George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Resolutie 68/262

Baarlijke onzin van Laurien Crump over de russofobie in de top van de Nederlandse politiek. Wat moeten media en wetenschap ermee?

with 5 comments

Laurien Crump is universitair docent en onderzoeker in de geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar achtergrond is Klassieke Talen en Vergelijkende Geschiedenis. Ze is auteur van een boek over de periode 1955-1969 van het Warschaupact. In een artikel in NRC van 20 juni 2016 meende ze dat het Westen op moet houden de Russische Federatie te vernederen. Mijn reactie daarop was dat Crump de plank misslaat en niet weet waarover ze praat. Ik zette zelfs twijfels bij haar motivatie: ‘Het zal niet de opzet zijn, maar dit artikel roept vooral vragen op over de deskundigheid en politieke gezindheid van Crump. Is zij wel zo objectief als ze zegt te zijn?’ Crump vereenzelvigt zich met de retoriek van het Kremlin.

In december 2016 bood NRC haar nogmaals een podium en kon ze haar artikelPraat met die man – om erger te voorkomen’ publiceren. Met die man werd de Russische president Putin bedoeld. In een commentaar concludeerde ik dat ze opnieuw vanuit de identificatie met het Kremlin redeneerde. Nu heeft Crump naar aanleiding van de leugen over een bijeenkomst van de afgetreden minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra opnieuw een artikel geschreven dat door de Belgische De Standaard is geplaatst. De titel is ‘Voor Den Haag blijft Rusland de baarlijke duivel’. Bij de reacties is de versie te lezen zoals die op internet is te vinden.

Crumps stelling is dat er russofobie heerst ‘in de hoogste regionen van de Nederlandse politiek’. Wat ze met ‘russofobie’ bedoelt maakt zij niet duidelijk. Ze lijkt te suggereren dat er in de top van de Nederlandse politiek angst of afkeer voor Rusland of de Russen bestaat, maar zij maakt dat alleen hard door te wijzen op de afkeer van het beleid van het Putin-regime of de slechte relatie op het geleid van de nationale veiligheid tussen de Russische Federatie en westerse landen. Maar het is misleidend om dat russofobie te noemen, dat is hooguit Putinfobie. In de top van de Nederlandse politiek bestaat geen afkeer van het Russische volk, Rusland of de Russische Federatie, maar op z’n hoogst afkeer van het veiligheidsbeleid van de Russische overheid dat de Europese stabiliteit in gevaar brengt. De Russische bezetting van de Krim in 2014, de bezetting van delen van Oost-Oekraïne door reguliere Russische troepen of huurlingen van het Russische veiligheidsbedrijf Wagner en het neerhalen van de MH17 door een Buk-raket die volgens het meest waarschijnlijke scenario van het JIT uit de Russische Federatie werd aangevoerd hebben de afkeer van het Russische beleid in het Kremlin gevoed.

Crump gaat voor een historica losjes met de feiten om. Zo concludeert ze dat Zijlstra niet alleen gelogen zou hebben over zijn aanwezigheid bij een bijeenkomst in 2006 met Putin, maar zou hij ook hebben gelogen over de inhoud: ‘Hij was er niet alleen niet bij, maar Poetin blijkt het ook nooit gezegd te hebben.’ Dat is echter niet onafhankelijk vastgesteld. Ook Crump was er niet bij en weet niet wat er in de marge van de bijeenkomst in 2006 in de Russische datsja is gezegd. Bron is oud-topman van Shell Jeroen van der Veer die nog steeds voor Shell lobbyt en er belang bij heeft om de verhouding met Putin goed te houden en zo de belangen van Shell te verdedigen. Wat hij er achteraf over zegt moet dan ook gerelateerd worden aan Shells belangen die hij verdedigt. Dat zijn geen geringe belangen zoals het pijplijn-project Nord Stream II waar zowel het Russische Gazprom als Shell aan deelnemen of belangen in Russische olievelden (Sakhalin-2: 27,5%; Salym: 50%).

