George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Presentatie

Bij buitenmuurse presentaties van musea is populisme de valkuil

leave a comment »

Presentatie van objecten uit een museumcollectie buiten de muren van het museum is geen nieuwigheid. Schiphol, trein- en metrostations, hotels, stadskantoren of de etalages van de Hema of de Bijenkorf zijn als vanouds bekende plekken om objecten van (plaatselijke) musea te tonen. De opzet is drieledig. De betreffende plek wint er prestige mee, het museum krijgt er een extra presentatieplek bij en het museum stelt zich in de beeldvorming open naar de samenleving -of het eigen gemeentebestuur- en lijkt te zeggen dat het uit de ivoren toren neerdaalt tot middenin de samenleving. Voorzover is er niets bijzonders aan de hand.

Vraag is onder welke voorwaarden die presentatie ‘extra muros’ gebeurt. Wie is ervoor verantwoordelijk en beslist over de selectie? Uiteindelijk is dat het museumpersoneel dat procedures over behoud volgt. Museale objecten worden nauwgezet geconserveerd. Ze kunnen schade oplopen door veranderingen in lichtsterkte, luchtvochtigheid en temperatuur of door schokken. Het is de afdeling Collectie die verantwoordelijk is voor het uitlenen van objecten, hoewel het een eeuwig gevecht is met de afdeling Presentatie die daar rekkelijker in staat en een ander belang heeft. De rekkelijke kant heeft afgelopen jaren binnen musea terrein gewonnen.

Presentatie van voorwerpen buiten de museummuren kan op vele manieren. Geïnitieerd vanuit de doelstelling van het museum en volledig in eigen beheer of vanuit de doelstelling van een externe partij. In dat laatste geval ligt het populisme op de loer. Pop-up musea schieten uit de grond. Een pop-up museum is alleen in naam een museum. Het mist de kenmerken die een museum tot museum maken. Het haakt aan bij de tentoonstellingsmachine die sommige musea zijn geworden. Het is uitsluitend presentatie. Niets meer dan dat. Bedrijven, kunstfondsen of televisieprogramma’s willen maar al te graag hun naam aan musea verbinden.

Een stap die daar op reageert is dat musea bewust de koppeling met de sfeer van kosmopolitisme, reclame en bekendheid maken. Met als gevolg dat de doelstelling van een museum nog verder uit beeld raakt. Voorbeeld voor dit populisme is het project Museum van het NMvW. Bekende Nederlanders als als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Filemon Wesselink opende gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Of er echt een duurzame relatie met de samenleving wordt gelegd is de vraag.

Musea doen in de publiciteit over buitenmuurse presentaties net alsof ze uit de lucht komen vallen en strikte voorwaarden over conservering niet meespelen en de sky the limit is in de selectie. Zo zegt perswoordvoerder Ilse Cornelis  van het Van Abbemuseum dat ‘de samensteller van de Van der Valk-collectie kan straks ook een topvoetballer zijn, een wetenschapper, of misschien wel de receptionist van het hotel’. Echt? Het kan bijna niet dat wat ze zegt ze zelf gelooft. Het klinkt niet alleen modieus en gaat voorbij aan de expertise die binnen musea bestaat, maar vertegenwoordigt ook uitsluitend de Presentatie/Marketing-kant van het museum.

Het tentoonspreiden van volkse gewoonheid en ruimdenkendheid, en een beeld van ‘alles kan’ worden zo deel van de marketing van een hedendaags kunstmuseum. Het museum presenteert zich als getapte jongen of meisje. Met als nevendoel om ook de subsidiegevers van de in gang gezette gewoonheid te overtuigen. Een museum is echter niet gewoon, maar buitengewoon. Achter de schermen wordt een voorselectie uitgevoerd en de topvoetballer, een wetenschapper of de receptionist van het hotel worden door de marketing bij de arm genomen, in een format geduwd om als front te dienen om de maatschappelijke binding van het museum te accentueren. Het museum dat zich zo heerlijk democratisch en transparant presenteert. Aan de buitenkant.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVan der Valk Eindhoven krijgt kunst uit museum’ op Misset Horeca, 26 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelVan Abbemuseum gaat samenwerken met Van der Valk-hotel Eindhoven’ op ED, 18 maart 2018.

Advertenties

Twente: University of ronkend taalgebruik en communicatieconcept

leave a comment »

uni

Nederlandse universiteiten halen bij vergelijkingen tussen universiteiten wereldwijd niet de hoogste noteringen. Utrecht doet het op plek 41 relatief het best. Universiteit Twente scoort minder. Het staat daar weer meer dan 100 plaatsen achter op plek 147. Op het aspect ‘Presence Rank‘ scoort Universiteit Twente  relatief het slechtst, op 580. Een uitleg hiervan zegt: ‘Having additional domains or alternative central ones for foreign languages or marketing purposes penalizes in this indicator and it is also very confusing for external users.’ Ofwel, marketingdoeleinden kunnen verwarring zaaien over de eigen presentatie bij gebruikers.

Wat opvalt aan de website van University of Twente is dat alles weliswaar binnen hetzelfde frame is ingepast, maar dit topzwaar opgetuigd is. Onderaan staan liefst 48 knoppen om verder te klikken. Bovenstaand artikel over ‘een nieuw, scherp communicatieconcept’ wordt alleen in het Nederlands aangeboden. Mogelijk is de gedachte erachter dat termen als ‘University of data-driven ocean racing’ een vertaling overbodig maken. Het is een hele geruststelling om te weten dat Universiteit Twente zich nadrukkelijk richt ‘op de synergie tussen technologie en maatschappij’. Universiteit Twente, ‘een plek waar studenten worden opgeleid tot future proof global citizens.’ Oftewel, toekomstbestendige wereldburgers. Communicatie, het wondermiddel dat alles dichtsmeert, daar op die ‘University of roaring language and overcrowded ambitions’. ‘Presence Rank’, dus. 

Foto: Schermafbeelding van ‘UNIVERSITY OF TWENTE TOONT EEN NIEUW, SCHERP COMMUNICATIECONCEPT’, 13 december 2014.

Mix Match Museum overschreeuwt en overdrijft in overbodigheid

leave a comment »

Dit filmpje is de schaamte voorbij. Ronkende en dreunende onzin waarvoor het Amsterdam Museum, het Groninger Museum, het Kröller-Müller Museum, Museum Boerhaave, Museum TwentseWelle en het Van Abbe Museum zich zouden moeten schamen. Deze musea weten dat ze de claim ‘6 musea geven de vrije hand’ of ‘Ga op de stoel van de tentoonstellingsmaker zitten’ niet waar kunnen maken. Met een selectie van 50 objecten per museum is dat onmogelijk. De variant ‘Ga in de stoel van de tentoonstellingsmaker zitten’ doet trouwens onbedoeld aan Gerrit Rietveld denken die zitten niet voor niets een werkwoord noemde. De musea die niet in het project Mix Match Museum zijn gestapt mogen zich achteraf gelukkig prijzen dat ze niet meegesleept worden in de marketing en de kaalslag van een publiekseducatie die geen nuances meer kent.

Dit project van Mix Match Museum doet denken aan de Rijksstudio van het Rijksmuseum dat iedereen zonder scholing of vakopleiding in 2013 beloofde een meesterwerk te kunnen maken. Da’s niet mis. Daarover schreef ik: ‘Het relativeert niet alleen het kunstenaarsschap, maar ook de meesterwerken in eigen bezit. Zo bijzonder kunnen ze niet zijn als elke bezoeker een meesterwerk kan maken. In het Rijksmuseum slaat de ‘écriture automatique’ van de marketing ruw toe.’ De projectorganisatie van het Mix Match Museum relativeert het maken van een museumtentoonstelling. De claim is dat iedereen dat kan. Waarom dan maar niet gelijk alle tentoonstellingsmakers de museumdeur uitgebonjourd? Verkleutering en fun, bij het Amsterdam Museum, het Groninger Museum, het Kröller-Müller Museum, Museum Boerhaave, Museum TwentseWelle en het Van Abbe Museum tot 10 januari 2015. Voor wie het echt serieus neemt: kans op een overdosis marketing en educatie.

Vrijheidmuseum Nijmegen rekent op steun overheid. Realistisch?

leave a comment »

Wiel Lenders parodieert een museumdirecteur die gebrek aan kennis compenseert met wolligheid, vaagheid, enthousiasme en wensdenken. Wie weet hoever hij hier in bestuurlijk Nederland mee komt. Tekenend is dat de journalist van Omroep Gelderland het blijkbaar evenmin kan aanhoren en Lenders erg kritisch benadert.

Waarom er evenwel een Vrijheidsmuseum WO2 in Nijmegen moet komen is de vraag die onbeantwoord blijft. Argumenten die het projectteam aanvoert zijn toerisme en citymarketing van Nijmegen, maar dat maakt het initiatief inhoudelijk nog niet urgent. Op dit moment wordt op het noordelijke gedeelte van de voormalige vliegbasis Soesterberg het Nationaal Militair Museum ingericht dat op 11 december opent. Met algemeen directeur Paul van Vlijmen (ex-Spoorwegmuseum) en directeur Hedwig Saam (ex-Museum Arnhem). Beide musea die elkaar thematisch overlappen claimen ‘het nationale oorlogsmuseum’ te zijn. Door steun van de overheid, het Ministerie van Defensie en de centrale ligging in Midden-Nederland kan het Nationaal Militair Museum deze claim als enige waarmaken. Het Vrijheidsmuseum WO2 vecht al vier jaar een zware strijd.

Uit een in de Gelderlander uitgelekt bedrijfsplan komt ‘De stichting Vrijheidsmuseum WO2 tussen de 8 en 13,5 miljoen euro tekort voor de bouw van een nieuw museum in Nijmegen en de renovatie van het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek.’ Voor de exploitatie komt de stichting jaarlijks zo’n 350.000 euro tekort. Burgemeester Hubert Bruls (CDA) van Nijmegen en de Gelderse CvdK Clemens Cornielje (VVD) lobbyen in Den Haag voor financiële steun aan het Nijmeegse initiatief. In een klimaat van teruglopende steun voor kunst en cultuur bij overheden en een mecenaat dat dit gat niet kan opvullen, zoals RvC-voorzitter Joop Daalmeijer in een interview met het Cultureel Persbureau zegt: ‘Ik bedoel, de overheid geeft geen geld en je kunt proberen dat allemaal uit het mecenaat te halen maar dat is flauwekul. Dat gaat natuurlijk helemaal niet in dit land.’

Opvallend in dit verhaal van twee nationale militaire musea in Soesterberg en Nijmegen is het gebrek aan coördinatie door het openbaar bestuur en het gebrek aan initiatief van het Ministerie van OCW dat al twee jaar geleden de coördinatie had moeten nemen door beide projectgroepen voor gesprekken uit te nodigen.

Rijksmuseum laat jou je eigen Meesterwerk maken. Zo belooft het

with 4 comments

Rijks

Update 17 mei: Het Rijksmuseum is winnaar in de categorie ‘best brand’ van de Dutch Interactive Awards. In de uitleg zegt het projectteam dat het uitging van drie ontwerpprincipes: ‘eenvoud, dichtbij en ontwerpen voor de grote massa‘. Dat komt terug in de vorm die aansluit bij de Nederlandse traditie (Droog), maar ook in de wijze van benaderen van de bezoekers. Dat laatste leidt tot versimpeling die me verbaast. Kan dat niet scherpzinniger? De toekenning van deze prijs verbijstert me. De Dutch Interactive Awards is een platform waarop de branche (online communicatie, e-commerce en marketing) zichzelf promoot. Waarbij techniek leidend is. Mogelijk is de winning mood die de laatste tijd aan het Rijksmuseum kleeft een sterk argument. 

Maak je eigen Meesterwerk, zegt het Rijksmuseum op een van de vier voorpagina’s. Gaat dat zonder scholing of vakopleiding? Op de site van het Rijksmuseum wel. Het relativeert niet alleen het kunstenaarsschap, maar ook de meesterwerken in eigen bezit. Zo bijzonder kunnen ze niet zijn als elke bezoeker een meesterwerk kan maken. In het Rijksmuseum slaat de ‘écriture automatique’ van de marketing ruw toe. Wij die met ‘jij‘ worden aangesproken gaan op onderzoek. Naar de Rijksstudio waar Meesterwerken worden gemaakt. Aldus het Rijksmuseum. De afdeling educatie giet het in de vorm van een spel. En drukt ons met de neus op de les.

Opzet is de collectie te verkennen en te ontdekken ‘met welke werken jij matcht uit 125.000 meesterwerken van het Rijksmuseum‘. Alles klopt. Het museum zet de bezoeker op de hurken, spreekt ons idiotproof als kleuters aan en volgt nauwgezet het elfde gebod: ‘marketing zal de Nederlandse taal niet correct oprekken’.

Stap 1: ‘Vakantie! wat wordt het?‘ Strand, natuur, cultuur, geplons, gevaar of sneeuw? Ik kies ‘geplons‘. Stap 2: ‘Liefde of Lust?‘ met opnieuw zes mogelijkheden: lieve woorden, verbloemd, kaarslicht, preutse pracht, gouden bergen en lieve lust. Ik kies ‘lieve woorden‘. Stap 3: ‘Magisch magenta or basic beige?‘ Met 11 kleuren om uit te kiezen. Opvallend worden Engels en Nederland door elkaar heen gebruikt in een vermoedelijk als hip bedoelde mengelmoes. Ik kies ‘blauw‘. Stap 4: ‘Mijn hart verpand aan …‘ met foto’s van 11 Nederlandse steden. Ik kies ‘Utrecht‘. Stap 5: ‘In een vorig leven was ik …‘ met de keuze uit zes archetypen: koning, kluizenaar, soldaat, nar, engel of held. Ik kies ‘soldaat‘. Ben ik nu de maker van ‘een eigen Meesterwerk’?

Da’s afwachten. De vraag verschijnt: ‘Benieuwd naar de meesters die bij jou passen?‘ en de knop ‘Match mijn meesters!‘. Na aanklikken verschijnen 25 werken uit de collectie. Met eronder een van de gemaakte keuzes. De teleurstelling is groot. Waar is m’n Meesterwerk gebleven waarvan het Rijksmuseum me voorspiegelde dat ik het kon maken? Wie weet kon ik het voor goed geld op een veiling aanbieden. Zoveel Meesterwerken zijn er immers niet. Want de toezegging om een Meesterwerk te mogen maken wordt me niet dagelijks gedaan. Er klopt niets van. De belofte van een Meesterwerk is me tijdens het spel ontnomen. Dat neemt mijn oog voor de collectie weg. Het Rijksmuseum slaat bezoekers dood met een overmaat aan marketing en educatie. Killing.

Foto: Schermafbeelding van pagina met ‘Maak je eigen Meesterwerk‘ op de site van het Rijksmuseum.

Nationale Militaire Musea in Soesterberg en Nijmegen komen eraan

with 12 comments

5825238911_bcb7d054ff

Update 7 februari: Eind april 2013 moet blijken of realisatie van een Museum Wereldoorlog II haalbaar is. Kosten kunnen zo’n 25 miljoen euro belopen, zo bleek op 6 februari op een bijeenkomst in het Nijmeegse stadhuis. Nijmegen biedt het Vasim-fabriekscomplex voor 1 euro aan en stopt er 1,5 miljoen euro in. Andere partners zijn de provincie Gelderland en het vfonds. Zoals uit de plannen blijkt stoppen overheden en fondsen dan minimaal zo’n 185 miljoen euro in twee nationale militaire musea. Inclusief inrichting van de omgeving. 

Hoe groot is de nationale militaire collectie? Rechtvaardigt het in tijden van bezuinigingen de planning van twee musea? In Soesterberg komt op het noordelijke gedeelte van de voormalige vliegbasis Soesterberg het nieuwe Nationaal Militair Museum. De bouw ervan is eind januari gestart. Totale aanneemsom bedraagt 160 miljoen euro. De collecties van het sinds begin januari gesloten Delftse Legermuseum  en het Militaire Luchtvaartmuseum uit Soesterberg worden erin samengebracht. Complicatie is dat dit initiatief vanuit het ministerie van Defensie haaks staat op het recente advies ‘Ontgrenzen en Verbinden‘ van de Raad voor Cultuur dat ervoor pleit om alle ‘landelijke‘ musea bij OCW onder te brengen om samenhang te bevorderen.

In Nijmegen is een Nationaal WOII Museum in de maak. Het moet in de voormalige Vasim-fabrieken aan de noordoever van de Waal verrijzen. Een initiatief van de drie oorlogsmusea in Oosterbeek, Groesbeek en Overloon, respectievelijk het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum, het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 en het Airborne Museum Hartenstein. Opzet is dat ze deels als site museum blijven bestaan. Op 6 februari worden in Nijmegen de voorlopige plannen gepresenteerd. Voor de realisatie ervan was in 2010 dertig miljoen euro begroot. De musea in Soesterberg en Nijmegen moeten najaar 2014 worden geopend.

Uit het feit dat op het moment dat in Soesterberg met de bouw van het nieuwe Nationaal Militair Museum is begonnen Omroep Gelderland in een bericht over het geplande Nijmeegse museum spreekt van ‘het nieuwe, nationale oorlogsmuseum‘ blijkt de spraakverwarring. En valt toe te voegen, de overlapping. Het Nijmeegse Nationaal WOII Museum zal zich weliswaar uitsluitend richten op de periode van vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar uit de collectie van het Soesterbergse Nationaal Militair Museum blijkt dat ook daar veel aandacht is voor de Tweede Wereldoorlog. Immers een ‘goede’ oorlog waarop de Nederlandse krijgsmacht trots terugkijkt als finest hour die nog steeds volop publieke belangstelling trekt.

De integratie van liefst vijf collecties in twee musea vraagt om coördinatie. Die lijkt nu vanuit de landelijke overheid te ontbreken. Regio’s of ministeries nemen eigen initiatieven. Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg is met de bouw gestart. Omdat het gaat om de presentatie van grote objecten zoals vliegtuigen met een spanwijdte van 20 meter zal het gebouw aan de collectie aangepast moeten worden. Da’s een rem op het ruilverkeer tussen beide musea om tot een thematische herschikking van beide collecties te komen. Het ministerie van OCW kan maar beter beide nationale oorlogsmusea snel voor een ernstig gesprek uitnodigen.

Foto: North American B-25J Mitchell, collectie Militaire Luchtvaartmusuem Soesterberg. Credits: Het Bazuin.