George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Rob van Gijzel

Masterplan voor de salafistische dawa in Nederland gevraagd: isolatie tussen repressie en tolerantie

with one comment

800px-Kairo_1856_(Francis_Frith)

Enkele burgemeesters en de Tweede Kamer denken verschillend over de gewenste relatie met salafistische groeperingen. Het is een orthodoxe stroming binnen de soennitische islam die extreem fundamentalistisch en islamitisch is. De Tweede Kamer heeft het kabinet in november 2015 in een motie gevraagd te onderzoeken of salafistische organisaties kunnen worden verboden. Het geschil spitst zich toe op de burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag die wijst op de vrijheid van godsdienst en gemeentelijke diensten met salafistische organisaties laat samenwerken en zelfs subsidie geeft voor taallessen. NRC zette zijn mening uiteen in een artikel. Mede daarop reageert het sociaal-democratische kamerlid Ahmed Marcouch die Van Aartsen naïviteit verwijt en volgens een artikel in het AD net als andere kamerleden het liefst het salafisme in Nederland wil verbieden. Marcouch wijst ook op het ronselen van jihadisten door salafisten voor de jihad in Syrië.

In het rapportRadicale dawa in verandering; de opkomst van een islamitisch neoradicalisme in Nederland’ vatte de AIVD in 2007 samen wat het onder de radicale dawa verstond, namelijk ‘de verspreiding van radicaal, onverdraagzaam politiek- religieus gedachtegoed’. De aanbiedingsbrief omschreef de salafistische dawa beweging: ‘Het radicale karakter is gelegen in het feit dat zij de samenleving diep ingrijpend wil hervormen naar ultraorthodox model, waarmee zij zich duidelijk onderscheidt van meer traditioneel georiënteerde ultraorthodoxe stromingen. Participatie in de omringende niet- islamitische samenleving wordt afgewezen en verregaande vormen van onverdraagzaam isolationisme tegen andersdenkende moslims en niet-moslims worden gepropageerd. Ook roept de salafistische dawa beweging op tot antidemocratisch handelen, evenwel zonder daarbij het gebruik van geweld te verheerlijken, ertoe op te roepen of het te ondersteunen.’

De salafistische dawa is een stroming die de Nederlandse democratie verwerpt en zich verzet tegen de verworvenheden van de rechtsstaat zoals de vrijheid van godsdienst of gelijke rechten en zich beroept op de vrijheid van godsdienst om dat te mogen zeggen. Wat moet de overheid met een organisatie waarvan het weet dat die erop gericht is de democratie om zeep te willen helpen? Wie heeft gelijk, Marcouch of Van Aartsen?

Verschil tussen de meerderheid van de Kamer en Van Aartsen (plus D66 en SP in de Kamer) valt te herleiden tot het soort democratie dat betrokkenen voor ogen staat, respectievelijk een substantieve (preventie door repressie) of procedurele (tolerante) democratie. Ook omschreven als het verschil tussen een Duitse en een Amerikaanse democratie. (zie p. 1). Stefan Rummens en Koen Abts komen in hun artikelPolitiek extremisme en de weerbaarheid van de democratie’ (2008) tot een derde aanpak omdat ze de procedurele en substantieve aanpak problematisch vinden. Anders gezegd, hoe kan een democratie zich wapenen niet te inschikkelijk te zijn jegens vijanden die de democratie op willen blazen zonder met een te militante aanpak de eigen principes met voeten te treden? Wat is de beste strategie om extremisten te ontmantelen en mogelijk te vervangen?

Rummens en Abts besluiten hun artikel met een aanbeveling voor de Vlaamse situatie die vertaald kan worden naar een aanbeveling voor de Nederlandse overheid met betrekking tot de salafistische dawa: ‘de combinatie van enerzijds een stringent cordon sanitaire en anderzijds een geloofwaardige, alternatieve oppositievoering (..) uiteindelijk electorale schade kan aanrichten bij het extremistische Vlaams Belang. Uiteindelijk zou principiële non-coöperatie niet alleen legitiem, maar ook wel eens effectief kunnen blijken te zijn.

