George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Reset

Baarlijke onzin van Laurien Crump over de russofobie in de top van de Nederlandse politiek. Wat moeten media en wetenschap ermee?

with 5 comments

Laurien Crump is universitair docent en onderzoeker in de geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar achtergrond is Klassieke Talen en Vergelijkende Geschiedenis. Ze is auteur van een boek over de periode 1955-1969 van het Warschaupact. In een artikel in NRC van 20 juni 2016 meende ze dat het Westen op moet houden de Russische Federatie te vernederen. Mijn reactie daarop was dat Crump de plank misslaat en niet weet waarover ze praat. Ik zette zelfs twijfels bij haar motivatie: ‘Het zal niet de opzet zijn, maar dit artikel roept vooral vragen op over de deskundigheid en politieke gezindheid van Crump. Is zij wel zo objectief als ze zegt te zijn?’ Crump vereenzelvigt zich met de retoriek van het Kremlin.

In december 2016 bood NRC haar nogmaals een podium en kon ze haar artikelPraat met die man – om erger te voorkomen’ publiceren. Met die man werd de Russische president Putin bedoeld. In een commentaar concludeerde ik dat ze opnieuw vanuit de identificatie met het Kremlin redeneerde. Nu heeft Crump naar aanleiding van de leugen over een bijeenkomst van de afgetreden minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra opnieuw een artikel geschreven dat door de Belgische De Standaard is geplaatst. De titel is ‘Voor Den Haag blijft Rusland de baarlijke duivel’. Bij de reacties is de versie te lezen zoals die op internet is te vinden.

Crumps stelling is dat er russofobie heerst ‘in de hoogste regionen van de Nederlandse politiek’. Wat ze met ‘russofobie’ bedoelt maakt zij niet duidelijk. Ze lijkt te suggereren dat er in de top van de Nederlandse politiek angst of afkeer voor Rusland of de Russen bestaat, maar zij maakt dat alleen hard door te wijzen op de afkeer van het beleid van het Putin-regime of de slechte relatie op het geleid van de nationale veiligheid tussen de Russische Federatie en westerse landen. Maar het is misleidend om dat russofobie te noemen, dat is hooguit Putinfobie. In de top van de Nederlandse politiek bestaat geen afkeer van het Russische volk, Rusland of de Russische Federatie, maar op z’n hoogst afkeer van het veiligheidsbeleid van de Russische overheid dat de Europese stabiliteit in gevaar brengt. De Russische bezetting van de Krim in 2014, de bezetting van delen van Oost-Oekraïne door reguliere Russische troepen of huurlingen van het Russische veiligheidsbedrijf Wagner en het neerhalen van de MH17 door een Buk-raket die volgens het meest waarschijnlijke scenario van het JIT uit de Russische Federatie werd aangevoerd hebben de afkeer van het Russische beleid in het Kremlin gevoed.

Crump gaat voor een historica losjes met de feiten om. Zo concludeert ze dat Zijlstra niet alleen gelogen zou hebben over zijn aanwezigheid bij een bijeenkomst in 2006 met Putin, maar zou hij ook hebben gelogen over de inhoud: ‘Hij was er niet alleen niet bij, maar Poetin blijkt het ook nooit gezegd te hebben.’ Dat is echter niet onafhankelijk vastgesteld. Ook Crump was er niet bij en weet niet wat er in de marge van de bijeenkomst in 2006 in de Russische datsja is gezegd. Bron is oud-topman van Shell Jeroen van der Veer die nog steeds voor Shell lobbyt en er belang bij heeft om de verhouding met Putin goed te houden en zo de belangen van Shell te verdedigen. Wat hij er achteraf over zegt moet dan ook gerelateerd worden aan Shells belangen die hij verdedigt. Dat zijn geen geringe belangen zoals het pijplijn-project Nord Stream II waar zowel het Russische Gazprom als Shell aan deelnemen of belangen in Russische olievelden (Sakhalin-2: 27,5%; Salym: 50%).

Crump verwijdert zich nog verder van een onpartijdige historische opstelling als zij over de gesprekken van Zijlstra met zijn Russische collega Lavrov zegt: ‘die Zijlstra aanvankelijk zou benutten om de Russen te confronteren met het verdraaien van feiten omtrent de MH17.‘ Dat is een kleuring van de feiten door Crump. Het is een constatering uit het ongerede. Aangenomen mag worden dat als minister Zijlstra in de gesprekken met Lavrov uitging van de bevindingen van het JIT dat wordt gecoördineerd door het Nederlandse OM. Crump gaat niet mee in de bevindingen van het OM, maar bestempelt ze via een omweg als ‘verdraaien van feiten’. Dat is een merkwaardige opvatting voor een universitair docent die werkzaam is bij de Universiteit Utrecht en van wie zorgvuldigheid mag worden verwacht. Crump doet in dezelfde alinea opnieuw aan stemmingmakerij als ze het heeft over ‘versterkte aan­wezigheid van Navo-troepen in Oost-Europa’. In de Baltische staten heeft de Navo-reactiemacht  3.260 militairen gestationeerd. Dat wordt door militaire deskundigen als te weinig gekwalificeerd voor een snelle en passende reactie op offensieve bedoelingen van het Russische leger dat aan de grens met Polen en de Baltische staten aanzienlijk grotere aantallen parate troepen heeft samengetrokken.

