George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Politiek correct

Kritiek op de selectie van vijf witte mannelijke kunstenaars voor herinrichting Bibliotheek Utrecht is terecht, maar ook onterecht

with 2 comments

Utrecht wordt volwassen, want het heeft een eigen relletje over kunst. Het gaat over de inrichting van de op 13 maart 2020 te openen Centrale Bibliotheek aan de Neude. Het voormalige hoofdpostkantoor in de stijl van de Amsterdamse School uit 1924 wordt grondig verbouwd. Er is kritiek gekomen op de selectie van vijf witte mannelijke hedendaagse kunstenaars en ontwerpers, te weten Maarten Baas, Willem Deiman, Frank Halmans, Daan Paans en Jop Vissers Vorstenbosch. Waarom de Bibliotheek Utrecht in een bericht trouwens spreekt over ‘vijf prominente Utrechtse kunstenaars’ is een raadsel. Want Maarten Baars kan moeilijk als een Utrechtse kunstenaar beschouwd worden en heeft meer verbinding met Noord-Brabant.

Zoals het bericht van de Utrechtse Bibliotheek meldt zijn externe fondsen bij de financiering en de realisering betrokken: ‘De kunstwerken zijn mede mogelijk gemaakt door: K.F. Hein Fonds, Gemeente Utrecht, BPD Cultuurfonds, Mondriaan Fonds, Fentener van Vlissingen Fonds, Stichting Stokroos en Stichting Het Boellaardfonds.’ Dat laatste is overigens het fonds dat in de clinch ligt (tot een rechtszaak toe) met het Utrechtse Genootschap Kunstliefde over een voorgestelde en als abrupt ervaren huurverhoging van Kunstliefde’s pand aan de Nobelstraat die door het Boellaardfonds werd opgelegd. Het Utrechtse K.F. Hein Fonds meldt in een berichtje op de eigen site het volgende, maar doorklikken levert een dode link op: ‘Door partnerships aan te gaan met een aantal Utrechtse partijen proberen we ondersteuning op maat te bieden én met elkaar te werken aan grote thema’s. Bijvoorbeeld met Bibliotheek Utrecht aan plek voor Utrechtse kunstenaars in hun nieuwe onderkomen (..).’

De witte, mannelijke kunstcriticus van middelbare leeftijd (1957) Rutger Pontzen van de Volkskrant besteedde in een column met de titel ‘Minder witte mannen in de kunst? Sweet dreams!’ op 9 januari 2020 aandacht aan de kwestie. Hij verwijt de vijf witte, mannelijke kunstenaars niet dat ze zijn wie ze zijn, maar zet vraagtekens bij de selectie. Hij geeft vooral het Mondriaan Fonds een veeg uit de pan: ‘Blijkbaar belijdt het fonds iets met de mond dat het met geld lijkt tegen te spreken.’ Maar het is de vraag of het het Mondriaan Fonds leidend is bij dit project. Het lijkt er sterk op dat Pontzen het Mondriaan Fonds een te grote rol toebedeelt. Een andere vraag is in hoeverre het Mondriaan Fonds zich kan en moet bemoeien met de selectie van een commissie die werd voorgezeten door de directeur van het Centraal Museum Bart Rutten. Het lijkt logisch om te veronderstellen dat het Mondriaan Fonds een toezegging had gedaan toen de selectie nog niet definitief was.

Toch begrijp ik de kritiek wel. Zo antwoordde tentoonstellingsmaker Trudi van Zadelhoff gisteren op een bericht hierover op mijn FB-pagina. Ze merkte op dat het ‘erg vreemd’ is dat er geen vrouwen tussen zitten. Dat zag ze als een gemiste kans. Zij heeft gelijk, zoals Rutger Pontzen ook gelijk heeft als hij zijn kritiek wat beter zou focussen. Het is tamelijk opvallend, zeg maar gerust wereldvreemd dat de selectie is uitgekomen bij vijf witte mannelijke kunstenaars/ ontwerpers. Maar de kwestie over identiteit is een doos van Pandora die niet straffeloos geopend kan worden. Want gendergelijkheid is bij lange na niet het enige netelige punt.

Wie het debat over identiteit van kunstenaars begint dient ook te spreken over huidskleur, etniciteit, religie, leeftijd, lichamelijke beperking, seksuele geaardheid, herkomst, Nederlandse taalvaardigheid/integratie, politieke kleur of beroepsopleiding. Naast de subsidie-geschiedenis en financiële positie van de kunstenaar. De diversiteit en pluriformiteit van cultuuruitingen waar Pontzen naar verwijst is een streven dat niet vooruit kan lopen op maatschappelijke ontwikkelingen en aan moet kunnen sluiten bij de kunstpraktijk. Dat laatste is hier geen probleem, maar dat eerste wel. Ga er maar aan staan als selectiecommissie om vijf kunstenaars/ ontwerpers te kiezen die een perfecte maatschappelijke afspiegeling zijn. Vergeleken daarmee is het maken van een rooster voor een school van voortgezet onderwijs simpeler. Dat zal nooit kloppen. De kunstwereld moet aanvaarden dat de som nooit kan kloppen. Maar zoals gezegd, de selectiecommissie, de Bibliotheek Utrecht en het leidende K. F. Hein Fonds hadden we wat handiger kunnen opereren. Daartegenover kun je ook zeggen dat het de verdienste is van de selecteurs om niet mee te gaan in eenvoudig identitair denken dat één aspect van identiteit ‘oplost’ en de andere aspecten als opgelost beschouwt door ze stilzwijgend te negeren.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelBibliotheek Utrecht biedt hedendaagse kunst een prominente plek in nieuw gebouw aan de Neude’ op de site van de Bibliotheek Utrecht, 8 januari 2020.

Foto 2: Bericht over partnership op de site van het K. F. Hein Fonds.

Foto 3: Schermafbeelding van deel column ‘Minder witte mannen in de kunst? Sweet dreams!’ van Rutger Pontzen in de Volkskrant, 9 januari 2020.

Foto 4: Schermafbeelding van FB-bericht van George Knight, 9 januari 2020.

Museum moet zich breed opstellen en niet tot deelnemer aan het publieke debat maken door standpunten van radicalen te steunen

with one comment

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn dit jaar weer voorbij en kerstmis kondigt zich al aan op markten, in winkels en huiskamers. Dat is een passend moment om los van de actualiteit terug te kijken op bovenstaande tweet van 16 november 2019 van het Stedelijk Museum. Wat zegt het, wat beoogt het, wat zijn de voor- en nadelen ervan en hoe plaatst het een kunstmuseum in het publieke debat vol voetangels en klemmen?

Laat ik om te beginnen mijn positie duidelijk maken over deze tweet. Ik meen dat het SM die nooit had moeten plaatsen en ermee de fout is ingegaan. Ik vind het te ongenuanceerd, te vrijblijvend en het verkeerde medium. Het is te makkelijk gedaan zonder dat het museum als institutie er enige verantwoordelijkheid voor neemt. Het is lui denken die volgt uit een combinatie van politieke correctheid en marketing. Ermee neemt een museum op een pamflettistische wijze stelling in een maatschappelijke kwestie door aan te sluiten bij een radicale opvatting die in de samenleving leeft. Dat is onverstandig. Daarmee maakt het museum zich nodeloos kwetsbaar voor kritiek zoals wel blijkt uit de vele reacties bij de tweet. Dat verzwakt -opnieuw onnodig- de positie van het museum. Van dezelfde categorie domheid was naar mijn idee het afschaffen van de term ‘Gouden Eeuw’ door het Amsterdam Museum. Daarvan was de onderbouwing zelfs nog ezelachtiger en onzinniger dan uit deze tweet van het SM blijkt die van inhoud tamelijk neutraal is. Maar van intentie niet.

De uitdaging voor een museum is om naar alle kanten kritisch en open te zijn. Zich niet te verbinden met een specifieke doelgroep. De uitdaging voor de staf van een museum is om de eigen persoonlijke voorkeur buiten het museumbeleid te houden. Het er niet direct in door te laten klinken. Want een museum als institutie is meer dan een persoonlijke mening van directeur, conservator of medewerker marketing of publiciteit. De verleiding voor het management van een museum is wellicht groot om de eigen persoonlijke mening op het beleid te drukken, maar aan die verleiding moet weerstand geboden worden. De eigen duim op het Twitter-account van het museum of de regie over het museale sociale medium moet niet tot ongebreideldheid, maar tot beheerstheid en terughoudendheid leiden.  De persoonlijke mening van een museummedewerker over de Gouden Eeuw of Zwarte Piet is van ondergeschikt belang en moet niet in het beleid doorklinken. Wat anders is het als een directeur of conservator zich op persoonlijke titel over een politieke kwestie uitspreken. Dat kan, maar dan moet duidelijk uit de context blijken dat het niet het standpunt van het museum is.

Over kwesties als slavernij, kolonialisme, inclusiviteit, diversiteit en identiteit wordt in de samenleving verschillend gedacht. Het zijn vooral degenen in de marge die zich het hardste roeren en het publieke debat hebben gekaapt. In Nederland laat radicaal-links zich voeden door het debat aan Amerikaanse universiteiten dat ten onrechte 1 op 1 naar Nederland wordt vertaald. Dat leidt tot aannames die de verschillen alleen maar vergroten. Het kan door de specifieke achtergronden van de harde Amerikaanse samenleving verdedigbaar zijn om Black Pete of Blackface in de VS als racistisch te beschouwen, maar het is vooralsnog niet zeker of dat voor Zwarte Piet in Nederland in dezelfde mate geldt. Ik betwijfel dat. Van de andere kant laat radicaal-rechts in Nederland zich ook door het Amerikaanse debat voeden en sturen. Met verbitterdheid, ongenuanceerdheid, felheid en gebrek aan een breed perspectief van dien. Ook het schema van Amerikaans nieuw rechts of alt right dat karakteristiek van aard en karakter is kan niet 1 op 1 naar de Nederlandse samenleving vertaald worden. Slotsom is dat het Nederlands is om afstand van zowel radicaal-rechts als radicaal-links te nemen.

In de Zwarte Piet discussie nemen sinds 2012 de laatste twee kabinetten Rutte, Rutte II en Rutte III, een bemiddelende positie in. Ze pleiten voor een geleidelijke overgang en afbouw van de meest racistische stereotyperingen. Dat is een verstandige opstelling die als voorbeeld kan dienen bij al deze identiteits-kwesties waarbij radicalen aan beide kanten van het politieke spectrum zich fel uitspreken en hard tegenover elkaar staan. De les is dat de regering, een democratische institutie of een met gemeenschapsgeld betaald museum zich niet tot deelnemer van dat debat moeten maken door partij te kiezen. Ze dienen zich op te stellen als neutraal en dienen weliswaar niet hetzelfde initiatief te nemen als regering of politieke partijen, maar moeten er wel op z’n minst voor zorgen dat ze deze beweging en voortgang niet verstoren.

Door vrijblijvend, makkelijk en eenzijdig partij te kiezen zoals in 2019 het Stedelijk Museum en Amsterdam Museum deden bereikten ze het omgekeerde van wat ze beoogden. Steunen van een politiek controversieel standpunt roept weerstand op en geeft het foute signaal af over betekenis en functie van een museum. Dat moet in ambitie hoger mikken, zodat het zelf buiten het politieke debat blijft en de eigen positie erbinnen niet ter discussie stelt. Een museum moet signaleren, presenteren en documenteren, zonder zich te reduceren tot een spreekbuis of pamflet van een (radicaal-)politieke stroming. Dat betekent overigens niet dat een museum op een tentoonstelling, symposium of in een publicatie geen standpunt kan innemen over politieke kwesties. Liever wel zelfs. Het verschil is de context, samenhang en onderbouwing. Als een museum zich als opdracht stelt om veelvormig voor een breed publiek of vele deelpublieken te zijn met een goede (kunst)historische onderbouwing, dan volgt daaruit vanzelfsprekend dat het over maatschappelijke kwesties als verlengde van die eigen tentoonstelling, symposium of publicatie uitspraken doet. Ingebed en niet persoonlijk of ongeremd.

Foto: Tweet van het Stedelijk Museum Amsterdam, 16 november 2019.

Waarom ik de term ‘wit’ verkies boven ‘blank’. En ‘witte mensen’ boven ‘blanken’. Over dynamische identiteit

with 13 comments

Het gebruik van de termen ‘blank’ of ‘wit’ is gepolitiseerd. Ze passen in pakketten denkbeelden. De vraag is wat de afweging ervan betekent en of het een gevolg is van denken. Of dat het denken wordt gevormd door een politieke opstelling en eigenlijk geen denken meer genoemd kan worden. Het is niet onlogisch dat er beweerd wordt dat het propageren van de term ‘wit’ een opvatting van links-Nederland is. Toch is dat onjuist. Zo reken ik mezelf niet tot links-Nederland (en evenmin tot rechts-Nederland), maar ben ik toch een voorstander van de term ‘wit’ boven ‘blank’. Mogelijk niet om dezelfde reden als andere voorstanders ervan.

De term ‘blank’ is geen ‘volstrekt neutrale, louter beschrijvende aanduiding’. Het is per definitie bijna onmogelijk dat een zo beladen term met de connotatie van reinheid, helderheid en onbevlektheid volstrekt neutraal en louter beschrijvend kan zijn. Dat staat nog los van de afweging voor welke term men kiest. Maar neutraal is het gebruik van de term ‘blank’ zeker niet.

Omdat ‘wit’ die connotaties mist en kortweg gezegd minder pretentieus is, is de term ‘wit’ neutraler en meer beschrijvend. Het verwijst naar een witte huidskleur en niet naar een achterliggende geschiedenis en wereld vol machtsposities. Een ‘blanke huidskleur’ bestaat niet.

Ik ben het eens met de kritiek op het makkelijk vertalen van Amerikaanse modes van politiek correct denken naar Nederland. Sommige links-radicalen ruilen het ene monolithisch denken in voor het andere monolithisch denken. Zodat ze het vermoeden op zich laden niet meer als individu te denken, maar ondergaan in het groepsdenken. Dat alles gaat ten koste van de nuances en het onderscheidingsvermogen. Maar evenzeer ben ik het oneens met rechts-radicaal denken dat even weinig soepel is en alles bij het oude wil laten.

Mij gaat het erom om in de geleidelijkheid zonder grote schokken een optimale afweging te vinden voor een maatschappelijke oneffenheid. Als optimaal zoveel mogelijk mensen tevreden stelt en het beste werkt dan begrijp ik dat het niet alle mensen tevreden kan stellen. Dat is jammer, maar onvermijdelijk. Maar als het nalaten ervan een bepaalde groep diep raakt, dan zie ik voor de sociale cohesie en het sociale contract tussen overheid en burgers er geen principieel bezwaar in om de oneffenheid op te ruimen.

Het gesprek over de term ‘blank’ wordt pas een zwaar en beladen onderwerp van discussie als links-radicalen er van alles over diversiteit, kolonialisme, slavernij en wat dan ook allemaal bijhalen en er vanuit hun politieke betrokkenheid opplakken wat historisch nog maar aangetoond moet worden. Daarbij eigenen ze zich het alleenrecht toe om hierover het laatste woord te hebben. Dat is niet zoals een publiek debat gevoerd moet worden of een samenleving met elkaar ingericht dient te worden. Het is intolerant en anti-democratisch.

En als in de reactie hierop rechts-radicalen er hun eigen onverbiddelijkheid tegenover zetten en geen centje onderhandelingsruimte meebrengen in het debat, dan gijzelen de uiterste posities dit debat en blokkeren ze een organische uitweg van dialoog, raadpleging van deskundige historici of taalfilosofen en compassie met en begrip voor de ander.

Dus ik ben voor de term ‘wit’ boven ‘blank’ niet vanwege een vermeend historisch onrecht of een achterstelling. Dat wil ik loskoppelen van de afspraak om het met elkaar voortaan over witte mensen in plaats van blanken te hebben. Het gaat erom dat in een open, dynamische, volwassen samenleving mensen naar elkaar luisteren en de grieven van anderen serieus dienen te nemen. En als die uit de weg gegaan kunnen worden, waarom zou men dat dan niet doen?

Foto: Het kwartet van Benny Goodman doorbrak in de muziekwereld de interraciale grenzen en bestond uit twee witte (Benny Goodman en Gene Krupa) en twee zwarte (Teddy Wilson en Lionel Hampton) musici, 1937.

Joachim Baur: Migratiemusea moeten afstand nemen van nationalisme en politiek. Om het echte verhaal te vertellen

with one comment

ducelle_07

Tiffany Jenkins komt in een artikel voor Foreign Policy met een scherpe invalshoek voor de beeldvorming van migratie. Ze verwijst naar het boek ‘Die Musealisierung der Migration’ (2009) van de aan de Universiteit van Tübingen verbonden Duitse museumwetenschapper Joachim Baur. Het gaat erover hoe in speciaal opgerichte musea de migratiegeschiedenis wordt gepresenteerd. De kritiek is dat ze hierbij te simplistisch te werk gaan en nieuwe vehikels zijn om nationale identiteit te promoten. De musea zouden zich overgeven aan idealisering en simplificering door een beeld van multiculturalisme en tolerantie te schetsen. Hierbij verliezen ze hun kritische distantie en sluiten aan bij een beeld vol optimisme, waarvan overheden willen dat musea die tonen.

Hoe migratiegeschiedenis in gevestigde media wordt gepresenteerd maakt een media recensie van Wilfried Takken in NRC inzichtelijk. Hij behandelt het NPO-programma Verborgen Verleden waarin ‘prominente Nederlanders op zoek gaan naar hun verleden’. Hij neemt de volgende conclusie voor eigen rekening: ‘De les: we zijn allemaal vluchtelingen, die ooit naar Nederland kwamen gedreven, uit honger of angst. Verborgen verleden ondergraaft de nationalistische mythe van de bloedzuivere Nederlander.’ Dit is een versimpeling die voorbijgaat aan de echte geschiedenis en bestaande machtsstructuren en Baur de musea verwijt. Musea, Verborgen Verleden en Wilfried Takken doen burgers hiermee geen dienst, maar werken eraan mee een roze laag van goedwillendheid over de werkelijkheid te leggen die het echte verleden aan het oog onttrekt.

De kritiek is dat genoemde migratiemusea niet aan verklaren, maar aan verhullen doen. Jenkins schetst welke musea begonnen met het tonen van de migratiegeschiedenis: het Migration Museum in het Australische Adelaide dat opende in 1986 en het Ellis Island National Museum of Immigration in de VS in 1990. Ook Nederland kent erfgoedinstellingen die zich bezighouden met migratiegeschiedenis. De focus ligt hierbij op nieuwkomers en landverladers. Jenkins: ‘Op hun verschillende manieren hebben zij traditioneel een verhaal verteld  over natiestaten en niet over de migrant als individuele persoon.’ De kritiek is dat migratiemusea die sinds 1986 zijn ontstaan geen afstand nemen van het 19de eeuwse nationalisme. De migrant wordt er direct mee verbonden. De wijze waarop migratiemusea de migrant benaderen sluit aan bij het ontstaan van musea in de laat 18de en vroege 19de eeuw. Exact het tijdperk van het nationalisme en de natiestaten.

Dat betekent dat deze migratiemusea in dienst staan van natievorming. Ze hebben een politieke missie die Jenkins citeert: ‘bijdragen aan de erkenning van de integratie van immigranten in de Franse samenleving en de opvattingen en houdingen over immigratie in Frankrijk bevorderen’ (het Cité Nationale de l’Histoire de l’Immigration, Parijs) of ‘bevorderen sociale cohesie’ (Migration Museum, Adelaide). Nationale migratiemusea verspreiden de boodschap dat migratie voor iedereen een goede zaak is. Maar dat is het niet, de ene migrant is de andere niet. Zoals alle Nederlandse Nederlanders evenmin dezelfde startpositie hebben. Dat leidt tot de versimpeling van Wilfried Takken en Verborgen Verleden dat ‘wij allen migranten zijn’. Het is een verklaring die niets verklaart, behalve een oppervlakkig en van bovenaf opgelegd  idee van cohesie, saamhorigheid en gemeenschapsgevoel. Precies zo wordt het mechanisme van natie- een machtsvorming door de politieke en economische elite bewust verhuld. Het is de taak van migratiemusea om achter die ‘waarheid’ te kijken en het complete verhaal over migratie te vertellen. Niet alleen de populistische en politiek gewenste versie ervan.

Foto: ‘Meneer en mevrouw Batten met koffers voor het Haagse station Hollands Spoor. Ze woonden aan het Prins Mauritsplein in Den Haag. Meneer Batten was oud KNIL-kapitein. / SpoorwegenSpoorwegen / SpoorwegenSpoorwegen / Straatbeelden’. Collectie: Historisch Beeldarchief Migranten.

Verbod vlag met ‘Alaaf Akbar’ gaat in tegen de geest van carnaval

leave a comment »

media_xll_3581980

Arjan Schorfhaar van carnavalsvereniging De Fienpreuvers in Holten laat volgens een bericht in het AD weten dat de tekst ‘Wij proberen het vluchtelingenprobleem te bestrijden voordat ze onze vrouwen berijden’ op een praalwagen niet kan. De wagenbouwersgroep uit Nieuw Heeten, die zichzelf CV Masterberen noemt moet de tekst afplakken. Ook de vlag met Alaaf Akbar moet verwijderd worden omdat dit volgens Schorfhaar niet mag.

Carnaval is van oudsher een feest dat de gevestigde orde voor even op z’n kop zet. Soms op een fijnzinnige, maar vaak op een boertige manier. Carnaval is een maatschappelijk ventiel dat de rest van het jaar verteerbaar maakt. Erna gaat men weer over tot de orde van de dag. Met de bestaande maatschappelijke verhoudingen die onwrikbaar zijn. Emeritus-hoogleraar Herman Pleij formuleert dat zo: ‘Carnaval is een noodzakelijk feest. De orde wordt even verlaten en in feite is het een reinigingsritueel.’ Dit houdt in dat de vaststaande normen uit de gevestigde orde voor even niet gelden bij carnaval. De gevestigde orde is voor even niet aan de orde.

De politiek correcte houding van een carnavalsvereniging om door een verbod satirisch bedoelde uitingen te weren staat haaks op de diepere betekenis van carnaval. Zo’n verbod keert zich niet zozeer tegen een uiting die niet politiek correct wordt geacht, maar tegen de geest van carnaval. Tijdens carnaval moet er bespot, beschimpt en volop de draak gestoken kunnen worden. In een omkering van waarden. Juist met de macht en de normen die de macht oplegt. Carnavalsvereniging De Fienpreuvers begrijpt de historische betekenis van carnaval niet en komt tot een verbod dat ongepast is. En daarnaast kleinhartig, karakterloos en schijterig.

Veel Nederlanders worstelen ermee wat ze van het vluchtelingenprobleem moeten vinden. Dat gaat in veel gevallen niet zozeer om de vluchtelingen, maar meer om hoe de overheden het aanpakken. Daarop klinkt veel kritiek. Kleine minderheden zijn fel voor of fel tegen, maar de meerderheid neemt een middenpositie in en laat het gezagsgetrouw gebeuren. Daarbij past een uitlaatklep. Binnen het betamelijke van de wet. Waarom een vlag met de tekst ‘Alaaf Akbar’ dat vrij vertaald betekent ‘Carnaval is het grootste’ verboden wordt is het maatschappelijke raadsel van 2016. Verkramptheid heeft Nederland ook tijdens carnaval in haar greep.

Foto: Afbeelding uit artikelCarnavalsclub moet leus ‘Alaaf Akbar’ verwijderen’ in het AD, 6 februari 2016. Credits: Salland Centraal/Alwyn van Noije.

Beatrixziekenhuis Gorinchem verwijdert ‘aanstootgevende kunst’

with one comment

Het_Beloofde_Land_89F3D4AC7BB31C68C1257EDB004234C1_3

Het is weer zover, je kunt er de klok op gelijkzetten, een bericht dat er ‘aanstootgevende kunst‘ uit een openbare instelling wordt verwijderd. Deze keer betreft het RTV Rijnmond dat meldt dat twee schilderijen van Izak Boom zijn verwijderd uit het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. Het gaat om de schilderijen ‘Het Beloofde land’ (hierboven afgebeeld) en ‘De Grote dag’. Volgens de schilder zouden bezoekers hebben geklaagd.

Alle elementen zijn aanwezig van de misstap door de leidinggevenden van onderwijsinstelling, ziekenhuis of gemeentehuis. Het scenario ontrolt zich vaak identiek. Eerst is er een zogenaamd autonoom opererende kunstcommissie die de werken ‘goedkeurt’. Dan komen er een paar bezoekers die klagen. Doorgaans in vage termen. Die klacht vertalen de leidinggevenden in onvrede over het werk. Daarbij komt dat doorgaans overeen met hun eigen al bestaande onvrede over het werk of met hun vrees dat het uit de hand zal lopen. De kunstcommissie wordt vervolgens zonder overleg gepasseerd. De directie laat de gewraakte werken buiten openingsuren weghalen. In dit geval ’s nachts. De kunstenaar zoekt de publiciteit en zegt niet precies te weten wat er speelt, maar wel een vermoeden te hebben. Met als gevolg dat de rel geboren is.

In dit geval zegt Izak Boom: ‘Ik zoek niet de provocatie, maar het kan provocerend zijn voor strengchristelijke mensen.’ Let wel, Boom doelt niet op ruimdenkende christenen, maar op fundamentalistische christenen die het omgekeerde van ruimdenkend zijn. De kunstenaar zegt vervolgens op zoek te zijn naar een andere plek om zijn werk te presenteren. Klassiek is dat de directie geen commentaar geeft: ‘Bij het Beatrixziekenhuis was zondag niemand beschikbaar voor commentaar.’ De komende dagen kan een persbericht van het ziekenhuis verwacht worden met de woorden ‘misverstand’, ‘gevoeligheden‘, ‘afstemming’, ‘communicatie‘ en ‘respect‘. Een lid van de kunstcommissie laat anoniem weten zich te beraden, maar laat nooit meer iets van zich horen.

Foto: Izak Boom, Het Beloofde land.

Open islamdebat is hard nodig. Of God het nou wil of niet

leave a comment »

InchaAllah

Mag kritiek op de islam of rust er een taboe op? De vraag is eerder of zulke kritiek zin heeft. Het antwoord is ondubbelzinnig ja. Religieuze organisaties zoals de islam genieten eerder te veel dan te weinig respect. Om de islam in de wereld te brengen is de eerste voorwaarde dat religies precies zo bejegend worden als andere cultureel-maatschappelijke instellingen. Niet meer en niet minder kritisch. Een uitzonderingspositie voor religies, en binnen die religies ook nog eens voor de islam, vindt in de nationale rechtsstaat, de democratie of de open samenleving geen rechtvaardiging. De overheid moet als scheidrechter boven de partijen die kritische houding niet zelf aannemen door deelnemer aan het publieke debat te willen zijn, maar dient wel nadrukkelijk te garanderen dat burgers zonder belemmeringen de kritiek op de islam ongestoord en veilig kunnen uiten.

Dit naar aanleiding van een opinieartikel in de Volkskrant van VVD’er Frits Bolkestein die meent dat de coördinator terrorismebestrijding miskent dat religie de basis kan vormen voor politiek geweld. Hij verwees hierbij naar onderzoeker David Suurland. Sid Lukkassen reageert instemmend op het Vlaamse blog Doorbraak met de vraag ‘Mag een academicus islamkritisch zijn?’en wijst naar ‘het politiek-correcte rookgordijn van de mainstream media’ dat die kritiek blokkeert. Hoe dat in z’n werk gaat illustreert ’student islamologie’ Arnold Yasin Mol in een opinieartikel voor Joop.nl met de bewering dat Bolkestein te weinig van de islam zou weten. Waarin Bolkestein van alles in de mond wordt gelegd dat hij niet beweert. Een open debat over de islam komt zo niet tot stand. Kom in Nederland niet aan de islam of de honden gaan blaffen. Gods wil is onfeilbaar. 

Foto: In Cha Allah in neon voor Lamba.

PVV en De Boodschapper botsen over vrouwvriendelijkheid van de islam

with one comment

Uitspraak-profeet-Mohammed-e1438201817376-1

De beste zijn degene die het beste zijn naar hun vrouwen -Profeet Mohammed’, aldus de in krom Nederlands gestelde slogan van het project De Boodschapper van de Stichting Tasmin die op abri’s in de stad Utrecht zijn geplaatst. Wordt de grammaticale fout (is degenezijn degenen) speciaal gemaakt ter onderscheid? Nee, het is een slordigheid die erdoor is geslipt. De opzet van de campagne is de promotie van de islam.

De campagne van Tasmin is slim bedoeld, want als een aspect van de islam in het Westen een slechte pers heeft dan is dat wel de vrouwonvriendelijkheid ervan. Een regel van marketing is om het meest negatieve punt van kritiek te pareren in de hoop dat zo de kern uit de kritiek wordt gehaald en de beeldvorming om kan slaan. Los van het kromme Nederlands lijkt succes onwaarschijnlijk vanwege het bezittelijk voornaamwoord hun in ‘hun vrouwen’ dat de vrouwen reduceert tot bezit van anderen. Da’s niet best. Stichting Tasmin doet er verstandig aan voortaan een Neerlandicus bij haar campagnes te betrekken om zulke fouten te voorkomen.

De PVV Utrecht liet het er niet bij zitten en kwam vandaag met een tegenslogan, een citaat uit de Koran: ‘Maar de vrouw van wie jullie ongehoorzaamheid vrezen, vermaant haar, laat haar alleen in haar rustplaatsen en slaat haar.’  Zo ontstaat de oorlog van de billboards: PVV Utrecht versus De Boodschapper. De PVV verwijt de media weg te kijken voor de tekst van De Boodschapper en deze kritiekloos geaccepteerd te hebben. Intussen zijn de media wel aangeslagen en wordt de campagne van De Boodschapper tegen het licht gehouden.

pvvu

Foto 1: Schermafbeelding van billboard in Utrecht van De Boodschapper

Foto 2: Schermafbeelding van persbericht ‘PVV Utrecht plaatst billboards’ van PVV Utrecht, 10 augustus 2015.

Wie let er op de foute militairen in de speelgoedwinkels?

leave a comment »

Uit het Zweedse warenhuis Gekås in Ullared zijn na een protest van klanten speelgoedsoldaatjes met Nazi-symbolen van het Poolse merk Cobi verwijderd. Waarschijnlijk uit de serie Small Army WW2. Die verwijdering is geen overbodige luxe. De uniformen zouden op die van de Gestapo lijken. Met swastika’s en adelaars. Een woordvoerder van Gekås betreurde het en zei deze Nazi-symboliek niet als voorbeeld te willen bevorderen.

cobi

Maar er is meer op de speelgoedmarkt waarvan het de vraag is of het het goede voorbeeld geeft. Waar ligt de grens van het aanvaardbare? Welk leger wordt wel toegelaten tot de schappen van de speelgoedwinkels en welk leger verliest de strijd om een verkoopplek? Wie bepaalt dat? Het gaat niet alleen om kinderen die op het verkeerde been worden gezet door verkeerde militairen van verkeerde speelgoedlegers. Wat te denken van de ‘Frozen Dead Nazi Zombie Series: Figure 3 : The Commander’ van  de ZomBee Toy Company uit de VS? Camp en met een vette knipoog. Maar intussen  …. toch een verkeerd voorbeeld voor pacifisten. Of juist niet?

Esther Voet schiet in eigen voet met aanval op Broertjes

with 19 comments

ev

CIDI-directeur Esther Voet reageert op Pieter Broertjes (PvdA), burgemeester van Hilversum en voorheen hoofdredacteur van De Volkskrant. Hij zou geblunderd hebben door Joden die na de Tweede Wereldoorlog naar Israël vertrokken te vergelijken met jihadstrijders en ISIS-terroristen die naar Syrië en Irak afreizen. De gewraakte uitspraak deed de burgemeester in het radioprogramma Stand.nl op radio 1: ‘Nederlanders gingen na de oorlog ook naar Israël om daar tegen de Engelsen te vechten. Wij hebben ze toen ook niet tegengehouden.’ Esther Voet noemt de uitspraak een flater en stelt vragen bij de integriteit van Broertjes. Hiermee trekt zij niet zozeer zijn politiek standpunt in twijfel, maar zet ze vragen bij zijn oprechtheid en motivatie. Hiermee overschrijdt niet Pieter Broertjes, maar Esther Voet de grenzen van de betamelijkheid.

Waarom de ophef over een redelijk neutrale opmerking van Broertjes over Nederlanders die naar het buitenland reizen om zich als strijder aan te sluiten bij een buitenlandse groepering? Wie de strijders of die buitenlandse groepering ook zijn. Welk aspect van de gewraakte uitspraak leidt nou tot zoveel ophef en verontwaardiging? Mogen bepaalde landen niet vergeleken worden met andere landen? Het verschijnsel is niet nieuw. Zo’n 700 ‘Spanjestrijders‘ deden in de jaren ’30 hetzelfde en verloren hun Nederlanderschap. Het is merkwaardig dat telkens blijkt dat de waardering voor de Nederlanders die in buitenlandse krijgsdienst treden direct afhankelijk is van de politieke voorkeur in Nederland van de meerderheid. Dus Spanjestrijders en ISIS-strijders niet, maar het Franse vreemdelingenlegioen of Israël-strijders wel. Dit onderscheid is willekeurig.

int

Foto 1: Schermafbeelding van tweet van Esther Voet, 23 oktober 2014.

Foto 2: Schermafbeelding van tweet van Esther Voet, 23 oktober 2014.

%d bloggers liken dit: