George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Projectontwikkeling

Is de verhuizing van de Kunstuitleen Utrecht naar landhuis Oud Amelisweerd een verstandige, wezenlijke en blijvende oplossing?

with 2 comments

Het gemeentebestuur van Utrecht worstelt met de bestemming van landhuis Oud Amelisweerd in Bunnik waarvan het eigenaar is. Na het faillissement in 2018 van de Stichting Museum Oud Amelisweerd is het op zoek naar een nieuwe bestemming. Maar daartoe moeten knopen worden doorgehakt. Daar is het Utrechtse gemeentebestuur blijkbaar nog niet toe in staat. Uit het bericht in DUIC blijkt dat Kunstuitleen Utrecht een jaar lang gebruik kan maken van het landhuis. Hiermee zit het in een erg ruim en duur jasje. Eerder was de Kunstuitleen Utrecht onder meer gevestigd op Maliebaan 42, het Fentener van Vlissingenhuis, dat niet toevallig evenals landhuis Oud Amelisweerd eerder beheerd werd door het Centraal Museum. Volgens een afspraak uit 1951 zou de gemeente dit majestueuze pand een culturele bestemming geven, maar begin 2018 lapte de gemeente Utrecht deze afspraak eenzijdig en naar het idee van cultuurminnend Utrecht onnodig aan haar laars. De verhuizing kan opgevat worden als een genoegdoening voor de Kunstuitleen. Er kunnen veel woorden worden besteed aan dit dossier dat een aaneenrijging van blunders en halfzachte oplossingen is, maar de onmacht van het Utrechtse gemeentebestuur is onderhand te groot om het nog in woorden te vatten.

Mijn reactie bij het artikel: ‘Is dit een blijvende oplossing voor de bestemming of eerder het uitstel van een oplossing en een uitstel van het doorhakken van een knoop? Ofwel, kick the can down the Bunnik-road. Het blijft een lastig dossier waarin het Utrechtse gemeentebestuur al sinds 2011 de weg kwijt is.

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Kunstuitleen Utrecht in landhuis Oud Amelisweerd’ in DUIC, 29 januari 2019.

Advertenties

Nieuw particulier Zero-museum moet in Deventer jaarlijks 100.000 bezoekers trekken. Ook met Armando

with one comment

De gemeente Deventer krijgt in het voormalige Hegius-schoolgebouw in 2020 een nieuw particulier museum dat is gewijd aan de Zero-beweging. De naam is EICAS Museum, dat betekent ‘European Institute for Contemporary Art en Science. Diepenvener Koos Hoogland en Deventer vastgoedondernemer Gaby Bosch zijn de initiatiefnemers. Hoogland denkt straks ‘moeiteloos’ 100.000 bezoekers per jaar te halen, aldus een bericht van RTV Oost. Hij moet concurreren met De Fundatie in Zwolle, More in Gorssel, Kröller-Müller in Otterlo en Coda in Apeldoorn. In het complex komen ook appartementen en penthouses om het plan financieel rond te krijgen. Oud-museumdirecteur Diana Wind is in de Raad van Advies de museale expert.

Kortom, het betreft een particulier initiatief met commerciële en artistieke belangen dat het gemeentebestuur van Deventer omarmt. Opvallend en tekenend voor de ontstaansgeschiedenis is dat vastgoedwethouder Jan Jaap Kolkman namens het gemeentebestuur verantwoordelijk is voor dit project en niet cultuurwethouder Carlo Verhaar. Kolkman worstelt zichtbaar met de terminologie van de kunstsector en suggereert dat de Zero-kunst hedendaagse en actuele kunst is en niet historisch gefundeerd. Maar het omgekeerde is waar.

Volgens Hoogland wordt de collectie ‘samengesteld uit de verzamelingen van verschillende collectioneurs’. Ook de naam Armando valt. De Armando Stichting is sinds het verbreken van de bruikleenovereenkomst in maart 2018 met het inmiddels failliet gegane Museum Oud-Amelisweerd in Bunnik op zoek om haar collectie van Armando’s werken in een ander museum onder te brengen. Die plek lijkt nu gevonden in Deventer.

College Utrecht misleidend over eigen museaal vastgoed. Verkoop Maliebaan 42 ondanks afspraken over culturele bestemming

with 3 comments

De kwestie in Utrecht over de bestemming van Maliebaan 42 gaat een nieuwe fase in. Hier een commentaar van 10 februari 2018 erover. Bekend is geworden dat de opbrengst van de verkoop van 1,9 miljoen euro aan de nabestaanden van de schenker in 1951 Frits Fentener van Vlissingen dient om de tekorten van gebouw TivoliVredenburg aan te zuiveren. Dit ondanks de verplichting van een notariële akte uit 1951 waarmee de gemeente Utrecht de verplichting en verantwoordelijkheid op zich nam er een culturele bestemming aan te geven. Het Utrechtse college breekt daar nu mee. DUIC besteedde er gisteren in een artikel aandacht aan.

Het ongenoegen in cultureel Utrecht over dit besluit van het gemeentebestuur (D66, GroenLinks, VVD en SP) is groot. Mede omdat geld voor kleinere projecten ontbreekt vanwege de door het college slecht bestuurde grote projecten (Uithoflijn) die forse tekorten en overschrijdingen opleveren. Wethouder Paulus Jansen (SP) die verantwoordelijk is voor het vastgoed is de woordvoerder in deze kwestie. Het lijkt er sterk op dat hij een loopje neemt met de waarheid en gemeenteraad en inwoners van Utrecht misleidt. Mijn reactie op DUIC:

Afspraak is afspraak. Over een notarieel vastgelegde afspraak kan geen misverstand ontstaan. Die moet te allen tijde nageleefd worden. Maar een wethouder denkt het beter te weten en de afspraak in de wind te kunnen slaan. Hij denkt zich niet aan de afspraak te hoeven houden.

Hiermee schaadt het gemeentebestuur het vertrouwen in het openbaar bestuur. Dat valt dit college aan te rekenen. Want wie schenkt nog een waardevol gebouw of een kunstwerk aan de gemeente als het beeld ontstaan dat de gemeente Utrecht het vervolgens verjubelt op de commerciële markt?

Men zou nog kunnen redeneren dat enige pragmatiek geboden is en een notariële akte van 67 jaar oud opnieuw tegen het licht moet kunnen worden gehouden door veranderde omstandigheden. Daar moeten zwaarwegende argumenten voor gelden. Maar het valt niet in te zien dat er in dit geval zwaarwegende argumenten zijn die de ontbinding van de akte mogelijk maken. Het is eerder andersom, er is een tekort aan ruimte voor culturele initiatieven in de stad. Daar zou Maliebaan 42 in kunnen voorzien.

Wat het gemeentebestuur van Utrecht doet is een lose-lose situatie. Het toont zich onbetrouwbaar door afspraken niet na te komen en het onttrekt een waardevol gebouw dat onderdeel vormt van het Utrechtse erfgoed aan de openbaarheid. Het gemeentebestuur schiet met dit besluit door in de economisering van de politiek.

Het argument van wethouder Jansen dat de gemeente geen ‘overbodig’ vastgoed in portefeuille wil hebben is misleidend en onjuist. Jansen is onvolledig en onwaarachtig in zijn gespeelde logica.

Het gebouw van het Centraal Museum aan de Agnietenstraat is immers ook eigendom van de gemeente Utrecht. Ook na verzelfstandiging. Hetzelfde geldt voor het landhuis Oud-Amelisweerd in Bunnik waar nu de exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd museum houdt. Dat gebouw is met een investeringssubsidie in het vastgoed van de gemeente Utrecht van meer dan 1,6 miljoen euro recent opgeknapt. Het is eigendom van de gemeente Utrecht.

Dus de gemeente Utrecht heeft nu al het Centraal Museum en landhuis Oud Amelisweerd in eigendom. In beide gebouwen is een museum gevestigd. Dat dit principieel voor Maliebaan 42 niet zou kunnen gelden omdat de gemeente Utrecht voor een museum of culturele bestemming het eigen vastgoed niet bestemt of aanhoudt, is dus een verkeerde voorstelling van zaken van wethouder Jansen.

