George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Reformatorisch Dagblad

Als ik geen theïst, atheïst, agnost of apatheïst ben, dan ben ik een secularist die betrokken is bij én kritisch op religie en hun goden

with 3 comments

Van de term ‘apatheisme’ had ik nog nooit gehoord totdat ik het voorbij zag komen in de online versie van het opinie-artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad. De term is een samentrekking van ‘apathie’ en ‘theïsme’.  Het perspectief ervan is religieus, want het idee is dat de aanhangers ervan onverschillig of gevoelloos tegenover het bestaan van God staan. Kranendonk citeert enkele Amerikaanse christelijke auteurs die claimen dat er ook apatheïsten in christelijke kerken zijn. In mijn reactie bij het artikel op de FB-pagina van het Reformatorisch Dagblad antwoord ik de auteur en constateer ik dat de kenmerken die hij geeft van een apatheïst niet op mij van toepassing zijn. Ik sta namelijk helemaal niet onverschillig tegenover religie of God, maar ben er evenmin een aanhanger van. Ik val in geen van de vier categorieën die Kranendonk schetst en voeg daarom noodgedwongen een vijfde categorie toe:

Het is merkwaardig dat in de afsluitende alinea de auteur het apatheïsme een probleem noemt. Hiermee laat hij zich kennen als normatief en onverdraagzaam. Hij trapt in de val die hij zelf de atheïsten verwijt die volgens hem het geloof in God zouden minachten. Het is trouwens kort door de bocht om dit atheïsten te verwijten. Zij kunnen ook andere bezwaren hebben tegen religie en de macht van de religieuze instellingen. Hun kritiek betreft dan niet zozeer de ‘binnenkant’ van religie, maar de ‘buitenkant’ ervan. Dus niet de zingeving of insluiting in een religieus gedachtegoed, maar de machtsvorming en morele claims. Het is een feit dat dominante religieuze organisaties nog steeds een voorkeursbehandeling genieten en voorrechten hebben in onze samenleving. De auteur onderschat hoeveel weerstaand dat in de samenleving oproept.

Wim Kranendonk minacht de apatheïsten. Die geringschatting komt voor zijn rekening. Het is een gevolg van zijn kerkpolitieke opstelling. Waar de apatheïsten hun schouders ophalen over religieuze organisaties met hun dogmatiek van een opperwezen, zo maakt een christen als Wim Kranendonk zich druk dat er mensen zijn die in geestelijk opzicht afstand nemen van de dogmatiek van het christendom. Hij begrijpt het niet. Apatheïsten gunnen gelovigen hun geloof en inspiratie, Kranendonk lijkt apatheïsten geen redelijke positie te gunnen.

Ik betwijfel of de auteur het verschijnsel van het apatheisme doorgrondt. Hij kijkt niet met een open blik, maar met een blik die de religie verdedigt en in bescherming neemt. Laat ik dat uitleggen aan de hand van mijn eigen positie. Ik neem geen van de drie posities in die Kranendonk in het artikel schetst, te weten de categorie van de theïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er een opperwezen is), atheïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er geen opperwezen is) of agnosten (mensen die twijfelen tussen de overtuiging of er wel of niet een opperwezen is). Maar ben ik dan een apatheïst of is er nog een vijfde restcategorie?

