Alt-right van de Lage Landen uit zich met open brief over het vrije debat

‘Gun de ander wat jij jezelf gunt’ is een treffend uitgangspunt voor de open samenleving. Soms claimen opinieleiders die leus aan te hangen, terwijl ze in hun doen en laten het omgekeerde doen. Mooie woorden kosten niks. Mooie woorden kunnen bij nader inzien vals klinken.

Nu is er een open brief van rechtse opinieleiders die pleit voor het vrije debat. Daar kan in theorie niemand tegen zijn, maar wie het zeggen maakt verdacht. Het leidt tot publicitaire acrobatiek die onwaarachtig toont. Of de open brief veel thermiek krijgt om geloofwaardig op te stijgen en overtuigend te landen kan daarom betwijfeld worden. Vermoedelijk landt de brief uitsluitend bij de achterban van FvD en PVV.

Zo is er dus een brief waar inhoudelijk weinig op aan te merken valt. De brief spreekt zich uit tegen de ‘cancel culture’. Dus de uitsluiting van deelnemers aan het publieke debat omdat ze de verkeerde mening of de verkeerde huidskleur zouden hebben. Dat is ongewenst en dient bestreden te worden.

Wat de brief ongeloofwaardig maakt is de subtekst ervan. Ofwel, de verborgen, impliciete betekenis ervan die niet wordt genoemd, maar als bekend wordt verondersteld. Rechtse propaganda wordt vermomd als ruimdenkende, liberale, humane grootmoedigheid.

Hoe moeten we de partijen die zich uiten in het actuele antiracisme-protest onderscheiden en welke rol spelen de ondertekenaars van deze open brief? Welnu, er is een kleine (links)-radicale voorhoede die zich militant en onverdraagzaam opstelt. Die verdient kritiek zoals die in de brief verwoord wordt. Maar de meerderheid van de demonstranten die zich uitspreekt tegen (uitingen van) racisme is niet radicaal, maar deel van de ‘zwijgende meerderheid’. In de VS is president Trump verrast door de breedte van het protest tegen racisme zodat hij daar geen passend antwoord op heeft.

De ‘framing’ van de brief door de koppeling van het antiracisme-protest aan radicalisme is daarom niet zo zinvol. De brief bestrijdt iets wat er in werkelijkheid niet is. Op sociale media wordt dat een ‘stropop’ genoemd. De brief dient zo maar één doel, namelijk de mobilisatie en bolstering van de eigen achterban én een poging om de beeldvorming te beïnvloeden door een idee van kracht en eengezindheid te geven.

Een bijverschijnsel van de brief is dat het een inkijkje biedt in de alt-right achtige beweging van Nederland en Vlaanderen. De beweging voelt zich vermoedelijk sterk genoeg om met een open brief collectief uit de kast te komen. Dat is het nieuwsfeit van deze open brief, niet de inhoud ervan die niet past bij de afzenders ervan.

NB: Initiatiefnemers van de brief zijn Bart Collard en Raisa Blommestijn. Ze zijn beide verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid; Instituut voor Metajuridica; Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden. De eerste is gepromoveerd bij Paul Cliteur en de laatste werkt onder supervisie van Afshin Ellian aan een proefschrift.

 

Terugblik in het nabije verleden: racisme met ‘The Intruder’ (1962)

Een filmcultuur is een filmcultuur als een tamelijk onbekende film goed is. Dat is bij The Intruder uit 1962 van producent/regisseur Roger Corman het geval. In 1962 is John F. Kennedy president. De film speelt zich af in het zuiden van de VS aan de vooravond van de maatschappelijke veranderingen van de jaren 1960s. Integratie en het eind van de segregatie zijn onderwerpen die door president Lyndon B. Johnson in zijn Great Society na 1964 worden doorgevoerd. Dat ging niet vanzelf. Er bestond weerstand tegen. Hier is het nog niet zover.

William Shatner is hoofdpersoon Adam Cramer. Een racist die zichzelf een sociale hervormer noemt. Hij zet de witte dorpsbewoners op tegen de zwarte bewoners en de integratie van de school. Met bijna fatale afloop. Een speerpunt van de burgerrechtenbeweging in die jaren. Eind goed al goed. Of woedt de veenbrand verder?

Zo’n 60 jaar later is er minder veranderd dan tegenstanders van segregatie hoopten en meer dan voorstanders ervan wensten. Het onderwerp racisme is nog actueel nu racisten zich onder president Trump hergroeperen.

De invalshoek van de film is duidelijk. William Shatner wordt de indringer genoemd. Binnen het verhaal van de film klopt dat niet helemaal, omdat hij in zijn vooroordelen niet alleen staat. Tot op een bepaald punt wel, en dat moet hoop geven. De illusie is dat redelijkheid het wint van blinde woede. Dat is geen uitgemaakte zaak.

Foto: Still uit The Intruder (1962).