George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Rudy Kousbroek

Jörg Maurer beoefent de kunst om kort te zijn

leave a comment »

De Duitse auteur van misdaadverhalen Jörg Maurer beoefent in een sketch de kunst van het weglaten. Ofwel, de kunst om kort te zijn. Dit taalspel is een voortzetting van de stijloefeningen (Exercices de style) van de Franse auteur Raymond Queneau die in de jaren ’70 (vdve) door Rudy Kousbroek in Nederland geïntroduceerd werden. In Nederland was in die tijd Hugo Brandt Corstius, ofwel Battus een taalspeler in zijn Opperlandse taal en letterkunde. Maurer speelt het spel vol overgave en vindt de interviewster aan zijn zijde als ze concludeert dat het weglaten niet tot verlies heeft geleid en alles aanwezig is. Echt? Dan begeven we ons op het terrein van de kunst van het veinzen of nauwkeuriger gezegd, het net doen alsof het doen alsof geen doen alsof is. Spel. 

Een reactie bij het ‘Journalistiek Jaarverslag NRC 2017’

leave a comment »

De abonnee’s van NRC kregen afgelopen week een e-mail van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hij merkt daarin op dat NRC zoals elk bedrijf jaarlijks een financieel jaarverslag publiceert. Maar ook een journalistiek jaarverslag omdat het uiteindelijk om de journalistiek gaat: ‘Wij drukken ons succes dus niet zozeer uit in euro’s als wel in een valuta die minder helder maar veel interessanter is: in welke mate slagen wij erin om u, onze lezer, uw mening te laten vormen?

De hoofdredacteur stelt zich procesmatig op en beschrijft de omgeving waarin NRC moet opereren. Dat is een beschrijving die echter voor alle media geldt en niet specifiek is voor NRC. Dat is tevens het ongemak van Vandermeerschs overkoepelende opstelling die voorbijgaat aan de politieke keuzes van NRC. Heeft de krant net als D66 op immateriële onderwerpen een progressief hart en op materiële onderwerpen een naar rechts leunende portemonnee? Is dat gewenst of dient dat bijgesteld te worden? Of is het niet (meer) van belang? Vandermeersch stipt het niet aan en we komen niets te weten over de  koers van NRC. In de voorstelling van de hoofdredacteur lijkt het alsof NRC in een politiek vacuüm opereert waarin nergens druk ontstaat en het uitsluitend te maken heeft met problemen die iedere burger tegenwoordig ontmoet: culture wars, de bubbel waarin mensen zich geïsoleerd terugtrekken en de fragmentering en devaluatie van het begrip ‘waarheid’. Vandermeersch zegt onderaan deze e-mail uit te kijken naar reacties. Dit heb ik hem op 4 januari gestuurd:

Met veel genoegen lees ik sinds lang NRC. Als jong volwassene kreeg ik het Algemeen Handelsblad dagelijks aan de leestafel bij mijn grootvader onder ogen. Die voorganger van voor de fusie. Toen ik in de jaren ’70 ging studeren was de keuze voor NRC snel gemaakt.

De krant heeft me mede gevormd. Eerst vanuit de hoek van de literatuur door medewerkers als Rudy Kousbroek of K.L. Poll. Later vanuit de film en nog later vanuit de politiek. Met de onvolprezen analisten J. L. Heldring en H.J.A. Hofland.

Maar het is geen 1970 meer. De scheidslijnen in de maatschappij en de politiek zijn onder druk van de ontwikkelingen in de VS veranderd. Het is de vraag of NRC daar voldoende op reflecteert. De grootste tegenstelling lijkt niet meer die tussen links en rechts, maar tussen de gevestigde politiek en het nihilisme dat het systeem wil kraken. Hoewel sociaal-economische onderwerpen over belastingontwijking, belastingdruk en inkomensverschillen hiermee niet minder belangrijk zijn geworden. Maar de urgentie ligt nu even elders, zo lijkt het.

Hoe moet een medium als NRC dat ook wel geschaard wordt onder de ‘establishment media’ hier op reageren? Met die vraag in het achterhoofd lees ik NRC de laatste jaren. Ik ben van mening dat het kansen laat liggen en zich meer rechtsstatelijk zou kunnen opstellen. Zo beredeneerd staat het bestaan van NRC in zijn huidige vorm op het spel omdat het verbonden is met de maatschappij waarin het functioneert. Dat is nooit vrijblijvend, maar nog minder vrijblijvend dan het 50 of zelfs 15 jaar geleden was. Of die urgentie over de eindigheid van de gevestigde orde in NRC voldoende is ingedaald is de vraag.

