Taalnormering moet terughoudend zijn. Over ‘slaaf’, ‘tot slaaf gemaakte’ en het verdwenen begrip van slaaf

Slave of Richard Townsend / W.H. Ingram’s Photograph and Ferrotype Gallery, No. 11 West Gay Street, West Chester, PA‘. 1855-1870. Collectie: Library of Congress.

I. Taal doet ertoe en heeft een politieke lading. Hoe maakt het gebruik van het woord ‘slaaf’ duidelijk. Er zijn twee bewegingen die afstand van het woord slaaf nemen. Niet verrassend is dat dit gaat om twee tegengestelde politieke richtingen, links tegenover rechts. De status quo is de middenpositie, het houdt het woord ‘slaaf’ in ere.

II. De eerste politieke richting die afkomstig is uit de hoek van de identiteitspolitiek heeft in Nederland geleid tot het woord ‘tot slaaf gemaakte’ dat moet doen uitkomen dat niemand vrijwillig een slaaf is, maar daartoe wordt gedwongen. Critici van dit woord hebben een punt als ze beweren dat het woord slaaf die notie van onderworpenheid en onvrijheid al bevat. Het begrip ‘tot slaaf gemaakte’ is dubbelop.

Taal ontwikkelt zich volgens patronen. Zal dit zo gaan dat in de toekomst aan situaties en beroepen die ook onvrijheid en dwang uitdrukken het achtervoegsel ‘gemaakt’ wordt toegevoegd? Denk aan ‘gevangene’, ‘dwangarbeider’, ‘lijfeigene’, ‘bediende’, ‘hoer’, maar ook aan ‘kostschoolleerling’, ‘gelovige’, ‘dienaar’, ‘ondergeschikte’ of ‘echtgenote’.

Want zoals het een door politieke druk ingegeven overweging is om ‘slaaf’ te veranderen in ‘tot slaaf gemaakte’ kan dat uitgebreid worden naar allerlei situaties, hoedanigheiden en beroepen. Hoewel er verschillen en gradaties zijn. Maar invloeden sijpelen in de taal door en beïnvloeden aangrenzende begrippen die wellicht minder extreem zijn, maar delen van dezelfde kenmerken bevatten. In dit geval dwang en onvrijheid.

Hoever dat kan gaan leert een persoonlijke ervaring. Ik was ooit tegen mijn zin in dienstplichtig soldaat wat me 16 maanden van mijn vrijheid kostte. Met de pest in mijn lichaam was ik soldaat en voelde ik me niet thuis in het leger. Zal in de geschiedschrijving die kritisch staat tegenover een krijgsmacht met dienstplichtigen in de toekomst een soldaat’ ooit een ‘tot soldaat gemaakte’ genoemd worden? Het ligt in de lijn dat iemand die de taal wil politiseren en kritisch is op de krijgsmacht dat ooit zo zal zeggen door aan te haken bij een vergelijkbare constructie. In dit geval dus ‘tot slaaf gemaakte’.

III. De tweede politieke richting gaat de tegenovergestelde kant uit en accentueert of dramatiseert het begrip ‘slaaf’ niet, maar laat het verdwijnen door het te vervangen door een verhulling ervan. Dat volgt uit een rechts-conservatieve overtuiging. Dat wegpoetsen is een politiek correct eufemisme.

Een artikel in Salon gaat in op een nieuwe, evangelical bijbelvertaling in de VS. Het meent dat de vervanging van het woord ‘slave’ door ‘bondservant’ een verzachting is van het begrip ‘slaaf’. Maar dat valt te bezien zoals deze uitleg over de herkomst en betekenis van de woorden ‘slave’, ‘bondservant’ en ‘servant’ doet blijken. Deze woorden drukken uiteenlopende historische posities uit binnen het Romeinse Rijk van wie ‘slave’ de meest ondergeschikte is. Ondanks dat kan het toch zo zijn dat in een oudere tekst het begrip ‘slave’ of ‘slaaf’ wordt verzacht en vervangen door een ander begrip dat verhullend is.

IV. Zo zijn er op dit moment drie posities over het woord ‘slaaf’ mogelijk. Een links-radicale die wordt ingegeven door identiteitspolitiek en het woord verandert in ‘tot slaaf gemaakte’. In Nederland heeft de afgelopen jaren dat begrip een succesvolle opmars doorgemaakt en is doorgedrongen tot de media. Aan de rechts-radicale kant van het politieke spectrum gebeurt het omgekeerde, namelijk dat het woord ‘slaaf’ wordt weggemaakt om de harde tegenstellingen van de macht te verhullen en ongenoemd te maken. Alsof macht, ondergeschiktheid en eigendom niet bestaan en geanonimiseerd kunnen worden. De links-radicale en rechts-radicale transformatie van het woord’ slaaf’ zijn op te vatten als een politiek correct eufemisme dat bij die politieke stroming past. De taal wordt tot politiek instrument gemaakt.

Taal is niet neutraal. Taal kan gekaapt worden voor politieke doeleinden en daardoor bezoedeld worden. Een historisch voorbeeld daarvan is wat de nazi’s deden met de Duitse taal die aan prestige verloor doordat de politieke stroming die de taal had gekaapt een oorlog verloor. Dat is het gevaar van politisering van de taal. Het kan teruggedraaid worden als de politiek wind draait. Dat leidt tot verarming én verwarring.

