Greenwald stapt op bij The Intercept vanwege censuur in artikel over Biden. Tekenend voor de grens aan activistische journalistiek?

De radicalisering van de gelauwerde in Brazilië wonende Amerikaanse journalist Glenn Greenwald eindigt voorlopig in meningsverschil tussen hem en nieuwsblog The Intercept waarvan hij in 2013 een van de oprichters was na zijn vertrek bij The Guardian. Hij en eigenaar Pierre Omidyar zijn leeftijdsgenoten. Greenwald stapt op omdat hij zich beperkt voelt omdat een kritisch stuk over Joe Biden niet integraal gepubliceerd werd. In antwoord daarop dient The Intercept hem in een redactioneel (zie boven) van repliek.

Het is lastig om het geschil op waarde te schatten. Ondanks verschillen doet het denken aan 2016 toen Wikileaks-oprichter Julian Assange in Russisch vaarwater terechtkwam en Hillary Clinton frontaal aanviel. Hij probeerde aan de linkerkant stemmen weg te snoepen van Clinton. Assange wordt ervan verdacht dat hij door geldnood gedreven gekocht werd door het Kremlin. Dat promootte ook Bernie Sanders en de linkse Jill Stein van de Groene partij met de opzet om verdeeldheid te zaaien en Democratische stemmers weg te houden bij de stembus. Dat was een succesvolle strategie die tot Trumps verkiezing leidde. Pikant is dat het eind 2010 Pierre Omidyar was die als eigenaar van eBay en dochterbedrijf PayPal zich er niet tegen verzette dat er geen geld meer kon worden overgemaakt naar WikiLeaks. Dat dreef Assange in de armen van het Kremlin.

Greenwald treedt wel eens op als gast bij het door het Kremlin gecontroleerde RT (Russia Today) dat het er vooral om te doen is om de verdeeldheid in en zwakte van het Westen te benadrukken en de verdeeldheid in en de zwakte van de Russische Federatie te verzwijgen. Het verwijt aan gasten van RT is dat ze weliswaar de vrijheid nemen om terechte kritiek te uiten op het Westen, maar tegelijk in het frame van het Kremlin stappen en zich bewust de vrijheid laten ontnemen om kritiek op de Russische Federatie en de ondermijnende acties tegen het Westen te uiten. Dat wordt niet als evenwichtig gezien en het wordt hun aangerekend dat ze ermee het recht van spreken verspelen. Wie kan geloofwaardig zijn onder acceptatie van zo’n dubbele standaard?

Toch zou men Greenwald een ethische journalist kunnen noemen die net als Matt Taibbi en Jeremy Scahill geen concessies wil doen aan de eigen integriteit. Ze zijn het geweten van de progressieve journalistiek en houden niet op om zich als zodanig te profileren. Dat roept trouwens misnoegen op bij collega-journalisten die vinden dat bij het professionalisme van hun vak samenwerking, teamgeest en geen egotripperij past.

Journalisten als Greenwald passen eerder bij kleinere nieuwsmedia als The Young Turks van Cenk Uygur of Democracy Now! van Amy Goodman, dan bij het grote MSNBC dat hoewel het zich in de meeste programma’s verzet tegen Trump een centristische koers vaart die afstand houdt tot de progressieve vleugel van de Democratische partij. Een journalist met radicale meningen en een hoogstaand idee van ethiek is slecht in te passen in een breed nieuwsmedium dat rekening heeft te houden met de eigen economische positie.

