George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Paul Lucardie

Het schijnpopulisme van DENK en PVV als dekmantel

with 4 comments

poster-patriot-the-1928_02-1

Ik zal niet op haar stemmen, maar ik heb wel waardering voor de strijd van Sylvana Simons. De haat op sociale media tegen haar begrijp ik niet. Simons heeft kritiek op DENK dat ze eind 2016 verliet. Het zou een partij voor Turkse Nederlanders zijn zonder dat DENK dat erkent. Toen ik de StemWijzer invulde stond tot mijn verrassing Artikel 1 zelfs op mijn tweede plek. Overigens bevat de StemWijzer normatieve en sturende vragen (’17. De regeling voor de aftrek van de hypotheekrente moet niet verder worden ‘aangetast”) en valt het te bezien of er waarde aan moet worden toegekend. In mijn ogen is het een te grof middel om politieke voorkeur te meten. Het is triest en tekenend dat zo’n speeltje blijkbaar nodig geacht wordt om de kiezers bij de politiek te trekken. Initiatiefnemer ProDemos onttrekt zich niet aan de tijdgeest van sexy, snel en hapklare brokken.

DENK is een soort PVV te zijn die het moet hebben van kritiek en niet van creatief meedenken. DENK en PVV bestaan in marketing en poppetjes, maar niet in inhoud. Bij de PVV is dat trouwens slechts één poppetje, Geert Wilders die vanuit zijn ivoren toren op Twitter campagne voert. En zoals Amerikaanse media in de eerste fase van de campagne door overmatige aandacht Trump op het schild hesen, zo houden Nederlandse media niet op aandacht te besteden aan de persoon Wilders. Onbewust helpen ze groot te maken wat ze menen te bekritiseren. Of liever gezegd, de publieke figuur ‘Wilders’ die zich profileert als islamkritisch en kritisch is op alles van rechts tot links zonder ergens warm voor te lopen en een hart voor te hebben. De rest van de PVV is niet-bestaand. Wanneer zien we interviews met de andere 30 kamerleden die namens de PVV in de kamer kunnen komen? Nooit. Zoals de PVV een partijprogramma heeft dat op één A4-tje past, zo maakt Simons duidelijk dat DENK vooral tegen is, maar niet nadenkt over oplossingen of ideeën ontwikkelt. DENK legt geen verbindingen naar andere partijen en de samenleving die anders is dan electorale binding van de doelgroep.

De paradox is dat partijen als DENK en de PVV pretenderen namens het volk te spreken, maar zich in hun marketing helemaal niet op het volk richten, maar op hun achterban die door de atypische samenstelling geen dwarsdoorsnede van het volk is. Dit soort partijen wordt populistisch genoemd, maar als dat betekent het in naam van het volk spreken, dan zijn de PVV en DENK eerder te omschrijven als schijnpopulistische partijen.

DENK is opgericht door Turkse-Nederlanders, verbreedde zich door het aantrekken van de Marokkaanse- Nederlander Farid Azarkan tot islamitisch en probeerde zich toen door de Surinaamse-Nederlander Simons te verbreden tot allochtonenpartij. Maar in de kern blijft het een partij van Turkse-Nederlanders waar voor de marketing laagjes vernis overheen zijn geschilderd. De PVV volgde een soortgelijke ontwikkeling en opbouw. Rond een islamkritische kern probeerde de partij zich met linkse, sociaal-economische onderwerpen zoals zorg, AOW en uitkeringen te verbreden en de achterban van sociaal achtergestelden die overwegend negatief tegen de toekomst aankijken te ronselen, en vast te houden. Dat lukt volgens de peilingen goed, maar de kern blijft islamkritiek en de kern van de achterban zijn mensen die de kritiek op vluchtelingen en moslims delen.

Door partijen als DENK en PVV in de beeldvorming niet langer te beschouwen als populistisch, maar als schijnpopulistisch of pseudo-populistisch wordt een misverstand opgeruimd. Onderzoeker Paul Lucardie omschreef in 2007/9 in zijn studie ‘RECHTS-EXTREMISME, POPULISME OF DEMOCRATISCH PATRIOTISME?’ het populisme niet als ‘een complete ideologie (zoals liberalisme of socialisme) maar een ‘dunne’ ideologie die meestal vastgeplakt wordt aan een ‘dikke’ ideologie of elementen daaruit.’ Populisme bestaat niet op zichzelf, maar verbindt zich altijd met een ‘dikkere’ ideologie. Lucardie typeert de beweging die Geert Wilders of Pim Fortuyn vertegenwoordigen als ‘democratisch patriotisme’. Waarbij de PVV sinds 2007/9 niet heeft stilgestaan en zich duidelijk in nationalistische richting heeft ontwikkeld. Het lijkt met de ‘minder, minder’-uitspraak van Wilders in een gematigd rechts-extremistische hoek verzeild te zijn geraakt. Hoe tegenstrijdig dat ook klinkt.

Sommigen vinden de negatieve lading van de term populisme voldoende om partijen te omschrijven. DENK en PVV komt de redelijk gunstige, maar verhullende typering populisme -die electoraal als geuzennaam gebruikt kan worden- echter niet toe. Want het ontneemt het zicht op waar het deze partijen werkelijk om te doen is: verdeeldheid zaaien, het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen door uitsluitend de eigen achterban te bedienen en het heimelijk aanhaken bij een ‘dikke’ ideologie. Dat heeft niets met het volk te maken.

Foto: Neil Hamilton in The Patriot (1928) van Ernst Lubitsch.

Advertenties

Verwijt Wouter Bos onterecht dat CDA populistisch is

with 3 comments

media_xl_1358913

Voormalig PvdA-leider Wouter Bos verwijt het CDA en haar politieke leiding dat het populistisch is. Het opmerkelijke is dat Wouter Bos zelf iets heeft met het populisme en daar niet afwijzend tegenover staat. In zijn Johan de Wittlezing 2004 die hij in februari 2005 hield over ‘De toekomst van de democratie’ meende hij dat een beetje populisme goed is voor de democratie. Het maakt politici immers grijpbaar en menselijk. De personalisering van de politiek maakt deze voor velen boeiender en aantrekkelijker. Politiek functioneert pas optimaal als vorm en vent samengaan. Maar ze behoren in evenwicht te zijn. Uit Bos’ woorden blijkt dat inhoud die slecht verwoord wordt niet overkomt. En dat goede verwoording zonder inhoud tot niks leidt.

In 2008 herhaalde Bos zijn pleidooi voor een beetje populisme in een lezing in Londen: ‘Bos ziet echter zowel buiten als binnen Nederland ‘alom fronsen als je beweert iets van populisten te kunnen leren‘. Vandaag verwijt Wouter Bos in zijn Volkskrant-column het CDA een hoog populistisch gehalte te hebben. Hoe verhoudt zich dat tot de lans die Bos in 2005 en 2008 over het populisme brak? Is de Wouter Bos van 2005 en 2008 van zijn geloof gevallen, of redeneert-ie consistent? Hoe geloofwaardig is-ie in 2013 nog met z’n kritiek?

Paul Lucardie ziet populisme als een niet complete ideologie die aanschurkt tegen een ‘dikke’ ideologie. In ‘Rechts-extremisme. Populisme of Democratisch Patriotisme‘ over de PVV en TON ziet-ie drie varianten: 1) rechts of nationaal-populisme, dat een etnisch min of meer homogeen volk bedreigd ziet door immigranten en/of vreemde overheersers; 2) liberaal populisme, dat zich vooral keert tegen een bureaucratische elite of politieke kaste die de eigen zakken vult in plaats van het landsbelang te dienen; 3) links populisme, een combinatie met elementen van socialisme of sociaal-democratie: het volk staat tegenover een elite van kapitalisten, bankiers en bureaucraten. Bos positioneerde zich in 2005 en 2008 als linkse ietsist populist.

Het valt niet mee om Bos’ kritiek op het CDA te begrijpen. Hij verwijt oppositiepartij CDA de verkeerde oppositiestrategie te hebben: ‘Deze strategie kenmerkt zich door een hoog populistisch gehalte‘. Dan komt het: ‘Allereerst omdat het CDA zich nadrukkelijk oppositioneel en niet-bestuurlijk opstelt‘. Maar het CDA zit in de oppositie en fracties in de Tweede Kamer behoren niet het openbaar bestuur te schaduwen, maar de macht te controleren. Het CDA stelt zich voorbeeldig op. Bos bedrijft platte partijpolitiek vanuit de coulissen.

Vervolgens gebruikt Bos de term ‘hervormingen‘ en stelt dat het CDA deze grotendeels afwijst. Van woningmarkt tot gezondheidszorg. Als Bos met ‘hervormingen’ lastenverzwaringen bedoelt, dan valt het CDA alleen maar te loven dat het deze ‘hervormingen’ afwijst. Waarom zou het de regering redden? Bos verwijt het CDA gebrek aan financiële degelijkheid omdat het gaten in de dekking schiet. Maar hebben VVD en PvdA niet de meerderheid in de Tweede Kamer en er onder regie van informateur Bos bewust voor gekozen om het draagvlak in de Eerste Kamer niet te verbreden? Verwijt hier Wouter Bos met een omweg zichzelf niet iets?

Bos’ column kabbelt naar een dieptepunt als-ie Sybrand van Haersma Buma verwijt dat populisme niet bij deze CDA-leider past. Bos valt de persoon Buma aan die niet zou samengaan met populisme. Waarom zou de middenpartij CDA niet een mix van populistische elementen kunnen gebruiken om zich te profileren? Zo goed vergaat het het CDA niet. Bijvoorbeeld rechtse elementen die met eigenheid te maken hebben, linkse die uitgaan van het volk tegenover de bankiers en liberale die kijken naar het landsbelang. Wouter Bos pint het CDA vast en staat niet toe dat het zich aanpast. Is dat omdat het CDA net als de PvdA een communitaristische partij  is die tot nu toe ‘in naam’ zweerde bij de gemeenschap? Als het CDA daarvan afscheid zou nemen doet het de interne verdeeldheid van de PvdA nog beter uitkomen. De PvdA die praat over waarden en solidariteit met het volk, maar  ‘ja’ zegt tegen de lastenverzwaringen van de VVD. Bos heeft betere momenten gekend.

Foto: Wouter Bos en Jan-Peter Balkenende in de Tweede Kamer, 2003. Credits: ANP.

Wilders onverklaard

with 4 comments

Eenzijdige berichtgeving in de media over Wilders is gebaseerd op een bizarre klontering van conservatief-islamisme, multiculturalisme anno 1998, anti-secularisme, christen-evangelische machtsvorming, recycling van linkse opiniemakers en denkbeelden, linkse omroeppolitiek en deskundologie. Het domineert het publieke debat. Een monsterverbond dat over de houdbaarheidsdatum heen is. Daarnaast bakt de rechtse pers er evenmin veel van in de kritiekloze steun en bewondering voor Wilders.

Een aanval op Wilders is een verdediging van de gevestigde politiek. Het afgelopen jaar werden alle middelen ingezet om Wilders in diskrediet te brengen. Zelfs juridische, wat grandioos mislukte. Deels terecht vanwege idiote gedachten van Wilders. De aanval is de beste verdediging moet de gevestigde politiek denken. Het gaat voorbij aan een aanzienlijk deel van de eigen kiezers dat overliep naar de PVV. De oorzaak daarvoor countert de politiek liever met de demonisering van Wilders dan in een analyse van het eigen tekort.

Wilders is een interessante politicus omdat-ie reactionaire en liberale aspecten in zich verenigt. Daarin is-ie uniek. Hij overschrijdt politieke grenzen. Dat maakt hem lastig grijpbaar. Om Wilders te begrijpen helpt het niet een karikatuur van hem maken. Of de opzet zou moeten zijn hem als vijandbeeld in stand te houden. Macht in de coulissen vindt in Wilders een afleiding.

Sommigen krijgen een waas voor de ogen als de naam Wilders valt. Komt het door de pseudo-wetenschap van de Jaap van Donselaars? Of zijn het de Pechtolds die hun lot als deel van een Siamese tweeling aan de demonisering van Wilders verbonden hebben? Of is het het zeuren en trekken in de media waarvan iets blijft hangen?

Gemiste kans is dat zakelijke kritiek op zowel islam als Wilders nauwelijks voorkomt in het Nederlandse publieke debat. Het eerste wordt geblokkeerd en het laatste weet de gepaste methode niet te vinden. Zo sukkelen islam en Wilders voort. Onverklaard blijft wat ze Nederland te bieden hebben.

Paul Lucardie gaat verder en analyseert in Rechts-extremisme, populisme of democratisch patriottisme? de aard van de PVV. Hij definieert allerlei termen waarmee de PVV geassocieerd wordt en beredeneert een plaatsbepaling: De conclusie van deze analyse luidt dan ook dat Wilders en zijn fractiegenoten als rechtse, halfslachtig-liberale nationalisten en populisten, maar niet als rechts-extremisten beschouwd moeten worden.

Deze plaatsbepaling is getoetst aan partijprogramma, uitspraken en opereren van de PVV en nauwelijks in het publieke debat terug te vinden. De PVV blijft binnen de wet en is binnen de Europese familie van rechtse populisten of nationalisten gematigd en liberaal te noemen.

Waar blijven de onafhankelijke intellectuelen die moed en onafhankelijkheid, scherpzinnigheid en inzicht combineren met de behoefte om vanuit kennis van de recente politieke geschiedenis een dwingende lijn naar de toekomst te schetsen? Dit type intellectuelen bestaat nauwelijks in Nederland of houdt zich verre van het publieke debat. Kritische geluiden naar alle kanten door Paul Scheffer plaatsten hem onterecht in het rechtse kamp. Die afrekening doet de rest zwijgen.

Toch bladdert het laagje politieke correctheid af. In media en politiek zitten kopstukken op leeftijd nog in de klem van het correcte denken. De jongere generatie weet beter en kijkt breder. En zoals het in Nederland vaker gebeurt, gaat men collectief door de wind als het tijd is. Te laf om het eerder te doen en te laf om het later te doen. Het wachten is op het juiste moment. Dan pas wordt Wilders verklaard.

Foto: Nederlandse meisjes in klederdracht, omstreeks 1920