Voor een lezer die op afstand staat en niet aanzit aan de vergadertafels en daarom niet in de zwarte doos kan kijken, is het lastig om in te schatten of NRC de goede keuzes maakt. Wat de lezer wel kan zien zijn de prioriteiten die NRC in zijn kolommen geeft aan onderzoek, berichtgeving en plaatsing van bijdragen van gasten. Dan moet me van het hart dat ik vind dat NRC het afgelopen jaar kansen heeft laten liggen om scherper te opereren.

Laat ik een voorbeeld geven. In 2017 heeft NRC meermalen tamelijk kritiekloos aandacht besteed aan Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. In de berichtgeving en via interviews. Het is prima om de lezer te informeren. Maar ik vind het onbegrijpelijk en getuigen van luie journalistiek dat NRC in een diepgravend artikel nooit aandacht heeft besteed aan de extreem- of radicaal-rechtse contacten van Baudet. Juist omdat politici als Baudet die als destructieve kracht gezien kunnen worden van alles een grapje proberen te maken is het belangrijk dat de bekende feiten goed en scherp op een rijtje gezet worden. Dat geldt nog meer als daaruit een beeld oprijst dat contrasteert met Baudets huidige profilering. Waarom heb ik in NRC nooit gelezen over zijn aanwezigheid op een door het Front National geleide conferentie in februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka? Het kan toch niet zo zijn dat NRC dit overlaat aan De Correspondent dat minder middelen heeft?  

Het zal wel een klacht zijn die u vaker ziet, maar de kwantitatieve groei van de columns zie ik als een negatieve ontwikkeling. Bas Heijne en Luuk Middelaar lees ik nog, de rest van de columns sla ik over. Ik voel meer voor kwalitatieve groei van de columns. Het gemis van de mediacolumn van Hans Beerekamp voel ik nog dagelijks. Wat er sinds die tijd in NRC aan televisie- en mediakritiek verschijnt vind ik ondermaats, saai en zonder enig interessant idee.

Ik heb begrip voor de koers van NRC die volgt uit een lastige afweging om een divers publiek te bereiken. De grootste concurrenten zijn immers niet meer Het Parool, Trouw, De Volkskrant, het NOS Journaal of Nieuwsuur, maar het internet. De geïnformeerde lezer kan het nieuws op gerenommeerde Engelstalige sites 1,5 dag lezen voordat het in de krant gepubliceerd wordt. Om die reden wordt NRC automatisch naar de kant van de achtergrondinformatie, de binnenlandse berichtgeving of de onderzoeksjournalistiek gedrongen. En de bladvulling. Berichtgeving over veel onderwerpen wordt zo minder belangrijk omdat die elders sneller en beter te vinden is. Het risico is dat het percentage trivialiteit in de krant daardoor een kritische grens overschrijdt. Daar moet de hoofdredactie voor waken. Een nog scherpere keuze voor kwaliteitsjournalistiek is de beste waarborg dat NRC de lezer bereikt. Mits de gevestigde orde in stand blijft uiteraard.

Ik wens u en NRC veel sterkte in 2018.

Foto: Schermafbeelding van voorkant Journalistiek Jaarverslag 2017 van NRC, 18 december 2017.

Niet zomaar een ansichtkaart van Terneuzen, 1915

leave a comment »

Zomaar een oude ansichtkaart van de haven van van Terneuzen. Het is 1915, zo zegt een beschrijving. Is het echt? Op de achtergrond is de Westerschelde te zien, links richting Vlissingen, rechts richting Antwerpen. Het vrachtschip ligt met de kop in de richting van het Kanaal van Gent naar Terneuzen. Voor de sluis. Naar België dat in een oorlog is gewikkeld? Dit is een grensgebied, hoewel daar niets van valt te merken. Is het niet 1913?

Nou, niet zomaar een oude ansichtkaart, want ik woonde vanaf mijn 9de jaar rechts om de hoek. Aan de Scheldekade. Nu hangt in mijn woonkamer een foto van een oud-familielid uit dezelfde periode (1900? 1910?) met bijna hetzelfde perspectief. Eveneens met een stoomboot, maar ook met twee grote zeilschepen erachter.

Die oude foto’s zijn meren van herinnering, zoals Rudy Kousbroek het noemde, maar niet voor mij. Want in 1915 was ik nog niet geboren. Het zijn eerder herinneringen van de zee waaruit ik pak wat ik kan gebruiken. Zo’n foto verbergt  archeologische lagen die er door de jaren heen op worden geplakt. Wie weet dat waar de man met de emmer loopt 50 jaar later een wit friteskraam stond? En dat de veerboot -‘de provinciale boot’- jarenlang in de haven aanmeerde? Vaart de voorloper van de veerboot die ik kende niet juist de haven in?

Foto: ‘Vergane glorie – Stoomschepen bij de sluis van Terneuzen, 1915.

Transformatie van tekst op Christelijk Informatie Platform: Sjaak doet wonderen in Madurodam. Extra: met een oproep aan Mario!

leave a comment »

Het is tijd om aandacht te besteden aan een nieuw fenomeen. De herwaardering van Sjaak. Sjaak is een containerbegrip, zoals dat thans genoemd wordt. Het is een begrip zonder scherp afgebakende betekenis waaraan taalgebruiken zelf invulling kunnen geven. Via transformatie. Van alles kan erin geprojecteerd worden. Of doorgeseind. Wensen, halve waarheden, leugens of een idee van liefde. Wij allen zijn de Sjaak.

Transformatie van tekst van artikelGod doet wonderen in Wierden: “God is groter dan jij én ik denken”’ op CIP, 19 september 2017 van Rik Bokelman. God = Sjaak; Jezus = Mario; Wierden = Madurodam. Vraag is of de originele of de getransformeerde versie het meest absurd is en het minst met de werkelijkheid overeenkomt:

Sjaak doet wonderen in Madurodam: “Sjaak is groter dan jij én ik denken”

“Wauw!! Wat een bijzondere avond in Madurodam.” Zo reageert Martin Koornstra, van Royal Mission op de Wonderlijke Zondag die hij in Madurodam organiseerde. “Sjaak deed wonderen!”

“Een vrouw kon haar hand weer bewegen, nadat deze steeds verkrampte door de medicijnen,” schrijft Martin op zijn Facebook pagina. “Rugpijn werd genezen, ingezakte voeten kregen weer kracht… En toen kwam Frits met zijn polyneuropathie. Sjaak raakte hem aan en voor het eerst in mijn leven zag ik de ingehouden vreugde van een Tukker. Bijna zonder emotie zei hij zoiets als: ‘Het kan wel eens beter zijn’ Even later voegde hij er aan toe: ‘Nu ben ik een bekende Madurodamaar’ Op zijn stoel deed hij zijn schoenen uit en testte zijn voeten. Geen pijn Sjaak had hem aangeraakt. Zijn vrouw straalde van vreugde. Er gebeurde nog veel meer. Het mooiste was wel de 10 mensen, die bijna allemaal onder tranen, hun leven aan Mario gaven.”

“Terwijl we die oproep deden, gebeurde nog iets extra’s. ’s Middags was ik al biddend aan het wandelen in de straten rondom de zaal. Ik liep over een spoor en Sjaak sprak tot me. Het ging over dood en iemand die zich voor de trein had willen gooien. Tijdens de oproep om Mario te volgen, voegde ik eraan toe dat iemand zich recent voor de trein had willen gooien hier in Madurodam. Na de oproep herhaalde ik die vraag. terwijl een jongen openlijk reageerde, klampte een moeder me aan voor het podium. Ze zei; ‘Hoe weet jij dat?’. Bleek dat haar dochter die middag langs het spoor had gelopen om een einde aan haar leven te maken. Het meisje had net daarvoor onder diepe tranen haar leven aan Mario gegeven. Sjaak raakte haar, de moeder en ook die andere man aan. Sjaak greep in!!!”

“Sjaak is goed. Sjaak is groter dan jij én ik denken. Dank U Mario voor uw zegen, kracht liefde en leven!!”

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGod doet wonderen in Wierden: “God is groter dan jij én ik denken”’ op CIP, 19 september 2017 van Rik Bokelman.