Crump verwijdert zich nog verder van een onpartijdige historische opstelling als zij over de gesprekken van Zijlstra met zijn Russische collega Lavrov zegt: ‘die Zijlstra aanvankelijk zou benutten om de Russen te confronteren met het verdraaien van feiten omtrent de MH17.‘ Dat is een kleuring van de feiten door Crump. Het is een constatering uit het ongerede. Aangenomen mag worden dat als minister Zijlstra in de gesprekken met Lavrov uitging van de bevindingen van het JIT dat wordt gecoördineerd door het Nederlandse OM. Crump gaat niet mee in de bevindingen van het OM, maar bestempelt ze via een omweg als ‘verdraaien van feiten’. Dat is een merkwaardige opvatting voor een universitair docent die werkzaam is bij de Universiteit Utrecht en van wie zorgvuldigheid mag worden verwacht. Crump doet in dezelfde alinea opnieuw aan stemmingmakerij als ze het heeft over ‘versterkte aan­wezigheid van Navo-troepen in Oost-Europa’. In de Baltische staten heeft de Navo-reactiemacht  3.260 militairen gestationeerd. Dat wordt door militaire deskundigen als te weinig gekwalificeerd voor een snelle en passende reactie op offensieve bedoelingen van het Russische leger dat aan de grens met Polen en de Baltische staten aanzienlijk grotere aantallen parate troepen heeft samengetrokken.

Crump gebruikt de blauwdruk van de Koude Oorlog om de huidige spanningen in Oost-Europa te verklaren. Dat mag onderhand haar methodiek genoemd worden. Het is een zinloze omleiding. Uiteraard zijn er kansen gemist om tot een goede relatie tussen de Sovjet-Unie of de Russische Federatie en het Westen te komen. Dat valt te betreuren. Volgens Crump volgt uit een OVSE-rapport waaraan ze heeft meegewerkt dat de oorzaken van de slechte relatie verder terug gaan in de tijd dan 2014: ‘Volgens het rapport zijn de Oekraï­necrisis en de vermeende geo­politieke ambities van Rusland niet de oorzaak van de huidige crisis in de Europese veiligheid, maar het symptoom. De oorzaak ligt dieper, in de unfinished post-Cold War settlement’. Crump gaat verder: ‘De Russen zelf maken er ook geen geheim van dat de invasie van de Krim – hoe afkeurenswaardig ook – bedoeld was om Rusland weer ‘relevant’ te maken. In die opzet is Poetin in ieder geval geslaagd.’ Dat laatste is een aanname die betwijfelbaar is. Het Kremlin heeft zich door de bezetting van de Krim vervreemd van het Westen en sancties op de hals gehaald die de economie en de toenadering tot Europa hebben beschadigd.

Crump laat in haar betoog een onderwerp ongenoemd dat sinds een jaar centraal staat in de politiek en media in de VS en Europa en de verhoudingen akelig heeft verziekt. Namelijk de inmenging van de Russen in de publieke opinie en de nationale politiek van landen via onder meer sociale media en hacks. En dan vooral in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Op een recente hoorzitting in het Amerikaanse congres beweerden de directeuren van de Amerikaanse inlichtingendiensten dat die inmenging ongewenst is, tot op de dag van vandaag doorgaat en er voldoende signalen zijn dat voor Russische inmenging in de tussentijdse verkiezingen van november 2018. Dat is geen aanname, maar een feit dat door onderzoeken in onder meer de VS en het Verenigd Koninkrijk wordt gestaafd. Ofwel, het kan zijn dat de Russische Federatie in het verleden onheus bejegend is door westerse landen, maar sinds het mislukken van de Reset van 2012 doet het Kremlin er zelf weinig aan om de relatie door een gematigde opstelling en overleg met Westerse landen te verbeteren.

