Slobs uitspraak over homoseksualiteit op scholen thematiseert het debat over de bekostiging van het bijzonder onderwijs

Scholen mogen ouders vragen een verklaring te ondertekenen waarin ze een homoseksuele levenswijze afkeuren. Dat zei de minister van basis- en voortgezet onderwijs Arie Slob maandag in de Tweede Kamer. Hij reageerde daarmee op kritische vragen van Kamerleden over de identiteitsverklaringen die op sommige reformatorische scholen worden gehanteerd.‘ Aldus een verslag in Trouw.

Het is vreemd dat een kabinetsminister zulke uitspraken doet over homoseksualiteit. Gelijke monniken, gelijke krantenkoppen. Het gevolg van zijn woorden is dat scholen van het kabinet toestemming krijgen om uit te sluiten. Stel dat het om christenen gaat en scholen ouders mogen vragen een verklaring te ondertekenen waarin ze een christelijke levenswijze afkeuren. Wat zou daar de reactie van de Nederlandse christenen op zijn?

Bijzondere scholen die door de overheid worden bekostigd mogen dit soort uitsluitende eisen stellen. De uitspraken van minister Slob geven echter aan dat dit geen duurzame situatie is. Scholen hebben de vrijheid om in eigen kring andersdenkenden uit te sluiten, maar het is niet passend dat dit door financiële ondersteuning van de overheid gebeurt en wordt gelegitimeerd.

Zo kunnen Slobs woorden aan waarde winnen. Namelijk dat er in de Tweede Kamer een fundamenteel debat op gang komt over het automatisme om het bijzonder onderwijs door de overheid te laten bekostigen en de bijkomende voorwaarden die daar mee samen behoren te gaan.

De politici van de vrijzinnige partijen doen er, als ze van de schrik van Slobs woorden bekomen zijn, verstandig aan om dit debat over de bekostiging van het bijzonder onderwijs in de Tweede Kamer hoog op de agenda te zetten. Het is een al meer dan 100 jaar oud compromis dat zichzelf overleefd heeft en niet meer houdbaar is. Het is niet de taak van de overheid om scholen die de ongelijkheid prediken te subsidiëren.

In zijn politieke onhandigheid heeft minister Slob dit aspect gethematiseerd dat de christelijke koepels niet bespreekbaar willen maken. Minister Slob die bekend staat als een zwakke minister is niet voor het eerst de weg kwijt. Hij probeerde met zijn uitspraken over homoseksualiteit op scholen zijn achterban te bedienen, maar bereikt het omgekeerde als vrijzinnige partijen als GroenLinks, D66, VVD, PvdA en SP een debat opstarten over de voorwaarden van de bekostiging van het bijzonder onderwijs door de overheid.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSlob: Homoseksualiteit afkeuren mag, zolang scholen zorgen voor een veilig leerklimaat’ in Trouw, 9 november 2020.

Macht wettigt verschil tussen eredienst en theatervoorstelling. Kop ‘Seculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ is misleidend

Een commentaar in het RD van kerkjournalist Klaas van der Zwaag die tevens verbonden is aan de SGP gaat over de reactie op de commotie die is ontstaan door de bijeenkomst in de kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente in Staphorst. In drie diensten kwamen daar op 4 oktober 2020 in totaal 1800 mensen samen. Dat was op het moment dat de maatregelen om COVID-19 te bestrijden pas waren aangescherpt en de volgende dag 5 oktober nog verder zouden worden aangescherpt. De kritiek daarop was breed tot en met de politieke leider van de ChristenUnie en het CDA Staphorst dat vond dat deze kerk haar verantwoordelijkheid voor de hele gemeente niet nam. De grootste protestante kerkorganisatie PKN maakte bekend het overheidsbeleid te volgen en geen diensten met meer dan 30 personen te houden.

