Verslag van een aangekondigde ramp. CDA en VVD beëindigen samenwerking met FvD in Brabant

Schermafbeelding van deel artikelVVD en CDA zeggen samenwerking met FVD in coalitie Noord-Brabant op’ op Nu.nl, 20 mei 2021.

Het opportunisme van CDA Brabant is grenzeloos en haar geloofwaardigheid nihil. In 2019 stapte die partij uit een coalitie van CDA, VVD, PvdA, D66 en GroenLinks omdat het zei niet te kunnen leven met het stikstofakkoord.

Achterliggend idee was dat het CDA rechts werd gepasseerd door FvD, radicale actiegroepen als FDF en de agro-industrie en zich daar tegen wilde indekken. Het CDA Brabant raakte in paniek omdat het dacht onder druk te staan en naar rechts te moeten bewegen om de steun van de boeren niet te verliezen. Landelijk kreeg het groen licht om rechtsaf te slaan. In een partij waar de regionalisering groot is en de coördinatie klein. Toen stemde 56% van de leden van CDA Brabant voor samenwerking met de VVD, FvD en Lokaal Brabant.

Gematigde CDA’ers in Brabant die wezen op de mislukte landelijke samenwerking met de PVV in het kabinet Rutte I werden opzij geschoven. Zoals oud-voorzitter van het CDA Brabant Wil van der Kruijs en Dave Ensberg, zie hier. CDA-kamerlid Jaco Geurts werd in februari 2020 uitgefloten op een demonstratie van radicale boeren. Het wachten was op het uit elkaar spatten van deze rechtse coalitie van wie iedereen wist dat die zou komen, maar alleen niet wanneer.

CDA Brabant reisde naar Isfahan om daar als een vluchtende tuinman de dood te ontmoeten in de vorm van FvD.

CDA Brabant wist op voorhand dat FvD Brabant een instabiele partij was die direct onder invloed stond van de radicaliserende onruststoker Baudet. Maar CDA Brabant en FvD Brabant deden net alsof dat niet zo was.

Analist Chris Aalberts beredeneerde in een artikel van 28 april 2020 op TPO met de veelzeggende titel ‘Brabantse samenwerking is een uitgelezen kans voor het CDA om tweespalt binnen FvD te zaaien’ dat de samenwerking een instrument zou kunnen zijn om FvD te splijten. In die redenering mocht CDA Brabant van het landelijke CDA als breekijzer dienen om FvD te breken. Aalberts pleitte ervoor om controversiële uitspraken van partijleider Thierry Baudet niet te negeren: ‘Als Baudet binnenkort weer roept dat het CDA Nederland vernietigt, is dat een spoeddebat in Den Bosch waard. Wat willen die provinciale FvD’ers eigenlijk? (…) Als het CDA in Brabant bereid is dat debat continu en op het scherpst van de snede te voeren, is er geen enkele reden deze coalitie af te wijzen. De provinciale FvD’ers gaan het er nog zwaar mee krijgen. De vraag is alleen of het CDA deze handschoen durft op te pakken.

Uiteindelijk kwam het niet zover en had FvD de druk van het CDA niet nodig om te fragmenteren en uit elkaar te spatten. Tactisch vernuft ontbrak in CDA Brabant om scherpzinnig te zijn en het slim te spelen. Het lijkt er sterk op dat het bestuur van CDA Brabant de verkeerde accenten legde en zich op een te defensieve manier richtte op de eenheid binnen het CDA. Daardoor kwam het CDA er niet aan toe om FvD onder druk te zetten en uit elkaar te spelen door Brabantse FvD’ers voortdurend te vragen wat ze vonden van Baudets uitspraken. Het CDA kon niet hard en continu in de aanval gaan tegen FvD omdat het telkens in de verdediging voor zichzelf werd gedrongen.

Nu wordt alsnog het ongelijk bevestigd van CDA Brabant dat zo graag wilde en het landelijke CDA dat dit toestond zonder dat dit enige invloed op FvD had dat onder leiding van Baudet in zichzelf gekeerd opereerde. Nederland was 1,5 jaar getuige van een afvalrace waar steeds meer leden van FvD afvielen door afsplitsing. CDA Brabant stond steeds meer voor paal, maar kon dat niet toegeven om het eigen ongelijk niet te bevestigen. Iedereen met ogen in de kop zag dat de samenwerking niet duurzaam was, maar het CDA Brabant bleef volharden in de omarming van de politieke dood. Totdat het getalsmatig op was.