Het besluit van de wethouder Jansen om de afspraak uit de akte van 1951 niet na te komen vraagt om een toetsing door de bestuursrechter. Met als inzet het terugdraaien van het besluit. In die procedure kan ook Jansens argumentatie over de bestemming van gemeentelijk vastgoed worden betrokken. De vraag is of er nog wel sprake is van zorgvuldig bestuur.

De inwoners van Utrecht die beseffen wat burgerplicht, maatschappelijk besef en historisch geheugen van een stad zijn, kunnen dit besluit niet over hun kant laten gaan. Het is werkelijk te absurd voor woorden.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel1,9 miljoen euro naar TivoliVredenburg door verkoop Fentener van Vlissingenhuis’ op DUIC, 5 maart 2018.

Pleidooi voor museum in Maliebaan 42 te Utrecht. Kiest politiek voor concentratie of fragmentatie van culturele instellingen?

with 8 comments

Mijn gedachten als inwoner van Utrecht gaan over het cultuurbeleid en de culturele infrastructuur van het gemeentebestuur van Utrecht. Dit naar aanleiding van een oproep op DUIC om het pand Maliebaan 42 dat eigendom van de gemeente is niet te verkopen, maar een culturele bestemming te geven. Zoals de gemeente in 1951 in een vastgelegde afspraak trouwens heeft beloofd en nu lijkt te zijn vergeten. Ik ken Maliebaan 42 nog als dependance van het Centraal Museum met de Lion Cachet kamer waar middelgrote, vooral educatieve tentoonstellingen voor scholen werden ingericht. Utrecht is een stad waarvan het bestuur groot denken met klein handelen combineert. Het bestuur denkt dat de stad met 350.000 inwoners groot genoeg is om culturele instellingen door de stad heen te verspreiden. Ik denk daar anders over. Mijn reactie op DUIC:

Goed idee. Maliebaan 42 was voordat de Kunstuitleen er intrek nam een depandance van het Centraal Museum. Met spraakmakende tentoonstellingen van toenmalig conservator Hans Taets van Amerongen die zich er helemaal in zijn element voelde. Met een doos met zilver in zijn handen kleurde hij het gebouw in. Dat was de tijd dat een voorloper van Downton Abbey op de televisie werd vertoond: Upstairs, Downstairs met de familie Bellamy.

Zoals uit een eerder artikel van Arjan den Boer uit 2015 op DUIC blijkt is het nog maar helemaal de vraag of de gemeente Utrecht Maliebaan 42 zomaar kan verkopen op de commerciële markt. Want de familie Fentener van Vlissingen bood het de gemeente aan als afscheidscadeau ‘voor culturele doeleinden’. De gemeente accepteerde het in 1951 en een en ander werd notarieel vastgelegd.

Maliebaan 42 is dus geoormerkt en het is de vraag wat zwaarder weegt: een officieel vastgelegde afspraak uit 1951 tussen gemeente Utrecht en de familie Fentener van Vlissingen of de waan van de dag van nu. Het is hoe dan ook merkwaardig dat het huidige gemeentebestuur geen historisch geheugen heeft en meent voorbij te kunnen gaan aan bestaande afspraken.

Kortom, het is schrijnend dat ‘prominente Utrechters’ de gemeente Utrecht moeten wijzen op de culturele bestemming die op Maliebaan 42 rust en het gemeentebestuur dat niet zelf beseft. Of net doet alsof het dat niet beseft.

Burgers moeten zich houden aan afspraken die het met het openbaar bestuur maakt. Evenzo moet het openbaar bestuur zich houden aan afspraken die het met de burgers maakt. De integriteit van de gemeente Utrecht is hier aan de orde. Of liever gezegd, de inspanning die het gemeentebestuur zich wil getroosten om zich daaraan te houden.

Deze kwestie staat niet op zichzelf. Het huidige gemeentebestuur is terughoudend met initiatieven om eraan mee te werken om bestaande gebouwen een culturele bestemming te geven. Zo lijkt het plan om filmtheater ’t Hoogt te huisvesten in de wat architectuur, grootte en omgeving betreft perfect passende City-bioscoop aan de Voorstraat kansloos door gebrek aan medewerking van het gemeentebestuur.

