Raad van State beslist dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Een uitspraak vol gebreken

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vandaag in een voorspelbare, teleurstellende, wereldvreemde, a-historische, politiek gekleurde en niet moedige uitspraak uitgesproken dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Aanleiding was de weigering van de gemeente Nijmegen om het beroep op de uitzonderingsbepaling vanwege religieuze redenen voor de aanvrager van een reisdocument of rijbewijs toe te kennen. Zoals uit bovenstaand fragment uit het persbericht blijkt meent de Raad van State dat het de Kerk in het bijzonder aan ernst en samenhang ontbreekt en het satirisch element overheerst.

Opvallend is dat in februari 2017 in een uitspraak die ook verband hield met de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster de meervoudige kamer van de Rechtbank Oost-Brabant in Den Bosch de criteria die volgens artikel 9 van het EHRM aan een godsdienst gesteld kunnen volgens bestaande jurisprudentie in 5.3 uit het Engels (‘cogency, seriousness, cohesion and importance’) vertaalde met begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie, terwijl de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tot een andere vertaling komt: ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’. Taal is niet neutraal. Het is een groot verschil of men toetst aan de hand van het criterium ‘begrijpelijkheid’ of ‘overtuigingskracht’, ’serieusheid’ of ‘ernst’,  ‘importantie’ of ‘belang’. Dit verschil in interpretatie tussen rechtscolleges roept de vraag op hoe zuiver deze criteria getoetst worden en met welke ernst en samenhang Nederlandse rechtscolleges opereren.

De uitspraak van de Raad van State bevat een normatief oordeel, namelijk dat vanwege ‘het satirische element van het pastafarisme’ de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster niet voldoet aan de genoemde criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ en daarom niet als godsdienst kan worden aangemerkt. De Raad van State meent dat het van tweeën één is: satire of godsdienst. Dit houdt in dat er volgens de Raad van State ruimte bestaat tussen satire en deze vier criteria en ze nooit kunnen samenvallen. Dat is een oordeel dat voorbijgaat aan het belang van maatschappelijk relevante satire. Ermee diskwalificeert de Raad van State een groot deel van de Westerse cultuurgeschiedenis, van de toneelstukken van Aristophanes, Lucianus’ spotschriften, Erasmus’ ‘Lof der Zotheid’, P.C. Hoofts ‘Warenar’ tot Monty Pythons ‘Life of Brian’.

Traditioneel bestaat er een sterke wederzijdse beïnvloeding tussen fictie en religie. Godsdiensten zijn net als het theater ontstaan vanuit rituelen en dramatisering. Dat geldt ook de monotheïstische godsdiensten. Sommige gelovigen vatten de Bijbel volledig als fictie op. Sinds de opkomst van het laat 20ste eeuws post-modernisme is die wisselwerking nog versterkt. Interpretatieverschillen om godsdiensten te duiden geven aan dat er diverse manieren van geloven en godsdienst zijn. De Raad van State doet weinig moeite om de marges voor interpretatie die het heeft te benutten om daar ruimhartig en historisch correct mee om te gaan.

Hoeveel ernst en samenhang hebben rituelen, gebruiken en dogma’s van godsdiensten? Is een volwassen man met een jurk aan en een mijter op het hoofd (die doorgaans kinderen misbruikt) serieuzer dan een burger in hedendaagse kleren met een vergiet op het hoofd? Of wat is er begrijpelijk aan duizenden mensen die in Mekka tegelijk rond een kubus lopen waarbij jaarlijks tientallen ‘gelovigen’ onder de voet worden gelopen?

Als Pastafarianen moeten ‘bewijzen’ dat hun godsdienst ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ bevat dan valt er vanwege de gelijkheid van godsdienst nog wel wat meer te bewijzen. Zoals ‘Jezus’ die over water loopt of diezelfde ‘Jezus’ die opvaart naar de hemel. En er zijn nog meer van die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties in godsdiensten. Wat te denken van de Koran die geen mensenwerk zou zijn en niet door mensen geschreven is, maar in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard is? Ga er als objectieve beoordelaar maar aan staan om dat overtuigend en serieus te vinden.

Het probleem is dat de Raad van State alleen kandidaat-godsdiensten beoordeelt, maar niet de traditionele godsdiensten. Want die zijn immers ouder dan de Raad van State. Dat schept ongelijkheid. Niet alleen in het oordeel, maar ook in de procedure. Want als een rechtscollege de ene godsdienst kritisch bejegent, dan zou het wel zo objectief zijn om andere godsdiensten op exact dezelfde criteria te beoordelen. Dat gebeurt niet.

Dit is de reden waarom de Raad van State met deze uitspraak de plank misslaat. Want een rechtscollege kan vanwege die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties niet eisen dat een godsdienst een volwaardig en geloofwaardig systeem van denken is waarin alle aspecten door gelovigen of de dogmatiek van de godsdienst serieus, in samenhang, met overtuiging en belang verklaard worden. Het gaat immers om een ‘geloof’ waarbij logica niet vooropstaat. Dan past het ook niet om een godsdienst langs de meetlat van de logica te leggen. Evenmin kan geëist worden dat een gelovige het begrijpelijk en in samenhang uitlegt.

Als de rechter godsdiensten werkelijk op overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang zou toesten, dan zouden immers alle godsdiensten door de mand vallen en blijft er geen enkele over. Schijnverklaringen die bijvoorbeeld in strijd zijn met de laatste natuurwetenschappelijke inzichten tellen niet. Ook best, maar dan wel: ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Ofwel, op de criteria van ernst en samenhang waar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster op wordt afgewezen, moeten dan precies zo het Christendom of de Islam afgewezen worden. Dat is een politieke keuze die moed, durf en non-conformisme vereist.

Vraag is of een Nederlandse rechter bij beschikbaarheid van voldoende redenen tot afwijzing – na toetsing op de criteria van ernst en samenhang – de politieke macht heeft om de dogmatiek en het systeem van het Christendom of de Islam buiten de orde te stellen en gemeende religieuze instellingen hun registratie als godsdienst te ontnemen. Dat zijn dezelfde criteria waarop in deze uitspraak nu de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster afgewezen wordt als godsdienst. Dit debat dat eigenlijk een schijndebat is heeft alles met politieke macht en machtsverhoudingen te maken en niets met een echte juridische toetsing van godsdienst.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. Dat wijst de uitspraak ook wel uit. De Raad van State neemt de vier criteria te letterlijk en te serieus, en weigert verder te kijken. Het vergeet de jurisprudentie te relativeren waarop de uitspraak is gebaseerd en vergeet te vermelden dat er weinig voorbeelden van een levensovertuiging zijn die op deze grond afgewezen worden. De leden ervan zouden zich er niet eens aan moeten willen wagen om een oordeel over ‘de binnenkant’ van een godsdienst te geven. De Raad van State zou deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling nemen. Of in lijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin voldoen aan alle criteria van ernst of serieusheid de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster na een toetsing ‘aan de buitenkant’ gewoon moeten erkennen als godsdienst. Voor wat het politiek en maatschappelijk ook waard is.

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtPastafarisme’ is geen godsdienst’ van de Raad van State, 15 augustus 2018. 

Foto 2: ‘Obatala priests in their temple in Ife’.

Foto 3: ‘A group of Druids at Stonehenge in Wiltshire, England

Geruchten nemen toe dat Julian Assange door Ecuador uit Londense ambassade wordt gezet. Hoe is het zover gekomen?

Update 11 april 2019: Julian Assange is door de politie gearresteerd in de Ecuadoraanse ambassade in Londen nadat Ecuador het asiel voor de oprichter van Wikileaks had beëindigd. Hij is naar een politiebureau in het centrum van Londen gebracht en wordt zo spoedig mogelijk voorgeleid aan de rechtbank van Westminster. 

De geruchten worden sterker dat de Australiër Julian Assange op korte termijn de Ecuadoraanse ambassade in Londen wordt uitgezet. Hij is vanwege zijn vrees om naar de VS uitgezet te worden (om daar in het geheim door een grand jury wegens spionage berecht te worden) in 2012 heengevlucht en heeft er asiel gekregen. Als hij op straat wordt gezet valt te verwachten dat hij rechtstreeks in een Amerikaanse gevangenis verdwijnt.

Wat is er sinds 2012 veranderd? Het lijkt erop dat Assange is geradicaliseerd. Wie hem hartstochtelijk verdedigen zijn daar een aanwijzing voor: complotdenker Alex Jones van Infowars, Sean Hannity van Fox News, UKIP-voorman en Brexiteer Nigel Farage en de Russische propagandazender RT. Dat is niet een gezelschap dat zweert bij democratie en rechtsstaat, maar juist het standpunt ondersteunt dat ‘media de vijand van de staat’ zijn. Dat roept de vraag op of Assange zelf wel een journalist is zoals hij claimt.

