George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Resolutie 68/262

Brits antwoord op Russische bezetting van de Krim: antwoord moet van Oekraïne komen

with 2 comments

Het is drie jaar geleden dat troepen van de Russische Federatie de Krim bezetten. Het is onrechtmatig en werd in resolutie 68/262 in de Algemene Vergadering van de VN met grote meerderheid veroordeeld. Wat te doen? Hoe de bezetters weer weg te krijgen? Zoals de journalist opmerkt is er geen platform waar de kwestie Krim besproken wordt. De Krim valt buiten het Minsk akkoord. De Britse VN-ambassadeur Matthew Rycroft toont zijn goede wil en spreekt in algemeenheden. Welke gevolgen voor de praktische politiek de Britse regering verbindt aan de Britse handtekening onder het Boedapaster Memorandum zegt Rycroft echter niet. Samen met de VS en de Russische Federatie garandeerden de Britten in 1994 soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne. Alledrie hebben ze dit land bedrogen. Russen door de Krim te bezetten en beide westerse landen door vervolgens op de handen te zitten. Rycroft zegt botweg dat het initiatief van Oekraïne moet komen.

Trump preekt onverzettelijkheid en zegt dat het Kremlin de Krim moet teruggeven aan Oekraïne. Tegen welk wisselgeld van wie?

with 2 comments

Woordvoerder van het Witte Huis Sean Spicer zegt vandaag in een persconferentie namens president Trump dat de Russische Federatie de Krim moet teruggeven aan Oekraïne. Het is een nieuwe geluid van de regering-Trump. Juist op het moment dat de geruchten over chaos en gebrek aan leiding toenemen. Is dit meer dan een opzichtige afleiding om onderzoeken naar de banden van Trump en het Kremlin voor en na de verkiezingen van 8 november 2016 te voorkomen? Het lijkt naïef om te denken dat het zetten van een punt achter het wegsturen van nationale veiligheidsadviseur Mike Flynn helpt. Het vluchten in de armen van de haviken van de Republikeinse partij komt niet geloofwaardig over. Het Kremlin bezette in 2014 de Oekraïense Krim en dit werd in Resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN in maart 2014 met grote meerderheid  van stemmen veroordeeld. Evenals het nepreferendum dat ermee samenging. Trumps afleiding zal vermoedelijk niet helpen. Want het leed is al geschied. Media en oppositie willen de onderste steen boven. Evenals de neoconservatieven en inlichtingendiensten die Donald Trump niet vertrouwen. Hoe ziet een nieuwe start eruit?

Herken de tekortkoming in het neorealisme van Beatrice de Graaf

with 2 comments

ts

Het artikelHerken de tsaar in Poetin’ van hoogleraar internationale betrekkingen Beatrice de Graaf in NRC is merkwaardig onevenwichtig opgebouwd. Alsof zij heeft zitten knippen en plakken in eigen werk. In het middenstuk geeft ze een analyse van en waarschuwing voor Putin die tamelijk negatief is voor het Kremlin. De Graaf toont aan dat de Russische leiders zich niet aan afspraken houden en niet aan afspraken te houden zijn. Dankzij ondermijningstactieken en een nostalgische blik naar de 19de eeuw. In die analyse is De Graaf goed te volgen. Het sluit aan bij de in het Westen meest aangehangen visie op de machthebbers in het Kremlin.

Maar in de inleidende en slotalinea’s zegt De Graaf iets anders. Haar instemmende verwijzing naar Laurien Crump zet de toon. Crump is echter niet zozeer voor toenadering en ontspanning, maar voor inbinden. Vanuit een Westers schuldcomplex. De Graaf geeft de positie van Crump dan ook niet goed weer. Crump meent dat het Kremlin niet uit zou zijn op confrontatie met het Westen. Dat sluit echter helemaal niet aan bij De Graafs analyse. Met haar instemmende verwijzing naar Henry Kissinger laat De Graaf zich kennen als een historisch neorealist. In de school van John Mearsheimer de niet voor niets zo populaire historicus in het Kremlin. Iemand die machtsdenken voor afspraken van internationale verdragen, en pragmatisme voor moralisme zet.

