Chris Janse geeft in boekbespreking orthodoxe blik op NRC, liberalisme en secularisme. De afstand zijn de anderen

Schermafbeelding van deel artikelNRC: Kwaliteitskrant voor hogeropgeleiden’ van Chris Janse in het RD, 18 mei 2021.

Het is altijd aardig en een genoegen van balorigheid om kennis te nemen van de visie van orthodoxe gelovigen over moderniteit en secularisme. Daar zetten ze vraagtekens bij in de veronderstelling dat die begrippen haaks staan op hun godsdienst.

Dat is het misverstand dat orthodoxe gelovigen koesteren en in de lucht houden omdat het hun strategie is om het secularisme, of meer algemeen de wereld, als vijandig af te schilderen. Dat dient driemaal daags voor intern gebruik na de maaltijd te worden ingenomen samen met de bijbellezing.

Opzet van het creëren van een vijandbeeld is dat orthodoxe gelovigen zich aangevallen voelen en in eigen kring terugtrekken. Waarmee hun onderhorigheid is verzekerd, hun zelfstandig denken op sterk water wordt gezet en ze blijvend zijn gemobiliseerd voor de goede zaak.

Daarmee vegen ze onder het tapijt dat het hun orthodoxie is die deze kettingredenering in gang zet. Ofwel, het secularisme staat niet haaks op de christelijke godsdienst. Want het secularisme is niet anti-religieus of pro-atheïstisch, maar neutraal jegens alle geloven en levensovertuigingen.

Het is de orthodoxie die de wereld afwijst en gelovigen opsluit in de definitie van wereldlijk als niet-geestelijk. Dat is niet onjuist, maar wel suggestief omdat het een tegenstelling creëert die bij het bredere perspectief van het secularisme als politiek-filosofische paraplu die alle godsdiensten en levensovertuigingen onderdak biedt bij nader inzien niet bestaat.

In een boekbespreking besteedt oud-hoofdredacteur van het RD Chris Janse aandacht aan John Kroon’s geschiedenis van 50 jaar NRC. Een krant die volgens hem ver afstaat van het RD vanwege de liberale geest die er waait. Hij noemt NRC ook ‘een seculiere krant’ en dat bedoelt hij niet positief. De verwijzing naar oud-hoofdredacteur van NRC Ben Knapen is verwarrend als de begrippen seculier en agnostisch langskomen en onduidelijk is wat die volgens Janse bijdragen aan betekenis. Ze lijken voor intern gebruik bedoeld zodat er niet te veel logica achter gezocht hoeft te worden.

Chris Janse besluit zijn artikel als volgt: ‘Ongetwijfeld is NRC Handelsblad een kwaliteitskrant. Ze hebben er de mankracht voor. Maar tegelijkertijd is het een krant die bij uitstek het seculiere vrijheidsgevoel belichaamt. Dat schept duidelijk afstand’.

Schermafbeelding van deel artikelNRC: Kwaliteitskrant voor hogeropgeleiden’ van Chris Janse in het RD, 18 mei 2021.

Het is weinig grootmoedig van Janse om de kwaliteit van NRC in de kwantiteit en niet in de liberale overtuiging of het journalistieke beleid te zoeken, maar dat is blijkbaar het perspectief van een onderliggend medium als het RD dat de eindjes aan elkaar moet knopen en last heeft van jaloezie.

Opvallend is Janses slotzin die klinkt als zijn credo: ‘Dat schept duidelijk afstand’. De distantie tot andersdenkenden is wat hem en zijn orthodoxe geloofsgenoten obsedeert. Zoals gezegd uit zelfbehoud van de eigen kring. Dat wat hij het ’seculiere vrijheidsgevoel’ van NRC noemt zou volgens hem afstand scheppen.

Maar het is andersom. De slotzin kan uitsluitend begrepen worden vanuit Janses orthodoxe perspectief. Hij schept afstand en houdt het idee dat dat noodzakelijk is graag in stand. Maar wel indirect. Toegeven doet hij dat niet graag omdat dat niet netjes staat en bij zijn houding van gespeelde mildheid past. Het venijn van Janses slotzin is dat hij suggereert dat de ander de oorzaak voor de afstand is, zodat hij en zijn geloofsgenoten niet van onwil beschuldigd kunnen worden. Chris Janse is de schorpioen die in eigen staart prikt en daar de ander de schuld van probeert te geven. Het is echter zijn fijne rechtzinnigheid die de afstand tot de wereld schept.

Advertentie

Niet D66, maar de christelijke partijen creëren een doodscultuur. Met hun dogmatiek over het leven na de dood

De animositeit tussen D66 en orthodoxe-christenen over medische-ethische kwesties als euthanasie en abortus is een wetmatigheid. Dat meningsverschil is begrijpelijk gezien de overtuiging van deze verschillende levensbeschouwingen. Maar soms willen partijleiders zich ten koste van de ander op een goedkope manier profileren. Dan gaat het fout. Dat blijkt uit een citaat in het RD van leider Gert-Jan Segers van de CU: ‘Als corona ons íets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat echte aandacht en goede zorg het verschil maken in een mensenleven. Ik vind het buitengewoon pijnlijk dat in een tijd waarin ouderen zich extra kwetsbaar voelen, D66 een voorstel indient waarvan we weten dat het bij veel ouderen leidt tot grotere onzekerheid en meer angst.’ Dit is stemmingmakerij met een suggestie die over de grens van het betamelijke gaat. In hetzelfde artikel zegt Diederik van Dijk die directeur is van de christelijke zorgvereniging NPV in Veenendaal: ‘Maandenlang hebben we met elkaar onze samenleving bijna stilgelegd om kwetsbaar en oud leven te beschermen. En dan nu ijskoud met een wetsvoorstel komen dat een doodscultuur creëert’.

Deze christenen hebben het bij het verkeerde eind als ze menen dat het D66 is dat een doodscultuur creëert. Dat is opmerkelijk omdat ze blijkbaar niet meer goed kunnen zien voor welke gedachtengoed ze zelf staan. Zij zijn het immers zelf die een doodscultuur creëren. Want hoe kun je anders de opvatting van deze orthodoxe-christenen begrijpen over het leven na de dood? Voor wie dat christelijke dogma wil geloven. Gewone mensen gaan dood, maar christenen claimen dat ze in een hemel terecht kunnen komen. Dat is de ultieme doodscultuur van levende doden die aan de dood ontsnappen. Ik reageerde hier in enkele tweets op.

Foto 1: Tweet in antwoord op Diederik van Dijk, 17 juli 2020.

Foto 2: Tweet in antwoord op D.W. van Oordt, 17 juli 2020

SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat

Het Reformatorisch Dagblad plaatst vandaag een opinie-artikel van Dick Both, fractievoorzitter van de SGP in de gemeenteraad van Veenendaal. Het gaat over de aantrekkingskracht van populistisch rechts zoals dat in Nederland vertegenwoordigd wordt door PVV en Forum voor Democratie (FvD) op reformatorische christenen. Nu volgens Both de PVV ‘over haar hoogtepunt heen is’ richt die aandacht zich op FvD: ‘diverse signalen wijzen erop dat opiniemakers, jongeren en ouderen uit de gereformeerde gezindte met meer dan gewone belangstelling Baudet en zijn tweede man Hiddema volgen’. Both ziet het als dwaalweg voor reformatorische christenen om rechts-populisten te volgen omdat ze geen ‘Bijbels genormeerde politiek bedrijven’.

Both maakt een interessante observatie als hij opsomt waar de aantrekkingskracht van deze populisten voor zijn achterban uit bestaat: ‘Het is belangrijk om te begrijpen waar de aantrekkingskracht zit. Hierin wordt een duidelijke lijn zichtbaar als we de opiniemakers in hun uitingen volgen. Ze typeren zichzelf graag als conservatief. Met name het –vaak populistisch– ageren tegen immigratie, globalisering, verdergaande invloed van Europa en de islam is in hun bijdragen herkenbaar. Als alternatief worden de cultuurhistorische wortels en tradities van onze Nederlandse samenleving geschilderd. (..) Veel Nederlanders zijn bezorgd. Zeker ook christenen. Wie herkent de thema’s niet? De groeiende islamisering boezemt velen angst in.

Vervolgens doet Both jammergenoeg zijn betoog geweld aan. Hij geeft een betwistbare opvatting van zowel de secularisatie als de zogenaamde ‘joods-christelijke traditie’ die hij ten onrechte koppelt aan ‘het overboord zetten van allerlei historische waarden’. Vervolgens meent hij te begrijpen dat Baudet hier een terecht beroep op doet. Maar de secularisatie zet geen historische waarden overboord en de veelgeroemde ‘joods-christelijke traditie’ is een verzinsel dat door populistisch rechts groot is gemaakt in reactie op de opkomst van de islam. Die traditie heeft in homogene vorm nooit bestaan. Gezien de animositeit in reformatorische kringen jegens het jodendom zou Both met zijn achtergrond dat als geen ander moeten weten. Dit misverstand waarin Both meegaat geeft aan hoe diep de populistische talking points ook in reformatorische kring zijn doorgedrongen.

Het is een gemiste kans dat Both niet ingaat op de VS dat vergeleken met Nederland enkele jaren vooroploopt in politiek-filosofische ontwikkelingen. Daar is de wisselwerking tussen het conservatisme en rechts-populisme of de alt-right beweging al in een volgende fase beland. Terwijl in Nederland dat proces zich met de optimisme uitstralende Baudet nog naar een hoogtepunt lijkt te bewegen is daar in de VS de afgelopen maanden al een neergaande reactie op ontstaan. Verkiezingen in Virginia en Alabama hebben duidelijk gemaakt dat de conservatieven en conservatieve christenen afstand nemen van het rechts-populisme omdat het juist ingaat tegen de historische waarden van hun land. Het zijn vooral de jonge en goedopgeleide conservatieven die het populisme van Trump en Steve Bannon beginnen af te wijzen en eveneens afstand nemen van de Republikeinse partij waarin de historische waarden tot voor kort vertegenwoordigd waren.

Omdat Baudet zich oriënteert op Bannon en Trump en bij gelegenheid hun agenda kopieert kan de analogie nog verder getrokken worden. Iemand als Bannon heeft zich tot doel gesteld om de democratische instituties af te breken om vervolgens op de puinhopen ervan iets nieuws op te bouwen. Feitelijk een uit het marxisme geleend idee. Trump volgt hem daar halfslachtig in door te ageren tegen de inlichtingendiensten, de rechtsstaat, de democratie en het parlement, en zijn land gitzwart af te schilderen als moreel verzwakt dat een eindtijd verdient. Maar Trump bedient tegelijk het bedrijfsleven en de financiële instellingen die hem van sponsorgeld voorzien en die voor zichzelf betere voorwaarden opeisen op het gebied van regelgeving en belastingmaatregelen. Rechtlijnig is Trump niet in zijn ondergangsfantasie als hij het bedrijfsleven versterkt.

Dick Both citeert de christelijk-conservatieve publicist Bart Jan Spruyt die politici als Baudet typeert als ‘cultuurchristenen’. Overigens een mooie spiegeling van het begrip ‘cultuurmoslims’ dat doelt op niet belijdende moslims die vanwege nestgeur en sociale dwang niet openlijk afstand van hun oude geloof nemen. Spruyt: ‘Cultuurchristenen zijn mensen die christelijk denken zonder zelf christelijk te zijn. Ze kennen en waarderen de christelijke tradities en verdedigen die tegen de snode plannen van een ontwortelde elite.’ Opnieuw sluipt in een reformatorisch betoog een rechts-populistisch talking point, deze keer over de elite of het establishment dat zogezegd tegenover ‘het volk’ zou staan. Het geeft opnieuw aan hoe het populisme bezit heeft genomen van delen van de conservatief-christelijke gemeenschap terwijl die dat amper beseft.

Boths analyse verkeert in een electorale praatje voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 als hij euthanasiewetgeving erbij haalt en suggereert dat PVV en FvD ‘tegen het leven’ zijn. Both: ‘En dienen op zichzelf misschien aansprekende standpunten niet ondergeschikt gemaakt te worden aan ethische onderwerpen die lijnrecht ingaan tegen Gods Woord?’ Hij gaat zelfs zover om van Baudet en Wilders te zeggen dat ze ‘levensbeschouwelijk als volkomen seculier en goddeloos in het leven staan’. Dat is onzinnig omdat iemand die seculier is niet per definitie niet-christelijk is en tegen euthanasie zou zijn. Dat zuigt Both uit zijn duim. En waaruit blijkt dat iemand die ‘goddeloos’ in het leven staat niet tegen euthanasie zou kunnen zijn?

De conclusie over Boths betoog moet zijn dat het onevenwichtig is, de essentie en actualiteit van de wisselwerking tussen conservatisme en populisme mist en niet goed omkadert, en gemakzuchtig wegvlucht in partijpolitiek. Daar was het hem dus om te doen, namelijk om de schapen bij de kudde te houden en ze niet af te laten dwalen richting PVV of FvD. Dick Both neemt de kans niet te baat om breder te kijken of mist het perspectief om dat te doen. Zijn betoog was krachtiger geweest als hij de democratische instituties die in hoge mate door de gouvernementele bestuurderspartij SGP worden gerespecteerd centraal had gezet in zijn pleidooi voor het conservatisme. Dan was zijn opinie niet geëindigd met de voor dit onderwerp onbelangrijke tweedeling seculier/christelijk, maar met de tweedeling rechtsstatelijk/niet-rechtsstatelijk. Terwijl de actuele strijd binnen de westerse politieke systemen gaat om de instandhouding van de democratische instituties en steeds meer conservatieve christenen dat inzien en hun ethische zorgen over abortus, homohuwelijk of euthanasie terzijde schuiven, is Dick Both in Veenendaal nog druk bezig de vorige oorlog te voeren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSteun Bijbels genormeerde politiek in plaats van Forum voor Democratie’ van Dick Both in het Reformatorisch Dagblad, 14 december 2017.