George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Redactiestatuut

De blinde vlek van Rijxman en Sengers: praten over media zonder mediakritiek

with 2 comments

social-media-getbright1-1-1

Misschien is het wel zaak als de media zich wat minder op meningen richten. Nederlandse media grossieren in opinie. Feiten zijn schaars. Daarom kan de feitenvrije politiek floreren en zit er een kabinet dat flink heeft bezuinigd, maar glashard volhoudt dat het nergens in de samenleving pijn heeft gedaan. Bestuurders en volksvertegenwoordigers volharden in een papieren werkelijkheid; als het op papier goed geregeld is, dan zal het in de praktijk vast ook wel zo zijn. Er zijn verontruste burgers (PGB-alarm) en Bekende Nederlanders (ouderenzorg) nodig om dat beeld te corrigeren.’ Aldus Fred Sengers in een opinie-artikel in Villamedia.

Naast feiten en opinie in de establishment media is er ook de analyse. Aan die driedeling gaat Sengers wat al te makkelijk voorbij. Begrijpelijk, want dat past niet in zijn betoog omdat feiten, opinie en analyse in elkaar overlopen en er tussen deze categorieën geen waterdichte schotten bestaan. Met feiten bedoelt hij trouwens ook dat wat het resultaat is van onderzoekjournalistiek. Dan krijgen feiten een andere lading omdat de taak van de journalistiek niet zozeer het weergeven, maar het achterhalen ervan is. Maar zijn observatie om de columns, persoonlijke opinies en commentaartjes in de media te vervangen is zinvol. Het spaart een hoop ruimte en tijd voor iedereen. De analyse die zich baseert op de feiten kan dan opgewaardeerd worden.

Kern van Sengers’ betoog is dat het rechts-populisme niet moet worden overschat. De Boze Witte Man (BWM) is een constructie van zoekende media die menen de voeling met de polsslag van de samenleving kwijt te zijn. En vervolgens uit paniek wat roepen voordat ze aan een analyse toekomen. Daarom zijn ze na de winst van Trump in de overdrijving geschoten. Voorzitter Raad van Bestuur Publieke omroep Shula Rijxman laat in een ingezonden brief in De Volkskrant zien hoe dat werkt. Ze maakt het bont. De titel boven haar brief ‘Publieke omroep gaat leren van Trump’ tekent Rijxmans paniek. Wat zouden in hemelsnaam Nederlandse media kunnen leren van Trump? Toch niet het feitenvrije betoog en het uit de context halen van de feiten door de rechts-extremistische site Breitbart waarmee Trump verbonden is? Rijxmans pleidooi komt neer op een opwaardering van de opinie (‘de stem van alle groepen’) en de emotie (‘de gevoelens in onze samenleving’) in de publieke omroep. Hier keert Sengers zich terecht tegen. Rijxman bewandelt een doodlopende weg.

Juist nu moeten media uitgaan van feiten. Juist nu moeten media verder gaan dan de politiek op te hangen aan personen en een schematisch dualisme dat te simpel is om de realiteit te vangen. Het begin van een analyse over de opkomst van president-elect Trump begint bij president Obama en de Democratische partij die de macht van Wall Street niet hebben aangepakt en zich vervreemd hebben van grote delen van hun achterban. Het is niet zozeer dat de Amerikaanse media het ongenoegen daarover van de Boze Witte Man niet hebben gesignaleerd, ze hebben eerder de stap daarvoor gemist. Namelijk de feiten en analyse over het angsthazerige en slappe beleid van Obama die is ingekapseld door de macht van het grote geld en zijn kiezers uit 2008 en 2012 in de steek liet. Hillary Clinton verloor de verkiezingen omdat ze de failliete boedel van de Democratische partij kaapte zonder daar iets aan te willen veranderen. Met als gevolg dat kiezers uit de achterban van de partij haar niet steunden in cruciale staten als Pennsylvania, Ohio of Wisconsin.

Zo bekeken is de les voor Nederlandse media waar Rijxman en Sengers op zoek naar zijn makkelijk te vinden. Namelijk het met feiten openbaren hoe de macht werkt met als doel om de macht van het establishment (‘de elite’) terug te dringen en die van de gewone burger te vergroten. Als media dan toch een maatschappelijke en politieke functie zeggen te willen hebben is het blootleggen van de oorzaak van het ongenoegen zinvoller dan het blootleggen van de gevolgen van het ongenoegen. Daarom schiet de analyse van Rijxman tekort als ze zegt aandacht te willen besteden aan de opinie en emotie van de sociaal achtergestelden, de BWM.

Maar dat levert twee problemen op. Onderzoeksjournalistiek is duur en arbeidsintensief en grotendeels wegbezuinigd. Het tweede probleem is principiëler van aard, namelijk de macht van mediabedrijven zelf. Ze opereren niet in een maatschappelijk vacuüm, maar nemen een economische en politieke positie in. Vooral de top van een mediabedrijf heeft er niet altijd belang bij dat alle feiten ongefilterd gepubliceerd worden. Daar helpt geen redactiestatuut aan. Het mechanisme om dat te blokkeren werkt subtiel en indirect. Onder meer door overplaatsing van journalisten of het korten van onderzoeksbudgetten. Daarnaast zijn de politiek en journalistiek onaanvaardbaar met elkaar verknoopt. Rijxman en Sengers voeren een debat over de media dat de macht van de media buiten beschouwing laat en daarom precies dat bevestigt dat ze willen corrigeren.

Foto: Sociale media.

Advertenties

Nieuwsuur verwoordt kritiek op sociale media. Is het onafhankelijk en open genoeg om geloofwaardig te zijn in die rol?

with one comment

Nieuwsuur gaat in op een onderzoek over sociale media. Aanleiding is een boek over ‘populist political communication’ dat in juni 2016 bij Routledge verscheen met hoogleraar Claes de Vreese als medeauteur. Nieuwsuur is niet positief. In een toelichting noemt het de keerzijde van sociale media: ‘Door vooral nieuws te lezen dat past bij je eigen wereldbeeld, kun je terechtkomen in een wereld van je eigen gelijk. En als iedereen dat doet, ligt polarisatie op de loer.’ Hoe geloofwaardig is het dat Nieuwsuur als deel van de gevestigde media en vertegenwoordiger van de status quo kritisch is op media die zich keren tegen de traditionele media? Methodologisch is dit van het niveau ‘de slager keurt z’n eigen vlees’ of ‘WC-Eend beveelt WC-Eend aan’.

Nieuwsuur maakt een fout als het meent verslag te kunnen doen over politieke communicatie en (sociale) media vanuit een neutrale, onafhankelijke en ongebonden positie. Het is te nuffig en te naïef gedacht als het meent dat dat impliciet verantwoord kan worden door het bestaan van een redactiestatuut dat journalistieke onafhankelijkheid garandeert. En dient als panacee voor objectiviteit. Nieuwsuur zou dit soort kritiek beter voor zijn door de eigen positie in de verslaggeving tot uitgangspunt te maken. In plaats van de poging om die eigen positie weg te moffelen. Nieuwsuur neemt de rol van objectieve waarnemer aan, maar zou moeten beseffen dat het dat per definitie niet kan zijn omdat het onderdeel van het systeem is. Zelfs als het zich daar tegen verzet en er afstand van wenst te nemen is het ondanks zichzelf nog een verdediger van de status quo.

Nieuwsuur dient extra voorzichtig te zijn met kritiek op sociale media. Des te meer omdat het in dit item vooral de negatieve kanten ervan benadrukt. Weliswaar zegt het dat ‘de toename van nieuwsconsumptie via sociale media samengaat met een laag vertrouwen in de ‘traditionele’ media en tweederde van de Nederlandse bevolking weinig of geen vertrouwen in de pers heeft, zoals uit recente cijfers van het CBS blijkt’. Maar het gaat er  vervolgens niet op in waarom dat vertrouwen in de traditionele media laag is en geeft ruimschoots baan aan kritiek op en tekortkomingen van sociale media. Nieuwsuur vergeet het verband te noemen dat bestaat tussen het wantrouwen in de traditionele media en het vertrouwen in de sociale media.

Kritiek van traditionele media op sociale media is gemakzuchtig als het niet tegelijk de eigen tekortkomingen noemt. Kijkers maken de afweging tussen een en ander. Dat soort kritiek geeft een onvolledig beeld van het functioneren van traditionele media als media als Nieuwsuur menen de eigen tekortkomingen buiten beeld te kunnen houden in de mening dat kijkers dat niet beseffen. Het aanschurken tegen de politieke macht en de afhankelijkheid van economische macht is nu eenmaal een onlosmakelijk onderdeel van traditionele media.