Laat ik het checken aan de hand van de kenmerken en stellingen die Kranendonk van de apatheïsme geeft.
1) De groep die totaal niet geïnteresseerd is in de vraag naar het bestaan van God. Check: Dat klopt niet. Ik ben indirect geïnteresseerd in de vraag naar het bestaan van God omdat ik geïnteresseerd ben in andere mensen die menen dat er een God bestaat. Mij interesseert het als fenomeen hoe mensen in een zich ontkerkelijkende omgeving zich laten inspireren. Om Harry Kuitert te parafraseren: ‘Hoe kan het dat mensen de bewering geloven dat het spreken dat van beneden komt van boven komt? Waarom geloven mensen dat een menselijke constructie geen menselijke constructie is en weven ze die verdichting in het ontstaan van hun geloof? De interesse in die vraag die raakt aan de verhaalleer, de dramatiek, de mythologie en het stelsel van rituelen bindt me aan de gelovigen. Niet de vraag of er wel of niet een God of vele Goden met hun aparte godsdienst bestaan. Dat laatste kunnen gelovigen beter zelf binnen hun gesloten wereldbeeld beantwoorden.
2) De apatheïst negeert het geloof. Check: Dat klopt niet. Ik respecteer het geloof en de gelovigen en wil me er iets van aantrekken omdat de gelovigen mijn medemensen zijn.
3) Het apatheïsme is typerend voor onze huidige tijd. Check: Dat klopt. Het past in de politieke filosofie van het secularisme waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen in gelijke mate gewaardeerd, gegarandeerd en door de wet beschermd worden.

Conclusie is dat ik volgens de kenmerken die Kranendonk geeft en die hij baseert op het nieuwe boek van de christelijke geloofsverdediger Kyle Beshears zowel geen theïst, atheïst, agnost als apatheïst ben. Het probleem van Kranendonks opstelling en van de christelijke auteurs Beshaers en Thomas Kidd waarop hij zich baseert is dat hij claimt een objectief beeld van de keuze van mensen voor een godsdienst of levensovertuiging te geven, maar intussen alles door een christelijke bril ziet en definieert. En dat laatste ook nog eens vanuit het perspectief van prediking en zieltjes winnen. Hierdoor scherpt Kranendonk onnodig aan en mist hij de nuance. Hij trapt in de valkuil van vele christenen, namelijk dat andersdenkenden ondanks alle afstand toch moeten worden beschouwd als een verlengde van hun godsdienst. Of dat nou in positieve of negatieve zin is. De achterliggende gedachte is dat ze afgedwaalde gelovigen zijn die op het rechte pad moeten worden gebracht.

Kranendonk mist de positie van iemand die geïnteresseerd is in religie en religieuze organisaties en onder de motorkap ervan wil kijken voorbij het cosmetische beeld dat religieuze organisaties zelf naar buiten brengen. Dat gaat om de functie van fictie in brede zin, inclusief noties van fantasie, inbeelding, zelfbedrog, waan en mythologisering. Kranendonk mist de bekommernis van mensen die niet in het religieuze domein willen worden getrokken en de claim op unieke moraliteit van gelovigen buitensporig en onterecht vinden, maar in beginsel anderen die positie royaal gunnen. Kranendonk mist de ontwikkeling van een Nederland waarin de meerderheid van de bevolking zich niet laat inspireren door religie of het christelijk-culturele gedachtegoed.

Neem ik dan de vijfde positie in? Die van de voorstander van het secularisme die in alle (aanhangers van) religies en levensovertuigingen in gelijke mate geïnteresseerd is en ze een identieke positie gunt en slechts één overwegende tegenwerping heeft tegen de opstelling van religieuze opinieleiders, namelijk dat ze andersdenkenden ondanks alles als een verlengde of een fantoomledemaat van hun godsdienst willen zien.

Foto: Schermafbeelding van het artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad, 7 december 2019.

Is voornaamste reden waarom het gezin dat zich negen jaar in een kelder verschanste hun persoonlijke gesteldheid of hun religie?