Het is een raadsel wat een universiteit als die van Utrecht (waar ik alumnus van ben en die me nauw aan het hart gaat) en  gerespecteerde nieuwsmedia als NRC of De Standaard denken te winnen bij de deskundigheid van Crump die de objectiviteit en de onpartijdigheid voorbij is. Ze is een politiek activiste en daar is niets mis mee. Ze mag uiteraard haar mening verkondigen in het publieke debat, zoals iedereen dat mag. Het wordt er echter bedenkelijk op als ze dat doet onder het mom van wetenschap en zich beroept op een instelling met autoriteit. Zelfs krampachtig in het geval van de OVSE. Het wordt er pijnlijk op als OVSE, Universiteit Utrecht of gerespecteerde nieuwsmedia haar die dekking wensen te geven. Crumps zelfingenomenheid wordt er absurd op als ze denkt de Nederlandse politiek als objectieve analist van advies te kunnen dienen: ‘De opvolger van Halbe Zijlstra nodig ik graag uit tot een gesprek om nieuwe verzinsels te voorkomen’. Ze illustreert haar betoog met plak en knip-illustraties met Zijlstra die haar ‘wetenschap’ er extra onbenullig op maakt.

Foto’s: Knip-en plak illustraties bij het artikelVoor Den Haag blijft Rusland de baarlijke duivel’ van Laurien Crump in De Standaard, 15 februari 2018. NRC heeft op 14 februari 2018 het artikel geplaatst onder de titel ‘Ook kabinet lijdt aan russofobie’, zonder illustraties met een gephotoshopte Zijlstra. 

Advertenties

Russian Culture Minister Medinsky threatens the Netherlands in connection with art loans from the Crimea

with 2 comments

Russian state controlled Sputnik argues in an article a collection must be returned to the Crimea. It is at the Allard Pierson Museum in Amsterdam. Russian Culture Minister Vladimir Medinsky told Sputnik ‘he did not consider possible the continuation of inter-museum relations with the Netherlands if the country does not return the collection of ancient Scythian gold to Crimea’. But Medinsky only gives threats, no arguments. My comment on the article:

This affair in the core is about the question whether the Crimea is occupied territory or not. The world community in majority thinks so and confirmed this in the non-binding UNGA resolution 68/262 which said the Russian Federation occupied Crimea in 2014 in an illegal way and held a flawed referendum. The Netherlands supported this resolution.

So, what the Culture Minister Medinsky of the Russian Federation says is too simple and too bluntly. He mixes cultural, legal and political arguments and tries to select them selectively.

The Netherlands is a functioning state of law and wants to connect justice, proportionality and good political relations with all countries. The Allard Pierson Museum and the Amsterdam University of which the museum is a part -and were the loans are kept- also want to act according to international law.

‘The Convention for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed Conflict with Regulations for the Execution of the Convention 1954’ is accepted by the international museum organization ICOM as a starting point.
http://portal.unesco.org/…/ev.php-URL_ID=13637&URL_DO…

It says in article 5.1: ‘Any High Contracting Party in occupation of the whole or part of the territory of another High Contracting Party shall as far as possible support the competent national authorities of the occupied country in safeguarding and preserving its cultural property.’

So, the Allard Pierson Museum and the Amsterdam University face a dilemma. A Museum is not a political organisation, but in this matter it has to give a political interpretation of a politicized issue because of a war between Ukraine and the Russian Federation. A situation which did not exist when the loans were granted by the Ukrainian museums.

The norm is the interpretation of the guidelines of ICOM. The Allard Pierson Museum and the Amsterdam University have the obligation to follow the norms of their field, the musuem sector.

Because of the political conclusion in the UN it seems strongly this Dutch musuem has to play by the rules of ICOM. It has little room to set aside the guidelines of ICOM.

The political reality is that globally the majority of countries have the opinion that Crimea ihas been occupied illegally by the Russian Federation and the so called referendum was not legally valid.

Crimea is since 2014 occupied by a foreign power and the Allard Pierson Museum and the Amsterdam University can not act differently than not returning the loans to occupied territory. Because they have the obligation to safeguard and preserve them. Against their will and because of a political situation it plays no part in.

Whether they have to keep it in custody until Crimea is no longer occupied or that they have to send it back to Ukraine immediately, is a question that needs to be considered legally.