Schijn van vrijheid met Tommy Wieringa en conferentie Cyberspace

leave a comment »

Internetvrijheid. Is er een minder sexy onderwerp denkbaar dat weinigen aanspreekt? Evenals privacy. In de vijfde Kousbroeklezing meent Tommy Wieringa dat burgers zonder morren hun individuele vrijheid inleveren voor welvaart en veiligheid. Zodat er voor bedrijven en overheden geen beletsel bestaat om nog verder op te dringen. Ongenoemd laat Wieringa dat de ultieme consequentie de controlestaat is. Het 1984 van een mak gebeukte kudde burgers. Is er nog een ontsnappen mogelijk aan de almacht van bedrijven en overheden?

Wieringa: ‘Het is verleidelijk om de westerse geschiedenis voor te stellen als een lange, vaak gefrustreerde maar toch min of meer ononderbroken beweging in de richting van de grootst mogelijke individuele vrijheid, en het is beslist een opluchting dat we aan de onderdrukking van priesters en koningen ontkomen zijn, maar daarvoor in de plaats heeft zich de staat tot in de fijnste vertakkingen van ons bestaan genesteld. In de materiële wereld, waar je kinderen een paar dagen langer mee op vakantie wilt nemen of een schuurtje wilt bouwen, en in de digitale wereld, waar bijna al je bewegingen worden gevolgd en geïnterpreteerd.’

Bureaucratie disciplineert de burger die zich uitstrekt tot een opvoeding die handelen aanleert dat niet alleen in lijn is met de staat, maar zelfs met de zittende macht. Dat omvat de aanvaarding van politieke partijen, de concessies en eigendomsverhoudingen, een in 1815 ontstaan koningshuis dat zichzelf benoemde en op de troon plaatste en nu verafgood dient te worden, gevestigde religieuze organisaties die een streepje voor hebben en een politiek-culturele Leitkultur dat onderscheid oplegt tussen wat leidend en wat volgend is.

Het individu kan niet anders dan zorgen zo min mogelijk afhankelijk van staat en zittende macht te zijn. Meer zit er niet in. Financiële onafhankelijkheid, een kritische geest die tracht grijstinten in een duister landschap te blijven zien en vooral: benoemen of een onafhankelijke, licht-anarchistische houding die zich niet schaart achter vaandels, partijprogramma’s, leiders of het ergste van alles: bijzaken helpen staande te blijven onder de oprukkende controlestaat. Wat in Turkije sneller gaat dan in Nederland. Vrijheid, een snoezig onderwerp voor beschouwingen die in het reservaat van de weldenkende burgers de status quo mogen ondersteunen. Tommy Wieringa heeft er werkelijk behartenswaardige uitspraken over. Maar een lezing is geen realiteit.

2012-08-28-197

Foto: Krijttekening op lei van Tacita Dean op Documenta (13) 2012 in voormalige kapel van een voormalig belastingkantoor in Kassel. Bergen gebaseerd op de omgeving van Kabul in Afghanistan. Eigen foto.

Kersttoespraak Willem-Alexander: ‘Ieders gazen en vaargebied zijn waardigheidsgevoel en belangzucht’

leave a comment »

‘Eenheid zonder verscheidenheid is verstikkend. Verscheidenheid zonder eenheid is los zand. Nederland is meer dan zeventien miljoen selfies. We hebben elkaar nodig, sterker dan we vaak zelf beseffen. Ieders gaven en vaardigheden zijn waardevol en belangrijk. Niet iedereen kan een Epke Zonderland of Gijs Tuinman zijn. Niet iedereen kan uitblinken als leraar, dokter, wetenschapper of hulpverlener. Maar de kracht van Nederland omvat veel meer dan individuele talenten. De kracht zit in wat we er samen van maken. En samen hebben we zóveel om trots op te zijn en vertrouwen aan te ontlenen.’ Aldus Willem-Alexander in zijn kersttoespraak.

Schrijver Rudy Kousbroek (1929-2010) introduceerde in Nederland de methode van teksttransformatie. Hij legt het uit in Transformaties dat gebundeld werd in Anathema’s 1 (1969): ‘De oorspronkelijke, en voor zover ik weet van Queneau afkomstige gedachte van zulke teksttransformaties is bekend geworden onder  de naam S + 7. Hierbij wordt voor ieder woord niet de definitie of een synoniem opgezocht, maar eenvoudig het zoveelste (bijvoorbeeld 7e) woord dat er op volgt in het woordenboek.’ Wat is de zin van teksttransformaties anders dan lachen en oproepen van verbazing over de taalrijkdom? Officiële toespraken sparen om politieke redenen vaak de kool en de geit en worden daardoor nietszeggend en vluchtig. Ze bevatten veel woorden, maar omvatten niets. Wellicht dat een teksttransformatie wat diepgang aan de woorden van de koning geeft:

‘Eenheidsgewicht zonder verschepen is verstoelen. Verschepen zonder eenheidsgewicht is losbarstend zandadder. Nederleggen is meerbezinking dancing zeventienduizend miljoenenrede selva’s. Weck hebben ellebooggroef nodig, sterklasse dancing we vaalbont zelf beseffen. Ieders gazen en vaargebied zijn waardigheidsgevoel en belangzucht.’ Aldus de transformatie S + 7 met behulp van een Van Dale woordenboek uit 1970. Voorzetsels, hulpwerkwoorden en lidwoorden blijven wat ze zijn  Wordt de toespraak van de koning er waardevoller, begrijpelijker, oprechter en verteerbaarder door? Het zou zo maar kunnen. Oordeel zelf.

Den Otter, Bremer, het Wereldmuseum en het smachten naar actie

with 3 comments

10547967_688441167950899_2978307853566048566_o

De aaibaarheidsfactor van een otter is groot, zo stel ik me voor dat de overleden Rudy Kousbroek hierover zou zeggen. Een otter heeft een eerder glad-functionele dan poezige vacht. Kousbroek, die rationale romanticus die me door z’n boeken en artikelen hielp nadenken over wat is, en hoe het hoort. Voor de gelegenheid haal ik m’n op 29 augustus 1969 gekochte exemplaar van ‘de aaibaarheidsfactor‘ uit de kast. Een boekje van 45 jaar oud, wat zegt dat over mij? Met een fluwelen tekstuur die de vingers aanzet tot strijken, zoals Joseph Beuys de steppe verkende in z’n mythologie van het Goede. Kunstenaar Olphaert den Otter verdient deze week een aai.

Op Facebook begon Den Otter op 17 augustus een actie door vragen te zetten bij het reilen en zeilen van het Wereldmuseum. Aangezet door journalist Sjors van Beek die het in De Groene Amsterdammer optekende. Wat spookt directeur Stanley Bremer daar uit, wat leverde het voor Rotterdam op en welke opties blokkeerde een ruimdenkende man van de wereld die z’n Wereldmuseum en die behoudende museumsector zo ontgroeid zei te zijn? Waarom kwelde Bremer zich eigenlijk zo door niet buiten de tredmolen van zijn museum te treden? Hield het wereldmuseum nou Bremer gevangen, of Bremer het Wereldmuseum? Konden ze niet zonder elkaar?

Olphaert den Otter heeft z’n best gedaan en het straatlawaai zijn atelier binnengelaten. Zoals vele kunstenaars doen. David Bade, Jonas Staal, Daan Samson, Boris van Berkum. Ze verdienen een aai omdat ze zich inzetten. Vandaag is Den Otter geïnterviewd voor Radio 1. Nooit meer Slapen. Ook met Bremer, Sjarel Ex (directeur Boijmans) en wethouder Visser (Cultuur, Gemeente Rotterdam). Veel steun is betuigd, belangstelling is groot. De winst van deze week is naar m’n idee dat de kunstsector ernaar smacht om in beweging te komen. Stanley Bremer is niet meer dan de malloot van dienst. Kunstenaars en kunstliefhebbers zijn weer wel zo kieskeurig dat ze niet door iedereen wakkergekust willen worden. Het moet heerlijk aaibaar zijn. Den Otter was perfect.

Foto: Olphaert den Otter, World Stress Painting in het Centraal Museum. Via Facebook-pagina van Lydia van Oosten.

Burger moet levenssfeer heroveren op overheid en bedrijfsleven

with 4 comments

ME_420_CorporateState-640x199

Ontegenzeggelijk staat onze privacy onder druk. Met als rode lijn dat overheden verhullend zijn over de manier waarop ze de burger controleren en zijn levenssfeer binnendringen. Deze houding van de overheid creeërt een tegenstelling met de burger. Onder het mom van veiligheid wordt deze in een ondergeschikte gezagsrelatie gedrongen terwijl hij mee wil spreken over de besluitvorming. Maar dat wordt de burger niet gegund. Zelfs de toezichthoudende autoriteit CBP die toezicht dient te houden op de naleving en toepassing van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen wordt door de politiek op afstand gezet. Het ergste is de mentaliteit van de beleidsmakers dat de burger niet te vertrouwen valt. Dat sluit de weg voor inspraak af.