with 3 comments

Dominee Georg Naber van de Protestante Gemeente Ruinen die daar trouwens binnenkort afscheid neemt is duidelijk over het gezin in het Drentse Ruinerwold dat negen jaar in een kelder woonde. Het wachtte op het einde der tijden en de wederkomst van Jezus. Volgens Naber is het onvoorstelbaar dat dit gebeurde. Hij legt een direct verband met het geloof als hij zegt: ‘Je hebt natuurlijk bepaalde Bijbelse lijnen die zeggen dat aan het einde der tijden bijzondere dingen gebeuren. Dat ook de anti-Christ opkomt. Dat je voorzichtiger moet zijn, dat je de wereld moet mijden. Je hebt die lijnen die ook in de Bijbel staan, en als je die teksten als een puzzel, met wat ontbrekende delen, maar toch, naast elkaar legt en daar de nadruk op legt, dan kan het gebeuren dat mensen dat blijkbaar doen. Maar het heeft ook te maken met hun persoonlijke gesteldheid, denk ik. Mensen moeten wel heel kwetsbaar in het leven staan als je je eigen geloof op deze manier denkt te moeten inkleuren.’ Dominee Naber heeft gelijk dat het gezin kwetsbaar in het leven stond en zo van het leven was afged(w)aald dat het zich in de kelder verschanste. Maar hij geeft ook aan dat de Bijbel daar de elementen voor heeft aangereikt. Elementen die alleen in de eschatologie van religie zijn te vinden. Zonder religie was dit nooit zo gebeurd. Religie leidt niet in alle gevallen tot gekte, maar dit soort gekte komt alleen binnen religie voor. Religie geeft mensen met een zwakke persoonlijke gesteldheid het kader en de focus om te ontsporen.

SGP’er Both drukt conservatieve christenen tegen de borst en verkiest aanval op ‘goddelozen’ boven verdediging van rechtsstaat

with 3 comments

Het Reformatorisch Dagblad plaatst vandaag een opinie-artikel van Dick Both, fractievoorzitter van de SGP in de gemeenteraad van Veenendaal. Het gaat over de aantrekkingskracht van populistisch rechts zoals dat in Nederland vertegenwoordigd wordt door PVV en Forum voor Democratie (FvD) op reformatorische christenen. Nu volgens Both de PVV ‘over haar hoogtepunt heen is’ richt die aandacht zich op FvD: ‘diverse signalen wijzen erop dat opiniemakers, jongeren en ouderen uit de gereformeerde gezindte met meer dan gewone belangstelling Baudet en zijn tweede man Hiddema volgen’. Both ziet het als dwaalweg voor reformatorische christenen om rechts-populisten te volgen omdat ze geen ‘Bijbels genormeerde politiek bedrijven’.

Both maakt een interessante observatie als hij opsomt waar de aantrekkingskracht van deze populisten voor zijn achterban uit bestaat: ‘Het is belangrijk om te begrijpen waar de aantrekkingskracht zit. Hierin wordt een duidelijke lijn zichtbaar als we de opiniemakers in hun uitingen volgen. Ze typeren zichzelf graag als conservatief. Met name het –vaak populistisch– ageren tegen immigratie, globalisering, verdergaande invloed van Europa en de islam is in hun bijdragen herkenbaar. Als alternatief worden de cultuurhistorische wortels en tradities van onze Nederlandse samenleving geschilderd. (..) Veel Nederlanders zijn bezorgd. Zeker ook christenen. Wie herkent de thema’s niet? De groeiende islamisering boezemt velen angst in.

Vervolgens doet Both jammergenoeg zijn betoog geweld aan. Hij geeft een betwistbare opvatting van zowel de secularisatie als de zogenaamde ‘joods-christelijke traditie’ die hij ten onrechte koppelt aan ‘het overboord zetten van allerlei historische waarden’. Vervolgens meent hij te begrijpen dat Baudet hier een terecht beroep op doet. Maar de secularisatie zet geen historische waarden overboord en de veelgeroemde ‘joods-christelijke traditie’ is een verzinsel dat door populistisch rechts groot is gemaakt in reactie op de opkomst van de islam. Die traditie heeft in homogene vorm nooit bestaan. Gezien de animositeit in reformatorische kringen jegens het jodendom zou Both met zijn achtergrond dat als geen ander moeten weten. Dit misverstand waarin Both meegaat geeft aan hoe diep de populistische talking points ook in reformatorische kring zijn doorgedrongen.

Het is een gemiste kans dat Both niet ingaat op de VS dat vergeleken met Nederland enkele jaren vooroploopt in politiek-filosofische ontwikkelingen. Daar is de wisselwerking tussen het conservatisme en rechts-populisme of de alt-right beweging al in een volgende fase beland. Terwijl in Nederland dat proces zich met de optimisme uitstralende Baudet nog naar een hoogtepunt lijkt te bewegen is daar in de VS de afgelopen maanden al een neergaande reactie op ontstaan. Verkiezingen in Virginia en Alabama hebben duidelijk gemaakt dat de conservatieven en conservatieve christenen afstand nemen van het rechts-populisme omdat het juist ingaat tegen de historische waarden van hun land. Het zijn vooral de jonge en goedopgeleide conservatieven die het populisme van Trump en Steve Bannon beginnen af te wijzen en eveneens afstand nemen van de Republikeinse partij waarin de historische waarden tot voor kort vertegenwoordigd waren.

Omdat Baudet zich oriënteert op Bannon en Trump en bij gelegenheid hun agenda kopieert kan de analogie nog verder getrokken worden. Iemand als Bannon heeft zich tot doel gesteld om de democratische instituties af te breken om vervolgens op de puinhopen ervan iets nieuws op te bouwen. Feitelijk een uit het marxisme geleend idee. Trump volgt hem daar halfslachtig in door te ageren tegen de inlichtingendiensten, de rechtsstaat, de democratie en het parlement, en zijn land gitzwart af te schilderen als moreel verzwakt dat een eindtijd verdient. Maar Trump bedient tegelijk het bedrijfsleven en de financiële instellingen die hem van sponsorgeld voorzien en die voor zichzelf betere voorwaarden opeisen op het gebied van regelgeving en belastingmaatregelen. Rechtlijnig is Trump niet in zijn ondergangsfantasie als hij het bedrijfsleven versterkt.

Dick Both citeert de christelijk-conservatieve publicist Bart Jan Spruyt die politici als Baudet typeert als ‘cultuurchristenen’. Overigens een mooie spiegeling van het begrip ‘cultuurmoslims’ dat doelt op niet belijdende moslims die vanwege nestgeur en sociale dwang niet openlijk afstand van hun oude geloof nemen. Spruyt: ‘Cultuurchristenen zijn mensen die christelijk denken zonder zelf christelijk te zijn. Ze kennen en waarderen de christelijke tradities en verdedigen die tegen de snode plannen van een ontwortelde elite.’ Opnieuw sluipt in een reformatorisch betoog een rechts-populistisch talking point, deze keer over de elite of het establishment dat zogezegd tegenover ‘het volk’ zou staan. Het geeft opnieuw aan hoe het populisme bezit heeft genomen van delen van de conservatief-christelijke gemeenschap terwijl die dat amper beseft.

Boths analyse verkeert in een electorale praatje voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 als hij euthanasiewetgeving erbij haalt en suggereert dat PVV en FvD ‘tegen het leven’ zijn. Both: ‘En dienen op zichzelf misschien aansprekende standpunten niet ondergeschikt gemaakt te worden aan ethische onderwerpen die lijnrecht ingaan tegen Gods Woord?’ Hij gaat zelfs zover om van Baudet en Wilders te zeggen dat ze ‘levensbeschouwelijk als volkomen seculier en goddeloos in het leven staan’. Dat is onzinnig omdat iemand die seculier is niet per definitie niet-christelijk is en tegen euthanasie zou zijn. Dat zuigt Both uit zijn duim. En waaruit blijkt dat iemand die ‘goddeloos’ in het leven staat niet tegen euthanasie zou kunnen zijn?

De conclusie over Boths betoog moet zijn dat het onevenwichtig is, de essentie en actualiteit van de wisselwerking tussen conservatisme en populisme mist en niet goed omkadert, en gemakzuchtig wegvlucht in partijpolitiek. Daar was het hem dus om te doen, namelijk om de schapen bij de kudde te houden en ze niet af te laten dwalen richting PVV of FvD. Dick Both neemt de kans niet te baat om breder te kijken of mist het perspectief om dat te doen. Zijn betoog was krachtiger geweest als hij de democratische instituties die in hoge mate door de gouvernementele bestuurderspartij SGP worden gerespecteerd centraal had gezet in zijn pleidooi voor het conservatisme. Dan was zijn opinie niet geëindigd met de voor dit onderwerp onbelangrijke tweedeling seculier/christelijk, maar met de tweedeling rechtsstatelijk/niet-rechtsstatelijk. Terwijl de actuele strijd binnen de westerse politieke systemen gaat om de instandhouding van de democratische instituties en steeds meer conservatieve christenen dat inzien en hun ethische zorgen over abortus, homohuwelijk of euthanasie terzijde schuiven, is Dick Both in Veenendaal nog druk bezig de vorige oorlog te voeren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSteun Bijbels genormeerde politiek in plaats van Forum voor Democratie’ van Dick Both in het Reformatorisch Dagblad, 14 december 2017.

God is niet-waar en niet-onwaar. Meer kunnen we er niet van maken

leave a comment »

resolve

Kan de vraag of een broodje zonder kaas hetzelfde is als een broodje zonder ham gelijkgesteld worden aan de vraag of de God van de christenen hetzelfde is als de God van de moslims? Het betreft de relatie tussen taal en werkelijkheid, kortom een taalfilosofische vraag. Dat speelt op het niveau of de vraag naar de betekenis fout is. Ofwel, kan men via een bewering iets uitdrukken dat niet bestaat of waarvan de waarde onbekend is?

De uitspraak ‘Een broodje zonder kaas is hetzelfde als een broodje zonder ham‘ is een bewering waarvan niet valt vast te stellen of het waar is. Zo is het ook met de uitspraak ‘De God van de christenen is dezelfde als de God van de moslims‘. Een kwestie van driewaardige logica,. Naast waar en onwaar is er de waarde ‘onbekend‘. De waarde van de uitspraken over de ‘broodjes zonder‘ en de ‘God van christenen of moslims‘ zijn onbekend.

Het perspectief van de verwijzing naar een broodje zonder kaas verschilt van de verwijzing naar een broodje zonder ham, terwijl het om hetzelfde fysieke object kan gaan. Maar het kan ook om een ander broodje gaan. De overeenkomst met de verwijzingen naar de God van de christenen en de God van de moslims is dat het perspectief verschilt, maar het verschil is dat niet zonder vooringenomenheid vastgesteld kan worden of er een fysiek (of: stoffelijk, materieel) object is waarnaar verwezen wordt en hoe dat voorgesteld dient te worden.

Bij de broodjes zonder is duidelijk naar welke soort het verwijst, maar is het onduidelijk of er naar hetzelfde specifieke broodje verwezen wordt. Bij de Goden is het onduidelijk naar welke soort het verwijst omdat hier door ontbrekende, concrete gegevens en verschil in betekenisgeving geen overeenstemming over ontstaat.

De vraag naar de vergelijking tussen de God van de christenen en de God van de moslims is geen vraag die leidt tot een sluitend antwoord, maar tot het uit de weg gaan van een antwoord vanwege de waarde van de bewering die onbekend is omdat er geen overeenstemming te bereiken valt over de soort waarnaar het verwijst. De vraag thematiseert niet zozeer het bestaan van Goden -al dan niet in geestelijke zin-, maar vooral hun meervoudige waarde. De vraagstelling is een vlucht vooruit die door een geloofsartikel als uitgangspunt voor debat te presenteren een niet te onderzoeken object uit de werkelijkheid als werkelijk tracht voor te stellen. Wat daar uit volgt is het invullen van een waarde die taalfilosofisch niet ingevuld kan worden.

NB: Aanleiding voor het bovenstaande was het artikelDienen moslims en christenen dezelfde God?’ van W. B. Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad, 1 februari 2016.

Foto: ‘Eetsalon Broodje van Kootje aan het Leidseplein, Amsterdam (1953)’. Credits: Lood van Bennekom; Nederlands Fotomuseum.

