George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Partij

Inkomstenbelasting-staking is het passende antwoord op de oneerlijke manier van belastingheffing door de overheid

with 3 comments

Er zit maar één ding op. Modale belastingbetalers die van weinig tot wat duizendjes euro inkomstenbelasting per jaar betalen moeten in inkomstenbelasting-staking gaan. Zoals in het Griekse drama Lysistrate van Aristophanes de vrouwen door een seksstaking hun mannen ertoe dwongen eindelijk eens werk te maken van de vrede. Nu moeten de modale burgers van Nederland grijpen naar het wapen van de inkomstenbelasting-staking. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat de overheid werk moet maken van eerlijke belastingdruk.

De publicatie van de Paradise Papers met douceurtjes van honderden miljoenen euro’s voor bedrijven is er het zoveelste bewijs voor dat multinationals en vermogende individuen geen of te weinig belasting betalen. Het is al jarenlang bekend, maar niets verandert. Met als gevolg dat de belastingdruk op de modale belastingbetaler opgeschroefd moet worden om het voorzieningenniveau in stand te houden. De Nederlandse overheid doet aan simplisme en lui handelen. Wie blijft zitten en zich correct gevraagd wordt geplukt, wie beweegt en de randen van de wet opzoekt en daar ethisch -en mogelijk juridisch- overheen gaat betaalt geen belasting.

We kennen ‘cloud computing’, ofwel ‘the cloud’ waarin onze data worden opgeslagen. Maar er is ook een andere cloud. Die van buitengaats (offshore) geld dat nooit ergens landt. En waarover geen belasting wordt betaald. Verbazingwekkend en tamelijk ontluisterend voor de geloofwaardigheid van de partijpolitiek is dat dit type belastingontwijking legaal is. Degenen die er schade van ondervinden, maar er geen invloed op kunnen uitoefenen vinden het een immorele praktijk. Vermogenden en internationale bedrijven maken er misbruik van, betalen geen of nauwelijks inkomens- of vermogensbelasting in de landen waar ze gevestigd zijn, maar profiteren wel van alle voorzieningen die door de burgers van die landen worden betaald. Dat is immoreel.

Belastingparadijzen zijn van invloed op het draagvlak van de democratie. Als de modale belastingbetaler gaat beseffen dat rijken en bedrijven zich onttrekken aan het betalen van belasting dan zal dat ooit een reactie oproepen. Of deze burgers bewegen zich in de richting van valse profeten (nationalisme, populisme) die een oplossing beloven of ze verliezen het vertrouwen in de werking van de democratische rechtsstaat en keren zich ervan af. Omdat de nationale politiek afhankelijk is geworden van grensoverschrijdende financiële instellingen en erdoor gegijzeld wordt heeft de politiek geen ruimte meer om daadkrachtig te handelen. Een oplossing moet komen door samenwerking van landen, maar dat wordt gefrustreerd door bedrijven die dat blokkeren. Bedrijven kopen de politiek. Zie hoe Shell het afschaffen van de dividendbelasting -met een lastenverlichting voor het bedrijfsleven van 1,4 miljard euro- op de politieke agenda zette buiten de besluitvorming van de partijpolitiek om. En zonder dat het effect voor de economie ervan duidelijk is.

Door die dubbele standaard neemt het vertrouwen in de politiek af. Politiek is de gewichtloosheid van de middelmaat. Partijen houden zich bezig met onbelangrijke zaken en cijfers achter de komma, en de eigen marketing in het besef dat ze niet in staat zijn iets te veranderen aan de grote lijn. Politieke partijen beseffen dat ze onmachtig zijn en te weinig invloed hebben om de afbraak van de verzorgingsstaat een halt toe te roepen of een eerlijke belastingheffing op te leggen waarbij bedrijven en individuen naar draagkracht belast worden. Oprechtheid om toe te geven dat de verzorgingsstaat voorbij is en ze er geen invloed op hebben kunnen politieke partijen niet opbrengen. Begrijpelijk, want dat zou hun overbodigheid extra benadrukken. Daarom houden ze in hun gesloten systeem met zijn allen de leugen van hun eigen belangrijkheid in stand.

Over belastingheffing gaat de nationale politiek allang niet meer alleen. Dat wordt eerder beslist in de EU of in de bestuurskamer van multinational of trustkantoor, dan in de Trêveszaal. Maar wat de nationale politiek kan doen aan het opleggen van een systeem van eerlijke belastingdruk en -heffing laat het liggen. De modale belastingbetaler heeft geen boodschap aan de machteloosheid, de traagheid en lakse sloomheid -of in voorkomende gevallen het geveins- van de partijpolitiek. Belastingontwijking door bedrijven en vermogende individuen loopt zo naadloos over in het ontwijken van een rechtvaardig belastingbeleid door de overheid.

De modale belastingbetaler moet niet fatalistisch zijn of genoegen nemen met de bevoordeling van bedrijven en rijke individuen. Omdat de overheid gebrekkig handelt zit er maar één ding op: een inkomstenbelasting-staking. Om te voorkomen dat ze van foute bedoelingen of onwil beschuldigd worden en om aan te geven dat het om een politieke (maar: geen partijpolitieke) actie gaat, moeten modale belastingbetalers het bedrag dat ze aan de Belastingdienst schuldig zijn storten op een rekening van een neutrale organisatie, zoals de Triodos Bank. Dat kan als drukmiddel dienen om actie af te dwingen. Dat aspect van de actie kan samengaan met een stappenplan dat de overheid verplicht om het percentage dat het ophaalt aan belasting bij bedrijven en rijke individuen jaarlijks beduidend te laten stijgen. Genoeg is genoeg. De burger moet de overheid onder curatele stellen. Het vertrouwen in de overheid als belastingheffende instantie is tot nader orde finaal opgebruikt.

Foto: Ben van Meerendonk, Archiefmedewerkers van het belastingkantoor, Amsterdam, 23 augustus 1951.

Advertenties

We betalen de prijs voor belastingontwijking door vermogenden en multinationals. Dat tekent de ondergeschiktheid van partijpolitiek

with one comment

We kennen ‘cloud computing’, ofwel ‘the cloud’ waarin onze data worden opgeslagen. Maar er is ook een andere cloud. Die van buitengaats (offshore) geld dat nooit ergens landt. En waarover geen belasting wordt betaald. Verbazingwekkend en tamelijk ontluisterend voor de geloofwaardigheid van de partijpolitiek is dat dit type belastingontwijking legaal is. Degenen die er schade van ondervinden, maar er geen invloed op kunnen uitoefenen vinden het een immorele praktijk. Vermogenden en internationale bedrijven maken er misbruik van, betalen geen of nauwelijks inkomens- of vermogensbelasting in de landen waar ze gevestigd zijn, maar profiteren wel van alle voorzieningen die door de burgers van die landen worden betaald. Dat is immoreel.

De documentaire ‘The Price We Pay’ (2014) van Harold Crooks zet op een rijtje hoe belastingparadijzen van invloed zijn op het draagvlak van de democratie. Want als de arbeiders- en middenklasse gaan beseffen dat rijken en multinationale bedrijven zich onttrekken aan het betalen van belasting dan roept dat een reactie op. Of deze burgers bewegen zich in de richting van valse profeten (fascisme, populisme) die een oplossing beloven of ze verliezen het vertrouwen in de werking van de democratische rechtsstaat en keren zich ervan af. Omdat de nationale politiek afhankelijk is geworden van grensoverschrijdende financiële instellingen en erdoor gegijzeld wordt heeft de politiek geen ruimte meer om er iets aan te veranderen. Een oplossing moet komen door samenwerking van landen, maar dat wordt gefrustreerd door bedrijven die dat blokkeren.

Wat de documentaire schetst is de reden waarom ik het geloof in partijpolitiek ben verloren. Partijpolitiek is de gewichtloosheid van de middelmaat. Partijen houden zich bezig met trivialiteiten en de eigen marketing (Asscher! Wilders! DENK!) in het besef dat ze niet in staat zijn iets te veranderen aan de grote lijn. Of liever gezegd, politieke partijen weten dat ze geen invloed hebben om de afbraak van de verzorgingsstaat een halt toe te roepen. Dat gaat ten koste gaat van de laagbetaalden die ook nog eens relatief zwaar belast worden. De oprechtheid om toe te geven dat de verzorgingsstaat voorbij is en ze er geen invloed op hebben kunnen de politieke partijen niet opbrengen. Begrijpelijk, want dat zou hun overbodigheid nog extra benadrukken. Daarom houden ze in hun gesloten systeem met z’n allen de leugen van hun eigen belangrijkheid in stand.