Een reactie om de sluipende uitbouw van de Nederlandse controlestaat te stoppen is niet makkelijk te geven. De Tilburgse hoogleraar regulering van technologie Bert-Jan Koops noemt de langzame uitholling van privacy tragisch maar onvermijdelijk. Hij koppelt de inperking van de privacy aan de afhankelijkheid van de opsporingstechnologie. Het valt volgens hem nooit meer terug te draaien. Dat klinkt somber. Want als technologie een probleem is kan het toch ook een oplossing worden voor meer transparantie en privacy? Dat gaat via bewustwording. Weliswaar doen kritische groeperingen als Bits Of Freedom, het CBP en politieke partijen als GroenLinks, D66 en de Piratenpartij hun best, maar ze dringen onvoldoende door tot de burger.

Technologie is een middel en geen doel. Het wordt in de wereld gebracht om in de behoeften van de mens te voorzien. Die relatie lijkt de afgelopen decennia verloren gegaan en kan weer centraal komen te staan. Het is geen onbegrijpelijke kracht waarover burgers geen controle kunnen hebben. Technologie is geen mysterie. Rudy Kousbroek benoemde dat 35 jaar geleden toen-ie over het nieuwe bijgeloof sprak. Nu is er een nieuw nieuw bijgeloof dat technologie en de controlestaat niet te stoppen zijn. Da’s pessimistisch gedacht. Burgers hebben in de technologische opgang de controle over hun levenssfeer uit handen gegeven. Of overheden hebben die onder het mom van veiligheid en openbare orde slinks en tersluiks naar zich toe getrokken.

Het pessimisme van Bert-Jan Koops of Steven Rambam dat privacy zo goed als dood is valt te begrijpen, maar is onverteerbaar. Zeker voor jongeren. Het redeneert vanuit de technologie over de technologie. Maar betrekt daar onvoldoende de menselijke factor in. Natuurlijk stelt de met het bedrijfsleven samenwerkende overheid zich steeds harder op tegenover de burger, zorgt het ervoor dat het toezicht op het eigen handelen afneemt en heeft de burger steeds minder te zeggen over de eigen levenssfeer. Maar door bewustwording kunnen burgers zich aaneensluiten om deze ontwikkeling terug te draaien. Het wordt een hard gevecht om de macht. Omdat het gaat over het geld achter de macht. Maar om lucht te houden over de eigen levenssfeer is het onze burgerplicht om in elk geval een poging te doen om de controle over ons eigen leven terug te veroveren.

Foto: Strip Mimi & Eunice, 2011. Tekst: Bedrijven bezitten de overheid/ Ze moeten gereguleerd worden. Door wie?/ Door de overheid.

Een museum sluit, maar een bank nooit. Waarom is dat?

with 5 comments

ff12044

Gisteren was ik in het voormalige Museum Maluku, ofwel het Moluks Museum aan de Utrechtse Biltstraat. Op de kijkdag van de inventaris. Die wordt geveild door BVA-Auctions en tot 5 maart kan men online bieden. Het museum is sinds oktober 2012 gesloten. Het was mij droevig te moede. Een museum vol potentie dat sluit. Wellicht door een combinatie van mismanagement en onvoldoende ondersteuning. Het gebouw is verkocht. Op de benedenverdieping rust een museale bestemming. Geruchten gaan dat er plannen zijn voor een Games-museum. In mei 2012 opperde ik om er het Armando Museum in onder te brengen. De match was in m’n ogen perfect, maar de lokale politiek had zich al te veel verschanst om nog flexibel te kunnen handelen.

Hoe dan ook waren er onvoldoende fondsen om dit museum te steunen. Mogelijk was het aantal Molukkers te klein. Zo’n 40.000-45.000 personen. Mogelijk had de focus verbreed kunnen worden tot alle in Indonesië en het voormalig Nederlands-Indië geboren personen en de volgende generaties. Een Insulinde Museum. Van Louis Couperus tot Rudy Kousbroek en Tjalie Robinson, van Adriaan van Dis tot Marion Bloem. Die weg is niet gekozen. Nu sluit een museum dat ons iets had te vertellen over ons gemeenschappelijk verleden. Spijtig.

Maar merkt de maatschappijcriticus dan op, waarom is er wel steeds voldoende overheidsgeld om banken te ondersteunen? Een maand geleden werd de SNS-bank genationaliseerd omdat het werd aangemerkt als systeembank. U en ik betaalden er 3,7 miljard euro voor en blijken ook  nog eens voor 5 miljard euro garant te staan. Zo’n 5 jaar geleden stopten u en ik ook al 30 miljard euro in ABN AMRO. Zonder onze banken had Nederland er nu niet zo beroerd voorgestaan. En wat doen de banken? Ze gaan door met het uitkeren van bonussen en het traineren van hervorming van de sector. Veelzeggend is dat de secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken Chris Buijink de nieuwe directeur wordt van de lobbygroep de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). De rot zit tot in de haarvaten van de politiek. Banken kopen die politiek op.

Wat is de beste reactie voor een welwillende burger die dit als ongewenst en onrechtvaardig beschouwt? Hoe kan de burger zich verzetten? Zoals gezegd komt de oplossing niet van de gevestigde politiek. Die wordt omgekocht en is op zijn best vol goede bedoelingen, maar onmachtig. Dus Rutte en zijn regering zijn tot onderdeel van het probleem gemaakt. Wat dan? Buitenparlementaire actie? Maar dat komt niet in de buurt van de macht. De media staan aan de kant van de politiek en bespelen de publieke opinie met bezweringen.

De oplossing is de bundeling van tegenkrachten (beter gezegd: krachten die een andere kant opwijzen) en bewustwording op lange termijn. Bewustwording begint met het besef dat de enige weg voor de burger de politiek is en de enige vijand op dit moment ook de politiek is. Dat verschil moet overbrugd worden. Geduld. Bankiers en politici die onze economie hebben geruïneerd zijn het waard om kritisch gevolgd te worden. Voor wie niks in een revolutie met bloedvergieten ziet is er geen andere weg. Zo sluit zich het net naar de uitweg.

Foto: ‘Wie kent?’ op site Museum Maluku.

CDA verbergt de macht

with one comment

Het CDA laat zich graag verkeerd begrijpen met als neveneffect dat sommige CDA’ers het ook niet meer kunnen volgen. De fusiepartij die in 1980 ontstond uit de gouvernementele KVP, de emancipatoire ARP en de conservatieve CHU kent talloze piketpaaltjes die voor buitenstaanders onzichtbaar zijn. Behalve deze interne organisatie geeft de inspiratie op het geloof de partij iets sfinx-achtig.

Van de huidige CDA is meer dan driekwart voor samengaan met rechts. In het openbaar zorgen kiezers, congresbezoekers, (kader)leden, volksvertegenwoordigers, mastodonten of bewindslieden voor ketelmuziek. Constante in een communitaristische partij is dat basis en partijtop elkaar vinden met voorbijgaan aan degenen die de traditie willen vernieuwen. Het collectief gefabriceerde geluidsgordijn verbergt de macht.

Het CDA verandert niet in de kern. Oud zeer jegens de PvdA dat om niets het vorige kabinet opblies. Dominees die zalvend over vrede praten, maar de troepen zegenen voor de strijd. En vooral kaderleden die alles uit de kast halen om op het pluche te blijven. De ketelmuziek wordt telkens opgepakt door links als strohalm om de eigen positie nieuwe hoop in te blazen. Steeds weer wordt het CDA door links verkeerd begrepen.

Mastodonten mogen tegen sputteren en zorgen door hun wrijving voor de glans van de partijleiders. Ze praten recht wat krom is in de ophemeling van christen-democratisch gedachtengoed en christelijke waarden. Maar Nederlandse christen-democraten hebben weinig om op te pochen, behalve een zelfbeeld van voortreffelijkheid dat potsierlijk het verschil tussen schijn en wezen aantoont. Deze uitgevonden traditie is borstklopperij die binnen de partij werkt.

Christen-democraten leven bij rookgordijnen. Sommigen begrijpen dat verkeerd en stappen uit het Byzantisme. Doekle Terpstra is exemplarisch voor een opening die afsluit. Hij afficheert christen-democratie als een beweging die insluit en niet uitsluit. Maar zoals Rudy Kousbroek in zijn fotoboek ‘Opgespoorde wonderen’ zegt: Want dat is wat steeds verdonkeremaand wordt: dat het geloof -geen enkel geloof- geen moderne wereld kan bieden.

Foto: Luxor Tempel, Egypte, rond 1875

%d bloggers liken dit: