Aartsbisschop Chaput stelt secularisme verkeerd voor

Is aartsbisschop Charles Chaput van Philadelphia dom, of doet-ie voor de katholieke zaak alleen maar zo? Lastig uit te maken of-ie het secularisme met opzet verkeerd voorstelt. Ik denk het wel. Chaput staat bekend als conservatief, uitgekozen door paus Benedictus XVI. Hij probeert zijn kudde te motiveren, maar schiet door.

Chaput komt met claims die geen basis in de werkelijkheid vinden. Katholieken mogen in Europa en de VS net als anderen hun mening in het publieke debat geven. Niemand die dat verhindert of hun mening minder zwaar laat tellen. Charles Chaput denkt retorisch handig te opereren door met een vergelijking katholieken en secularisten in dezelfde categorie te plaatsen. Maar da’s te simpel. Secularisten zijn niet per definitie atheïstisch of anti-religieus, ze willen ruimte voor iedereen en geen vermenging van politiek en religie.

Chaput klinkt kwaadwillend als-ie stelt dat secularisten katholieken hun visie op willen leggen. Waar haalt-ie het in hemelsnaam vandaan? Hij heeft gelijk dat katholieke gelovigen zich in het publieke debat moeten uiten om gehoord te worden. Dat vele secularisten bang zouden zijn voor religie, en gelovigen gevaarlijk zijn is een twijfelachtige observatie van Chaput. Die weergave definieert het secularisme niet. Dat gaat niet uit van angst voor religie of gelovigen, maar juist om de acceptatie ervan. Het idee dat individuen niet zonder een God kunnen leven is opnieuw een claim van Chaput die hij uit zijn duim zuigt. Het is een ordinair katholiek dogma. Chaput zet hiermee het humanisme bij het oud vuil, zoals geen secularist met het katholicisme zou doen.

Chaput reduceert de geschiedenis en kleurt deze selectief in. Hij kan weten dat Adolf Hitler gegrond was in het Oostenrijkse en Zuid-Duitse katholicisme en weinig met secularisme en atheïsme had. Niet voor niets werd Pius XII Hitlers paus genoemd. Hoewel dat minder eenduidig ligt dan het soms lijkt. Overduidelijk is dat het verdrag van Lateranen uit 1929 de samenwerking tussen Mussolini en het Vaticaan bezegelde. In ruil voor steun van de fascisten werd het katholicisme staatsgodsdienst. Da’s precies de vermenging van religie en politiek die het secularisme bestrijdt. Laat mensen zelf kiezen. Op dezelfde manier bouwden Castro en Mao voort op de religieuze structuren en organisaties in de maatschappij die ze probeerden te veranderen.

Chaput schept tegenstellingen die er niet zijn. Hij maakt zijn gelovigen bang voor de buitenwereld. Hij valt uit zijn vaderlijke rol door te spreken over secularistisch links. Waar haalt-ie nou ineens vandaan dat secularisme links is? Chaput schudt het allemaal uit zijn mouw. En door elkaar zonder enig historisch en maatschappelijk besef. Geniaal van dommigheid. Hij is nog lang niet klaar voor het secularisme. In de tussentijd misleidt een gestudeerd man bewust de gelovigen die aan hem toevertrouwd zijn en hij spiritueel zou moeten inspireren.

ECPM wijst Europese kernwaarden af, maar Europese subsidie niet

Er was onmin tussen de Europese Christelijke Politieke Beweging (ECPM) en Europarlementariër voor D66 Sophie in ’t Veld. In een opiniestuk in het RD memoreerde ze dat nationale partijen bij Europese partijen zijn aangesloten. Zoals ChristenUnie en SGP bij de ECPM. Volgens haar ontvangen Europese partijen ‘subsidie uit de EU-begroting, op voorwaarde dat ze de grondbeginselen van de EU in acht nemen, te weten de principes van vrijheid, democratie, respect voor de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat’.

In ’t Veld signaleert in het basisprogramma dat de ECPM Europese kernwaarden niet onderschrijft. Zo staat er onder het kopje Freedom: ‘Christian-democrat thinking also strongly rejects secularism as a public ideology‘. Daaruit concludeert de D66-er dat de ECPM de scheiding van kerk en staat, en seculiere instellingen verwerpt. En: ‘ECPM stelt daarbij dat de Europese democratie wortelt in het christelijk geloof, en zonder christelijk geloof en waarden niet kan bestaan. ”Freedom” geldt dus niet voor wie een ander of geen geloof heeft.

Johannes de Jong van denktank European Christian Political Foundation van de ECPM reageerde in het RD op In ’t Veld en stelt dat de ECPM voor de scheiding van kerk en staat is. Hij meent dat ze tot een verkeerde interpretatie komt omdat er in het programma ook wordt gepleit voor ‘een democratische samenleving met echte pluraliteit en diversiteit van meningen en overtuigingen‘. Als uitleg voor de gewraakte zin die In ’t Veld citeert verwijst-ie naar een agressief secularisme dat afkomstig is uit Oost-Europa waar de ECPM voor een groot deel geworteld is. En dat inhoudt dat secularisme geen ruimte laat aan religie in de publieke ruimte.