Achteraf kan men zich alleen maar verbazen over het amateurisme van de leiding van CDA Brabant en de inschatting van het landelijke CDA onder toenmalig fractievoorzitter Pieter Heerma die in een machtsvacuüm opereerde. CDA Brabant zegt nu volgens het bericht in Nu.nl over de samenwerking met FvD: ‘Het was niet stabiel en het morele kompas was zoek’. Welbeschouwd geeft CDA Brabant hiermee een oordeel over zichzelf: ‘CDA Brabant was niet stabiel en het morele kompas was zoek’.

Of het CDA Brabant de kracht heeft om lering te trekken uit de overstap naar FvD die voor de provincie en het aanzien van het CDA zo slecht is uitgepakt is de uitdaging voor de Brabantse christenen-democraten. Nu is aangetoond dat de angst voor radicale boeren een slechte raadgever was resteert de vraag of CDA Brabant zichzelf terug kan vinden. Of wat er nog van over is na deze tragikomedie van de verdwijnende FvD’ers waarachter CDA Brabant verdween.

Advertentie

Antwoord aan Fidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, gedijt het vrije woord

Journalist Fidan Ekiz plaatste op de rechts-radicale site TPO het opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’. Aanleiding is de kwestie Johan Derksen en zijn recht om in het programma VI verkeerde grappen te maken met een racistische ondertoon. Met Ekiz ben ik het over dit onderwerp hartgrondig oneens. Ik vermoed dat ze een denkfout maakt en in de verkeerde stelling blijft hangen. Ik betwist het recht van Derksen niet, maar zet daar het recht naast om hem te kritiseren. Dat is een opvatting waar meningen kunnen botsen en waarbij alle middelen uit de kast kunnen worden gehaald. Inclusief een oproep tot een boycot van adverteerders aan een commercieel programma. Ekiz  heeft trouwens veel woorden nodig om iets simpels te zeggen. Daarnaast haalt ze er van alles bij dat haar betoog eerder vertroebelt dan verheldert. Dat geeft geen vertrouwen in de houdbaarheid van haar denkbeelden.

Het debat gaat erover wat de publieke opinie is en hoe die werkt. Dat doorgedacht valt het nog ruimer op te vatten. Het gaat er in de kern over wat de samenleving is. Kan een sponsor van een commerciële omroep met verwijzing naar een politiek doel door een publieksactie opgeroepen worden om afstand te nemen van een programma? Zijn dat achterbakse streken of is dat een toelaatbaar middel om in de openbaarheid politiek te bedrijven? Ik vermoed het laatste.

Een voorbeeld maakt dat wellicht duidelijk. Op dit moment speelt de vrees in de VS dat president Trump oneigenlijke middelen in zal zetten om de verkiezingen van november 2020 te verstoren. Hij ligt ver achter in de peilingen. Naast de optie van het beginnen van een oorlog ter afleiding is er een breed programma van kiezersonderdrukking dat ervoor moet zorgen dat kiezers die op Joe Biden willen stemmen ontmoedigd worden om naar de stembus te gaan. Dat gebeurde ook in 2016. Daarom worden nu bedrijven door Democraten onder druk gezet om zich uit te spreken voor eerlijke verkiezingen. Zo wordt het in Georgia machtige Coca-Cola onder druk gezet door activisten om op hun beurt het Republikeinse bestuur van de staat onder druk te zetten om te zorgen voor eerlijke verkiezingen. Ook voor de eigen werknemers.

Het gaat dus over de bandbreedte van het publieke debat. Waar moet dat getrokken worden? Dit leert dat de grenzen van een open en weerbare democratie mede bepaald worden door de opvatting van politieke cultuur en de werking van de samenleving. De media zijn daar een integraal onderdeel van. Ofwel, is politiek alleen ‘politiek’ in enge zin of moet dat ruimer opgevat worden? Dit gaat over de emancipatie van de deelnemers aan het publieke debat. En omgekeerd over de dominantie van opinieleiders die anderen het recht op een open debat ontzeggen.

Daar komt het meningsverschil over het onder druk zetten van sponsors van het programma VI van Talpa op neer. Het gaat niet over Boomsma of Derksen. Zij zijn de toevallige passanten in dit verhaal. Ekiz neemt het te nauw als ze zegt dat het vrije woord eindigt waar de oproep tot een boycot begint. Dat geldt alleen binnen haar enge perspectief. De oproep tot een boycot kan evengoed opgevat worden als de ultieme werking van een levende democratie waar het vrije woord als nooit tevoren bloeit. Zonder beperkingen en taboes.

