George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Rüdiger Kruse

Kruse en Finkielkraut zien kunst als fundament van Europa. Waarom breken PVV en VVD geen lans voor Europese cultuur?

with 6 comments

Rijksmuseum Amsterdam

In Nederland is er nog steeds niemand in de politiek die het hartstochtelijk opneemt voor kunst. Nederlanders is door vooral vertegenwoordigers van de conservatieve VVD een beeld geschetst dat kunst het verdient bij het oud vuil gezet te worden. Dat kwam in 2011 hard aan. Ook omdat het onverwachts gebeurde en onnodig was. Kritiek kwam vooral van mensen die werkzaam waren in de kunstsector en door sluitingen hun baan verloren, maar ook van maatschappelijk betrokkenen die een breed belang van kunst zagen. En dan waren het nog niet eens de bovenmatige bezuinigingen die het meest stoorden. Van vaak 30% bij culturele instellingen waarvan gezegd werd dat ze nodig waren om door de teruglopende inkomsten het budget in evenwicht te brengen. De neerbuigendheid van een volledige politieke klasse tegenover de kunsten deed meer pijn. Omdat het duidde op onbenul van de beunhazen in de politiek die het belang van cultuur niet meer waardeerden.

Hoe het anders kan tonen twee voorbeelden vanaf de rechterflank aan. De conservatieve Franse filosoof Alain Finkielkraut van wie gezegd wordt dat-ie aanleunt tegen het gedachtengoed van het Front National neemt het in een NRC-interview met Peter Vermaas op voor de Europese cultuur: ‘Tegenwoordig geeft Europa de cultuur echter op aan iets anders, aan de moderne techniek, aan de consumptie. Ik hou te veel van Europa, de Europese beschaving, de diversiteit, het landschap, om haar in de steek gelaten te zien worden door de EU’.

De Duitse CDU-parlementariër Rüdiger Kruse breekt in een interview dezelfde lans voor de Europese cultuur. Hij meent dat Europa met ‘cijfers en tekens’ niet te verklaren valt: ‘Het Europese verhaal is cultuur. Met de cultuur als kernelement van Europese zelfdefinitie ontstaat een keten van legitimatie die veel verder teruggaat dan de monetaire unie of hun wortels, of het generatie na generatie uitgewoonde Duits-Franse conflict.’ Kruse meent dat als men de cultuur weer centraal stelt dat de kunstmatigheid die de EU aankleeft de pas afsnijdt: ’Dat we cultuur-Europeanen zijn is makkelijk te begrijpen. Het vereist gewoon een andere perceptie en waardering van cultuur: kunst niet als bouw van de samenleving, maar als fundament.

Er valt heel wat af te dingen op de standpunten van Finkielkraut en Kruse. De Europese cultuur zetten ze niet in om de cultuur, maar instrumenteel als ‘identiteitsvormend’ element dat van alles buiten de deur dient te houden: consumentisme, kosmopolitisme, multiculturalisme of nog erger: Europese eenheidssoep die naar niks smaakt en niemand dient. Waartoe dat uiteindelijk moet dienen is de vraag. Leidt dat tot een opvatting van kunst en cultuur die over grenzen gaat of juist grenzen moet vormen? Maar ze doen in elk geval serieus een poging om verder te denken over het belang van cultuur in relatie tot de EU. Waarom dit geluid in de conservatieve PVV en VVD niet klinkt is het raadsel van de Nederlandse politiek. Juist partijen als de PVV en VVD die nationalisme, identiteit en grenzen belangrijk vinden en zich eurosceptisch uiten zouden deze standpunten kunnen onderbouwen door een lans te breken voor een herwaardering van de Europese cultuur. Maar ze zijn intellectueel niet in beweging te brengen. Lui denken en makkelijk snijden op kunst is het gevolg.

Foto: Rijksmuseum. Amsterdam, 2013.