Dit is in lijn met wat evenals de paus de Estlandse ECPM-voorzitter Peeter Võsu agressief secularisme noemt: ‘In steeds meer landen is er sprake van een antireligieuze trend gevoed door een agressief secularisme‘ . Ik betwijfelde dat in ‘Christelijke politiek demoniseert het secularisme’ en zei over de opstelling van Võsu: ‘Maar hij verwart de gelijkberechtiging met de afschaffing van de privileges voor gelovigen. Het lijkt er sterk op dat met name strijdbare christenen het opgeven van hun voorkeurspositie niet kunnen accepteren ten koste van minderheden als homosexuelen of moslims die een gelijke plek onder de zon opeisen’.

De ECPM spreekt vanuit een werelds pragmatisme vol marketing met meerdere monden tegen meerdere publieken. In Oost-Europa laat Peeter Võsu het harde geluid klinken. In West-Europa is het Johannes de Jong die in redelijkheid de liberalen countert. Het beginselprogramma van de ECPM leest als kruising van belangen. Het moet voldoende redelijk klinken om Europese subsidies te kunnen incasseren, maar moet onheilspellend, urgent en militant genoeg zijn om christenen angst aan te jagen en zo bij de les te houden. De zin die In ’t Veld citeert valt echter wel degelijk het secularisme in de kern af. Feit dat de ECPM met zo’n uitgangspunt dat andersdenkenden in de kern uitsluit Europese subsidie krijgt toont het ongelijk van de ECPM het beste aan.

Foto: Paus ontvangt in Rome het Internationaal Democratisch Centrum, inclusief de Slowaakse KDH met voorzitter Ján Figel, september 2012

GroenLinks als tweederangs partij kan beter ophouden te bestaan

De pers meet het breed uit: De chaos in GroenLinks is compleet. Na partijleider Jolande Sap en het voltallige partijbestuur stapt nu ook voorzitter van de evaluatiecommissie Andrée van Es op. In een verklaring laat de partij weten dat Van Es zich terugtrekt omdat de suggestie dat ze als voorwaarde voor het voorzitterschap zou hebben gesteld dat Sap moest aftreden aan publiciteit wint. De partij ontkent dit, maar geeft toe dat Van Es na het aanvaarden van het voorzitterschap aan zowel Sap als partijvoorzitter Heleen Weening liet weten dat ze zouden moeten opstappen. Van Es wil de evaluatiecommissie niet in opspraak brengen en trekt zich terug.

GroenLinks is geen partij zonder ideeën. Het heeft er misschien eerder te veel. Leden geven hun evaluatie over de verkiezingsnederlaag in de discussie van het wetenschappelijk bureau de Helling. Die van Frank Hemmes is interessant. Het verscheen eerder op Vrij-Zinnig. Hemmes verwijt het GroenLinks van de afgelopen jaren hoogmoed. Hij toont naar mijn idee overtuigend de overbodigheid van de partij op de electorale markt aan. Het heeft niets unieks dat andere partijen niet bieden. D66, PvdD, PvdA en SP doen dat veel beter.

Over het ontbreken van het eigen gedachtengoed: ‘Het voornaamste probleem is dat GroenLinks niet uit lijkt te stijgen boven een incoherente verzameling standpunten die bij elkaar gehouden moeten worden door een links-liberaal groen vernis. Er is als het ware geen ideologische kern, zoals het liberalisme of de sociaaldemocratie dat is, van waaruit de standpunten uitgelegd kunnen worden en waaraan een vast electoraat zich kan binden.‘ En: ‘In plaats van een solide kern zijn er meerdere facetten die allemaal een andere kiezersgroep aanspreken. Er is een groen facet, een vrijzinnig-liberaal facet en een sociale kant.’

Over het ontbreken van politieke traditie: ‘Maar de echte hoogmoed van GroenLinks zat hem in de manier waarop de partij haar boodschap de afgelopen jaren uitdroeg. Het constante verkondigen dat het progressieve of radicale midden het alfa en omega van de nieuwe politiek in de 21e eeuw was, en dat begrippen als socialistisch, liberaal, links of rechts verouderd waren en hadden afgedaan. Als er iets is dat door de huidige verkiezingen, waarin links en rechts duidelijk de spil vormden, is gelogenstraft, dan is het dat waanidee wel. De arrogantie en pedanterie van wat in feite een tweederangs partij is om met onverholen minachting te beweren dat links en rechts achterhaalde begrippen zijn, terwijl voor veel kiezers deze tweedeling nog springlevend is, heeft GroenLinks nu de marge ingeduwd.

Over de toekomst: ‘Wil GroenLinks haar bestaansrecht behouden en meer zijn dan een marginale partij, dan zal het een eigen, unieke, herkenbare en vooral samenhangende ideologie of verhaal moeten ontwikkelen. Doet het dat niet, dan kan elke kiezer inmiddels bij een andere partij op zoek naar ideeën en macht.’