Gezinsbeurs Wegwijs etaleert de reformatorische subcultuur

leave a comment »

Een inkijkje in een typisch Nederlandse subcultuur als deel van de protestante cultuur: de reformatorische bevolkingsgroep. De Gezinsbeurs Wegwijs 2014 vindt plaats van 21 tot 25 oktober in het Rotterdamse Ahoy en wordt georganiseerd door Erdee Media Groep dat onder meer het Reformatorisch Dagblad (RD) uitgeeft.

In de video wordt de stand van de Stichting Reformatorische Omroep (RO) getoond. De Stichting RO heeft dus geen leden, zoals de Vereniging EO wel heeft. Ander verschil is dat de EO sinds zo’n 10 jaar evangeliseert en zich op ongelovigen richt, terwijl de RO uitsluitend de reformatorische doelgroep bedient. Inzichtelijk is wat de RO zegt over de identiteit die ook toepasbaar is op de deelnemers aan Wegwijs en de Erdee Media Groep: ‘De grondslag van de stichting is Gods onfeilbaar Woord, waarvan belijdenis wordt gedaan in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 2-7). Zij onderschrijft onvoorwaardelijk de Drie Formulieren van Enigheid, zoals zijn vastgesteld in de Nationale Synode (Dordrecht, 1618-1619). Zij belijdt het absolute gezag van Gods Woord over alle terreinen van het leven en daarom mede over massacommunicatie en mediagebruik.

De reformatorische subcultuur kent in het opzoeken van de openbaarheid en de inzet van media een spanning die volgt uit het volgen van de beginselen en de verkondiging ervan voor een breed publiek. Wat is haalbaar en verantwoord, waar eindigt het een en begint het ander? Het is een helse taak om daarin de goede afweging te vinden in een samenleving die ook nog eens steeds verandert. Want teveel accent op de beginselen hindert de optimalisering van het bereik, terwijl teveel accent op verkondiging in strijd kan komen met de beginselen.

De reformatorische subcultuur is niet altijd vrijheid blijheid. Op RefoWeb.nl -ook maker van het videoverslag- stelt een ouder iemand dominee Elsman een vraag over de zonde: ‘Ik zit al weer jaren in de kerk, maar soms denk ik: ze moesten eens weten, niemand weet er van. Maar God heeft het gezien en gehoord en dat drukt me te neer. Nu staat er in Ps. 103:6: “Zo ver het west verwijderd is van het oosten zo ver heeft hij om onze ziel te troosten, van ons de schuld en zonde weggedaan.” Maar ook staat in de bijbel dat we verantwoording moeten afleggen van onze zonden. Hoe krijg ik (ondanks veel bidden daarom) een gevoel van vergeving? De schuld is zwaar!’ De dominee antwoordt onder meer: ‘Het wezen van de zonde is dat zij doorwerkt ten verderve tenzij en totdat zij is beleden en van haar kracht beroofd onder het dierbaar Bloed van de Heere Jezus Christus. Onbeleden zonden werken smet en schuld. Zij maken onrein en bezwaren ons geweten. De HEERE verlost van de macht en heerschappij van de zonde en Hij verlost ook van de schuld van de zonde.’ Leven als inleiding.

refo

Foto: Schermafbeelding van tweet RefoWeb, 23 oktober 2014.

Rutte begrijpt er echt niets van: Willem-Alexander in Sochi

with 6 comments

Premier Mark Rutte begrijpt ‘echt helemaal niets‘ van alle kritiek op het gedrag van koning Willem-Alexander bij de Olympische Winterspelen in het Russische Sochi. Zo zei hij vandaag op z’n wekelijkse persconferentie. De meningen over het gedrag van de koning lopen uiteen. Jammergenoeg maakt premier Rutte van de critici een karikatuur: ‘Dan zit er ergens een zeurpiet die zegt dat de koning met een heel somber hoofd, in driedelig grijs pak met een horlogeketting op de tribune moet zitten. Ik begrijp er echt helemaal niets van.