Karel van Wolferen op zoek naar Karel van Wolferen over Oekraïne

with 10 comments

Karel van Wolferen is een grappige man met veel wrok in zich. Hij heeft ergens de afslag van de redelijkheid en maatschappelijke erkenning gemist en slijt zijn dwarsigheid als de verworvenheid van de malcontente rebel. Als voormalig Japan-deskundige richt hij zich sinds 2014 op Oekraïne. Opvallend zijn niet zijn meningen, maar de onveranderlijkheid ervan. Van Wolferen blijft bij zijn mening ook als de feiten veranderen.

Dat maakt hem ontroerend als de last-man-standing. Zijn betoog leest als een tijdscapsule. In het hoofd van Van Wolferen is het altijd 2014 en lijkt het alsof onderzoeksjournalisten van het Russische Novaya Gazeta of Simon Ostrovky van Vice News geen nieuwe feiten boven water hebben gehaald over de politieke, economische en militaire inmenging van het Kremlin in Oekraïne.

De invalshoek van Van Wolveren is de eenzijdigheid. Hij is in slaap gedommeld in de trein waaruit hij niet meer kan ontsnappen en doet als in trance verslag van wat hij aan die ene kant ziet. Het landschap aan de andere kant van de trein valt buiten zijn bereik. Zo ziet hij niet dat de meest kwalijke inmenging in Oekraïne de onrechtmatige bezetting door Russische strijdkrachten van de Krim in februari 2014 was. Die bezetting en het pseudo-referendum werd door de Algemene Vergadering van de VN in een resolutie in maart 2014 veroordeeld. Dat laat Van Wolveren in zijn nu al jaren terugkerende tirades tegen Victoria Nuland, Joe Biden, president Porosjenko, Guy Verhofstadt en Hans van Baalen altijd ongenoemd.

Logisch, want Van Wolveren is geen journalist of wetenschapper op zoek naar de waarheid of nieuwe inzichten, maar een ideoloog die de waarheid probeert te verbergen met alternatieve feiten uit zijn knutseldoos. In de Sovietology wordt zo iemand als nuttige idioot of reisgenoot (‘fellow traveller’) aangeduid. De tragiek van Van Wolveren is dat hij zijn eigen reisgenoot is en steeds weer naar zijn eigen identieke monologen moet luisteren. Wie bevrijdt hem van zichzelf?

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelVS en EU spelen dubieuze rol bij ontwrichting Oekraïne’ van Karel van Wolveren en Marie-Thérèse ter Haar in RD, 26 april 2017.

Hoe de EU niet optreedt bij de Russische provocatie van Oekraïne in de kwestie Yulia Samoilova en de Krim

with 3 comments

In een interessante analyse op Joop.nl gaat Willem-Gert Aldershoff in op de deelname van de in een rolstoel zittende Russische deelnemer van het Eurovisie Songfestival 2017 Yulia Samoilova. Omdat ze na maart 2014 rechtstreeks vanuit de Russische Federatie naar de Krim is gereisd heeft ze in strijd met de Oekraïense grondwet gehandeld en wordt de Oekraïense regering gedwongen om te handelen. Door in te gaan op tactische zetten over en weer zet hij de relatie tussen Oekraïne en de Russische Federatie scherp op een rijtje.

Aan de rol van de EU gaat Aldershoff voorbij. Het zijn de sancties van 17 maart 2014 die wijzen op een stellingname en verantwoordelijkheid van de EU: ‘In the current circumstances, travel restrictions and an asset freeze should be imposed against persons responsible for actions which undermine or threaten the territorial integrity, sovereignty and independence of Ukraine, (..)’ Ofwel, als de EU zegt op te komen voor de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne -indien die door personen bedreigd wordt- dan moet het daadwerkelijk handelen als er sprake van ondermijning is. Als de EU dat nalaat dan laat het Oekraïne in de steek, handelt het in strijd met de sancties uit 2014 en ondermijnt het de geloofwaardigheid van een standvastige EU. Door de aanmelding van Yulia Samoilova wist het Kremlin dat het in strijd met de Oekraïense wet en de westerse sancties handelde en zette het de kwestie bewust op scherp door de EU en Oekraïne te provoceren (provokatsiya). Dat kan niet onbeantwoord blijven. M’n antwoord op Joop.nl op een andere reactie:

Inderdaad is de annexatie van de Oekraïense Krim door de Russische Federatie in strijd met het internationaal recht omdat het de territoriale integriteit van Oekraïne schendt. Die bezetting en het zogenaamde referendum dat tot de annexatie leidden werden in resolutie 68/262 op 27 maart 2014 in de Algemene Vergadering van de VN met grote meerderheid van stemmen veroordeeld.