V. Uiteraard is taal altijd in beweging en verandert het continu. Maar om duurzaam te zijn moet dat een organische verandering zijn die past bij de ontwikkeling in een taalgebied en niet vanuit politieke correctheid door politieke activisten is opgelegd en zodoende een geforceerde snelle opmars heeft kunnen doormaken. Daarom dienen taaladviseurs en taalnormeerders terughoudend te zijn in de normering van politiek correcte termen als ‘tot slaaf gemaakte’.

Wanneer komen journalisten van gevestigde media tot het besef dat ze de opkomst van de rechts-radicale populisten hebben ondersteund?

Er bestaat in het publieke debat verschil van mening over wie er het meest verantwoordelijk is voor de opkomst van populisten als Trump, Wilders, Baudet, Farage, Boris Johnson en dat soort rechts-radicale nationalistische politici.

Vertegenwoordigers of sympathisanten van de gevestigde media wijzen naar de almacht van Facebook, Twitter en Google (YouTube) die zich eerder als technisch-intermediaire dan journalistieke platforms beschouwen en ruimte hebben gecreëerd voor complotdenkers. Dat is geen onjuiste gedachte die echter voorbijgaat aan de verantwoordelijkheid van de traditionele media die daar vooraf aan gaat.

Want zowel voor- en tegenstanders van deze media huldigen het idee dat een nieuwsbericht pas vaart krijgt als het in de gevestigde media op een neutrale en niet-kritische manier verschijnt. Het geeft het complot legitimiteit.

Het is dus logisch om te veronderstellen dat de oorzaak voor de opkomst van de rechts-radicale populisten enkel en alleen te wijten is aan de traditionele media. Ze hebben hun verantwoordelijkheid niet genomen en hun taak verzaakt om tijdig en ondubbelzinnig te signaleren wat voor gevaar voor de democratie types als Trump vormden.

Media hebben het laten gebeuren.

Wat vaak vergeten wordt is dat net als de techgiganten ook de mediaconcerns grote economische belangen hebben en doorgaans niet onafhankelijk handelen. Ondanks redactiestatuten of de formele autonomie van redacties. Er bestaat ook zoiets als indirecte druk om zich te voegen in een economische structuur. Dat kan bij journalisten resulteren in zelfcensuur, sociaal inschikken binnen het mediabedrijf waar men werkzaam is en het achterwege laten van initiatieven om de nek uit te steken. Evenmin is het een uitzondering dat kritische artikelen onder druk van de leiding van een nieuwsmedium om partijpolitieke redenen worden teruggetrokken.

Het gebrek aan alertheid van de traditionele media is niet iets waar ze trots op kunnen zijn. Daarom is bij hen het mechanisme in werking getreden om de schuld af te schuiven en sociale media en complotdenkers de schuld te geven voor de opkomst van rechts-radicale populisten en de beschadiging van de democratie. Dat is stoer achteraf praten van mannetjesputters die zich met terugwerkende kracht doen kennen als verzetshelden na de oorlog.

Journalisten van de gevestigde media verwarren twee aspecten. Ze maken zichzelf kleiner en onmachtiger dan ze werkelijk zijn en ze verwisselen oorzaak en gevolg. Want als ze met hun media niet hadden verzaakt om de populisten vanaf het begin als gevaar voor de democratie te kenmerken, dan hadden deze nooit zo’n opgang op sociale media en in de politiek kunnen maken. Maar ze verscholen zich veilig achter hun beroepscode die dicteert dat een zaak van meerdere kanten moet worden belicht. Ze zagen niet in dat ze hiermee hun verantwoordelijkheid en ethisch besef afschoven. Die enerzijds-anderzijds houding heeft degenen bevoordeelt die de gevestigde orde wilden afbreken en ze relatief makkelijk en ongecensureerd hun doorgaans krankzinnige mening konden geven.

De conclusie moet zijn dat zo beredeneerd het verschil tussen Facebook dat tot voor kort elke journalistieke verantwoordelijkheid van zich afwimpelde en de gevestigde media die dat op een andere manier deden door een in de jaren 1950 geformuleerde beroepscode als excuus te gebruiken om geen stelling te nemen miniem is en in de praktijk op hetzelfde neerkwam.

In het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history’ op Salon heeft Trump-biograaf Michael D’Antonio kritiek op de Amerikaanse gevestigde media. Hij verklaart dat door de wereldvreemdheid en de geïsoleerde positie waarin journalisten verkeren. Ze hebben op enkele uitzonderingen na de urgentie gemist van de sektevorming van Trumps opkomst.

Gevoegd bij de economische belangen van mediaconcerns en een meer dan 65 jaar oude beroepscode die onvoldoende is geactualiseerd en niet is toegesneden op de kwaadaardigheid van types als Trump heeft dat geleid tot de situatie waarin we nu verkeren. In de VS is er een gevaarlijke situatie ontstaan die kan leiden tot een succesvolle staatsgreep en in Europese landen heeft zich een fikse dwars- en dwaasdenkende minderheid gevormd die zich gesterkt en gemobiliseerd weet rondom sociale media. Het heeft de gevestigde media als katalysator voor de eigen opkomst achter zich gelaten en is onbereikbaar geworden in geest en denkbeelden.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history; Author of “The Truth About Trump” on his last-ditch coup — and his future as cult leader and theme-park impresario’ op Salon, 30 december 2020.

