Werken in wording: Vladimir Putin: ‘Erased Ukraine’ (2022) en Biden, Johnson en Zelensky: ‘Erased Putin’ (2022)

Schermafbeelding van berichtCulture Ministry: 200 cultural heritage sites destroyed by Russian invaders‘ van de pro-Kyiv site Ukrinform.

Herinneren we ons het werk van Robert Rauschenberg ‘Erased de Kooning Drawing (1953)‘? Een kaal landschap op papier.

Robert Rauschenberg, ‘Erased de Kooning Drawing (1953)‘. Collectie:  SFMOMA.

Dat is klein bier vergeleken met het werk van het Kremlin in Oekraïne. Volgens het Oekraïense ministerie van cultuur heeft de Russische krijgsmacht tijdens de invasie al 200 culturele erfgoedsites beschadigd. Zoals kerken, musea, monumenten en theaters.

Oekraine wil ze na de oorlog herstellen of opnieuw opbouwen. Vergelijkbaar met het totaal in puin geschoten Leuven na de Eerste Wereldoorlog of het verbrande Dresden na de Tweede Wereldoorlog. De vernietiging in Oekraïne is nu al aanzienlijk. Als de oorlog nog veel langer duurt, dan zal de beschadiging van Oekraïens cultureel erfgoed verder toenemen.

Critici menen dat de VS en het VK de oorlog willen verlengen om het regime van Poetin ten val te brengen. Het idee is dat hij bij verlenging van de oorlog door uitputting door zijn militaire, politieke, financiële en propagandistische reserves heen raakt. Zoals de Sovjet-Unie in 1991 door gebrek aan middelen simpelweg geen bestaansrecht meer had en uit elkaar viel. Dat kan opnieuw gebeuren.

Zo’n verlenging is niet in het direct belang van Oekraïne. Maar het geeft het land voor de lange termijn wel bestaanszekerheid. Nu ontkent het regime in het Kremlin het bestaan van Oekraïne als autonome staat. Dat is kiezen tussen de korte en lange termijn.

Autodidact Vladimir Poetin laat zich kennen als brutistisch, deconstructivistisch activist met zijn werk in wording ‘Erased Ukraine‘ (2022), maar op hun beurt werken Joe Biden, Boris Johnson en Volodymyr Zelensky aan hun werk ‘Erased Putin‘ (2022). Welk werk het beste past bij de uitkomst van de huidige oorlog is nu nog niet te voorspellen.

Er wordt hoe dan ook in Oekraïne wat uitgevlakt, gewist en verdoezeld. Tot en met cultureel erfgoed en politieke leiders aan toe. Het is geen kunst om geen kunst te maken, zoals het een kunst is om kunst te maken. Het is gedenkwaardig als geen kunst kunst maakt. Ongewild, om niet te zeggen per ongeluk.

John Szwed over de relatie tussen jazz en schilderkunst

Een item voor de liefhebbers van jazz en schilderkunst, in het bijzonder bebop en moderne kunst. Emeritus hoogleraar John Szwed die heeft gepubliceerd over jazz, antropologie en Afro-Amerikaanse onderwerpen geeft zijn visie op de wisselwerking en wederzijdse beïnvloeding tussen de twee disciplines. Met in een hoofdrol twee van oorsprong Nederlandse schilders: Piet Mondriaan (na 21’30’’) die wordt gekoppeld aan de door-meanderende boogie woogie van de pianisten Albert Ammons, Meade Lux Lewis en Pete Johnson en aan Thelonious Monk, evenals Willem de Kooning (na 43’00’’) die wordt gekoppeld aan Robert Rauschenberg en Ornette Coleman. In Nederland zouden in zo’n lezing ongetwijfeld de namen Lucebert en Hugo Claus vallen.

Foto: Robert Ryman, Untitled (Orange Painting), 1955 en 1959. Collectie: MoMA New York.

Zwart, Bordeauxrood en Geel in Tate Modern

Gisteren is in de Londense Tate Modern ‘Black on Maroon‘ van Mark Rothko beklad. Het schilderij uit 1958 is onderdeel van de Seagram-serie en kan hersteld worden. Vladimir Umanets schreef met een pen in de rechterbenedenhoek ‘Vladimir Umanets ’12 / A Potential Piece of Yellowism‘. Rothko (1903-1970) is een hoog gewaardeerde schilder aan wiens kleurvlakken spirituele kwaliteiten worden toegedacht. De Rus Umanets kon ontkomen. Gevraagd door The Guardian verwijst Umanets naar het ‘Yellowism‘. Een manifest zegt dat voorbeelden ervan op kunstwerken kunnen lijken, maar het niet zijn. Marcin Lodyga en Vladimir Umanets menen dat de context voor kunstwerken al kunst is. Umanets past in de traditie van verwarde geesten en iconoclasten zoals Gerard Jan van Bladeren die tot tweemaal toe aan het eind van de vorige eeuw een werk van Barnett Newman met een Stanley-mes beschadigde. Deze keer valt de schade mee. Vladimir Umanets is gekend. Museumdirecteur Chris Dercon ziet het museum als vrijhaven voor de kunst. Daar gebeurt het.