De annexatie van de Krim door de Russische Federatie werd beantwoord met sancties van onder meer de EU, de VS, Canada, Japan en internationale organisaties. Onderdeel van die sancties zijn reisbeperkingen voor personen die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen. Omdat Yulia Samoilova na maart 2014 op de Krim is opgetreden valt zij in deze categorie. Zij heeft niet alleen in strijd met de Oekraïense wet, maar ook in strijd met de westerse sancties gehandeld. Daarom moet de EU in deze kwestie positie kiezen. Het is onbegrijpelijk dat de EU dit tot nu toe niet heeft gedaan.

Op termijn zal de Russische Federatie de Krim moeten teruggeven aan Oekraïne. Maar zolang dat nog niet zover is en westerse landen en Oekraïne dat niet met geweld kunnen of willen afdwingen is de op een na beste oplossing een strikte economische boycot van de Krim.

Het optreden van Russische artiesten op de Krim -zonder tussenstop in Oekraïne- is niet alleen in overtreding met de Oekraïense wet maar ook een directe ondermijning van de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne die tot de westerse sancties leidden. Daarom is het merkwaardig dat Oekraïne de kooltjes uit het vuur moet slepen en de EU terughoudend optreedt. Als de EU naar de in 2014 opgelegde sancties zou handelen, dan zou het Yulia Samoilova op een sanctielijst zetten en haar daardoor praktisch uitsluiten van het Eurovisie Songfestival.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHoe Rusland het Eurovisie Songfestival gebruikt in de oorlog tegen Oekraïne’ van Willem-Gert Aldershoff op Joop.nl, 26 maart 2017.

Brits antwoord op Russische bezetting van de Krim: antwoord moet van Oekraïne komen

with 2 comments

Het is drie jaar geleden dat troepen van de Russische Federatie de Krim bezetten. Het is onrechtmatig en werd in resolutie 68/262 in de Algemene Vergadering van de VN met grote meerderheid veroordeeld. Wat te doen? Hoe de bezetters weer weg te krijgen? Zoals de journalist opmerkt is er geen platform waar de kwestie Krim besproken wordt. De Krim valt buiten het Minsk akkoord. De Britse VN-ambassadeur Matthew Rycroft toont zijn goede wil en spreekt in algemeenheden. Welke gevolgen voor de praktische politiek de Britse regering verbindt aan de Britse handtekening onder het Boedapaster Memorandum zegt Rycroft echter niet. Samen met de VS en de Russische Federatie garandeerden de Britten in 1994 soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne. Alledrie hebben ze dit land bedrogen. Russen door de Krim te bezetten en beide westerse landen door vervolgens op de handen te zitten. Rycroft zegt botweg dat het initiatief van Oekraïne moet komen.

Trump preekt onverzettelijkheid en zegt dat het Kremlin de Krim moet teruggeven aan Oekraïne. Tegen welk wisselgeld van wie?

with 2 comments

Woordvoerder van het Witte Huis Sean Spicer zegt vandaag in een persconferentie namens president Trump dat de Russische Federatie de Krim moet teruggeven aan Oekraïne. Het is een nieuwe geluid van de regering-Trump. Juist op het moment dat de geruchten over chaos en gebrek aan leiding toenemen. Is dit meer dan een opzichtige afleiding om onderzoeken naar de banden van Trump en het Kremlin voor en na de verkiezingen van 8 november 2016 te voorkomen? Het lijkt naïef om te denken dat het zetten van een punt achter het wegsturen van nationale veiligheidsadviseur Mike Flynn helpt. Het vluchten in de armen van de haviken van de Republikeinse partij komt niet geloofwaardig over. Het Kremlin bezette in 2014 de Oekraïense Krim en dit werd in Resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN in maart 2014 met grote meerderheid  van stemmen veroordeeld. Evenals het nepreferendum dat ermee samenging. Trumps afleiding zal vermoedelijk niet helpen. Want het leed is al geschied. Media en oppositie willen de onderste steen boven. Evenals de neoconservatieven en inlichtingendiensten die Donald Trump niet vertrouwen. Hoe ziet een nieuwe start eruit?

Herken de tekortkoming in het neorealisme van Beatrice de Graaf

with 2 comments

ts

Het artikelHerken de tsaar in Poetin’ van hoogleraar internationale betrekkingen Beatrice de Graaf in NRC is merkwaardig onevenwichtig opgebouwd. Alsof zij heeft zitten knippen en plakken in eigen werk. In het middenstuk geeft ze een analyse van en waarschuwing voor Putin die tamelijk negatief is voor het Kremlin. De Graaf toont aan dat de Russische leiders zich niet aan afspraken houden en niet aan afspraken te houden zijn. Dankzij ondermijningstactieken en een nostalgische blik naar de 19de eeuw. In die analyse is De Graaf goed te volgen. Het sluit aan bij de in het Westen meest aangehangen visie op de machthebbers in het Kremlin.

Maar in de inleidende en slotalinea’s zegt De Graaf iets anders. Haar instemmende verwijzing naar Laurien Crump zet de toon. Crump is echter niet zozeer voor toenadering en ontspanning, maar voor inbinden. Vanuit een Westers schuldcomplex. De Graaf geeft de positie van Crump dan ook niet goed weer. Crump meent dat het Kremlin niet uit zou zijn op confrontatie met het Westen. Dat sluit echter helemaal niet aan bij De Graafs analyse. Met haar instemmende verwijzing naar Henry Kissinger laat De Graaf zich kennen als een historisch neorealist. In de school van John Mearsheimer de niet voor niets zo populaire historicus in het Kremlin. Iemand die machtsdenken voor afspraken van internationale verdragen, en pragmatisme voor moralisme zet.

Dit neorealisme dat De Graaf aanhangt leidt tot een aanbeveling die haaks staat op haar analyse uit het middenstuk. Want enerzijds moet Nederland van haar goed beseffen waar de Russische dreiging uit bestaat en partners zoeken om die te weerstaan. Maar anderzijds wil ze de Russen eigen speelruimte (diplomatieke ‘theaters’) en begrip geven om ze te appaiseren of in toom te houden. Hoewel uit haar analyse volgt dat het Kremlin letterlijk en figuurlijk over grenzen gaat en het zeer de vraag is of het teruggrijpen naar 19de eeuws machtsverhoudingen de juiste voorwaarde is om van het Kremlin spijkerharde afspraken af te dwingen.

Het grootste gemis van het stuk van De Graaf is dat ze alles in een historische en machtspolitieke dimensie plaatst en daarom het meest waarschijnlijke en voor de hand liggende mist. Dat maakt haar aanbevelingen vrijblijvend. Deze eendimensionele visie biedt weinig waarde voor de praktische politiek. Het is namelijk de economie en de demografie die de zwakte van de Russische Federatie uitmaken. Kortweg gezegd, het Kremlin kan als de reservefondsen zijn uitgeput binnen één of twee jaar economisch op de knieën gedwongen zijn. Door een combinatie van lage olieprijzen, sancties en een stop op investeringen en export van technologie. Dat was de tactiek van president Obama. De Russische confrontatie vraagt om een asynchroon antwoord die afwijkt van de framing door het Kremlin. Dat heeft De Graaf niet begrepen die alles beredeneert vanuit traditionele internationale betrekkingen waarvan ze de contouren kritiekloos door het Kremlin laat dicteren.

Foto: Schermafbeelding van deel ‘artikel ‘Herken de tsaar in Poetin’ van Beatrice de Graaf in NRC, 13 januari 2017.