Over Assange bestaat sinds midden 2013 de controverse of hij een agent van Russische inlichtingendiensten is. Op zijn minst bestaat de verdenking dat hij er nauw mee heeft samengewerkt in de presidentscampagne van 2016 die Trump het presidentschap bracht. Roger Stone zou de tussenpersoon tussen het Kremlin en Trumps campagneteam zijn geweest. Nieuw is ook dat Lenin Moreno de nieuwe Ecuadoraanse president is die Assange niet langer in bescherming lijkt te nemen zoals zijn voorganger Rafael Correa. Assange hield zich niet aan de afspraak om zich te onthouden van politieke uitspraken en bleef in de ambassade via sociale media zijn gastheer in verlegenheid brengen. En het belang van Ecuador schaden. Enkele maanden terug werd Assange afgekoppeld van internet door Ecuador.

Noam Chomsky gelooft in een gesprek met BBC’s Newsnight van mei 2017 niet dat aanklachten tegen Assange wegens een Zweedse verkrachtingszaak hout snijden. Daar heeft hij vermoedelijk gelijk in. In vele commentaren is in de jaren 2012-2014 op dit blog een lans gebroken voor Assange, zoals hier. Mijn opstelling resulteerde in 2012 zelfs in kamervragen. Maar toen moest de Trump campagne en de Russische beïnvloeding via sociale media nog komen. Daarom is het perspectief van die Zweedse zaak niet actueel.

De vraag is hoe Assange beoordeeld moet worden. Is hij nou eigenlijk een journalist, een politiek activist of een ingelijfde medewerker van een ‘buitenlandse’ inlichtingendienst? En wat betekent dat dan voor zijn juridische positie in de ambassade? John Schindler wees er in 2013 in een analyse op dat WikiLeaks via Israel Shamir waarschijnlijk geïnfiltreerd was door de Russische inlichtendienst. Dat verklaarde de opstelling van Wikileaks in de campagne van 2016 die volledig in lijn was met de opstelling van het Kremlin. De ‘progressieve’ Assange kwalificeerde tijdens de campagne de Democratische Hillary Clinton als kwalijker dan de Republikeinse Donald Trump. Daarmee probeerde Assange progressieve Democratische, pro-Bernie Sanders kiezers te ontmoedigen om te gaan stemmen. Achteraf kan dat alleen maar begrepen worden in de georkestreerde campagne om verschillende doelgroepen in de richting van Trump te laten bewegen.

Dus? Verdient Assange juridische bescherming of heeft hij door vanaf 2013/2014 samen te spannen met het Kremlin zijn rechten verspeeld? Hoe dan ook is hij afgelopen 5 jaar door zijn activistische opstelling en handelswijze terechtgekomen in het kruisvuur tussen Kremlin en Witte Huis. Als hij in een kerker in Virginia verdwijnt, dan kan op zijn minst worden gezegd dat hij door zijn pro-Kremlin opstelling de Amerikanen alle munitie heeft gegeven om hem in handen te krijgen. Assange verdient het om berecht te worden voor zijn daden, maar een eerlijk proces zit er vermoedelijk niet in. Wie hoog spel speelt en verliest, heeft blijkbaar dat recht verspeeld. Dat is de harde praktijk van de strijd tussen landen. Wie niet oppast wordt daarin vermalen.

In een hoofdredactioneel van NRC valt alles om te draaien, en dat gebeurt dan ook. Over de kwestie Demmink en de overheid

Je ziet het steeds vaker in commentaren, de ene gebeurtenis wordt aan de andere gekoppeld. In die associatie worden ze gepresenteerd als identiek of als onderdeel van dezelfde categorie. De duo-vergelijking om twee onvergelijkbare grootheden onder het mom van gelijksoortigheid plompverloren met elkaar te verbinden is een verleidelijke aanpak en een kittig stijlmiddel met de suggestie over grenzen te kijken. Doorgaans werkt het zo: Een geval dat duidelijk binnen de categorie valt wordt gekoppeld aan een onduidelijk geval waarvan het de vraag is of het binnen de categorie valt. Koppeling dient als legitimering voor dat twijfelgeval. De bluf van de koppeling van twee ongelijksoortige gevallen probeert vragen of dit klopt voor te zijn of te voorkomen.

Een hoofdredactioneel van de NRC van 28 augustus 2017 getiteld ‘Op internet valt alles om te draaien, en dat gebeurt dan ook’ koppelt twee zaken op de beschreven wijze aan elkaar: de kwesties ‘Demmink’ en ‘‘wat inmiddels de ‘suikerspiegelchauffeur’ is gaan heten’ zoals NRC het noemt. Dat laatste is duidelijk een geval dat past binnen het complotdenken. NRC omschrijft de categorie: ‘Daarin hebben samenzweringstheorieën de overhand genomen, waarin wordt verondersteld dat ‘de overheid’ zich schuldig maakt aan leugens en bedrog’. Een Nederlands-Marokkaanse chauffeur met diabetes reed voor het Centraal Station in Amsterdam enkele passanten aan. De rechtse pers aanvaardt die uitleg niet en wil er tot op de dag van vandaag een aanslag in zien die door de overheid met de mantel der liefde bedekt wordt. Die verklaring is trouwens verre van logisch omdat de overheden inzake migratie, terrorisme en ‘afwijkend gedrag’ steeds harder optreden.