Amerikaanse typologie van het conservatisme vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen (CDA, VVD, SGP, PVV, FVD)

Het is aardige hersengymnastiek om politiek rechts in de VS te vertalen naar Nederland. Het verschil is dat de Republikeinse partij een coalitie is van allerlei soorten conservatisme en rechts-radicalisme, terwijl deze stromingen in Nederland verkaveld zijn en apart een thuis vinden in afzonderlijke partijen. Het lijkt te gaan om drie (of vier) afzonderlijke groeperingen waartussen belangrijke verschillen bestaan. Ze vinden niet exclusief, maar wel overwegend onderdak binnen de Republikeinse partij.

Juist dan wordt de vergelijking interessant. Zeker als het gaat over de levensvatbaarheid en rekbaarheid van aparte stromingen. Vraag is hoe ze in een Nederlandse situatie in samenhang elkaar kunnen versterken of verzwakken. Die inschatting geeft een beeld over de levensvatbaarheid en de groeimogelijkheden van de afzonderlijke Nederlandse rechtse partijen.

Rechtse partijen vertegenwoordigd in de Tweede Kamer zijn bekeken vanuit het centrum: CDA, VVD, SGP, PVV en FvD. 50Plus en de afscheidingen die daar uit zijn ontstaan zijn te gefragmenteerd en programmatisch te vluchtig om serieus in te kunnen schatten. Het liberale D66 dat economisch rechts is en cultureel progressief valt niet op te vatten als een partij waar het conservatisme of het rechts-radicalisme doorslaggevend is.

Een onderzoek uit 2014 van PEW Research Center geeft de belangrijkste feiten van de politieke typologie. Aan de rechterkant gaat het om ‘Standvastige conservatieven’ (SC) en ‘Zakelijke conservatieven’ (ZC). In de SC is religieus rechts van conservatieve witte evangelicals dominant die zijn te verenigen rond ethisch-medische standpunten tegen abortus of euthanasie en tegen het homohuwelijk en gendergelijkheid. In de ZC zijn fiscale conservatieven dominant voor wie een terugtredende overheid, economisch vermogen en belastingvoordeel belangrijk zijn.

Interessant en toepasbaar op de opkomst van Donald Trump en alt-right is de opkomende groep van ‘Jonge Buitenstaanders’ (JB) zonder een sterke loyaliteit aan de Republikeinse Partij die in feite een hekel te hebben aan beide politieke partijen. Ze registreerden zich als ‘sociaal progressief’, voorzover ze geen voorstander zijn van een verbod op abortus of het homohuwelijk en niet bijzonder religieus zijn. Maar zoals Amanda Marcotte in een artikel voor Salon verklaart delen ze wel het racisme van de traditionele conservatieven. Ze ziet daarnaast een sterk anti-feministisch sentiment bij deze groep.

Volgens Marcotte zijn de Jonge Buitenstaanders  overgelopen naar de Republikeinen, maar is dat effect waarschijnlijk tijdelijk omdat het direct volgt uit Trumps eigen manier van politiek bedrijven. Deze groep is immers niet per definitie Republikeins, maar is door Trump binnengehaald op standpunten over seksisme, racisme, schoppen tegen het politieke en economische establishment en allerlei complottheorieën. Het valt te betwijfelen of een Republikeinse partij een leider kan vinden die het Trumpisme zonder een ongeremde en ongedisciplineerde Trump even geloofwaardig weet te presenteren.

Wat ontbreekt in Marcotte’s analyse is dat de Zakelijke conservatieven binnen de Republikeinse partij naar de marge zijn gedrongen of zelfs de partij hebben verlaten. In elk geval de opinieleiders van deze stroming en niet zozeer de kiezers. Mede als gevolg van Trumps schoppen tegen het politieke en economische establishment en de overheid. Deze stroming heeft sinds 2016 binnen de partij ernstig aan macht ingeboet. Dat uit zich onder meer in het loslaten van de begrotingsdiscipline die onder Trump volledig uit de hand is gelopen. Dat staat haaks op de geest van het traditionele fiscale conservatisme.

Wie deze driedeling vertaalt naar de Nederlandse rechtse partijen moet eerst een uitbreiding maken naar een vierdeling. Kiezersonderzoek leert namelijk dat de Buitenstaanders bij PVV en vooral FVD eerder oud of van middelbare leeftijd zijn dan jong. Dat leidt tot de groep Oudere Buitenstaanders (OB).

Dat leidt tot de volgende inschatting van de verdeling van de stromingen: CDA: ZC/SC; VVD: ZC; SGP: SC; PVV: JB/OB; FVD: OB/JB. De overeenkomst tussen PVV en FVD is dat de zakelijke elite en religieus rechts er geen onderdak vinden, ondanks Baudets pogingen om in te breken bij de SC via de SGP. Het verschil tussen PVV en FVD is dat eerstgenoemde overwegend laagopgeleide kiezers trekt die sociaal progressiever zijn dan de kiezers van FVD.