Conclusie is dat er iets aan de hand is met de salafistische dawa dat ingrijpen door overheden rechtvaardigt. Van Aartsen wijst op de vrijheid van godsdienst die mensen niet beoordeelt op gedachten of ideeën: ‘Dat is de hoeksteen van de rechtsstaat waar onze democratie op is gebaseerd. Ik vraag mij af of de Tweede Kamer zelf nog wel gelooft in de beginselen van de rechtsstaat.’ Maar hij heeft het mis de salafistische dawa uitsluitend als godsdienst te zien en de politieke component buiten beschouwing te laten. Vooralsnog kijkt de kamermeerderheid naar wat van het salafistische gedachtengoed en activisme niet binnen een godsdienst past en Van Aartsen kijkt naar wat wel binnen een godsdienst past. Ze gaan hierbij allebei de fout in.

Er dient een masterplan te komen dat geldt voor alle overheden dat eruit bestaat dat de salafistische dawa in Nederland wordt geïsoleerd en facilitair wordt geblokkeerd, bijvoorbeeld bij de toekenning van vergunningen voor ‘brede’ moskeeën. Van Aartsen en andere burgemeesters zoals Rob van Gijzel dienen onmiddellijk de samenwerking met salafistische organisaties te staken en de subsidie te stoppen met als doel dat er een cordon sanitaire om de salafistische dawa wordt gelegd en dat de instroom van oliegelden uit het Midden-Oosten voor de bouw van moskeeën in kaart wordt gebracht. De overheid moet niet zover gaan door actief aan de slag te gaan met het idee van compenserende neutraliteit -dat tijdens het burgemeesterschap van Job Cohen door Ahmed Marcouch werd gesteund- maar dient de gematigde stromingen van de islam wel passief te steunen. Het onderzoek door het OM waar de motie Marcouch/Tellegen om vraagt dient een onderscheid te maken tussen de politieke en de religieuze componenten van de salafistische dawa in Nederland.

Foto: Caïro 1856. Zicht op de citadel. Fotograaf Francis Frith (1822 -1898).

Reorganisatie van het openbaar bestuur: met burgerzelfbestuur

with 3 comments

800px-Landsgemeinde_Glarus_2006

Het openbaar bestuur van Nederland telt te veel lagen is de veelgehoorde kritiek. Tel maar na, rijk, provincie, gemeente, deelgemeente (Amsterdam en Rotterdam) en waterschappen. En het dak van het bestuursbestel is opgetild. Er is een bovenverdieping bijgekomen die steeds voller ingericht wordt: de EU, aldus Arno Korsten. Daarnaast zijn recent de zogenaamde gemeenschappelijke regelingen ontstaan als een nieuw niveau tussen gemeente en provincie. Het bezwaar van die bestuurlijke spaghetti is dat het onoverzichtelijk, ondoelmatig en ondemocratisch is. En het talent dat bestuurt en controleert onnodig wordt verspreid. De focus ontbreekt.

Twee gedachten over hoe het anders kan. Eindhovens burgemeester Rob van Gijzel (PvdA) zoekt het groot. Hij profileert zich binnen de politiek-ambtelijke traditie van een VNG Denktank met onderwerpen op het gebied van bestuurlijke vernieuwing. In het openbaar bestuur van de toekomst ziet-ie plek voor twee bestuurslagen: nationaal en regionaal. Aldus zijn proefballon in het ED. Dat betekent een einde aan gemeenten en provincies. Hij pleit voor klustering van het bestuur in 40 regio’s. Analoog aan het COROP-niveau. Dat zo van denken over demografie, economie en ordening mag promoveren voor het eggie van het openbaar bestuur.

