Gedachte bij foto ‘Een onderwijzeres van de meisjesvervolgschool te Seroei (Japen) van de Evangelisch Christelijke Kerk, vertelt een sprookje’ (1958)

Een onderwijzeres van de meisjesvervolgschool te Seroei (Japen) van de Evangelisch Christelijke Kerk, vertelt een sprookje, mei 1958. Nieuw-Guinea. Collectie: Nationaal Archief.

Nederland heeft geen goede beurt gemaakt in Nieuw-Guinea. In het begin van de jaren 1960 heeft het onder internationale druk en door Indonesische inmenging de papoea’s in de steek gelaten. Ondanks beloften dat ze over hun toekomst zouden kunnen beslissen en Nederland daarbij zou helpen. De inlijving bij de Republiek Indonesië was niet logisch omdat Nieuw-Guinea geen deel van de Indonesische archipel is, maar van Melanesië.

De titel van de foto is ongewild komisch en tragisch. Dat behoeft eigenlijk geen commentaar: ‘Een onderwijzeres van de meisjesvervolgschool te Seroei (Japen) van de Evangelisch Christelijke Kerk, vertelt een sprookje’. Dat is vier jaar voor de onafhankelijkheid toen Nederland met de staart tussen de benen het gebied verliet.

Het is gissen welk sprookje de onderwijzers aan haar leerlingen vertelt. Deze foto van de Nederlandse overheidsvoorlichting (‘Kantoor voor Voorlichting en Radio Omroep Nieuw-Guinea’) suggereert eenheid tussen bevolking en kolonisator. Maar dat beeld hield niet lang stand. Het was allemaal een verzinsel. Inderdaad, een sprookje. Nederland was niet opgewassen tegen de werkelijkheid.