Bestuur van Bij1 wil evenwicht tussen soorten zichtbare diversiteit

Per tweet geeft Bij1 een liverslag van de ALV die in het teken staat van het royement van de nummer twee op de kieslijst: Quincy Gario. Dat er onrust was over zijn positie was afgelopen week via Trouw gelekt. Uit het verslag valt op te maken dat voor dit lek niet het bestuur, maar iemand uit de omgeving van Gario verantwoordelijk is.

Het bestuur die zichzelf als betrokkene zag vond het niet verstandig om de klachten over Gario zelf te onderzoeken en besteedde dat onderzoek uit aan advocatenkantoor Van Overbeek de Meyer. Volgens het bestuur was er in Nederland geen meer divers bureau te vinden die dit onderzoek kon uitvoeren. Het rapport concludeerde over Gario:

Het bestuur zegt dat het onjuist is dat het bestuur Gario geen kans gaf om zijn verhaal te doen. Het is andersom, Gario ging niet in op de uitnodiging van het bestuur om zijn verhaal te doen. Daarna heeft het bestuur op 10 juli aan hem laten weten dat het had besloten om zijn lidmaatschap op te zeggen. Toen hij door het bestuur nogmaals werd uitgenodigd voor een gesprek ging Gario daar niet op in.

Het bestuur zegt prioriteit te hebben willen geven aan degenen binnen de partij die hadden geklaagd over Gario. Het bestuur gaf prioriteit aan het beschermen van de veiligheid, privacy en rechten van deze 16 ‘signaalindieners’. Er blijkt volgens het bestuur door 16 uiteenlopende individuen over Gario geklaagd te zijn.

Wat is hier nou eigenlijk aan de hand? Er lijkt een strijd om diversiteit binnen Bij1 te zijn ontstaan. Want er bestaan verschillende soorten diversiteit waarvan de vertegenwoordigers binnen organisaties claimen dat die van hen het belangrijkste is. Ofwel, hun diversiteit is het waar het om moet draaien en andere diversiteiten zouden daar ondergeschikt aan moeten zijn.

Soorten diversiteit zijn: huidskleur, gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Omdat de zichtbare kenmerken van diversiteit een duidelijk middel tot profilering zijn, duwen die in het publieke debat de onzichtbare kenmerken naar de marge.

De realiteit is dat opdrachtgevers, maar ook politieke partijen die zich willen profileren als voorstander van diversiteit eerder zullen kiezen voor een zichtbaar kenmerk omdat dit een signaal naar de buitenwereld afgeeft dat de instelling serieus werk maakt van diversiteit. Ook lijken activisten zich politiek beter langs de lijnen van zichtbare diversiteit te hebben georganiseerd en weten ze de instellingen politiek onder druk te zetten. Die laten zich maar al te graag onder druk zetten omdat ze worstelen met het onderwerp diversiteit en zelf niet goed weten wat ze ermee moeten. Het gevolg is dat instellingen nauwelijks aandacht besteden aan de onzichtbare kenmerken van diversiteit, zoals sociaaleconomische status en opleidingsniveau.

Voor Bij1 lijkt te gelden dat er al vanaf het begin spanning was tussen de feministische en zwarte vleugel. Die tweedeling is niet absoluut, maar relatief. Want er zijn binnen Bij1 veel zwarte vrouwen. De concurrentie gaat erom welke soort diversiteit het zwaarste dient te wegen. Quincy Gario komt in de berichtgeving met zijn ‘mannelijke dominantie’ duidelijk naar voren als een representant van de zwarte vleugel die niks met de feministische vleugel heeft.

Het bestuur lijkt voor een evenwichtige mix tussen de verschillende soorten zichtbare diversiteit te kiezen. In die mix was niet langer plaats voor Gario. Naast het feit dat hij geen teamspeler is, geen politicus als de nummer 2 van een politieke partij. maar een activist.

Het lijkt binnen Bij1 de Franse revolutie. Het eet de eigen kinderen op. Het oproer in Bij1 geeft aan hoe complex het kan zijn om verschillende vleugels binnen een radicale partij te verenigen. Het gaat bij velen in deze partij blijkbaar eerder om het profileren van de eigen zichtbare diversiteit, dan om het uitdragen van de juiste politieke overtuiging en het realiseren van beleid. Partijleider Sylvana Simons heeft zich de laatste tijd succesvol geprofileerd als links-radicale politicus en beseft met het bestuur dat politiek vakmanschap een voorwaarde is die de strijd om de identiteit omvat.

50Plus royeert oprichter OPA om ambitie. Strijd ouderenpartijen?

Afgelopen zaterdag een bericht op Binnenlands Bestuur. Het bestuur van 50Plus zette een bestuurster en lid uit de partij. Het geroyeerde partijlid is Dick Schouw die oprichter is van het onlangs geregistreerde Ouderen Politiek Actief, OPA. Volgens BB is-ie uit 50Plus gezet omdat-ie ‘de grenzen die de partij heeft vastgesteld meerdere malen aantoonbaar heeft overschreden’. Niet wordt uitgelegd wat dat inhoudt. Overigens ontbreekt Schouws succes in de Piratenpartij. Hij vond er wegens zijn top down benadering geen aansluiting. De video van PowNews dateert trouwens van 16 september. Dus vier dagen voor het royement van Dick Schouw.

Op Omroep Brabant reageert de in Den Bosch wonende Schouw. Hij vindt het argument voor zijn royement ‘niet rechtsgeldig’: ‘Mij wordt verweten dat ik actief ben in de lokale politiek, terwijl ik het 50Plus-embleem draag. Maar dat mag volgens de statuten van 50Plus, ze moedigen het zelfs aan.‘ Schouw doelt hiermee op artikel 2 lid 2c dat zegt dat 50Plus haar doel tracht te bereiken door ‘het bevorderen en ondersteunen van de verkiezing van kandidaten voor het lidmaatschap van gemeenteraden, gesteld door lokale partijen‘.

Schouws redenering lijkt te zijn dat-ie met OPA 50Plus niet in de wielen rijdt. Want 50Plus is niet zelf actief op gemeentelijk niveau. De partij ‘bevordert en ondersteunt wel de verkiezing van kandidaten’ die door lokale partijen gesteld worden. Een win win-situatie voor Schouw. Hij is lid van 50Plus, richt OPA op dat initiatieven neemt voor de oprichting van lokale afdelingen en bestaande partijen oproept zich bij OPA aan te sluiten.

De site van de OPA bevat onduidelijkheden, zoals over het einddoel. Ligt de ondergrens voor de doelgroep bij 40 of 45 jaar? OPA is op 9 september 2013 als politieke partij geregistreerd bij de Kiesraad, maar noemt zich uitdrukkelijk een beweging. Maar het breekpunt voor 50Plus dat tot het royement van Schouw heeft geleid lijkt erin te liggen dat OPA de optie openlaat zich in de toekomst niet tot het gemeentelijk niveau te beperken. Het zegt over de eigen aanpak: ‘Wij richten ons in eerste instantie op de komende gemeenteraadsverkiezingen en op lokale partijen.‘ Maar wat is de tweede stap als in gemeenten succesvolle OPA-afdelingen functioneren? Vanwege de schijn van belangenverstrengeling is het verklaarbaar dat 50Plus Schouw uit de partij heeft gezet omdat-ie de landelijke ambities van OPA openhoudt. De toekomst zal uitwijzen hoe dat voor beiden uitpakt.