Amputeren van films om politieke denkbeelden is geen oplossing. Kunstenaars en kunstjournalisten moeten zich er tegen verzetten

De weg die NRC’s filmredacteur Coen van Zwol kiest is heilloos. Namelijk het wegpoetsen van vlekjes uit films om politieke redenen. Het valt te bezien of hij de gevolgen van zijn eigen betoog dat wat terloops en laconiek tot stand lijkt te zijn gekomen goed inschat. Er valt best iets voor te zeggen dat films opnieuw gemonteerd worden volgens de inzichten van de regisseur (directors cut) omdat dat past bij de integriteit van het werk, maar het gaan snijden in film wegens veranderende maatschappelijke en politieke ontwikkelingen is een zee om te drinken. Er komt geen einde aan. Dat leidt er namelijk toe dat bij elke maatschappelijke ontwikkeling werken van fictie door de veranderende omstandigheden aangepast moeten worden. Dat is onzinnig. Het was beter geweest als Van Zwol daar stelling tegen had genomen. Maar dat inzicht verwoordt hij niet. Daarnaast lijkt zijn kijk op deze kwestie te beperkt door al te makkelijk aan te haken bij de mode van het moment.

Opvallend aan Van Zwols betoog is dat hij de meest opvallende, controversiële film uit de Amerikaanse filmgeschiedenis niet noemt. Namelijk ‘The Birth of a Nation’ (1915) van D.W. Griffith dat bij de uitbreng al beschouwd werd als controversieel vanwege de politieke inhoud. De geschiedenis van de omgang met deze film is een voorbeeld hoe dat in de praktijk kan werken. Erin wordt de Ku Klux Klan verheerlijkt en het idee van witte suprematie aangehangen. De waardering van dit meesterwerk geeft aan hoe er met klassiekers omgegaan moet worden. Het wordt ondanks de bedenkelijke politiek inhoud beschouwd als een mijlpaal in de filmgeschiedenis vanwege onder meer de vernieuwing van de filmtaal. Het amputeren van deze film ontneemt het zicht op de ontwikkeling van de filmgeschiedenis. Dat is ongewenst, ongelukkig en onwetenschappelijk.

Van belang is dat de kritiek op deze film niet werd ingegeven door het recente antiracismedebat dat vanuit de VS is overgewaaid naar Europa, maar al 100 jaar bestaat. De paradox is dat dat de film heeft gered voor een simplistische lezing die nu allerlei films en tv-series treft die ervan worden beticht politiek niet correct te zijn. De promotie van een film tot wetenschappelijk belangrijk werk beschermt het tegen het publieke debat over populaire cultuur dat weinig stabiel en rechtlijnig is. De prijs daarvoor is dat ‘The Birth of a Nation’ ooit in het filmtheoretische debat van filmwetenschappers als David Bordwell of Kristin Thompson is geannexeerd en daardoor geïsoleerd is geraakt. Zeg, het circuit van verantwoorde vertoningen op universiteiten of filmclubs.

Dat staat ver af van de commerciële amortisatie die films nu treft op platforms als Netflix. Films moeten voor een breed publiek aanvaardbaar gemaakt worden door de controversiële aspecten ervan weg te snijden. Dat betreft niet alleen controversiële aspecten die nu onder invloed van het antiracisme en MeToo-debat centraal staan, maar ook gewone politieke standpunten die niet passen in het beleid van behoudzuchtige holdings. Een politiek aspect blijkt dus bij nader inzien ook, of zelfs uitsluitend, een commercieel aspect te zijn.

Essentie van de filmgeschiedenis is dat films in hun eigen tijd tot stand zijn gekomen en niet herschreven dienen te worden. Uiteraard kunnen ze zonodig achteraf in een context geplaatst worden door achtergronden bij de film te geven. Maar de film zelf moet niet gewijzigd worden door vermeende controversiële passages eruit te knippen. De erkenning dat een politiek verwerpelijke film of een film met politiek verwerpelijke passages samen kan gaan met de waardering ervoor vanwege andere kwaliteiten is het begin van een goede omgang met de film- en televisiegeschiedenis. In 1992 bestempelde het U.S. Library of Congress ‘The Birth of a Nation’ als “culturally, historically, or aesthetically significant” en nam het op in de National Film Registry. Het American Film Institute zette het op plek 44 van 100 belangrijke Amerikaanse films.

Waardering of gewoonweg achting voor een film wil niet zeggen dat ermee de politieke inhoud wordt erkend, maar dat de waarde van de film ondanks die politieke inhoud wordt erkend. Het huidige politiek debat over identiteit is een gevaar voor werken van fictie. De valkuil van dat debat is de gemakzucht ervan om kunst als wisselgeld voor politieke doeleinden te beschouwen. Dat tast de integriteit van kunstwerken aan. Daar moeten kunstenaars en kunstjournalisten zich teweer tegen stellen. Kunst die toch al zo kwetsbaar is wordt om politieke redenen onterecht verder in het verdomhoekje geplaatst. Hiermee verdwijnt de functie van kunst dat een venster op de tijd geeft waarin het gemaakt wordt uit zicht. Juist bij film is dat een belangrijke functie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelDie film, kan dat eigenlijk nog wel?’ van Coen van Zwol in NRC, 18 augustus 2020.

Foto 2: Still uit The Birth of a Nation (1915) Van D.W. Griffith. Met Walter Long.

NRC laat zich kennen. Ongemak over het niveau en de beperkte opvattingen van een rondetafelgesprek over vrijheid in de kunst

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC bij het artikelWe moeten het ongemak met elkaar opzoeken’ van 12 augustus 2020 van interviewer Toef Jaeger met vijf beeldend kunstenaars: Liesbeth Bik, Quinsy Gario, Patricia Kaersenhout, Daan Roosegaarde en Jonas Staal. Ik heb weinig waardering voor de selectie van de deelnemers en het niveau van hun beweringen.

Soms is het totaal meer dan de delen, maar bij dit rondetafelgesprek geldt het omgekeerde. Deelnemers en interviewer komen er minder goed uit. Zijn ze politiek ook niet te eensgezind dat ze elkaar in het openbaar niet willen afvallen? Vraag is dan ook waarom voor deze vorm en deze selectie is gekozen. Dit gesprek is een fuik om huilend in te zwemmen.

De briefschrijvers van Harper’s Magazine worden aangevallen zonder dat ze zich kunnen verdedigen. Zo wordt via een omweg bevestigt wat ontkend wordt. Namelijk dat het debat over identiteit in de kunst flodderig wordt gevoerd en een afgeleide is van een politiek debat. Maar kies dan ook expliciet voor politiek en vermeng dat niet met kunst.

Wat ongenoemd blijft is dat er ook pogingen zijn naast de behoudende opvattingen van de briefschrijvers van Harper’s Magazine en de standpunten van de voorstanders van de afrekencultuur die enkele deelnemers aan dit debat voor hun rekening nemen, dat er ook een progressieve opvatting mogelijk is tussen behoudzucht en radicalisme in.

De deelnemers trappen open deuren open, zoals de constatering dat witte kunstenaars de witte, westerse norm over wat kunst is als norm nemen. Dat is de kern niet. De kern is of vervolgens deze kunstenaars vanuit hun eigen achtergrond en perspectief anderen uitsluiten en een begrensde kijk op de kunstsector hebben. Zo dendert dit gesprek verder als een op hol geslagen trein waarover niemand nog controle heeft.

Na lezing resteert de vraag wat van dit gesprek de opzet was en wat NRC er eigenlijk mee bedoelde. Moet het opgevat worden als indekking tegen de kritiek dat de krant wit, behoudzuchtig en gesloten is? Waar is de nuancering gebleven? Interessant is dat het meer vertroebelt dan verheldert. Dat geeft aan hoe moeilijk het is om een evenwichtig debat over identiteit in de kunst te voeren. Nu wordt het onderwerp gepolitiseerd. Het gaat niet over kunst, maar over politiek in de kunst.

Dit debat vraagt om een vervolg met een meer evenwichtige selectie aan kunstenaars en opvattingen die onderbouwd worden en verder gaan dan het herhalen van politieke slogans uit het programmaboekje van het politieke activisme. Een kwaliteitskrant had al verder moeten zijn. Een weergave van een debat met losse flodders dat niet gaat over waar het over zegt te gaan biedt de lezer die geïnformeerd wil worden weinig meer dan ongemak over het niveau en de beperkte opvattingen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWe moeten het ongemak met elkaar opzoeken’ in NRC, 12 augustus 2020.

Verzet van Nick Cave tegen de afrekencultuur van het politiek correcte denken dat hij ziet als een op hol geslagen slechte religie

Als kunst niet meer zichzelf kan zijn, maar geannexeerd of ingeperkt wordt door politiek activisme, dan houdt kunst op kunst te zijn. De Australische frontman Nick Cave heeft interessante gedachten over de relatie van kunst en activisme. Hij schrijft het op in zijn online nieuwsbriefThe Red Hand Files’.

Als het niet-kunstenaars zijn die hun eisen willen stellen aan de kunst, dan wordt het er extra schrijnend op. Namens wie spreken ze als ze eisen stellen aan kunstenaars? Negatief uitgelegd, valt het op te vatten als een Amerikaanse verschijningsvorm die vanuit een specifiek Amerikaanse situatie en goede bedoelingen anderen in andere landen in andere omstandigheden de eigen denkbeelden en conclusies tracht op te leggen. In dat proces bereiken deze buitenstaanders het omgekeerde van wat ze beogen. Of liever gezegd, ze stellen het knevelen van kunst voor als het genezen ervan, maar ontkennen in de verantwoording dat dat hun opzet is.

Dat bevestigt opnieuw het beeld van verzwakte kunst die van alle kanten onder druk wordt gezet en zichzelf onvoldoende kan verdedigen. In de steek gelaten en miskend door regeringen, onder druk van radicale activisten die de kunst hun politiek correcte denken willen opleggen, lamgeslagen door economische ontwikkelingen als gevolg van een terugtredende overheid en COVID-19, en onderling te verdeeld en te netjes van aard om een vuist te maken om de regeringen en radicalen eens recht en hard in het smoel te slaan.

De van oorsprong Britse ‘The Guardian‘ besteedt regelmatig aandacht aan Cave, zoals in dit artikel van 12 augustus 2020. Probeert dit progressieve medium de derde weg te helpen verkennen tussen de gevestigde kunstenaars van de open brief in Harper’s Magazine die zich verzetten tegen de afrekencultuur en pleiten voor vrije kunst en de radicale activisten die de kunst willen ‘bevrijden’ door het hun denken op te leggen?

Cave maakt in zijn nieuwsbrief #109What is mercy for you?’ van augustus 2020 de vergelijking tussen politiek correct denken van radicalen en religie. Het is de aloude wetmatigheid van de revolutie die de eigen kinderen opeet. De Jacobijnen van de Franse revolutie die in hun roep om tolerantie eindigen in uitsluiting van andersdenkenden, een gesloten wereldbeeld en de claim op het eigen gelijk dat godsdiensten kenmerkt:
Political correctness has grown to become the unhappiest religion in the world. Its once honourable attempt to reimagine our society in a more equitable way now embodies all the worst aspects that religion has to offer (and none of the beauty) — moral certainty and self-righteousness shorn even of the capacity for redemption. It has become quite literally, bad religion run amuck.

Waar godsdienst nog troost, verbinding en zingeving biedt, geeft de nieuwe religie van het politiek correcte denken dat zich als een hongerige wolf op de verzwakte kunst stort alleen maar nadelen. Welke kunstenaar of kunstliefhebber kan het moralisme en de eigengerechtigheid billijken van dit politiek correcte activisme dat niet voor rede vatbaar is, voortdendert als een op hol geslagen trein en kunst niet als autonoom ziet?

Interessant is dat onder invloed van de krachten en tegenkrachten het veld van meningen en observaties over de relatie van kunst en maatschappij of van maatschappelijke participatie zonder meer, verbreed is. Op de druk van de radicalen om de kunst en de kunstenaars in te perken is tegendruk ontstaan. De volwassenen zijn de kamer ingestapt om zowel de kunst als het publieke debat voor verdere beschadiging te behoeden.

Dat biedt kansen om de goede aspecten die het politiek correcte denken in zich draagt wat betreft verbreding en democratisering te combineren met de kritiek erop en de uitwassen ervan terug te dringen. Nick Cave laat zich kennen als frontman van dit debat. Hij vindt zoekend en tastend zijn weg in een politiek mijnenveld waar honderden korte lontjes links en rechts op hun prooi wachten. De les is dat kunstenaars voor zichzelf op moeten komen én zich moeten verenigen omdat ze anders opgegeten worden door koks met scherpe messen.

Foto: Schermafbeelding van deel nieuwsbrief #109 ‘What is mercy for you?’ van Nick Cave in ‘The Red Hand Files’, augustus 2020.