Voor de levensvatbaarheid en groeimogelijkheden van Nederlandse rechtse partijen betekent dit dat de PVV en FVD kwetsbaar zijn omdat ze veel Buitenstaanders trekken met weinig partijloyaliteit. Mede omdat PVV en FVD, net als de Republikeinse partij in het geval van Trump, sterk afhankelijk zijn van de respectievelijke leiders Wilders en Baudet kan de ballon van PVV of FVD leeglopen als het succes van de leiders is uitgewerkt. VVD en SGP hebben een duidelijk profiel in het bedienen van respectievelijk de Zakelijke conservatieven en de Standvastige conservatieven die electorale zekerheid bieden. Het CDA is onhelder in haar profiel wat deze partij kwetsbaar maakt. Niet omdat aparte standpunten niet binnen een partij te verenigen zijn, maar omdat er in het Nederlandse politieke landschap partijen zijn die zich met het accent op één standpunt scherper en helderder kunnen profileren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThe crackpot factor: Why the GOP is worried about turning out the vote after Trump; Future GOP candidates lack Trump’s secret sauce for attracting new voters — his appeal with Crank-Americans’ van Amanda Marcotte op Salon, 18 november 2020.

Ruth Ben-Ghiat waarschuwt voor Trump en concludeert dat de VS geen democratie is. Gevestigde journalistiek negeert dat goeddeels

Al in 2016 waarschuwde hoogleraar geschiedenis John McNeill voor het fascistische gehalte van Trump. Later herhaalde hoogleraar Timothy Snyder die waarschuwing. President Trump was volgens hem opgeschoven van tovenaarsleerling naar een autoritaire leider die zich boven de wet verheven voelt en de waarheid verdraait. Trump zet anderen op dat pad van autoritarisme en het herschrijven van de geschiedenis. Door de recente inzet van ongeregelde, anonieme federale troepen in Portland (tegen de wens van de lokale autoriteiten in) en dreigementen dat in Seattle of Chicago te herhalen scoort Trump extra langs de fascistische meetlat.

Het kan het publiek niet meer ontgaan. In 3,5 jaar tijd is Trump geëvolueerd van een semi-fascist naar een volbloed fascist. In augustus 2017 schatte ik aan de hand van de kenmerken van McNeill in een commentaar Trump nog in als een driekwart-fascist. Ik merkte toen op: ‘Tegelijk blijft Trump aan de passieve kant wat het gebruik van binnenlands geweld betreft. Hij keurt het niet af, maar propageert het evenmin actief.’ Dat is veranderd sinds de inzet van ongeregelde, federale troepen met het gebruik van traangas tegen geweldloze demonstranten in Lafayette Park in Washington DC op 1 juni 2020.

De verwijzing naar het fascisme wordt gebruikt om te waarschuwen voor een tweede termijn van Trump die kwalijke gevolgen zal hebben voor de Amerikaanse democratie. Zo publiceerde journalist Jonathan Greenberg op 10 juli 2020 een artikel met de onheilspellende titel ‘Twelve signs Trump would try to run a fascist dictatorship in a second term’. Het is de hoogste tijd voor de inventarisatie van Trumps kwade bedoelingen.

Weer een andere hoogleraar geschiedenis Ruth Ben-Ghiat gebruikt voor Trumps optreden in een interview met Salon het begrip ‘fascistic’ om de hedendaagse verschijningsvorm te onderscheiden van de historische. Dat gebruikt ze om te zeggen dat wat Trump en zijn medestanders nu doen gerelateerd is aan de kenmerken van het fascisme maar er niet mee samenvalt. Want er zijn verschillen. De VS onder Trump zijn geen eenpartijstaat en er is nog steeds een vrije pers. Hedendaags fascisme manifesteert zich anders en is daarmee niet minder omvattend en schadelijk. Opvallend is het dat historici als McNeill of Ben-Ghiat die het Italiaanse fascisme hebben bestudeerd of Snyder die een expert is op het gebied van het Sovjet-autoritarisme met een waarschuwing komen. Zij zijn door hun historische expertise in staat om te zien wat het Amerikaanse publiek, journalistiek en politiek niet ziet. Namelijk dat onder Trump de VS is opgeschoven richting autoritarisme.

De journalistiek krijgt opvallend genoeg de meeste kritiek in de vraag van Chauncey Devega aan Ben-Ghiat. Interviewer en geïnterviewde verwijten de gevestigde journalistiek onvoldoende inzicht te hebben in de stand van zaken van de Amerikaanse democratie en Trumps intenties. Tegen alle feiten in blijven ze hoop uitventen en concentreren ze zich op de competitie tussen Trump en Biden, Republikeinen en Democraten. Waarbij ze geen aandacht voor en besef hebben voor de rode lijn achter de verschijnselen: het toenemende autoritaire karakter van de Amerikaanse democratie. Kunnen ze per definitie de ‘fascistic’ tendenzen niet onderscheiden?

Zelfs Nederland kent zo’n goedprater die de ernst van de situatie in de VS negeert. De aan kennisinstituut Clingendael verbonden commentator Willem Post sust met bezwerende praatjes het televisiepubliek in slaap. In een commentaar van november 2016 viel ik hem aan naar aanleiding van een in mijn ogen naïef artikel in NRC waarin hij stelde dat het wel mee zou vallen met Trump. Ik antwoordde daarop: ‘Het gaat vreselijk worden. Het zou ook de Nederlandse media sieren dat ze de berichtgeving over Trump niet normaliseren. Of sussende opinies zoals die van Willem Post die volgen uit een fikse portie wensdenken niet publiceren zonder disclaimer. Media moeten niet meegaan in de suggestie dat ‘het allemaal wel zal meevallen’ met president Trump. Het gaat naar alle waarschijnlijkheid niet meevallen, maar tegenvallen.’ Kortom, onnozelheid alom.

