Fictief drama valt nooit samen met werkelijkheid. Over ‘The Crown’

De Britse TV-serie ‘The Crown‘ is drama. Gebaseerd op de werkelijkheid van het Britse koningshuis en de regeringsperiode van koningin Elizabeth II. Het moet niet verward worden met die werkelijkheid waar het niet mee samenvalt. Het lijkt er sterk op dat zowel publiek als zogenaamde deskundigen die zich er over uitspreken niet goed beseffen wat fictief drama is.

Marketing en publiciteit over zo’n dramaproduct die verkeerde verwachtingen scheppen zijn eerder het probleem, dan het drama zelf. Dat komt tot uiting in het bericht van RTV Boulevard als critici worden geciteerd die zeggen dat distributeur Netflix die de serie uitzendt duidelijker moet maken dat het om fictie gaat. Onder wie de conservatieve en gezagsgetrouwe Julian Fellowes. Tegelijk is dat onzinnige kritiek die RTL zonder kritiek naar boven haalt omdat iedereen kan weten dat het kenmerk van fictie is dat het per definitie nooit kan samenvallen met de werkelijkheid.

Zo kondigt zich een ander knelpunt aan dan het altijd onterechte verwijt dat fictie zich verkeerd verhoudt tot de werkelijkheid. Namelijk die van de media educatie die in Nederland al tientallen jaren achterblijft bij de groei van de (sociale) media. Het publiek zou in onderwijs, media en ook door dee distributeurs van fictie beter moeten worden voorgelicht over wat de kenmerken van en de grenzen aan het genre zijn. Dat dat niet of onvoldoende gebeurt is inherent aan het kenmerk van het drama dat de illusie in stand wil houden dat het zichzelf vertelt. Daar past geen waarschuwing bij dat het fantasie is. Toch zou met name het onderwijs veel meer kunnen doen om het publiek mediawijs te maken dan het nu doet.

Drama moet op de eigen waarde beoordeeld worden en niet in relatie tot de werkelijkheid waar het op gebaseerd is. Dat speelt op het aspect van samenhang, geloofwaardigheid en waarschijnlijkheid. Ofschoon via een omweg de relatie tot de werkelijkheid een van de kenmerken kan zijn waar drama aan afgemeten kan worden. Denk aan een sleutelroman die vanuit geslotenheid intimiteit openbaart onder het mom van overtreding en openbaring. Maar ook dan dient dat afmeten uitsluitend begrepen te worden binnen de constructie die drama hoe dan ook is.

Drama is een opgetuigde werkelijkheid die in zichzelf bestaat. Drama als ‘The Crown‘ hanteert een klassieke, Hollywoodiaanse vertelwijze waarin vanwege het streven naar realisme de constructie van het drama, zeg de montage, weggemoffeld wordt. Waarbij realisme niet begrepen moet worden als de vertaling van de werkelijkheid waarnaar het drama verwijst, maar als realisme van de constructie in de eigen gesloten werkelijkheid.

De opzet van dit soort fictie als ‘The Crown’ dat een traditionele, verhalende vertelwijze hanteert is om de identificatie van de kijker met dat drama te maximaliseren, maar met de ‘echte’ werkelijkheid erachter te minimaliseren. Ook daarom is het verwijt over het vermeende gebrek aan realisme onterecht. Twee belangrijke kenmerken van dit soort drama zijn a) dat de kijker geen kritische afstand kan nemen tot dat drama en b) het verhaal verteld wordt aan de hand van de personages. Dat is de dubbele garantie dat het systeem waarbinnen het drama tot stand is gekomen ongenoemd blijft en geen kritiek krijgt. Met dient goed te beseffen dat verwijzingen naar het systeem, zeg de samenleving of de machtsstructuur, binnen dat drama ook fictie zijn.

Hoe dat in de praktijk werkt laat de kritiek op ‘The Crown’ zien. Het is tamelijk potsierlijk dat kritiek op een fictief drama op zijn beurt ook weer fictie is. Die kritiek kan opgevat worden als de verdere bevestiging van het beeld dat fictie een illusie is, zonder dat dit als zodanig gezegd kan worden. Deze kritiek is de perfecte afleiding om in een dubbele ontkenning via een omkering van waarden de ware aard van fictie te verhullen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelNetflix-serie The Crown ligt flink onder vuur’ op RTL Boulevard, 22 november 2020.

Foto 2: ‘Werkfoto’ met Stephen Daldry, Anton Lesser en Claire Foy in The Crown (2016). Credits: Robert Viglasky / Netflix.

Oproep aan adverteerders om steun aan Voetbal Inside te stoppen is aanvaard actiemiddel. RTL Boulevard wil het niet snappen

Ik kijk niet lineair naar programma’s van de commerciële omroep, dus evenmin naar Voetbal Inside. Niet uit principe trouwens. maar gewoon door wat ik zie als het ontbreken van kwaliteit. Het gaat aan me voorbij. Alleen bij een relletje zoek ik desgewenst via sociale media even op waar het over gaat. Er is op 19 december door documentairemaker Sunny Bergman op Facebook een oproep geplaatst die onder meer zegt: ‘Voetbal Inside wordt mede mogelijk gemaakt door Amstel Bier, Gillete en Toto. Willen deze merken ook homofobie mede mogelijk maken? Zo nee: waarom sponsoren deze merken Voetbal Inside dan nog?’ Bergman spreekt deze merken aan op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit is een aanvaard actiemiddel dat in de VS of in Nederland onder meer met gemengd succes tegen de alt-right websites Breitbart, De Dagelijkse Standaard of The Post Online wordt gevoerd. Zo zag Breitbart vanwege de benadering van adverteerders door actiegroepen de reclame inkomsten in mei 2017 met 90% dalen, aldus een bericht in The Hill.