Tegenstanders van een boycot zoals Youp van ’t Hek die Arie Boomsma persoonlijk aanvielen houden het misverstand in de lucht dat er in de afgelopen jaren nooit oproepen waren om de adverteerders van VI tot een boycot te bewegen. Zodat ze het indirect kunnen koppelen aan het zogenaamde radicalisme van de BLM-beweging. Ook die framing is onjuist. De boycot van VI is een terugkerend onderwerp. Zo vroegen belangengroepen als het COC en TNN (Transgender Netwerk Nederland) in februari 2018 aan de toenmalige sponsors Heineken, Gillette en Toto van de omroep RTL die toen het programma VI uitzond om hun medewerking aan dat programma te stoppen.

De radicalisering in de programmering van VI volgt direct uit het commercieel belang. Die kan daarom logischerwijze alleen beantwoord worden door het commercieel belang van het programma en de omroep die het uitzendt rechtstreeks te verzwakken. Via een oproep tot een advertentieboycot dus. Zoals in Georgia alleen het machtige Coca-Cola het bestuur van de staat onder druk kan zetten. Dat past perfect binnen de publieke opinie. De oproep tot een boycot is een directe vertaling van het vrije woord en een toelaatbaar middel om het publieke debat te voeren. Ekiz heeft een te beperkte opvatting van wat de democratie, het publieke debat en de vrijheid van meningsuiting zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’ op TPO, 2 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarCOC en TNN vragen sponsoren Heineken, Gillette en Toto stekker uit Voetbal Inside van RTL te trekken’ van George Knight, 4 februari 2018.

Aan Ab Gietelink: Er is geen censuur op sociale media en internet, maar terughoudendheid om journalistieke taak ernstig te nemen

We beseffen onvoldoende dat de techgiganten particuliere bedrijven zijn met richtlijnen die ze zelf kunnen vaststellen en handhaven. De samenleving is te veel gaan leunen op Facebook, Twitter en YouTube. Waarom het vooral fout gaat is dat de techgiganten vinden dat ze platforms zijn die ‘doorgeven’, terwijl overheden en toezichthouders vinden dat ze in de kern een journalistieke taak hebben waarbij verantwoordelijk optreden past.

Waar het om gaat is dat meningen moeten kunnen verschillen. Dan pas komt een publiek debat op gang. Die botsing mag fel zijn. Maar een voorwaarde daarbij is wel dat het uitgangspunt altijd de feiten moeten zijn. Pas dan kan een publiek debat tot stand komen. Voorwaarde is dat iedereen zich op dezelfde feiten baseert zonder daar dus dezelfde mening over te hebben. Anders wordt het een archipel van deeldebatten waardoor tegengestelde meningen niet meer op elkaar kunnen reageren. Dat is een verarming van dat debat.

Ab Gietelink heeft gelijk met zijn kritiek dat de techgiganten weinig transparant zijn. Dat is een oude klacht. Ze verstoppen zich. Maar hij heeft ongelijk dat nepnieuws niet te onderscheiden zou zijn van nieuws en daarom niet aangepakt kan worden. Dat is een fatalistische en gevaarlijke houding.

Want uiteindelijk komen dan de democratie en de rechtstaat in gevaar. Types als Trump en Baudet hebben sinds 2017 ongekende ruimte gekregen op zowel sociale media als in de gevestigde media om hun alternatieve feiten en onwaarheden te verspreiden. Terugkijkend is dat een slechte ontwikkeling die nooit zo had mogen plaatsvinden. De techgiganten en de gevestigde media hebben heel wat uit te leggen over hun gedrag van de afgelopen drie jaar. Dus niet omdat ze te streng waren naar Trump of Baudet, maar juist te welwillend. Maar ze houden zich tot nu toe krampachtig stil.

Verwijderen van nepnieuws door de techgiganten is geen censuur. Maar dat gebeurt halfslachtig en weinig doelmatig. Zo worden de scheldkanonnades van Micha Kat op diens nieuwe YouTube-kanaal ‘Revolutionair Online’ (voorlopig) niet verwijderd terwijl ze in strijd zijn met elke interne gedragsregel. Het verbiedt geen berichten, maar verwijdert die alleen van het eigen ‘platform’ omdat ze eindelijk de journalistieke taak serieus nemen. Over censuur kun je pas praten als een uiting verboden wordt en in een samenleving nergens in de openbaarheid kan verschijnen. Maar door de veelheid aan sociale media is er altijd een alternatief om een uiting te plaatsen als die op een specifiek platform wordt weggehaald.

