Gedachte bij foto ‘Art class. Provincetown’s reputation as an art center provides ample income for several art schools. Outdoor classes are likely to pop up anywhere. Massachusetts’ (1940)

Art class. Provincetown’s reputation as an art center provides ample income for several art schools. Outdoor classes are likely to pop up anywhere. Massachusetts’, 1940 . Collectie: Library of Congress.

Het gaat in de titel om het begrip ‘reputatie’. De titel zegt: ‘De reputatie van Provincetown als kunstcentrum biedt voldoende inkomsten voor verschillende kunstacademies. Buitenklassen zullen waarschijnlijk overal opduiken’. Provincetown is een toeristische plaats op het uiterste puntje van schiereiland Cape Cod in Massachusetts.

De reputatie van Provincetown als kunstcentrum maakt het dus waarschijnlijk dat overal buitenklassen opduiken. Zoals op de foto op het witte strand van Provincetown. Maar dit roept allerlei vragen op. Wat zijn dat voor buitenklassen die meeliften op de reputatie van een stadje als kunstcentrum? De vervolgvraag is of deze buitenklassen de reputatie helpen verzwakken of versterken. Hoe lopen professionele en niet-professionele kunst door elkaar en hoe hebben ze invloed op elkaar via het scharnierbegrip ‘reputatie’?

Het is maar een kleine vraag bij deze intrigerende, documentaire foto van Edwin Rosskam. Kunst als bezigheid van toeristen en zingeving voor een vakantie. Het is augustus 1940. Op hetzelfde ogenblik wordt er gevochten in Europa. Dagjesmensen komen met de boot uit Boston. De ferry ‘Steel Pier’ ligt in de achtergrond gemeerd aan de pier. Portugese vissers hebben hun vis aan land gebracht. Op het strand van Provincetown is het tekenles. Dat tekent de sfeer. Ontspannen, artistiekerig en aanhakend bij vermaardheid. Zo terloops als het leven zelf.

Advertentie

Publiciteit rond tentoonstelling ‘Buitengewoon Stijlvol’ roept vraag op waar ‘doen aan kunst’ door amateurs toe leidt

De tentoonstelling ‘Buitengewoon Stijlvol’ in Amersfoort roept de vraag op wat het verschil is tussen een amateur- en een beroepskunstenaar. Het is een initiatief van stichting Special Arts Nederland dat bevordert ‘dat alle mensen met een handicap aan kunst kunnen doen en dat ze hun talenten daarvoor kunnen ontwikkelen.’ Een mooi streven dat speelt op het vlak van creativiteit, zelfontplooiing en therapie. Maar leidt dat ‘aan kunst doen’ tot ‘kunst’? Kan iedereen die ‘aan kunst doet’ kunstenaar genoemd worden zoals de Amersfoortse wethouder Bertien Houwing (D66) doet? Of is daar meer voor nodig en moet het verschil tussen amateur- en professionele kunst beter uit elkaar gehouden worden? Niet om een rangorde aan te brengen, maar om aan te geven dat deze twee soorten ‘kunst’ verschillend zijn en weinig gemeenschappelijk hebben.

De gezellige amateurkunst van het Shakespeare Theater Diever

Laatst sprak ik tijdens een treinreis met een professioneel fotograaf die beeldend kunstenaar is. We kregen het over het hardnekkige misverstand dat amateur en professional in zijn vak met hetzelfde bezig zouden zijn. Vanwege de uiterlijkheden ervan gaan de meeste amateurfotografen ervan uit dat dat zo is, maar de beroepsfotograaf ziet dat anders. Hij zag een wereld van verschil tussen wat amateurs en professionals doen.

De vermenging van amateur en professional is een misverstand. Ze hebben allebei bestaansrecht, maar zijn totaal verschillend. Vermenging komt het meest tot uiting als de uitoefening van het vak geen bijzondere ‘instap‘ vaardigheden vereist en daardoor laagdrempelig is. En dus iedereen kan gaan fotograferen, kleien, schilderen, gedichten schrijven, tekenen of toneelspelen. Maar ook zich een mening meent te kunnen vormen over voetbal, politiek, televisie, religie of welk academisch specialisme ook dat raakt aan het gewone leven.

Maakt het uit of in de kunsten amateurs en professionals in gescheiden werelden opereren? Amateurkunst gaat over het plezier ontlenen aan het beoefenen van een kunstdiscipline in de eigen vrije tijd zonder dat de kwaliteit vooropstaat. Beoefenaren en culturele amateur-instellingen vormen een maatschappelijk weefsel en een zinvol netwerk vormt. Het verslag van RTV Drenthe over het Shakespeare Theater Diever dat Romeo en Julia speelt laat in het midden of hier amateurs of professionals aan het werk zijn. Wellicht wordt voorkennis verondersteld over deze toneelverenging die al sinds 1946 optreedt. Hoe dan ook ontstaat ‘een heel gezellig sfeertje’. Professionele kunst gaat over het omgekeerde: aanscherpen, uitbenen en ter discussie stellen.

Pleidooi voor samenwerking kerk en professionele kunstenaars

Ik weet niet of dit de goede illustratie is van de stelling dat presentaties van hedendaagse kunst in kerken het aanzien meestal niet waard zijn. Wat des te opvallender wordt voor wie de rijke kunsttraditie van de kerken in ogenschouw neemt. Dat kwam gewoonlijk tot stand door opdrachten van kerkbesturen en hoge geestelijken met wat centen in de rok. Dat leverde topkunst op die eeuwen later nog steeds in gunstige zin opvalt.

Wat moeten we met de tentoonstelling van beeldend werk Prise de Conscience in een Protestante kerk in Gent? De toelichting geeft het antwoord. De meewerkende groep De Wolven van La Mancha organiseert evenementen ‘die een cross-over zijn van woord, muziek, en beeldende kunst’ en Abattoir d’Amisvoert onderzoek op het snijpunt van dilletantisme en professionele kunst.’ Sympathiek en zonder focus, is dat de verklaring voor het doorgaans lage niveau van presentaties van hedendaagse kunst in kerken?

Er is nog een verklaring: het teveel aan ruimte. Kerken worden steeds moeilijker gevuld. Het bezoek neemt af, de kern van gelovigen schrompelt ineen en de leegte neemt toe. Wie vult de leegte van de kerk op met kunst als de meerderheid van professionele kunstenaars eerder kiest voor andere levensbeschouwingen dan religie?

Oplossing is een reïntegratie van de artistieke professie in de kerk. Hiermee wordt niet het gebouw bedoeld, maar de sacrale plek van de levendige gemeenschap van gelovigen die midden in de samenleving staat. In een uitruil: de kerk biedt ruimte en onderdak en de professionele kunstenaars brengen de kwaliteit van vroeger terug die verder gaat dan ‘sympathiek‘ en ‘cross-over’. Kerk en kunstenaars worstelen elk met economische en maatschappelijke problemen. Ze zouden elkaar moeten kunnen vinden omdat ze elkaar aanvullen.