Dit neorealisme dat De Graaf aanhangt leidt tot een aanbeveling die haaks staat op haar analyse uit het middenstuk. Want enerzijds moet Nederland van haar goed beseffen waar de Russische dreiging uit bestaat en partners zoeken om die te weerstaan. Maar anderzijds wil ze de Russen eigen speelruimte (diplomatieke ‘theaters’) en begrip geven om ze te appaiseren of in toom te houden. Hoewel uit haar analyse volgt dat het Kremlin letterlijk en figuurlijk over grenzen gaat en het zeer de vraag is of het teruggrijpen naar 19de eeuws machtsverhoudingen de juiste voorwaarde is om van het Kremlin spijkerharde afspraken af te dwingen.

Het grootste gemis van het stuk van De Graaf is dat ze alles in een historische en machtspolitieke dimensie plaatst en daarom het meest waarschijnlijke en voor de hand liggende mist. Dat maakt haar aanbevelingen vrijblijvend. Deze eendimensionele visie biedt weinig waarde voor de praktische politiek. Het is namelijk de economie en de demografie die de zwakte van de Russische Federatie uitmaken. Kortweg gezegd, het Kremlin kan als de reservefondsen zijn uitgeput binnen één of twee jaar economisch op de knieën gedwongen zijn. Door een combinatie van lage olieprijzen, sancties en een stop op investeringen en export van technologie. Dat was de tactiek van president Obama. De Russische confrontatie vraagt om een asynchroon antwoord die afwijkt van de framing door het Kremlin. Dat heeft De Graaf niet begrepen die alles beredeneert vanuit traditionele internationale betrekkingen waarvan ze de contouren kritiekloos door het Kremlin laat dicteren.

Foto: Schermafbeelding van deel ‘artikel ‘Herken de tsaar in Poetin’ van Beatrice de Graaf in NRC, 13 januari 2017.

Wat is de essentie van de spionage oorlog met Trump, Putin en Obama?

with one comment

Het antwoord op de vraag tussen wie de nieuwste spionage oorlog wordt gevoerd is afhankelijk van het eigen perspectief. Is het een oorlog tussen Trump en Obama, Obama en Putin, Trump en de Republikeinse partij GOP, Russische en Amerikaanse inlichtingendiensten, beide staten VS en Russische Federatie of Trump en Putin? Dat laatste lijkt door de vriendschappelijke relaties tussen Putin en Trump op het eerste gezicht het minst waarschijnlijk, maar zou na Trumps inauguratie op 20 januari 2017 wel eens de meest waarschijnlijke optie kunnen worden. Afhankelijk van het antwoord wie de machtsstrijd tussen Trump en de GOP wint.

Critici zijn het erover eens dat Obama in zijn buitenlandse politiek te terughoudend heeft gehandeld, en er weinig van gebakken heeft. In Syrië trok hij in 2013 een rode lijn voor Assad en deed vervolgens niets toen Assad met chemische wapens over die lijn trok. En bij de bezetting van de Krim door de Russische Federatie die in de Algemene Vergadering van de VN in resolutie 68/262 breed werd veroordeeld nam Obama te weinig verantwoordelijkheid hoewel het Boedapester Memorandum uit 1994 de VS tot actie verplichtte. Zie hier het antwoord van Paul Niland op mijn stellingname dat Obama geen verantwoordelijkheid nam. Niland valt Obama niet volledig af, maar geeft wel toe dat Obama gezien de omstandigheden meer had kunnen doen. Zoals John Schindler in een commentaar zegt handelt Obama uiteindelijk ter elfder ure terwijl hij sinds 2013 kans op kans heeft laten liggen om de Russische agressie in Oost-Europa en in cyberspace passend te beantwoorden.

