George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘ProDemos

Overheid, stimuleer naast bezoek Rijksmuseum voor scholieren ook bezoek aan een museum van hedendaagse kunst

with 3 comments

Het wordt druk in het Rijksmuseum in Amsterdam. En met 2,26 miljoen bezoekers per jaar is het al druk. Volgens directeur Taco Dibbets in een bericht in Het Parool ontving het Rijksmuseum in 2016 zo’n 150.000 leerlingen ‘in schoolverband’ en ‘daar kunnen volgens Dibbits nog makkelijk 100.000 bij’. Volgens het plan van de formerende partijen VVD, CDA, D66 en CU moet schoolgaande leerlingen ‘tijdens hun leerplichtige jaren’ het Rijksmuseum bezoeken. Er zijn volgens de opgave van het CBS in 2018 ongeveer 2,4 miljoen schoolgaande kinderen in de leeftijd 5-18 jaar. Dat betekent jaarlijks zo’n 184.000 leerlingen die langskomen in het Rijksmuseum. Als een bezoek verplicht wordt gesteld, wat nu (nog) niet het geval lijkt te zijn.

Het is onduidelijk hoe het bezoek van de 150.000 leerlingen in 2016 is samengesteld. Er kan sprake zijn van dubbeltellingen en leerlingen kunnen ouder dan 18 zijn (Pabo). Het jaarverslag 2016 geeft geen uitsluitsel. Het is onwaarschijnlijk dat van de 184.000 leerlingen die volgens het plan van de coalitie het Rijksmuseum moeten bezoeken, 150.000 leerlingen dat nu al doen. Want ze moeten ook uit Oostburg, Vlieland, Vaals of Delfzijl komen. En uit Rotterdam. Het valt niet in te zien dat dat nu al gebeurt. Het is de vraag of er meer of minder dan 100.000 extra leerlingen zijn om die 184.000 te halen. Omdat leerlingen ook de Tweede Kamer moeten gaan bezoeken waarschuwt volgens een bericht in het AD ProDemos -dat rondleidingen in de Tweede Kamer verzorgt- dat door de plannen daar capaciteitsproblemen kunnen ontstaan. ProDemos: ‘De grootste beperking zit nu bij de Kamer zelf, dus de capaciteit zal vooral daar groter moeten worden gemaakt’.

Een bezoek aan het Rijksmuseum is een goede zaak omdat het scholieren in contact brengt met kunst. En overigens ook met de hoofdstad van ons land. Maar er is een nadeel. Ofschoon het Rijksmuseum sinds de recente verbouwing een afdeling 20ste eeuw heeft opgetuigd ligt hier kwalitatief en kwantitatief toch niet het zwaartepunt van het museum. En hoe dan ook stopt de collectie in 2000. De leerlingen van 5-18 jaar komen in het Rijksmuseum dus niet in contact met objecten die tijdens hun eigen leven zijn gemaakt. Zo wordt het er afstandelijk op, welke educatieve programma’s ook worden ingezet om het te verbeelden en te actualiseren.

Het niet verplicht stellen van een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst is daarom een gemis. En een gemiste kans. Het is goed dat leerlingen het Rijksmuseum bezoeken, maar dat zou voor leerlingen ‘tijdens de leerplichtige jaren’ aangevuld moeten worden met een verplicht bezoek aan een museum van hedendaagse kunst. Dat is in Nederland geen probleem omdat alle provincies op Zeeland en Flevoland na uitstekende kunstmusea binnen hun grenzen hebben: Groningen, Leeuwarden, Assen, Zwolle, Arnhem, Utrecht, Den Haag en Rotterdam, Eindhoven en Tilburg, en Maastricht. Waar nodig kunnen musea hun collectie verbreden om een goed beeld van de ontwikkeling van de hedendaagse kunst te laten zien. Dat kan via bruiklenen van de Collectie Nederland. Het verdient aanbeveling dat de oppositiepartijen het voorstel van de coalitie aanvullen en verbeteren door te pleiten voor een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel paginaDe 20ste eeuw (1900-2000)’ van het Rijksmuseum.

