Belangenverstrengeling bij Toneelschrijfprijs 2015. Hoe is het toezicht op de Taalunie geregeld?

tu

De Vlaams-Nederlandse Taalunie heeft zichzelf beschadigd door de kwestie Freek Mariën met zijn zuster Ruth Mariën in de jury voor de toekenning van de Taalunie Toneelschrijfprijs 2015 van 10.000 euro. Wijbrand Schaap heeft er voor het Cultureel Persbureau aandacht aan besteed in een kritisch artikel

Uitleg van ‘secretaris’ Steven Peters dat bij de besluitvorming in de jury Ruth Mariën terugtrad schiet tekort omdat dit de rol van de Raad van Toezicht (RvT) ongenoemd laat die volgens principe 8 van de Governance Code Cultuur bij belangenverstrengeling essentieel is: ‘Besluiten over het aangaan van transacties of relaties waarbij tegenstrijdige belangen kunnen spelen behoeven vooraf goedkeuring van de raad van toezicht.’

De RvT had bij de toekenning van de prijs vooraf goedkeuring moeten geven. Dat dat blijkbaar niet gebeurde is er een aanwijzing voor  dat bij de Taalunie de Governance Code niet correct of niet volledig wordt toegepast en mogelijk dat de RvT die toezicht moet houden niet functioneert. In het organisatieschema van de Taalunie is geen RvT terug te vinden, wel een Comité van Ministers met van Nederlandse kant minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker. En er is een Interparlementaire Commissie die als taak heeft de controle van het beleid. Hierin zitten de volgende Nederlandse parlementariërs: Martin Bosma (PVV), Harm Beertema (PVV), Pieter Duisenbert (VVD), Roald van der Linde (VVD), Paul van Meenen (D66), Loes Ypma (PvdA) en de Eerste Kamerleden Helmi Huijbregts-Schiedon (VVD), Pia Lokin-Sassen (CDA) en Janny Vlietstra (PvdA). Een voorlopige conclusie kan zijn dat bij de Taalunie het toezicht niet bestaand is of op te grote afstand staat.

Het functioneren van de Taalunie vraagt om kamervragen aan minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker. Hoewel het gezien hun eigen rol overweging verdient om de vragen aan premier Mark Rutte (Algemene Zaken) te stellen. Van belang is om te weten hoe de omstandigheden waren waaronder de prijs werd toegekend met een zuster in de jury en een broer die werd beloond. Essentieel is om te weten hoe het toezicht op het functioneren van de Taalunie is geregeld. Omdat niet op voorhand vaststaat of de leden van de Interparlementaire Commissie betrokken waren is het raadzaam dat parlementariërs van andere partijen de kamervragen stellen vanwege mogelijke belangenverstrengeling vanuit de Interparlementaire Commissie.

Foto: Omslag Jaarverslag 2014 van de Taalunie.

Open brief aan Aboutaleb: het doorzicht van Olphaert den Otter

imageproxy.aspx

Beeldend kunstenaar, activist en Rotterdammer Olphaert den Otter schreef op verzoek van het tijdschrift Metropolis M een brief aan burgemeester Aboutaleb van Rotterdam. Op mijn vraag waarom hij de brief nou precies aan de burgemeester stuurde antwoordde Den Otter op zijn Facebook-pagina waar hij de brief doorplaatste: ‘In zekere zin is de brief symbolisch. De brief is een bericht. Strijden deed ik – deden we – met werkelijke politieke krachten. Overigens is dat een strijd die ook deels symbolisch is, omdat de politieke werkelijkheid nogal verschilt van de werkelijkheid die jij en ik en Jan en Alleman hem kennen. Maar nu, in een soort flash back, wilde ik me richten tot de burgervader van deze stad. Hij krijgt hem ook nog in de bus. Ik had hem ook aan de koning kunnen schrijven. Was ook mooi geweest.

Los van zijn inhoudelijke betrokkenheid en deskundigheid verdient Olphaert den Otter steun omdat hij pleit voor het weer aan de macht brengen van de verbeelding. Als een echo van provo opent hij vergezichten die door het openbaar bestuur gesloten zijn. Den Otter stapt uit het frame van de politiek die door de politiek zelf doorgaans teruggebracht wordt tot partijpolitiek. Wat we nu zo grotesk zien bij het WM in de benoemingen van zowel de kern van de RvT als de interim directeur: partijpolitieke benoemingen die ver van de burger afstaan. Dit adres van Olphaert den Otter is een meesterzet omdat het de weg naar de burger opent.

Geachte heer Aboutaleb,

Hoe u de afgelopen tijd de gebeurtenissen rond het Wereldmuseum Rotterdam hebt beleefd weet ik niet. Misschien zag u rimpels in de vijver, meer niet. Of gedoe rond het college van b & w, wat u vermoedelijk betreurt. Ik hoop echter dat u zag dat hier iets heeft plaatsgevonden dat een diepliggende oorzaak heeft. Als deze niet onderkend wordt kan zich hetzelfde drama opnieuw voltrekken. Mag ik met u de gebeurtenissen langslopen en steeds verder afdalen, op zoek naar die oorzaak?

Oppervlakkig gezien heeft de directeur van het Wereldmuseum zich slecht van zijn taak gekweten. Het museum is niet op orde, de collectie in gevaar, bezoekersaantallen dalen, de eigen inkomsten eveneens. En dat ondanks de plannen van de directeur om in 2016 onafhankelijk te zijn van gemeentelijke subsidies. Dat is natuurlijk allemaal niet best, dus is de directeur teruggetreden uit al zijn functies.
Eén laag dieper zien we falende controle door een Raad van Toezicht, die het laatste jaar ook nog eens defungerend was, door verlopen termijnen van alle leden.
Nog een laag dieper zien we het Gemeentebestuur en de Gemeenteraad die van alle opzichtige gebreken bij het museum onkundig zijn. Bovendien is daar de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) die uw college adviseert. Tot zeer kort voor de val van de directeur was deze raad laaiend enthousiast over hem.

Om dit allemaal te begrijpen moeten we nog een trede afdalen. Het is namelijk merkwaardig dat de chaos in het museum aan het licht moest worden gebracht door de media (de Groene Amsterdammer verdient veel lof) en door de Publieksactie Wereldmuseum, die bestaat uit betrokken burgers – in deze kwestie amateurs (dat betekent: liefhebbers). Zij hebben de verantwoordelijken slechts met de grootste moeite van de werkelijke stand van zaken kunnen overtuigen. Hoe is dat mogelijk?
Men zag het niet. Omdat men het niet wilde zien. Men zag liever een geslaagde ‘cultureel ondernemer’ die een museum runt op een nieuwe manier. Rotterdam zou zo laten zien dat het kon: cultuur aanbieden op het allerhoogste niveau en nog gratis ook, want het zou zich allemaal zelf gaan bedruipen. Het bleek toch gewoon een fabeltje.

Nu gaan we de laatste trede af. Dit alles heeft kunnen gebeuren doordat:
1 – het idee heeft postgevat dat cultuur een ‘product’ is als ieder ander
2 – Rotterdam geen idee heeft wat voor stad ze wil zijn.
Cultuur lijkt wel een beetje op natuur. Beiden lijken volkomen vanzelfsprekend aanwezig, maar spring je er onzorgvuldig mee om dan zijn ze zomaar in gevaar en komt het niet vanzelf weer goed. Cultuur is geen handelswaar. Het is ook niet zo dat het wel zonder kan, als er geen vraag naar is. Cultuur heeft geen nut. Cultuur heeft zin. Daarom behoeft cultuur aandacht, liefde en bescherming.
Terug naar Rotterdam. De aantrekkingskracht van een stad wordt vrijwel altijd bepaald door een goed cultureel klimaat. Zo’n stad is rijk. Ik bedoel nu rijk in aanbod, maar mocht u het anders gelezen hebben, dan mag dat ook. Want beide betekenissen gaan in de regel samen.

U snapt waar ik heen wil: zo’n stad is Rotterdam nu niet. Rotterdam kreeg van de geschiedenis weinig cultuur cadeau. En dan zou juist in deze stad de cultuur uit zichzelf gaan bloeien. Wat een misvatting! Wie niet zaait oogst niet.

Het is nu zaak een vergezicht te schetsen van de stad die Rotterdam wil zijn, als ze niet wil wegglijden in volstrekte onbeduidendheid. Daarvoor is een regelrechte cultuuromslag nodig. Goed woord eigenlijk, in dit verband.
Het is niet meer dan logisch dat het Wereldmuseum weer een prominente rol gaat spelen in de stad met een ‘wereldhaven’; een stad die zich er bovendien op laat voorstaan 200 nationaliteiten veilig en welvarend te huisvesten en werk aan te bieden. Omring u met de beste adviseurs die u kunt vinden. Zoek geen praktische oplossing voor het Wereldmuseum, maar een inhoudelijke. Zit de culturele potentie van het museum niet langer in de weg met bestuurlijke desinteresse en laissez-faire. Blaas in het vuur! Omarm initiatieven. Geef ruimte. Ik heb nog niet één keer gezegd: geef geld. Een gezond cultureel klimaat is voor iedere stad van vitaal belang. Investeren daarin is vanzelfsprekend. Maar vanzelfsprekende zaken moet je willen zien.
De situatie rond het Wereldmuseum biedt Rotterdam de kans om te bouwen aan een spraakmakend etnografisch museum, dat alle burgers van deze internationale stad bedient en andere bezoekers trekt. Niet met een horeca-lijmstok, maar met haar eigen topcollectie en een inhoudelijk overtuigend plan. Etnografische musea voeren een levendig debat over de omgang met hun koloniale collecties. Dit is het moment waarop Rotterdam die arena moet betreden. Eerst als luisteraar – want we hebben onze tijd zitten verdoen en niet opgelet. Maar als we vlotte leerlingen zijn (lees: aantrekken) kunnen we in het prachtige gebouw aan de Willemskade – waar het museum op 1 mei 2015 al 130 jaar haar huis heeft – spoedig meepraten.
Het is weer eens mouwen opstropen in Rotterdam. Heerlijk!

Met vriendelijke groet,

Olphaert den Otter
Beeldend kunstenaar en initiatiefnemer Publieksactie Wereldmuseum Rotterdam

Foto: Neksteun uit de Democratische Republiek Congo, Hemba. eind 19de eeuw. Collectie: Wereldmuseum, inventarisnummer 29821.

RvT Wereldmuseum laat directeur nog zitten. Is dat verstandig?

ruud

Afgelopen dagen werd in de media en de Rotterdamse gemeenteraad druk gespeculeerd over het vertrek van directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum. In de openbaarheid hintte cultuurwethouder Adriaan Visser (D66) op zijn spoedige vertrek. In een rapport is Gitta Luiten ronduit negatief over het beleid van het Wereldmuseum. Ze lichtte dat gisteren onder beantwoording van vragen in de raadscommissie ZOCS toe. Luiten constateert dat het museum door toedoen van de directie in een neergaande spiraal is terechtgekomen.

Bremers beleid pakte over de hele linie verkeerd uit. Tel maar na: teruglopende bezoekcijfers, teruglopende educatie, ontslagen wetenschappelijke staf, belangenverstrengeling op vele niveau’s (kunsthandel, familie in dienst), onlogische focus op de deelcollectie Azië en slecht onderbouwde ontzamelplannen, onzorgvuldig fysiek beheer en registratie van de collectie met beschadigingen tot gevolg, maatschappelijke isolatie vanwege bewust verbroken netwerk (volkenkundige musea, museumvereniging, Rotterdamse musea), tegenvallende sponsorinkomsten, oplopende financiële tekorten en publicitaire (reputatie)schade vanwege alle incidenten.

Vanwege onzorgvuldig handelen van een vorige Raad van Toezicht (RvT) was de termijn verlopen zodat er geen bevoegde raad meer was en moest via de rechter een nieuwe raad benoemd worden die pas deze week in functie kon treden. De verwachting was dat deze al drie maanden geleden door Visser aangezochte Raad zich goed voorbereid zou hebben en krachtdadig van start zou gaan. Niets is minder waar. Raadsvoorzitter Harry Kramer zegt vandaag in het AD: ‘We brengen nu eerst onze raad van toezicht op sterkte en zullen na de zomer rapporteren aan het college’. Dit staat in schril contrast tot de verwachtingen die Visser gewekt heeft om Bremer snel de laan uit te sturen en het Wereldmuseum een nieuwe start te laten maken. Zo ontstaat een nieuw politiek feit: er zit licht tussen de woorden van wethouder Visser en de pas aangetreden RvT.

Juridisch zou directeur Bremer sterk staan omdat de vorige RvT hem jaarlijks een goede beoordeling -of zelfs een gratificatie- gaf. Maar er valt heel wat af te dingen op het opereren van de vorige RvT onder voorzitter Rein Breeman. Zo constateert Luiten op p.45 dat de directie in 2013 en 2014 de RvT wees op de aflopende termijn: ‘De directie heeft de Raad herhaaldelijk gewezen op de aflopende termijnen en aangedrongen op het spoedig benoemen van opvolgers, zoals blijkt uit notulen en correspondentie.’ Maar de RvT benoemde geen opvolgers. De vraag is daarom gerechtvaardigd of deze opstelling van de nieuwe RvT juist, verstandig en niet te voorzichtig is. Denkt het door een ambtelijke houding een wegkwijnend Wereldmuseum optimaal te dienen?

Foto: Tweet van Ruud van der Velden, 16 april 2015.

Rob van Koningsbruggen heeft ook gelijk over Stedelijk Museum

fea62e2f047ce140697316375424bdbb2175241bfbcaa46b7dc23e3604bffe69-1

 

Update 16 maart 2015: In kort geding (uitspraak hier) heeft de voorzieningenrechter bepaald dat het Stedelijk Museum terecht eiser Rob van Koningsbruggen de toegang heeft ontzegd. Hij wilde toegang tot het museum via de rechter afdwingen. ‘Uit de veroordeling van Van Koningsbruggen in 2007 komt immers naar voren dat hij gezien zijn persoonlijkheid impulsief kan handelen en in staat is aanzienlijke vernielingen aan te richten.’

‘Ik heb hun bestuursleden uitgemaakt voor ‘kneuzen’ en ‘mislukte gevallen’. En ik heb gevraagd of er soms iemand van hun een verhouding heeft met oud-minister Guusje ter Horst, toen ze haar onlangs benoemden tot lid van hun raad van toezicht.’ Aldus Rob van Koningsbruggen in De Telegraaf over het Stedelijk Museum. Hij kwam de afgelopen dagen in de publiciteit als de ‘kunstschilder’ die een toegangsverbod tot het Stedelijk juridisch zou gaan aanvechten omdat hij had gedreigd over een werk van Marlene Dumas en Luc Tuymans aan te plassen. Hij zette de zaak maandag in werking. Zowel zijn advocaat Erik Borghuis als galeriehouder Willem Baars verklaren dat het ’satirisch’ bedoeld was en dat het Stedelijk ‘de dreiging’ te ernstig heeft opgevat.

Ironie laat zich lastig begrijpen en onmogelijk verklaren. Wat het museum als serieuze dreiging kan hebben opgevat, kan Van Koningsbruggen als grap bedoeld hebben die bij het Stedelijk niet zo is opgevat. Mede vanwege buitenlandse artistieke directeuren van afgelopen jaren die het Nederlandse kunstklimaat niet in de vingers hebben. Kunstenaar en museum hebben vanuit hun eigen rol gelijk, maar komen niet tot elkaar. De onvrede van Van Koningsbruggen lijkt vooral te worden gevoed door de richting die het museum ingeslagen is. Van een plek van en voor kunstenaars dat het onder Willem Sandberg, Edy de Wilde of Wim Beeren was is het geworden tot een hangplek voor nieuwe rijken die kunst omarmen vanwege de status. In die redenering hebben miljonairs in de Raad van Toezicht en oud-politici als Guusje ter Horst het Stedelijk gekaapt.

Het is dezelfde kritiek op de vermenging van kunst en zakenwereld, de belangenconflicten en het gebrek aan openheid die Christiaan Braun in zijn paginagrote advertenties in landelijke dagbladen sinds september 2014 aan de orde stelt. Zie hier voor een overzicht. Ligt de waarheid van het Stedelijk Museum in het midden waar liefde voor de kunst en de kunstenaars weer aan belang wint boven marketing, een algemene directeur die boven een artistieke directeur is aangesteld en patsers uit zaken- en bankenwereld die nu het beleid bepalen? Uiteraard wordt het nooit meer zoals in 1963 of 1985, maar een compromis moet mogelijk zijn. Braun en Van Koningsbruggen zijn querulanten, maar ze hebben minder ongelijk dan het op het eerste gezicht lijkt.

In het Stedelijk zijn op de golven van de jaren ’90 weeffouten gemaakt die in geen enkel ander Nederlands museum zo diep zijn doorgedrongen. Van Koningsbruggen en Braun zouden eens met de directie een kopje thee moeten drinken om de lucht te klaren. Het Stedelijk verdient goede kritiek die ernstig genomen wordt.

Foto: Rupert van der Linden, ‘De kunstschilder Rob van Koningsbruggen, taart etend in het restaurant van het Stedelijk Museum, 1983. Collectie Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Braun valt Stedelijk opnieuw aan. Deze keer op transparantie

over

De derde advertentie in een reeks, na ‘Tegen belangenconflicten in het Stedelijk Museum’ en ‘Vuistregels voor Musea (voor dagelijks gebruik)’ die in onder meer NRC en Volkskrant verschenen in september 2014. Opnieuw bekritiseert Christiaan Braun in een paginagrote advertentie in NRC het Stedelijk Museum, en dan vooral de Raad van Toezicht. Kunst en handel zouden door elkaar lopen. Braun heeft een getroebleerde relatie met het Stedelijk. De Raad bestaat uit: Alexander Ribbink (voorzitter), Cees de Bruin, Rob Defares, Guusje ter Horst, Prins Constantijn van Oranje, Willem de Rooij, Madeleine de Cock Buning en sinds 19 november Rita Kersting.

Wie hier zelfs maar vluchtig de reeks over Museum Gouda, het Armando Museum of het Wereldmuseum -of Sjors van Beek in De Groene over het Wereldmuseum- leest weet dat vooral waar het de kwaliteit van het toezicht betreft er nog heel wat verbeterd kan worden in de Nederlandse museumsector. Dat aan de orde stellen is Brauns verdienste. Maar een debat wil het niet worden. Dat past welbeschouwd bij transparantie.

Foto: Schermafbeelding uit de NRC van 11 december 2014, pagina 9 (betaalmuur).

Commissievergadering Rotterdam kritisch op Wereldmuseum

imageproxy.aspx

Vanmiddag was er in het Rotterdamse stadhuis een openbare vergadering van de Commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport. Er werd ruim drie uur over het Wereldmuseum gesproken zonder dat oppositiepartijen PvdD, PvdA, SP en GroenLinks tevreden leken te zijn gesteld. Het was online te volgen. De sfeer was collegeaal. Jos Verveen (D66) en Danielle Knieriem (CDA) probeerden vergeefs de vaart uit het debat te halen. Onnodig omdat wethouder Adriaan Visser vaardig genoeg handelde. Duidelijk was wel dat-ie bepaalde vragen bleef ontwijken. Namens de Publieksactie Wereldmuseum zette inspreker Olphaert den Otter de knelpunten op een rijtje.

Wethouder Visser (D66) lag onder druk omdat als een duiveltje uit een doosje was gebleken dat er geen Raad van Toezicht (RvT) bij het Wereldmuseum meer was. Met een brief van 18 november van B&W was de raad daarover geïnformeerd. Dit gaf het debat een opzetje en voedde het ongenoegen bij de oppositie dat door Visser niet meer weggenomen kon worden. Maar ook invaller Michel van Elck (Leefbaar) stelde zich kritisch op. Ruud van der Velden (PvdD) leidde kritisch de schermutselingen in die Co Engberts (PvdA) van vervolgvragen voorzag. Sun van Dijk (SP) liep met detailvragen vooruit op het feitenrelaas dat Visser de raad toezegde.

Conclusie van het debat van zowel de meeste commissieleden als de wethouder was dat de RvT onzorgvuldig en niet volgens de statuten heeft gehandeld. De vraag waarom dat is gebeurd en waarom de RvT het precies heeft laten liggen -en of directeur Bremer hierin een rol heeft gespeeld- werd niet gesteld. Voorzitter RvT Rein Breeman was in december 2013 aan het eind van zijn tweede termijn gekomen en heeft nagelaten opvolging te regelen. Of tijdig de gemeente hierin te betrekken. Zijn nonchalance is groot en roept vragen op over het RvT-model. Zelfs 11 maanden na zijn aftreden staat op zijn LinkedIn-pagina: ‘Voorzitter Wereldmuseum’.

Visser legde uit dat volgens de statuten van de RvT besluiten kunnen genomen worden als nog twee leden in functie zijn. Die situatie bestond tot maart 2014. In augustus 2014 trad het laatste lid periodiek af zonder voor een tweede termijn te gaan. Uit onderzoek bleek er nog een in Afrika verblijvend vierde lid te zijn dat in 2012 was aangetreden -en van commissievoorzitter Judith Bokhove niet bij naam genoemd mocht worden door Visser- maar tussentijds was afgetreden. Visser verraste de vergadering met dit feit en maakte de verwarring er niet kleiner op. De wethouder zei de vergadering toe uit te laten zoeken welke besluiten van de RvT onrechtmatig zijn genomen. Mogelijk is het jaarverslag 2013 van het Wereldmuseum niet rechtsgeldig, wat onder meer bij VVD’er Maarten van de Donk vragen opriep over de goedkeuring door accountant Borrie.

Wat beklijft is chaos bij het Wereldmuseum. De RvT handelt niet volgens de eigen statuten en geeft geen sturing aan of controle op de bedrijfsvoering. Dit disfunctioneren valt niet los te zien van het handelen van de directie van het Wereldmuseum die steeds weer de grenzen van het onmogelijke opzoekt. En formeel niet afgeremd kan worden. Visser stelde de commissieleden gerust dat-ie formeel de ontzamelplannen opgeschort heeft. Maar wat er informeel gebeurt is de vraag. Commissieleden en wethouder spraken hun zorgen uit over de negatieve uitstraling die het handelen van de directie van het Wereldmuseum voor Rotterdam oplevert.

Foto: Buangokrachtbeeld. Sankuru, 19de eeuw. Collectie Wereldmuseum, Rotterdam. Inventarisnummer 18944.

Wereldmuseum: heeft Rotterdamse politiek de wil om in te grijpen?

we

Cultuurwethouder Adriaan Visser (D66) beantwoordde op 23 september vragen over het Wereldmuseum aan de Publieksactie Wereldmuseum en woordvoerder Olphaert den Otter. De teneur is dat omdat de gemeente Rotterdam sinds de privatisering van het Wereldmuseum in 2006 op afstand staat, het niet kan ingrijpen in zaken waarover het niks te zeggen heeft. Wel in de collectie die eigendom is van de gemeente, maar niet in de bedrijfsvoering of het beleid. Enerzijds hoeft de Raad van Toezicht (RvT) geen verantwoording af te leggen aan de gemeente, maar anderzijds is er in combinatie met bestuurlijke zeggenschap en het publiek belang -dat door de subsidierelatie wordt gesymboliseerd en bestendigd- sprake van een bestuurlijke participatie.

Cynisch is het Beleidskader verzelfstandiging van de gemeente uit 2007 dat ook over stichtingen gaat en in 5) zegt: ‘Marktwerking wordt daarbij gezien als oplossing voor: oplopende kosten, ondoorgrondelijke beleidssystemen, onvoldoende controle op de uitvoering, gebrekkige verantwoordelijkheidsverdeling, achterblijvende productiviteit en innovatie en onvoldoende variëteit en kwaliteit van de dienstverlening.’

In zijn brief wijst wethouder Visser naar de RvT die een verantwoordelijke en essentiële bestuurlijke rol van toezichthouder, controller en werkgever heeft. De wethouder kan niet anders dan redeneren vanuit de vaststelling dat de RvT goed functioneert, maar heeft weinig sanctiemogelijkheden: ‘Ik kan u verzekeren dat ook ik de ontwikkelingen bij het museum nauwlettend volg en gesprekken voer met de directie en de Raad van Toezicht. Van de Raad van Toezicht verwacht ik goed bestuur volgens de richtlijnen die onder andere vastgelegd zijn in de ‘code cultural governance’. Vanzelfsprekend zal ik niet toestaan dat er besluiten worden genomen die strijdig zijn met wet- en regelgeving of gemeentelijk beleid.’

Naast de typische machteloosheid van een gemeente over een op afstand gezette organisatie meent Visser een instrument in handen te hebben om in te grijpen. Dit kan hij voorbereiden door administratief onderzoek van zijn ambtenaren met als doel dossiervorming. Aan de hand hiervan kan hij door concrete vragen aan voorzitter en leden van de RvT nagaan of het besluiten neemt die strijdig zijn met wet- en regelgeving of gemeentelijk beleid. Aandachtspunt voor het intern functioneren van de RvT is of het voldoende evenwichtig is samengesteld zoals de richtlijnen vereisen. Vanwege de essentie zou focus van verder onderzoek kunnen zijn of de RvT kritisch en onafhankelijk van de directie opereert zoals de profielschets RvT vereist.

In het artikel ‘Vorige toetsingscommissie Wereldmuseum blijkt opgestapt’ in De Groene wijst Sjors van Beek erop dat een toetsingscommissie die namens de gemeente Rotterdam van 2008 tot 2012 opereerde zonder ruchtbaarheid is opgestapt omdat ‘de verhoudingen met museumdirecteur Stanley Bremer onwerkbaar’ waren. Leden waren Christiaan Jörg (oud-conservator Groninger Museum), Arjen Kok (RCE), Josefine Leistra, (voormalig Erfgoedinspectie) en de Amsterdamse kunsthandelaar Jaap Polak. Nu pas komt dit nieuws door toedoen van Van Beek naar buiten. Vraag is of de Rotterdamse raad hierover door het college is geïnformeerd en deze aan de informatieplicht heeft voldaan. Cultuurwethouder Visser kan bestuurlijke participatie tonen.

Foto: Schermafbeelding uit video Samurai voor tentoonstelling in Wereldmuseum, 2012-13.

Braun pleit in advertentie voor beter bestuur in museumsector

ad_1_8_901

Christiaan Braun komt vandaag met een tweede paginagrote advertentie ‘Vuistregels voor musea; (voor dagelijks gebruik)‘ in De Volkskrant. Op 4/5 september verscheen de eerste advertentie ‘Tegen belangenverstrengeling; in het Stedelijk Museum’ in NRC, De Volkskrant en Het Parool. Hoewel de tweede advertentie niet het Stedelijk Museum bij name noemt, gaat het opnieuw over dit museum. Zoals in 5), 6) en 7) over het lid van de Raad van Toezicht (sinds begin 2011) Willem de Rooij waarvan onlangs het werk Blue to Black werd verworven in de museumcollectie. En 1), 2), 3) en 4) herhaalt de kritiek op belangenverstrengeling van directeur, SM Fonds en SM RvT, en de invloed van de kunsthandel in het Stedelijk Museum Fonds.

Alle vuistregels zijn vanuit goed bestuur, gescheiden verantwoordelijkheden en het voorkomen van niet te controleren kunsthandel goed verdedigbaar, op twee ervan na omdat de werking te beperkt wordt opgevat. Regel 8) dient om het Bert Kreuk-scenario te voorkomen dat ertoe kan leiden dat een museum door een verzamelaar gebruikt wordt om de eigen collectie op te waarderen, maar sluit ook goedwillende collectioneurs uit die niet bezig zijn met kunsthandel. Met 9) worden langdurige bruiklenen van andere musea of het RCE (voorheen ICN) uitgesloten zodat men op z’n minst kan zeggen dat deze regel onzorgvuldig geformuleerd is.

De advertenties zijn vanuit persoonlijke motieven tot stand gekomen, maar daar stopt hun belang niet. Ze kunnen andere doelen dienen. Zoals de bewustwording in de Nederlandse museumsector over goed bestuur die verder gaat dan mooie woorden op een symposium of in een glanzend boekje. Christiaan Braun zet vanuit zijn motieven dit debat op scherp. Op de koop toe moet worden genomen dat hij over de museumsector praat, maar feitelijk alleen het Stedelijk Museum op het oog heeft. Wie hier zelfs maar vluchtig de reeks over Museum Gouda, het Armando Museum of het Wereldmuseum -of nu: Sjors van Beek in De Groene over het Wereldmuseum- leest weet dat er vooral waar het de kwaliteit van het toezicht betreft nog heel wat verbeterd kan worden in de Nederlandse museumsector. Dat aan de orde stellen is de verdienste van Christiaan Braun.

Willem de Rooij_bluetoblack_2013-1.2.0135

Foto 1: Schermafbeelding van advertentie ‘Vuistregels voor musea; (voor dagelijks gebruik)’ in de Volkskrant, 24 september 2014. Ook verschenen in de NRC van 25 september 2014. 

Foto 2: Willem de Rooij, Blue to Black, 2012. Aankoop 2013 Stedelijk Museum.

Christiaan Braun valt Stedelijk Museum opnieuw frontaal aan

cb

Christiaan Braun bekritiseert in een paginagrote advertentie in NRC en morgen in De Volkskrant het Stedelijk Museum. Door belangenverstrengeling van bestuursleden van het Stedelijk Museum Fonds, directeur Beatrix Ruf en leden van de Raad van Toezicht (RvT) zouden kunst en handel door elkaar lopen. Braun heeft een getroebleerde relatie met het Stedelijk Museum. Toenmalige voorzitter van de RvT Rijkman Groenink evenals de huidige voorzitter van de RvT Alexander Ribbink hekelde hij wegens wanprestatie. In zijn ogen zou de hele huidige RvT moeten aftreden zo schreef hij in 2011 in een brief aan de NRC. Het debat is geopend als het aan Braun ligt. Zie eerdere stukken over dit onderwerp van november 2011: Christiaan Braun valt Stedelijk Museum frontaal aan en van oktober 2013Redt Stedelijk uit handen RvT en geef het terug aan publiek

Foto: Schermafbeelding van advertentie ’Tegen belangenconflicten in het Stedelijk Museum’ in NRC, 4 september 2014.

Vragen bij het functioneren van Raad van Toezicht Wereldmuseum

mm

Aldus Siebe Weide -directeur van de Nederlandse Museum Vereniging- in een tweet in 2011. De directeur van het Wereldmuseum wilde ooit de Afrika-collectie op de markt brengen. Arnoud Odding citeerde de tweet in een interview met directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum. In reactie op m’n oproep op de FB-pagina van Olphaert den Otter somde S. de leden van de Raad van Toezicht van het Wereldmuseum op: Rein Breeman (voorzitter), Ewoud Stumphuis (advocaat Loyens Loeff, specialisatie: ondernemersrechtelijke transacties), Gervaise Coebergh (Communicatie en PR-bedrijf) en prof.dr. Han van Dissel (UvA). Wat mij tot de volgende reactie bracht: ‘Als dit de volledige samenstelling is van de RvT dan is deze eenzijdig en niet volgens de voorwaarden die de gemeente Rotterdam in een brief van 14 oktober 2005 stelt: ‘Tenminste een van de leden heeft relevante wetenschappelijke expertise en kennis op multicultureel terrein of met betrekking tot interculturele veranderingsprocessen.’ Kan iemand bevestigen of dit de actuele samenstelling van de RvT is?’

In deze brief aan de leden van de Commissie Cultuur en Sport uit 2005 over ‘de profielschetsen in het kader van de verzelfstandiging van takken van dienst in de Kunstsector’ omschrijft toenmalig wethouder Kunstzaken Stefan Hulman namens de Gemeente Rotterdam het profiel van de Raad van Toezicht van het Wereldmuseum. In 2009 uitte Leefbaar Rotterdam in raadsvragen kritiek op ‘sommige stichtingen [die] maar 1 bestuurder hebben’ waaronder het Wereldmuseum. In antwoord op de raadsvragen van Leefbaar Rotterdam zegt de gemeente Rotterdam: ‘De raad van toezicht houdt onder meer toezicht op het bestuur en adviseert het bestuur. De raad van toezicht stelt de statuten vast en benoemt, schorst en ontslaat het bestuur.’

br1

br3

De Raad van Toezicht van het Wereldmuseum houdt niet alleen toezicht op het functioneren van de directeur die bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt, maar ook op de algemene gang van zaken. Wat opvalt in het Jaarverslag 2013 is dat bij 1) Controleverklaring van de onafhankelijke accountant een subhoofdstuk ‘Verantwoordelijkheid van de Raad van Toezicht’ ontbreekt. Terwijl volgens de brief van de gemeente van 14 oktober 2005 waarin de werking van de RvT wordt omschreven de volgende taken en verantwoordelijkheden worden gegeven: ‘goedkeuren jaarrekening’ en ‘benoemen van en vaststellen opdracht aan accountant‘.

Vragen rijzen over het functioneren van de RvT van het Wereldmuseum: 1) is deze kwantitatief (minimaal 5 personen), kwalitatief (‘relevante wetenschappelijke expertise’) en procedureel (onafhankelijk en kritisch opereren) volgens de richtlijn van de gemeente Rotterdam samengesteld en werkzaam? 2) wie controleert de RvT of het haar rol van procesbewaker en controleur van directie en bestuur volgens de richtlijn van de gemeente Rotterdam uitvoert en welke instantie grijpt volgens welke richtlijn in als dit niet zo is? Een en ander is des te essentiëler omdat directie en bestuur van het Wereldmuseum een en dezelfde persoon zijn.

Foto 1: Tweet van museummens Siebe Weide uit 2011.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van Profiel Raad van Toezicht Stichting Wereldmuseum Rotterdam uit brief van de gemeente Rotterdam van 14 oktober 2005. (zie Google).