De leiders van de Russische Federatie hebben straks te maken met de onberekenbare president Trump in plaats van de berekenbare Obama. Trump mist de terughoudendheid en de intellectuele blik van Obama die tijdens zijn presidentschap steeds weer de indruk gaf verdwaald te zijn in de politiek. Dat is zo ongeveer het enige dat Obama en Trump gemeen hebben. Obama was geen politiek dier, maar een huiskamergeleerde die er een nachtje over moest slapen. De spionage oorlog verhuist mee naar 2017. Als Obama is afgetreden worden de opties kleiner en het antwoord duidelijker wie er nou exact met wie in strijd is. Misschien is het in essentie wel een oorlog in de psyche van Donald Trump. En dat belooft weinig goeds voor de wereld in 2017.

Laurien Crump slaat opnieuw de plank mis over Putin die niet uit zou zijn op confrontatie

with 7 comments

vladimir-putin-1

Laurien Crump is universitair docent en onderzoeker in de geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar achtergrond is Klassieke Talen en Vergelijkende Geschiedenis. Ze is auteur van een boek over de periode 1955-1969 van het Warschaupact. In een artikel in NRC van 20 juni 2016 meende ze dat het Westen op moet houden de Russische Federatie te vernederen. Mijn reactie daarop was dat Crump de plank misslaat en niet weet waarover ze praat. Ik zette zelfs twijfels bij haar motivatie: ‘Het zal niet de opzet zijn, maar dit artikel roept vooral vragen op over de deskundigheid en politieke gezindheid van Crump. Is zij wel zo objectief als ze zegt te zijn?’ Crump vereenzelvigt zich met de retoriek van het Kremlin.

Nu biedt NRC haar in een artikel opnieuw een podium en kunnen we haar objectiviteit nogmaals toetsen. Zij redeneert opnieuw vanuit haar identificatie met het Kremlin. Haar uitgangspunt zijn de goede bedoelingen die president Putin volgens haar in zijn jaarlijkse toespraak tot de Doema tentoonspreidt door te zeggen dat hij ‘niet uit is op confrontatie” en dat samenwerking in ieders belang is.’ Die uitgesproken hand zou Europa aan moeten nemen. Goede bedoelingen van Putin zijn echter een nietszeggend argument en het is de vraag of hij een hand uitgestoken heeft. Een deel van de Russische informatieoorlog is immers de misleiding (‘Maskirovka’) waarbij om militaire doelstellingen de feiten bewust anders worden voorgesteld dan ze zijn.

Opnieuw legt Crump in haar beschouwing de blauwdruk van de Koude Oorlog over de huidige relatie tussen de Russische Federatie met het Westen en meent daaruit conclusies over de actuele veiligheidspolitiek te kunnen trekken. Opnieuw gaat ze met dat schematisch denken de fout in. Want 1955 of 1970 is 2016 niet. Er bestaat een fundamenteel verschil tussen de toenmalige Sovjet-Unie en de Russische Federatie anno 2016. Putin is een rechts-nationalistische leider zonder ideologische en strategische visie op de geschiedenis. Het voortbestaan van hemzelf en zijn directe zakenvrienden is wat Putin drijft. De positie van de Russische Federatie is daarvan de afgeleide. Met tactische invallen hobbelt Putin van incident naar incident. Volgens critici werkt hij zich daarmee steeds verder in de nesten. De reserves van de Russische Federatie zouden in de zomer van 2017 op zijn. Dan kan de sociale vrede niet langer afgekocht worden. En wacht de kladderadatsch.

Crump vergeet dat het Putin is die door de bezetting van de Krim in 2014 de Europese veiligheidspolitiek fundamenteel heeft veranderd door het schenden van internationale afspraken over veiligheidspolitiek en soevereiniteit van staten die in 1941, 1975 en 1994 in overleg tussen landen vorm kregen en iedereen zich aan hield. In de Algemene Vergadering van de VN werd in maart 2014 die annexatie in resolutie 62/262 met 100 stemmen voor veroordeeld. Het is naïef en wetenschappelijk onbegrijpelijk van Crump om in een analyse naar de Europese veiligheidspolitiek te verwijzen zonder de Krim of Oekraïne zelfs te noemen. Dat is een onvolledige analyse. Dit pragmatisme -of neorealisme volgens John Mearsheimer en Henry Kissinger- dat pleit voor een dialoog met de Russische Federatie gaat te makkelijk voorbij aan de schade die door dit land sinds 2014 aan de Europese veiligheidssituatie is aangebracht. En Oost-Europese landen heeft geïntimideerd.

Het is wenselijk om een nieuwe start te maken -en door de verslechterende economische situatie wordt Putin daar wellicht toe gedwongen- maar niet op de condities die het Kremlin stelt. Europa neemt de Russische Federatie serieus door Putin niet serieus te nemen. Dat verschil gaat aan Crump voorbij. Europa moet werken aan de verbetering van de verstandhouding met de inwoners van de Russische Federatie. Een autoritair leider als Putin die hard op weg is om zijn land richting dictatuur te loodsen en de rechtsstaat te ontmantelen is geen gesprekspartner waarop vertrouwd kan worden. De recente veiligheidspolitiek van het Kremlin maakt dat duidelijk. Voor de goede verstaander. Europa heeft vrienden nodig, maar niet als ze zich gedragen als vijand.

Foto: De Russische president Vladimir Putin bezoekt de Krim. Credits: Getty.

SP wil oorlog voorkomen en vrede bevorderen. Hoe kan dat door wensdenken en wegkijken voor de realiteit?

leave a comment »

sp

Aldus het concept verkiezingsprogramma van de SP over ‘Oorlog voorkomen, vrede bevorderen’ dat afgelopen week werd gepresenteerd. Wie wil nou geen einde aan oorlog en ontmanteling van de Amerikaanse, Chinese, Russische en Europese veiligheidsindustrie waarin wapenfabrikanten, politici, journalisten en wetenschappers onder een hoedje spelen? Maar de claim van de SP dat dat eenzijdig veranderd kan worden is niet realistisch.

Het is een wereldvreemde paragraaf vol verhullend taalgebruik. Maar ook een paragraaf die voorbijgaat aan de werkelijkheid en een fout beeld van de werkelijkheid schetst. Feit is dat de uitgaven van de NAVO-lidstaten enorm zijn afgenomen. Europa en Canada geven in 2015 volgens opgave van de NAVO nog zo’n 1,43% van hun bbp uit aan defensie. In de periode 1980-1984 was dat voor de Europese NAVO-leden gemiddeld 3,6% (zie tabel 2). Door het vredesdividend zijn de defensie-uitgaven sinds de hoogtijdagen van de Koude Oorlog in Europa aanzienlijk gedaald. Met als gevolg dat hoofdkwartieren zijn gesloten, Amerikaanse troepen uit Europa zijn teruggetrokken, nationale krijgsmachten onderdelen zijn afgestoten -Nederland heeft geen tanks meer- en Nederland een gebrek heeft aan reserveonderdelen en munitie (zodat het oefent door pangpang te roepen) dat het de vraag is of het nog kan voorzien in de opdracht om het eigen grondgebied te verdedigen.

Een politieke partij moet staan voor de verdediging van het eigen territorium. Dat wil zeggen de territoriale integriteit. Zeker voor een partij die pleit voor een afgeslankte EU met minder bevoegdheden. Dat kan door  het opbouwen van een compacte, hooggekwalificeerde en professionele krijgsmacht die Nederland niet afhankelijk maakt van vrienden en nog minder van vijanden. Een verzwakt Nederland dat zichzelf niet kan verdedigen voorkomt geen oorlog en bevordert geen vrede. Daar helpt geen 1984-achtige newspeak aan die oorzaak en gevolg omkeert. En los van de feiten ‘vrede‘ ‘oorlog‘ en ‘oorlog‘ ‘vrede‘ wenst te noemen.

Uiteraard moet een wapenwedloop worden voorkomen, want het geld kan beter naar onderwijs, cultuur of zorg gaan. Maar dat kan niet vanuit wensdenken en wegkijken voor de realiteit eenzijdig geforceerd worden vanuit het niets van een niet bestaande ideale wereld, zoals de SP het voorstelt. Als deze partij blijft weigeren om recente daden van de Russische Federatie te noemen wat ze zijn, dan blijft het zich ongeloofwaardig en zelfs onwaarachtig gedragen. Het Kremlin initieert daden van agressie die de Europese veiligheidspolitiek sinds 2014 op de kop hebben gezet. Het is de Russische Federatie die delen van buurlanden volgens VN-resolutie 68/262 onrechtmatig bezet houdt, verplichtingen en garanties van internationale verdragen niet nakomt (Boedapester Memorandum 1984, Helsinki Final Act 1975), voortdurend het luchtruim van andere landen schendt en dreigt met de militaire invasie van Oekraïne, Polen, de Baltische landen en Roemenië.

De paragraaf over veiligheidspolitiek maakt de SP electoraal ongeloofwaardig voor kiezers die deze partij om andere redenen willen steunen. Dan loopt de partij opnieuw de kans op een teleurstellend stembusresultaat. Wellicht kan het erover nadenken of het correct weergeven van oorzaak en gevolg van de veiligheidspolitiek niet meer kiezers over de brug trekt. De SP heeft als vanouds de pretentie om de façade van het Westers kapitalisme door te prikken, maar vlucht vervolgens weg in een andere, eigen schijnwereld. Dat helpt niet.

Foto: Deel van de paragraaf ‘Oorlog voorkomen, vrede bevorderen’ in concept verkiezingsprogramma van de SP, oktober 2016.

Edy Korthals Altes verkondigt in NRC wereldvreemde opinie over Russische Federatie

with one comment

02071r

NRC plaatste gisteren een opinie-artikel van oud-ambassadeur Edy Korthals Altes met de veelzeggende titel ‘Beter om de Russen niet zo uit te dagen’. In de analyse en zelfs in de weergave van de feiten is veel aan te merken op dit artikel. Het is een staalkaart van wensdenken. Korthals hanteert een neorealistische visie op de politiek zoals de neoconservatieve oud-minister Henry Kissinger die ook bezigt. Beide 90-plussers grossieren in malligheden en orakelen hun oplossingen de wereld in. Hun lichaam is in de 21ste eeuw gearriveerd maar hun geest zit nog midden in de Koude oorlog die in 1991 definitief eindigde. Maar het beginsel machtsevenwicht door afschrikking is niet meer van deze tijd. Dat heeft Korthals niet door.

Het begint met het al vele keren weerlegde misverstand dat er in de jaren 1990-91 afspraken zouden zijn gemaakt tussen de leiders van de beide machtsblokken over een stop op de uitbreiding van de Navo in Oost-Europa. Korthals: ‘Aan de andere kant voelen de Russen zich bedreigd door het steeds verder opdringen van de NAVO aan hun Westgrens. Ondanks de destijds aan Gorbatsjov gedane toezegging van de Amerikaanse minister Baker dat dit niet zou gebeuren.’ Maar die afspraken zijn alleen over de DDR gemaakt. Dat er zo’n afspraak is gemaakt is door Gorbatsjov zelf ontkend in een interview met Maxim Korshunov in 2014. Het is onderhand tijd dat NRC hier eens een historisch fact check op los laat, want Korthals is na Michiel Klinkhamer en Laurien Crumb de derde auteur die in NRC deze onwaarheid mag brengen. Zie hier en hier mijn kritiek op hun artikelen. En er zullen ongetwijfeld nog veel meer opinie-makers zijn die elkaar in NRC dit misverstand napraten. NRC zou geloofwaardigheid moeten nastreven in de opinie-artikelen die het plaatst.

Korthals vervolgt zijn wereldvreemdheid als hij stelt dat door Moskou ‘een harde garantie zou moeten worden gegeven dat op geen enkele wijze, direct of indirect, inbreuk zal worden gemaakt op de soevereiniteit van de aan Rusland grenzende Europese landen.’ Waaruit die Russische garantie zou moeten bestaan is onduidelijk. Verder slaat Korthals het Westen alle drukmiddelen uit handen door de sancties tegen de Russische Federatie op te willen heffen en de Krim eenzijdig aan het Kremlin over te leveren. Hij zet daar voor Oekraïne, Moldavië, Georgiē of de Baltische staten niets concreets tegenover. Het is even onwaarachtig als het apocriefe verhaal over de toezegging van James Baker. De slechte mensenrenrechtensituatie van de Krim-Tataren noemt Korthals niet. Hij levert ze over aan het Kremlin alsof ethiek in de buitenlandse politiek niet meer dan een ruilmiddel is. En zoals gezegd, Korthals is onevenwichtig in het voorstellen van een gelijkwaardige ruil.

Korthals’ wereldvreemdheid komt samen in de zin: ‘De de-escalatie van de huidige spanning zou bevorderd kunnen worden door wederzijds vertrouwenwekkende maatregelen.’ Hiermee gaat hij uit van redelijkheid aan beide kanten. Maar hij vergeet daarin te betrekken dat volgens Transparency International Oekraïne en de Russische Federatie de meest corrupte landen van Europa zijn en niet alleen met elkaar in oorlog zijn, maar in zekere zin ook met hun eigen bevolking. Gebrek aan vertrouwen in elkaar en in zichzelf is de reden dat de Minsk-akkoorden niet uitgevoerd worden. Dat valt vooral het Kremlin te verwijten dat Oekraïne mentaal niet wenst te erkennen als soevereine staat, zoals president Putin in 2008 in Boekarest tegen president Bush zei. Dat is de diepste reden voor het conflict dat Korthals met zijn schijnoplossingen niet dichterbij brengt.

Op eigenlijk alles wat Korthals zegt is wel wat aan te merken en kleeft het gebrek aan realisme. Daarbij is zijn taalgebruik verhullend. Hij heeft het over een ‘constructieve relatie’ terwijl dat in zijn uitwerking inhoudt dat het Westen inbindt en het Kremlin niet. En soms zet hij iets achter elkaar zonder te doorgronden wat hij nou precies zegt. Hoe rijmt hij ‘de traditionele Russische invloedssfeer’ met ‘de aspiraties van een groot deel van de bevolking in het westelijke Oekraïne’? Korthals blijft hameren op samenwerking, maar gaat voorbij aan de weerbarstige praktijk van de afgelopen drie jaar waardoor samenwerking nog verder uit beeld is geraakt.

Op een andere manier slaat Korthals ook de plank mis. Voor de EU-lidstaten bestaat het grootste belang van samenwerking met het Kremlin niet uit de actuele veiligheidspolitiek, maar uit het voorkomen van een implosie van een Russische Federatie die op de afgrond afkoerst. De ondergang ervan kan de ondergang van de EU worden. Het is die angst die het Duitse establishment gijzelt en paradoxaal een harde, maar duidelijke relatie blokkeert die juist dat voorkomt. Herbezinning van de Westerse relatie met de Russische Federatie is nodig. Maar niet omdat het Kremlin in de recente jaren door het Westen onredelijk en onverantwoord zou zijn bejegend, maar omdat het Kremlin zelf onredelijk en onverantwoord is. Dat heeft Korthals niet in de gaten.

Foto: ‘U.S.S.R., Moscow, temporary exhibit of Russian material’, 1959. Collectie: Library of Congress.