Het gemeentebestuur zet in op het combineren van stadsontwikkeling en culturele bestemming. Dat houdt in dat culturele organisaties instrumenteel worden gemaakt om een buurt te helpen ontwikkelen. Zoals het gebied rond de Metaal Kathedraal in De Meern of een gebied bij de Croeselaan waar een kunsthal moet komen. De economisering van de politiek is hierbij leidend voor het gemeentebestuur. Het houdt van grootse ingrepen in de stedelijke infrastructuur en afgeronde projecten, maar niet van verplichtingen en losse eindjes.

Een en ander heeft echter als gevolg dat het culturele belang van de binnenstad afneemt en er diverse kernen ontstaan die eraan mee moeten helpen om de stad te ontwikkelen. Dat zijn geen van onderop ontstane initiatieven die organisch groeien, maar door de gemeente gestuurde en ‘overgenomen’ projecten. Die sturing van de gemeente die kunst inzet voor stadsontwikkeling loopt niet in alle gevallen synchroon met de behoeften en de belangen van de culturele instellingen zelf. De gemeenteraad gaat daar te lichtvaardig mee om.

Culturele instellingen moeten het hebben van kruisbestuiving met elkaar en met de samenleving. Als een Centrum voor Film- en Beeldcultuur, zoals het voorgenomen profiel is van filmtheater ’t Hoogt, straks aan de rand van de stad wordt gehuisvest, dan wijst dat op twee ontwikkelingen. In de binnenstad verdwijnt opnieuw een culturele instelling zodat het soortgelijk cultureel gewicht van de binnenstad afneemt. En zo’n instelling aan de marge kan niet optimaal profiteren van de samenwerking en wisselwerking met de grote Utrechtse culturele instellingen Muziektheater – Stadsschouwburg – Centraal Museum, en de publieksstromen die dat opleveren.

Bouwen in de binnenstad of aan de randen van de binnenstad is in Utrecht duur. Bouwen van culturele instellingen aan de rafelranden is goedkoper, maar bergt een gevaar in zich. Het kan leiden tot fragmentarisering van het culturele aanbod. Zodat culturele instellingen elkaar niet langer kunnen versterken. En de marketing (stadspromotie) voor een onmogelijke taak staat om het hele mozaïek eenduidig te benaderen en het publieksbereik afneemt doordat er in Utrecht geen kritische massa is van culturele instellingen die elkaar versterken. Er is dan geen Utrechts kunstklimaat meer, maar diverse kunstklimaatjes die nog slechts los met elkaar samenhangen. De kunst wordt zo verbuurt, ondergeschikt gemaakt aan stadsontwikkeling en kan geen eigen smoel meer tonen.

Maliebaan 42 kent dus meerdere invalshoeken. Naast de afspraak uit 1951 van een culturele bestemming dat een private partij aan de gemeente schonk die het huidige gemeentebestuur eenzijdig en onrechtmatig dreigt op te zeggen, is er het bredere belang van de meest verstandige inrichting en diversificatie van de culturele infrastructuur. Aansluiting bij stadsontwikkeling en samenwerking met projectontwikkelaars lijkt voor de korte termijn een aantrekkelijke optie in het ontwikkelingen en herplaatsen van culturele instellingen, maar kan voor de lange termijn een valkuil en een afdwaling van de rechte weg zijn. De vraag is of Utrecht groot genoeg is om het culturele aanbod te versnipperen, en daar zelfs actief beleid op te voeren. De vraag stellen is de vraag beantwoorden.

Als de Utrechtse gemeenteraad dat bredere debat over de culturele infrastructuur dat verder gaat dan het voorop zetten van budgettaire randvoorwaarden maar voert en goed beseft dat op termijn goedkoop kan verkeren in duurkoop. Dan kan de raad tevens laten zien dat het meer historisch geheugen heeft dan het huidige gemeentebestuur.

Foto: Schermafbeelding van artikelProminente Utrechters willen museum in Fentener van Vlissingenhuis’ op DUIC, 10 februari 2018.