The Price We Pay’ zag ik afgelopen week op het Fraude Film Festival in Amsterdam. Een boeiend festival met een olifant in de zaal waarover niemand praatte. Want wie bedenkt dat tot de sponsors Deloitte, Allen & Overy en ABN-Amro behoren die belastingontwijking faciliteren moet concluderen dat ze op een festival dat zich sterk maakt om fraude aan de kaak te stellen en te bestrijden niets te zoeken hebben. De organisatie doet er dan ook verstandig aan om haar sponsorbeleid te herzien. Om de schijn van belangenverstrengeling van dit soort bedrijven te vermijden is het onvermijdelijk om dit type partners in te wisselen voor betrokkenen die voortkomen uit de grassroots van de samenleving. Als het Fraude Film Festival wil doorgroeien naar een maatschappelijk relevant en geloofwaardig evenement dan moet het beseffen dat er een onaanvaardbare tegenstelling bestaat tussen de hand die het voedt en de hand die met kritiek gebeten moet kunnen worden.

Politieke partijen kunnen nu eenmaal niet voorbijgaan aan zichzelf. En staan zo per definitie haaks op het algemeen belang

with one comment

fd

In de reacties op de troonrede die op Prinsjesdag door de koning werd uitgesproken klonk vooral kritiek van de oppositie. Het kabinet zou sprookjes vertellen (Wilders/PVV), een WC-Eend verhaal vertellen (Roemer/SP) of er een verkiezingstoespraak van maken (Krol/50Plus). De reacties van deze partijen waren al beschreven in persberichten voordat ze wisten wat er in de troonrede stond. Dus de vraag of het kabinet of deze oppositiepartijen het meest in een parallelle wereld leven is niet makkelijk te beantwoorden.

Hier wreekt zich opnieuw het tekort van de partijpolitiek. Vertegenwoordigers van politieke partijen zeggen het algemeen belang te dienen en pretenderen namens burgers te spreken, maar kunnen niet anders dan dat te wringen in het model van hun eigen politieke partij en idee van partijpolitiek. Zo verwordt een 19de eeuwse verworvenheid in de 21 ste eeuw tot hoofddoel van eigen voortbestaan. Alsof het bestaan van een politieke partij een doel op zichzelf is. Dat laatste loopt per definitie niet altijd gelijk op met het algemeen belang.

Vernieuwingen die passen bij de 21ste eeuw en aansluiten bij digitalisering, machtsdeling, opleidingsniveau van burgers en technische innovaties zoals liquid democracy worden door deze politieke partijen niet gezocht. Zelfs geblokkeerd, want je hoort ze er nooit over. Dat tekent het failliet van de partijpolitiek waarvan het de vraag is of de vertegenwoordigers ervan dat vol cynisme beseffen of uit blikvernauwing niet eens bespeuren. Ik vermoed het laatste. Burgers verliezen hun interesse voor deze partijpolitieke opvatting van de politiek.

Bovenstaand commentaar in het Friesch Dagblad zegt verbaasd te zijn over passages in de troonrede. Het zegt: ‘Veel burgers voelen onvrede met de rechtsstaat en de democratische processen. Die zorgen uiten zich in onder meer de sterke sympathie voor de partij van Wilders, in de systematische aanvallen op de instituties van de rechtsstaat door Wilders en anderen, en in een groeiende onverschilligheid voor alles wat met politiek en bestuur te maken heeft.’ Op mijn beurt ben ik verbaasd over deze passage in dit hoofdredactioneel. Wat probeert het Friesch Dagblad met de verwijzing naar ‘de sympathie voor de partij van Wilders’ nou te zeggen over de stand van de rechtsstaat en de democratische processen in Nederland? Nu lijkt het er sterk op dat de schrijver van het commentaar iets aanstipt, maar daar tegelijk halfslachtig afstand van neemt. In elk geval niet zuiver redeneert. Want het kan dat de sympathie voor de partij van Wilders wordt gevoed door een breed gevoel van ongenoegen bij een deel van de bevolking. Maar wat te maken zou hebben met de stand van de democratie en de rechtsstaat die los van dat ongenoegen bestaan maakt dit commentaar niet duidelijk.

Uit internationale vergelijkingen tussen landen over democratie, corruptie, welzijn, geluk, persvrijheid, burgerrechten of rechtsstaat blijkt dat Nederland hoog scoort. Het zit altijd in de kopgroep van landen die het vergeleken met andere landen uitmuntend doen. Uit een vergelijkend onderzoek uit 2015 van het World Justice Project tussen 102 landen over de rechtsstaat staat Nederland op plek 5, na 4 Noord-Europese landen.

Alles is relatief, niets is perfect. Maar ontkennen of relativeren dat Nederland een welvarend en aantrekkelijk land is met goede infrastructuur, goede voorzieningen en een sterke rechtsstaat grenst aan een gebrek aan realiteitszin, miskenning van de eigen situatie en zelfvernietiging. Het zou gewenst zijn als partijen als de SP, PVV en 50Plus eens goed naar zichzelf keken en de samenleving niet opzadelden met hun eigen chagrijn en partijpolitiek opportunisme. Media als het Friesch Dagblad die de macht moeten controleren zouden nog beter moeten weten. Gewenst zou zijn als politieke partijen vanuit de positieve kenmerken van Nederland aan een betere samenleving zouden werken. Zonder te ontaarden in zwartgalligheid. En vooral: met voorbijgaan aan zichzelf. Ze voegen met hun stemmingmakerij niets constructiefs toe dan de eigen overbodigheid.

Foto: Schermafbeelding van commentaar in het Friesch Dagblad, 21 september 2016.

Initiatiefnemers Oekraïne-referendum vallen door de mand. Het gaat om centen, marketing en profilering. Niet om democratie

with 4 comments

resolve-2

Het referendum lijkt nergens op. Zoals Luuk Koelman gisteren schreef in een artikel dat niet door de censuur kwam van de Telegraaf Media Groep: ‘Dit referendum gaat niet over Oekraïne. Het gaat zelfs niet over Europa of de EU. Het is simpelweg één grote PR-stunt om de marktwaarde van GeenStijl op te krikken. Red de democratie? Nee, red GeenStijl. En het is ze gelukt. TMG heeft het weblog weer in de armen gesloten. Knap gedaan. Het kost dan wel 40 miljoen euro gemeenschapsgeld, maar hé, een kniesoor die daarop let.

Op 11 november 2015 reageerde ik op een artikel van Geen Stijl in dezelfde bewoordingen: ‘Want GeenStijl moet als poot van TMG (De Telegraaf) constant aan de weg blijven timmeren om zich commercieel waar te maken. Net winstgevend of zelfs net verliesgevend -daarover verschillen de verklaringen van TMG- moet GS de vlucht naar voren nemen om zichzelf waar te maken. Ten koste van alles wat zich voordoet. Thierry Baudet probeert zich te profileren als conservatieve denker. Beide grepen het referendum aan ter eigen profilering. Daar is niets mis mee, maar het is jammer dat GeenStijl en Baudet dat niet gewoon toe willen geven en met ingewikkelde verhalen over democratie, invloedssferen en Rusland hun ware bedoelingen verhullen. Echte mannen zijn oprecht en komen eerlijk voor hun motivatie uit.’  Dit waren geen echte mannen, maar namaak.

Een organisatie als Meer Democratie doorzag de opzet onvoldoende en gaf de oproep tot een referendum legitimiteit door met andere organisaties die welwillend stonden tegenover directe democratie aan te haken bij dit marketingconcept van Geen Stijl, Baudet, de SP en andere initiatiefnemers van het eerste uur. In een open brief aan Meer Democratie waarin ik me afvroeg waarom het zich met Geen Stijl wilde associëren stelde ik aan de orde dat het naar mijn idee om oneigenlijke redenen dit initiatief steunde: ‘Meer Democratie probeert nu zelfs m’n aandacht te vestigen op een politiek initiatief van GeenStijl dat haaks staat op het idee van democratie zoals ik dat voor me zie. En waarvan ik dacht dat Meer Democratie dat ook zo zag.’

Kortom, het commercieel belang van een Telegraaf-dochter heeft ons dit referendum ingerommeld. En tel daarbij op het partijbelang van de fervente tegenstander SP die zich heerlijk ruim een half jaar met Harry van Bommel kon profileren als anti-kapitalistisch en de persoonlijke profilering als zelfverklaard ‘intellectueel’ van Thierry Baudet met rechts-extremistische contacten en je begrijpt welke oneigenlijke redenen hier spelen. Democratie als marketing, als middel om het eigen ‘product’ te verkopen. Een wassen neus op de democratie.

Foto: ‘Feestartikelen. Klant kiest feestneus aan de toonbank van een winkel voor feestartikelen/schertsartikelen, Nederland 1929.

Open brief aan Meer Democratie. Waarom associëren jullie je met GeenStijl?

with 8 comments

Meer

Beste Niesco Dubbelboer en Arjen Nijeboer,

Jullie mail treft me onaangenaam door strekking en argumentatie. Ik vind dat Meer Democratie zich voor de verkeerde zaak leent door aandacht te vestigen op een initiatief van onder meer weblog GeenStijl dat in een toelichting de oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie reduceert tot een burgeroorlog en daar redenen voor ziet om het referendum te houden. Dat gaat samen met een negatieve houding jegens de EU.

GeenStijl -100% dochter van Telegraaf Media Groep- zegt over drie EU-associatiepartners Moldavië, Georgië en Oekraïne: ‘Als die landen verder uit Poetins invloedssfeer getrokken worden, krijgt de Europese Unie een open zenuw én open grenzen met oorlogsgebied.GeenStijl suggereert dat 1) Oekraïne behoort tot de invloedssfeer van de Russische Federatie; 2) Oekraïne in de Russische invloedssfeer moet blijven en 3) het vanuit Europees perspectief gewenst is dat Oekraïne tot de Russische invloedssfeer behoort. GeenStijl gooit internationale verdragen zoals de Helsinki Final Act 1975 over soevereiniteit het raam uit en levert landen over aan het land met de grootste wapens en de minste mensenrechten. Er valt trouwens heel wat af te dingen op de observatie dat Oekraïne en beide andere landen tot de Russische invloedssfeer behoren.

In Meer Democratie meende ik een nieuwe manier van democratie te hebben gevonden die onder meer de particratie en de Oerlemanse Eenpartijstaat probeert te corrigeren door het helpen verleggen van de grenzen van de politiek. Zodat burgers meer macht krijgen en de macht van de politieke partijen verminderd wordt. Ik meende dat Meer Democratie ver afstond van de partijpolitiek, maar ik vrees me vergist te hebben. Meer Democratie probeert nu zelfs m’n aandacht te vestigen op een politiek initiatief van GeenStijl dat haaks staat op het idee van democratie zoals ik dat voor me zie. En waarvan ik dacht dat Meer Democratie dat ook zo zag.

Jullie toevoeging ‘Meer Democratie heeft geen mening voor of tegen het verdrag met Oekraïne. Wij verwelkomen echter in principe elk referendum over elk onderwerp en stellen u graag van lopende referenduminitiatieven op de hoogte’ vind ik onwaarachtig. Jullie zijn geroutineerd genoeg om te weten dat geen enkele associatie neutraal is en zonder gevolgen blijft. Betekent dat ook dat ik voortaan over elke referendum dat ergens in de samenleving opborrelt een mailtje van Meer Democratie kan verwachten? En als dat niet zo is, wat maakte deze keer dan wel het verschil om me op dit referendum opmerkzaam te maken?

Jullie zullen onderhand wel begrepen hebben dat ik ontstemd ben en vind dat jullie een inschattingsfout hebben gemaakt door me deze mailing te sturen. Ik twijfel nu of ik definitief een streep door mijn steun aan Meer Democratie moet zetten, maar hoop dat jullie je fout inzien en met een uitleg komen dat dit eenmalig was en niet had moeten gebeuren. Die kans op inzicht geef ik jullie voordat ik me definitief afmeld.

Foto: Schermafbeelding van deel nieuwsbrief ‘Vandaag begint 2e fase handtekeningeninzameling referendum EU-Oekraïne’, 18 augustus 2015. Zie hier voor website van Meer Democratie.

Opnieuw: burgerinitiatief tegen partijpolitieke benoemingen

leave a comment »

meer

Op 29 mei 2015 besteedde ik aandacht aan het burgerinitiatief ‘Meer Democratie’: Stop partijpolitieke benoemingen. Het poogt de macht van de partijpolitiek terug te dringen. Omdat dit onderwerp me uit het hart gegrepen was tekende ik het initiatief. In een nieuwsbrief dringen initiatiefnemers Niesco Dubbelboer en Arjen Nijeboer nu aan op publiciteit omdat de benodigde 40.000 handtekeningen nog niet zijn gehaald. Ze hebben het over ‘duizenden mensen’ die getekend hebben. Wie het burgerinitiatief wil steunen kan hier terecht.

Foto: Burgerinitiatief ‘Meer Democratie’: Stop partijpolitieke benoemingen – teken het burgerinitiatief.

Petitie van ‘Meer Democratie’: Stop partijpolitieke benoemingen

with 3 comments

40_236998_stop-partijpolitieke-benoemingen-hier

Politieke partijen gijzelen het openbaar bestuur en ontlenen daar hun macht aan. Ze claimen publieke functies en menen daar zelfs recht op te hebben. Slechts 2,75% van de Nederlanders is lid van een politieke partij zodat het niet alleen een onrechtvaardig systeem is dat 97,25% buitensluit, maar ook een onverstandig systeem omdat het talenten van buiten de politiek negeert. Voor de BV Nederland dat economisch, politiek en mentaal stagneert is het een gemiste kans dat een potentieel van betrokken, en goed opgeleide en geïnformeerde burgers uitgesloten is van het openbaar bestuur. Juist omdat ze een frisse blik kunnen bieden.

demo

De beweging Meer Democratie dat min of meer een doorstart is van het ook naar democratische vernieuwing strevende Agora Europa startte op 27 mei het burgerinitiatief Stop Partijpolitieke Benoemingen met als doel om publieke functies voor iedereen open te stellen, niet alleen voor leden van politieke partijen. Tekenen hier.

In mei 2013 verwees dit blog naar politicoloog Nico Baakman naar wie Meer Democratie ook verwijst: ‘Ter onderbouwing verwijst Baakman naar artikel 1 van de Grondwet. Discriminatie wegens politiek gezindheid is niet toegestaan. In artikel 5,4 van de Algemene Wet Gelijke Behandeling wordt dit uitgewerkt. Een direct onderscheid vanwege politiek gezindheid wordt verboden, maar tegelijk geldt de volgende uitzondering: ‘Het eerste lid is niet van toepassing op eisen met betrekking tot de politieke gezindheid die in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van functies in bestuursorganen en adviesorganen.

wet

Ik vervolgde: ‘Ofwel, de wetgever vindt het redelijk dat er bijkomende eisen van politieke gezindheid voor de vervuling van functies in het openbaar bestuur worden gesteld. Omdat uitsluitend leden van een kartel van politieke partijen dit onder elkaar toetsten worden buitenstaanders voor publieke functies wettelijk en praktisch buiten de deur gehouden. Feit dat de omschrijving ‘in redelijkheid‘ niet is gedefinieerd, maakt het er nog extra partijdig op.’ Baakman zag het in 2010 somber in: ‘Als je om politieke criteria uit een functie in het openbaar bestuur geweerd bent, heb je juridisch geen poot om op te staan. Wil je serieus iets aan politieke benoemingen doen, dan zal dit wetsartikel op de schop moeten.Meer Democratie pakt Baakmans idee nu op.

Partijpolitieke benoemingen zijn nauwelijks uit te roeien omdat politieke partijen hun macht niet vrijwillig opgeven, de benoemingen in de wet verankerd zijn en niemand de wetgever (dus: de politieke partijen) kan dwingen een deel van hun macht op te geven. Tegen deze gelegitimeerde onrechtvaardigheid liepen velen binnen en buiten politieke partijen al te weer. Zo laakte J.W. Oerlemans in zijn befaamde artikel ‘Eenpartijstaat Nederland‘ uit 1990 de stand van de democratie, maar veranderde er in 25 jaar niets fundamenteels.

Twijfelachtig is of de petitie de schil van de macht ver genoeg afpelt. Macht draait niet om benoemingen in publieke functies en politieke partijen. Deze zijn instrumenten van de macht en worden door anderen aangestuurd. Ik schreef in 2010: ‘De macht achter de macht stuurt het systeem feilloos. Het is tot perfectie gevoerd, leidt af van de macht en focust op incidenten. Het meerpartijenstelsel kent geen ideologische strijd, de bevolking herkent zich niet in de politiek en de politicus wordt door het systeem ingekapseld. Burgers worden gevoed zich zorgen te maken over symptomen en zo de structuur te vergeten. De montage is onzichtbaar en de vicieuze cirkel immens.’ Toch kan het geen kwaad de petitie te tekenen om een begin te maken met machtsdeling die burgers een kans geeft. Maar naar verwachting levert het niet meer op dan gekrabbel in de marge. Bewustwording over het functioneren van het politieke bestel is mooi meegenomen.

Foto 1 en 2: Schermafbeelding van Meer Democratie / Stop partijpolitieke benoemingen: achtergrondinformatie, 29 mei 2015.

Foto 3: Schermafbeelding van Algemene wet gelijke behandeling, artikel 5.4.