Trendwatcher van beroep Adjiedj Bakas denkt kleiner. In een artikel in NRC over de herverdeling van arbeid en inkomen dat afgeleid is van een speech die hij voor de partijraad van de SP hield zegt-ie: ‘Wordt het land opgedeeld in 10.000 mini-gemeenten met burgerzelfbestuur, naar Zwitsers model, dan kan de overheid ook minimaal de helft goedkoper werken. De burgers zullen meer onbetaald werk doen in onder andere lokaal bestuur, lokale rechtspraak en zorg.’  Wat de burger in lokale rechtspraak moet doen is trouwens de vraag.

Van Gijzel kiest voor reparatie van het huidige model dat overheid en politieke partijen centraal blijft zetten. Bakas slaat een nieuwe richting in en zet in de overgang van Big Government naar Big Society, zoals-ie het zelf omschrijft, de burger en de gemeenschap centraal. Op een hoger niveau verbonden met de instrumenten van de e-democratie. Van Gijzel denkt in eenheden van 400.000 inwoners, Bakas in eenheden van 1.700 inwoners. Nogal een verschil. Complicatie in Van Gijzels denken is dat minister Plasterk niet eens voldoende politieke steun voor gemeenten van 100.000+ inwoners kon mobiliseren en die plannen moest loslaten.

Vernieuwing van het openbaar bestuur is een zaak van lange adem vanwege de ingewikkeldheid en de belangen. De claim op functies is de investering en traditie van jaren die de partijpolitiek niet los kan laten. Paradoxaal vooral niet in het overleg over de reorganisatie zelf. Van een afstand blijkt de discussie over organisatie en reorganisatie van het openbaar bestuur te bestuurlijk gevoerd te worden. Om te beginnen moeten niet de overheid, de politieke partijen, de VNG of de bestuurskundigen het laatste woord hebben over de bestuurlijke reorganisatie van Nederland. Dat moet de burger zijn die actief en serieus aan dat proces moet kunnen deelnemen. Zodat het burgerzelfbestuur volgens Zwitsers model van Bakas hoog op de agenda van de bestuurlijke vernieuwing wordt gezet. Op weg naar drie bestuurslagen: rijk, tussenlaag en burgerzelfbestuur.

Foto: Stemming in de Landsgemeinde (landsvergadering) op 7 mei 2006 in Glarus, Zwitserland.

Van Gijzel pleit voor vernieuwing politiek bestel

with 3 comments

De Eindhovense burgemeester Rob van Gijzel vindt dat het kabinet gebrek aan visie heeft. Hij roept in zijn  nieuwjaarstoespraak het kabinet op ‘een nieuwe samenhangende visie te creëren op de bestuurlijke en politieke inrichting van Nederland.’ Van Gijzel is kritisch: ‘Ik zie een Rijksoverheid die denkt vanuit een verticale, hiërarchische wereld en zo de aansluiting op de horizontale netwerksamenleving vrijwel volledig aan zich voorbij ziet gaan. Ik zie een Rijksoverheid die visieloos taken centraliseert en decentraliseert, samenvoegt of juist weer scheidt.’

De PvdA-er roept op om de grenzen niet te sluiten omdat dit op termijn de economische ontwikkeling schaadt. Als burgemeester van Eindhoven dat veel innoverende bedrijven en bedrijfjes heeft laakt Van Gijzel de terughoudende houding ten opzichte van innovatie: ‘De publieke investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn laag, en gerichte economische stimuleringsmaatregelen blijven achter. Wanneer we op de huidige weg doorgaan zal Nederland in 2030 gezakt zijn van de 18de plaats naar de 32ste plaats op de ranglijst van ’s werelds grootste economieën.’

Wat Van Gijzel opmerkt is niet bijzonder. Al zo vaak is opgemerkt dat het Nederlandse politieke en bestuurlijke bestel aan vernieuwing toe is omdat het sinds het midden van de 19de eeuw niet meer is aangepast. Feitelijk kent Nederland een eenpartijstaat waar de burger aan de zijlijn staat. En ook is de laatste jaren al vaak gezegd dat het economisch beleid van de kabinetten Rutte achterblijft en averechts uitpakt. Boekhouden en op de winkel passen winnen het van stimulering en innovatie. Bijzonder is dat een gezaghebbende PvdA-er het zegt.