CDA’er Jaco Geurts claimt dat hij alles tegen de radicale boeren kan zeggen, maar wordt vervolgens door hen het zwijgen opgelegd

De geradicaliseerde boeren van FDF hebben niet alleen lak aan de feiten over de stikstofuitstoot, ze moeten ook niks hebben van vrije meningsuiting. Op hun manifestaties wordt elke aanzet tot een kritische overweging afgekapt. Deze keer CDA-kamerlid Jaco Geurts die door een Adspirant-Blokleider op het podium dreigend tot de orde wordt geroepen. Het oogt komisch, maar is tragisch. Het wachten is op uniform, pet en blinkende laarzen die van modder zijn ontdaan om de tronies een middel te geven om de macht op straat te grijpen.

Radicale boeren zwijmelen in het eigen gelijk van hun echokamer waar ze gelijkgestemden tot retorische hoogte opjutten en het idee hebben dat nuancering daaraan afdoet. Terwijl juist het omgekeerde waar is.

Schaamteloos zetten deze boeren het CDA onder druk dat met zwakke knieën en slappe ruggengraat daartoe aanleiding geeft. Het CDA heeft elke zelfstandigheid verspeeld in Noord-Brabant waar het onder druk van en uit angst voor radicale boeren uit de coalitie stapte. Het CDA heeft zich overgeleverd aan FvD die samenspant met radicale boeren. Geurts houdt zich in de seconden dat hij mag spreken staande, maar praat de radicale boeren toch teveel naar de mond. Want FDF heeft de boeren niet verenigd, maar verdeeld. De afgang van Geurts staat symbool voor de afgang van het CDA. Een stuurloze partij op zoek naar principes en geweten.

Een vergelijking met moslims dient zich aan. De kritiek op de zogenaamd gematigde moslims was dat ze zich niet verzetten tegen radicale moslims. Hetzelfde kan nu aan de gematigde boeren gevraagd worden. Waarom zwijgen ze en spreken ze zich niet uit tegen FDF? Begrijpen Nederlanders aan de hand van het boerenprotest nu hoe intimidatie en bangmakerij van een meerderheid door een radicale, schreeuwerige minderheid werkt?

Oproep Brian Stelter: ga een openbaar (media)debat over Trumps geestelijke instabiliteit niet langer uit de weg

Gesteld dat president Trump mentaal instabiel is -waar steeds meer aanwijzingen voor zijn- hoe moet dat dan in de openbaarheid besproken worden? Dat is nog niet zo makkelijk, zo geeft Brian Stelter aan. Dat heeft te maken met de macht van zijn functie. Met zijn gedrag dat elke dag absurder, merkwaardiger en ongerijmde wordt zou Trump uit een andere functie allang verwijderd zijn. Maar Stelter meent dat de VS er niet langer omheen kan lopen. Rond het gedrag van de president. Stelter zegt het hier niet, maar de nationale veiligheid, de economie en de sociale vrede van het land worden door president Trump ernstig in gevaar gebracht.

AfD-sympathisant brengt bestuur van tentoonstelling tot conclusie dat politieke neutraliteit onmogelijk blijkt. De zaak Axel Krause

De zaak Axel Krause, ofwel Der Fall Axel Krause houdt de Duitse kunstwereld bezig. En dan vooral in de nieuwe deelstaten van de voormalige DDR en in het bijzonder in Leipzig. Het gaat om de vrijheid in en van de kunst. Moet de kunst- of museumsector een moraalvrije zone zijn of niet? Of liever gezegd, kan het dat zijn in deze tijden van identiteitspolitiek en polarisatie en de reactie daarop waarbij demagogie niet gespaard wordt?

Axel Krause (1958) is een schilder uit Leipzig die met de Neue Leipziger Schule met onder andere Neo Rauch geassocieerd wordt. Krause sympathiseert met de rechts-radicale AfD en dat wordt hem door velen in de kunstwereld niet in dank afgenomen. De in zijn ogen massa immigratie in 2012 onder kanselier Merkel acht hij een grote fout en de reactie daarop van de AfD als een correctie. Voor de politiek heeft hij weinig goede woorden over. Zijn galerie Kleindienst in Leipzig heeft de samenwerking met Krause na 14 jaar opgezegd.

