CDA hemels appèl

Morgen weer een CDA-partijcongres. Da’s voedsel voor critici. In een aangenomen motie op het CDA-najaarscongres stelde het CDJA vorig jaar dat het CDA vanuit zijn identiteit meer dan andere partijen appelleert aan normen en waarden en dat burgers „moreel leiderschap” van politici verwachten. Vraag is welke normen en waarden dat zijn. Het CDA voelt zich beter dan de ander.

Wat is inhoud van christelijke politiek als er hogere machten in het spel zijn? Het zet mensen in de kou die een inhoudelijk debat willen. Tegen een geloof valt niet te knokken. Het beroep op de verticale macht heeft altijd het laatste woord. Da’s het nadeel van religieus geinspireerde politiek. Panelen blijven schuiven tot in de hemel. Da’s het eeuwige verschil tussen gelovigen en rationalisten.

Dat doet verlangen naar een bundeling van vrijzinnige krachten die een punt zetten achter het zalven en jeremiëren vanuit de navel van de christenheid. Wat moeten andersdenkenden hiermee? Een grote groep burgers heeft genoeg van de pretenties en het moralisme van religieuze politiek. Ongelofelijk dat een slinkende CDA de demografische ontwikkelingen niet begrijpt. Waarom kiest de partij niet voor de weg van Lubbers die succesvol niet-gelovige kiezers aansprak? Maar daarbij past geen hemels appèl of eigendunk.

Het huidige CDA heeft veel noten op haar zang. De partij suggereert zonder valse bescheidenheid dat het meer dan anderen aan normen en waarden appelleert. Da’s nogal een pretentie. Het CDA werpt zich de laatste tijd op als een moreel plechtanker voor de hele Nederlandse politiek waarvan het zegt dat die op drift is.

Verwijzingen naar abstracties en hogere machten lijkt op een wanhoopsoffensief van partijleden die buitenspel zijn gezet. Onder Maxime Verhagen vaart het CDA een conservatieve koers. De ethische reveillisten vergeten echter dat het CDA zelf het meest op drift is. De praatjes van het CDA ogen goedkoop. Moralistische steenstrippen die de fractiemuren bekleden worden gepresenteerd als historisch en traditioneel.

Foto: Waterspuwer Utrechtse Dom; credits TheoHPM

Staatsbureaucratie kan kleiner

Aan de hand van een overpeinzing over de Auschwitz-herdenking bouwt de Utrechtse activist en dwarsdenker Kees van Oosten een betoog op dat de oorzaak van genocide niet bij gevaarlijke religies, ideologieën en intolerantie legt, maar bij de staatsbureacratie. Het klinkt marxistisch. Jammer dat ik het zo laat onder ogen kreeg. Het is een aannemelijk en niet geheel nieuw verhaal dat de schuldvraag voor volkerenmoord niet beantwoordt door naar de burger te verwijzen, maar naar de staat.

Van Oosten verwijst naar historici als Raul Hilberg en Zygman Bauman die reflecteerden op de Holocaust en de moderne samenleving. De rationele wereld van de moderne beschaving maakte de holocaust mogelijk zo citeert Van Oosten Bauman. Men zou er The Holocaust Industry: Reflections on the Exploitation of Jewish Suffering van Norman Finkelstein nog aan kunnen toevoegen. Maar ook een controversieel boek, Finkelstein mag Israël niet meer in.

In elk geval gaat de visie die genocide ziet als meer dan de uitsluiting van joden vanwege antisemitisme verder dan Amsterdams burgemeester Eberhard van der Laan die verwijst naar Nooit meer Auschwitz en het daar bij laat. Wie kwaadwillend is kan beredeneren dan Van der Laan het staatsapparaat uit de wind houdt waarvan hij zelf deel uitmaakt. Wie goedwillend is kan denken dat-ie waarschuwt voor het kwaad, maar de verschijningsvorm ervan niet kent. Maar wat zou het fijn zijn als we alle sentimenten, versimpelingen en miskenningen over religie, ras en ideologie niet meer hoefden aan te horen.

Op het idee dat door rationaliteit de moderne zich onderscheidt van de primitieve samenleving, valt volgens Van Oosten heel wat af te dingen. Want ‘De staatsbureaucratie beschouwen Hilberg en Zygman ten onrechte en in navolging van Weber als de belichaming van rationeel bestuur’. De staatbureaucratie die in hun ogen de Holocaust mogelijk maakte was behalve middel namelijk ook oorzaak. En daarin zit hem de crux.

Van Oosten vervolgt: Met andere woorden, functionarissen in een bureaucratie zijn er voortdurend op uit om werk te genereren en uitdagingen te zoeken die aansluiten bij hun competenties. De meest doeltreffende manier om dat voor elkaar te krijgen, is categorieën minderheden en ‘onaangepasten’ in de samenleving aan te wijzen en tot object van beleid en restrictieve regelgeving te maken, zoals dat tegenwoordig met migranten en uitkeringsgerechtigden gebeurt.

Via Hannah Arendt en Philip Zimbardo bouwt Van Oosten een betoog op dat de rol van ideologie, religie en intolerantie relativeert en die van psychologie, bureacratie en staatsmacht centraal zet als oorzaak van volkerenmoord. Ik stem in met de slotconclusie die hier vaker heeft geklonken en de aandacht voor moslims als afleiding ziet: De veel gehoorde waarschuwingen over intolerante ideologieën en religies leiden slechts de aandacht af van het werkelijke gevaar: de bureaucratische staat. 

Maar waar ligt het omslagpunt van bureaucratie naar nachtwakersstaat? En is het gewenst om afscheid te nemen van de verzorgingsstaat die de zwakkeren beschermt? In elk geval lijkt duidelijk dat in Nederland een bureaucratie bestaat die zichzelf onmisbaar maakt en problemen genereert om aan het werk te blijven en machtsposities te bezetten. Een constante is dat snijden in het overheidsapparaat keer op keer mislukt door obstructie van de bureaucratie, terwijl externe adviseurs ingehuurd moeten blijven worden. Laten we de bureacratie als probleem hoger op de agenda zetten.

Foto: Kantoor uit LIFE

De methode om religie optimaal te negeren

Mij een raadsel waarom verstandige mensen het wensen op te nemen voor of tegen een religie. Elsbeth Etty ging in de NRC in op de gedachten van de in 2010 overleden Rudy Kousbroek. Ze sluit af: Het conflict tussen de westerse cultuur en de islam, schreef Kousbroek, is niet gesitueerd op het terrein van die abjecte knoeiboel die de gelovigen ons als onze normen en waarden proberen op te dringen. „Het werkelijke conflict is tussen de religie –-alle religies- –en het rationalisme.” Hij heeft het goed gezegd.

Rudy Kousbroek heeft het goed gezegd. Hij heeft mij met zijn scherpzinnigheid gevormd. Daarvoor ben ik hem dankbaar. Het conflict bestaat tussen religie en rationalisme. Laten we dat in onze oren knopen en nooit vergeten. Om er vervolgens ontspannen mee om te gaan.

Dat rationaliteit niet aan de kant van religie staat is zichtbaar voor iedereen die het wenst te zien. Het waardensysteem dat religie is gaat uit van bizarre, onverklaarbare en onaantoonbare verschijnselen die niet tegengesproken mogen worden. Da’’s de rationaliteit van een sprookje. In dat laatste geloven kinderen. Dat kan. In religie geloven volwassenen. Ook dat kan.

Zet religie echter niet op een lijn met redelijkheid, verstandelijkheid of berekening. Of het moet de berekening zijn van een cultureel systeem dat door mensen is ontworpen om de wereld te onderwerpen. Dat kan. Maar noem het dan zo. Ontdoe religie van de mantel van wijsheid die het zelfs andersdenkenden wil opleggen. Noem religie bij de naam en zie haar ware aard. Als systeem dat mensen misleidt, voor de gek houdt en vasthoudt voor een greep naar de macht.

Schrandere denkers zijn opgeleid binnen religies die er zich vervolgens niet, ten dele of geheel uit bevrijd hebben. In het verleden was religieus onderwijs vaak het enige wat voorhanden was. Nog steeds in delen van de islamwereld in koranscholen.

De vermeende irrationaliteit van mensen die zich laten inspireren door religie past geen veroordeling. Ook zij zijn op het verkeerde been gezet. Sommigen die vanwege hun loopbaan binnen de religie blijven hoewel ze hun geloof verloren hebben past evenmin een veroordeling. Iedereen moet het voor zichzelf weten. Da’’s menselijkheid die soms onverklaarbaar is en compassie verdient.

Het gaat er niet om of mensen rationeel of irrationeel zijn. Het gaat erom of een waardensysteem dat is. Dat heeft onder meer te maken met uitgangspunten, bewijsvoering, interne logica, normen en waarden en claim op de waarheid. Daar wijst de uitspraak van Kousbroek op: Het werkelijke conflict is tussen de religie –-alle religies- –en het rationalisme.

Bezwaar tegen religie is niet dat het mensen een sociale bedding of spirituele zingeving geeft. Maar dat het de samenleving waar ik deel van uitmaak ongevraagd een lappendeken van onzinnige, onnodige en onaantoonbare beweringen wil opleggen.

Daarom is de opkomst van de islam een gevaar. Zoals de claims van het christendom dat zijn. Mensen die op vrijheid gesteld zijn kunnen niets met islam of christendom. Religie wil ons graf graven onder de belofte van eeuwigheid. Da’’s de rationaliteit ervan.

Ik ben niet in oorlog met religie. Dat geeft het te veel gewicht. Daarbij komt dat een afwijzing geen afstand neemt tot religie, maar er juist op focust. Dat werkt averechts. ’Ik ben lichtzinnig genoeg om vertrouwen te hebben in de citadel die buiten de religie bestaat. In de rechtsstaat, de democratische orde, de open samenleving, het publieke debat, de kunst, de pluriformiteit en de vrijzinnigheid.

Niemand heeft religie nodig. Als we de kop erbij houden, dan kan het ons nooit dwingen. Daarom past alertheid en weerbaarheid. Met mate. Het beste is om net naast de religie te kijken en zo haar streken en strapatsen in de gaten te houden. Lichtvoetig te reageren in de zin van wat een kwajongen. Zonder mee te gaan in idioom en gedachtenwereld die religie de samenleving wil opleggen. Da’’s rationeel negeren.

Foto: Zegenen van auto’s, Londen, omstreeks 1930