De Nederlandse politieke klasse is behoudend en bang voor vernieuwingen. Notabene Rob Van Gijzel werd in een bizar experiment met het burgemeestersreferendum gekozen dat in Utrecht en Eindhoven door de PvdA en het CDA bewust om zeep werd geholpen. De politiek zweert bij de eigen verticale macht en blokkeert stelselmatig de horizontale macht van machtsdeling met en inspraak van de burgers. Of Van Gijzel binnen die logica optreedt als stoom die het systeem af en toe kosmetisch afblaast of werkelijk vernieuwing en ommekeer in de machtsverhoudingen van politiek en openbaar bestuur nastreeft is de vraag. Het debat over vernieuwing is gewenst.

Weeffout Wolfsen: een reconstructie

with 19 comments

Update 1 mei 2013: Aleid Wolfsen heeft vandaag aangekondigd geen tweede termijn na te streven en per 1 januari 2014 te stoppen als burgemeester van Utrecht. Vanwege kritiek op z’n opereren en het ontbreken van politieke steun kondigde zich al geruime tijd aan dat zijn aftreden onvermijdelijk was. Hij was nooit populair bij de inwoners van Utrecht. Waarom werd Wolfsen trouwens ooit benoemd? Reconstructie van een weeffout. 

Aleid Wolfsen is burgemeester van Utrecht. Twee jaar geleden fietste ik langs Wolfsen die met een groepje mensen op het Utrechtse Lepelenburg liep. Hij keek om zich heen. Er viel iets te schouwen. Een brug, glasbak, muziektent, boom of nieuw-ingezaaid grasveld. De schrik stond in zijn ogen te lezen. Ik wist niet dat het kon, maar ik zag het. Deze man hoort niet aan het roer te staan van een grote stad, zag ik. Hij kan het niet. Hoe is het zover gekomen?

Op 10 oktober 2007 vond er een referendum plaats en konden inwoners van Utrecht een keuze maken uit twee door de raad geselecteerde kandidaten. De vraagstelling van het referendum luidde: De gemeenteraad van Utrecht draagt twee kandidaten voor als burgemeester van Utrecht. Welke kandidaat heeft uw voorkeur: Aleid Wolfsen of Ralph Pans?

De uitkomst was een ongeldig Utrechtse burgemeestersreferendum: Ondanks het feit dat 99% van de inwoners op de hoogte was van het referendum, bedroeg de opkomst slechts 9,25%. Van de 21.420 uitgebrachte stemmen was 16,30% blanco of ongeldig. Van de geldige stemmen ging 72,59% naar Aleid Wolfsen en 27,41% naar Ralph Pans.

Er werden 13.014 stemmen uitgebracht op Wolfsen. De stad Utrecht heeft iets meer dan 300.000 inwoners. Wolfsen werd burgemeester in een referendum waarin de Utrechters konden kiezen tussen twee PvdA-ers met een identiek profiel. Man, blank, middelbare leeftijd, bestuurlijk-politieke achtergrond, PvdA en politiek gematigd. De keuze tussen PvdA I en PvdA II.

Ondanks het mislukte referendum werd Wolfsen toch aanbevolen door de Utrechtse raad. De constante in de hele procedure was dat de Utrechtse partijen zich met elkaar verbonden, maar niet met de bevolking. Overigens herhaalde hetzelfde zich in januari 2008 in Eindhoven. Ook daar konden de inwoners kiezen tussen twee PvdA’ers en was het referendum uiteindelijk ongeldig omdat de opkomst onder de 30% bleef.

Zowel in Utrecht als Eindhoven werden uiteindelijk oud Tweede Kamerleden van de PvdA tot burgemeester benoemd door PvdA-minister Guusje ter Horst. Het referendum was om zeep geholpen. Ter Horst noemde een referendum zoals dat in Eindhoven en Utrecht is gehouden, door de lage opkomst een vreemd fenomeen.