Foto 1: ‘Yes man: mask of Mussolini on the façade of the Fascist Part Headquarters, Rome, 1934.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRuth Ben-Ghiat on Trump and the bitter American truth: “We do not have a real democracy”’ in Salon, 23 juli 2020.

Journalistiek mist ambitie, instrumenten én mentaliteit om zinvol te reageren op een agenda die door radicaal-rechts wordt bepaald

Aldus het antwoord van CNN-journalist Wajahat Ali in een interview met Salon’s Chauncey Devega. Het hoofdonderwerp van het gesprek is witte suprematie in het tijdperk van president Trump, maar het gaat ook over de opstelling van de media. De conclusie kan omvattend zijn: de media zijn sneu, de media gedragen zich rechts in een rechtse omgeving en de journalistieke code van het ‘enerzijds-anderzijds’ ofwel de ‘both sides journalism’ is gedateerd, maar de gevestigde media hebben daar nog geen oplossing voor gevonden. Of dat laatste onwil, onkunde, lafheid, naïviteit of een combinatie van deze vier aspecten is blijft de vraag.

We zien ook in Nederland dat de ‘enerzijds-anderzijds’ journalistiek in de media een valse gelijkwaardigheid creëert die in werkelijkheid niet bestaat. Met als gevolg dat de journalistiek nog verder vervreemdt van de samenleving. Het is een kwestie van verhoudingen. Als van 100 klimaatdeskundigen er 2 zijn die concluderen dat de opwarming van de aarde niet door menselijk handelen wordt veroorzaakt, dan zetten de media één van die 2 tegenstanders tegenover éen van de 98 voorstanders en denken ze in hun gemakzucht of misleiding een evenwichtig debat te bieden. Mede om beschuldigingen van ‘linkse media’ en dreigingen van tegenstanders uit de weg te gaan. Individuele journalisten missen burgermoed en de media capituleren bij voorbaat in lafheid en vluchten bij vol bewustzijn weg in een houding van schijngelijkwaardigheid die bewust verkeerd wordt vertaald met objectiviteit. Nieuwsconsumenten concluderen in genoemd voorbeeld vervolgens dat 50% voor en 50% tegen is. De ernst valt dus wel mee en dit roept geen urgentie om te handelen op omdat de helft van de deskundigen immers tegen is. Bedankt media voor het valse beeld, jullie zijn niet links maar rechts.

Vermoedelijk beseffen goedwillende journalisten wel degelijk dat deze valse gelijkwaardigheid niet klopt en dat de media hierin een corrumperende en verderfelijke rol spelen. Maar zij of hun leidinggevenden zijn niet in staat om afstand te nemen van ingeprente waarden als ‘hoor-wederhoor’ die uit andere tijden stammen en weet de journalistiek als geheel geen raad met de situatie van een guerrilla in (sociale) media door radicaal-rechts. Een strijd waarbij deze radicalen als doel de verwerping van de democratie hebben. Een weerbare democratie kan alleen functioneren met een weerbare journalistiek die een geheugen én een geweten heeft.

Rechts-radicale politici als Wilders en Baudet spinnen garen bij de onzekerheid van de media en het gebrek aan een nieuwe, deugdelijke journalistieke code. Door het valse idee van gelijkwaardigheid zijn ze door de gevestigde media op het schild gehesen en representabel gemaakt. Hun verklaringen of persberichten worden vanuit een misplaats idee van objectiviteit geplaatst. Doorgaans zonder dat er een voldoende context of uitleg wordt gegeven van wat er aan de hand is. In een andere politiek situatie zou dat trouwens evenzeer kunnen gelden voor radicaal-links. Maar in landen als Nederland en de VS wijst op dit moment de politiek hard naar rechts en voegen de gevestigde media zich moedeloos in die situatie in het navolgen van de status quo.

Hoe kunnen de journalistiek en de individuele journalisten die werkzaam zijn in de media tot inzicht komen dat ze op dit moment niet zozeer onderscheid en informatie bieden, maar verwarring en desinformatie? Om er een conclusie uit te trekken. Traditionele nieuwsconsumenten stoppen met het volgen van het nieuws omdat ze evenwicht, gelijkwaardigheid en bezinning missen. Daarvoor in de plaats komen niet alleen hijgerigheid en continue opgewondenheid, maar ook misleiding. Dat laatste is kwalijker dan het eerste. Individuele journalisten bij gevestigde media zouden even uit de nieuwscyclus moeten kunnen stappen en als het ware terug naar de schoolbanken gaan om opnieuw te beginnen. Ze moeten beseffen dat die hijgerigheid en desinformatie niet normaal zijn en de samenleving schade berokkent. De bewustwording waartoe de goedwillende journalisten moeten komen is dat ze op dit moment meer desinformatie dan informatie bieden en dat ze in de positie zijn om dat te veranderen. Dat is een harde conclusie over een spoedeisend probleem.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘CNN’s Wajahat Ali: “We knew what would happen” under Trump, but the media just played along’ in Salon, 3 februari 2020.

Foto 2: ‘A general view of the Associated Press London bureau newsroom, showing cable transmitters in foreground, ca. 1930s. (AP Photo)

Gevestigde media behartigen belangen van economische elite en gevestigde orde. Ze leunen tegen de macht aan en zijn rechts

Er is geen beginnen aan om rechtse complotdenkers die suggereren dat de media links zijn te corrigeren. Want de media zijn rechts. Zowel in Nederland als de VS. Media hebben economische belangen en zijn onderdeel van grote concerns of bezit van miljardairs. Op uitzonderingen als The Guardian na. De media leunen tegen de macht en zijn ermee verstrengeld. Ze vertegenwoordigen het establishment en de status quo. Ze praten de zittende macht naar de mond. Op z’n best klinkt in een column, in een commentaar of op een geïsoleerde redactie een kritisch geluid. De opstelling van de hoofdredacteur, eigenaar of het bestuur is rechts. Dat bepaalt de politieke richting. Niet alleen tot de rechtse complotdenkers wil niet doordringen wat het ware karakter van de gevestigde media is omdat ze door de media wijsgemaakt worden dat de media links zijn. Een meer succesvolle misleiding om het ware karakter van de gevestigde media te verbergen bestaat niet. Media maskeren zichzelf. Maar ook linkse critici zijn gaan denken dat media als The New York Times links zijn. Hoe kan het dat ook zij het zo bij het verkeerde eind hebben? Er is geen beginnen aan om het beeld te corrigeren dat de media niet links zijn. De media zijn rechts. Zullen we dat voor eens en altijd afspreken?

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen uit het artikelFired from The New York Times over Trump’ van Carlos Cunha in Salon, 24 november 2019.

Bij tentoonstelling ‘055: Apeldoorn Art 2018’ in CODA Apeldoorn is kwaliteit geen criterium

In CODA Apeldoorn is tot en met 9 december 2018 de tentoonstelling055: Apeldoorn Art 2018’ te zien. Het is een salon van kunstenaars ‘wonend en/of werkend in Apeldoorn’. De selectie is opmerkelijk, want schifting ontbreekt: ‘Voor 055: Apeldoorn Art 2018 zijn alle in Apeldoorn wonende en/of werkende kunstenaars uitgenodigd om maximaal 2 recente werken in te zenden voor de tentoonstelling. Actueel werk (gemaakt in 2017 of 2018) is daarbij het uitgangspunt. Er is geen inhoudelijk thema van toepassing. Alle technieken, materialiteiten en onderwerpen zijn vertegenwoordig in de tentoonstelling. Met groot enthousiasme is gereageerd op de oproep: ruim 70 kunstenaars tonen hun werk tijdens 055: Apeldoorn Art 2018′.

CODA-directeur Carin Reinders verwoordt dat in een artikel in de Stentor: ‘We hebben een lijst met een kleine honderd kunstenaars en die hebben we allemaal uitgenodigd. We balloteren niet, zeggen niet dat we de een minder vinden dan de ander. Wel of geen opleiding? Kwaliteit? Portfolio? Geen criterium voor ons. Als je bij de Kamer van Koophandel of bij jezelf staat ingeschreven als beeldend kunstenaar kom je in principe in aanmerking. Met deze aanpak laten we zien wat er in deze stad op dit moment gebeurt. We hebben hier een enorme variëteit aan makers’. De inzenders komen in aanmerking voor de nieuwe Van Reekum Cultuurprijs van 10.000 euro. Dat werkte volgens Reinders als stimulans om het niveau van de inzendingen op te krikken.

In een artikel op het stadsblog Apeldoorn Direct tackelt Ben Eggermont het nadeel van een tentoonstelling zonder selectie of kwaliteitscriterium: ‘In een tentoonstelling waarin het werk van meer dan zeventig Apeldoornse kunstenaars, zonder thema en voorwaarden vooraf, te zien is, schuilt een zeker kwaliteitsrisico te eindigen met een onevenwichtige. wellicht rommelige expositie. Niets is minder waar, met zowel bekende als onbekende namen is een brede, evenwichtige, zeer bezienswaardige en verrassende expositie samengesteld. Over smaak valt niet twisten, ieder heeft zo zijn voorkeuren, van fijnschilder tot  figuratief en abstract, van het kleine tot het monumentale, een kleurrijk palet van Apeldoornse kunstbeoefening..

Het is lastig om te weten volgens welk criterium deze tentoonstelling getoetst dient te worden. Directeur Reinders maakt duidelijk waar het volgens haar om gaat, namelijk ‘laten zien wat er op dit moment op het gebied van de beeldende kunst in Apeldoorn’ gebeurt. Zij maakt duidelijk dat kwaliteit voor CODA geen criterium was bij het inrichten van de tentoonstelling ‘055: Apeldoorn Art 2018’. Dat is een eerlijk standpunt.

CODA is geen klassiek kunstmuseum, maar een cultuurhuis dat een openbare bibliotheek, archief en musea huisvest. Dat maakt de marges breder. Het roept wel de vraag op hoever een culturele instelling kan gaan in het loslaten van de kwaliteitsnorm voor inzendingen van een presentatie van lokale kunstenaars. Reinders meent dat de beeldende kunst van Apeldoorn geen recht doet aan deze stad in Nederlands top twaalf van grootste steden. Welke rol de aanpak van CODA om de kwaliteitsnorm los te laten speelt in het opwaarderen van het kunstklimaat van Apeldoorn is de vraag die blijft hangen na het verkennende bezoek aan deze stad.

Foto: Kunstwerk met en van Colinda Veeneman op de tentoonstelling ‘055: Apeldoorn Art 2018’, Instagram.

Small Art. Bedenkingen bij de tentoonstelling ‘Salon ’18 Utrecht – Amersfoort’ in Rietveldpaviljoen de Zonnehof in Amersfoort

Groot en klein in de beeldende kunst, doet dat ertoe? Dus het formaat van de werken. Anne van der Zwaag (initiator van designbeurs OBJECT) organiseert voor de derde keer de tentoonstelling ‘Big Art‘. Na edities in de oude Amsterdamse diamantbeurs en het monumentale grachtenpand De Zonnewyser op Herengracht 82 opent op 11 oktober de derde editie in de Bijlmerbajes. Met meer dan ’50 oversized works’. Kunstenaar en kunstblogger Niek Hendrix schreef in 2017 over de tweede editie op zijn blog Lost Painters: ‘het criterium van het formaat blijft knagen. Na een paar verdiepingen is iets dat normaal in een huiskamer gigantisch moet zijn, tamelijk lullig. Voordeel is dan dat de werken op hun eigen merits bekeken kunnen worden als die sensatie van het formaat is weggevallen. Nadeel is dus dat er dan soms weinig van het werk overblijft.

Soms moeten kunstwerken de concurrentie aangaan met een imponerend gebouw – vaak tijdelijk leegstaand industrieel erfgoed dat de organisatie voor een prikje mag gebruiken – waarin ze gepresenteerd worden en pakt dat gebrek aan een neutrale plek slecht uit voor de kunst die meer bescherming nodig heeft. Anderzijds kan kunst die de concurrentie aankan voor een prachtige wisselwerking met de ruimte zorgen. Een kwestie van hoog reiken of diep vallen. Dat maakt het spannend en doorbreekt het verwachtingspatroon van een groep schilderijen dat waterpas hangt of spreekwoordelijke lege conceptuele kunst die de spreekwoordelijke witte kubus vult. Of niet dus. Uitdaging voor curatoren is om de fysieke aanwezigheid van het formaat te gebruiken door er wel en niet aan voorbij te gaan, maar het formaat niet te zichtbaar een format te laten zijn dat alles bepaalt. Dan verkeert het in een kunstgreep en wordt het een maniertje die de verrassing inperkt.

In Amersfoort opent op 12 oktober in het Rietveldpaviljoen de Zonnehof een ‘Salon ’18 / Amersfoort – Utrecht’. Het is een initiatief van de Amersfoortse kunstinstellingen Museum Flehite en kunsthal KAdE. Opzet is om deze Salon van Utrechtse hedendaagse kunst om de drie jaar te houden. Dit initiatief valt te zien als een voortzetting van de Salon van Utrechtse kunstenaars en vormgevers die door het Centraal Museum en partners werd georganiseerd onder het directoraat van Sjarel Ex. Ook in leegstaande, ruwe omgevingen zoals het leegstaande stadhuis of Hal 5 van de Utrechtse Jaarbeurs. De laatste vierde editie in de Jaarbeurs (2003) omvatte ‘een ruimte van 7.000 m² waarin circa 300 werken geëxposeerd werden van 63 geselecteerde Utrechtse kunstenaars’. In lijn met de Salon van het Centraal Museum is de tweejaarlijkse kunstroute ‘Utrecht Down Under’ die edities had in de leegstaande gevangenis aan het Wolvenplein (2015) en werfkelders aan de Oudegracht (2013-17) en wordt georganiseerd door het Utrechtse Genootschap Kunstliefde.

Een Utrechtse Salon van Hedendaagse Kunst is dus niet echt een gat in de markt, maar een moderne traditie. Hoewel het opvallend is dat het Centraal Museum het initiatief sinds 2003 heeft losgelaten en het blijkbaar niet meer als hoofdtaak ziet om aan de bevolking periodiek de stand van zaken van de Utrechtse hedendaagse kunst en vormgeving te tonen en de Utrechtse kunstenaars aan zich te binden. Mee kan spelen dat het Centraal Museum door haar maat van te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken worstelt met de vraag wat voor museum het is en of haar focus lokaal, provinciaal, nationaal of internationaal moet zijn, of een combinatie daarvan. In Amersfoort is die focus duidelijk: provinciaal. Maar Amersfoort dat het Armando Museum de stad uitjoeg heeft wellicht wel de ambitie die het Centraal Museum mist, maar niet de middelen om zo’n groepstentoonstelling te organiseren. De een kan wel en wil niet, de ander kan niet, maar wil wel.

Dat wreekt zich in de voorwaarden voor deze Salon in Amersfoort. Een email van de organisatie van 1 augustus 2018 zegt onder meer het volgende: ‘De groep deelnemers is groot (50) en de ruimte in de Zonnehof is beperkt. Daarom is er per deelnemer maar 2 x 2 meter wand- of vloeroppervlak beschikbaar. Die ruimte kunnen jullie benutten voor één of meer werken, afhankelijk van de grootte.’ Dat is een opvallende beperking die op voorhand veel kunstwerken uitsluit. En dus kunstenaars. Maar het is vooral een manier van redeneren die niet uitlegt, maar vragen oproept over de keuze van de organisatie voor zoveel kunstenaars op deze gekozen plek. Is het toeval dat beeldhouwer Ruud Kuijer die bekend is om zijn grote beelden langs het Amsterdam-Rijnkanaal niet is uitgenodigd? En wat te denken van de soms immens groot werkende tekenaar Robbie Cornelissen, de doormeanderende Tanja Smeets of de niet te stoppen originele Couzijn van Leeuwen?

Met de beperking van het formaat draait de organisatie het om. Niet de kunst en de kunstenaars staan centraal, maar de beperking en doelstelling van de organisatie. Dit lijkt te gaan om een beschikbaar gebouw, onvoldoende middelen en profilering van de Zonnehof om politieke redenen. Maar zelfs dat is de halve waarheid, want waarom 50 kunstenaars in de Zonnehof tentoongesteld, en niet 5 of 10? Moet de afgestofte traditie van de Salon de publiciteit een kontje geven en museaal Amersfoort op de kaart zetten? Daarbij is de Zonnehof door de architectuur minder geschikt voor de presentatie van niet-ruimtelijk werk. Het wordt een bazar van kunst waarbij het formaat van de werken een te opzichtige beperking is. Kunstenaars zijn financieel en procedureel vaak sluitpost van tentoonstellingen en schikken zich tandenknarsend in hun lot. Maar zo ongegeneerd en grof de organisatie van deze ‘Salon ’18 / Amersfoort – Utrecht’ voorbijgaat aan het belang van kunstenaars om hun werk goed te kunnen presenteren en positioneren wordt nog zelden vertoond.

Foto: Werk van Carel Blotkamp op ‘De Salon van Utrechtse kunstenaars en vormgevers, Stadhuis (org. Centraal Museum)/
Utrecht Salon of artists and designers, City Hall (organized by the Centraal Museum), Utrecht’, 1998.

Amerikaanse sancties tegen Kremlin. EU weet zich geen houding

De Russische onderminister van Buitenlandse Zaken Sergei Ryabkov roept de Amerikanen op om terug te komen op de aanscherping van de sancties. Het is overigens nog maar de vraag hoe dit in de praktijk uit zal pakken. Want ook het aannemen van een wetsvoorstel in Huis en Senaat en de verklaring van president Trump dat hij het zal tekenen en niet zal vetoën is er geen garantie voor dat de sancties ook toegepast worden.

De acties en reacties van Russen en Amerikanen moeten begrepen worden als een asynchroon antwoord op een asynchrone oorlogsdaad. Auteur Richard Lourie omschrijft het in een gesprek met Salon: ‘I’m very interested in the natural gas thing, I think it’s really the way to hit the Russians hard: To say, ‘If you’re going to fool around in our electoral process as you have, we’re going to make a concerted effort to make Europe quickly independent of your gas and give a major blow to your economy, so cool it.’ Uit de reacties uit Brussel lijkt het er sterk op dat EU-leiders en Duitse politici nog niet begrijpen hoe diep het de Amerikanen zit dat het Kremlin zich actief in de campagne voor hun presidentsverkiezingen mengde. Door Europa onafhankelijk te maken van Russisch gas wordt het Kremlin gestraft. Bizar is dat de Europeanen dat nog niet doorhebben.

De EU neemt het overigens niet op voor Europese, maar voor Duitse bedrijven. Over Nord Stream II is binnen de EU nooit een open debat gevoerd. Dat werd onderdrukt door Brussel na druk van Berlijn. Dat komt nu als een boomerang terug. Uiteraard ruiken de Amerikanen hun geopolitieke en commerciële kansen. Daar handelen ze naar. Maar er is bovenal de wrok tegen het Kremlin en het wegkijken van president Trump van wie duidelijk is dat hij in de zak van Putin zit en geen actie onderneemt tegen de Russen. Als de EU en vooral Duitsland de afgelopen jaren minder eigengereid hadden geopereerd, dan hadden ze nu op een lijn met het Amerikaanse congres kunnen zitten. Onbegrijpelijk is ook waarom South Stream om politieke redenen moest worden afgeblazen en Nord Stream II als een louter economisch project werd voorgesteld door de Duitse CDU en SPD. Dat wringt, dat stinkt en dat betaalt zich nu terug door de Amerikaanse voorstellen. De opstelling van het Amerikaanse congres is begrijpelijk. De EU heeft eenzijdig en kortzichtig gehandeld. Daarom kunnen de Amerikanen nu hun kansen grijpen, onder meer via export naar Europa van LNG. De EU begrijpt er niks van.

Robert Reich: Er zijn ten minste vier redenen om Trump af te zetten

Oud-minister Robert Reich zet de argumenten voor de impeachment van Donald Trump op een rijtje. Hij kiest een andere invalshoek dan de meeste critici van Trump. De samenzwering met het Kremlin -die nu door twee parlementaire commissies en de FBI wordt onderzocht- zet hij niet voorop, maar voegt hij als kers op de taart toe aan andere volgens hem al wel bewezen overtredingen. Robert Reich de Democratische politicus komt om de hoek kijken als hij impeachment verbindt met de midterm elections van 2018. Als de Democratische partij geen meerderheid in het congres behaalt, dan kan het de afzetting van Trump wel vergeten. Zo beweert hij. Want het is de politieke wil van de meerderheid om Trump af te zetten. De bewijzen ervoor zijn al geleverd.

Zie ook Reichs commentaar in Salon.