Petitie ‘Brouwerseiland welkom’ van SP Schouwen-Duiveland is niet wat het lijkt

with 9 comments

Gisteren stuurde ik Anita de Vos van SP Schouwen-Duiveland een tweet omdat ik m’n ogen niet geloofde toen ik bovenstaande petitie las. Het gaat over het project Brouwerseiland. NOS zegt er in een bericht over: ‘Het Brouwerseiland is een recreatieproject waarbij verschillende eilandjes in het Grevelingenmeer gebouwd worden, met daarop zo’n 350 vakantiewoningen en horeca, maar ook aanlegsteigers en een nieuwe jachthaven. Het hele project gaat zo’n 180 miljoen euro kosten.’ Megalomaan noemen critici het. Er is veel weerstand onder de bevolking tegen dit project, maar politiek is een minderheid (6 van de 23 zetels) in de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland tegen: PvdA, SP, Alert en D66. Naar verwachting stemt de raad van Schouwen-Duiveland op 29 juni in een vergadering definitief voor het project. Maar waarom stelt de SP-fractievoorzitter de petitie op als haar partij tegen is? De Vos verwijst in haar antwoord naar een persbericht.

Het persbericht heeft een pirandelleske titel: ‘OP ZOEK NAAR VOORSTANDERS VAN BROUWERSEILAND’. Anita de Vos zegt geen voorstander te zijn: ‘Voor alle duidelijkheid, ik ben absoluut geen voorstander van de komst van Brouwerseiland. Nooit geweest, en ik ga zeker niet meer van standpunt veranderen. Ik kan mij namelijk echt geen enkele reden bedenken waarom Brouwerseiland een positieve ontwikkeling zou zijn voor Schouwen-Duiveland.’ De Vos legt uit dat ze uit haar eigen kring stapte en ‘in de supermarkt, op Facebook, in de stad, op het schoolplein, bij de benzinepomp, op het strand, in het bos’ op zoek ging naar voorstanders, maar ze niet vond. Ze zitten blijkbaar alleen bij de lokale VVD, Leefbaar partij S-D, CDA, SGP en CU.

Dan komt de aap uit de mouw van Anita de Vos: ‘Afgelopen weekend had ik opeens een idee. In een uiterste poging om mensen te vinden, die mij kunnen uitleggen waarom we zouden moeten instemmen met Brouwerseiland, heb ik toen een petitie aangemaakt. Het voelde wel wat ongemakkelijk hoor, een petitie vóór Brouwerseiland. Beetje spannend ook wel. Stel je voor, dat er opeens uit allerlei hoeken en gaten voorstanders tevoorschijn komen die, na zich jarenlang schuil te hebben gehouden in de overtuiging dat het project er ‘toch wel zou komen’, zich opeens hardop en in het openbaar zouden uitspreken vóór dit plan? Stel je voor dat ze echt bestaan. Mensen die met volle overtuiging èn een goede onderbouwing zeggen dat Brouwerseiland er moet komen.’ Maar dat gebeurde niet. De petitie heeft tot nu toe 1 ondertekenaar.

Is de handelswijze van De Vos verstandig? Voor haar opstelling pleit dat ze in de petitie niet zegt dat ze voorstander is, maar de voorstanders een podium wil bieden. Toch is het merkwaardig dat ze als tegenstander een petitie opstelt waar voorstanders op kunnen reageren. Dat kan opgevat worden als provocatie. In de zin dat ze anderen uitdaagt zich bekend te maken. Het verbindt haar partij met een standpunt dat het niet inneemt. De petitie komt waarschijnlijk voor uit machteloosheid omdat volgens De Vos in het persbericht de voorstanders tijdens de procedure weigerden te reageren op inhoudelijke kritiek. Dan ontstaat de situatie dat de meerderheid van de bevolking tegen is, maar een zwijgende meerderheid van de politieke partijen die het besluit neemt voor is. Wordt hiermee de aloude tegenstelling tussen arbeid en kapitaal bevestigd?

Foto 1: Schermafbeelding van petitieBrouwerseiland welkom’ van Anita de Vos (fractievoorzitter SP Schouwen-Duiveland) gepubliceerd op 26 juni 2017.