Volgens een commentaar in het RD vergat de koning de waardigheid van zijn ambt. Hier was ik het mee eens. Gezien de kritiek die van alle kanten komt is het juist de vraag of Willem-Alexander met zijn gedrag te Sochi de eenheid van het land vertegenwoordigt zoals Rutte veronderstelt. Het bracht me tot de volgende reactie:

Niemand ontkent de koning zijn pleziertje. Willem-Alexander houdt nu eenmaal van sport. Maar hij is meer dan een individu. Of zelfs een kroonprins. Willem-Alexander is staatshoofd van Nederland. De koning maakt deel uit van de regering. Daarbij horen politiek besef, een zekere mate van waardigheid (decorum) en daarnaast wat het koningschap zelf betreft, het instandhouden -of niet doorbreken- van een mythe. Met als doel om het beeld uit te dragen dat er een traditie wordt doorgegeven en dat het volk verenigd wordt.

Met politiek besef, decorum, de mythe van het koningschap en de verbindende rol lijkt Willem-Alexander in Sochi lichtvaardig te zijn omgegaan. Hij kan weliswaar een potje breken omdat hij een aimabele en benaderbare persoon is, maar da’s ook precies zijn valkuil. Hij moet oppassen om in de modernisering van het koningschap niet te veel te individualiseren. Waar zijn moeder voor de huidige tijd wellicht te statig en ouderwets was, moet de koning -in reactie- niet de andere kant opschieten.

In het commentaar van het reformatorische RD speelt ook nog de relatie tot topsport. En de sportverdwazing die nu langzamerhand Nederland overspoelt nu de schaatsmedailles overvloedig binnen blijven stromen. Dat gaat om de verhouding tussen lichaam en geest, over genotzucht en onthechting, over aanstellerij en volwassen gedrag, over oppervlakkigheid en verdieping, over de mediahype en de overgave aan innerlijke doelen. Over schijn en wezen.

Op overkoepelend niveau was de reden voor bovenstaand stukje de constatering -bij mezelf- dat ik tot dezelfde conclusie kom als de commentator van het RD, hoewel ik vanuit een volstrekt tegengesteld vrijzinnig gedachtengoed redeneer. Het stukje valt daarom ook op te vatten als het doorgronden van het waarom van die gemeenschappelijkheid. Zelfonderzoek.

RD: Willem-Alexander vergat in naïviteit waardigheid in Sochi

with 8 comments

wa

Zelden ben ik het eens met het Reformatorisch Dagblad. Een goed betrouwbaar nieuwsmedium. Maar toch te verzuild, te religieus en naar binnen gericht. Maar in bovenstaand hoofdredactioneel commentaar kan ik me helemaal vinden. Het is in mijn ogen subliem, juist omdat het uit onverdachte hoek komt. Neem nou de zinsnede ‘Alsof hij een kleine jongen was, schreeuwde hij het uit. Wanneer Nederlanders een succes boekten, ging hij bijna uit zijn dak.’ Exact! Koning Willem-Alexander stelde zich in Sochi aan als een kleine jongen die niet besefte dat-ie staatshoofd van Nederland was. Het RD zegt het zo: ‘Soms leek het meer weg te hebben van hysterie. De koning vergat kennelijk dat hij daar niet was als sportliefhebber maar als staatshoofd.’

Willem-Alexander vergat zichzelf. Maar het ergste komt nog. Hij liet zich in zijn kinderlijk enthousiasme voor het karretje van de Russische president Putin spannen. Conclusie van het RD: ‘Het gedrag van onze koning in Sotsji was niet wijs en niet waardig.’ Wat een zware delegatie allemaal teweeg brengt. Of was de delegatie juist flinterdun door Willem-Alexander? ‘Je kinderlijk aanstellen is niet wijs en niet waardig.’ Weer subliem. Koning zijn is een vak dat geleerd moet worden. Dat maakt dit commentaar duidelijk. Oprechte klasse. Van het RD.

Foto: Schermafbeelding van ‘Commentaar: Koning vergat de waardigheid van zijn ambt in Sotsji‘ in het RD van 13 februari 2014. Credits: RD.