De underdog Ralph Pans combineerde realiteitszin met onzin. Toen-ie tijdens de campagne begreep dat-ie aan de verliezende hand was omdat zowel het Haagse als het Utrechtse PvdA-establishment Tweede Kamerlid Wolfsen steunde noemde hij het referendum een wassen neus. Pans liet in september 2007 onderzoeksbureau Intomart 1700 Utrechters ondervragen over het referendum. Van hen wilde 68% een nieuwe kandidaat toelaten.

Naar aanleiding van het onderzoek zette Pans de volgende -niet meer terug te vinden- verklaring op zijn site: Deze cijfers zijn voor Pans aanleiding te vragen om openbreking van het referendum zodat uiteindelijk over kandidaten gestemd kan worden uit meer dan één partij. Pans zal ook dan kandidaat willen zijn teneinde zijn Actieplan voor Utrecht uit te kunnen voeren. Pans vond geen gehoor. Het referendum ging gewoon door.

Intussen roerden de toenmalige oppositiepartijen Leefbaar Utrecht en VVD zich. Politiek leider Marry Mos van het in Utrecht altijd belangrijke GroenLinks plaatste op maandag 24 september 2007 het volgende -niet meer terug te vinden- commentaar op de site van haar partij. Op dit moment gaan er stemmen op vanuit Leefbaar Utrecht en de VVD om het referendum te staken, omdat ‘het vooraf beklonken zou zijn in Den Haag’. De fractie vindt dit vuil spel. Het is een zware beschuldiging richting de vertrouwenscommissie (waarin elke partij een afgevaardigde heeft) en richting de kandidaten. Er zijn geen harde bewijzen. Dit was overigens voordat Mos van de oproep van Pans had vernomen.

Twee weken voor het referendum van 10 oktober 2007 openbaart zich een merkwaardig schouwspel. Kandidaat Pans wil het referendum openbreken omdat het niet gesteund wordt door de inwoners van Utrecht, VVD en LU suggeren dat het vooraf beklonken is en Marry Mos beticht degenen die het open willen breken van vuil spel. Een wonder dat Wolfsen in alle politieke chaos nog zo’n 13.000 stemmen krijgt.

GroenLinks was landelijk nooit voorstander van een burgemeestersreferendum. Maar de Utrechtse fractie week daarvan af omdat zij dacht met dit referendum bewoners maximale invloed te geven op de burgemeesterskeuze. Het was een probeersel. Als het niet goed uitpakte, wisten ze dat voor de toekomst. Het pakte niet goed uit en werd ook volgens GroenLinks een farce.

Het profiel voor de Utrechtse burgemeester luidde: politiek-bestuurlijke ervaring en een visie (liefst ervaring) op gebied van openbare orde en veiligheid. Dat past een kamerlid als een handschoen. Een onnodige beperking die voortkomt uit de tunnelvisie van degenen die in de politiek werken. Maar de direct betrokkenen past geen verwijt. Door de mechanismen komt de politiek steeds bij hetzelfde uit. Politici lijken de misvorming niet eens te beseffen.

De vertrouwenscommissie was de ingebakken weeffout bij de benoeming van Wolfsen. Elke partij uit de raad mocht een vertegenwoordiger leveren. De grotere PvdA en GroenLinks legden meer gewicht in de schaal. Zo’n groep raadsleden denkt ondanks onderlinge verschillen in dezelfde politiek-bestuurlijke richting. Van de 22 sollicitanten in Utrecht waren er 9 partijloos. Deze laatsten moeten bij voorbaat kansloos worden geacht bij een vertrouwenscommissie die gefocused is op politiek en politieke partijen. Want de partijen zitten aan de knoppen van de banenmachine en bedienen alleen zichzelf. Dat bleek overduidelijk in Utrecht.

Het resultaat van de blikvernauwing van de Nederlandse politiek en het uitblijven van hervormingen die leiden tot vormen van directe democratie, is dat Utrecht opgescheept zit met de middelmatige burgemeester Wolfsen die fout op fout op fout stapelt. Een komedie. In zijn ogen kunnen we lezen hoelang nog.

Foto uit: The Flying Deuces met Laurel and Hardy, 1939