Crump gebruikt de blauwdruk van de Koude Oorlog om de huidige spanningen in Oost-Europa te verklaren. Dat mag onderhand haar methodiek genoemd worden. Het is een zinloze omleiding. Uiteraard zijn er kansen gemist om tot een goede relatie tussen de Sovjet-Unie of de Russische Federatie en het Westen te komen. Dat valt te betreuren. Volgens Crump volgt uit een OVSE-rapport waaraan ze heeft meegewerkt dat de oorzaken van de slechte relatie verder terug gaan in de tijd dan 2014: ‘Volgens het rapport zijn de Oekraï­necrisis en de vermeende geo­politieke ambities van Rusland niet de oorzaak van de huidige crisis in de Europese veiligheid, maar het symptoom. De oorzaak ligt dieper, in de unfinished post-Cold War settlement’. Crump gaat verder: ‘De Russen zelf maken er ook geen geheim van dat de invasie van de Krim – hoe afkeurenswaardig ook – bedoeld was om Rusland weer ‘relevant’ te maken. In die opzet is Poetin in ieder geval geslaagd.’ Dat laatste is een aanname die betwijfelbaar is. Het Kremlin heeft zich door de bezetting van de Krim vervreemd van het Westen en sancties op de hals gehaald die de economie en de toenadering tot Europa hebben beschadigd.

Crump laat in haar betoog een onderwerp ongenoemd dat sinds een jaar centraal staat in de politiek en media in de VS en Europa en de verhoudingen akelig heeft verziekt. Namelijk de inmenging van de Russen in de publieke opinie en de nationale politiek van landen via onder meer sociale media en hacks. En dan vooral in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Op een recente hoorzitting in het Amerikaanse congres beweerden de directeuren van de Amerikaanse inlichtingendiensten dat die inmenging ongewenst is, tot op de dag van vandaag doorgaat en er voldoende signalen zijn dat voor Russische inmenging in de tussentijdse verkiezingen van november 2018. Dat is geen aanname, maar een feit dat door onderzoeken in onder meer de VS en het Verenigd Koninkrijk wordt gestaafd. Ofwel, het kan zijn dat de Russische Federatie in het verleden onheus bejegend is door westerse landen, maar sinds het mislukken van de Reset van 2012 doet het Kremlin er zelf weinig aan om de relatie door een gematigde opstelling en overleg met Westerse landen te verbeteren.

Het is een raadsel wat een universiteit als die van Utrecht (waar ik alumnus van ben en die me nauw aan het hart gaat) en  gerespecteerde nieuwsmedia als NRC of De Standaard denken te winnen bij de deskundigheid van Crump die de objectiviteit en de onpartijdigheid voorbij is. Ze is een politiek activiste en daar is niets mis mee. Ze mag uiteraard haar mening verkondigen in het publieke debat, zoals iedereen dat mag. Het wordt er echter bedenkelijk op als ze dat doet onder het mom van wetenschap en zich beroept op een instelling met autoriteit. Zelfs krampachtig in het geval van de OVSE. Het wordt er pijnlijk op als OVSE, Universiteit Utrecht of gerespecteerde nieuwsmedia haar die dekking wensen te geven. Crumps zelfingenomenheid wordt er absurd op als ze denkt de Nederlandse politiek als objectieve analist van advies te kunnen dienen: ‘De opvolger van Halbe Zijlstra nodig ik graag uit tot een gesprek om nieuwe verzinsels te voorkomen’. Ze illustreert haar betoog met plak en knip-illustraties met Zijlstra die haar ‘wetenschap’ er extra onbenullig op maakt.

Foto’s: Knip-en plak illustraties bij het artikelVoor Den Haag blijft Rusland de baarlijke duivel’ van Laurien Crump in De Standaard, 15 februari 2018. NRC heeft op 14 februari 2018 het artikel geplaatst onder de titel ‘Ook kabinet lijdt aan russofobie’, zonder illustraties met een gephotoshopte Zijlstra. 