Van der Zwaag toont zich verbolgen over de kritiek en maakt er een anti-religieus verhaal van als hij de kritiek reduceert als afkomstig van seculier Nederland. In protestant-orthodoxe kringen is het bewust verkeerd weergeven van wat het secularisme is een terugkerend thema dat wordt gebruikt om kerkpolitieke redenen. Dit vijandbeeld dient om de gelovigen te motiveren om hun belangen te verdedigen omdat die onder druk zouden staan. Dat betreft echter niet hun rechten die onder de wet gegarandeerd zijn, maar hun informele voorrechten die dateren uit de tijd dat Nederland nog niet pluriform was en de protestanten tot diep in de 19de eeuw de lakens uitdeelden. Die tijd van voorrechten begint echter geleidelijk voorbij te raken. Dat wordt door sommige protestanten onverteerbaar gevonden. Ze willen de klok terugdraaien of de gelijkgeschakeling van hun geloof met andere godsdiensten en levensovertuigingen zoveel mogelijk vertragen.

Het secularisme als politieke filosofie of seculier Nederland als sociale bevolkingsgroep, die onderhand zo’n 55% van de bevolking uitmaakt, staat echter niet vijandig tegenover godsdienst of zou atheïstisch zijn. Het secularisme staat neutraal jegens alle godsdiensten en levensovertuigingen en heeft per definitie geen voorkeur voor het een of het ander. Van der Zwaag stelt dus het secularisme bewust verkeerd voor, blijkbaar omdat het een welkom vijandbeeld ter motivatie van een orthodox-reformatorische achterban is.

Van der Zwaag laat zich kennen als een volksmenner als hij stelt dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Deze generalisatie doet pijn aan de ogen en aan het gezond verstand. Zoals gezegd, de kritiek op genoemde kerkdienst in Staphorst kwam ook van niet-orthodoxe protestanten. Probeert Van de Zwaag te suggereren dat CDA en CU de vrijheid van godsdienst hekelen? Daarmee zouden we belanden in een interne strijd binnen de protestante zuil. De kritiek van wat Van der Zwaag seculier Nederland noemt betrof echter niet de principes van de vrijheid van godsdienst, maar het gebrek aan verantwoordelijkheid van het Staphorster kerkbestuur om in een tijd dat iedereen moet afzien van sociale contacten de maatregelen zonder veel maatschappelijk gevoel en met gebrek aan fijngevoeligheid in zichzelf gekeerd naast zich neer te leggen.

Essentieel is het citaat van Sophie van Bijsterveld over privileges van kerken: ‘Mensen accepteren niet makkelijk dat sommige clubs anders worden behandeld dan anderen. Of het nu kerken zijn of andere organisaties, maakt niet veel uit.’ Dat is een weerlegging van Van der Zwaags bewering dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Een andere deskundige van wie Van der Zwaag gedachten parafraseert is Teunis van Kooten. Van der Zwaag geeft die zo weer: ‘Kerken zouden op dit vlak volgens Van Kooten moeten nadenken hoe zij het beeld dat kennelijk van godsdienst bestaat –namelijk dat een eredienst een vergelijkbaar iets is als een theatervoorstelling of andere culturele zaken– kunnen bijstellen (..).

Dit is een normatieve stellingname van Van Kooten. Wie teruggaat in de theatergeschiedenis en aanbelandt bij de vroegste fase ervan zal zien dat vanuit rituelen de toenmalige (hol)bewoners van de Aarde met hun creativiteit en zelfbezwering om de onzekere en onveilige werkelijkheid op afstand te houden twee disciplines hebben ontwikkeld: religie en theater. Ze putten uit dezelfde bron en wie een kerkdienst bijwoont zal de overeenkomst met een theatervoorstelling niet ontgaan. Een eredienst is dus historisch-dramaturgisch goed vergelijkbaar met een theatervoorstelling. Door de politieke en juridische macht van christelijke kerken is hun eredienst vele malen beter beschermd dan de theatervoorstellingen van culturele organisaties. Waarom dat verschil bestaat valt echter niet goed te beredeneren. Het is namelijk geen principieel, maar een willekeurig verschil dat uitsluitend vanwege de machtsvorming van de christelijke kerk in Nederland zo is gegroeid.

Van der Zwaag sluit af met Willem Ouweneel die verstandige opmerkingen maakt en niet van mening is dat de kerken worden bedreigd. Hij zegt dat geloofsvrijheid door de overheid sterker dan ooit gewaarborgd wordt. Het is interessant als hij zegt dat die vrijheid door de overheid ‘sterker dan volgens de grondwet strikt geboden is’ gewaarborgd wordt. Waarom zou de overheid geloofsvrijheid sterker beschermen dan volgens de grondwet nodig is? Volgt dat trouwens niet vooral uit een culturele vooringenomenheid van ambtenaren en rechters die de wet toetsen, maar met hun normen en waarden mentaal nog in het verleden verkeren?

Dit gaat om informele voorrechten voor kerken en het accent op de christelijke godsdienst zoals dat volgt uit de interpretatie van artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst. Het eerste zou er niet moeten zijn omdat de grondwet dat niet voorschrijft en het laatste zou breder geïnterpreteerd moeten worden omdat dit artikel tot stand is gekomen vanuit een 19de eeuws christelijk perspectief om het christendom en protestante organisaties te beschermen. De 20ste eeuwse toevoeging om de levensovertuiging en de niet-christelijke godsdiensten te beschermen en op gelijke hoogte te stellen met die christelijke traditie wordt als een wassen neus gevoeld. Het zou nog niet gerealiseerd zijn. Dat is de kritiek op de godsdienstvrijheid die wat uitvoering betreft nog te veel in het verleden hangt. Seculier Nederland hekelt niet de vrijheid van godsdienst, maar de beperkte en corrupte interpretatie ervan. Klaas van der Zwaag doet net alsof hij dat niet begrijpt en probeert de achteruitgang van christelijk Nederland seculier Nederland in de schoenen te schuiven. Dat is potsierlijk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSeculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ van Klaas van der Zwaag in het RD, 16 oktober 2020.

De identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College roept nog andere vragen op

Rik Grashoff (GroenLinks) stelt vandaag kamervragen aan minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de ‘identiteitsverklaring’ van het Hoornbeeck College. Hij vraagt haar of ze in strijd zijn met artikel 8.1.1 lid 4 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs ‘waar staat dat de betrokkene slechts geweigerd kan worden indien ‘de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert’ of dat ‘gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling’.

ind

Bij de twee bovengenoemde punten uit de ‘identiteitsverklaring’ gaat het om wat anders. Namelijk om de eis aan studenten van het Hoornbeeck College om Christus na te volgen. Want daar komt vreemdelingschap op neer. Kunst- en cultuuruitingen worden gewaardeerd ‘voor zover die niet in strijd zijn met de Bijbel’. Dat is een defensieve benadering. Betekent dat immers ook dat kunst- en cultuuruitingen door de studenten van het Hoornbeeck College niet gewaardeerd mogen worden als ze ‘in strijd met de bijbel zijn’? Hoe werkt dat in de praktijk van alledag? Kan waardering van bovenaf opgelegd of juist verboden worden? Volgens welke strikte lijnen wordt dat vervolgens verinnerlijkt en hoe wordt gecontroleerd of het nagevolgd wordt? Of is het een richtlijn of streven? Maar waarom is het dan niet ruimer geformuleerd? Gaat de lange arm van de schoolleiding zover dat het in staat is de waardering van kunst- en cultuuruitingen bij de studenten effectief te blokkeren?

Opvallend worden in het bijzonder ‘moderne lectuur, moderne muziekuitingen en multimedia’ kritisch beoordeeld. Deze uitzondering lijkt in te houden dat andere categorieën niet kritisch beoordeeld hoeven te worden. Dat oogt willekeurig. Verdienen 19de eeuwse racistische geschriften geen kritische beoordeling, als ze in strijd zijn met Bijbelse normen? Daarnaast is het onduidelijk waar de observatie op is gebaseerd dat ‘veel tv-programma’s en sites op open internet waarin Gods geboden worden overtreden en Zijn Naam wordt misbruikt’ een ‘negatieve invloed op de moraal van onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ hebben. Mogelijk voelt de reformatorische doelgroep dat zo, maar om vervolgens te zeggen dat dit geldt voor ‘onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ is projectie van het eigen gedachtengoed op de samenleving. Dat duidt op zelfoverschatting en annexatie van andersdenkenden.

Foto: Schermafbeelding van deel van de identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College. Als deel van de onderwijsovereenkomst.

Benno van Toren: Christelijk geloof is waar, islam mag dat hopen

rd

Da’s de ware spirit. Ofwel de ware spiritualiteit. Geen gepolder en geëmmer, maar duidelijkheid: het christelijk geloof is waar, en de moslims mogen hopen dat hun geloof waar is. Dat soort duidelijkheid hebben we nodig om tot afbakening te komen. Hoogleraar interculturele theologie Benno van Toren doet de handschoenen uit en laat zijn vuisten fijn beuken. De Nederlandse christelijk georiënteerde partijen aarzelen al jaren over het antwoord op de vraag wie hun grootste vijand is: het seculiere Nederland of de islam. Ze zeggen het niet te weten, wisselen steeds van standpunt hierover en schuiven de vraag voor zich uit. Maar niet Van Toren. Hij neemt de handschoen op. Het is de islam die het minste deugt van alle tegenstanders van het christendom.

Of komt deze interculturele protestante theoloog straks met de stelling dat het christendom een beter verhaal heeft dan het secularisme? Dan weten de buitenstaanders nog steeds niet waarvoor de christelijke God van Nederland anno 2015 nou echt staat als het erop aankomt. Tegelijk bevestigt dat geruststellend de oude zekerheid: door gepolder en geëmmer leren we onze Nederlandse christenen pas goed in hun ware aard kennen. Hun getwijfeld, geaarzel en ontwijken is immaterieel cultureel erfgoed om te koesteren. Godzijdank.

Foto: Schermafbeelding van ‘Christendom heeft beter verhaal dan islam’ van RD, 7 maart 2015.

Binnenmaas weet geen raad met kunst van Dirk Hardy. Censuur?

Een deel van de partijpolitiek van Binnenmaas pakt deze kwestie op. De fracties van D66 en de PvdA in Binnenmaas hebben aangekondigd dat zij vragen gaan stellen, aldus de NOS. Fractie voorzitter van de PvdA Binnenmaas Dank constateert in een tweet dat er sprake is van censuur en de inbreuk van de vrijheid van expressie van de kunstenaar Dirk Hardy. Toch is het niet bij voorbaat duidelijk dat het hier gaat om censuur.

dank

Eerder schreef ik over deze kwestie: ‘De kwestie doet denken aan het weren van schilderijen van Ellen Vroegh in het gemeentehuis in Huizen in 2010 waarvoor dezelfde argumenten werden gebruikt door de gemeente, want de bezoekers die om een paspoort kwamen zouden ‘ongevraagd geconfronteerd [kunnen worden] met een kunstwerk dat door sommigen als kwetsend ervaren kan worden.’ (..) Binnenmaas zegt op te komen voor een principe, maar interpreteert dat anders dan principiëlen van de gemeente verwachten.’ Degenen die bij de gemeente Binnenmaas verantwoordelijk zijn voor het weren van de twee schilderijen lijken eerder te lijden aan wereldvreemdheid, onvoldoende kennis en begrip van de kunstwereld, selectieve verontwaardiging, angst niet rechtlijnig genoeg gevonden te worden en vooral: sociale onhandigheid. Is dat hetzelfde als bewuste censuur?

Foto: Tweet van de fractievoorzitter PvdA Binnenmaas Jan Maarten Dank.

Wat betekent opkomen voor de vrijheid van meningsuiting?

gree

Afgelopen dagen leek het of heel Nederland brooddronken de vrijheid van meningsuiting omhelsde. Prima, er kan nooit genoeg vrijheid zijn om de macht te prikkelen, uit te dagen en ter discussie te stellen, maar wat houdt de vrijheid van meningsuiting nou eigenlijk concreet in? Want alle abstracties en mooie woorden over vrijheid tijdens alle solidariteitsbijeenkomsten op stadspleinen, in televisiestudio’s en krantenkolommen maken niet altijd inzichtelijk hoe het in de praktijk uitpakt. Twee voorbeelden proberen dat te verduidelijken.

Gisteren nam redacteur Dean Baquet van de New York Times na uitgebreide afweging het besluit om de cartoons van Charlie Hebdo niet te plaatsen. Hierop kwam kritiek -ook omdat andere Amerikaanse media de cartoons wel plaatsten- van ombudsvrouw (‘public editor’Margaret Sullivan van de Times. Ze vatte de overweging van Baquet om vooral moslimlezers niet voor het hoofd te stoten in een citaat samen: ‘We have a standard that is long held and that serves us well: that there is a line between gratuitous insult and satire. Most of these are gratuitous insult.’ En het alleen publiceren van de satire vond Baquet weer te mager.

Sullivan wijst in haar opiniestuk naar een tweet van journalist Glenn Greenwald die onderscheid maakt tussen het opkomen voor de vrijheid van meningsuiting en het verspreiden en zelfs omarmen van ideeën. Dat moet niet verward worden. Greenwald heeft die tweet vandaag uitgewerkt in een column voor The Intercept. Bekend is het aan Voltaire toegeschreven principe dat men tot het einde kan vechten voor de vrijheid van iemand om deze dat te laten zeggen waarmee men het niet eens is: ‘Je ne suis pas d’accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu’au bout pour que vous puissiez le dire. Dit zal voor velen aan de orde zijn als neo-nazi’s, extremistische moslims of radicale anti-abortus activisten in de publieke ruimte hun ideeën willen uiten. Men hoeft het met die ideeën niet eens te zijn om dat recht te helpen verdedigen. Men kan zelfs zeggen dat de vrijheid van meningsuiting maatschappelijk pas volle betekenis krijgt als burgers opkomen voor het recht van groeperingen waarmee men het inhoudelijk oneens is. Het maakt de pluriforme, open samenleving perfect.

Maar Greenwald schetst ook een nieuwe ontwikkeling, namelijk dat de vrijheid van meningsuiting uitgebreid wordt met het tonen van solidariteit met de gecensureerden en dat er geëist wordt dat men zelfs hun ideeën omarmt: ‘(..) to show “solidarity” with the murdered cartoonists, one should not merely condemn the attacks and defend the right of the cartoonists to publish, but should publish and even celebrate those cartoons.’ Dit gaat te ver, zoals het voorbeeld van neo-nazi’s, extremistische moslims en pro-Life activisten verduidelijkt.

Greenwald geeft een overzicht van ongelijkheid en onderdrukking van ideeën in het Westen. Da’s een realiteit, want media volgen doorgaans de dwang van de macht. Maar Greenwald wordt onzuiver en vermengt politiek activisme en principes van vrijheid door naar een evenwicht te zoeken dat er per publicatiebron nooit kan zijn. En zo politiek te vermengen met principes. Want ook als Charlie Hebdo uitsluitend islamkritische cartoons en stukken zou plaatsen, dan moet het dat onder de vrijheid van meningsuiting kunnen doen. Da’s ook vrijheid.

binnen

Een tweede voorbeeld dat worstelt met het verschil tussen theorie en praktijk is de steunbetuiging van de gemeente Binnenmaas en het zeggen op te komen voor het vrije woord en het weigeren van twee foto’s voor een tentoonstelling in het gemeentehuis. Het AD berichtte vandaag dat ‘Omdat ze als kwetsend ervaren kunnen worden’ twee foto’s van fotograaf Dirk Hardy zijn geweerd. Het betreft de tableau’s van Adolf Hitler en Jezus Christus uit de serie ‘Clay’ van zes werken dat gaat over beeldcultuur en propaganda. Als pas afgestudeerde van de Rotterdamse Willem de Kooning Academie was Hardy uitgenodigd door de gemeente.