Afgelopen week heeft de zaak Krause ook de jaarlijkse Leipziger Jahresausstellung getroffen. Op de site staat onderstaande verklaring te lezen. Erin valt de worsteling te lezen om de juiste houding te vinden. Op 31 mei wordt verkondigd dat het bestuur besloten heeft om Krause uit te sluiten omdat ‘De publieke verklaringen van Axel Krause in tegenspraak zijn met de ethische principes van onze vereniging’. Het bestuur zegt ‘de kunst niet meer van de kunstenaar te kunnen scheiden’ en daarom per 1 juni 2019 af te treden omdat ‘politieke neutraliteit in deze tijd onmogelijk blijkt’. Op 1 juni wordt er een verstrekkende mededeling aan toegevoegd, namelijk dat de tentoonstelling wordt geannuleerd. Als reden wordt gegeven dat de sfeer gepolitiseerd en behoorlijk verhit is en er in die situatie geen tentoonstelling gegarandeerd kan worden zoals in de afgelopen 25 jaar. De zaak wordt doorgeschoven naar een nieuw bestuur dat beslist over een nieuwe procedure. Men kan zich een voorstelling maken van verhitte debatten met schreeuwende discussianten die allen het gelijk aan hun zijde claimden. Het bestuur voelt zich ongelukkig omdat het daartussen niet kan en wil kiezen.

In een commentaar toont cultuurjournalist Jörg Schieke van omroep MDR weinig begrip voor de afgelasting. Hij meent dat het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung in de val trapt die de AfD heeft gezet en eraan meehelpt om de openheid in te perken: ‘Irgendwer sagt AfD, und schon wird im Lager der Kunstwächter eingeteilt und zensiert, zurechtgewiesen und ausgeschlossen. Mit einem zudringlichen, beängstigenden Eifer werden  ideologische Knöllchen verteilt, und der Kampf wird damit genau in jenen Käfig getragen, den die AfD ja gerade dafür eingerichtet hat’. Waarom mag het publiek niet zelf oordelen over de twee schilderijen van Axel Krause die getoond werden, aldus Schieke? Wordt het te stom geacht? Vooral in de voormalig DDR zijn de wonden nog vers, het is nog geen 30 jaar geleden dat de muur viel en burgers rechteloos waren. Ze moesten hun onschuld bewijzen tegenover de zittende macht. Schieke meent dat het bestuur onder druk is gezet en bakzeil heeft gehaald. Het cynisme druipt van het commentaar af als hij meent dat degene die aan de deur afgewezen wordt de winnaar is omdat iedereen uitsluitend over hem praat. Over Axel Krause dus.

Foto 1: Schermafbeelding van persverklaring van het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung over de afgelasting van de tentoonstelling 2019, 1 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarAbsage in Raten: Wenn Kunst und Politik durcheinander gehen’ van Jörg Schieke voor MDR KULTUR, 3 juni 2019. Met links naar artikelen over de zaak Axel Krause en de vrijheid van de kunst.

Joe Walsh en conservatief Amerika. Schoppen van rechts tegen media is onvergelijkbaar met links dat haatspraak wil verbieden

Joe Walsh is een voormalig Republikeins, conservatief congreslid voor Illinois. Ooit lid van de Tea Party causus. Hij is nu gastheer van een conservatief radioprogramma. Walsh was aanvankelijk een aanhanger van Trump, maar kwam daar na de ontmoeting van Trump met Putin en de ontluisterende afsluitende persconferentie in juli 2018 op terug. Walsh noemde Trump een verrader. Walsh steunt het onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller naar de samenwerking van Team Trump met het Kremlin. Walsh is vergelijkbaar met het wereldbeeld van andere vanouds conservatieve opinie-makers als Max Boot, Ben Shapiro, John Schindler of Bill Kristol die doorgaans pro-Israël, pro-kleine overheid en een strikte fiscale politiek, anti-abortus, pro-Navo, pro-Westerse alliantie en anti-Putin zijn. Een artikel van Arch Puddington in het conservatieve Weekly Standard gaat in op de vraag in hoeverre conservatieven en Republikeinen de Rusland-politiek van Trump steunen. Zijn Walsh en consorten de regel of de uitzondering binnen de conservatieve beweging in de VS?

Bij genoemd wereldbeeld hoort de opvatting van ongebreidelde persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Zoals Jaap Tielbeke in een artikel in De Groene uitlegt valt dat te herleiden tot de liberale filosoof John Stuart Mill die van mening was dat ‘een ongehinderde uitwisseling van ideeën‘ in het publieke debat ‘een essentiële voorwaarde‘ was ‘om dichter bij de waarheid te komen’. Tielbeke doet het af als ‘naïef‘ en ‘een valse voorstelling van zaken’ omdat ‘de vrije markt voor ideeën een illusie’ is. Overigens des te meer omdat door de verslechterde economische situatie van traditionele media de rol van de journalistiek is afgenomen en er gaten zijn gevallen in ‘de vrije markt voor ideeën‘ en nieuwe media als Facebook tot nu toe onvoldoende beseffen en aarzelen om de verantwoordelijkheid te nemen die bij hun journalistieke verplichtingen past. 