Het schijnpopulisme van DENK en PVV als dekmantel

with 4 comments

poster-patriot-the-1928_02-1

Ik zal niet op haar stemmen, maar ik heb wel waardering voor de strijd van Sylvana Simons. De haat op sociale media tegen haar begrijp ik niet. Simons heeft kritiek op DENK dat ze eind 2016 verliet. Het zou een partij voor Turkse Nederlanders zijn zonder dat DENK dat erkent. Toen ik de StemWijzer invulde stond tot mijn verrassing Artikel 1 zelfs op mijn tweede plek. Overigens bevat de StemWijzer normatieve en sturende vragen (’17. De regeling voor de aftrek van de hypotheekrente moet niet verder worden ‘aangetast”) en valt het te bezien of er waarde aan moet worden toegekend. In mijn ogen is het een te grof middel om politieke voorkeur te meten. Het is triest en tekenend dat zo’n speeltje blijkbaar nodig geacht wordt om de kiezers bij de politiek te trekken. Initiatiefnemer ProDemos onttrekt zich niet aan de tijdgeest van sexy, snel en hapklare brokken.

DENK is een soort PVV te zijn die het moet hebben van kritiek en niet van creatief meedenken. DENK en PVV bestaan in marketing en poppetjes, maar niet in inhoud. Bij de PVV is dat trouwens slechts één poppetje, Geert Wilders die vanuit zijn ivoren toren op Twitter campagne voert. En zoals Amerikaanse media in de eerste fase van de campagne door overmatige aandacht Trump op het schild hesen, zo houden Nederlandse media niet op aandacht te besteden aan de persoon Wilders. Onbewust helpen ze groot te maken wat ze menen te bekritiseren. Of liever gezegd, de publieke figuur ‘Wilders’ die zich profileert als islamkritisch en kritisch is op alles van rechts tot links zonder ergens warm voor te lopen en een hart voor te hebben. De rest van de PVV is niet-bestaand. Wanneer zien we interviews met de andere 30 kamerleden die namens de PVV in de kamer kunnen komen? Nooit. Zoals de PVV een partijprogramma heeft dat op één A4-tje past, zo maakt Simons duidelijk dat DENK vooral tegen is, maar niet nadenkt over oplossingen of ideeën ontwikkelt. DENK legt geen verbindingen naar andere partijen en de samenleving die anders is dan electorale binding van de doelgroep.

De paradox is dat partijen als DENK en de PVV pretenderen namens het volk te spreken, maar zich in hun marketing helemaal niet op het volk richten, maar op hun achterban die door de atypische samenstelling geen dwarsdoorsnede van het volk is. Dit soort partijen wordt populistisch genoemd, maar als dat betekent het in naam van het volk spreken, dan zijn de PVV en DENK eerder te omschrijven als schijnpopulistische partijen.

DENK is opgericht door Turkse-Nederlanders, verbreedde zich door het aantrekken van de Marokkaanse- Nederlander Farid Azarkan tot islamitisch en probeerde zich toen door de Surinaamse-Nederlander Simons te verbreden tot allochtonenpartij. Maar in de kern blijft het een partij van Turkse-Nederlanders waar voor de marketing laagjes vernis overheen zijn geschilderd. De PVV volgde een soortgelijke ontwikkeling en opbouw. Rond een islamkritische kern probeerde de partij zich met linkse, sociaal-economische onderwerpen zoals zorg, AOW en uitkeringen te verbreden en de achterban van sociaal achtergestelden die overwegend negatief tegen de toekomst aankijken te ronselen, en vast te houden. Dat lukt volgens de peilingen goed, maar de kern blijft islamkritiek en de kern van de achterban zijn mensen die de kritiek op vluchtelingen en moslims delen.

Door partijen als DENK en PVV in de beeldvorming niet langer te beschouwen als populistisch, maar als schijnpopulistisch of pseudo-populistisch wordt een misverstand opgeruimd. Onderzoeker Paul Lucardie omschreef in 2007/9 in zijn studie ‘RECHTS-EXTREMISME, POPULISME OF DEMOCRATISCH PATRIOTISME?’ het populisme niet als ‘een complete ideologie (zoals liberalisme of socialisme) maar een ‘dunne’ ideologie die meestal vastgeplakt wordt aan een ‘dikke’ ideologie of elementen daaruit.’ Populisme bestaat niet op zichzelf, maar verbindt zich altijd met een ‘dikkere’ ideologie. Lucardie typeert de beweging die Geert Wilders of Pim Fortuyn vertegenwoordigen als ‘democratisch patriotisme’. Waarbij de PVV sinds 2007/9 niet heeft stilgestaan en zich duidelijk in nationalistische richting heeft ontwikkeld. Het lijkt met de ‘minder, minder’-uitspraak van Wilders in een gematigd rechts-extremistische hoek verzeild te zijn geraakt. Hoe tegenstrijdig dat ook klinkt.

Sommigen vinden de negatieve lading van de term populisme voldoende om partijen te omschrijven. DENK en PVV komt de redelijk gunstige, maar verhullende typering populisme -die electoraal als geuzennaam gebruikt kan worden- echter niet toe. Want het ontneemt het zicht op waar het deze partijen werkelijk om te doen is: verdeeldheid zaaien, het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen door uitsluitend de eigen achterban te bedienen en het heimelijk aanhaken bij een ‘dikke’ ideologie. Dat heeft niets met het volk te maken.

Foto: Neil Hamilton in The Patriot (1928) van Ernst Lubitsch.

Schijnverkiezingen zonder ideeën en objectieve media: Jonas Staal

with 12 comments

‘De strategische stem heeft het politieke debat in Nederland verlamd. De SP, GroenLinks, de Partij voor de Dieren, de Piratenpartij – allemaal partijen met een in essentie principiële agenda – zijn op de verkiezingsdag van 12 september weggevaagd voor een schijnpolemiek naar Amerikaans model. Partijen die nauwelijks verschillen als het gaat om een fundamentele wereldvisie domineren het strijdperk. De stem van een principiële minderheid, denk in Amerika bijvoorbeeld aan de door media systematisch genegeerde libertair Ron Paul, kan hierin niet worden gehoord. 

Dat is allereerst zo omdat de consumeerbaarheid van dergelijke stemmen in het hysterische mediaspektakel rondom de verkiezingen te laag is. Liever Hero Brinkman als woordvoerder van de seniele wederopstanding van Verdonk’s Trots op Nederland, dan Dirk Poot van de Piratenpartij – terwijl deze laatste wel degelijk de publieke steun had voor minimaal een parlementszetel. Liever Diederik Samsom’s kinderen in de volkstuin dan Sap’s pleidooi voor een weerbaar milieu op Europees niveau.

De politiek is daarmee niets meer geworden dan een uitje voor de programmeurs van sensatietelevisie. De politiek is feitelijk ontdaan van werkelijke politiek. Dat wil zeggen: ontdaan van standpunten en ideeën die wij nog niet kunnen bevatten in de condities van het huidige politieke debat (lees: niet te bevatten of te consumeren door de talking heads van de mediacratie).’

Hoe waar zijn bovenstaande woorden van kunstenaar Jonas Staal in zijn tekst ‘Vrijdenkersruimte vervolgd‘ . Ze worden ongewild bevestigd door het idee van Heleen Mees om GroenLinks in de PvdA op te laten gaan zoals ze in een tweet zegt. Want: ‘Dan wordt Diederik Samsom premier‘. Net alsof het om de poppetjes en niet om de ideeën gaat. Mees bevestigt het misverstand dat ons door de media opgelegd wordt. Het zou daarom gewenster zijn als de zielloze PvdA in het ideeënrijke GroenLinks zou opgaan. Maar door de macht van het getal zal dat niet gebeuren. Principes zijn in de Nederlandse politiek ondergeschikt aan machtsverhoudingen.

Hoe Jonas Staal weet dat Dirk Poot van de Piratenpartij de steun had voor minimaal een parlementszetel is de vraag. Valt zoiets te bewijzen? Hoe zou een uitslag eruit zien die alle vertekeningen corrigeerde? Wat zijn die vertekeningen? Staal ziet een strategische stem als vertekening omdat het debat voor spektakel inlevert, maar strategisch stemmen hoort bij de politiek. Toch heb ook ik het idee dat de media hun boekje zwaar te buiten zijn gegaan en de uitslagen meer dan nodig vertekend hebben. Maar opnieuw, hoe valt dat te bewijzen?

Huis voor democratie en rechtsstaat ProDemos informeert de burgers over de verschillen tussen schijnverkiezingen en democratische verkiezingen. In een filmpje beantwoordt het de vraag aan welke eisen verkiezingen moeten voldoen om democratisch te zijn. Regel 4 zegt: Alle partijen moeten voldoende toegang tot de media hebben. Vraag is of bij de afgelopen verkiezingen alle partijen voldoende toegang tot de media hadden. Het lijkt er niet op. ProDemos zeilt er omheen door de Nederlandse situatie niet echt tegen het licht te houden. Het is tijd dat er ’n mediawaakhond komt die tijdens politieke campagnes de ogen open houdt.

Sociaal-liberalisme volgen als wereldbeeld

leave a comment »

De StemWijzer stuurt de zwevende kiezer een kant op. Sammy van Tuyll van de LibDem partij noemt in een persbericht de StemWijzer niet democratisch: ‘LibDem laat het hier niet bij zitten en blijft aandringen op een gelijke behandeling van alle partijen die deelnemen aan de verkiezingen. De handelswijze van ProDemos is een democratisch land onwaardig‘. De maker van de StemWijzer ProDemos krijgt overheidssubsidie, beweert dat het transparant is en geeft daarna de kiezer een advies dat objectief zou zijn. Wie gelooft het?

De kiezer kan het beter zelf bepalen. Door uit te maken wat-ie belangrijk vindt en welk wereldbeeld daarbij past. Om vervolgens een politieke partij te zoeken die daar het beste bij past. Dat vermijdt de versimpeling van de StemWijzers en Kieskompassen die een suggestie van objectiviteit geven die niet bestaat. En er zelfs van beticht kunnen worden de zittende macht te begunstigen. Voor mezelf kom ik dan tot het volgende wereldbeeld als uitgangspunt voor mijn keuze. Een samenraapsel en bewerking van citaten op internet:

Sociaal liberalisme houdt in dat de functie van de liberale staat is om mensen te voorzien van de mogelijkheid om voor zichzelf te zorgen door nuttig werk. Het recht op arbeid, het recht op een behoorlijk loon, volledige werkgelegenheid, sociaal welzijn en de bescherming van de mensenrechten. Sociaal liberaal beleid omvat onder meer overheidsingrijpen in de economie om mensen zo harmonieus mogelijk te verbinden met de gemeenschap, en definieert de eerste in termen van een gemeenschappelijk goed en de tweede op het gebied van het welzijn van individuen in relatie tot de rechtvaardigheid van de samenleving. 

De richting die ik voorsta is het sociaal liberalisme. Dat raakt aan links libertarisme, maar voegt er compassie aan toe. Het gaat uit van minder overheidsingrijpen dan de sociaal-democratie, meer overheidsingrijpen dan het libertarisme, minder macht voor het bedrijfsleven dan bij de christen-democratie en het liberalisme, meer gemeenschapsdenken dan het anarchisme en meer individualisering dan religieus denken. Zo kan ieder kiezer als hulpmiddel voor de eigen stemkeuze een individueel wereldbeeld op maat construeren. Zonder de weg gewezen te worden door anderen. Een smal pad door het politieke spectrum om te volgen. Nu de praktijk nog.

Foto: Johann Heinrich Füssli,’Odysseus vor Scilla und Charybdis’, 1794-1796