Gemeentesecretaris Coevorden vraagt ‘bullshit job’ voor eigen organisatie: ‘Organisatieadviseur/ Strategisch Beleidsmedewerker P&O’

Medewerkers hebben hun eigen rol en taak binnen en vooral buiten de organisatie, aldus gemeentesecretaris Beatrijs de Vries van de gemeente Coevorden. Dat is een merkwaardige opmerking die de vraag oproept hoe de gemeente Coevorden de eigen gemeentelijke organisatie ziet. Want hoe kunnen mensen een rol en taak buiten een organisatie hebben? Levert dat een organogram met stippellijnen en gekrabbel buiten de marge op? De Vries merkt op dat de werknemers het samen moeten doen en ‘in de eigen verantwoordelijkheid’ de dingen kunnen doen die er nodig zijn. Wat er dan beslist nodig is maakt De Vries niet duidelijk. Ze vraagt om een strategisch medewerker P&O en probeert dat te onderbouwen door de leukheid ervan te benadrukken.

De schaduwzijde van deze sollicitatie komt tot uiting in een interview in NRC met de Amerikaanse antropoloog David Graeber. Hij heeft het begrip ‘bullshit jobs‘ gemunt, zeg maar kletskoek of onzin banen. Dat zijn banen waarvan de werknemers zelf het nut niet inzien. Graeber: ‘Een bullshit job is een baan waarvoor je goed betaald wordt, en waarvoor je met respect behandeld wordt, maar die ook aan je knaagt, omdat je eigenlijk vindt dat je baan niet zou moeten bestaan.’ Graeber merkt op dat bij reorganisaties altijd als eerste de zinnige banen sneuvelen, zoals de schoonmaker of de postbezorger, en ‘De personeelsadviseur met een onduidelijke functie mag altijd blijven zitten.’ Dat is volgens hem omdat het bij reorganisaties niet om efficiënte gaat, maar om politieke macht. Om die reden laat Beatrijs de Vries die als algemeen directeur een organisatie van 270 mensen leidt trots weten dat er nog een ‘Organisatieadviseur/ Strategisch Beleidsmedewerker P&O’ aan moet worden toegevoegd. In deze gemeentelijke organisatie een ‘bullshit job’ die volstrekt onnodig en overbodig is en feitelijk de plek inneemt van een zinvolle, echte baan. Een leraar, een verpleegkundige of een politieagent.

Het thuisgevoel van Willem-Alexander: artikel 1 van de Grondwet

Er valt weinig op af te dingen wat koning Willem-Alexander zegt. Het staatshoofd vat zijn taak minimalistisch op, maar dat past ook bij zijn geringe politieke macht. De koning is er voor het thuisgevoel en het verbinden.

a1

De koning is er voor het handhaven van de bestaande macht. Voor het ondersteunen van de status quo. Hij functioneert zelfs als symbool van de macht. Als zijn aanname dat allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk worden behandeld klopt, dan handelt hij in de geest van artikel 1 van de Grondwet.

Maar als  zijn aanname tekortschiet omdat nog velen in gelijke gevallen niet gelijk behandeld worden, dan klopt zijn aanname niet. En komt de rol die Willem-Alexander zich toemeet in de lucht te hangen. In dat geval zou hij om volmondig op te komen voor artikel 1 actiever moeten optreden dan hij nu zegt te doen. Maar omdat de macht van het staatshoofd begrensd is en vooral van symbolische betekenis is, heeft de koning de politieke ruimte niet om de status quo te wijzigen. Hij zegt dat zelfs door te verwijzen naar zijn ‘kleine rol’.

Waarom beweert koning Willem-Alexander op te komen voor artikel 1? Er zijn drie mogelijkheden. 1) Hij denkt dat artikel 1 op dit moment optimaal wordt toegepast en wil dat niveau helpen vasthouden; 2) Hij denkt dat artikel 1 op dit moment niet optimaal wordt toegepast, maar wel op een aanvaardbaar niveau dat gezien de omstandigheden voor nu het hoogst haalbare is; 3) Hij denkt dat artikel 1 op dit moment onvoldoende wordt toegepast, maar weet door zijn geringe politieke macht en de maatschappelijke verhoudingen er niets aan te kunnen veranderen. Hij beseft de staat en zijn rol als staatshoofd geen goed te doen door dat toe te geven.

Foto: Schermafbeelding van artikel 1 van de Grondwet.