Bergmans oproep aan de adverteerders om vanwege ‘homofobie’ te overwegen hun steun aan Voetbal Inside te beëindigen is een aanvaard actiemiddel. Het zet adverteerders onder druk. Het roept niet op om het programma te stoppen of presentatoren te ontslaan die onder het mom van satire gewraakte uitspraken van homohaat of racisme doen. Het roept enkel op om de financiële steun aan het programma te stoppen.

Zowel Voetbal Inside als RTL Boulevard zijn programma’s van RTL. Het commentaar van RTL Boulevard op Voetbal Inside heeft daarom een hoog ‘de slager keurt het eigen vlees’ gehalte. De commentatoren van RTL Boulevard zoeken de afleiding door te verwijzen naar de Russische Federatie of Turkije, terwijl het bij Voetbal Inside gaat om een Nederlands programma in de Nederlandse taal met Nederlandse onderwerpen dat gericht is op een Nederlands publiek. Waarom moeten kijkers als het lastig wordt zich dan ineens druk maken over buitenlands onrecht, terwijl zowel Voetbal Inside als RTL Boulevard bijna volledig op de Nederlandse publieke opinie zijn gericht? De vrouwelijke presentator verwoordt perfect de domheid en het selectieve kijken naar de werkelijkheid en zichzelf binnen de Nederlandse RTL-tak door op te merken dat men niet naar Voetbal Inside hoeft te kijken. Nee, uiteraard niet. Maar het staat actievoerders volledig vrij om de adverteerders van Voetbal Inside op te roepen om hun financiële steun aan dat programma vanwege homohaat of racisme te beëindigen.

De ondraaglijke lichtheid van ‘journalist’ Peter R. de Vries

vri

Hoe het niet moet toonde gisteren in reactie op de dodelijke aanslag bij Charlie Hebdo in RTL Boulevard  misdaadjournalist Peter R. de Vries aan. Mediacourant zet het op een rijtje. Er is kritiek gekomen op zijn ongelukkige uitspraken die niet ondubbelzinnig de vrijheid van meningsuiting verdedigen. Onbegrijpelijk voor iemand die zich journalist noemt. Maar De Vries grossiert ook in denkfouten en gebrek aan kennis van zaken.

Hij maakt om te beginnen de denkfout dat een niet-moslim de leerstellingen en verboden van de islam moet volgen. Een tamelijk bizar en onhaalbaar standpunt. Want religies kennen vele verboden, zoals een simpel voorbeeld verduidelijkt. Verschillende religies verbieden het eten van varkensvlees (islam), van rundvlees of van elk vlees of vis (hindoeïsme), maar dat betekent niet dat andersdenkenden deze verboden moeten opvolgen. Zo heeft een niet-moslim geen enkele verplichting om de dogma’s van de islam te volgen.

Daarbij komt dat de interpretatie van De Vries over het verbod om de profeet af te beelden minder absoluut is dan hij meent. Islamist Umar Ryad analyseerde dat begin 2013 naar aanleiding van de Deense spotprenten: ‘Niet alle islamitische stromingen handhaven een strikt verbod op het afbeelden van de profeet’. Verwijzend naar de uitspraak van de Iraanse rechtsgeleerde Taha Jabir al-Alwani over de afbeelding van de profeet op een fries in de VS: ‘Al-Alwani stelt dat elke beschaving zijn eigen middelen heeft voor zelfexpressie. Een islamitische beschaving uit zich door de kracht van het ‘woord’. Westerse beschavingen zijn juist geneigd zich te manifesteren door het tastbare, concrete ‘beeld’. De conclusie legitimeert het cultuurverschil: ‘Het beeld kan worden gezien als symbool voor de positie van de islam als integraal onderdeel van het pluriforme karakter van de Amerikaanse samenleving’. Hetzelfde kan gezegd worden van de West-Europese samenleving.

Wat De Vries precies suggereert met de opmerking over de afbeelding van de profeet is onduidelijk: ‘Op het moment dat je dat toch doet en je beeldt hem zelfs af in compromitterende situaties, zelfs naakt, dan roept dat heftige situaties op’. Is de verwachting van een heftige reactie reden om iets na te laten? De Vries vliegt volledig uit de bocht met de opmerking ‘Het publiceren van dit soort spotprenten ervaren veel mensen die het moslimgeloof aanhangen, óók als een aanslag.’ Alsof het maken van een tekening en het uitvoeren van een aanslag waarbij 12 mensen worden gedood ook maar op enige wijze vergelijkbaar zouden zijn. De Vries laat zich kennen als een pseudo-journalist die zowel de vrijheid van meningsuiting als de islam niet begrijpt.

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Peter R. begrijpt woede om cartoons Charlie Hebdo’ voor Mediacourant.