Foto 2: Tweets tussen George Knight en Anita de Vos, 26 juni 2017.

Utrechtse Vredenburgplein: plek voor kunst. Succesvol project in de openbare ruimte?

with 4 comments

Update 20 september 2018: Er is kritiek op het kunstwerk ‘Markt Mozaïek’ van Jennifer Tee op het Utrechtse Vredenburgplein. De zichtbaarheid zou ontbreken en de half miljoen graniettegels zouden vervuild of lastig schoon te houden zijn. In de Utrechtse raad hebben SP en GroenLinks schriftelijke vragen gesteld. Zijn er fouten gemaakt en waren die te vermijden geweest? In een commentaar van 3 juni 2017 voorspelde ik de mislukking en legde die bij de tunnelvisie van het toenmalige stadsbestuur die te strikte randvoorwaarden aan de kunstenaars oplegde. Is dat niet de essentie van de problemen en zou daar het debat niet over moeten gaan in plaats van over de kosten en details van de uitvoering? Maar dat vraagt zelfreflectie van de raad. 

In een brief aan de Utrechtse raad informeert wethouder Victor Everhardt (D66) ‘over de voortgang van het traject ‘Kunst op het Vredenburgplein’ en de herinrichting van het plein’. Vijf kunstenaars zijn geselecteerd ‘door de kunstadviseurs van het Artistieke Team in samenwerking met een kunstbegeleidingsgroep (bewoners, (markt)ondernemers en andere gebruikers)’. Het zijn Krijn de Koning (Nederland, 1963), Jennifer Tee (Nederland, 1973), Inti Hernandez (Cuba, 1976), Lucas Lenglet (Nederland, 1972) en Jon Rafman (Canada, 1981). Everhardt is verantwoordelijk voor het stationsgebied en niet voor cultuur. Cultuurwethouder is Kees Diepeveen (GL). In het verlengde hiervan is de gemeente een publieksactie begonnen om dit project onder de aandacht te brengen. Ook niet-Utrechters met een email adres kunnen tot 19 juni een stem uitbrengen.

Kunst in de openbare ruimte is door de uiteenlopende belangen vaak een ongelukkige combinatie. Dat vertaalt zich in een stroperige besluitvorming met een groot aantal betrokkenen met uiteenlopende belangen. Dat maakt het in Nederland bijna onmogelijk om er een succes van te maken. Vaak wordt niet het artistiek beste project gekozen. En dit staat nog los van de voorselectie door een projectgroep waar economische, ruimtelijke en politieke belangen moeten worden afgewogen zonder dat dit in de openbaarheid komt.

Ook het Vredenburgplein als ‘Plek voor Kunst’ is een weerbarstig project. De aap komt uit de mouw in de randvoorwaarden die Everhardt in zijn brief schetst: ‘De opdrachtomschrijving (..) is afgestemd op de diverse randvoorwaarden die op het plein van toepassing zijn zoals het tijdig kunnen realiseren van 65 standplaatsen, 14 bomen en voldoende zitgelegenheid. Hierover zijn ook afspraken gemaakt met de markt, initiatiefnemers, ondernemers en aanwonenden.’ De kunstenaars zijn met deze opdracht aan handen en voeten gebonden en kunnen niet ‘royaal’ uitpakken. Door de randvoorwaarden wordt het kunstwerk bij voorbaat ingeperkt. Vooral in volume. Niet dat kunstenaars die in de openbare ruimte werken dit niet gewend zijn, maar als voorwaarden te beperkend zijn verschuift de aandacht naar de vraag welke belangen ermee gediend worden. Een en ander roept vooral de vraag op waarom niet voor een plek in het centrum van Utrecht is gekozen waar voorwaarden minder beperkend zijn en de kunstenaars beter kunnen uitpakken. Met een beter kunstwerk tot gevolg.

