George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Overheidssteun

Pleidooi voor een debat over financiële ondersteuning van galeries

with 7 comments

Een vraag aan kunstenaars, kunstliefhebbers, kunstprofessionals, galeriehouders en openbare bestuurders om mee te denken over de financiering van galeries. In gesprekken met vele galeriehouders in verschillende gemeenten zijn me het afgelopen half jaar zaken opgevallen die me tot de volgende observaties brengen:

1) Galeriehouders voelen zich miskend omdat ze menen geen waardering te krijgen van de overheid. Ze kunnen niet aankloppen voor steun omdat ze als commercieel bedrijf worden gezien. Maar ze beschouwen zichzelf helemaal niet als commercieel. De kosten zijn hoog, met een huur in de grote steden van doorgaans rond de 2000 euro per maand. Vele galeries hebben sinds april 2020 nauwelijks nog inkomsten gehad.

2) De meerderheid van Nederlandse galeries draait verlies of heeft incidenteel een kleine overschot. De meeste kunnen alleen bestaan doordat ze financieel gesteund worden door partners, familie of een bedrijf of instelling dat aan productsponsoring doet.

3) Als er al een contact is van een galerie, of een lokale koepel van galeries die hun krachten gebundeld hebben, met een gemeente verloopt dat doorgaans via de afdeling culturele zaken. Dat is begrijpelijk omdat galeries bijdragen aan het kunstklimaat van gemeentes. Ze zijn de schakel tussen kunstenaar en consument en een belangrijke, zichtbare exponent van dat kunstklimaat. Maar voor een doorbraak naar structurele ondersteuning is het onbegrijpelijk omdat de afdeling economische zaken meer vuurkracht en mogelijkheden heeft om bedrijven te steunen. Ofwel, als een galerie echt als een commercieel bedrijf moet worden beschouwd, dan is het binnen die logica rechtlijnig om het contact primair via economische zaken te laten lopen. De spreekwoordelijke cultuurwethouder of de account-manager van culturele zaken is een aanspreekpunt die geen budget, geen zakelijk denken en geen besluitvaardigheid heeft.

4) Een bijkomstige moeilijkheid is waar de ‘ondergrens’ ligt om galeries te ondersteunen. Het is duidelijk welke galeries kwaliteit bieden en idealiter steun zouden verdienen. Sommige galeries hebben een museale ambitie en doen feitelijk hetzelfde wat een plaatselijk museum doet dat doorgaans miljoenen euro’s subsidie per jaar krijgt. Dat verschil wordt als te groot ervaren door de ambitieuze galeriehouders.

5) Er zijn galeries die de kwaliteit niet bieden en waar het belang van de kunst en de kunstenaar niet centraal staan. Volgens welke criteria dient de lijn tussen de ‘museale galerie’ en de ‘puur commerciële’ galerie getrokken te worden? Deelname aan kunstbeurzen als Art Rotterdam, Art The Hague, de KunstRAI of This Art Fair wordt soms als voorwaarde voor subsidie gesteld, maar dat heeft weer als nadeel dat het de status quo bevriest en experimentele toetreders uitsluit. Hetzelfde onoplosbare probleem doet zich gelden als galeries binnen een gemeente of regio zich in een koepel-achtige constructie verenigen. Hoe wordt het kaf van het koren gescheiden? Het is een taboe dat uit de weg wordt gegaan, maar wel de kracht en eenheid van de ‘museale galeries’ verzwakt.

6) Te bedenken valt dat het aantal serieuze galeries dat steun verdient betrekkelijk klein is. Voor Rotterdam en Den Haag kan dat ingeschat worden op zeven galeries, voor Utrecht op vier en voor Groningen op drie. Een inventarisatie voor heel Nederland (exclusief Amsterdam) komt waarschijnlijk uit op enkele tientallen galeries. Bij een steun van pakweg 25.000 euro per galerie per jaar is dat een totaalbedrag van maximaal zo’n 1 miljoen euro per jaar voor heel Nederland.

7) Uiteraard zijn er via cultuurfondsen tegemoetkomingen in de kosten voor galeries om zich op buitenlandse beurzen te presenteren. Ook hebben galeries gebruik kunnen maken van de zogenaamde NOW-gelden als gevolg van de coronacrisis. Maar dat zijn incidenten. Waar het om gaat is om een structurele basis te leggen onder het voortbestaan van Nederlandse galeries.

8) Als het vanuit het perspectief van het openbaar bestuur niet mogelijk is om individuele galeries met structurele subsidie financieel te ondersteunen, dan kan generieke steun voor de galeriesector uitkomst bieden. Winkels of cafés krijgen evenmin overheidssubsidie. Generieke steun via de tegemoetkoming in de kosten aan de media vanwege een maatschappelijke functie kan hier als model dienen voor de galeriesector. Hoe dan ook lijken de voorwaarden om galeries te ondersteunen minder rigide dan uit de beeldvorming blijkt. Met enige goede wil van het openbaar bestuur kunnen er geitenpaadjes bewandeld worden.

9) Zo zou een gemeente, provincie of de rijksoverheid waar galeries nog niet dik gezaaid zijn (dus Amsterdam uitgezonderd) en er nog ruimte is voor nieuwkomers aan beginnende galeries een ontwikkelsubsidie kunnen verlenen. Daarnaast zou een gemeente een subsidieloket open kunnen stellen voor galeries die een website, een publicatie of een bijzonder project (symposium, presentatie met dure transporten) willen ontwikkelen.

10) Samenvattend kan gezegd worden dat het gezien de positie van galeries die op een commerciële markt opereren begrijpelijk is dat er op dit moment geen generieke steun voor galeries bestaat. Tegelijk kan gezegd worden dat het onbegrijpelijk is waarom die steun niet bestaat omdat met betrekkelijk weinig geld galeries gericht en effectief ondersteund kunnen worden. Het is nodig dat het debat hierover op gang wordt gebracht.

Foto: Peter Koole, ‘On Behalf of All’, 2019. Op de presentatie ‘25 jaar Srebrenica herdacht in Laurenskerk’ in Rotterdam, te bezoeken van 18 juli 2020 t/m 29 augustus 2020.

Pleidooi voor specifieke steun aan ondernemingen en instellingen vanwege de coronacrisis. Generieke steun is ongewenst en dom

with 2 comments

De coronacrisis biedt kansen om op te schonen. Dit is het moment om kwaliteit boven kwantiteit te stellen. Daarom moeten er geen generieke steunmaatregelen komen om horeca-ondernemingen, musea, toeristische ondernemingen, kapsalons, nagelstudio’s, cupcakewinkels en bedrijven in het algemeen te ondersteunen.

Zo zegt de Museumvereniging in een als waarschuwing en mobilisatie bedoeld bericht dat een kwart van de musea nog in 2020 dreigt te moeten sluiten vanwege de gevolgen van de coronacrisis. Vraag is hoe erg dat is en welke musea het betreft. Generieke steunmaatregelen voor de museumsector zijn politiek het makkelijkst te realiseren en liggen het minst gevoelig, maar het valt te bezien of de museumsector dat nodig heeft. De ambitie dient hoger te zijn dan dat. Gerichte steun aan specifieke musea verdient de aanbeveling. Want wat is er op tegen om 20% van de musea te sluiten, maar de kwaliteit van de museumsector als geheel te verhogen?

Dat geldt eveneens voor de horeca die het afgelopen decennium een wildgroei kende. Dat nieuwe normaal van ongebreidelde groei is bij nader inzien niet normaal, maar een valkuil voor de betreffende sector. Nu is het moment om dat te corrigeren. Zo waarschuwde de Koninklijke Horeca Midden-Nederland in januari 2020 voor de explosieve toename van horeca-ondernemingen in Utrecht: ‘Onze leden geven aan dat er voldoende horeca in Utrecht is. Al die horeca leidt niet perse tot sterkere, maar juist tot zwakkere binnensteden. De totale omzet van een stad moet immers door méér horecaondernemers worden verdeeld’. Dat geldt ook voor het toerisme, de nagelstudio’s, de kappers en al die onderneminkjes die het afgelopen decennium explosief zijn gegroeid zonder dat daar echt behoefte aan was en hun bestaan noodzakelijk is. Laat die onderneminkjes omvallen.

Bij de afweging om voor steunmaatregelen van de overheid in aanmerking te komen moet het voortbestaan niet leidend zijn maar de kwaliteit van het betreffende bedrijf of instelling in combinatie met de sterkte en de structuur van betreffende sector waarbinnen dat bedrijf of instelling opereert. Het vergt politieke moed op landelijk, regionaal en stedelijk niveau om extra voorwaarden van kwaliteit aan steun te stellen. Vermoedelijk ontbreekt die politieke moed. Laten we in elk geval beseffen dat het anders kan en zou moeten. Het bestaan van ondernemingen en instellingen is geen vanzelfsprekendheid en het geven van generieke steun is verkeerd in deze crisis die ten minste nog iets goeds biedt. Namelijk de kans om het kaf van het koren te scheiden.

Written by George Knight

9 april 2020 at 12:04

Activiste teleurgesteld in zwijgen Olympische sporters. Terecht?

leave a comment »

BhO7cGzCEAAWM9F.jpg-large

Is kritiek op Olympische atleten gerechtvaardigd? De Russische homorechtenactiviste Anastasia Smirnova is teleurgesteld dat de sporters die in Sochi deelnamen zich niet uitspraken. Ze lieten verklaring noch protest horen. Zelfs niet achteraf. Volgens Smirnova komt dat ook omdat het IOC kritiek in de kiem smoorde. Ze vreest dat nu de spelen voorbij zijn de restricties voor homoseksuelen in heel Rusland toe zullen nemen.

Waarom Smirnova haar pijlen op atleten richt en niet op sportbobo’s en politici is de vraag. Niet de sporters, maar de sportbestuurders en politici stellen regels vast en zien toe op handhaving. Daarin zijn ze selectief. Zo verbiedt regel 50.3 van de Engelse versie van het Olympisch Handvest protest: ‘No kind of demonstration or political, religious or racial propaganda is permitted in any Olympic sites, venues or other areas.’ Dat wordt door het IOC streng gehandhaafd en daar hebben de sporters aan te gehoorzamen. Maar hoe kan dit de propaganda van het organiserende land verbieden als de spelen dienen als een grote propagandastunt?

Regel 27.3 van het Olympisch Handvest luidt: ‘The NOCs must preserve their autonomy and resist all pressures of any kind, including but not limited to political, legal, religious or economic pressures which may prevent them from complying with the Olympic Charter.‘ Wie de spelen van Sochi in de publiciteit gevolgd heeft, moest constateren dat niet het Russische NOC, maar president Putin en z’n entourage de spelen naar zich toe hadden getrokken en de beslissingen namen. Kortom, de handhaving van het Olympisch Handvest door de Olympische beweging is selectief. Het volgt de macht die zich aandient en niet de eigen ethische regels die alleen maar in de etalage staan voor de beeldvorming, maar waarnaar niet gehandeld wordt.

Foto: Tweet van Amnesty Russia: aantal jaren cel voor de demonstranten op het Bolotnaya-plein in Moskou, mei 2012. Zie ook Amnesty Nederland.

Grol pleit in open brief voor steun topsport. Voeg ook topkunst toe

with one comment

Koning_Willem-Alexander_Rutte_Sotsji_HQ_ANP

Het is gemakkelijk om in Sotsji te juichen‘, zegt judoka Henk Grol. Nu de Olympische Spelen van Sochi afgelopen zijn blijken sport en politiek ineens samen te hangen. Terwijl dat tot nu toe glashard werd ontkend door leden van het kabinet. En sporters zwegen. Ook degenen die niet in de baan kwamen. Grol opent de aanval op de politiek met een open brief in De Telegraaf aan premier Rutte en ministers Schippers.

