de Utrechtse gemeentepolitiek? Die zwijgt en laat het gebeuren. Dat het voor raadsleden een brug te ver is om de ambtenaar Jacobs rechtstreeks te benoemen of te kritiseren begrijp ik. Ik voel dezelfde gêne. Maar dat raadsleden die het openbaar bestuur moeten controleren Frits Lintmeijer hierover niet eens aan de tand voelen kan ik niet billijken. Da’s de enige reden waarom raadsleden daar zitten. En juist datgene dat verlangd wordt en wat in de lijn der verwachting ligt laten de raadsleden na. Ook die van de oppositiepartijen.

Dus om de vraag opnieuw te beantwoorden. Ja, het heeft er inderdaad mee te maken dat mevrouw Ploum de partner is van de directeur van het Centraal Museum. Maar het is de aanleiding die nooit tot gevolgen had mogen leiden. De bestuurlijke fouten over Oud-Amelisweerd zijn niet door Ploum en Jacobs gemaakt, zij hebben gewoon de liefde gevolgd, maar door Frits Lintmeijer. En in tweede instantie door de Utrechtse raadsleden die het blijkbaar lastig vinden om dit onderwerp van ‘good governance’ en ethiek op gepaste wijze bespreekbaar te maken. Omdat ze niet weten hoe ze het aan moeten pakken laten ze het maar rusten.

Foto: Gerard van Honthorst, De Koppelaarster, 1625. Collectie Centraal Museum. Credits: Ernst Moritz

Wethouder Lintmeijer verdraait waarheid over Oud-Amelisweerd

with 7 comments

In het verslag van de begroting Commissie Mens & Samenleving van de Utrechtse gemeenteraad op 24 en 26 oktober suggereert cultuurwethouder Frits Lintmeijer dat landhuis Oud-Amelisweerd 20 jaar op slot zit (p.48): Het college wil graag dat oud-Amelisweerd een functie krijgt. Het is zonde dat een gebouw met daarin een kostbare collectie, 20 jaar op slot zit. Hier wordt een gebouw niet beter door. Spreker zou graag zien dat de museale functie van dit gebouw weer vorm en inhoud krijgt. Om deze reden wordt het pand opgeknapt en geschikt gemaakt voor een grotere bezoekersstroom. Het verslag kwam op 18 november beschikbaar.

Lintmeijer heeft het mis, want Oud-Amelisweerd is sinds 1990 toen het onder beheer van het Centraal Museum kwam niet op slot gegaan, maar juist geopend. Door kleinschalige presentaties, rondleidingen en eettafels. Tegelijk vond er een grondige restauratie plaats die wetenschappelijk onderzoek vereiste. Zijn bewering ‘Om deze reden wordt het pand opgeknapt en geschikt gemaakt voor een grotere bezoekersstroom’ is onjuist. Oud-Amelisweerd wordt niet geschikt gemaakt voor een grotere bezoekersstroom, maar gerestaureerd. Hoewel meer bezoek uiteindelijk een gevolg kan zijn was dat niet de reden voor de restauratie.

Het valt een wethouder niet kwalijk te nemen dat-ie niet alle details kent, hoewel-ie hiermee de raadsleden verkeerd informeert en op het verkeerde been zet. De wethouder kan de recente geschiedenis van Oud-Amelisweerd uit eigen ervaring niet kennen. Ongelukkig is dat informanten hem verkeerd inlichten. Hoewel het mogelijk is dat de wethouder goed geïnformeerd is door ambtenaren van beheerder Centraal Museum of Culturele Zaken en slecht luistert. Maar da’s niet logisch. Want waarom zou hij in het openbaar de waarheid geweld aandoen? Daarom valt de verkeerde voorstelling van zaken voornamelijk zijn ambtenaren te verwijten.

Is het erg? Ja, want Lintmeijer bouwt zijn argumentatie op deze verkeerde voorstelling van zaken. Met voorbijgaan aan de restauratie en de kleinschalige openstelling gedurende 20 jaar redeneert-ie dat Oud-Amelisweerd nu gegund moet worden aan het Armando Museum. Lintmeijer heeft directeur Edwin Jacobs van het Centraal Museum vorig jaar een bestuursopdracht gegeven om een bestemming te zoeken voor Oud-Amelisweerd. Jacobs kwam vervolgens uit bij zijn partner Yvonne Ploum van het Armando Museum. Dat probeert Lintmeijer tegen beter weten in nu recht te praten door in commissie de waarheid te verdraaien.

Foto: Zomerverblijf Oud-Amelisweerd, Bunnik

Verhuizing Armando Museum naar Oud-Amelisweerd in 10 raadsels

with 13 comments

Het ontbreken van een solide financieel plan lijkt nog het enige beletsel voor een nieuw op te richten Museum Oud-Amelisweerd. Het geeft de voorstanders tot dan toe een objectief feit in handen om een slecht onderbouwd project alsnog af te blazen. Tegenstanders die zich zorgen maken over het draagvlak van de cultuur zullen opgelucht adem halen dat een slecht beredeneerd project de cultuurhaters geen extra munitie geeft. Voorstanders hebben een zware verantwoordelijkheid die breder is dan bezuinigingen en politiek.

Tragiek van de voorgenomen verhuizing van het Armando Museum naar het Bunnikse rijksmonument Oud-Amelisweerd is dat inhoudelijke overwegingen niet voorop staan. ‘Geef ons een kans‘ is het argument van de directeur van het Armando Museum Bureau. Waarom die kans gegeven moet worden blijft onduidelijk. Iedereen wil wel zo’n kans hebben. De noodzaak van de huisvesting van de Armando Collectie in landhuis Oud-Amelisweerd is nooit aangetoond. Logisch omdat het om meerdere redenen niet voor de hand ligt.

Raadsel 1. Zo is het landhuis oorspronkelijk gebouwd als zomerverblijf. In de zomer heerlijk koel, maar in de winter ijskoud. Een binnentemperatuur van 8 graden lijkt volgens onderzoek van de TU Eindhoven haalbaar. Toch is de vuistregel van conservation heating van monumentale panden dat de binnentemperatuur nooit meer dan 5 graden boven de buitentemperatuur kan worden gebracht. Een winter telt gemiddeld meer dan 50 vorstdagen. Het landhuis werd sinds 1990 beheerd door het Centraal Museum. Activiteiten werden doorgaans niet in de winter gehouden. Openstelling gedurende het hele jaar ligt dan ook niet voor de hand.

Raadsel 2. Oud-Amelisweerd is een inmiddels mooi gerestaureerd 18de eeuws landhuis met onschatbare waarde voor ons culturele erfgoed. Het eveneens 18de eeuwse antieke Chinese behang op de beletage is uniek. Een museum met jaarlijks 40.000 bezoekers is geen logische bestemming voor een kwetsbaar rijksmonument. Ook de bovenste verdiepingen zijn bijzonder en vragen om voortdurende zorg en toezicht. Daarbij komt dat het landhuis geen inhoudelijk verband met het werk van Armando kent. De keuze voor een kleinschalig museum op het gebied van natuur, landgoederen,  behang of Chinoiserie ligt meer voor de hand.

Raadsel 3. Uit de RIB 2011-103 van de gemeente Amersfoort blijkt dat de investeringen om tot een functionerend museum te komen minimaal 4 miljoen euro bedragen. De gemeente Utrecht stopt er 1.660.000 euro in. Onduidelijk is of dit laatste bedrag cash geld of productsubsidie is. Sowieso resteert er na een lobbycampagne van het Armando Museum Bureau en Amersfoort-in-C een tekort van zo’n 750.000 euro.

Raadsel 4. Uit de RIB 2011-103 blijkt tevens dat de exploitatie aan eigen inkomsten voor 2013 uitgaat van een dekkingspercentage van iets onder de 50% en in 2016 van zo’n 60%. Da’s voor een beginnend museum een rooskleurig ondernemingsplan. Inkomsten van de horeca is de kurk waarop alles drijft. Maar daarachter zit het zelfstandige bedrijf De Veldkeuken dat als huurder een directe overeenkomst met de gemeente Utrecht heeft. Verder zijn er nog de ‘bijdragen derden’ van 200.000 euro per jaar. Da’s onrealistisch hoog. En tot 2014 zijn de lasten van de huisvesting 22.000 euro. Als inrichtingsjaren weggeschreven. Utrecht zegt geen cent aan de exploitatie te zullen bijdragen, maar met zo’n niet marktconforme huurprijs kan het Utrechtse college moeilijk volhouden via de huur geen verdekte bijdrage aan de exploitatie te leveren.

Raadsel 5. Bijlage 2 bij de RIB 2011-103 geeft een inventarisatielijst van de kerncollectie Armando. De eerste 21 werken zijn bezit van de gemeente Amersfoort en hebben een verzekeringswaarde van 710.000 euro. Het overgrote deel bestaat uit de bruikleencollectie van Armando en de Armando Stichting. Da’s een langdurige bruikleen, maar geen eigendom. Wat opvalt is dat het geen museale collectie betreft omdat het geen overzicht geeft van Armando’s ontwikkeling. De latere jaren zijn oververtegenwoordigd. Voor een overzicht zal het museum bruiklenen uit de jaren’ 50, ’60 en ’70 bij andere musea moeten aanvragen. Dat is niet ongebruikelijk maar verzwakt het argument dat een apart museum laat zien wat elders niet te zien is.

Raadsel 6. Bijlage 1 bij de RIB 2011-103 geeft een door Armando ondertekende verklaring over de schenking van mw. De Meijere van haar collectie van 343 werken aan het Kröller-Müller Museum. Dat verklaart wellicht het handelen van mw. De Meijere en Armando, maar niet dat van de gemeente Amersfoort. In antwoord op vragen van Marlien de Kruif (PvdA) over de raamovereenkomst van 15 januari 1998 vergeet het Amersfoortse college de eigen verantwoordelijkheid: ‘Voor het verplaatsen van de Armando collectie naar Utrecht zal in ieder geval een overeenkomst moeten worden gesloten met de strekking dat alle bij de overeenkomsten uit 1998 betrokken partijen ermee instemmen dat de Armando collectie niet meer in Amersfoort maar in Utrecht wordt geëxposeerd.’ Het is echter Amersfoort dat eenzijdig de overeenkomst heeft opgezegd. De schenking van mw. De Meijere aan Kröller-Müller Museum is daar slechts een gevolg van.

Raadsel 7. In een interview stelt mw. Ploum over de complicaties van de raamovereenkomst: ‘Even werd overwogen om niet akkoord te gaan met het collegebesluit en te wijzen op de contracten en afspraken die er lagen.’ Da’s een interessante constatering die een wereld van interpretaties opent. In juli 2010 betichtte toenmalig voorzitter van A-in-C Gerard de Kleijn het college van onbehoorlijk bestuur omdat het de afspraken over de Elleboogkerk niet nakwam. Nu suggereert mw. Ploum dat A-in-C en het Armando Museum Bureau met hun contracten en afspraken het gelijk aan hun kant hadden, maar dat gelijk juridisch niet wilde halen. Dit suggereert een uitruil. Waarin A-in-C belooft het juridisch niet op de spits te drijven en het college een ruimhartige financiële ondersteuning toezegt. Inclusief de bruidsschat van 1 miljoen.

Raadsel 8. In hetzelfde interview zegt mw. Ploum: We wisten dat de gemeente Utrecht bezig was met de openstelling van Oud-Amelisweerd. Wij gingen ons afvragen of wij die bestemming konden invullen. Dit is geschiedvervalsing. Oud-Amelisweerd wordt sinds 1990 beheerd door het Centraal Museum en is altijd opengesteld geweest voor rondleidingen, kleine presentatie (o.a. Sarkis, Brethouwer, De Vriendt) en de zogenaamde tables d’hôte. Logischerwijze stond de openstelling tijdens drukke werkzaamheden van de restauratie op een laag pitje, maar sinds 1990 is Oud-Amelisweerd open voor publiek. Wie het Chinese behang wilde zien, heeft het kunnen zien.

Raadsel 9. Los van het verkeerde beeld dat mw. Ploum over de openstelling geeft is het merkwaardig waarom dan het Armando Museum alleen in aanmerking kwam. Juist op het moment dat de restauratie zo goed als afgerond is en Utrecht uit kon gaan kijken naar een huurder. Er is nooit een openbare aanbesteding geweest. Evenmin konden culturele of andere instellingen bij Utrecht pitchen om hun zaak te bepleiten. Dat was uitsluitend aan het Armando Museum voorbehouden. Als A-in-C en het Armando Museum Bureau wisten dat Utrecht bezig was met een nieuwe huurder voor Oud-Amelisweerd dan hadden andere instellingen dat toch ook kunnen weten? Des te meer omdat duidelijk was dat de restauratie van het landhuis ten einde liep.

Raadsel 10. Het antwoord op de vorige vraag roept een vraag op over het ethisch handelen van het openbaar bestuur. Iedereen weet dat mw. Ploum de partner is van directeur Edwin Jacobs van het Centraal Museum. Deze relatie staat aan de basis van de plannen om het Armando Museum uit de brand te helpen en naar Oud-Amelisweerd te laten verhuizen. Bij zorgvuldig bestuur hadden de wethouders van Utrecht vanwege de schijn van belangenverstrengeling deze plannen nooit serieus in overweging moeten nemen. Met verwijzing naar good governance en vanwege de geloofwaardigheid van allen was het logisch geweest dat de plannen nooit verder waren gekomen dan de borreltafel. Nu beschaamt dit aspect het vertrouwen in de politiek.

Conclusie. Waarom blijft het Armando Museum niet gewoon in Amersfoort? Mooi kleinschalig en sober in de Elleboogkerk. Als Armando zo’n grote publiekstrekker is zoals het Armando Museum Bureau beweert dan moet het dat in Amersfoort waar kunnen maken. De logica van een Amersfoorts museum op Bunniks grondgebied onder leiding van de gemeente Utrecht ontgaat niet alleen u en mij, en ook steeds meer partijen in de Amersfoortse raad die de feiten leren kennen, maar onderhand elke nadenkende burger. Het draagvlak voor cultuur vraagt op dit moment om realisme en haalbaarheid. Zeker niet om projecten met een open eind.

Foto: Chinees behang met vogels en planten van omstreeks 1780

%d bloggers liken dit: