Onder- en bovenwereld ontmoeten elkaar in kunst: Chanel steunt The Underground Museum

Het Chanel Culture Fund gaat partnerschappen aan met vijf musea. Dat zijn Los Angeles’ The Underground MuseumCentre Pompidou in Parijs, London’s National Portrait GalleryGES-2 in Moskou en de Power Station of Art in Shanghai.

Er worden mooie woorden aan gewijd door Chanel en door de musea die financiële steun ontvangen van dit Franse bedrijf dat kleding en accessoires maakt. Chanel produceert zowel haute couture als prêt-à-porter, alsook cosmetica, parfum, sieraden en horloges. Een voorbeeld van dat laatste zijn de volgende horloges uit de Mademoiselle Privé collectie: 

Horloges uit de collectie Mademoiselle Privé van Chanel.

Het is moeilijk om niet cynisch te zijn over een bedrijf voor luxeproducten dat met geld strooit om via culture instellingen positieve publiciteit te genereren. Het is onderdeel van een marketingcampagne die bedoeld is om zowel de naamsbekendheid van Chanel te vergroten als de maatschappelijkheid ervan in de markt te zetten. Niet dat vele consumenten dat laatste zullen geloven, zoals ook niemand gelooft dat Albert Heijn of Shell serieus aan duurzaamheid doen die verder gaat dan marketing, maar het geeft de klanten die dit tegen beter weten in willen geloven een handvat om het te geloven en met een goed gevoel klant van zo’n bedrijf te zijn.

Zo zit de wereld in elkaar. Met geld kan aanzien worden gekocht. Hoe onoprecht de opzet ervan ook is. Daar hoeven we niet van op te kijken.

Iets anders is hoe oprecht de ontvangende partij is. Het weet dat het geld krijgt ter waarde van enkele dure Chanel-horloges en moet daarvoor als tegenprestatie Chanel loven als een maatschappelijk en (let op buzzword: innovatief) bedrijf dat de kunsten steunt. Dan kan Chanel weer een artikel in Vogue plaatsen dat als kop heeft dat ‘Hoe Chanel de musea van morgen helpt smeden’. Inclusief notabene de National Portrait Gallery die al sinds 1856 bestaat. Hoe komt in hemelsnaam zo’n kop tot stand?

Culturele instellingen leggen de lat doorgaans niet zo hoog in het ontvangen van geld van sponsors. Waar ze immers altijd om verlegen zitten. Ze sluiten wapenfabrikanten, pornoboeren en vervuilende bedrijven uit. Maar dat is het wel. In Nederland aanvaarden musea zonder enige schroom of zonder het aan derden uit te kunnen leggen het moreel verwerpelijke, besmette geld van het cultuurfonds Ammodo dat is gevormd door de diefstal van de pensioenpremies van havenarbeiders in Rotterdam en Amsterdam.

Op die basis van uitwisseling van geld voor positieve publiciteit ontstaat de verbinding tussen Chanel en een lokaal museum in Los Angeles dat zich het Underground Museum noemt. De boven- en onderwereld ontmoeten elkaar in de kunst. Ze hopen daar allebei van te profiteren. Op een cynische manier klopt wat Keven Davis het Underground Museum als bron van inspiratie meegeeft: ‘Accepteer nooit middelmatigheid’. Daarom accepteert het Underground Museum geld van Chanel uit de verkoop van luxeproducten. Want die kun je niet middelmatig noemen.

Schermafbeelding van deel van ‘Our Story‘ van The Underground Museum in Los Angeles,

Kuzu: bekostiging PowNed heroverwegen. Deze omroep bespot zichzelf met deleted scenes als bestaansreden

De van de PvdA afgescheiden politieke beweging DENK dat met de Turkse Nederlanders Tunahun Kuzi en Selcuk Ozturk in de Tweede Kamer vertegenwoordigd is wil de bekostiging van Omroep PowNed in het publieke omroepbestel heroverwegen. Aanleiding is het itemLibelle organiseert eigen Bijlmer safari’ dat volgens DENK mensen beschadigt. Kuzu zegt op DEMET TV: ‘In het PowNed-filmpje worden mensen benaderd als dieren. Ze worden neergezet als criminelen en gedegradeerd tot tweederangsburgers. En dan wordt dit ook nog gedaan door de publieke omroep. Mensen worden dus gewoon geschoffeerd en gestigmatiseerd op kosten van de Nederlandse belastingbetaler. Van uw en mijn geld! Dit kan niet!’ Maar het is de vraag of het wel of niet kan. Het is niet makkelijk om omroepen om inhoudelijke redenen uit het publieke bestel te gooien.

Bovenstaand filmpje blinkt uit in gemiste kansen en het hanteren van verkeerde argumenten. Zowel de politiek als de journalistiek onwaardig. Rutger Castricum van PowNed legt een verband met Turkije waarmee dit item niets te maken heeft. Het gaat om de Bijlmer, de vermeende stigmatisering van de bewoners en de rol van PowNed in de registratie daarvan. Castricum geeft de opstelling van DENK verkeerd weer door te suggereren dat het PowNed wil verbieden, ‘zoals dat in Turkije gebeurt’. Maar DENK wil PowNed helemaal niet verbieden, maar hoogstens uit het publieke bestel gooien. Zodat de subsidiëring van PowNed door de overheid stopt. Dat is wat anders. Het is begrijpelijk dat PowNed liever niet in de eigen portemonnee getroffen wordt, maar het is veelzeggend om dat te maskeren met een afleiding. Kuzu vergeet Castricum op deze onnauwkeurigheid te wijzen. Een en ander maakt de satire van PowNed niet scherp, maar gemakzuchtig en rommelig.