Herken de tekortkoming in het neorealisme van Beatrice de Graaf

with 2 comments

ts

Het artikelHerken de tsaar in Poetin’ van hoogleraar internationale betrekkingen Beatrice de Graaf in NRC is merkwaardig onevenwichtig opgebouwd. Alsof zij heeft zitten knippen en plakken in eigen werk. In het middenstuk geeft ze een analyse van en waarschuwing voor Putin die tamelijk negatief is voor het Kremlin. De Graaf toont aan dat de Russische leiders zich niet aan afspraken houden en niet aan afspraken te houden zijn. Dankzij ondermijningstactieken en een nostalgische blik naar de 19de eeuw. In die analyse is De Graaf goed te volgen. Het sluit aan bij de in het Westen meest aangehangen visie op de machthebbers in het Kremlin.

Maar in de inleidende en slotalinea’s zegt De Graaf iets anders. Haar instemmende verwijzing naar Laurien Crump zet de toon. Crump is echter niet zozeer voor toenadering en ontspanning, maar voor inbinden. Vanuit een Westers schuldcomplex. De Graaf geeft de positie van Crump dan ook niet goed weer. Crump meent dat het Kremlin niet uit zou zijn op confrontatie met het Westen. Dat sluit echter helemaal niet aan bij De Graafs analyse. Met haar instemmende verwijzing naar Henry Kissinger laat De Graaf zich kennen als een historisch neorealist. In de school van John Mearsheimer de niet voor niets zo populaire historicus in het Kremlin. Iemand die machtsdenken voor afspraken van internationale verdragen, en pragmatisme voor moralisme zet.

Dit neorealisme dat De Graaf aanhangt leidt tot een aanbeveling die haaks staat op haar analyse uit het middenstuk. Want enerzijds moet Nederland van haar goed beseffen waar de Russische dreiging uit bestaat en partners zoeken om die te weerstaan. Maar anderzijds wil ze de Russen eigen speelruimte (diplomatieke ‘theaters’) en begrip geven om ze te appaiseren of in toom te houden. Hoewel uit haar analyse volgt dat het Kremlin letterlijk en figuurlijk over grenzen gaat en het zeer de vraag is of het teruggrijpen naar 19de eeuws machtsverhoudingen de juiste voorwaarde is om van het Kremlin spijkerharde afspraken af te dwingen.

Het grootste gemis van het stuk van De Graaf is dat ze alles in een historische en machtspolitieke dimensie plaatst en daarom het meest waarschijnlijke en voor de hand liggende mist. Dat maakt haar aanbevelingen vrijblijvend. Deze eendimensionele visie biedt weinig waarde voor de praktische politiek. Het is namelijk de economie en de demografie die de zwakte van de Russische Federatie uitmaken. Kortweg gezegd, het Kremlin kan als de reservefondsen zijn uitgeput binnen één of twee jaar economisch op de knieën gedwongen zijn. Door een combinatie van lage olieprijzen, sancties en een stop op investeringen en export van technologie. Dat was de tactiek van president Obama. De Russische confrontatie vraagt om een asynchroon antwoord die afwijkt van de framing door het Kremlin. Dat heeft De Graaf niet begrepen die alles beredeneert vanuit traditionele internationale betrekkingen waarvan ze de contouren kritiekloos door het Kremlin laat dicteren.

Foto: Schermafbeelding van deel ‘artikel ‘Herken de tsaar in Poetin’ van Beatrice de Graaf in NRC, 13 januari 2017.

Laurien Crump slaat opnieuw de plank mis over Putin die niet uit zou zijn op confrontatie

with 8 comments

vladimir-putin-1

Laurien Crump is universitair docent en onderzoeker in de geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar achtergrond is Klassieke Talen en Vergelijkende Geschiedenis. Ze is auteur van een boek over de periode 1955-1969 van het Warschaupact. In een artikel in NRC van 20 juni 2016 meende ze dat het Westen op moet houden de Russische Federatie te vernederen. Mijn reactie daarop was dat Crump de plank misslaat en niet weet waarover ze praat. Ik zette zelfs twijfels bij haar motivatie: ‘Het zal niet de opzet zijn, maar dit artikel roept vooral vragen op over de deskundigheid en politieke gezindheid van Crump. Is zij wel zo objectief als ze zegt te zijn?’ Crump vereenzelvigt zich met de retoriek van het Kremlin.

Nu biedt NRC haar in een artikel opnieuw een podium en kunnen we haar objectiviteit nogmaals toetsen. Zij redeneert opnieuw vanuit haar identificatie met het Kremlin. Haar uitgangspunt zijn de goede bedoelingen die president Putin volgens haar in zijn jaarlijkse toespraak tot de Doema tentoonspreidt door te zeggen dat hij ‘niet uit is op confrontatie” en dat samenwerking in ieders belang is.’ Die uitgesproken hand zou Europa aan moeten nemen. Goede bedoelingen van Putin zijn echter een nietszeggend argument en het is de vraag of hij een hand uitgestoken heeft. Een deel van de Russische informatieoorlog is immers de misleiding (‘Maskirovka’) waarbij om militaire doelstellingen de feiten bewust anders worden voorgesteld dan ze zijn.

Opnieuw legt Crump in haar beschouwing de blauwdruk van de Koude Oorlog over de huidige relatie tussen de Russische Federatie met het Westen en meent daaruit conclusies over de actuele veiligheidspolitiek te kunnen trekken. Opnieuw gaat ze met dat schematisch denken de fout in. Want 1955 of 1970 is 2016 niet. Er bestaat een fundamenteel verschil tussen de toenmalige Sovjet-Unie en de Russische Federatie anno 2016. Putin is een rechts-nationalistische leider zonder ideologische en strategische visie op de geschiedenis. Het voortbestaan van hemzelf en zijn directe zakenvrienden is wat Putin drijft. De positie van de Russische Federatie is daarvan de afgeleide. Met tactische invallen hobbelt Putin van incident naar incident. Volgens critici werkt hij zich daarmee steeds verder in de nesten. De reserves van de Russische Federatie zouden in de zomer van 2017 op zijn. Dan kan de sociale vrede niet langer afgekocht worden. En wacht de kladderadatsch.

Crump vergeet dat het Putin is die door de bezetting van de Krim in 2014 de Europese veiligheidspolitiek fundamenteel heeft veranderd door het schenden van internationale afspraken over veiligheidspolitiek en soevereiniteit van staten die in 1941, 1975 en 1994 in overleg tussen landen vorm kregen en iedereen zich aan hield. In de Algemene Vergadering van de VN werd in maart 2014 die annexatie in resolutie 62/262 met 100 stemmen voor veroordeeld. Het is naïef en wetenschappelijk onbegrijpelijk van Crump om in een analyse naar de Europese veiligheidspolitiek te verwijzen zonder de Krim of Oekraïne zelfs te noemen. Dat is een onvolledige analyse. Dit pragmatisme -of neorealisme volgens John Mearsheimer en Henry Kissinger- dat pleit voor een dialoog met de Russische Federatie gaat te makkelijk voorbij aan de schade die door dit land sinds 2014 aan de Europese veiligheidssituatie is aangebracht. En Oost-Europese landen heeft geïntimideerd.

Het is wenselijk om een nieuwe start te maken -en door de verslechterende economische situatie wordt Putin daar wellicht toe gedwongen- maar niet op de condities die het Kremlin stelt. Europa neemt de Russische Federatie serieus door Putin niet serieus te nemen. Dat verschil gaat aan Crump voorbij. Europa moet werken aan de verbetering van de verstandhouding met de inwoners van de Russische Federatie. Een autoritair leider als Putin die hard op weg is om zijn land richting dictatuur te loodsen en de rechtsstaat te ontmantelen is geen gesprekspartner waarop vertrouwd kan worden. De recente veiligheidspolitiek van het Kremlin maakt dat duidelijk. Voor de goede verstaander. Europa heeft vrienden nodig, maar niet als ze zich gedragen als vijand.

Foto: De Russische president Vladimir Putin bezoekt de Krim. Credits: Getty.

Edy Korthals Altes verkondigt in NRC wereldvreemde opinie over Russische Federatie

with one comment

02071r

NRC plaatste gisteren een opinie-artikel van oud-ambassadeur Edy Korthals Altes met de veelzeggende titel ‘Beter om de Russen niet zo uit te dagen’. In de analyse en zelfs in de weergave van de feiten is veel aan te merken op dit artikel. Het is een staalkaart van wensdenken. Korthals hanteert een neorealistische visie op de politiek zoals de neoconservatieve oud-minister Henry Kissinger die ook bezigt. Beide 90-plussers grossieren in malligheden en orakelen hun oplossingen de wereld in. Hun lichaam is in de 21ste eeuw gearriveerd maar hun geest zit nog midden in de Koude oorlog die in 1991 definitief eindigde. Maar het beginsel machtsevenwicht door afschrikking is niet meer van deze tijd. Dat heeft Korthals niet door.

Het begint met het al vele keren weerlegde misverstand dat er in de jaren 1990-91 afspraken zouden zijn gemaakt tussen de leiders van de beide machtsblokken over een stop op de uitbreiding van de Navo in Oost-Europa. Korthals: ‘Aan de andere kant voelen de Russen zich bedreigd door het steeds verder opdringen van de NAVO aan hun Westgrens. Ondanks de destijds aan Gorbatsjov gedane toezegging van de Amerikaanse minister Baker dat dit niet zou gebeuren.’ Maar die afspraken zijn alleen over de DDR gemaakt. Dat er zo’n afspraak is gemaakt is door Gorbatsjov zelf ontkend in een interview met Maxim Korshunov in 2014. Het is onderhand tijd dat NRC hier eens een historisch fact check op los laat, want Korthals is na Michiel Klinkhamer en Laurien Crumb de derde auteur die in NRC deze onwaarheid mag brengen. Zie hier en hier mijn kritiek op hun artikelen. En er zullen ongetwijfeld nog veel meer opinie-makers zijn die elkaar in NRC dit misverstand napraten. NRC zou geloofwaardigheid moeten nastreven in de opinie-artikelen die het plaatst.

Korthals vervolgt zijn wereldvreemdheid als hij stelt dat door Moskou ‘een harde garantie zou moeten worden gegeven dat op geen enkele wijze, direct of indirect, inbreuk zal worden gemaakt op de soevereiniteit van de aan Rusland grenzende Europese landen.’ Waaruit die Russische garantie zou moeten bestaan is onduidelijk. Verder slaat Korthals het Westen alle drukmiddelen uit handen door de sancties tegen de Russische Federatie op te willen heffen en de Krim eenzijdig aan het Kremlin over te leveren. Hij zet daar voor Oekraïne, Moldavië, Georgiē of de Baltische staten niets concreets tegenover. Het is even onwaarachtig als het apocriefe verhaal over de toezegging van James Baker. De slechte mensenrenrechtensituatie van de Krim-Tataren noemt Korthals niet. Hij levert ze over aan het Kremlin alsof ethiek in de buitenlandse politiek niet meer dan een ruilmiddel is. En zoals gezegd, Korthals is onevenwichtig in het voorstellen van een gelijkwaardige ruil.

Korthals’ wereldvreemdheid komt samen in de zin: ‘De de-escalatie van de huidige spanning zou bevorderd kunnen worden door wederzijds vertrouwenwekkende maatregelen.’ Hiermee gaat hij uit van redelijkheid aan beide kanten. Maar hij vergeet daarin te betrekken dat volgens Transparency International Oekraïne en de Russische Federatie de meest corrupte landen van Europa zijn en niet alleen met elkaar in oorlog zijn, maar in zekere zin ook met hun eigen bevolking. Gebrek aan vertrouwen in elkaar en in zichzelf is de reden dat de Minsk-akkoorden niet uitgevoerd worden. Dat valt vooral het Kremlin te verwijten dat Oekraïne mentaal niet wenst te erkennen als soevereine staat, zoals president Putin in 2008 in Boekarest tegen president Bush zei. Dat is de diepste reden voor het conflict dat Korthals met zijn schijnoplossingen niet dichterbij brengt.

Op eigenlijk alles wat Korthals zegt is wel wat aan te merken en kleeft het gebrek aan realisme. Daarbij is zijn taalgebruik verhullend. Hij heeft het over een ‘constructieve relatie’ terwijl dat in zijn uitwerking inhoudt dat het Westen inbindt en het Kremlin niet. En soms zet hij iets achter elkaar zonder te doorgronden wat hij nou precies zegt. Hoe rijmt hij ‘de traditionele Russische invloedssfeer’ met ‘de aspiraties van een groot deel van de bevolking in het westelijke Oekraïne’? Korthals blijft hameren op samenwerking, maar gaat voorbij aan de weerbarstige praktijk van de afgelopen drie jaar waardoor samenwerking nog verder uit beeld is geraakt.

Op een andere manier slaat Korthals ook de plank mis. Voor de EU-lidstaten bestaat het grootste belang van samenwerking met het Kremlin niet uit de actuele veiligheidspolitiek, maar uit het voorkomen van een implosie van een Russische Federatie die op de afgrond afkoerst. De ondergang ervan kan de ondergang van de EU worden. Het is die angst die het Duitse establishment gijzelt en paradoxaal een harde, maar duidelijke relatie blokkeert die juist dat voorkomt. Herbezinning van de Westerse relatie met de Russische Federatie is nodig. Maar niet omdat het Kremlin in de recente jaren door het Westen onredelijk en onverantwoord zou zijn bejegend, maar omdat het Kremlin zelf onredelijk en onverantwoord is. Dat heeft Korthals niet in de gaten.

Foto: ‘U.S.S.R., Moscow, temporary exhibit of Russian material’, 1959. Collectie: Library of Congress.

Gedachten over de NAVO en defensie tegen Russische agressie

with one comment

Zoals bijna iedereen die opgegroeid is in de jaren voor 1991 heb ik een gezond wantrouwen tegen de NAVO. Was dat immers niet het verlengstuk van de Amerikaanse veiligheidsindustrie? Juan Bosch zette uiteen in zijn essay Pentagonism wat Amerikaans imperialisme inhield. Het hield ons onder de duim. Bosch maakte in de jaren ’70 indruk op me. Het was ook compensatie voor mijn rol als dienstplichtig soldaat in de Nederlandse langharige Krijgsmacht die ik met onnoemelijke tegenzin onderging. De Iran-Contra Affair moest 10 jaar later nog komen. Dat maakte het buitenparlementair handelen van de Amerikaanse regering pas echt inzichtelijk. De eerste keer dat ik mocht stemmen koos ik voor de pacifistische PSP. Nog steeds een ongeëvenaarde partij.

De tijden zijn veranderd. Zodat het denken aangepast moet worden aan de nieuwe situatie. De Koude Oorlog met twee stabiele, monolithische blokken die tot de tanden gewapend tegenover elkaar staan is voorbij. Het Warschaupact dat de tegenhanger van de NAVO was werd in 1991 ontbonden door de implosie van de Sovjet-Unie en de satellietstaten die vlak voor het faillissement de tent verlieten. De Sovjet-Unie had de Koude Oorlog verloren. In 1988 liet toenmalig president Michail Gorbatsjov de Brezjnevdoctrine los zodat Oost-Europese landen voor het eerst sinds 1945 hun eigen koers konden varen. Dat deden ze. In 1999 werden Tsjechië, Hongarije en Polen lid van de NAVO. Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië en Slowakije volgden in maart 2004, samen met Slovenië. Op 1 april 2009 werd ook Albanië lid van de NAVO.

Op sociale media is er veel ruis over de NAVO en de relatie tot de Russische Federatie. Dat komt deels voort uit wrok en ‘nestgeur’ zoals ik hierboven schetste. Dat is een mentaliteit die aansluit bij de periode van voor 1991 en de laatste 25 jaar daar simpelweg als een verlengde van ziet. Zelfs een wetenschapper als Laurien Crump kijkt zo naar de huidige situatie in Oost-Europa. In een commentaar viel ik haar daar vorige maand op aan. De ruis komt deels ook voort uit de Russische propaganda die met ontelbare mantelorganisaties en trollfabrieken de Westerse publieke opinie probeert te beïnvloeden. Door haar spreekwoordelijke verdeeldheid heeft het Westen daar geen goed antwoord op waardoor het de slag om de publieke opinie verliest. Wat die propaganda beoogt is de herinvoering van een nieuwe, wat lichtere versie van de Brezjnevdoctrine die Oost-Europese landen weer afhankelijk maakt van Moskou. Een hink-stap-sprong terug naar de Koude Oorlog.

In een reactie op een artikel over het indirecte antwoord in de Bundestag van de Duitse kanselier Angela Merkel (CDU) op haar minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier (SPD) schreef ik vandaag:
‘I like Merkels message better than Steinmeiers. Because it seems a better answer in pacifying Russian aggression.
The USSR stopped to exist. Former ‘members’ of it are sovereign and free to take their own decisions. If they choose for NATO, so let it be. They may and are entitled to it. For decades they were occupied by the USSR and it is conceivably they don’t long for a second Russian occupation.
NATO says it is a defense organization. The member states of the EU have neglected their defense after 1991. You know, the so called ‘peace dividend’. The state of affairs of the European armies is poor. Besides France and the UK. The US has other geopolitical interests and priorities in Asia and the Middle East.
Merkel is managing by speech. One can hope her words may protect Poland, the Baltic states and Germany. NATO-armies are no match for its Russian counterpart. Steinmeier is giving in to that aggression, Merkel is resisting it. The European armies in itself are poorly organized and trained and no threat to its neighbors. Quite the contrary.’

Mijn positie gaat uit van het besef dat er zowel in de VS als in de grotere Europese landen als Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Spanje en Italië een grote wapenindustrie is. En die heeft belang bij het in de lucht houden van een dreiging. Maar ook de Russische Federatie kent een grote veiligheidsindustrie en is na de VS de grootste wapenexporteur ter wereld. Het werkt twee kanten op. De Amerikaanse en Russische elite met banden in de veiligheidsindustrie vinden elkaar in het groot maken van de dreiging, maar zonder dat het tot oorlog komt. Want dat verstoort op termijn de eigen handel. Dat de zakenelite rond de Russische president Putin onberekenbaar zou zijn is een misverstand. Het weet exact waar de eigen belangen liggen en hoe de Russische Federatie geëxploiteerd dient te worden. Zoals de kliek die zich nu vormt rond de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton en eveneens het establishment vertegenwoordigt exact hetzelfde doet.

De veiligheidsindustrie is evenwichtskunst. Ik omschreef die zo in een commentaar over Rob de Wijk: ‘Deze industrie van veiligheids- en inlichtingendiensten, krijgsmachtsonderdelen, particuliere bedrijven die als onderaannemer optreden, hightechbedrijven, gevestigde media en instituten op het gebied van strategie en veiligheid klontert samen en is onderling sterk verbonden. De veiligheidsindustrie heeft als legitimatie de dreiging die door ‘wetenschappers‘ en ‘journalisten‘ in de lucht wordt gehouden.’ Kritische burgers moeten proberen verder te kijken en de schijnverhalen van media die ten dienste staan van die veiligheidsindustrie doorprikken. De Russische agressie in Oost-Europa is reëel in dreiging, maar ook irreëel omdat de dreiging een dreiging moet blijven. Maar ondanks het grote plaatje moet de NAVO wel zorgen dat het de eigen zaakjes voor elkaar heeft en niet onder de voet gelopen wordt. Want oorlog is kansberekening en de kans op succes van de tegenstander moet zo klein mogelijk worden gehouden. Jammergenoeg moet dat dan iets kosten.

Laurien Crump slaat de plank mis over Rusland dat vernederd zou worden

with 11 comments

1000w_q95

Laurien Crump is universitair docent en onderzoeker in de geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar achtergrond is Klassieke Talen en Vergelijkende Geschiedenis. Ze is auteur van een boek over de periode 1955-1969 van het Warschaupact. In een artikel voor NRC meent Crump dat het Westen op moet houden de Russische Federatie te vernederen. Dat vraagt om een weerwoord.

Crump meent terecht dat de Russische angsten serieus moeten worden genomen. Maar omdat ze goeddeels voorbijgaat aan Poolse, Baltische en Oekraïense angsten voor de agressieve politiek vanuit het Kremlin klinkt dat verre van evenwichtig. Voor oudere generaties is in deze landen de 45-jarige bezetting door de Sovjet-Unie nog levende geschiedenis. Crump wijst op Anakonda2016 een oefening van 24 NAVO partner- en lidstaten die bedoeld is om de Poolse leger in de commandostructuur te integreren. Hierin ziet ze onnodige symboliek. Aan haar analyse dat de Russische Federatie de Koude Oorlog verloren heeft valt niets af te dingen.

Crumb gaat de fout in als ze de onrechtmatige annexatie van de Krim en het zogenaamde referendum die in maart 2014 in resolutie 68/262 breed veroordeeld werden probeert te relativeren met de dooddoener: ‘doet ons vergeten dat ook Rusland legitieme belangen heeft’. Dat is een nietszeggend argument, want elk land heeft legitieme belangen. Dat rechtvaardigt nog niet het eenzijdig en met geweld verbreken van internationale verdragen, zoals Helsinki Final Act 1975 of het Boedapester Memorandum 1994. Daarin garandeerde Sovjet-Unie of haar rechtsopvolger de Russische Federatie de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne.

Het zal niet de opzet zijn, maar dit artikel roept vooral vragen op over de deskundigheid en politieke gezindheid van Crump. Is zij wel zo objectief als ze zegt te zijn? Die vraag wordt vooral gevoed door de volgende passage: ‘Het Russische argument dat Gorbatsjov in 1990 instemde met de eenwording van Duitsland op voorwaarde dat de NAVO niet verder oostwaarts zou uitbreiden, wordt afgeschilderd als een mythe. Recent vrijgekomen archiefmateriaal heeft echter aangetoond dat verschillende wereldleiders, zoals George Bush senior en Helmut Kohl, in gesprekken met Gorbatsjov inderdaad aangaven dat de NAVO niet in de richting van Oost-Europa zou uitbreiden.’ Op de observatie dat de Russische agressie wordt ingeven -en zelfs te billijken valt- door een onterechte uitbreiding van de NAVO in Oost-Europa bouwt ze haar betoog.

Crump maakt twee essentiële fouten. Van de ene kant vergelijkt ze internationale verdragen die instrumenten zijn van Europese veiligheidspolitiek en officieel zijn uitonderhandeld en vastgelegd met informele gesprekken in de marge van Westerse leiders zoals president Bush sr. of kanselier Kohl die nooit tot verdragen of vastgelegde afspraken hebben geleid. Laurien Crump gelooft in een mythe die ze meent te weerleggen.

Een en ander wordt inzichtelijk uit een interview van Maxim Korshunov met president Gorbatsjov in oktober 2014. Hieruit blijkt duidelijk dat er tussen Gorbatsjov en leiders als Kohl, Bush of minister James Baker nooit afspraken zijn gemaakt over een stop op de uitbreiding van de NAVO in Oost-Europa: ‘The topic of “NATO expansion” was not discussed at all, and it wasn’t brought up in those years. I say this with full responsibility. Not a singe Eastern European country raised the issue, not even after the Warsaw Pact ceased to exist in 1991. De logica dat dit onderwerp niet op de agenda stond was dat in 1990-91 de imploderende Sovjet-Unie geen machtspositie meer had om zoiets te kunnen eisen. Volgens Gorbatsjov is er toen alleen een afspraak over een stop op uitbreiding van NAVO-troepen gemaakt voor de stationering in de voormalige DDR. 