Bij die koers past geen frontale aanval op Biden. De ontmanteling van de democratische instituties en het steeds verder oprekken van de interpretatie van de grondwet door Trump vraagt alle hens aan dek. Het is toch al zo verbazingwekkend dat een minderheid van tussen de 40 en 45%  Trump ondanks alles wat God en de Founders van de Amerikaanse Republiek hebben verboden trouw blijft. Aan Greenwald blijft het verwijt kleven dat hij niet goed kan weerleggen dat hij de campagne van Trump dient door dubieuze claims van Trumps politieke campagne over te nemen en dat als onafhankelijke journalistiek te presenteren. Vooral de timing is opmerkelijk. Als het Greenwald om de waarheid en het principe van onafhankelijke journalistiek ging, dan had hij ook met publicatie kunnen wachten na de beslissing over de verkiezing van de volgende president. Tegelijk heeft Greenwald een punt dat delen van de Amerikaanse journalistiek zich mee hebben laten trekken in de politieke stammenstrijd. Maar hij lijkt niet langer de meest geloofwaardige journalist om die kritiek te uiten.

Foto: Schermafbeelding van deel redactioneelGLENN GREENWALD RESIGNS FROM THE INTERCEPT; A note from the editors’ in The Intercept, 29 oktober 2020.

Advertentie

The Intercept publiceert ‘The Drone Papers’ over geheime drone-oorlog VS

Amy Goodman van Democracy Now! vraagt zich af of een nieuwe klokkenluider van de statuur van Edward Snowden documenten heeft gelekt naar The Intercept. Het webzine dat wordt gefinancierd door Pierre Omidyar waaraan Glenn Greenwald en Jeremy Scahill zijn verbonden. De claim van The Intercept is dat de recent gelekte documenten die ‘The Drone Papers‘ worden genoemd een nieuw perspectief op het geheime Amerikaanse drone programma bieden. Dat op een cleane moordmachine lijkt zonder recht op beroep. Maar het zou minder schoon, nauwkeurig en doordacht zijn dan de Amerikaanse overheid altijd beweert. Omdat bekend is dat president Obama er een groot voorstander van is, is deze publicatie een aanval op zijn beleid.

dp

Foto: Schermafbeelding van  deel van ‘The Drone Papers‘ op The Intercept.

Sunday Times en Glenn Greenwald botsen over Edward Snowden

int

De Britse The Sunday Times bracht afgelopen zondag 13 juni een verhaalBritish spies betrayed to Russians and Chinese’ dat een frontale aanval was op Edward Snowden die in juni 2013 de massale spionage door veiligheidsdiensten als de NSA en de GCHQ aan de orde stelde. Onderzoeksjournalist en geestverwant van Snowden Glenn Greenwald reageert in zijn column op The Intercept en beweert dat de gevestigde Britse en Amerikaanse media zich na de Irak oorlog opnieuw voor het karretje van de gevestigde macht laten spannen. De media zouden in die tussentijd niets geleerd hebben. Een ideologische strijd tussen The Sunday Times van miljardair Rupert Murdoch tegenover The Intercept van miljardair Pierre Omidyar. Conservatief en pro-establishment tegenover crypto-progressief en crypto-establishment. Wie heeft het bij het rechte eind?

Indirect bewijs dat Greenwald gelijk heeft is de poging van The Sunday Times om de column van Greenwald via de rechtbank te laten verbieden. Niet omdat de inhoud ervan onjuist zou zijn of belasterend is, maar het auteursrecht zou schenden. The Guardian noemt dat een slap antwoord van moedermaatschappij News UK die de Sunday Times uitgeeft. Claim van westerse veiligheidsdienst dat Snowden ‘bloed aan zijn handen heeft’ door samenwerking met de Chinese of Russische veiligheidsdiensten kan nog opgevat worden als een normale manier van misleiding door inlichtingendiensten, maar dat gevestigde media dat zonder bronvermelding en onderbouwing met feiten overnemen is de schande van de journalistiek waar Greenwald terecht op wijst.

Direct bewijs dat Chinese of Russische inlichtingsdiensten inzage hebben gehad in de geheime documenten die Snowden kopieerde en naar buiten smokkelde is nooit geleverd. Ook niet door de beschuldigingen in The Sunday Times. Greenwald heeft gelijk dat dit soort journalistiek een parodie op journalistiek is. De Sunday Times baseert zich uitsluitend op anonieme bronnen, spreekt zichzelf tegen en is ingefluisterd door de Britse regering. Het terugdringen van de macht van de NSA in de recent aangenomen Freedom Act geeft aan dat de inlichtingendiensten met massale spionage van burgers de slag om de publieke opinie aan het verliezen zijn. Alle middelen zijn dan geoorloofd om Snowden in diskrediet te brengen. Inclusief ondermaatse journalistiek.

Het effect van dit artikel moet niet afgemeten worden uit de controverse tussen The Sunday Times en The Intercept, of tussen de Britse inlichtingendienst MI6 en Greenwald. Zelfs als Greenwald deze strijd wint omdat hij de beste argumenten heeft en het dichtst bij de feiten blijft, kan hij toch de slag om de publieke opinie verliezen. Da’s ingecalculeerd door de aanvaller. Zo werkt de journalistiek tegenwoordig: een beschuldiging wordt als feit gebracht. Door de hoge omloopsnelheid van het nieuws zijn nieuwsconsumenten niet meer in staat te onderscheiden tussen feit en verzinsel. Zeker niet als een kwaadaardige bron als The Sunday Times het insteekt en andere gevestigde media zich opstellen als doorgeefluik zonder weinig kritisch vermogen.

Foto: Schermafbeelding van begin artikel ‘The Sunday Times’ Snowden story is journalism at its worst – and filled with falsehoods’ van Glenn Greenwald op online nieuwsbron The Intercept.

Matt Taibbi ziet in VS journalistieke onafhankelijkheid bedreigd

Journalist Matt Taibbi stapt van Rolling Stone over naar First Look Media (FLM) waarvoor-ie een digitaal magazine gaat coördineren dat gericht is op ‘financiële en politieke corruptie’. Kortom, over de corruptie van Wall Street en de verstrengeling van politiek en bankensector. Naast The Intercept dat zich richt op politiek en veiligheid. Naar verwachting wordt dit tweede digitale magazine van FLM binnen enkele maanden gelanceerd.

Taibbi schetst een klimaat in de VS waarin kritische journalisten naar het buitenland moeten vluchten omdat ze zich in eigen land niet meer veilig voelen. Leden van de regering-Obama en politici schilderen deze journalisten af als medeplichtigen van klokkenluiders die documenten lekken. Taibbi merkt op dat het 30 jaar geleden ondenkbaar was dat er zo over journalistiek gedacht werd. Let op: dit gaat over president Reagan die tegenover de media toleranter was dan president Obama nu is. Degenen die hun nek uitsteken worden in de steek gelaten door andere media en journalisten. Toen sloten de rijen zich. Nu worden journalisten uit jaloezie of onwil aan hun lot overgelaten. Er is dus nogal wat mis met de  Amerikaanse (en ook Britse) journalistiek. Er ontstaan nieuwe initiatieven waar kritische journalistiek een plek vindt. Wellicht komen media zo tot inzicht.

screeningRoom_SweetSmellSuccess1 jpg.ashx

Foto: Sweet Smell of Success (1957): ‘NEW YORK, NEW YORK (..) James Mangold: In the opening scene, Falco buys an early edition to check Hunsecker’s column.

The//Intercept gelanceerd. Voorlopige focus op NSA is noodzaak

int

Het is zover. Vandaag is ‘The//Intercept gelanceerd. De Onderschepper suggereert met deze titel dat de afluisteraar wordt afgeluisterd en berichten opvangt. Dit journalistieke project dat met 50 miljoen dollar gesteund wordt door eBay oprichter en multimiljardair Pierre Omidyar werd half oktober 2013 wereldkundig toen onderzoeksjournalist Glenn Greenwald zijn overstap van The Guardian naar Omidyars First Look Media aankondigde. Greenwald is een van de vertrouwelingen van Edward Snowden. De afgelopen maanden werden allerlei gelouterde journalisten binnenboord gehaald, zoals Jeremy Scahill, Laura Poitras en Peter Maass.

In de publiciteit werd steeds gesteld dat dit project van First Look Media programmatisch weliswaar de focus op zware onderzoeksjournalistiek had, maar verder de gewone rubrieken van nieuwsmedia (binnenland, sport, entertainment) zou brengen. In de verklaring van de missie wordt die verscheidenheid nu ietwat naar de lange baan geschoven. Als korte termijn doel wordt de voortzetting van publicaties aan de hand van de Snowden-documenten omschreven. Met naast de onthulling -als tegenstem- ook een commentaar van buitenstaanders op de onthulling. Het lange termijn doel is ‘het realiseren van onbevreesde, hoor en wederhoor journalistiek over een breed scala van onderwerpen’. Met redactionele onafhankelijkheid voor de journalisten.

De focus van ‘The//Intercept’ ligt voorlopig dus nog op de NSA. Een noodzaak omdat zoals Glenn Greenwald in een commentaar uitlegt kritische onderzoeksjournalisten in de VS en het Verenigd Koninkrijk onder vuur liggen en door politici (Mike Rogers, Peter King) worden geïntimideerd en als medeplichtigen (accomplices) worden aangemerkt. Deze intimidatie vanuit de politiek, de veiligheidsindustrie en de gevestigde media is de afgelopen weken toegenomen en wordt volgens Greenwald steeds beter en vaker georkestreerd.

Het project van First Look Media gaat feitelijk over de positie en het bestaansrecht van onafhankelijke journalistiek in de Angelsaksische landen. Is deze in de mainstream nog levensvatbaar buiten enkele enclaves zoals The Guardian, The Washington Post of The New York Times? De reactie van het establishment op de onthullingen aan de hand van de Snowden-documenten is na een fase van paniek, onzekerheid en aarzeling steeds zelfbewuster geworden. De NSA-affaire is daarom steeds meer een verhaal over de rol van de journalistiek geworden. ‘The//Intercept’ bundelt de meest onafhankelijke geesten en biedt ze een platform om met minimale overheidsdruk te publiceren. Dat laatste deed Snowden bijvoorbeeld besluiten niet The New York Times te benaderen dat op directieniveau hechte banden met de regering-Obama onderhoudt.

De lakmoesproef is of The//Intercept de weg naar de mainstream weet te vinden. En bij het grote publiek ‘landt’. De urgentie om nu alle aandacht aan de NSA te blijven besteden is dat journalisten als Scahill, Greenwald of Poitras geïntimideerd worden en een beroepsverbod of zelfs gevangenisstraf wacht als ze hun krachten niet bundelen en niet blijven komen met onthullingen die het illegale karakter van de NSA-operaties aantonen. Er is geen weg meer terug. Scahill en Greenwald openen met een artikel over de geheime rol van de NSA in het drone-programma. En Trevor Paglen toont met z’n foto’s de industriële schaal waarop de NSA werkt. Zie hier de toespraak van Paglen eind december 2013 op een Duits hackerscongres.

Foto: Schermafbeelding van The//Intercept, About, 10 februari 2014.

Snowden beantwoordt vragen die de journalistiek laat liggen

es

Het is vaker opgemerkt, de onthullingen van Edward Snowden is niet alleen een verhaal over de nationale veiligheid en de burgerrechten, maar steeds meer over de journalistiek. In die zin dat de Amerikaanse gevestigde media er gekleurd verslag van doen. Zo zag Snowden zich genoodzaakt om in The New Yorker een weerwoord te bieden aan de Republikeinse voorzitter van de House Intelligence Committee Mike Rogers die hem ervan beschuldigde met de Russen te hebben samengewerkt. Terwijl de feiten overduidelijk de andere kant op wijzen. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken trok eenzijdig Snowdens paspoort in toen-ie in Moskou was wachtend op een vlucht naar Havana. De VS leverden hem zo feitelijk over aan de Russen. Er zijn tot nu toe geen feiten boven water gekomen die de beschuldigingen van Rogers staven.

Edward Snowden is niet eens verbaasd over de laster van types als Mike Rogers of afgevaardigde Peter King. Hij verbaast zich wel over de media uitingen die verklaringen brengen waarvan die sprekers zelf toegeven dat ze pure speculatie zijn. (‘It’s that outlets report statements that the speakers themselves admit are sheet speculation‘). Zo nam De Volkskrant in een nieuwsartikel onder de kop ‘Rusland hielp Snowden bij onthullingen‘ afgelopen zondagavond zonder enige context de speculaties van Rogers over. Waarom treedt De Volkskrant als waterdrager op voor een conservatief als Rogers en nuanceert het in hetzelfde artikel zijn laster niet? Wat is dat voor journalistiek die op speculaties drijft en niet meer uitgaat van de feiten? Tegen zo’n overmacht van gekleurde media moet Snowden vechten om gehoord te worden. De gevestigde media in de VS zijn kwaadwillend en in een land als Nederland onbenullig. Zoals dat stuk in De Volkskrant akelig aantoont.

Omdat de gevestigde media hun taak om het publiek objectief te informeren grotendeels laten liggen, moeten onderzoeksjournalisten zelf hun publiciteit verzorgen. Glenn Greenwald trad afgelopen vrijdag na de toespraak van president Obama over de NSA op in programma’s om tegenwicht aan hem en z’n waterdragers te bieden. Nieuwsorganisatie First Look Media van Pierre Omidyar waaraan Greenwald meewerkt komt eraan. Het zegt het anders dan de andere nieuwsorganisaties te gaan doen. Opener te zijn en kritischer op de macht.

Edward Snowden trad vorige week toe tot het bestuur van de Freedom of the Press Foundation dat ijvert voor journalistiek die het algemeen belang dient. Snowden moet ook aan de bak in de slag om de publiciteit. Hij beantwoordt morgen vragen op z’n officiële steunpagina Freesnowden.is. Vragen kunnen gesteld worden via Twitter op #AskSnowden en de antwoorden verschijnen op http://www.freesnowden.is/asksnowden.

Foto: Schermafbeelding van steunsite voor Edward Snowden ‘Free Snowden‘, 22 januari 2014.

Aanval op Omidyar vanwege blokkade WikiLeaks door PayPal

Advocaat Stanley Cohen prikt het verhaal van Pierre Omidyar door. De multimiljardair begint met gelouterde journalisten als Glenn Greenwald en Jeremy Scahill een nieuwsorganisatie. Ze beloven het anders te gaan doen. Maar Cohen ziet in Omidyar de nieuwe Rupert Murdoch. Omidyar is eigenaar van eBay en dochterbedrijf PayPal. Hij verzette zich er eind 2010 niet tegen dat er via PayPal geen geld meer overgemaakt kon worden naar WikiLeaks. Zonder enige wettelijke basis blokkeerde PayPal WikiLeaks op aandringen van de regering-Obama samen met Visa en Mastercard. Volgens WikiLeaks tot op de dag van vandaag. Het kwam hiermee aan de rand van de afgrond kwam te staan omdat zo’n 95% van de donaties wegvielen. Maar nu wast in de ogen van Cohen Omidyar zijn straatje schoon door een ethische houding aan te nemen die niet rijmt met zijn zakelijk opereren. Cohen doet Omidyars artikel in The Huffington Post als onwaarachtig en schijnheilig af.

Cohen verdedigde een van de 14 PayPal demonstranten die eind 2010 met DDos-aanvallen tegen PayPal reageerden op de blokkade van WikiLeaks en aangeklaagd werden. Het gaat om de vraag of een DDos-aanval onder de vrijheid van meningsuiting valt. Is het een ‘hack’ of een gewoon protest? Cohen legt uit dat er een deal gesloten is. De PayPal 14 geven een overtreding toe, maar geen misdaad. Als ze in de tussentijd niet opnieuw een DDos-aanval uitvoeren zijn ze binnen een jaar vrij. Na betaling van een boete van 5600 dollar.

WikiLeaks-medewerkster Sarah Harrison die Edward Snowden begeleidde van HongKong naar Moskou opende deze week in Stern de aanval op Pierre Omidyar. Lastig om te weten hoe haar beschuldiging luidt omdat de originele tekst niet online staat. The Guardian pakte het op met een verslag onder de titel ‘WikiLeaks’ Sarah Harrison: ‘How can you take Pierre Omidyar seriously?‘ Met de kernzin: ‘How can you take something seriously when the person behind this platform went along with the financial boycott against WikiLeaks?‘ In een parallelle ontwikkeling vertaalde The Guardian dat in de tweetWikiLeaks’ Sarah Harrison: ‘You can’t take Omidyar and Greenwald seriously‘ die Glenn Greenwald op de kast joeg. Hij verliet kortgeleden The Guardian en stapte over naar Omidyar. Terecht tweette hij dat-ie geen deel uitmaakte van de blokkade tegen WikiLeaks. Pierre Omidyar wel dus. Hij is beschadigd. Maar WikiLeaks en Julian Assange vallen hem niet frontaal aan.

Bloomberg leert hoe fout de gevestigde journalistiek opereert

Bloomberg News helpt volgens critici de eigen geloofwaardigheid om zeep. Het stopt onder druk van de Chinese regering een verhaal in de lade waar onderzoeksjournalist Michael Forsythe een jaar aan heeft gewerkt. Want het verhaal zou China ‘kunnen ergeren‘ zo stelde chef van de China-desk van Bloomberg Matthew Winkler volgens de NY Times. Als het gepubliceerd werd, zou Bloomberg China uitgeschopt worden, zo vertelde een medewerker. Nu geeft Bloomberg toe aan de Chinese intimidatie. Winkler verantwoordde zijn besluit door een vergelijking te maken met Nazi-Duitsland waar de toenmalige buitenlandse persbureau’s ook inschikkelijk moesten zijn om van binnenuit te kunnen blijven werken. Een hoogst ongelukkige vergelijking.

Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek is anders. Journalistiek is anders. Waarnaar onafhankelijke journalistiek kan streven legt Jay Rosen in zijn blog Press Think uit. Hij treedt toe tot de nieuwe organisatie -nog zonder naam- die Pierre Omidyar, Glenn Greenwald, Laura Poitras en Jeremy Scahill opzetten. Het ontslag van Michael Forsythe en het gedraai van Bloomberg News maakt inzichtelijk hoe gevestigde media de journalistiek ondergeschikt maken aan het eigenbelang en hoe diep ze in ethisch opzicht kunnen zinken.

NSA: spionage en journalistiek. Tussenbalans

ANP-23614118_0

Onthullingen bieden licht op de duistere gangen van de macht. Daarom kan het publiek menen dat op de hoogte gehouden wordt van de werking van de macht. Voor even? Het NSA-schandaal lijkt in een nieuwe fase beland. Zowel politiek, publicitair als journalistiek. De ophef over de massale spionage door de VS van eigen en buitenlandse burgers, bedrijven en buitenlandse regeringsleiders heeft langzaam het beeld doen kantelen dat het zo niet langer kan. Maar of al het rumoer in de publiciteit werkelijk tot inperking van de veiligheidsdiensten leidt valt te bezien. Toch leerzaam om alle tegenstrijdigheden, leugens en aarzelingen van leiders te zien.

Elk land probeert optimaal gebruik te maken van de ophef. Sommige landen als de VS en het Verenigd Koninkrijk trappen hard op de rem. Duitsland probeert de eigen informatiepositie te verbeteren door naar buiten toe verbolgenheid te suggereren, maar binnenskamers juist te proberen over te stappen op het schuitje waarin de Britten en Amerikanen zitten. Frankrijk redeneert zoals altijd vanuit haar eigenheid en ziet voordeel in het terugbrengen van de Amerikaanse macht. Nederland verdedigt bij monde van minister Plasterk de eigen informatiepositie, maar doet dat zo secundair dat het als angst van een klein land valt te typeren dat niet op eigen benen durft te leren lopen.

Het NSA-schandaal is in de VS en het Verenigd Koninkrijk uitgegroeid tot een debat over de rol van de journalistiek. Hoe activistisch kan en mag deze zijn? Traumatisch in de VS waren de afgelopen jaren de steun voor de Irak-oorlog van president Bush en de heiligverklaring van president Obama die grossierde in goede bedoelingen. Achteraf betreurt de journalistiek plichtmatig  de eigen opstelling, maar doet er vervolgens niets mee. De rol van de journalsitiek die toezicht houdt op de macht is in het geding. En daarmee de geloofwaardigheid van de journalistiek.

Journalist Glenn Greenwald die gisteren zijn laatste column voor The Guardian schreef en het leeuwendeel van de onthullingen van Edward Snowden publiceerde had er vorige week een uitwisseling van gedachten over met voormalig hoofdredacteur van The New York Times Bill Keller. Deze publiceerde de uitwisseling in een column.

Het zal niet verbazen dat ik volledig op de lijn van Greenwald zit. Mij stoort al jarenlang de enerzijds-anderzijds  journalistiek van de gevestigde media. Naast de ene mening zet het de andere zonder tot een beredeneerde afweging te willen komen. De journalistiek noemt dat verslaggeving. Maar juist dan geeft de zogenaamde objectiviteit  van de feiten niet de doorslag, maar wel een formalistische houding die zich nooit uitspreekt en zich verschuilt achter een gedragscode. Zowel Keller als Greenwald gaan uit van de feiten, maar Keller meent dat onpartijdigheid voor een verslaggever mogelijk is. Zoals een rechter over een zaak oordeelt. Mij lijkt dat lariekoek.

Een nieuwe fase dus. Landen zijn kritisch op de VS dat de afgelopen 10 jaar het imago van een tolerant en vrij land heeft verspeeld. President Obama heeft wereldwijd zijn geloofwaardigheid als leider die meer belooft dan mooie woorden verspeeld. Glenn Greenwald gaat een nieuwe nieuwsorganisatie leiden voor Pierre Omidyar. Minister Plasterk rolt zoekend en stuntelend van de ene verklaring in de andere. Van nationale inlichtingendiensten die hun eigen gang zijn gegaan wordt gezegd dat ze weer binnen de wet worden gebracht. Leiders van landen wegen hun belangen en wachten af hoe ze over kunnen stappen op passerende schepen in de duistere nacht.

Foto: NSA. Credits: ANP.

Pierre Omidyar stelt diepe vragen over wat overheden doen

De oprichter van eBay, multimiljardair en filantroop Pierre Omidyar spreekt tegen Scotland Tonight over zijn nieuwe nieuwsorganisatie die door Glenn Greenwald opgezet gaat worden. Omidyar verwijst naar de Schotse Andrew Carnegie die de rijkste man ter wereld was voordat-ie z’n geld weggaf aan goede doelen. Men mag hopen dat Nederlandse ondernemers en topdirecteuren aangegrepen worden door dit voorbeeld. En een deel van hun geld teruggeven aan de maatschappij. Aan kunsten, wetenschappen, natuur of media die los van overheidsdruk functioneren. Mensen van dat kaliber lijken in Nederland te ontbreken. Hun verbeelding gaat niet verder dan het oprichten van een eigen museum voor hun eigen kunstcollectie met hun eigen naam. ‘What’s important in society is to have people outside of government, asking deep questions about what government is doing‘, zegt Omidyar. Hoe waar is dat. Maar dat vraagt geld dat alleen rijken kunnen leveren.