Het hoofdredactioneel commentaar van NRC besteedt in de duo-vergelijking slechts enkele zinnen aan de andere kwestie: ‘De kwestie-Demmink werd eerder deze maand afgewikkeld met een door de rechter getoetste vaststelling dat er geen enkel bewijs is voor de verdenkingen tegen deze oud-topman van Justitie. Dat is dus over en uit, case closed – behalve op internet, waar ook deze conclusie zal worden verworpen.’ Er is naar aanleiding van een aanklacht wegens misbruik door twee minderjarigen vanaf  2014 een diepgaand onderzoek verricht door het OM naar het reilen en zeilen van Demmink in de jaren 1995-97 in Turkije. Hier zijn de details over de beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te lezen. Omdat het hof oordeelt dat Demmink niets ten laste kan worden gelegd is hij in deze kwestie vrijgepleit. De rechtsstaat brengt met zich mee dat voor- en tegenstanders dit oordeel als definitief accepteren. Demmink is vrijgepleit.

Dat er geen feiten zijn te vinden die Demmink succesvol kunnen vervolgen wil niet zeggen dat de overheid zich niet ‘schuldig heeft gemaakt aan leugens en bedrog’. De categorie waar het hoofdredactioneel beide kwesties onder schaart. Anders gezegd, feit dat er geen aanwijzingen zijn om Demmink te vervolgen houdt niet in dat de overheid zich niet schuldig heeft gemaakt aan leugens en bedrog. Dat blijkt ook uit een reactie in Trouw van advocate Adèle van der Plas die haar cliënt Baybasin vertegenwoordigt: ‘Het recht heeft zijn loop gehad, maar een civiele actie tegen de Nederlandse staat wegens onrechtmatig handelen is nog mogelijk’.

De kwestie Demmink bevat talloze door de overheid begane onregelmatigheden, inclusief het omzeilen van de waarheid. Dat gaat verder dan het vrijpleiten van Demmink in het ‘Turkse’-onderzoek. Zo was er de bewering ‘Wat onderzocht moest worden, is onderzocht’ van toenmalig justitieminister Ivo Opstelten in een brief van 3 oktober 2012 aan de Tweede Kamer die suggereerde dat er een diepgaand onderzoek naar Demmink verricht was. Achteraf bleek dat onjuist te zijn. Opstelten informeerde de kamer onvolledig en verkeerd. Er zijn meer losse eindjes in deze kwestie Demmink die nog steeds om duidelijkheid vragen. Zo schreef in 2004 toenmalig hoofdredacteur van het NOS-Journaal Hans Laroes in een brief aan de Raad voor Journalistiek dat Demmink in de top van Justitie jarenlang onderwerp van intern debat was: ‘Maar de verdenking van notabene justitie-medewerkers tegen Joris Demmink is altijd blijven bestaan, weten wij bij het Journaal uit eigen onderzoek’.

Het hoofdredactioneel van NRC maakt twee fouten. Het koppelt twee ongelijksoortige zaken aan elkaar en het redeneert niet zuiver als het in de kwestie Demmink te weinig kritisch is op het opereren van de overheid -in het bijzonder het ministerie van Justitie- gedurende vele jaren. Justitie heeft op zijn minst ontwijkend en onhandig, en op zijn ergst bewust manipulatief geopereerd in deze kwestie. Daarom is er wel degelijk een basis voor de beschuldiging dat de overheid ‘zich schuldig maakt aan leugens en bedrog’. Die beschuldiging is niet het voorrecht van complotdenkers, maar baart juist burgers die opteren voor een sterke rechtsstaat zorgen. NRC zou beter moeten beseffen dat een gesloten overheid die geen openheid van zaken geeft en de waarheid ontwijkt een grotere bedreiging is voor de rechtsstaat dan de zogenaamde complotdenkers.

Foto: Schermafbeelding van deel hoofdredactioneel commentaarOp internet valt alles om te draaien, en dat gebeurt dan ook’. NRC, 28 augustus 2017.

Maleisische minister Liow verwijst naar immuniteit voor kroongetuige in rechtszaak MH17

De Maleisische minister van Verkeer Datuk Seri Liow Tiong Lai heeft vandaag in de administratieve hoofdstad Putrajaya gezegd dat de daders die op 17 juli 2014 de MH17 boven Oekraïne neerschoten berecht worden voor een Nederlandse rechtbank. Dat was recent al naar buiten gebracht door de Nederlandse regering. Liow verklaarde dit na afloop van een herdenkingsbijeenkomst ter gelegenheid van de derde verjaardag van de tragedie. Hij zegt dat het onderzoek eind 2017 of begin 2018 wordt afgerond. Daarna begint de rechtszaak.

Liow zegt iets opmerkelijks in zijn verklaring voor de pers: ‘We also want the person who actually launched the BUK missie to come forward to tell us what happened om the particular day’. Dat betekent dat de militair die de BUK-raket lanceerde zich tot nu toe nog niet gemeld heeft bij het JIT. Het lijkt ook te suggereren dat het JIT niet geïnteresseerd is in de militair die met de vinger aan de knop de BUK lanceerde, maar in de hogere militaire of politieke leiding die de opdracht gaf. Liow zegt indirect dat de kroongetuige die zich aanmeldt bij het JIT op immuniteit kan rekenen. Want anders is er geen belang voor betreffende militair om zich te melden.

Foto: Still uit de videoLiow: MH17 perpetrators could be charged by end of the year’ van STAR TV, 13 juli 2017.

Openbare spot en minachting van de islam? Aanklacht in Denemarken wegens verbranden koran

fb

In Denemarken is de aanklager een strafzaak wegens godslastering begonnen tegen een 42-jarige man uit Noord-Jutland die in december 2015 op de Facebook-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM (‘Ja tegen vrijheid, nee tegen de islam’) een video postte waarin hij een koran verbrandde. De aanklager beroept zich hierbij op overtreding van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. In een persbericht van 22 februari 2017 zegt Mikkel Thastum (vertaald in het Engels): ‘It is the prosecution’s view that the circumstances of the burning of holy books like the Bible and the Qur’an implies that in some cases it may be a violation of blasphemy provision, which deals with public mockery or scorn against a religion.’

De aanklager geeft als reden openbare spot of minachting van een religie. Iemand verbrandt in zijn achtertuin een koran, maakt daar een video van, zet er een tekst bij, maakt daar een posting van op een openbare FB-groep en wordt aangeklaagd. Wie door de FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM scrollt wordt niet vrolijk van de aanvallen op de islam en de steun voor tegenstanders van de islam. Maar daar gaat het niet om. Het is de vraag of dit gebrek aan nuancering de actie van de aanklager onder de verwijzing naar spot en minachting rechtvaardigt. De 42-jarige man is nog niet veroordeeld en de rechter moet uitmaken of er sprake is van godslastering volgens het Wetboek van Strafrecht. Dus af te wachten valt hoe het staat met de vrijheid van meningsuiting in Denemarken en hoe heet de deze week opgediende soep uiteindelijk gegeten wordt.

Het is lastig om iemand voor openbare spot van een religie te veroordelen. Want spot of belediging hoort bij een dynamische samenleving met weerbare burgers die zich tegenover elkaar uitspreken. Georganiseerde religieuze instellingen hoeven geen extra juridische bescherming. Hoewel in de rechtstoepassing die voorrechten in westerse samenlevingen nog steeds bestaan. Een open samenleving heeft een publiek debat waarin het kan spetteren. Laat maar botsen. Een uitzondering kan gemaakt worden voor groepen die niet voor zichzelf op kunnen komen, zoals kinderen, hoogbejaarden, gehandicapten of laagbegaafden. In die gevallen kan de overheid inspringen. Pas waar spot overgaat in haatspraak en aanzetten tot geweld wordt een grens overschreden. Het oogt gekunsteld om te veronderstellen dat minachting van een wereldreligie die tientallen landen in haar greep heeft en meer dan 1,6 miljard volgelingen heeft aan de orde is. De gelovigen van de islam zijn ook in Europese landen sterk en krachtig genoeg georganiseerd om voor hun geloof op te komen.

Waarom de aanklager meent hier een zaak van te moeten maken is onduidelijk. Het kan het omgekeerde betekenen van wat het lijkt. In dit soort zaken bestaat altijd het vermoeden dat druk uit islamitische landen en een dreigende boycot van Deense producten op enigerlei manier van invloed zijn op de beslissing van een aanklager om er een zaak van te maken. Mogelijk op aanwijzing van het ministerie van Justitie. Als dat zo is, dan is het de verkeerde reden. Maar het omgekeerde kan ook, namelijk dat de Deense samenleving aan de islamitische kritiek subtiel duidelijk wil maken hoe genuanceerd en evenwichtig een westerse rechtsstaat werkt. Met de stille hint om die nuanceringen in de islamitische landen over te nemen. Als God het wil. 

Foto: Schermafbeelding van deel FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM.

Kleine Geert en grote Geert. Oud-president Hoge Raad Corstens beredeneert dat Wilders de rechtsstaat ondermijnt

rol

In vergelijkingen tussen landen over de rechtsstaat (‘State of Law’) doet Nederland het bijzonder goed. Zo staat het op de vijfde plaats in het jaarrapport 2016 van het World Justice Project. Dat betreft onder meer de onafhankelijkheid en doelmatigheid van de rechtspraak. Het staat in schril contrast met hoe de PVV-politicus Geert Wilders de Nederlandse rechtsstaat voorstelt. Inclusief de onafhankelijkheid van rechters die hij ter discussie stelt. In zijn laatste woord aan de rechtbank op 23 november 2016 in het ‘Minder, minder Marokkanen’-proces zei de PVV’er onder meer het volgende: ‘De Officieren van Justitie zijn in dit proces dan ook geen vertegenwoordigers van een onafhankelijk OM maar de handlangers van dit kabinet’ en ‘Door te vragen om een veroordeling vraagt het Openbaar Ministerie als handlanger van de gevestigde orde, als marionet van het kabinet, om een politicus van de oppositie monddood te maken.’

Wilders is een politicus die een rechtszaak tegen hem gebruikt om promotie voor zijn partij te maken. Maar hij ontspoort als hij vervolgens de onafhankelijkheid van de rechtspraak ter discussie stelt en rechters voorstelt als een verlengde van de ‘gevestigde orde’. Dit is des te merkwaardiger omdat de PVV-politicus als een van de langszittende parlementariërs zelf bij uitstek een vertegenwoordiger van de gevestigde orde is.

Oud-president van de Hoge Raad Geert Corstens wijst in een interview in het AD op de tegenstrijdigheid en onbetamelijkheid van de uitspraken van deze PVV-politicus: ‘Deze man is politicus, hij is onderdeel van ons parlementaire, democratische systeem. Essentieel daarin is een onafhankelijke rechtspraak, die door de andere machten wordt gerespecteerd. Wilders haalt dat gewoon onderuit. Hij suggereerde in de rechtbank dat de rechters hem allang hadden veroordeeld, dat ze niet onafhankelijk waren. Daarmee tast hij hun integriteit aan. Dat is fout. Er is ook geen enkele aanleiding om dat te veronderstellen.’ Het is tekenend voor de stroeve omgang met Wilders dat het iemand op afstand van rechtspraak en politiek is die de PVV’er van repliek dient.

Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat de Nederlandse rechtspraak niet onafhankelijk is. Corstens heeft gelijk dat Wilders met zijn uitspraken de rechtsstaat ondermijnt. De PVV-er maakt uit partijpolitieke redenen stemming tegen rechters. Corstens meent dat Wilders een publieke figuur, een politicus is en daarom niet hetzelfde kan zeggen als andere Nederlanders. Hij heeft een extra verantwoordelijkheid. Geert Corstens gaat ervan uit dat de PVV-leider de principes van de democratische rechtsstaat onderschrijft, maar: ‘Als hij dat niet doet, dan hebben we een probleem. En dat is wel wat hij nu laat zien. Wat het risico dan is? Dat hij daarin nog verder gaat. (..) Dit wil ik benadrukken: het gaat mij hier dus niet om de standpunten van PVV-stemmers. Met die medeburgers moeten we in gesprek blijven. Ook al vinden ze ons ‘de elite’. Ik wil mijn medeburgers niet verketteren, ze mogen die standpunten hebben en de rest van de samenleving moet ook naar hen luisteren. Maar laten we met elkaar wél de grondbeginselen van de rechtsstaat blijven respecteren.’ Zo is het.

Foto: Schermafbeelding van vergelijking van de stand van de rechtsstaat van landen (p. 21) in het jaarrapport 2016 van het World Justice Project met Nederland op een vijfde plaats van 113 landen.

De rechtsstaat voorbij. Retoriek van Wilders en Kuzu over hoofddoek

Twee Nederlandse parlementariërs wordt gevraagd naar het oordeel van advocaat-generaal Juliane Kokott van het Europese Hof van Justitie over het recht van een werkgever die onpartijdigheid en onafhankelijkheid nastreeft om zich te beroepen op een bedrijfsreglement om een hoofddoek te verbieden. Kokott wijst in haar motivatie op de terughoudendheid van de werknemer: (..) maar er kan van hem wel een zekere terughoudendheid worden verlangd ten aanzien van zijn godsdienstbeleving op het werk, of het nu gaat om religieuze praktijken, religieus geïnspireerde gedragingen of – zoals in casu – de kleding van die werknemer.

Geert Wilders (PVV) en Tunahan Kuzu (DENK) zijn het onens met de uitspraak van het Hof van Justitie. Wilders keurt een verbod op het dragen van religieuze symbolen op het werk af als het christelijke of joodse symbolen betreft. Maar hij keurt het goed als een hoofddoek wordt verboden als de draagster zich beroept op de islam. In zijn betoog ziet hij de islam niet als religie, maar als ideologie. Omdat het verbod ook geldt voor politieke symbolen doet dit echter niets terzake. Kuzu gaat voorbij aan de afweging van de rechter tussen verschillende grondrechten. Door eenzijdig te verwijzen naar de vrijheid van godsdienst mist hij de nuancering.

Wilders en Kuzu zijn parlementariërs van wie men zou mogen verwachten dat ze breder kijken dan hun directe belang hun ingeeft. Maar dat doen ze niet of kunnen ze niet. Voor de beoordeling van hun niveau is dat teleurstellend. Ze schieten niet zozeer in de campagnestand, maar lijken daar automatisch op afgesteld te staan. Dat ontneemt diepte en geloofwaardigheid aan hun uiteenzetting die voorbijgaat aan de feiten. De uitspraak over het Hof van Justitie is genuanceerder dan Wilders en Kuzu suggereren. Ofwel, Wilders en Kuzu uiten zich ongenuanceerd. Van een parlementariër zou men meer mogen verwachten dan deze holle praatjes.

Hoofddoek op het werk ondanks bedrijfsreglement dat religieuze symbolen verbiedt? Soms toegestaan, soms niet

Iranian-veil-and-chador

Interpretatie van het recht is niet altijd te voorspellen. Neem twee overeenkomstige gevallen in Nederland en België die leidden tot uiteenlopende uitspraken van colleges. De zaak gaat om vrouwen die op hun werk om religieuze redenen een hoofddoek willen dragen en daarom in conflict komen met hun werkgever die dat als aantasting van de neutraliteit ziet. Zelfs als een bedrijfsreglement het dragen van zichtbare politieke of religieuze symbolen verbiedt, dan is het nog geen uitgemaakte zaak hoe een rechter de afweging maakt.

Het Nederlandse College van de Rechten voor de Mens oordeelde buitenrechtelijk op 26 mei 2016 dat de Rechtbank Rotterdam een moslimvrouw discrimineerde die solliciteerde als buitengriffier en werd afgewezen toen ze bekendmaakte tijdens zittingen haar hoofddoek niet te willen afdoen. De rechtbank hanteert kledingvoorschriften die ervoor moeten zorgen dat ter zitting geen enkel teken van persoonlijke overtuiging zichtbaar is. Volgens het oordeel van het college maakt de rechtbank ‘indirect onderscheid op grond van godsdienst’ door het hanteren van de kledingvoorschriften die elk teken van persoonlijke overtuiging uitsluiten. In de afweging maakt het college het belang van de rechtbank die streeft naar onpartijdigheid en onafhankelijkheid ondergeschikt: ‘Maar tegenover dat belang staat het belang van de vrouw om toegang te hebben tot de functie van buitengriffier zonder in strijd met haar godsdienst te hoeven handelen.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie concludeert in de Belgische zaak van moslimvrouw Samira Achbita omgekeerd. Het laat de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de werkgever zwaarder wegen dan het recht van een werknemer om een hoofddoek te dragen. Zij werkt als receptioniste bij het Belgische bedrijf G4S Secure Solutions en draaide naast bewakings- en beveiligingsdiensten ook receptiediensten. Na drie jaar eiste ze het recht op om een hoofddoek te dragen. Identiek aan beide zaken is dat Achbita ook in het gelijk gesteld  werd door het buitenrechtelijke Belgische Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding, nu Unia.

Advocaat-generaal Juliane Kokott over de Belgische zaak: ‘Een werknemer kan zijn geslacht, huidskleur, etnische afstamming, seksuele geaardheid, leeftijd of handicap niet als het ware aan de haak hangen zodra hij de lokalen van zijn werkgever betreedt, maar er kan van hem wel een zekere terughoudendheid worden verlangd ten aanzien van zijn godsdienstbeleving op het werk, of het nu gaat om religieuze praktijken, religieus geïnspireerde gedragingen of – zoals in casu – de kleding van die werknemer. De mate van terughoudendheid die van een werknemer kan worden verlangd, hangt af van een algemene beoordeling van alle relevante omstandigheden van het individuele geval.’ De afweging is afhankelijk van de omstandigheden. Het gaat erom op welke grond door een rechter wordt beoordeeld of de gerechtvaardigde belangen van een werknemer excessief worden aangetast en het bezwaar daarom als evenredig dient te worden aangemerkt.

Foto: ‘When visiting Iran, women must wear the hijab (headscarf and modest dress and with their ankles covered), in public at all times. So, either wear loose fitting clothing or wear the full chador.’

Verhoren over pedoprostitutie. De doorlopende zaak Demmink

Vandaag beginnen in de rechtbank in Amsterdam de verhoren van negen getuigen over een vermeend omvangrijk netwerk van kindermisbruik  in de jaren ’80. Het AD doet verslag in een bericht met de titel ‘De hele pedoprostitutie werd in die tijd gewoon gedoogd’. Het draait rond de voorheen hoogste ambtenaar van het ministerie van  Justitie Joris Demmink die al vele jaren met pedofilie, maar ook met klassenjustitie, machtsmisbruik en obstructie van de rechtsgang wordt geassocieerd. De verhoren dienen als voorbereiding op een rechtszaak. We Are Change Rotterdam praatte afgelopen week in Utrecht met oud-gevangenisdirecteur Jos Poelmann. Een verhaal over geruchten en het zoeken van de waarheid en over onderzoeken die maar geen onderzoek mochten worden. In een samenleving die steeds kritischer wordt op de politieke klasse.

Harry van Bommel bekritiseert uitspraak rechter. Wie roept hem binnen de SP tot de orde?

sp

Harry van Bommel is namens de SP sinds 1998 lid van de Tweede Kamer. Op dit moment is hij woordvoerder Europese en Buitenlandse Zaken. Hij leidt namens de SP de nee-campagne tegen de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. Op 6 april kan de Nederlandse kiezer in een referendum daarover een mening geven.

Aanleiding voor bovenstaande tweet is de beslissing van de rechter in Zwolle om de gemeente Oldenzaal niet te verplichten om meer dan vijf stembureaus te openen waar Geen Peil om had gevraagd. De rechter wees de eis af en oordeelde ‘dat het niet onredelijk is als Oldenzaal overweegt minder stembureaus in te stellen’: ‘Bij het aanwijzen van het aantal stembureaus heeft een gemeente een grote mate van beoordelingsvrijheid. De wet bepaalt alleen dat er één of meerdere bureaus moeten zijn. De voorzieningenrechter mag in dit geval alleen toetsen of de gemeente Oldenzaal in redelijkheid kon beslissen tot het instellen van 5 stembureaus.’

De rechterlijke macht opereert als een autonome macht met eigen bevoegdheden. De scheiding der machten (Trias politica) is een politiek systeem dat stelt dat de wetgevende macht (met een tweekamerparlement), de uitvoerende macht (met een staatshoofd en een kabinet van ministers) en de rechterlijke macht min of meer gescheiden zijn. Dat vraagt terughoudendheid van machten om zich met elkaars opereren te bemoeien.

In zijn tweet meent volksvertegenwoordiger Harry van Bommel zich uit te kunnen spreken over de toetsing van de wet door een voorzieningenrechter in Overijssel. Hij noemt het oordeel een ‘dwaling’ en spreekt zelfs van een ‘stembureau-gate’. Het is ongepast voor een volksvertegenwoordiger om zich zo uit te spreken. Niet alleen omdat hij hiermee op de stoel van de rechter gaat zitten, maar ook doordat deze opstelling het vertrouwen in de democratie beschadigt. Van Bommel maakt stemming tegen een rechterlijk oordeel en suggereert dat de kiezer verliest. Hiermee zet hij bewust de kiezer tegen een democratische institutie op.

Wat Van Bommel hier doet verschilt weinig van de opstelling van PVV-leider Geert Wilders die voortdurend meent rechterlijke besluiten te kunnen bekritiseren. Het is merkwaardig waarom Van Bommel binnen de SP zoveel ruimte krijgt van leider Emile Roemer, ‘geweten’ Ronald van Raak en Justitie-woordvoerder Sharon Gesthuizen voor zijn anti-democratische praatjes. Het SP-beginselprogrammaHeel de mens’ uit 1999 zegt: ‘Democratie bestaat niet alleen uit rechten, maar ook uit plichten. De belangrijkste is de plicht van betrokkenheid.’ Uit de tweet blijkt Van Bommel vergeten te zijn wat zijn plicht als volksvertegenwoordiger is. Hij is het al 18 jaar. Wie roept hem binnen de SP tot de orde? Sharon Gesthuizen stuurde ik een tweet:

SG

Foto 1: Schermafbeelding van tweet van Harry van Bommel (SP, woordvoerder Buitenlandse Zaken).

Foto 2: Schermafbeelding van tweet aan Sharon Gesthuizen (SP, woordvoerder Justitie).