Grol windt er geen doekjes op en wijst op het opportunisme van regering en koningshuis. Hij pleit voor een eind aan de belasting op prestatiebonussen, een langetermijnvisie, meer overheidssteun en verwijt kabinet en koning alleen maar goede sier te maken met de successen: ‘Alle ministers, het koninklijk huis, iedereen is in deze periode blij voor de sporters en wil maar wat graag met ze op de foto. Maar later dit jaar ploft bij al deze toppers een blauwe envelop op de mat waarin staat dat de helft van de premie moet worden terugbetaald.

En: ‘Een financieel vangnet heeft ook in mentaal opzicht een positieve werking. Anders leef je toch in onzekerheid over je toekomst. De Sven Kramers van deze wereld redden zich wel, omdat ze commercieel aantrekkelijk zijn. Maar hoe gaat het verder met grote sportmensen als Bob de Jong en Jorien ter Mors? Ik vrees dat niemand zich straks om hen bekommert, terwijl ze in veel andere landen de rest van hun leven absolute helden zouden zijn.

Grol heeft het grootste gelijk van de sportwereld. Als het gejuich verstomd is over de topsporters die Nederland vertegenwoordigd hebben, dan worden ze aan hun lot overgelaten. Door de gerichtheid op de sport hebben ze echter geen normale maatschappelijke loopbaan op kunnen bouwen. Daar is meer compensatie en flankerend beleid voor nodig dan waar de overheid nu in voorziet. Maak een uitzondering voor een paar duizend topsporters en kom ze om te beginnen fiscaal tegemoet. Maak het breder door zo’n maatregel uit te breiden naar alle beroepsgroepen die bezig zijn voor een hoger doel waarvan Nederland profiteert. Zoals ook kunstenaars en leden van de creatieve klasse. Kortom, minister Schipper en Bussemaker maak een Deltaplan Topsport en Topkunst en zoek daar een budget voor. Ter meerdere glorie van Nederland.

Foto: Koning, koningin en premier in Sochi, februari 2014.

Rapport: Lobby Nederlandse banken is niet transparant

with 4 comments

bankofthefuture03

Sinds 1 oktober 2008 is er in Nederland 95,19 miljard euro overheidsgeld naar banken gevloeid om zieke banken overeind te houden. Deels stroomt dat geld terug naar de belastingbelastingbetaler als banken weer gezond zijn. Maar vermoed wordt dat de Nederlandse belastingbetaler zo’n 20 miljard euro toelegt op de steun aan binnen- en buitenlandse banken. Waarheden van de ministers Bos en De Jager dat Nederland winst zou maken op de leningen aan Griekenland zijn niet bewaarheid. Op leningen aan Nederlandse banken derft Nederland volgens minister Dijsselbloem miljarden euro’s aan renteverlies en dividendinkomsten. Positief is dat Nederland voor 2008 de economie heeft aangejaagd. Maar ten koste van wat?

De EU werkt langzaam, maar gestaag aan de sanering van Europese banken in een bankenunie. Dat hangt samen met het overdragen van soevereiniteit van afzonderlijke natiestaten naar de supranationale EU of een Europese Centrale Bank. ‘Nooit meer‘ is het motto dat overheden nooit meer in een situatie terechtkomen dat ze door banken gechanteerd kunnen worden. De kiezer die ook belastingbetaler is volgt met tegenzin, maar dat kan zo maar veranderen. Opknippen van banken die niet langer ‘too big to fail’ zijn hoort bij de plannen.

Probleem is niet de politiek of de toezichthouders, maar de conservatieve, machtige, hardleerse, volkomen in zichzelf gekeerde en moreel volledig ontspoorde bankensector. Het heeft jarenlang kunnen gokken met overheidsgeld en is daar even gewend aan geraakt als een luxejunk aan cocaïne. Aan de kick, de winst, de roekeloosheid en lak hebben aan afspraken. Lastig voor bankiers om af te kicken van hun slechte gewoonten.

De meerderheid van de consumentenactiviteiten is solide en betrouwbaar. Gevaar schuilt in de combinatie van een consumentenbank met activiteiten van een zakenbank dat zich vertaalt in allerlei vormen van fraude en risicovol gedrag. Dat moet stoppen, maar stopt niet. Deels omdat topbankiers de eigen handel niet begrijpen, deels omdat ze nog steeds vertrouwen op overheidssteun bij verlies. Want door lobbyen en plaatsing van eigen mensen op politieke topposities hebben ze weten te verzekeren dat hun macht ongebroken is.

Signaal voor de hardleersheid van Nederlandse banken is het rapport ‘Taking Lobbying Public‘ van the Centre for Research on Multinational Corporations (SOMO). Hier is onder meer een Nederlandse samenvatting in te zien die concludeert dat banken effectieve hervormingen van de sector blokkeren: ‘De aandacht voor de financiële sector van het algemene publiek, politici, media en maatschappelijke organisaties is na de crisis sterk toegenomen. De intensivering van het debat heeft echter ook geleid tot meer lobbyactiviteiten van banken. Aangezien banken veelal lobbyen op intransparante wijze, is er onvoldoende ruimte voor een open debat en blijft het risico van regulatory capture aanwezig. Volgens velen zijn de banken nu, vijf jaar na het begin van de financiële crisis, nog steeds in staat om noodzakelijke hervormingen te blokkeren.

Regulatory capture‘ wil zeggen dat de regulering overgenomen wordt door de sector ‘en gebruikt voor het eigenbelang van deze private spelers, zelfs ten koste van het algemeen belang.’ Ontluisterend is het aldus geschetste gedrag van de bankensector en teleurstellend is het optreden van de Nederlandse politiek om de sector effectieve hervormingen op te leggen, politieke druk van de banken te neutraliseren en lobbypraktijken aan banden te leggen. De kamerleden Henk Nijboer en Lea Bouwmeester (PvdA) hebben gisteren kamervragen gesteld aan de ministers Dijsselbloem en Plasterk over het ontbreken van transparantie van de lobbypraktijken van Nederlandse banken. Ze vragen onder meer wanneer er een ‘lobbyparagraaf’ aan wetsvoorstellen wordt toegevoegd om de belangenbehartiging en inbreng van onder meer de bankensector inzichtelijk te maken.

Foto: Bank of the Future, Oklahoma City. Credits: Allison Meier

Dé Europese stad van cultuur verliest twee musea: Utrecht

with one comment

TH-1992-G-01

Twee niet gelukte projecten komen soms samen: Utrecht Culturele Hoofdstad 2018 en het Geldmuseum. Met op de achtergrond de Vrede van Utrecht. Dit in Utrecht gevestigde rijksmuseum sluit per 1 november omdat Financiën het laat vallen. In november 2012 werd bekend dat Utrecht in 2018 geen Culturele Hoofdstad zou worden. Eindhoven, Maastricht en Leeuwarden mochten door na de tweede ronde. Cultuurwethouder Frits Lintmeijer vond in een eerste reactie ‘dat Utrecht een – zo niet dé – Europese stad van kennis en cultuur blijft.’

Maar wat betekenen woorden in de praktijk als tijdens het wethouderschap van Lintmeijer het Moluks Museum (Museum Maluku) en het Geldmuseum uit Utrecht verdwijnen? Nu blijkt de Vrede van Utrecht 35 miljoen euro te kosten. Behalve gemeenschapsgeld omvat dat ook subsidie van derden. Hoe erg is een ‘puur elitair‘ feest? Voor het Utrechtse CDA zijn de kosten geen nieuws. Maar hadden beide musea met een deel van dat geld niet voor de stad bewaard kunnen blijven? Soms wordt cultuurbeleid beredeneerd vanuit een aparte wereld vol stadspromotie en netwerkbeheer van de politiek. Met minder voeten in de modder, dan hoofden in de wolken.

Foto: Thomas Huber, Bank in der Nacht, 1992. Credits: Thomas Huber, 2013.

Een museum sluit, maar een bank nooit. Waarom is dat?

with 5 comments

ff12044

Gisteren was ik in het voormalige Museum Maluku, ofwel het Moluks Museum aan de Utrechtse Biltstraat. Op de kijkdag van de inventaris. Die wordt geveild door BVA-Auctions en tot 5 maart kan men online bieden. Het museum is sinds oktober 2012 gesloten. Het was mij droevig te moede. Een museum vol potentie dat sluit. Wellicht door een combinatie van mismanagement en onvoldoende ondersteuning. Het gebouw is verkocht. Op de benedenverdieping rust een museale bestemming. Geruchten gaan dat er plannen zijn voor een Games-museum. In mei 2012 opperde ik om er het Armando Museum in onder te brengen. De match was in m’n ogen perfect, maar de lokale politiek had zich al te veel verschanst om nog flexibel te kunnen handelen.

Hoe dan ook waren er onvoldoende fondsen om dit museum te steunen. Mogelijk was het aantal Molukkers te klein. Zo’n 40.000-45.000 personen. Mogelijk had de focus verbreed kunnen worden tot alle in Indonesië en het voormalig Nederlands-Indië geboren personen en de volgende generaties. Een Insulinde Museum. Van Louis Couperus tot Rudy Kousbroek en Tjalie Robinson, van Adriaan van Dis tot Marion Bloem. Die weg is niet gekozen. Nu sluit een museum dat ons iets had te vertellen over ons gemeenschappelijk verleden. Spijtig.

Maar merkt de maatschappijcriticus dan op, waarom is er wel steeds voldoende overheidsgeld om banken te ondersteunen? Een maand geleden werd de SNS-bank genationaliseerd omdat het werd aangemerkt als systeembank. U en ik betaalden er 3,7 miljard euro voor en blijken ook  nog eens voor 5 miljard euro garant te staan. Zo’n 5 jaar geleden stopten u en ik ook al 30 miljard euro in ABN AMRO. Zonder onze banken had Nederland er nu niet zo beroerd voorgestaan. En wat doen de banken? Ze gaan door met het uitkeren van bonussen en het traineren van hervorming van de sector. Veelzeggend is dat de secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken Chris Buijink de nieuwe directeur wordt van de lobbygroep de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). De rot zit tot in de haarvaten van de politiek. Banken kopen die politiek op.

Wat is de beste reactie voor een welwillende burger die dit als ongewenst en onrechtvaardig beschouwt? Hoe kan de burger zich verzetten? Zoals gezegd komt de oplossing niet van de gevestigde politiek. Die wordt omgekocht en is op zijn best vol goede bedoelingen, maar onmachtig. Dus Rutte en zijn regering zijn tot onderdeel van het probleem gemaakt. Wat dan? Buitenparlementaire actie? Maar dat komt niet in de buurt van de macht. De media staan aan de kant van de politiek en bespelen de publieke opinie met bezweringen.

De oplossing is de bundeling van tegenkrachten (beter gezegd: krachten die een andere kant opwijzen) en bewustwording op lange termijn. Bewustwording begint met het besef dat de enige weg voor de burger de politiek is en de enige vijand op dit moment ook de politiek is. Dat verschil moet overbrugd worden. Geduld. Bankiers en politici die onze economie hebben geruïneerd zijn het waard om kritisch gevolgd te worden. Voor wie niks in een revolutie met bloedvergieten ziet is er geen andere weg. Zo sluit zich het net naar de uitweg.

Foto: ‘Wie kent?’ op site Museum Maluku.

%d bloggers liken dit: