George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Picasso

Belgische theatermakers verklaren dat actie met vervalste Picasso geen publiciteitsstunt is. Maar hun dramaturgische uitleg rammelt

leave a comment »

Hoe waarachtig is bovenstaande verklaring van het Belgische theatercollectief BERLIN over de vervalste Picasso? Bert Baele en Yves Degryse ontkennen dat het om een publiciteitsstunt gaat, maar hoe geloofwaardig is dat als ze door hun actie intussen volop publiciteit hebben gekregen voor hun voorstelling ‘True Copy’ over kunstvervalser Geert Jan Jansen? Een bericht van RTV Rijnmond komt tot een tegengestelde conclusie en kopt: ‘Belgische theatermakers: ‘Vondst gestolen Kunsthal-Picasso is publiciteitsstunt’. Vooral schrijfster Mira Feticu voelt zich benadeeld. Ze werd in de actie betrokken door een brief van BERLIN die haar op het spoor zette van Picasso’s Tête d’Arlequin die in Roemenië verborgen zou zijn. Het werk werd in 2012 uit de Rotterdamse Kunsthal gestolen. Feticu is woedend en niet te spreken over de actie van de theatermakers.

Dit soort nepnieuws in de kunsten vanwege publicitaire overwegingen begint een patroon te worden. In mei 2018 zocht Museum Het Markiezenhof in Bergen op Zoom de publiciteit met een in scène gezette vondst van een oud boek. Het museum had dat boek zelf verstopt om het zogenaamd bij renovatiewerkzaamheden te vinden. Mede omdat de cultuurwethouder in het complot zat kwam er veel kritiek op. De wethouder gaf achteraf zijn schuld toe door te zeggen dat hij een verkeerde keuze had gemaakt door eraan mee te werken.

In de VS is president Trump verworden tot een volwaardige pathologische leugenaar die zakelijke kritiek op zijn functioneren via een omkering van waarden probeert te weerleggen door de boodschapper van de kritiek te betichten van nepnieuws. Het is een ernstig maatschappelijk probleem. De journalistiek staat van vele kanten onder druk. Media moeten om economische redenen bezuinigen en journalisten ontslaan zodat het inboet aan kwaliteit. Links- en rechts-radicale groepen betwisten de onafhankelijkheid van gevestigde media. Sociale media verdringen door hun dynamiek delen van oude media door het creëren van deelwerkelijkheden met deelwaarheden. Het idee van de waarheid die voor allen geldt wordt bewust en onbewust ondermijnd.

Nu voegt zich in dat koor dat aan de stoelpoten van de oude media en het idee van de waarheid zaagt het Belgische theatercollectief BERLIN dat in de verklaring ontkent de publiciteit te hebben gezocht of zich te hebben bediend van nepnieuws omdat de ‘actie voor ons een onderdeel van de voorstelling’ is. Dat is een onechte uitleg omdat het hiermee de eigen verantwoordelijkheid afschuift. Want dat zou betekenen dat  een voorstelling, tentoonstelling of uitzending per definitie elke leugen of onwaarheid rechtvaardigt. Maar dat is niet zo. Ook niet als de thematiek van vervalsing, leugen of waarheid het onderwerp van een voorstelling is.

De verklaring bevat raadselachtige zinswendingen die vragen oproepen over de zorgvuldigheid en de oprechtheid van de makers. Zoals ‘In True Copy laat BERLIN verschillende werelden en realiteiten op het podium samenvloeien’. Wat dat mag betekenen en wat het met de publiciteitsactie van de vervalste Picasso in Roemenië te maken heeft is niet op voorhand duidelijk. In het theater gaat het immers maar om één werkelijkheid, namelijk de theaterwerkelijkheid die in zichzelf gesloten is en bronmateriaal kan ontlenen aan vele werelden en werkelijkheden. Maar die werkelijkheid op het podium staat niet in direct contact met de werkelijkheid buiten het podium in Roemenië. Een andere raadselachtige zinswending is dat in de voorstelling ‘non-fictie vaak naadloos overvloeit in fictie’. Opnieuw valt lastig na te gaan wat de theatermakers hiermee bedoelen, maar opnieuw bezondigen ze zich aan lui of onzorgvuldig denken. Zeggen ze wat anders dan ze bedoelen en bedoelen ze wat anders dan ze zeggen? Want de voorstelling is fictie die als bronmateriaal delen uit de werkelijkheid, te weten non-fictie gebruikt. Dat loopt niet naadloos in elkaar over, maar valt op elk moment en op elk niveau te onderscheiden. Zelfs in de identificatie van de toeschouwer met ‘de vervalser’.

Dat beide theatermakers de kunsthandel kritisch benaderen is verdienstelijk en een geschikt onderwerp voor een theaterstuk, maar ze overspelen hun hand als ze dat koppelen aan de actie met de vervalste Picasso die ze geen publiciteitsstunt willen noemen. Hoe dan ook hebben ze de actie opgezet met het oog op de voorstelling. De verhaallijn van de vervalste Picasso kan binnen de voorstelling weliswaar een onderwerp zijn, maar kan nooit samenvloeien met de werkelijkheid buiten de voorstelling waardoor fictie en non-fictie in elkaar overvloeien. Dat is per definitie onmogelijk. Daarom is de verklaring fantasie. Baele en Degryse hadden zich beter rekenschap moeten geen van de wereld buiten de theaterwerkelijkheid voordat ze deze actie planden en uitvoerden. Het kan dat de belangstelling voor hun voorstelling toeneemt, maar de journalistiek en waarheid zijn het kind van de rekening. Ze schaden het algemeen belang. Zo bereiken de theatermakers het omgekeerde van wat ze zeggen te beogen, namelijk het koesteren van ‘de waarde van waarheid’.

Foto: Schermafbeelding van verklaringMEER OVER TRUE COPY’S ‘TÊTE D’ARLEQUIN’ van BERLIN.

Zaalwachter Stedelijk Museum (1948). Mensen in hun beroep

leave a comment »

0_1418bf_d7c8b6f9_XL

Zaalwachter Stedelijk Museum’ van Ben van Meerendonk van 21 februari 1948 is op Flickr terug te vinden in de collectie ‘Beroepen‘ van het AHF (Algemeen Hollands Fotopersbureau) in de beeldcollectie van het IISG. Op 9 maart 1948 verscheen de foto fors afgesneden in de rubriek ‘Mensen in hun beroep‘ in het communistische dagblad De Waarheid. Niet toevallig is de foto onderdeel van een in blogposting uit 2014 met Russische titels die zegt ‘Nederlands op het werk (in de stad) 1930-1960, 50 beelden’. Dat Nederland lijkt op de Sovjet-Unie.

Wat opvalt uit de serie Beroepen is hoe geüniformeerd Nederland zo’n 65 jaar geleden nog oogde. Uniformen of beroepskleding gaven de plaats in de maatschappij aan en bevestigden de rol van de overheid, hielden mensen op hun plek, hadden vaak praktisch nut vanwege fysiek werk en maakten beroepen herkenbaar: de serveerster, kapper, postbode, garderobejuffrouw of ijscoventer. Een zaalwachter in het Stedelijk met uniform en pet valt nu nauwelijks meer voor te stellen. Hij lijkt op de ex-militair die in Bronbeek zijn dagen slijt.

De tekst in De Waarheid kleedt de zaalwachter verder aan: ‘Men moet niet zo min denken over het beroep van zaalwachter in een museum! Hij bewaakt immers Rembrandt’s en Picasso’s omdat er onder u zijn, die met potloden en mesjes deze kunstschatten nader willen bekijken of erger nog, die desnoods met de Nachtwacht er vandoor zouden willen gaan.’ Dat de zaalwachter met plumeau werken van Jan Steen en Vincent van Gogh afstoft was vermoedelijk ook al in 1948 de schrik van het hoofd Collecties en geen staande praktijk meer.

Dat de zaalwachter college geeft aan het publiek is pas echt de schrik van een hedendaagse museumdirecteur omdat het strijdig is met de fors aangeklede marketing- en publiciteitsmachine die de publiciteit wil sturen en controleren. Daarin past geen zelfstandige zaalwachter die uit verveling zijn versie geeft van impressionisme of naturalisme. ‘Een beroep van standing, dat zaalwachter. Tijden veranderen, en beroepen veranderen mee.

zaal

Foto 1: Ben van Meerendonk, Zaalwachter van het Stedelijk Museum, Amsterdam, 21 februari 1948. Collectie AHF/ IISG, Amsterdam

Foto 2: Schermafbeelding uit De Waarheid van 9 maart 1948 met rubriek ‘Mensen in hun beroep’. Via Delpher.nl.