Hardy spreekt over censuur: ‘Ik ben met stomheid geslagen dat in Nederland de vrijheid van meningsuiting van kunstenaars wordt ingeperkt.’ De kwestie doet denken aan het weren van schilderijen van Ellen Vroegh in  het gemeentehuis in Huizen in 2010 waarvoor dezelfde argumenten werden gebruikt door de gemeente, want de bezoekers die om een paspoort kwamen zouden ‘ongevraagd geconfronteerd [kunnen worden] met een kunstwerk dat door sommigen als kwetsend ervaren kan worden.’ De twee voorbeelden leren dat een abstract idee over de vrijheid van meningsuiting anders, en makkelijker is dan de praktijk. Binnenmaas zegt op te komen voor een principe, maar interpreteert dat anders dan principiëlen van de gemeente verwachten.

Foto 1: Tweet van Gleen Greenwald.

Foto 2: Schermafbeelding van bericht ‘Steunbetuiging slachtoffers en nabestaanden terreurdaad Parijs’ van de gemeente Binnenmaas,

Gezinsbeurs Wegwijs etaleert de reformatorische subcultuur

Een inkijkje in een typisch Nederlandse subcultuur als deel van de protestante cultuur: de reformatorische bevolkingsgroep. De Gezinsbeurs Wegwijs 2014 vindt plaats van 21 tot 25 oktober in het Rotterdamse Ahoy en wordt georganiseerd door Erdee Media Groep dat onder meer het Reformatorisch Dagblad (RD) uitgeeft.

In de video wordt de stand van de Stichting Reformatorische Omroep (RO) getoond. De Stichting RO heeft dus geen leden, zoals de Vereniging EO wel heeft. Ander verschil is dat de EO sinds zo’n 10 jaar evangeliseert en zich op ongelovigen richt, terwijl de RO uitsluitend de reformatorische doelgroep bedient. Inzichtelijk is wat de RO zegt over de identiteit die ook toepasbaar is op de deelnemers aan Wegwijs en de Erdee Media Groep: ‘De grondslag van de stichting is Gods onfeilbaar Woord, waarvan belijdenis wordt gedaan in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 2-7). Zij onderschrijft onvoorwaardelijk de Drie Formulieren van Enigheid, zoals zijn vastgesteld in de Nationale Synode (Dordrecht, 1618-1619). Zij belijdt het absolute gezag van Gods Woord over alle terreinen van het leven en daarom mede over massacommunicatie en mediagebruik.

De reformatorische subcultuur kent in het opzoeken van de openbaarheid en de inzet van media een spanning die volgt uit het volgen van de beginselen en de verkondiging ervan voor een breed publiek. Wat is haalbaar en verantwoord, waar eindigt het een en begint het ander? Het is een helse taak om daarin de goede afweging te vinden in een samenleving die ook nog eens steeds verandert. Want teveel accent op de beginselen hindert de optimalisering van het bereik, terwijl teveel accent op verkondiging in strijd kan komen met de beginselen.

De reformatorische subcultuur is niet altijd vrijheid blijheid. Op RefoWeb.nl -ook maker van het videoverslag- stelt een ouder iemand dominee Elsman een vraag over de zonde: ‘Ik zit al weer jaren in de kerk, maar soms denk ik: ze moesten eens weten, niemand weet er van. Maar God heeft het gezien en gehoord en dat drukt me te neer. Nu staat er in Ps. 103:6: “Zo ver het west verwijderd is van het oosten zo ver heeft hij om onze ziel te troosten, van ons de schuld en zonde weggedaan.” Maar ook staat in de bijbel dat we verantwoording moeten afleggen van onze zonden. Hoe krijg ik (ondanks veel bidden daarom) een gevoel van vergeving? De schuld is zwaar!’ De dominee antwoordt onder meer: ‘Het wezen van de zonde is dat zij doorwerkt ten verderve tenzij en totdat zij is beleden en van haar kracht beroofd onder het dierbaar Bloed van de Heere Jezus Christus. Onbeleden zonden werken smet en schuld. Zij maken onrein en bezwaren ons geweten. De HEERE verlost van de macht en heerschappij van de zonde en Hij verlost ook van de schuld van de zonde.’ Leven als inleiding.

refo

Foto: Schermafbeelding van tweet RefoWeb, 23 oktober 2014.

Vrijheid die SGP opeist, gunt het andersdenkenden niet

‘(..), ik ben begonnen met het verhaal van de SGP-jongerendag. De SGP-ers zoeken uitdrukkelijk ook de dialoog met andersdenkenden. Het gaat  hier vandaag veel over zorgen over de nivellering op financieel vlak. Wij maken ons óók ernstige zorgen over de geestelijke nivellering. Iedereen dreigt in een seculier keurslijf te worden geperst. De vrijheid om invulling te geven aan opvattingen die afwijken van de spraakmakende meerderheid wordt minder.

Helaas is dat ook terug te vinden in dit regeerakkoord: het knagen aan de vrijheid van onderwijs door te morrelen aan het toelatingsbeleid en het benoemingsbeleid, het inperken van de rechten voor de gewetensbezwaarde trouwambtenaren.  Hier worden toch echt geen bruggen geslagen, maar opgehaald!’

Aldus SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij afgelopen week in het debat over de regeringsverklaring in de Tweede Kamer. Hij zegt zich zorgen te maken over de geestelijke nivellering. Hij vreest dat iedereen in een seculier keurslijf wordt geperst. Tegelijk zegt-ie dat zijn partij de dialoog met andersdenkenden zoekt. Van der Staaij beschouwt z’n eigen stroming als een minderheid onder druk. De SGP eist vrijheid op voor zichzelf.

Vrijheid van godsdienst is in Nederland groot. Iedereen kan een religie beginnen of zich aansluiten bij een bestaande religie zonder dat de overheid een strobreed in de weg legt. Een voorstander van het secularisme is niet per definitie een atheïst of een tegenstanders van religie. Het secularisme pleit voor een scheiding van kerk en staat en tegen de voorkeurspositie van een bepaalde godsdienst boven andere religies en levensovertuigingen. Het secularisme degradeert religies of degenen die zich willen laten inspireren door religies niet, maar pleit er juist voor om ze allen gelijk te behandelen. Onder de nationale rechtsstaat.

Als Van der Staaij meent dat het secularisme de extra juridische bescherming die het christendom geniet wil afschaffen, dan heeft-ie gelijk. Maar dan kan-ie beter dat zeggen dan een foutief beeld van het secularisme op te hangen. De SGP heeft de vestiging van de theocratie als leidraad voor haar functioneren. Dit betekent dat de godheid als onmiddellijke gezagsdrager wordt erkend. Dat zet andersdenkenden staatsrechtelijk in de kou. De SGP beperkt de vrijheid van godsdienst. Zo’n alleenspraak van God noemt de SGP een dialoog. In de tussentijd dat het wachten is op de heerschappij van God. De ware aard van de SGP ligt in de toekomst.

Foto: Jeroen de Boer, Het politieke plaatje (graphic design), SGP: ‘Het affiche toont God die het Licht in de Duisternis brengt. Het ‘kwaad’ / de donkere wolken worden verdreven. Het aureool duidt de straling of lichtkrans aan van de Heilige God. De duif staat symbool voor vrede en de Heilige Geest.’

God zoekt Vrouw bij Boer

Adjunct-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad Steef de Bruin heeft het niet zo op homo’s. Gisteren gaf-ie in de krant zijn opinie over het programma Boer Zoekt Vrouw. Deze keer ook met boer Willem die een man zoekt. Dat schoot hem in het verkeerde keelgat: ‘Zo worden wekelijks 4 miljoen mensen gehersenspoeld in een duivelse strategie het huwelijk te ondermijnen. Eerst door kijkers wijs te maken dat je de beste levenspartner vindt via een soort ratrace en daarna door de indruk te wekken dat het volstrekt normaal is dat je als man een andere man zoekt om je leven mee te delen.’ Steef de Bruin neemt geen blad voor de mond.

Hierop kwam zoveel kritiek van onder meer sociale media dat het RD genoodzaakt zag om vandaag een interview met Steef de Bruin te plaatsen. Daarin zegt-ie: ‘Ik hou van homo’s, echt, maar heb er grote moeite mee als ze een relatie met elkaar aangaan. Ik ben ervan overtuigd dat dat zonde is: het gaat in tegen de wil van God. En die is voor mij als christen van doorslaggevend belang.’ En: ‘Ik zie de afbraak van het huwelijk, of dat nu het gevolg is van samenwonen of van de homolobby, als een list van satan, inderdaad.’

De Bruin mag beweren wat-ie wil. Voor hem geldt dezelfde vrijheid van meningsuiting als voor zijn critici. Hij zaait wel verwarring door net te doen alsof-ie zijn mening herroept. Wat-ie niet doet. Dat oogt hypocriet. Ook door als een duivel uit een doosje de homolobby de schuld te geven. Als De Bruin een vent was geweest dan had-ie zijn poot stijf gehouden. Zonder te willen behagen. Nu resteert de halfslachtigheid van de farizeeër

Foto: Dank je. Ik ben homo.

SGP moet vrouwen op kandidatenlijsten toelaten, maar gebeurt dat ook?

De SGP moet vrouwen toelaten op de kandidatenlijsten. Aldus het Europese Hof van de Rechten van de Mens dat een klacht van de SGP niet in behandeling neemt. De SGP had in 2010 een klacht ingediend na een arrest van de Hoge Raad. De partij meende dat het de vrijheid had om vrouwen niet op de kieslijst toe te laten.

Het EHRM ondersteunt dit idee niet. Nu is de Staat aan zet, dus de regering. Mogelijk schuift de regering het arrest van de Hoge Raad voor zich uit totdat er na de verkiezingen een nieuwe duidelijkheid ontstaat over de positie van de SGP. In de gedoogconstructie met de PVV was de SGP de tweede gedoogpartner die het verschil maakte in de Eerste Kamer. Idealiter zou een arrest van de Hoge Raad los moeten staan van de politieke realiteit, maar met smalle marges leggen partijen tegenwoordig makkelijk aanbevelingen naast zich neer.

De SGP zegt de uitspraak te betreuren. Het ziet het als ‘ingrijpend’  met ‘verstrekkende gevolgen’ die verder gaan dan de SGP alleen. De partij stelt dat het ‘gelijkheidsbeginsel nu zó absoluut wordt gemaakt, dat andere klassieke politieke en religieuze vrijheden erdoor worden weggedrukt’. Het is onduidelijk wat de SGP bedoelt. Het kan niet voor anderen bepalen wie wel of niet uitverkoren is. Dat principe wordt per individu bepaald.

De SGP is een partij met meerdere gezichten. Het opteert in het beginselprogramma voor de theocratie met het advies om dat woord niet te gebruiken. Het is niet zoals het CDA of de ChristenUnie voor confessioneel pluralisme voor alle stromingen. De SGP is vanouds theocratisch en reserveert de godsdienstvrijheid exclusief voor de eigen zuil. Daarom kunnen bezwaren van de SGP hypocriet ogen omdat ze focussen op de eigen rechten. Maar daarnaast bestaat er binnen de SGP een stroming die opteert voor nationale en religieuze eenheid, de Van Rulerianen. Dat maakt dat de SGP zich ‘in de tussentijd’ zo gouvernementeel kan opstellen.

Foto: DEN HAAG – Een onderonsje tussen Riet Grabbijn van Putten en Ciska Dresselhuys, hoofdredacteur van feministisch maandblad Opzij, tijdens een debat in Den Haag over het boek ”De vrouwen van de SGP”, 2007. Credits: Frank van Rossum