Hemmes neemt geen ruimte om de ontstaansgeschiedenis te schetsen. De fusie in 1990 van de vier uiteenlopende partijen CPN, PSP, PPR en EVP was een valse start die nooit goedgemaakt is. Nooit werd het een geheel. Als stemmer op de PSP heb ik nooit de overstap naar GroenLinks kunnen maken dat twee religieuze partijen (PPR en EVP) en de crypto-religieuze CPN omvatte. Dat getuigende en zalvende is vanaf het begin in GroenLinks gaan zitten. Onder Ina Brouwer of Paul Rosenmöller meer dan onder Femke Halsema. Dit komt niet precies overeen met de verklaring van Frank Hemmes over hoogmoed, maar geeft wel raakvlakken aan.

De remedie voor de toekomst lijkt duidelijk. GroenLinks kan ophouden te bestaan en zich opsplitsten. Een socialistisch-pacifistische kern heeft als zelfstandige partij bestaansrecht door een onderscheidende ideologie en kan zich vernieuwen door het gedachtengoed dat in de hackersgemeenschap leeft. De rest kan opgaan in bestaande partijen. Een liberaal-vrijzinnige kern in D66, een duurzame kern in de PvdD, de religieuze kernen in de ChristenUnie, en een socialistische kern in de PvdA. Een partij is ondergeschikt aan het gedachtengoed.

Foto: Affiche GroenLinks, lijst zes (PPR, PSP, CPN, EVP), 1989

SGP moet vrouwen op kandidatenlijsten toelaten, maar gebeurt dat ook?

De SGP moet vrouwen toelaten op de kandidatenlijsten. Aldus het Europese Hof van de Rechten van de Mens dat een klacht van de SGP niet in behandeling neemt. De SGP had in 2010 een klacht ingediend na een arrest van de Hoge Raad. De partij meende dat het de vrijheid had om vrouwen niet op de kieslijst toe te laten.

Het EHRM ondersteunt dit idee niet. Nu is de Staat aan zet, dus de regering. Mogelijk schuift de regering het arrest van de Hoge Raad voor zich uit totdat er na de verkiezingen een nieuwe duidelijkheid ontstaat over de positie van de SGP. In de gedoogconstructie met de PVV was de SGP de tweede gedoogpartner die het verschil maakte in de Eerste Kamer. Idealiter zou een arrest van de Hoge Raad los moeten staan van de politieke realiteit, maar met smalle marges leggen partijen tegenwoordig makkelijk aanbevelingen naast zich neer.

De SGP zegt de uitspraak te betreuren. Het ziet het als ‘ingrijpend’  met ‘verstrekkende gevolgen’ die verder gaan dan de SGP alleen. De partij stelt dat het ‘gelijkheidsbeginsel nu zó absoluut wordt gemaakt, dat andere klassieke politieke en religieuze vrijheden erdoor worden weggedrukt’. Het is onduidelijk wat de SGP bedoelt. Het kan niet voor anderen bepalen wie wel of niet uitverkoren is. Dat principe wordt per individu bepaald.

De SGP is een partij met meerdere gezichten. Het opteert in het beginselprogramma voor de theocratie met het advies om dat woord niet te gebruiken. Het is niet zoals het CDA of de ChristenUnie voor confessioneel pluralisme voor alle stromingen. De SGP is vanouds theocratisch en reserveert de godsdienstvrijheid exclusief voor de eigen zuil. Daarom kunnen bezwaren van de SGP hypocriet ogen omdat ze focussen op de eigen rechten. Maar daarnaast bestaat er binnen de SGP een stroming die opteert voor nationale en religieuze eenheid, de Van Rulerianen. Dat maakt dat de SGP zich ‘in de tussentijd’ zo gouvernementeel kan opstellen.

Foto: DEN HAAG – Een onderonsje tussen Riet Grabbijn van Putten en Ciska Dresselhuys, hoofdredacteur van feministisch maandblad Opzij, tijdens een debat in Den Haag over het boek ”De vrouwen van de SGP”, 2007. Credits: Frank van Rossum

Dibi streeft bijdetijds naar nieuwe progressieve partij

Tofik Dibi kijkt over partijgrenzen heen. Juist nu hij bij GroenLinks als kandidaat-lijsttrekker partijleider Jolande Sap uitdaagt. Tegen Nu.nl zegt Dibi: ‘Als de progressieve partijen zo versplinterd blijven, zullen ze nooit een meerderheid halen om Nederland socialer te maken.’ Een vreemde uitspraak omdat de geschiedenis leert dat als progressieve partijen zich verenigen ze nog geen meerderheid halen. Daarbij komt dat PvdA en SP hebben gezegd voor links van het midden te kiezen, en niet voor progressief. Overigens een vaag begrip. Een progressieve meerderheid is op dit moment nog minder haalbaar dan vroeger toen het evenmin haalbaar was.

Toch zijn Dibi’s denkbeelden interessant. Oprichting van een partij tussen GroenLinks, D66 en mogelijk de Partij voor de Dieren kan vrijzinnige politiek focus en ambitie geven. Het is 66 jaar geleden dat de Vrijzinnig Democratische Bond opging in de PvdA die mislukte als Doorbraak. Maar eenzame voetsoldaten in PvdA, VVD, GroenLinks en D66 hebben nog steeds de doorbraakgedachte in hun ransel. Wanneer durven deze individuen de stap te zetten om tegen hun partijkaders in samen af te koersen op een progressief-liberale partij?

Recent zijn op centrum-links pogingen ondernomen om de verstarring te doorbreken. Omdat individuele leden van GroenLinks, D66 en PvdA teleurgesteld waren in hun eigen partij zochten ze in wisselende combinaties samenwerking over partijgrenzen heen. In december 2010 was er het initiatief van een fusie tussen D66 en GroenLinks. In september 2011 ‘Leden van zes PvdA-afdelingen starten een traject om de Nederlandse progressieve beweging van nieuwe ideeën en energie te voorzien‘. In december 2011 was er het initiatief van een vrijzinnige beweging tussen leden van D66, GroenLinks en PvdA. Alles zonder resultaat.

Foto: Verkiezingsaffiche van de Vrijzinnig Democratische Bond, 1918

GroenLinks: de ondraaglijke lichtheid van een gewichtige partij

GroenLinks heeft problemen met democratie. Het valt binnen de partij niet in goede aarde dat Tofik Dibi zich kandideert als lijsttrekker. Fossielen als Bas de Gaay Fortman, Herman Meijer en Wijnand Duyvendak bestoken hem vanuit de tweede linie. Partijvoorzitter Heleen Weening stelt in een zuinige reactie dat Dibi ‘alle recht heeft zijn sollicitatie bekend te maken‘. De mededeling op Weenings site is exemplarisch: onder constructie.

Partijpolitiek in werking is geen fraai gezicht. Bij de kandidaatstelling voor verkiezingen knokken leden van de Tweede Kamer voor een hoge plaats op de lijst. Hun carrière staat op het spel. Of facties trekken de macht naar zich toe met uitsluiting van rivalen. Zie 50PLUS. Op het spel staan functies in het openbaar bestuur die volgens een ongeschreven regel zijn voorbehouden aan leden van politieke partijen. Feitelijk is dit nepotisme van 2% partijleden over 98% niet-partijleden een weeffout die alle politieke partijen actief in stand houden. Maar geen enkele maatschappelijke groepering stelt de vanzelfsprekendheid van deze claim ter discussie.

Jolande Sap is sinds december 2010 een weinig overtuigende leider van een partij die niet goed met de macht omgaat. Het Kunduz-akkoord knelt nog steeds en nu zijn er weer geruchten dat GroenLinks de JSF steunt. Onder Femke Halsema probeerde de partij de weg naar het centrum te vinden. De paradox is dat Halsema faalde waar Sap met het ‘Lenteakkoord‘ slaagde. PvdA-partijleider Diederik Samson bood haar die kans, zodat GroenLinks niet meer naar links getrokken werd. Maar Sap is tweeslachtig als ze zegt de ruimte naar de PvdA open te willen houden. En zelfs met de SP wil praten. Telkens bezorgt Sap haar partij een onduidelijk profiel.

Haar onvastheid maakt het onvermijdelijk dat iemand Sap uitdaagt. Dibi kiest eenduidig voor hervormingen en het centrum. De tragiek van GroenLinks is dat Dibi als ‘lichtgewicht‘ evenmin voldoet, aldus de Volkskrant. Halsema is jonger dan Sap en zou de geschikte kandidaat zijn. Zij kan niet meer terugkomen. GroenLinks is zowel meer als minder dan Sap. Opsplitsing en aansluiting van een deel bij D66 en PvdA is het beste dat de partij kan overkomen. Zodat principes niet langer verward worden met realisme binnen hetzelfde debat.

Foto: Emile Roemer, Job Cohen en Jolande Sap presenteren een gezamenlijk alternatief voor het bezuinigingsbeleid van het kabinet Rutte, januari 2012.

Crisis binnen GroenLinks biedt zicht op vernieuwing

Er is gedonder binnen GroenLinks. Volgens een bericht in de NRC kunnen vier van de tien kamerleden zich niet vinden in de koers van fractievoorzitter Jolande Sap. Het komt erop neer dat Sap niet voor individuele vrijheid kiest zoals Femke Halsema deed, maar voor linkse samenwerking met SP en in mindere mate de PvdA. Sap volgde Halsema in december 2010 op. GroenLinks scoort slecht in de peilingen en de missie in Kunduz werkt als een splijtzwam. Overigens een erfenis van Halsema. Dat zorgt voor onzekerheid binnen de fractie.

Fractievoorzitters moeten rijpen. Van Emile Roemer bleek al na 2 maanden dat-ie het in zich had, bij Job Cohen is dat na 2 jaar nog steeds niet aangetoond. Jolande Sap is een twijfelgeval. Na 14 maanden heeft ze nog niet bewezen een leider te zijn, maar evenmin valt ze zo door de mand als Cohen. Haar uitleg met de stekkerdoos tijdens de Algemene Beschouwingen 2011 was tenenkrommend. De econome Sap zou zich tijdens de huidige crisis beter kunnen profileren als economisch expert. Met als complicatie dat ze dan financieel-economisch woordvoerder Bruno Braakhuis opzij moet zetten die een van de vier opposanten is.

Het gaat om een richtingenstrijd. Kiest GroenLinks voor oud-links en haakt het aan bij SP en PvdA of zet het de links-liberale koers van Halsema voort en stelt het zich vergelijkbaar op als D66? Ofwel, het gaat om een afweging tussen de gevestigde belangen van de verzorgingsstaat tegenover hervormingen voor de toekomst. Omdat komende bezuinigingen alleen te halen zijn met hervormingen lijkt de optie oud-links achterhaald.

Recent zijn op centrum-links pogingen ondernomen om de partijpolitieke verstarring te doorbreken. Omdat ze teleurgesteld zijn in hun eigen partij zoeken individuele leden van GroenLinks, D66 en PvdA in wisselende combinaties samenwerking over partijgrenzen heen. In december 2010 was er het initiatief van een fusie tussen D66 en GroenLinks. In september 2011 ‘Leden van zes PvdA-afdelingen starten een traject om de Nederlandse progressieve beweging van nieuwe ideeën en energie te voorzien‘. In december 2011 was er het initiatief van een vrijzinnige beweging tussen leden van D66, GroenLinks en PvdA. Tot nu toe tevergeefs.

Kan de huidige crisis in GroenLinks helpen bij nieuwe partijvorming? Als de stemming tussen de kamerleden van GroenLinks representatief is voor de richting dan is 40% bereid om te hervormen met anderen. Om samen te gaan met kritische VVD’ers (type Voorhoeve), liefdevolle PvdA’ers (type Terstall) en vrijzinnige D66’ers (type Van der Ham). Voor zo’n seculier-vrijzinnige hervormingspartij moeten tien zetels te halen zijn. Een wetmatigheid is dat partijen alleen bewegen als het slecht gaat. Het wachten is op een crisis binnen D66.

Foto: Jolande Sap probeert tijdens een debat in de Tweede Kamer met een stekker en stekkerdoos Geert Wilders iets te vertellen, 2011. Credits: ANP

Secularisme gaat boven religie

In een toespraak tot de VN in 2005 zegt toenmalig minister Ben Bot dat er over het secularisme misverstanden bestaan: In Nederland, net als elders, mogen politici en politieke partijen zich laten inspireren door religie, zo lang de instituties van staat hiervan apart blijven staan. Het is op te vatten als een weerwoord aan de katholieke minister Agnes van Ardenne.

Aan christelijke politici als André Rouvoet, Piet Hein Donner, Ernst Hirsch Ballin of Agnes van Ardenne zijn Bot’s woorden niet besteed. Zij leggen het principe van secularisme verkeerd uit, vergeten historische ontwikkelingen en tornen aan de vrijheid van meningsuiting:
Van Ardenne: The exercise of one’s freedoms is not an end in itself.
Rouvoet:  Politiek gesproken wordt de vrijheid bedreigd door de verabsolutering van individuele rechten. Zo leidt verabsolutering van de vrijheid van meningsuiting tot het recht op kwetsen van de diepste religieuze gevoelens. Verabsolutering van het recht op gelijke behandeling leidt tot het verbieden van religieuze organisaties om personeel te werven met een gelijke overtuiging.
DonnerSecularisatie is dan ook niet verlies van geloof, maar het veranderen van geloof
Donner: Als gevolg van secularisering is er mogelijk minder verdraagzaamheid voor religie.

In Nederland bestaat een coalitie van religieus conservatieven en vermeend progressieven die opteren voor meer godsdienstig geïnspireerde waarden en normen. Dat uit zich in het idee van met name CDA en PvdA dat de gemeenschap belangrijker is dan het individu. Dirk Verhofstadt vat samen: In de praktijk betekent dit immers dat mensen (vooral mannen) binnen minderheidsgroepen hun medemensen (vooral vrouwen) kunnen onderdrukken, waarbij ze zich steevast beroepen op de vrijheid van godsdienst. Deze politiek heeft in het verleden bewezen dat ze niet deugt. 

Vrijzinnig-liberalen als Boris van der Ham (D66) en Tofik Dibi (GroenLinks) zien dit onrecht, maar vormen een minderheid binnen hun eigen partij. Zolang ze zich niet hergroeperen, maar laten gijzelen door de misvattingen en verkeerde voorstelling van zaken door Job Cohen of Piet Hein Donner bepalen de religieuze conservatieven en progressieve relativisten de agenda. Het wachten is op een aflossing van de wacht.

Voormalig minister Ernst Hirsch Ballin vraagt zich begin 2010 af: Wat heeft ons gebracht tot de huidige vrijheid van godsdienst en de verhoudingen tussen kerk en staat? En hoe gaan we op een constructieve manier om met religieuze en levensbeschouwelijke pluraliteit in onze samenleving? 

Remonstrant en historicus Coos Huijsen geeft het antwoord: Ik voel niet zoveel medeleven met die streng orthodoxe christenen, die jammeren dat hun geloof en levensstijl onvoldoende zouden worden gerespecteerd. Ze beseffen namelijk niet dat hun voorouders anderen onvoldoende respecteerden toen ze zelf nog een meerderheidspositie innamen. Het grootste deel van de 19de eeuw werd de parlementaire geschiedenis hierdoor bepaald. De ondergeschikte positie van de vrouw als gevolg van op de Bijbel geïnspireerde huwelijks- en gezinswetgeving, de ambtenares die bij trouwen ontslag moest nemen, de wetgeving van de katholiek Regout waarbij homoseksualiteit strafbaar werd, de zondagswetgeving waardoor onder meer zwembaden konden worden gesloten, de filmcensuur, het verbod op euthanasie. We kunnen zo doorgaan. Steeds grepen orthodoxe christenen via wet- en regelgeving diep in in de persoonlijke levenssfeer van andersdenkenden. Nu zijn al deze wetten gelukkig gewijzigd. Humaan respect voor de mens om zijn levenssfeer naar eigen geweten zoveel mogelijk zelf te bepalen, is daarbij het uitgangspunt.

Secularisatie is geen bedreiging, maar een bevrijding. Hoewel voor orthodoxe christenen deze vrijheid onwelkom is omdat het hun macht inperkt. Vandaar hun bizarre uitspraken dat secularisme een pseudo-religie is of vrijheid geen doel op zichzelf. Secularisme gaat boven religie omdat het optimale vrijheid voor allen biedt. Laat christenen maar wennen aan het denkbeeld dat ze niet meer alleen voor het zeggen hebben.

Foto: Strand van Scheveningen,1890-1900

Islam en de blik van de ander

Vijf jaar geleden vond op 13 maart 2006 een door de Liga voor de Rechten van de Mens georganiseerd debat plaats over de keuzevrijheid van de vrouw onder de titel: niqaab of naveltruitje. Wat volgens een verslag in Het Parool in de praktijk ging over de hoofddoek of de minirok. Zijn we in vijf jaar iets opgeschoten?

Is de hoofddoek een symbool van onderdrukking of niet? Opinies over de hoofddoek zijn voorspelbaar. Sommigen zeggen dat dwang de vrijheid van de draagster inperkt, anderen menen dat het juist haar vrijheid onderstreept. Geen van de posities leidt tot een doorslaggevende conclusie, waarmee niet gezegd is dat er een waarheid in het midden ligt.

Er zijn getuigen die zeggen gedwongen te worden een hoofddoek te dragen. Anderen getuigen uit vrije wil voor de hoofddoek te kiezen. Complicatie is dat dit debat de voorgrond is dat tegen een brede achtergrond speelt. Daar wordt de vrouw gezien als lustobject, economisch afhankelijk, beïnvloedbaar en mannelijk bezit. De relatie tussen voor- en achtergrond geeft diepte.

Zou het kunnen dat onderhuids de ontwikkeling in het denken van moslimvrouwen synchroon loopt aan dat van de Turkse-Nederlander Harun Yildirim? Vijf jaar geleden was-ie fundamentalist, nu pleit-ie voor een westerse islam. Het integratie-debat is aangescherpt en benadrukt plichten die verzet oproepen. Daarin meegaan is de valkuil voor de allochtoon omdat-ie zichzelf ermee buiten de hoofdstroom plaatst.

Zo opgevat is in Nederland de hoofddoek geen splijtzwam die voortkomt uit het uitdragen van een islamitische identiteit, maar een schot in eigen voet. Ofwel, de verbinding van de draagster met de islam is gerechtvaardigd, maar een reductie van de eigen identiteit die veelvormiger is. Een dwaalspoor naar een doodlopende weg. Door vast te houden aan rechten ontkent de draagster haar rechten.

Yildirim calculeert dat voor hem het de afgelopen vijf jaar vasthouden aan de islamitische identiteit een te hoge prijs is geweest. Een manifeste religiositeit gaat niet samen met aandacht voor Nederland. Hij roept op om breder te kijken en het denken te hervormen. Los te komen van de religieuze ban.

De verzoening tussen de populistische utopie van een islamitisch heartland en de praktijk van Nederland is de vorming van een westerse islam. Waarbij de islam naar de moderniteit gebracht wordt en niet andersom. Want in dat laatste geval blijft de islam geïsoleerd. Van belang bij de prioriteit van de Nederlandse rechtsstaat.

Denkers als Harun Yildirim verdienen volop steun. Moedig om twijfel te verwoorden, de eigen identiteit tegen het licht te houden en terug te komen op ingenomen standpunten. Evolutie biedt op termijn meer perspectief dan fixatie. Ontwikkeling is geen teken van zwakte, maar van sterkte. Het klinkt als een mantra die tijdgebonden is en daarom verloren gaat in de lucht. Toch spiegelt het wijsheid van eeuwen.

Tragiek van de migrant is dat-ie als nieuwkomer eerder moet bewegen. Dubbele tragiek van de migrantenvrouw is dat ze als eerste wordt geacht te bewegen. Da’s de wetmatigheid van oud en nieuw, van macht en onmacht, van sterk en zwak, van man en vrouw, van aantallen en Leitkultur. Van tegenstellingen die een samenvoeging zoeken. In gang gezet door een blik.

Rigueur biedt vrouwen geen weg, maar gemiste kansen. De Turkse-Nederlander Ceylan Pektas-Weber verwoordde haar flexibiliteit al in het debat in 2006: Ik draag de hoofddoek uit eerbied voor God, maar ik ben niet dogmatisch, ik zet hem zo af. Die beweging geeft ons allen ruimte om weg te bewegen van de ingegraven stellingen. Uit de geslotenheid.

Foto: Tokimatsu met hoofddoek, Japan, omstreeks 1890

Over de achterblijvende ontwikkeling van islamnaties

1. Laten we ons voorstellen dat Arabische leiders opportunisten zijn en vooral hun familie, clan en eigen zak willen spekken. Ze interesseren zich nagenoeg niet voor de staat of natievorming. Ze laten zich sturen door het Westen voorzover dat in hun belang is. Maar als het anders uitkomt volgen ze hun eigen weg.

Verontwaardiging over misdragingen van Westerse landen is gerechtvaardigd, maar brengt onvoldoende inzicht. Hun rol is vernietigend geweest.
 Maar alles wat in islamnaties misgaat herleiden tot het Westen leidt niet tot een sluitende verklaring wat er precies gebeurt. Laten we proberen dat te benoemen en de redenen te achterhalen.

Uitgangspunt is dat islamnaties slecht presteren op het gebied van onderwijs, cultuur en educatie. VN-rapportages wijzen dat ondubbelzinnig uit. Waarom kiezen islamnaties ervoor om vrouwen in een ondergeschikte rol te duwen? Da’s absoluut geen vereiste van het Westen.

Het Westen is trouwens niet ondeelbaar. De VS is anders dan Noorwegen, en Zwitserland anders dan Engeland. Hetzelfde geldt voor de islamnaties die onderling verschillend zijn. Voor de discussie wordt afgezien van de verschillen en geprobeerd de uiterste posities niet als bepalend te zien. Dus geen Tea Party beweging of Al Qaida.

Pas het antwoord op de vraag te waarom islamnaties hun eigen ruimte onvoldoende benutten leidt tot een verklaring. De houding met een open mind vergroot het begrip van de wereld.

In Nederland ontmoet de vraag  naar de stand van ontwikkeling in islamnaties geen brede consensus. Dat heeft niets met de ontwikkelingen zelf te maken, maar wel met de dominante politieke stroming van het cultuurrelativisme.

Analyseren is het pellen van een ui. Wil men tot de kern doordringen of vreest men de uitkomst? Dat mechanisme is eerder een taboe dan een blinde vlek. Feitelijk kan de vraag wat islamnaties bezighoudt niet beantwoord worden.

2. Moslims zijn individuen op zoek naar betere levensomstandigheden. Daarom trekken velen naar Europa of de VS. Murw gebeukt door het leven in een politiestaat of een autocratische staat of de informele economie. Omdat ze geconditioneerd zijn nemen enkelen die sfeer mee naar Europa. Bijvoorbeeld religieuze extremisten.

Een vergelijking met de opkomende economieën van Oost-Azië is interessant. Ze hebben zich onder het juk van het Westen ontworsteld. Waarom hebben de islamnaties deze interne krachten niet weten te mobiliseren? Waarom lukt elders wel wat islamnaties in gelijksoortige omstandigheden niet lukt? Alleen de cultuur verschilt.

Waar schort het aan? Is dat het naar binnen gekeerd zijn en de angst zich te vermengen met anderen? Bang om de eigenheid te verliezen? Bang voor een besef waar we alleen maar naar kunnen raden? Zijn het de juridische en constitutionele grenzen?

3. In de vergelijking van landen en sferen blijkt dat superioriteitsdenken overal voorkomt. Typisch Westers is het niet. Arabieren kennen het ook. Zoals in Noord-Soedan waar neergekeken wordt op zwarte en niet-islamitische Zuid-Soedanezen. Dat leidt tot genocide door Arabieren op de Zuid-en West-Soedanezen. De geschiedenis toont dat Arabieren even bekwame slavenhandelaren als Europeanen waren.

Aziaten als Chinezen en Japanners voelen zich superieur aan andere volkeren zoals Mongolen of Koreanen. Da’s de normale vorm van discriminatie die tot groeps- en natievorming leidt. Deze socialisering boetseert eenheid. Door globalisering krijgt dat mechanisme nieuwe betekenis. Het wordt inwisselbaar.

Chinezen zoeken expansie in Afrika. Waarbij ze zich verre houden van Westers moralisme en zich evenmin weten te onttrekken aan het ondersteunen van verkeerde regimes. Ze stellen geen vragen over mensenrechten omdat ze dezelfde vragen niet willen beantwoorden.

Naar mijn idee is het tekort van de islamnaties dat hun superioriteitsdenken een lege huls is geworden. Behalve hun geschiedenis en religie hebben ze weinig om trots op te zijn. Politiek stagneert. Onderwijs stagneert. Cultuur stagneert. Emancipatie van vrouwen en minderheden stagneert. Corruptie en ongelijkheid tieren welig. Hoewel er ook gunstige uitzonderingen zijn als Oman.

4. Olie- en gasbronnen trekken een zware wissel op landen. Zoals de ontwikkeling van Venezuela en Rusland toont. Dat leidt tot inmenging van Westerse landen of juist een afwerende reactie daarop. Maar daarnaast is er voldoende ruimte die deze landen grijpen. De bevolking wordt afgekocht.

Sommige islamnaties drijven op de inkomsten van gas en olie. Ze baden in het geld en proberen hun economie te verbreden. Da’s positief en geeft deze staten mogelijkheden. In de Golfstaten wordt dat met beperkte burgerrechten doorgegeven aan de kleine autochtone bevolking. Burgerrechten gelden niet voor allochtonen.

Niet toevallig spannen juist de Golfstaten zich in om economisch onafhankelijk te worden van hun olie-inkomsten. Ze investeren in toerisme, dienstverlening en media. Maar ook in industrie.

 Het is het diapositief van het idee in de consumerende landen minder afhankelijk van petrodictaturen te worden. Islamnaties voelen politieke druk vanwege de olie. Dat remt de ontwikkeling. Vraag is waarom het zo langzaam gaat.

5. Er is in alles een omslagpunt dat herstel na een klap aangeeft. Hoe lang te wachten? Zo heeft het Westers kolonialisme kwaad aangericht in Afrika. Economisch en cultureel imperialisme is nooit verdwenen. Het Westen  zet onder druk en steelt en rooft. Het speelt in op tribalisme, slecht leiderschap, religie of cultuur.

Het donkere continent mist kansen die gegrepen hadden kunnen worden. Daarover zijn watchers het eens. Was president Mbeki van Zuid-Afrika een zwarte racist, zoals Mugabe van Zimbawe? Waarom gijzelen deze leiders hun landen en houden ze hun bevolking klein? Waarom missen ze kansen?

Veel landen met arme bevolkingen zijn rijk. Ze wenden de middelen niet goed aan. Het is een schande dat in potentie rijke landen als Nigeria, Congo, Gabon of Angola ondermaats presteren.

6. Als het over de dwingende macht van de katholieke kerk gaat, dan is Latijns-Amerika een sfeer waar religie mensen heeft kort gehouden. Dat aspect is verbonden, maar valt niet volkomen samen met het Amerikaans imperialisme.

De film Missing die in Chili speelt vertelt dat. Amerikanen hebben daar niet minder huisgehouden dan in het Midden-Oosten. Totdat de links-populisten in Zuid-Amerika aan de macht kwamen. 

Zo is het ook met de islamnaties. Ze zijn verbonden, maar vallen niet volkomen samen met het Amerikaans imperialisme. Het gaat erom om dat deel te vinden dat niet samenvalt. Wat is dat? Hoe is het ontstaan en ziet het eruit?

7. Op de hele wereld haat de massa de bovenklasse. Het Westen heeft de mogelijkheden om de elite te manipuleren en te ondersteunen. Wat de Nederlanders drie eeuwen geleden in hun Oost-Indië deden. De Engelsen hebben het later geperfectioneerd en de Amerikanen hebben het systeem naar de eisen van de 20ste eeuw gemodelleerd.

Nu krijgt het Westen een koekje van eigen deeg. Wereldwijd verschuift het evenwicht van West naar Oost. Wat globalisme heet, werd voorheen in een andere vorm imperialisme genoemd. Europa lijkt het continent van het verleden geworden. Zonder politieke stem.

Terugkijkend naar het Egypte van Nasser of het Syrie van Hafiz al-Assad, zien we landen die zich verzetten tegen het imperialisme. De eerste wellicht mentaal hangend aan Engeland en de tweede aan Frankrijk, maar toch redelijk autonoom.

Dat soort landen keert zich vervolgens naar binnen en handhaaft zich door corruptie en onderdrukking. Uiteraard stoken de Westerse landen om dit soort landen in te dammen. Maar waarom benutten deze landen de eigen ruimte niet beter? Vinden ze hun bestaansrecht in de reactie en stopt daarom de ontwikkeling?

De VS heeft geen belang bij een instabiel Egypte dat in elkaar klapt. Vraag is of islamnaties met een beter intern beleid een derde weg hadden kunnen bewandelen. Een democratisch model met brede culturele ontwikkeling van de massa, goede juridische waarborgen in economie en rechtspraak en op termijn meer pluralisme in religie, meningsuiting en politiek.

Het verbaast dat behalve Turkije geen enkel land in de islamwereld de stap naar de moderniteit van de 20ste of 21ste eeuw succesvol gezet heeft. Het is de islam die het verschil maakt.

8. In Nederland zijn de meeste emigranten niet-islamitisch. Zelfs de meeste moslims zijn slechts in culturele en niet in religieuze zin moslim. Zelfs religieuze moslims zijn individuele burgers met een identiteit die verder gaat dan religie alleen. Laten we daarom emigranten niet in een islamidentiteit opsluiten. Dat laatste is het grootste falen van de Nederlandse integratie-politiek.

Uitdaging is om Nederlandse moslims aan te spreken op hun idee van democratie en rechtsstaat. Moslims elders onttrekken zich aan onze invloed. Elke verklaring verkeert in haar tegendeel als het gebruikt wordt om moslims in de hoek te zetten. Niet in het minst omdat het met een cirkelredenering elk debat over de achterblijvende ontwikkeling van de islamcultuur blokkeert.

Foto: Een wajang wong voorstelling bij de regent van Malang met maskerdansers (1910-1922). Collectie Tropenmuseum.