Daarbij komt dat op de ruimtelijk denkende Krijn de Koning na de geselecteerde kunstenaars als een vorm van micky mousing kiezen voor het vanzelfsprekende en dat herhalen. Ze verliezen zich in sociaal gerichte kunst die onnodig fragmenteert op een toch al zo lastig plein. Ze voegen geen extra dimensie (beeldbepalend, herkenbaarheid, architectonische stevigheid) toe aan de plek of durven daar haaks op te staan, maar herhalen wat het al is: een ontmoetingsplek. Daardoor verzuipt hun kunst in de plek tussen de bouwvolumes. De Koning valt te prijzen omdat hij er als enige naar streeft om een beeldend werk te maken dat de functie van de plek niet herhaalt, maar overstijgt. Maar ook hij heeft het te stellen met beperkende randvoorwaarden.

Stemmen kan hier tot en met 18 juni 2017.

College Amersfoort stoot atelierruimte af ondanks toezegging niet te bezuinigen op cultuursector. Kunstenaars protesteren

leave a comment »

sa

De Stad Amersfoort zet in een bericht op een rijtje hoe beeldende kunstenaars Amersfoort verlaten. Reden is het gebrek aan atelierruimte. Het college van D66, VVD, ChristenUnie en PvdA stoot atelierruimte af en brengt die op de markt waardoor kunstenaars op straat komen te staan. Meer dan 35 kunstenaars zouden op zoek zijn naar atelierruimte. Coalitieakkoord ‘2014-2018 – Samen maken we de stad’ zegt over de cultuursector: ‘De culturele sector in Amersfoort heeft de laatste jaren budget moeten inleveren. De coalitie legt geen nieuwe bezuinigingen op aan de cultuursector.’ Het lijkt er echter sterk op dat het afstoten van atelierruimte door het college een verkapte bezuiniging op de cultuursector is en het college in strijd met de eigen voornemens handelt. Want bezuinigingen buiten de cultuurbegroting om die via het gemeentelijk vastgoedbedrijf  lopen zijn wel degelijk op te vatten als nieuwe bezuinigingen die het college oplegt aan de cultuursector.

Illustratief voor het wispelturige Amersfoortse cultuurbeleid is het lot van de Elleboogkerk die in de verkoop staat voor 1.495.000 euro. Tot een brand in 2007 was er het Armandomuseum gevestigd. De brochure zegt: ‘De cascorestauratie is deels gebaseerd op plannen voor de herhuisvesting van het Armandomuseum die uiteindelijk geen doorgang heeft gevonden.’ Te elfder ure blokkeerde het college om economische redenen de herhuisvesting. In 2010 noemde de toenmalige directeur van de cultuurkoepel Amersfoort-in-C het eenzijdig opzeggen van een prestatieovereenkomst door het college ‘onbehoorlijk bestuur. Het gevolg was dat het Armandomuseum ondanks beloften dat het museale huisvesting in Amersfoort geboden moest worden de stad werd uitgejaagd naar Bunnik. Het vestigde zich in landhuis Oud Amelisweerd waar het onder een andere naam geen toekomst kon opbouwen. De gemeente Utrecht is nu bezig met een verkennend onderzoek voor het vinden van een nieuwe exploitant. En de Elleboogkerk staat 7 jaar later nog steeds in de verkoop.

Kunst is het slachtoffer. Wat opvalt is dat het college en de agerende kunstenaars kunst niet meer centraal stellen. Bijverschijnselen nemen het over. Het college is verblind door cijfers vanwege miljoenentekorten -die door slecht beleid op de projectontwikkeling zijn ontstaan- en kunstenaars bijten zich vast in hun protest. Zodat boekhouden, schuiven met begrotingsposten, procedures, verbijstering, ongenoegen en profilering komen te staan voor waar het om begonnen was: de kunst. Kunstenaar Ron Jager timmert met z’n Uncle Rons Hyperbolic Roadshow lekker aan de weg, maar of daarbij de kunst centraal wordt gesteld of die net als bij het college ook instrumenteel geworden is valt af te wachten. Maar het grootste verwijt treft achtereenvolgende colleges van Amersfoort die grillig, wisselvallig en op sommige momenten zelfs op onbehoorlijke wijze invulling hebben gegeven aan het cultuurbeleid. Met een kwalijke uitstraling tot buiten de gemeentegrenzen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelKunstenaars verlaten Amersfoort’ in De Stad Amersfoort, 25 januari 2o17.