Walsh’ tweet verwijst in de tweede alinea (‘hate speech banned’) naar complotdenker Alex Jones en diens radicaal-rechts vehikel ‘Infowars’. Zoals techsite The Verge in het artikel ‘How Alex Jones lost his info war; Misinformation is fine — but hate speech isn’t’ opmerkt is Jones door de techbedrijven behalve Twitter in de ban gedaan vanwege haatspraak of aanzetten tot haat. Casey Newton vraagt zich trouwens af of de echte uitdaging voor de techbedrijven pas komt als gebruikers de inhoud van Jones’ programma’s gaan kopiëren.

Walsh’ vergelijking tussen rechts dat niet gelooft in persvrijheid en links dat niet gelooft in vrijheid van meningsuiting is onevenwichtig. Het eerste is realiteit, maar het tweede niet. Trumps tirades tegen ‘de pers als vijand van het volk’ omdat nieuwsorganisaties ‘nepnieuws’ zouden bieden is een afleiding om de actuele en nog te verschijnen verslagen van de media over de uitkomsten van de onderzoeken naar de samenzwering van Team Trump met het Kremlin in een kwaad daglicht te stellen. Walsh heeft gelijk dat Trumps achterban hem daarin steunt. Ook onafhankelijk kiezers zijn gevoelig voor die continue tirades van Trump en zijn waterdragers tegen de media. Enig bewijs dat media werkelijk vijanden van het volk zijn ontbreekt echter.

Dat is anders met haatspraak. Zoals ook Tielbeke stelt is een ‘een ongehinderde uitwisseling van ideeën’ waarin het denken van Alex Jones past naïef. Niet alleen omdat de ‘vrije markt van ideeën’ van de traditionele media een illusie is en nieuwe (sociale) media nu pas schoorvoetend hun journalistieke verantwoordelijkheid beginnen te nemen, maar ook omdat in de echokamers van de sociale media per definitie een publiek debat ontbreekt waarbij de beste ideeën komen bovendrijven. Hier moeten overheden op inspringen om het open, publieke debat en de democratie te redden. Door zelf actie te nemen en richtlijnen op te stellen, en door bedrijven te verplichten tot actie. Het is Jones’ intentie niet om zijn meningen te meten met die van anderen en zonodig in te wisselen voor een betere mening. Kwam Jones met het verspreiden van desinformatie jarenlang weg, nu hij wordt aangesproken op haatspraak of aanzet tot haat lijkt ineens de maat vol te zijn. Als indirecte terechtwijzing van Trump? De maat die allang vol was, maar eindelijk echt als vol bevonden wordt. 

Foto: Tweet van Joe Walsh, 9 augustus 2018.

Politieke marketing. PVV profileert zich met filmpje tegen de islam. En roept voorspelbare reacties op

Het is de PVV weer gelukt. Aandacht met een reclamespotje over de islam. Een bericht op nu.nl zegt dat het tot ophef leidt. Dat zal de bedoeling geweest zijn. Het werd uitgezonden in de zendtijd voor politieke partijen.

De reacties zijn voorspelbaar. En een prima middel voor politieke partijen om zich scherp te profileren in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. Premier Rutte vindt het filmpje onsmakelijk en laat het daarbij. D66 vindt dat het te ver gaat en heeft een tegenfilmpje in elkaar geflanst dat zegt dat Nederland gaat voor vrijheid, gelijkheid en tolerantie. Dat valt met enige moeite als reactie op het filmpje van de PVV te zien. Maar Geert Wilders zal beweren dat hij ook voor vrijheid, gelijkheid en tolerantie is, en juist daarom tegen de islam is. D66 laat zich framen door het geschreeuw van de PVV om er electorale winst uit te halen. Haagse islamitisch geïnspireerde Islam Democraten vinden dat de NPO het filmpje niet had mogen uitzenden. Maar daarmee geven ze aan niet te begrijpen hoe Nederland werkt. Met hun reactie spelen ze de PVV in de kaart.

Wat vind ik ervan? Het filmpje maakt een politiek statement door kenmerken op te noemen die volgens de PVV karakteristiek zijn voor de islam. Daarmee kan met het oneens zijn, maar het moet gezegd kunnen worden. Het heeft het niet over gelovigen, maar over een religieuze organisatie die de islam is. Of zoals de PVV het liever omschrijft, een ideologie. Er is geen verwijzing naar Nederland, zodat het niet eens duidelijk is of dit campagnefilmpje wel over Nederland gaat. Het filmpje roept niet op tot haat. Uiteraard bestaat er geen islam die wereldwijd dezelfde verschijningsvorm heeft. Bij elk kenmerk kan men dan ook toevoegen: of niet.

Maar het is goed dat dit filmpje gemaakt wordt. Het benoemt een al bestaande maatschappelijke vraag die vanwege allerlei taboes maar niet afdoende beantwoord wordt. Namelijk of ‘de islam’ verenigbaar is met democratie. Toch valt niet in te zien dat dit filmpje dat debat ook maar op enigerlei wijze dichterbij brengt. Integendeel. Partijen kruipen in de loopgraven van een pro- of anti-islam kamp. Met de paradox dat de islam zich aan inspectie onttrekt. Een echt antwoord zal waarschijnlijk genuanceerd zijn en uit grijstinten bestaan.

Politiek is niet voor bange mensen. Een wereldreligie met veel macht staat niet boven de wet en gelovigen en vertegenwoordigers ervan moeten tegen een stootje kunnen. Ze kunnen hun gelijk niet claimen vanuit hun gelijk. Bij kritiek moeten ze het debat aangaan en hun argumenten presenteren en in een betoog gieten. Het wachten is op vergelijkbare filmpjes met kenmerken voor christendom, neoliberalisme, sociaal-democratie, atheïsme, rechts-extremisme of vrijzinnigheid. De PVV heeft satire een voorzet voor open doel gegeven.

Westerse overheden moeten islamhervormers als Tarek Fatah steunen. Ze bieden een weg tussen islamisme en populisme

De Canadees-Pakistaanse schrijver Tarak Fatah is een islamitische hervormer en mensenrechtenactivist. Hij komt op voor zijn geloof, maar heeft het niet zo op regimes en geestelijken die volgens hem zijn geloof kapen en een slechte naam bezorgen. Als progressieve denker heeft hij evenmin een goed woord over voor politici die de islam in bescherming nemen en de hervorming ervan helpen blokkeren. Legendarisch is zijn terechtwijzing van de liberale senator Grant Mitchell in 2014 in een hoorzitting in de Canadese senaat. Ook een woordenwisseling uit lijfsbehoud omdat hervormingsgezinde moslims die te ver van de hoofdstroom afdwalen dat met hun leven kunnen bekopen. Schrijnend dat een liberale senator daar de aanstichter van was.

Volgens Tarek Fatah is in de kern de islam een religie als alle andere geloven, maar is het wel diepgaand gecorrumpeerd. En dat al meer dan 1400 jaar lang. Zo wordt voor aanvang van het vrijdaggebed wereldwijd opgeroepen om de ongelovigen te verslaan. Dat is geen oproep die past bij een geloof dat over zichzelf verkondigt vredelievend en tolerant te zijn. Want op die manier is het dat niet. De islam volgt een merkwaardige agenda en heeft raakvlakken met het (pseudo-)populisme van Wilders, Trump of Le Pen. ‘De islamisten en de populisten zitten in hetzelfde schuitje: ze vinden die moderne, open wereld maar moeilijk te vatten’, zo zei de Duitse neoconservatieve historicus Paul Nolte in 2016 een interview met Trouw. Zie hier mijn commentaar over populisten en islamisten die de moderniteit niet bij kunnen benen.

Interessant aan hervormers als Fatah die de moderne wereld omarmd hebben -en pleiten voor het secularisme waar een hervormde islam een plek kan vinden- maar ook Ziauddin Sardar, Salim Mansur of de in 2010 overleden Nasr Abu Zayd is dat ze een middenweg vinden tussen het actieve islamisme of de afwachtende islam, en het populisme dat de islam en migratie gebruikt om zich tegen af te zetten. Tien jaar geleden werd de Turkse president Erdogan door progressieve knuffelaars als Frans Timmermans op het schild gehesen als iemand die in Turkije bezig was een soort islam-democratie te ontwikkelen. Dat idee is pijnlijk doorgeprikt.

Voor iedereen die niet mee wil gaan in de naïviteit -of het politieke opportunisme- van Timmermans of Grant Mitchell en de islamhaat van Wilders, Trump, Marine Le Pen en Oost-Europese leiders is het goed om te weten dat er een derde weg is: de hervormingsgezinde islam die zich zonder politieke en gecorrumpeerde agenda als geloof probleemloos kan voegen in het secularisme. Dus de nationale rechtsstaat. Westerse overheden zouden hervormers als Tarik Fatah meer moeten steunen dan ze nu doen. Trouwens niet te verwarren met   valse profeten als Tariq Ramadan die de moderniteit naar de islam willen brengen, maar niet de islam naar de moderniteit en het secularisme. Als overheden de financiële en politieke steun die nu naar islamistische landen als Saoedie-Arabië stroomt om zouden leiden naar vertegenwoordigers van de hervormingsgezinde  islam, dan zou dat iedereen enorm van dienst zijn. Op de islamisten en de populisten na. Dat er niet gekozen wordt voor zo’n voor de hand liggende oplossing geeft te denken over het inzicht van westerse overheden.

EU moet zich weerbaar opstellen in de publiciteit. Door oprichting van publicitaire agentschappen per land

hdv

Journalist Hans de Vreij wordt kotsmisselijk van columnisten met hun goedkope PVV-praatjes die de EU afspiegelen als een elitair wangedrocht. Hij verwijst naar Leon de Winter en Nausicaa Marbe in De Telegraaf en Özcan Akyol in Nieuwe Revu. De Vreij heeft gelijk, de rechtse praatjes zijn aardig voor politieke doeleinden, maar hebben weinig met de realiteit te maken. Dat dringt echter onvoldoende door tot de publieke opinie.

De EU heeft het ook aan zichzelf te wijten dat deze rechtse praatjesmakers zoveel aandacht krijgen. Hier  kunnen nog elitaire praatjesmakers als Thierry Baudet en Jort Kelder aan toegevoegd worden die het in een omkering van alle waarden opnemen voor de massa. Zoals Eton-boy Boris Johnson die met een zilveren lepel in de mond geboren is zich het liefst door het werkvolk liet toejuichen. Als hoogste graad van camp.

Er bestaan twee misverstanden over de EU die rechtgezet moeten worden. Namelijk dat het ondoelmatiger en stroperiger is dan andere overheidsinstellingen en een bureaucratisch monster zou zijn. Dat is de EU niet. Inclusief nationale ambtenaren die voor de EU werken heeft het 170.000 ambtenaren. Ze bedienen meer dan 508 miljoen inwoners en 28 lidstaten. Ter vergelijking, de gemeente Amsterdam telt 1,5 miljoen inwoners en heeft 13.770 ambtenaren. De EU is 28 maal slanker dan het ambtenarenapparaat van Amsterdam.

Daarnaast is het niet de bureaucratie van de EU die bepaalt wat de nationale staten moeten doen, maar is het andersom. De regeringsleiders bepalen de ruimte die de EU kan nemen. Als het fout gaat bij de bewaking van de buitengrenzen dan komt dat niet omdat de EU er een potje van gemaakt heeft, maar omdat de nationale staten ondanks herhaalde waarschuwingen en smeekbeden van de EU onvoldoende middelen aan de uitvoerende dienst Frontex  beschikbaar hebben gesteld om de buitengrenzen te bewaken. De logica van de relatie van de EU en de natiestaat is dat vervolgens de EU de schuld krijgt. En omdat de publieke opinies per land functioneren schuiven de regeringsleiders de Zwarte Piet onterecht naar het abstracte Brussel door.

Wat te doen? De EU moet per land een publicitair agentschap opzetten dat actief deelneemt aan het publieke debat. Dat gaat dus verder dan monitoren alleen. Dat kost dan een paar honderd ambtenaren extra. Ze dienen de fabels van de politieke partijen en hun volgelingen die een loopje met de waarheid nemen door te prikken em te corrigeren. Maar ook de onzinverhalen van de nationale regeringsleiders die hun eigen onvermogen en gebrek aan inspanning zo graag afschuiven op de EU. Dat moet door het sec geven van feiten en context.

Het bestaan van de publicitaire agentschappen krijgt zo een preventief karakter. Het gaat er niet om dat ze het beter weten en zich verliezen in eindeloze discussies. Ze moeten zich liefst verre houden van de nationale politieke discussie. De EU wordt door alle economische tegenwind en de slechte voorlichting niet meer vanzelf geaccepteerd en dient zichzelf schrap te zetten tegen aanvallen die misleidend zijn omdat ze bewust de feiten verkeerd voorstellen. Met als doel de EU uiteen te laten vallen. Een democratie die zichzelf serieus neemt is weerbaar en moet zich daarom ferm en zelfbewust gedragen. Weerloosheid is voor de EU niet langer de optie.

Foto: Tweet van Hans de Vreij, 1 juli 2016.