Het lijkt uit alles dat Crump aan projectie doet. Wellicht onbewust. Ze projecteert de stabiele status quo van de twee machtsblokken NAVO en Warschaupact van de Koude Oorlog op het instabiele einde van de Sovjet-Unie in 1990-91. De reset van 2009 onder de presidenten Medvedev en Obama die bestond uit toenadering en zelfs leidde tot de optie dat de Russische Federatie lid zou worden van de NAVO geeft aan dat de Russen niet per definitie hoeven te vrezen voor omsingeling. Maar naast het verkeerd interpreteren van de feiten is het grootste tekort van Crumps artikel dat ze de binnenlandse dimensie van de recente politiek van het Kremlin buiten beschouwing laat. Door het oproepen van een vijandbeeld dat bestaat uit omsingeling door het Westen probeert president Putin met teruggrijpen op oude symboliek die uit de Koude Oorlog geleend is de eigen bevolking te mobiliseren, af te leiden van de slechte economische situatie en zijn eigen machtspositie en die van zijn partners te bestendigen. Het is merkwaardig dat Crump dat idioom niet doorprikt, maar volgt.

Foto: ‘Soldiers with the U.S. Army’s 3rd 173rd Airborne Brigade provide security as their squad jumps off a Polish Mi-17 helicopter during an Air Assault Exercise in Swidwin, Poland June 10, 2016. This was part of Anakonda 2016, a Polish-led, multinational exercise taking place in Poland from June 7-17, involving more than 31,000 participants from more than 20 nations. (U.S. Army photo by Sgt. 1st Class Whitney Hughes/Released).’

Na Eurovisie Songfestival voelen Russen zich in de steek gelaten door Europa

with one comment

Zelfs als Oekraïne niet had gewonnen, dan had de Russische Federatie nog niet gewonnen. Australië dat nu als tweede eindigde zou dan hebben gewonnen. Dus het argument van sommige Russen over een vermeende gemanipuleerde jurering van het Eurovisie Songfestival is op z’n minst onvolledig en niet de enige verklaring.

Sommige Russen suggereren nu dat Oekraïne meer vrienden in Europa heeft dan Rusland. Maar dat is nog maar helemaal de vraag. Toen in 2014 de Russen de Oekraïense Krim bezetten bleef het Westen tamelijk stil op wat voorzichtige sancties na. De VS en het Verenigd Koninkrijk kwamen hun garanties van het Boedapester Memorandum 1994 niet na. Met ook een garantie van Frankrijk. Maar als Oekraïne werkelijk meer vrienden in Europa heeft, dan moeten Russen zich afvragen waarom ze bijna al hun Europese vrienden hebben verloren.

Nog geen vier jaar geleden waren de relaties tussen het leiderschap in het Kremlin en de leiders van de EU-lidstaten redelijk goed. Vooral tijdens het presidentschap van de liberaal gezinde Dmitri Medvedev die het redelijk kon vinden met president Obama en Europese leiders. Maar die relaties verslechterden snel vanaf najaar 2013 door de druk van president Putin op de toenmalige Oekraïense president Viktor Janoekovitsj om geen associatie-overeenkomst met de EU te sluiten. En daarna ging het bergafwaarts door de Russische bezetting van de Krim, het beginnen van een oorlog in de Donbas en het neerhalen van de MH17 in juli 2014. En door de snel verslechterde mensenrechten en het hardhandig optreden tegen oppositie en kritische media.

Geen land kan in welke competitie dan ook met gegarandeerd succes vooraf de overwinning claimen. De reactie van sommige Russen dat ze bestolen zouden zijn is dan ook dwaas. Zelfs Cliff Richard kon niet winnen in 1968 en 1973 hoewel hij een ster was en huizenhoog favoriet. Wellicht werd hem in 1968 de overwinning ontstolen door toedoen van de Spanjaarden. Dat is de terugkerende logica van het Eurovisie Songfestival. Het gaat niet alleen over populaire muziek, maar ook over de goede relaties tussen landen. Over de factor om een vertegenwoordiger van een ander land iets te gunnen. En over landen om zich in zo’n gunstige positie te manoeuvreren. Als delen van de Russische bevolking zich nu in de steek gelaten en tekort gedaan voelen door Europa, dan moeten ze hun leiders vragen hoe het zover heeft kunnen komen. Die vraag is aan de orde.