CDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten

Stuurt het CDA in de persoon van Madeleine van Toorenburg de hulptroepen van Team B de media in om de georkestreerde boodschap te verspreiden en de reactie erop in te schatten dat deze partij een coalitie over rechts wil of spreekt zij op eigen initiatief namens de rechterflank van het CDA? 

Waarschijnlijk moet ze in opdracht van de partijleiding eraan mee helpen om het voldongen feit van een centrum-rechts kabinet te helpen forceren. Dat zou een voorzetting van het huidige kabinet zijn, met de CU, of een inwisseling van deze partij voor PvdA óf GL. Persoonlijk kan meespelen dat zij inschat dat zij meer kans op een kabinetspost heeft als minder partijen beloond moeten worden. Daarom lijkt ze ook over haar eigen carrière te praten, zonder dat uiteraard toe te geven. 

Het CDA behaalde bij de laatste verkiezingen 9,5% van de stemmen en heeft 15 zetels in de Tweede Kamer. Leider Hoekstra heeft niet uitgesproken dat hij wil toetreden tot een nieuw kabinet. Hij houdt nog steeds een slag om de arm. Dat heeft te maken met de machtige positie in de partij van kamerlid Pieter Omtzigt die niet gecharmeerd is van premier Rutte die volgens hem de verkeerde bestuurscultuur zou belichamen. Nu Omtzigt wegens ziekte voor langere tijd uitgeschakeld is lijkt het CDA geleidelijk uit de schulp te kruipen.

Het opvallende in de formatie is in de laatst weken de verandering van toon en retoriek van de rechtse partijen CDA en VVD. Of ze zelfvertrouwen hebben gekregen is de vraag, maar vaststaat dat ze die publiekelijk tonen. Dat kan als fluiten in het donker worden uitgelegd. Het tegen beter weten in willen forceren van een voldongen feit. 

De VVD meent die vrijheid te kunnen nemen omdat de positie van premier Rutte niet langer hevig, maar overigens nog wel gematigd ter discussie staat en het CDA omdat de positie van de genoemde Omtzigt is verzwakt.

Eerst erkenden deze partijen volmondig (VVD) en deemoedig (CDA) dat er sprake was van een liberaal motorblok van VVD-D66 als basis voor een coalitie. Nu proberen ze in de beeldvorming een werkelijkheid te creëren van een rechts kabinet. Zoals gezegd is dat vooral van het CDA een ondoorgrondelijke manoeuvre omdat het nog niet eens heeft verklaard deel te willen uitmaken van een nieuw kabinet. Het CDA formeert op afstand in ijle lucht. 

Dat tamboereren op een rechts kabinet met als joker zelfs het dreigen met het radicaal-rechtse JA21 wringt omdat de positie die D66 heeft bij monde van partijleider Sigrid Kaag niet verzwakt is. Deze partij heeft nog steeds de sleutel in handen. Het valt niet in te zien dat de tactiek waarmee Van Toorenburg in navolging van Hoekstra, die weer werd gevolgd door Rutte, het veld wordt ingestuurd zal werken. Als niet alleen PvdA en GL elkaar vasthouden, maar D66, PvdA en GL dat doen, dan valt niet in te zien hoe dit blok van 41 zetels dat nodig is voor een meerderheid gepasseerd kan worden.

Premier Rutte zei afgelopen weken dat PvdA en GL ver van hem afstaan. Dat was een tamelijk overbodige en al te opzichtige uitspraak. Wat is ver? D66 kan zeggen dat CU ver van hen afstaat en dat het niet uitsluitend met rechtse partijen wil samenwerken. Welke open deur gooide Rutte hier open? Kijk naar Israël waar partijen die ver van elkaar afstaan samen een kabinet vormen. Wat denkt Rutte wat hij ermee zegt dat partijen ver van elkaar afstaan? Dat is nou eenmaal politiek. Moeten volgens Rutte alle partijen hetzelfde zijn? 

In Nederland coalitieland zijn partijen niet gelijkgeschakeld. Ze zijn onderling verschillend. Maar alle partijen die tot het midden gerekend kunnen worden zijn nou ook weer niet zo anders van elkaar dat ze niet samen kunnen werken. De constructieve zes, te weten VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU zijn binnen marges programmatisch inwisselbaar. De accenten zijn anders, maar de verschillen zijn overbrugbaar. 

Madeleine van Toorenburg heeft gelijk dat er tijd verspild is. Maar anders dan zij het probeert te framen. Door toedoen van Hoekstra en in navolging van hem een stoet VVD’ers en CDA’ers die hun mening in de media uitventten is tijd verloren gegaan. Hoekstra’s roep om een rechts kabinet en zijn bedekte blokkade om PvdA én GL samen tot een volgend kabinet toe te laten heeft tot tijdverlies geleid. Zo’n uitspraak is uiteraard deel van de onderhandelingen die zich deels in de media afspelen. Maar voor het proces is zo’n eenzijdige blokkade niet constructief. 