Foto: Mark Rothko, Black on Maroon, 1958. (cat.nr. T1170). Tate Modern, Londen, Credits Kate Rothko Prizel en Christopher Rothko/DACS, 1998

Behoudzucht in de beeldende kunst

 

Beeldenstorm in kunst is als een pendule. Soms slaat het links, soms rechts. Een NRC-recensie van politieke affiches uit de jaren ’70 (vdve) toont de houdbaarheid: Eigenlijk maken ze één ding echt duidelijk: dit zijn de jaren van retoriek en van dik hout zaagt men planken. Links-activistische toegepaste kunst die jaren later als overspannen, pathetisch en ongenuanceerd wordt beoordeeld. Niets staat stil, onze mening nog het minst.

Lastig om uit te gaan van goede bedoelingen van beeldenstormers. De praktijk leert dat beeldenstormen altijd uit de hand loopt. Beeldenstormen is per definitie een emotie die uitgaat van intolerantie en tot doel heeft om iets van de ander te vernietigen. Of het sacrale nu het uitgangspunt of het doel is maakt geen verschil. Daar past geen relativering bij die een beeldenstorm goedpraat.

Sooreh Hera zette vanuit haar eigen wereldbeeld een autonoom beeld naast een al bestaand wereldbeeld. Ze vernietigde de illusie van de ander, niet een fysiek beeld. Zij is daarom geen beeldenstormer. Hoogstens een moderne variant die met hedendaagse middelen aanleunt tegen een traditie van iconoclasme in de kunstgeschiedenis. Wat rebelsheid door associatie suggereert. Hoogst fascinerend en van deze tijd, maar Hera bleef aan de nette kant door slechts een illusie te verdringen.

Iconoclasten die anderen hun opinie opdringen door middel van beschadigen of vernietigen van beelden zijn de ware beeldenstormers. Actief geweld tegen een kunstwerk maakt daarbij het verschil. Ze tasten de vrijheid van expressie van de maker aan door deze uit te willen vegen. Onder welk mom dan ook. Het gaat niet om het geweld dat indirect als reactie tegen de maker opgeroepen wordt. Ook Robert Rauschenberg vlakte ooit een tekening van Willem de Kooning uit. Met toestemming.

Religies roepen trouwens door hun hooghartig karakter en hun beroep op het hogere tegengeluiden op. Dat tegengeluid hebben ze nodig om maatschappelijk bij de tijd te blijven en niet te vervreemden in apartheid. Ook daarom moet een tegengeluid als dat van Hera door alle weldenkende mensen onvoorwaardelijk geaccepteerd worden. Het tegengeluid is niet een bedreiging voor religie, maar juist de redding ervan.

Als overigens ooit de overbodigheid en het maatschappelijk isolement van de Nederlandse museumsector is aangetoond, dan was het tijdens de affaire-Hera eind 2007. Een collectieve actie van tien gezichtsbepalende kunstmusea had de geloofwaardigheid van de sector gediend. Al hadden ze maar elk een foto van Hera op zaal gehangen. Maar het bleef bij het kleinere museumgoudA en een standvastige directeur.

Sinds die tijd kijk ik anders naar blauwdrukken, vergadercultuur, megamanifestaties en megamarketing, vertragingen in bouw en kostenoverschrijdingen en de vraag naar steeds meer van deze musea. Ze mogen van mij gesloten worden. Hoe doorleeft kan een kritisch beredeneerd schilderij of installatie zijn of een als maatschappelijk opgezet project als een museum de eigen functie vergeet? De Nederlandse museumsector gaat aan behoudzucht ten onder.

Het Van Abbemuseum is hierop een gunstige uitzondering. Het handzame boekje van Jonas Staal over de vrijdenkersruimte van de VVD is een juweeltje van duidelijkheid en oorspronkelijkheid. En Boijmans, De Pont en het Haags Gemeentemuseum bieden kwaliteit. Daar stopt het voor Nederland. Voldoende?

Foto: ‘Kerkinterieur met beeldenstormers‘ olieverf op paneel door Hendrik van Steenwijck II, omstreeks 1610-1630. Aankoop in 2008 door museum Het Prinsenhof met steun van de Vereniging Rembrandt.