In de video gaan Mike Papantonio en Cliff Schechter in op de Amerikaanse situatie van corporate media die gestuurd worden door het bedrijfsleven. Zodat onrecht en wantoestanden die door onderzoeksjournalisten zijn uitgezocht door deze media niet genoemd worden omdat dat niet in het belang van de bedrijven is die de media bezitten. Ze verhinderen dat met hun economische macht. Zover is het gelukkig nog niet in Nederland. Maar Nederland moet wel alert blijven dat deze situatie niet ontstaat. Want Nederland is er niet per definitie onschendbaar voor. Een eerste stap om dat te verhinderen of dat proces te vertragen is de bewustwording bij de traditionele media dat de eigen positie verre van ongebonden is. Om broadcasting zolang mogelijk in stand te houden en een zo breed mogelijk publiek te binden lijkt het een betere strategie om hierover transparant te zijn en niet net te doen alsof traditionele media vanuit een volstrekt neutrale, onafhankelijke en ongebonden positie handelen. Deze valse pretentie jaagt het publiek nog sneller weg naar sociale media.

Journalistiek als schijnbeweging

with 7 comments

Het is merkwaardig gesteld met de journalistiek. Het houdt alles en iedereen graag tegen het licht en zegt de macht te controleren. Bij beide claims kunnen op zijn minst vraagtekens geplaatst worden. Want journalistiek is niet waardevrij en heeft eigen politieke en economische belangen. Die zitten allerlei gelijkheden in de weg. Journalistiek is in zichzelf tegenstrijdig.

Pijnlijk en manifest wordt het als journalistiek zelf tot onderzoeksobject wordt. Het idee heeft postgevat dat de journalistiek dit als ongepast ervaart, het niet gewend is en zelfs allergisch voor kritiek is. Is de journalistiek als de dokter die zich vergeet te laten onderzoeken? Het lijkt er sterk op. Journalistiek excelleert in schijnbewegingen.

Toch zit de journalistiek in een lastig parket. Aan alle kanten wordt het ingeperkt. Opkomst van nieuwe media, gewijzigde vrijetijdsbesteding van mensen, snelheid van maatschappelijke ontwikkelingen, snel gestegen kosten, afgenomen bestedingen, politieke marketing en economisch crisis doen de journalistiek naar adem happen. Kranten zijn met God verdwenen uit dorpen en steden. De controle op de macht is grotendeels verdwenen.

Ouderwetse, gelouterde, academisch gevormde journalisten zijn ingewisseld voor HBO’ers. Deze zijn onderling vervangbaar en missen maatschappelijk gezag en nieuwsgevoel. De journalistiek staat met lege handen. Inhoud is vlotheid geworden. Journalisten zijn minder geworteld dan voorheen. De bazen van de journalistiek handelen volgens het principe dat journalistiek handelswaar is. Columns en life style hebben onderzoek, feitenrelaas en analyse naar de achtergrond gedrongen.

Kan de journalistiek nog terugknokken en weer op een hoger peil gebracht worden? Dat kan, maar is een proces van lange adem. Wil journalistiek weer geloofwaardig worden dan moet het investeren in de eigen toekomst. Het geld daarvoor ontbreekt echter en het aannemen van projectgeld van de overheid ligt gevoelig. Ook vanwege concurrentievervalsing. In de ogen van velen is een sturende overheid toch al iets dat het te klef met de journalistiek verbindt.

De journalistiek zit dus klem tussen een economische en politiek-maatschappelijke functie. Een journalistiek bedrijf is in de bedrijfsvoering commercieel en in de pretentie hiervan overstijgend. Dat wringt en is niet te verenigen. Vele oplossingen zoals redactiestatuten of gebruikersvoorwaarden zijn al verkend, maar de hybride vorm blijft wringen. Journalistiek zit klem tussen meningsuiting en commercie.

Een oplossing is om beide functies uit elkaar te halen. De politiek-maatschappelijke functie ervan zou ondersteund kunnen worden door de overheid. Dat betreft scholing van journalisten, onderzoeksafdelingen, distributie, drukfabriek, subsidie van een gegarandeerd aantal pagina’s. Kortom, alle voorwaarden voor een zo objectief mogelijke, kritische journalistiek. Met aanvullende voorwaarden en tussenschakels die politieke beïnvloeding van de redactie uitsluiten. De economische functie kan dan groeien op een open markt waar concurrentie tiert.

Maakt dat een einde aan het de mond snoeren van critici en oppositie wat journalisten blijkbaar doen? Valt dat ooit uit te sluiten? Nee, maar het kan wel beperkt worden door te zorgen dat journalisten ethische codes verinnerlijken. Daarom moeten ze de kans krijgen om beter opgeleid te worden dan nu en los te komen van de waan van de dag en de druk van de markt. De aangestipte splitsing kan daarbij een uitweg bieden. Want journalisten kunnen niet blij zijn met een rol als censor.

Foto: Orson Welles als krantentycoon Charles Foster Kane in Citizen Kane