Gedachte bij foto ‘Un arrêt d’autobus, la nuit sous la pluie, autobus en direction de la porte d’Orléans, Paris’ (1937)

Roger Schall, Un arrêt d’autobus, la nuit sous la pluie, autobus en direction de la porte d’Orléans, Paris, 1937. Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

De Franse fotograaf of fotojournalist Roger Schall (1904-1995) heeft prachtige nachtopnamen gemaakt van Parijs. Ze maken inzichtelijk waarom de Franse hoofdstad de lichtstad werd genoemd.

In deze foto uit 1937 noemt Schall de elementen in de titel: ‘Een bushalte’, ‘’s nachts in de regen‘, ‘bus richting Porte d’Orléans‘ en ‘Parijs‘. De vrouw rechts met een zwarte mantel met bontkraag, hoed en paraplu kijkt in de richting van de fotograaf. Door de weerschijn op de straat en de afstand tot het haltebord achter haar staat ze afgetekend. Haar contouren bestaan dankzij het schaarse licht. De suggestie is dat haar hoofd naar links draait. Enkele passagiers op of rond het balkon van de bus kijken ook in de richting van de fotograaf.

De stilstand is in focus en de beweging niet. De sluitertijd is gericht op de stilstaande bus, het straatdek van asfalt en de bushalte. Het maakt van de passanten vluchtige schimmen.

Dit kan op het oog geen perfecte foto zijn omdat die snel genomen moest worden. Maar precies die beperking maakt dat de foto het ogenblik ontstijgt door de spanning tussen de ‘vaste’ en ‘losse’ elementen. Schall roept de associatie op met spoken, geestverschijningen of droombeelden. En wat een toeval, het is immers toch al nacht, die tijdruimte waarin de illusie optimaal werkt omdat niet alles ingevuld is. Schall verdubbelt die illusie. Noem het een onvoorzien voorval of geluk, maar hij weet zijn moment bewust te kiezen.

Gedachten bij foto ‘Foire du Trône : la fête est finie’ (1933). Kermis als cultuur

Wie herinnert zich als kind niet de opwinding als wagens de stad inrijden voor de jaarlijkse kermis? Ze doken onverwachts op en stonden ineens ’s ochtends vroeg als ingepakte cadeautjes op de markt. Wie voelt nog de droefenis als ze na een week of tien dagen ineens de stad weer hadden verlaten? Even leek het of het feest eeuwig zou zijn. Zoals voor de eendagsvlieg elke dag eeuwig is. Dat was de misrekening. Kermis is cultuur, zo wordt beweerd. Dat wat ons verbindt. Niet alleen met elkaar, maar ook het kind met de volwassene binnen één individu. Dat is geen economische basis voor het bestaan ervan, maar wel een culturele basis. Daar gaat het mank. Kermis is een plaats van geheugen waar de worsteltent waar de plaatselijke gewichtheffer furore mocht vieren, de friemelende muizenstad en de onbegrepen schittering van de attractie met Boheems kristal samenkomen. Onlosmakelijk verbonden met de populaire muziek van de generatie waartoe men behoort. Dat is onbetaalbaar en onschatbaar, maar betaalt niet uit. Kermis is goeddeels herinnering en verlangen naar het verleden. Op die vroegste archeologische herinneringslaag komen later weer andere lagen te liggen. Deze foto van Roger Schall uit 1933 loopt weer vooruit op een van de beginshots van de film Jour de fête uit 1949 van Jacques Tati. Als het feest nog moet beginnen. Vooral de viering van jeugd en onbezorgde horizonloosheid.

Foto 1: Roger Schall, ‘Foire du Trône : la fête est finie’ (Kermisterrein du Trône: het feest is voorbij). Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Foto 2: Still uit Jour de Fête (1949) van Jacques Tati.

Gedachten bij de foto ‘Manège, grand huit, Luna Park, Porte Maillot, 16ème arrondissement, Paris’ (1935)

Een houten achtbaan ofwel le grand huit in het Lunapark Porte Maillot op de grens van het 16de en 17de arrondissement in Parijs. Ook wel een houten Russisch bos genoemd. Het is onduidelijk wanneer het gesloten werd. Het eind wordt gesitueerd in 1931, 1934 of tijdens de Tweede Wereldoorlog. Alleen die laatste datum past bij de informatie over deze foto die dit tafereel dateert in 1935. Een jaar later werd het Volksfront van Léon Blum opgericht. Dat zou velen hoop geven. Door de recessie van de jaren 1930 was de belangstelling voor dit vertier afgenomen. Mensen hadden er geen geld meer voor. De twee stelletjes in de voorste wagentjes stralen en hebben plezier, maar van de man alleen in het achterste wagentje kan dat niet gezegd worden.

De achtbaan kan als beeldspraak voor het leven gebruikt worden. Dat is een ritje dat afgelopen is voor je het weet. We stappen in en uit. Dat is het. Ook kan de achtbaan de huidige coronacrisis oproepen. We weten dat de rit eindigt, maar weten niet wanneer. Moeten we gillen van spanning? Of wordt ons aangepraat om te gillen en gaat het allemaal te snel om te bevatten? Amuseren we ons dood? Of doden we de verveling door even uit het normale te treden? Hoe dan ook wordt het dagelijks leven betrapt. Fotograaf is Roger Schall (1904-1995).

Foto: Roger Schall, ‘Manège, grand huit, Luna Park, Porte Maillot, 16ème arrondissement, Paris (1935). Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.