Wat zal de realiteit van zo’n centrum-kabinet van VVD, D66, CDA, PvdA en GL zijn? Het kabinet Rutte III heeft 16 ministers en acht staatssecretarissen. Onlangs zei premier Rutte dat vooral het aantal ministersposten uitgebreid moet worden. Hij voerde als reden de burn out van bewindslieden aan, maar evenzeer kan men er het voorsorteren van een vijfpartijen-kabinet in zien. Er zijn meer kabinetsposten nodig omdat meer partijen met posten tevreden moeten worden gesteld. 

De vijf partijen hebben samen 90 zetels. De module die leidt tot een kleine toename van het aantal kabinetsposten is 3 en resteert in 30 kabinetsposten (nu 24). Dat houdt in dat VVD, D66, CDA, PvdA en GL respectievelijk 11 (inclusief bonus voor premier), 8, 5, 3 en 3 kabinetsposten toebedeeld krijgen. De twee linkse partijen zullen naar verwachting karig bedeeld worden. Door te schuiven met de zwaarte van een staatssecretaris of de lichtheid van een minister kan het machtsevenwicht dat volgt uit het aantal zetels per partij gewaardeerd worden.

Die berekening roept de vraag op voor welk gevaar Hoekstra en Van Toorenburg nou eigenlijk waarschuwen. PvdA en GL krijgen naar alle verwachtingen hooguit samen zes kabinetsposten waarvan wellicht slechts elk een van zwaarder kaliber om zich te kunnen profileren. De zware posten zullen naar VVD, D66 en CDA (Financiën) gaan. 

Wat Van Toorenburg vergeet te zeggen is dat de linkse partijen als ze tot het kabinet Rutte IV toetreden weinig in de melk te brokkelen zullen hebben. Ligt voor Van Toorenburg een staatssecretariaat Binnenlandse Zaken in het verschiet als opvolger van Raymond Knops? Als beloning voor haar partijtrouw en lobbywerk als slippendrager van de partijleiding van het CDA. 

Is de middelmatigheid van Hugo de Jonge nodig?

Minister De Jonge grapt over gebaar voor hamsteren tijdens persconferentie, april 2020.

Het is een cliché. maar alles is relatief. Neem nou de politiek. Hugo de Jonge is als minister van Volksgezondheid een voorbeeld van een middelmatig politicus. Zijn opereren in de COVID-19 is niet overtuigend. Zijn taalgebruik is omslachtig, niet precies en zit vol met slechte gewoonten. Een originele en autonome geest is daar niet achter te vinden.

Als Hugo de Jonge wordt doorgesneden, dan toont zich een leegte die wordt verhuld door gele Post-it notities met kreten die op zoek zijn naar betekenis die ze nooit zullen vinden.

Vorige week dinsdag kwam daar op een persconferentie over de pandemie De Jonge’s uitspraak bij dat Nederland wel ‘een dag zonder’ theaters en musea kan. De kunstsector vatte dat terecht op als een dolksteek in de rug. Ofwel, een aanval met woorden die minachting voor de kunst verraadt. In zijn middelmatigheid had deze minister vermoedelijk niet in de gaten welke betekenis zijn woorden hadden en hoeveel schade hij ermee aanrichtte. Vooral aan zijn eigen aanzien. Zijn rivalen zullen gesmuld hebben van zoveel onhandigheid.

Toch kan het nog slechter dan zo’n minister die als een stoethaspel onhandig over zijn eigen woorden struikelt en geen controle heeft over zijn beleidsterrein. Want zoals gezegd, alles is relatief. We hoeven maar naar rechts te kijken om types als voormalig president Donald Trump of het zelfbenoemde genie Thierry Baudet te zien die angstwekkender zijn dan een middelmatige minister. Zij zijn tegendraads, uitsluitend op zichzelf gericht en de rede voorbij. Ze laten zich kennen als vijanden van de democratie. Continu maken ze fouten zonder dat toe te geven. Want de fout ligt bij de ander, zo vertellen ze.

De subversie van Trump of Baudet is geen reden om de middelmatigheid van De Jonge niet publiekelijk te benoemen. Of de middelmatigheid van minister Ingrid van Engelshoven (D66) die zegt voor de kunsten op te komen zonder voor de kunst op te komen. Aftreden was haar redding geweest om geloofwaardig te zijn, maar dat lef miste zo. Zoals ze op al haar beleidsterreinen lef mist. De reeks middelmatige ministers in het demissionaire kabinet Rutte III is groot. Voor de volledigheid hun namen: Ollongren, Blok, Bijleveld, Van Nieuwenhuizen, Dekker en Grapperhaus.

Interessant is de vraag waarom er zoveel middelmatige ministers zijn. Hoe komt dat? Waren ze hun hele leven al middelmatig of zijn ze dat pas geworden door de gietvorm van de partijpolitiek waardoor ze misvormd zijn? Of doet het er niet toe? Moet de conclusie zijn dat een zeker volume aan middelmatigheid het noodzakelijke smeermiddel van het politieke bedrijf is? Als je de middelmaat weghaalt, dan verliest de constructie het verband.

Middelmaat kan daardoor opgevat worden als een noodzakelijke voorwaarde voor politiek. Het is het cement én het stootkussen dat zelfbenoemde genieën die met zichzelf op de loop gaan op afstand houdt. Wetenswaardig is om te beredeneren wat de optimale mix is van middelmatigheid die nodig is om net zoveel cement te bieden dat de constructie houdt, terwijl niet te veel wordt ingeboet aan kwaliteit. Een advies aan de informateur voor een volgend kabinet is om het met ietsjes minder middelmatigheid te doen. Want Hugo de Jonge is nogal verregaand middelmatig. Hij overdrijft het.

Kunst heeft in Nederlandse politiek geen prioriteit. In het land der liegende politici is éénoog premier

Grete Stern: “Das Ewige Auge“, um 1950. Fotomontage, Silbergelatinepapier.

Het gebrek aan prioriteit dat het kabinet geeft aan de kunstsector is verbazingwekkend. De ons omringende landen hechten wel belang aan de kunst. Nederland niet. Waarom niet?

Het valt niet te begrijpen waarom het demissionaire kabinet Rutte III vindt dat musea en theaters achteraan de rij aan mogen sluiten bij het weer openen van de samenleving als gevolg van de COVID-19 pandemie. Het Parool bericht over de verwachte kabinetsbesluiten.


Dierentuinen, pretparken, sportscholen en verdere verruiming van de openingstijden van de al eerder geopende terrassen komen naar verwachting voor de openstelling van musea en theaters in de tweede helft van mei. Waarom is dat? Eerder waren de slijterijen en kerken open en de bibliotheken en musea dicht.

Hoeveel haat jegens de kunst kan een kabinet tonen en hoeveel haat jegens de kunst willen weldenkende burgers aanvaarden? Is de bodem onder een redelijke benadering van de kunstsector in het kabinetsbeleid al niet lang geleden weggevallen? Denk aan de botte bijl van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) die geen verbeelding aan de macht wilde, maar zelf last kreeg van zijn verbeelding toen hij loog bij president Poetin op bezoek te zijn geweest in diens buitenhuis. Liegen is de enige kunst die leden van de kabinetten Rutte zichzelf toestaan.

Collage, zonder titel of nadere gegevens.

Bij VVD, CDA en CU bestaat nu eenmaal weinig liefde voor kunst. Die partijen maken zich eerder sterk voor ondernemingen of kerken. Dat is begrijpelijk, dat zit in hun DNA. Maar waar blijft het zogenaamde kunstvriendelijke D66-smaldeel in het kabinet dat pretendeert het op te nemen voor de kunst? Ze zwijgen. De kunsten hebben op dit moment geen steun in het kabinet. De liefde ervoor ontbreekt daar ten enenmale.

Het is veelzeggend dat geen enkele Nederlandse politieke partij het ondubbelzinnig opneemt voor de kunstsector. Samen met restaurants en reisbranche zijn dat immers de door de pandemie zwaarst getroffen sectoren. Het kabinet Rutte III drukt vooral geestelijke armoede uit. Het interesseert zich als het erop aankomt geen lor voor de kunst. Het houdt van de overzichtelijkheid van de culturele woestijn.

Het gebrek aan liefde voor de kunst komt bovenop het stelselmatig liegen van premier Mark Rutte. Als hij zegt dat zijn liefde voor de kunst diep zit, dan weten we bij voorbaat dat hij liegt.

Het geluk voor de coalitie van VVD-CDA-D66-CU is dat de linkse en rechtse oppositie even ongeloofwaardig en richtingloos opereren en geen idee hebben hoe en met wie het de eigen prioriteiten kan realiseren. Het navelstaren en het continu met elkaar bezig zijn van de politieke partijen gaat ten koste van de samenleving. Niet in de laatste plaats van de kunstsector. In het land der liegende politici is éénoog premier.

Rutte en De Jonge moeten aftreden vanwege hun falend vaccinatiebeleid

Schermafbeelding van deel artikelVaccinatie ouderen vertraagd door prikvoorrang huisartsen’ van Nieuwsuur, 14 april 2021.

Nieuwsuur bevestigt in een voorbeeld van goede onderzoeksjournalistiek de ergste vermoedens over het falende Nederlandse vaccinatiebeleid. De titel van een artikel hierover is veelzeggend: ‘De vaccinatiecampagne: de valse start, de gemiste kansen en het recht van de sterkste’. De essentie van de kritiek is dat het kabinet geen regie en inzicht had, maar speelde dat het dit had. Tot op de dag van vandaag. Dat is ernstig omdat het om mensenlevens gaat.

Iedereen met enig kritisch vermogen weet al maanden dat het Nederlands vaccinatiebeleid niet op orde is. Het is onrechtvaardig, geeft gehoor aan de lobby van machtige groepen en laat groepen zonder lobby (bejaarden) achter aansluiten. Zonder uitleg. Hiermee veronachtzaamt het kabinet haar rol om zwakkeren en ouderen te beschermen tegen de pandemie. De politieke partijen (ook 50Plus) waren afgelopen maanden uitsluitend met zichzelf en elkaar bezig zodat het kabinet alle ruimte kreeg en niet gecorrigeerd werd. Nieuwsuur zet dat falen overtuigend op een rijtje.

Het RIVM handelt niet doelmatig, spreekt niet altijd de waarheid, zet de regering op het verkeerde been en wordt verkeerd aangestuurd. Hoogste tijd voor de verantwoordelijke minister Hugo de Jonge om af te treden. Al is hij al demissionair hij prikt niet door de leugens van het RIVM heen. Zijn geloofwaardigheid is niet tot het nulpunt gedaald door zijn ellenlange, zalvende praatjes, maar door zijn structureel foute aanpak van de pandemie. Zijn inzicht, overtuigingskracht en intellectuele vermogen bleken telkens onvoldoende voor een goed vaccinatiebeleid. Dat gaat verder dan de tegenslagen van niet geleverde vaccins of vaccins met bijwerkingen die in alle landen voorkwamen Een parlement dat zichzelf respecteert dient hier opheldering over te vragen en daar personele gevolgen aan te verbinden.

Premier Mark Rutte die eindverantwoordelijk is voor het coronabeleid zou ook gevraagd moeten worden zijn biezen te pakken. Als het door een geslaagde publiciteitscampagne van de VVD niet de leugen was over CDA-er Pieter Omtzigt en de doodzonde om deze parlementariër op een zijspoor te willen manoeuvreren die hem de nek kostte, dan behoort het dit falende vaccinatiebeleid te zijn. Rutte heeft electoraal profijt gehad van zijn talloze persconferenties over de pandemie. Nu onomstotelijk vastgesteld wordt dat zijn beleid in de kern niet deugt en daar herhaaldelijk door RIVM en kabinet over gelogen is, is de logische volgende stap dat hem de gevolgen voor dit falende beleid aangerekend worden.

Het argument dat Rutte aan moet blijven om de pandemie te bestrijden op dit beleidsterrein dat missionair is verklaard, is in zijn tegendeel verkeerd. Rutte moet aftreden omdat hij een goede bestrijding in de weg staat. De fouten en leugens van hem en minister De Jonge rechtvaardigen niet dat er nog verder doorgemodderd wordt en deze bewindslieden verantwoordelijk kunnen zijn voor de bestrijding van de pandemie. De schijn van beleid is niet beter dan genezen.

Sionkerk op Urk houdt zich niet aan coronaregels, maar kan dat doen door de uitzonderingspositie die het van het kabinet kreeg

De gereformeerde Sionkerk in Urk is volgens een bericht in Trouw ontevreden met het overheidsbeleid inzake de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Zo laat de kerkenraad de afstandsregels los, omdat het tegemoet wil komen aan ‘de nood en het geestelijk welzijn’ van de gemeente. Ouderling en voorlichter H. Snoek zegt daarover het volgende: ‘We willen gehoorzaam zijn aan de overheid, maar wel in samenhang met Gods geboden. We doen dit vanwege het zielenheil van de mens.

Kerken worden naar het oordeel van het kerkbestuur achtergesteld, zo zegt het bericht van Trouw. In werkelijkheid is het omgekeerde waar. Volgens de maatregelen van de Rijksoverheid geldt er voor ‘het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ een uitzondering voor bijenkomsten in een binnenruimte van maximaal 30 personen. Om dat te legitimeren wordt er verwezen naar de vrijheid van godsdienst. Dat is merkwaardig omdat allerlei grondrechten tijdelijk zijn ingetrokken in de bestrijding van COVID-19. Daarom is het bizar dat religieuze organisaties een uitzonderingspositie in mogen nemen van het kabinet. Het is nog absurder dat kerkbesturen in die bevoordeling een achterstelling zien. Zij zijn ermee de kijk op de realiteit kwijt. Zo geldt voor culturele instellingen, zoals schouwburgen, archieven en musea de uitzondering niet. Dit zijn doorgaans professionele instellingen met een goede organisatie die veel hebben geïnvesteerd in de ontvangst van gasten. Maar toch mogen ze niet opengaan.

Opvallend is dat in de recente publiciteit over de aanpak en maatregelen de Rijksoverheid de uitzondering die voor kerken geldt niet meer expliciet noemt. Het is onduidelijk waarom dat zo is. Maar de brede kritiek op de voorrechten van kerken die mogen wat culturele of commerciële instellingen niet mogen heeft er mogelijk mee te maken. Dit voorrecht voor kerken is slecht te beredeneren. Het is niet alleen slecht te verdedigen, maar wordt er onhoudbaar en potsierlijk op als kerken in de slachtofferrol kruipen en menen dat ze achtergesteld worden.

Het kabinet Rutte III heeft deze rechtsongelijkheid en bedreiging voor de volksgezondheid over zichzelf afgeroepen. Het kan niet ingrijpen omdat het de kerken een uitzonderingspositie heeft gegeven. Daar is de fout gemaakt. De Sionkerk in Urk of andere orthodoxe kerken in de biblebelt nemen de ruimte die het kabinet hun heeft gegeven. Deze kerken treft weinig verwijt. Dat ze niet maatschappelijk handelen, het algemeen belang van de volksgezondheid niet zwaar laten wegen en vooral op zichzelf gericht zijn was vooraf te voorzien geweest.

Dat kerken en andere religieuze organisaties voorrechten genieten is een maatschappelijk onrechtvaardigheid. Onlogisch is dat religieuze organisaties als meer gelijk worden gezien dan niet-religieuze organisaties. Ze hebben voorrechten die anderen niet hebben. Dit is des te merkwaardiger omdat artikel 6 van de Grondwet over de vrijheid van godsdienst het kabinet een wettelijke grond geeft om in te grijpen: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid’. Waarom heeft het kabinet daar geen gebruik van gemaakt?

Voor de uitzonderingssituatie van religieuze organisaties in de bestrijding van de pandemie is geen rechtvaardiging te vinden. We mogen de kerkenraad van de Sionkerk in Urk dankbaar zijn dat het de absurditeit van het kabinetsbesluit om kerken een uitzonderingspositie te geven via een omweg onder de aandacht brengt. Het raakt aan een maatschappelijk probleem van een land waarvan de bevolking zich in meerderheid niet-godsdienstig verklaart, maar waar de godsdiensten nog proportioneel veel invloed hebben. Alsof het verleden nog voortkabbelt.

In landsbelang dient minister Grapperhaus af te treden. Hij heeft persoonlijk gefaald

Op 28 augustus schreef ik bovenstaand commentaar op Facebook. Ik ben van mening dat minister Ferd Grapperhaus zijn geloofwaardigheid heeft verloren en in het landsbelang dient af te treden. Door de publicatie van nieuwe foto’s wordt alleen nog maar verder benadrukt dat op Grapperhaus’ huwelijksfeest de corona-maatregelen met voeten werden getreden. Zo buitengewoon is een carrière als minister nou ook weer niet.

Grapperhaus moet zijn persoonlijk belang opzijzetten. Het CDA kan dan door een banencarrousel Pieter Omtzigt naar het kabinet promoveren. Staatssecretaris Raymond Knops kan dan Grapperhaus’ functie overnemen en Omtzigt die van Knops, namelijk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De kwestie Grapperhaus kan tevens dienen om de betekenis van de in Nederland bekende ‘Carringtondoctrine’ op te frissen. Dat betreft ook persoonlijk falen. Ferd Grapperhaus toont het persoonlijk met beeldmateriaal aan.

Foto: Schermafbeelding van eigen commentaar op Facebook, 28 augustus 2020.

Ongelukkige marketing van CDA’er Wopke Hoekstra

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) gaat gelijk al de fout in als hij in het fragment van Jinek zegt: ‘Ik denk eerlijk gezegd dat wij allemaal, en dat geldt dus ook voor mij, te laat zijn gaan zien wat er bij die middenklasse aan de hand is’. Hiermee stelt hij dat degenen die aan de knoppen zitten dezelfde politieke verantwoordelijkheid hebben als degenen die niet aan de knoppen zitten. Hij kan het niet menen. Wat hij zegt is onzinnig en ontstijgt niet het niveau van politieke marketing. Waarom hebben hij of zijn partijgenoten niet gezien wat er de afgelopen jaren met de middenklasse is gebeurd en hebben ze voorstellen gedaan om de positie ervan te verbeteren? Hoekstra houdt zich dom en doet alsof hij niet weet uit welke hoek de wind waait.

Hoekstra heeft als minister van Financiën macht om in te grijpen. Hij verliest nog meer aan geloofwaardigheid als een eerlijk en zinvol analyticus als hij de positie van de middenklasse direct koppelt aan die van slecht geïntegreerde minderheidsgroepen en zijn eigen verantwoordelijkheid nog verder probeert af te schuiven.

Hoekstra treedt buiten zijn eigen lichaam, kijkt er van een afstand naar en doet er pseudo-koel verslag van alsof hij iets nieuws te melden heeft. Hij is zichzelf niet, maar wie hij wel is blijft onduidelijk. Hij is een lege huls die met marketing wordt gevuld maar in de kern een verwarde denker die z’n zaken niet op orde heeft.

Onder de middenklasse wordt de meerderheid van de bevolking verstaan. Naargelang de definiëring valt 60 tot 90% van de bevolking eronder. In inkomen loopt dat van 1 maal modaal tot (naargelang de omschrijving) 2,5 tot 3 maal modaal. Dus van 36.000 euro tot maximaal 90.000 of 108.000 euro. De middenklasse kan zich niet onttrekken aan de collectieve lastendruk. Dat achtereenvolgende kabinetten Rutte beweerden zich in te zetten voor lastenverlichting wil niet zeggen dat dit feitelijk ook bereikt is. Integendeel, de afgelopen jaren is de opbrengst uit lastenverzwaring door de overheden via heffingen, premies en belastingen met zo’n 3% van het bruto binnenlands product toegenomen tot bijna 39%. Dat wordt grotendeels door individuen opgebracht. Vermeend en Van der Ploeg concluderen aan de hand van een OESO-rapport van eind 2018 dat vooral de belasting- en premiedruk op arbeid in Nederland veel te hoog is. Dat is een langlopende ontwikkeling.

Er bestaat politieke consensus over dat de afgelopen decennia de middenklasse relatief in inkomen is achtergebleven en dat die relatieve achteruitgang gerepareerd moet worden. Alleen, als dat bij beloften blijft en spin van politici als Menno Snel (D66) en Wopke Hoekstra, dan zijn het niet meer dan mooie woorden.

Evenwichtige belastingheffing naar draagkracht en collectieve lastendruk die niet grotendeels op de middenklasse wordt afgewenteld kunnen niet los gezien worden van het aanpakken van belastingontwijking door vermogende individuen en internationaal opererende bedrijven. Het is al te makkelijk om de lastenverzwaring van de middenklasse die haar vermogen niet kan verbergen steeds meer op te schroeven.

Hoekstra handelt onethisch. Hij neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen falen en schuift die kleinhartig af op minderheidsgroepen. Politici als Snel, Hoekstra of Rutte jongleren met mooie woorden, maar voegen niet de daad bij het woord. Dat is deels begrijpelijk omdat hun macht beperkt is vanwege het globale karakter van de economieën, het lastig aan te pakken probleem van de belastingontwijking en een slecht georganiseerde Belastingdienst, maar deels onbegrijpelijk omdat waar ze in de afgelopen jaren in konden grijpen te weinig hebben gedaan. In de VVD klinken sinds voorjaar 2019 met het oog op het neutraliseren van de populisten geluiden van Rutte en fractieleider Klaas Dijkhoff om de middenklasse te ontzien en het bedrijfsleven relatief zwaarder te belasten. Om niet achter te blijven doet Hoekstra in de jacht op de centrum-rechtse kiezer dezelfde duit in het zakje, maar haalt tegelijkertijd zijn betoog onderuit door zijn onmiskenbare gebrek aan oprechtheid en zijn zelfpromotie die de aandacht vestigt op zijn gebrek aan integriteit en samenhang.

Media belichtten voordelen nieuw belastingplan van kabinet en vergaten nadelen te noemen. Moedwil of misverstand?

Gisteren verbaasde ik me over de kritiekloze ontvangst door de media van staatssecretaris Menno Snel (D66) die plannen voor een nieuwe heffing van de inkomstenbelasting presenteerde. Het ontlokte me bij het kijken naar het NOS Journaal de uitroep of hier uiteindelijk toch de staatsomroep in werking was getreden. De berichtgeving focuste op de voordelen ervan voor de belastingplichtigen, maar nauwelijks op de nadelen. Die werden op het laatst wat afgeraffeld. Want volgens Snel moeten de plannen budgettair neutraal uitgevoerd worden. Dus waar de een wint, zal de ander verliezen. Ik was niet van plan om hierop te reageren omdat het nog allemaal voorlopig is, Snel tamelijk vaag bleef en de plannen nog aangepast kunnen worden. Maar bij nader inzien verdient de gang van zaken toch een kanttekening omdat het ingestoken propaganda leek. Mijn kritiek geldt dan ook niet Snel of het kabinet, maar de media die Snel te makkelijk lieten wegkomen met zijn promotiepraatje. Ik gaf bij het artikelGeen gezeik, iedereen rijk’ op Frontbencher de volgende reactie:

Dit zat er al een tijdje aan te komen. Naar verluidt omdat de verhoogde belasting op beleggingen vooral bij CDA en VVD weerstand ondervond.

Opvallend was dat het kabinet in de media een vrije rit kreeg. Elke diepgang of kritisch doorvragen ontbrak. Uitgebreid werd stilgestaan bij het cadeautje van staatssecretaris Snel met betrekking tot het spaargeld. Maar omdat dat maar het halve verhaal was, ontbrak het overzicht.

Die journalistieke gemakzucht is opvallend. Waar de vergelijking van de koopkracht van ontelbare categorieën burgers lijdt aan fetisjisme tot achter de komma, werd bij de maatregel over de nieuwe belastingheffing niet eens geprobeerd om de grote lijn te schetsen.

Waarom werd het verhaal van Snel niet begeleid met een uitleg met enkele voorbeelden die de nieuwsconsumenten inzicht hadden kunnen geven? Zoals iemand met 50.000 euro spaargeld en 100.000 euro aandelen. Of 0 euro spaargeld en 200.000 euro aandelen. Of 200.000 euro spaargeld en 0 euro beleggingen.

Nu liep het kabinet kritiekloos binnen zonder dat de media inzicht gaven. Deze promotie kan niet de bedoeling zijn van journalistiek. Vrijdag 6 september 2019 was een goede dag voor spaarders en een slechte dag voor nieuwsconsumenten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGeen gezeik, iedereen rijk’ van Henk van Lierop op Frontbencher, 7 september 2019.

Russische ambassadeur bij de EU zegt onbevangen naar het MH17-onderzoek te kijken. En zet misleiding en afleiding in

Laten we het eens van de menselijke kant bekijken. Vladimir A.Chizhov is een carrièrediplomaat van de Russische Federatie en sinds 2010 de permanente vertegenwoordiger van zijn land bij de EU. Hij reageert op de nieuwste onthullingen in een persconferentie van 19 juni 2019 door het JIT en het optreden van het OM inzake het neerschieten van de MH17 op 17 juli 2014 boven Oost-Oekraïne. Ambassadeur Chizhov doet aan schadebeperking. Hij oogt eerder als een lobbes dan een pitbull. Zijn optreden is voorspelbaar. Hij valt de zwakke schakel Maleisië aan. Premier Mahathir Mohamad van dat land heeft met de VS als met Australië een instabielere verhouding dan Maleisië met beide landen heeft. Mahathir Mohamad heeft kritiek op het feit dat het JIT geen bewijs heeft overlegd in de persconferentie en dat is een redelijk kritiekpunt. Ofschoon het OM bij monde van Fred Westerbeke toelichtte dat dit in maart 2020 in de rechtszaak in Den Haag aan de orde komt. Daarnaast presenteerde de persconferentie onderliggend bewijs, zoals telefoontaps in een aannemelijk scenario. Maar de premier houdt geen rekening met de tot nu toe verzamelde bewijzen als hij zegt dat de Russische Federatie een zondebok is en het aanwijzen van de Russische Federatie als dader ingegeven wordt door politieke motieven. Hiermee gaat Mohamed voorbij aan de feiten. Chizhov trekt met Mohamed zijn sterkste troef. Is hij mogelijk door het Kremlin met het doel om de eenheid te verbreken als ‘asset’ geworven?

De rest van wat Chizhov zegt is weerlegde Russische desinformatie. De diplomaat weet dat hij onzin moet verkopen om de kwetsbare positie van het Kremlin te verdedigen. Hij slachtoffert zichzelf professioneel naar de slachtbank. De ambassadeur weet dat zijn optreden alleen al vraagtekens oproept. Als zoals hij beweert de Russische Federatie niets met het neerschieten van de MH17 te maken heeft, waarom mengen hij en zijn land zich dan vanaf de eerste dag na het neerschieten van dit verkeersvliegtuig in het debat over de MH17?

Dat alleen al geeft de betrokkenheid van de Russische Federatie aan. Dat het land geen partner in het onderzoek is en Oekraïne wel volgt uit de toepassing van de internationale ICAO regels. Artikel 26 van de Convention on International Civil Aviation (ICAO) noch Bijlage 13 (Aircraft Accident and Incident Investigation) geven een reden om de Russische Federatie deelnemer aan het onderzoek te maken. Het is onjuist zoals Chirkov suggereert dat zijn land in het onderzoek wordt gepasseerd. Het heeft in het onderzoek geen formele rol en is geen betrokken land volgens de ICAO-regels, maar een buitenstaander. Dat de ambassadeur net doet alsof hij dat niet begrijpt beschadigt zijn geloofwaardigheid. Het is een beklagenswaardige positie. Het is overigens onbegrijpelijk dat JIT en OM dat niet beter uitleggen aan het publiek. Mijn reactie bij de video:

The ambassador appears more silly than he is and thereby affects his credibility and that of the state he represents. The Kremlin denies having been involved in the crash of the MH17 for almost 5 years, but does not behave like an outsider in practice. It demands a formal role in the investigation. This is a strange and absurd reaction from the Kremlin because it knows that according to the rules of ICAO (= UN) the Russian Federation is not formally a party. Ukraine is and that is why it is part of the JIT.

The crash was not on or above the territory of the Russian Federation, the plane was not Russian and there were no Russian casualties. That makes the Russian Federation officially not a party to the investigation.

However, as the JIT has repeatedly said (and asked to the Russians), any outsider can provide information if it thinks it is relevant to the investigation. In the Dutch Safety Board reports on the cause of the crash of the MH17, the Russians also provided numerous remarks and additions that were also published.

Pseudo-conservatisme van Trump, May en Rutte krijgt kritiek. Ze dienen hun partij en land niet, maar voeren het richting tegenspoed

Het jaar 2016 kende twee politieke verrassingen waarvan de werking nog steeds niet helemaal uitgewoed is. Dat waren uiteraard in juni de uitslag van het Britse Brexit-referendum over de uittreding uit de EU en de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president in november. Er zijn overeenkomsten tussen deze twee gebeurtenissen. De marges waren uiterst smal. De rechtmatigheid van de Leave-campagne voor de Brexit en de Trump-campagne worden 2,5 jaar later door een reeks onregelmatigheden nog steeds betwist. Het inzicht wint steeds meer terrein dat Trump uitsluitend door de illegale Russische inmenging heeft kunnen winnen. De speciale aanklager Robert Mueller en onderzoeken van congrescommissies brengen dat in kaart. In het VK was miljonair en sponsor van UKIP Arron Banks niet zo vermogend was dat hij de 8,4 miljoen pond die hij in de Leave-campagne stopte zelf verschafte. Waar dat geld dan wel vandaan kwam is nog steeds onduidelijk. Banks wil het niet zeggen. De parlementscommissie Collins vermoedt uit de Russische Federatie.

Een andere overeenkomst die nog steeds na-ebt is het bederf van de twee conservatieve partijen die in 2016 de slag wonnen, maar hun ziel lijken te hebben verloren. Ze zijn de richting van het populistisch-nationalisme ingeslagen en hebben traditionele conservatieve waarden (fiscale discipline, respect voor grondwet, vrijheden) overboord gezet. De felste kritiek op de Amerikaanse Republican Party (ook GOP genoemd: Grand Old Party) en de Britse Conservative Party (ook Tories genoemd) komt opvallend genoeg niet van tegenstanders zoals de Democraten in de VS of de sociaal-democraten (Labour) in het VK. Maar van conservatieven die zich als de echte conservatieven profileren, zoals in de VS Max Boot, Bill Kristol, Joe Scarborough of George Will. Ze vrezen dat president Trump de GOP de vernieling in helpt en de partij blijvend vervreemdt van een hele, nieuwe generatie. In het VK zegt de centrum-rechtse Matthew d’Ancona over de Tories in een artikel in The Guardian: ‘Ik ben niet bekeerd. Mijn waarden zijn niet veranderd. Maar de conservatieve partij verandert in iets dat ik vreemd en afstotend vind. Zoals een galjoen als vlaggenschip, onder de waterlijn doorboord, vaart het koppig weg; het sleept de natie mee naar een storm van ongekende tegenspoed, gevaar en pijn.’

Een partij die zijn ziel verliest, krijgt die niet zomaar terug. Deze twee conservatieve partijen zijn bezig het vertrouwen van de kiezers te verspelen. Het partijbelang gaat voor het landsbelang, en bij president Trump is het nog kwalijker: zijn eigenbelang gaat voor het partijbelang. Met trucjes als procedures, manipulatie van (sociale) media, overtreding van verkiezingsregels en illegale samenwerking met buitenlandse machten, kiezersonderdrukking of -ontmoediging kunnen partijen hun houdbaarheidsdatum oneigenlijk oprekken, maar uiteindelijk is ook daar de rek uit. Beide partijen hebben het immense geluk dat de oppositie in hun landen er totaal niets van bakt. Hoewel in de VS sinds Nancy Pelosi voorzitter van het Huis is en Trump met de domme sluiting van de overheid de Democraten op een hoop heeft gejaagd dat mogelijk verandert. In het VK spreekt de radicaal-linkse Jeremy Corbyn de meerderheid aan kiezers of de linkse Tories totaal niet aan.

In zijn columnBrexit, shutdown: het Angelsaksische model is kapot. Zie je dit niet, Dijkhoff?’ van 19 januari 2019 in NRC neemt Tom-Jan Meeus het optreden van VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff en de VVD de maat. De VVD is nog zo’n conservatieve partij die de richting van het populistisch-nationalisme is ingeslagen. Meeus verwijt Dijkhoff ‘Angelsaksische spektakelleegte’. De VVD opent electorale campagnes doorgaans vroeg en richt zich op het neutraliseren van de concurrentie op rechts (PVV, FvD) met voorbijgaan aan en schoffering van de partners in het kabinet Rutte III (CDA, D66, CU). In dit geval over het klimaatakkoord waar Dijkhoff op terug leek te komen. De huidige VVD symboliseert de tactiek van de korte klap die leidt tot een strategie van zelfvernietiging. Het is de houding die vorm boven inhoud plaatst. Meeus: ‘Het standpunt is ondergeschikt aan het verlangen om met drama aandacht te genereren. Meeliften met de ophef, de nieuwsgekte, de twitterhysterie. Spektakelleegte.’ en ‘Maar het punt is: uitgerekend dezer dagen blijkt dat die methode failliet is. In zowel het VK als de VS vernietigt het spektakelverlangen van politici de belangen van hun landen.’

De paradox is dat conservatieve partijen als de GOP, Tories en de VVD (die zich presenteert als liberaal, maar voor die etikettering steeds minder weinig bijval krijgt) het tegendeel doen van wat ze pretenderen. Overigens zijn er ook verschillen tussen de partijen die er vooral mee te maken heeft dat de VS voorloopt in ontwikkeling en de partijen in de beide andere landen nog in een vroegere fase zitten. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ze zich niet sterk maken voor de traditionele waarden van hun land of politieke stroming, maar die vanwege partijbelang overboord gooien. Een ontwikkeling die al in gang gezet is in de jaren 1980. Dat is niet zozeer het failliet van het conservatisme dat in de authentieke vorm binnen de democratische rechtsstaat bestaansrecht heeft, maar van pseudo-conservatieve partijpolitiek die geen afstand meer wil doen van de macht en met voorbijgaan aan het respecteren van de democratie daar krampachtig aan vasthoudt. Les voor de VVD is dat het maar beter niet op het spektakel van een dood paard op een doodlopende weg kan gokken.

Foto: ‘VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer op 18 december 2018’ Credits: Foto Bart Maat/ANP.