George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Oranje

Voor stabiliteit van Nederland is het gewenst dat de verkoop van kunst uit nationaal bezit door Oranjes stopt. Wat doet de politiek?

leave a comment »

Het zijn geen radicale gekkies die kritiek uiten op het handelen van prinses Christina. Zij is lid van de koninklijke familie. Het zijn gevestigde burgers zoals museumdirecteuren, de Vereniging Rembrandt of een kunsthandelaar als Bob Haboldt die kritiek hebben op de verkoop van kunstvoorwerpen door Christina op een veiling bij Sotheby’s in New York. Als vanouds is de steun voor de monarchie het grootst bij het volk, maar lijkt dat de afgelopen jaren vervangen te zijn door een progressieve elite die de retoriek van het nieuwe koningspaar volgt. Dat is flinterdunne steun die sterk zou kunnen afnemen als de progressieve elite beseft dat Máxima zich altijd heeft geïdentificeerd met rechts-extremistische personages als priester Rafael Braun en de beeldvorming over de Oranjes valse elementen bevat. De uitverkoop van kunst door leden van de koninklijke familie om te kunnen voorzien in een luxe levensstijl lijkt geen aanbeveling om de steun van een progressieve elite te behouden. Het volk dat geen goed woord over heeft voor een koningshuis dat in haar kosmopolitisme is losgezongen van Nederland zal zich vermoedelijk niet storen aan de verkoop van kunst uit Nederlands kunstbezit, maar wel aan het eigenbelang van een koninklijke familie die zich niets aantrekt van Nederland.

Critici uit de kunstsector houden zich aantoonbaar in, maar hebben geen goed woord over voor Christina’s gedrag dat op zichzelf gericht is en niet op de Nederlandse samenleving. Dat straalt negatief af op de Nederlandse monarchie. Vooral omdat de verkoop niet op zichzelf staat en leden van de koninklijke familie of het koninklijk huis recent eerder kunst die deel uitmaakte van het Nederlands kunstbezit om commerciele redenen hebben verpatst. Aan de fundamentele vraag of het in deze gevallen om privébezit gaat of om nationaal bezit dat op oneigenlijke en bewust onduidelijk gehouden redenen in het bezit van de koninklijke familie is gekomen durven politieke partijen en de maatschappelijke elite niet hun handen te branden.

Zo resteert op dit moment een tussenpositie. Het koninklijk huis en de koninklijke familie reageren in het openbaar niet op maatschappelijke kritiek. En de kritiek houdt zich vanwege twee redenen in. Om de macht van de Oranjes niet te trotseren en om geen politieke en maatschappelijke effecten in gang te zetten die niet meer te stoppen zijn en munitie geeft aan de opkomst van nationalisten, gele hesjes en rechts-populisten.

Voor de stabiliteit van Nederland zou het verstandig zijn dat zich gevallen zoals de verkoop van kunstbezit (waarover ook twijfels bestaan over herkomst en verwerving) door Christina nooit meer voordoen. Dat kan op twee manieren. Door het instellen van een adviserende ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijk Huis‘ dat door (kunst)historisch onderzoek uitpluist of de toeschrijving van het kunstbezit van de koninklijke familie juridisch terecht is. Zo niet, dan dient het eigendom van de kunst zonder compensatie voor de koninklijke familie aan de Nederlandse staat toegeschreven te worden. En door het ondertekenen van een convenant waarbij alle leden van de koninklijke familie zich verplichten om hun kunstbezit dat van nationaal belang is niet eenzijdig en buiten overleg met de Nederlandse museumsector te laten veilen op de commerciële markt.

Advertenties

Geldzucht en kunstzinnig gebrek karakteriseren Oranjes. Oproep voor instelling ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’

with 3 comments

Naast gebrek aan culturele belangstelling is geldzucht de tweede zwakke plek van de Nederlandse koninklijke familie. Om niet te zeggen een smet op het blazoen dat het zelf graag opgepoetst ziet. Het is tijd voor twee debatten die met elkaar verband houden. Namelijk de vraag of de uiterste houdbaarheidsdatum van de Nederlandse monarchie is bereikt en of zo’n instituut nog wel bij de huidige tijd past. Inclusief het principe van erfopvolging dat haaks op dat van de democratie staat. De monarchie is een ondemocratisch instituut. Daar zou een breed maatschappelijk debat over gevoerd moeten worden waarbij opgelet moet worden dat de Oranje-propaganda via bevriende media niet dat debat naar zich toetrekt zoals tot nu toe gebeurt. Ik ben nog steeds verbaasd over alle journalistieke hielenlikkers, jaknikkers en hermelijnvlooien die bij de troonsafstand van toenmalig koningin Beatrix in 2013 haar bewierookten. Gemeten steun voor de monarchie bedraagt 68%.

Een bijkomende vraag is hoe en wanneer de kunst, bezittingen en het vermogen dat de koninklijke familie beheert in de administratie van de koninklijke familie is gekomen en welk deel een bruikleen van die staat is. Het is nu de hoogste tijd dat over het werkelijke eigendom duidelijkheid ontstaat. Om dat voor de kunst te onderzoek pleitte ik in een commentaar onlangs voor een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ met de volgende motivatie: ‘De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat. Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd.’

Arjen Ribbens van NRC is in deze kwestie gedoken en onthult in een artikel van 24 januari dat de Oranjes in stilte kunst verkochten aan het Rijk. Daar is door de politiek nooit ruchtbaarheid aan gegeven. NRC: ‘De overheid kocht de cultuurgoederen om te voorkomen dat de koninklijke familie ze aan derden zou verkopen.’ Dit is een voor de Nederlandse koninklijke familie beschamend en beschadigend feit. Eruit blijkt namelijk dat geldzucht en zelfverrijking van leden van de koninklijke familie haaks staan op het algemeen belang van Nederland. Zoals Ribbens in onderstaand citaat constateert gaat het hier niet om een toevallig incident, maar om een stelselmatige situatie gedurende vele jaren waarbij verschillende leden van de koninklijke familie betrokken zijn. Het lijkt de leden van de koninklijke familie vooral te ontbreken aan een gezonde mentaliteit.

Wat te doen in een sfeer waarin politieke partijen beschroomd, om niet te zeggen doodsbenauwd zijn in hun omgang met de Oranjes en de gevestigde media welhaast als gelijkgeschakeld kunnen worden beschouwd in hun lofzang op het koninklijk huis? Mede omdat nu een geloofwaardige republikeinse factie ontbreekt en de vrees voor het rechts-populisme mogelijke critici doet zwijgen. Er valt door nalatigheid en het bederf van politiek en media wat de monarchie betreft op dit moment geen eerlijk en open debat te verwachten over de rol van de monarchie, en in het verlengde daarvan over bezittingen die het ten onrechte heeft geconfisqueerd en te gelde heeft gemaakt. Arjen Ribbens en NRC zijn trouwens de uitzondering op de regel. Dat geeft hoop dat dit debat ooit volwassen en evenwichtig zal worden kunnen gevoerd. De twee aspecten, namelijk het (kunst)bezit van de koninklijke familie en de levensvatbaarheid van de monarchie lijken elkaar te beïnvloeden.

Het is op dit moment zo dat kritiek op de monarchie vanuit de middenpartijen niet frontaal wordt geuit omdat dit door de machtspositie van de monarchale groeperingen zo goed als vruchteloos is, maar dat de kritiek het onrechtmatig kunstbezit, het ontzamelen en de schraapzucht van diverse leden van de koninklijke familie zou kunnen aangrijpen om een nieuw, zijdelings front van kritiek tegen de monarchie te openen. Als dat leidt tot het instellen van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ dan dient dat een drieledig doel: er komt duidelijkheid over wantoestanden die leden van de koninklijke familie hebben veroorzaakt; Nederlands kunstbezit wordt beter beschermd en onder het beheer van de Nederlandse Staat gebracht; de bewustwording over de wezenlijke rol van de monarchie wordt verdiept en verscherpt en geeft media en politiek de ruimte om afstand te nemen en onafhankelijker én zelfbewuster van de lange arm van de Oranjes te functioneren.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ in AD, 25 januari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ van Arjen Ribbens in NRC, 24 januari 2019.

Is de politiek bereid om instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ serieus te overwegen?

with 6 comments

Mijn reactie bij het item ‘Musea balen: kunst Koninklijk Huis gaat naar veiling’ op het YouTube-kanaal van Nieuwsuur. Het is trouwens een kwestie van perspectief of deze titel juist is. Want de vermeende verkoper van de kunst, te weten prinses Christina is wel lid van de koninklijke familie, maar sinds 1975 niet meer van het koninklijk huis. Als dit kunstbezit echter wordt beredeneerd vanuit de logica dat het door overerving niet doorgegeven is aan diverse leden van de koninklijke familie, maar nog steeds als langdurige bruikleen wordt beheerd door het koninklijk huis, dan is de titel wel juist:

De samenleving dient actie te ondernemen om duidelijkheid te krijgen over de rechtmatigheid van de kunst die in het bezit van leden van de Nederlandse koninklijke familie is. Nu bestaat daarover vaagheid. Door een (kunst)historische en juridische inventarisatie kan gereconstrueerd worden hoe de verwerving is verlopen. Bijvoorbeeld in de 19de eeuw ten tijde van Koning Willem II toen kunstwerken werden betaald vanuit de staatskas, maar in het bezit van de koninklijke familie kwamen. Door overerving is de duidelijkheid over de herkomst verder vertroebeld. De met steun van de staat verworven werken dienen teruggeven te worden aan de Nederlandse staat.  Zo kunnen rechtmatig en onrechtmatig bezit onderscheiden worden. Als het koninklijk huis hieraan meewerkt, dan kan het het eigen draagvlak versterken. Door deze kwestie dreigt die sterk onder druk te worden gezet.

Ik pleit voor het instellen van een Restitutiecommissie. Vergelijking met nazi-roofkunst uit voornamelijk Joods kunstbezit dringt zit op. Een Restitutiecommissie werd daartoe in 1997 opgericht om te adviseren over de rechtmatigheid van claims. Nodig is een op een dezelfde wijze werkzame Restitutiecommissie over het kunstbezit van de koninklijke familie. De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat.

Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd. Hopelijk durft een nieuwe generatie politici die zich bekommert om Nederlands kunstbezit door te pakken om een weeffout te herstellen van met staatsgeld aangekochte kunst die in een privécollectie is verdwenen.

Het probleem is dat de politieke partijen niet durven in te gaan tegen het koninklijk huis. Daar wijst ook de reactie op van premier Rutte die vandaag in het openbaar het voornemen van de koninklijke familie steunt om kunst uit het Nederlands kunstbezit te verkopen. Waaronder de genoemde tekening van Rubens. Rutte meent dat de Oranjes dit juridisch mogen doen omdat verkoop een privézaak zou zijn. Maar dit is nog maar helemaal de vraag die juist onderzocht dient te worden. En nooit systematisch is onderzocht. Want zolang er onduidelijkheden over de herkomst van bepaalde werken bestaat is het de vraag of het in alle gevallen een privézaak betreft, of een zaak van algemeen belang.

In elk geval gaat het hier om een ethische kwestie zoals politiek commentator van RTL Nieuws Frits Wester aangeeft: ‘Maar de vraag is gerechtvaardigd of de Oranjes, een door de belastingbetaler zwaar gesubsidieerd instituut, niet de morele plicht hebben om nationaal erfgoed dat zij bezitten eerst aan Nederlandse musea moeten aanbieden. En volgens mij moet het antwoord op die vraag volmondig ja zijn.’

Kortom, twee zaken zijn nodig. Voor de korte termijn opschorting van verkoop omdat hoogwaardige kunstobjecten uit de collectie van de Nederlandse koninklijke familie naar het buitenland dreigen te verdwijnen. Dat is ongewenst. Voor de langere termijn de instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ die onderzoekt en adviseert welke kunstwerken die nu in het bezit van de koninklijke familie zijn vanwege ontbrekende rechtmatigheid teruggeven dienen te worden aan de Nederlandse staat.

Oranjes moeten afzien van kunstveiling. Restitutiecommissie gevraagd voor teruggave van kunst koninklijke familie naar staat

with 5 comments

Het heeft even geduurd, maar museumdirecteur Sjarel Ex neemt moedig het voortouw in de kritiek op de voorgenomen verkoop van kunstobjecten op een veiling bij Sotheby’s op 30 januari 2019 door de koninklijke familie. Waarschijnlijk prinses Christina. Aanleiding is een houtskooltekening van Peter Paul Rubens met een geschatte waarde van 2 miljoen euro. Museum Boijmans van Beuningen waarvan Ex directeur is bezit een grote collectie van Rubens’ werk. In een bericht in het AD noemt hij de kunstveiling niet ‘de koninklijke weg’.

Essentieel is de herkomst en aankoop van de werken. Wie behoren ze toe en is verkoop ethisch wel in de haak? De angst in politiek en wetenschap voor de lange arm van de Oranjes is blijkbaar groot als een ‘prominente kunsthistoricus’ slechts op basis van anonimiteit in het AD achtergrondinformatie wenst te geven. Welke druk dwingt tot anonimiteit? Heeft het mechanisme van zelfcensuur te maken met vrees dat het zich in het openbaar uitspreken de eigen carrière beschadigt? De opmerking is vernietigend en slaat de bodem weg onder het draagvlak voor de voorgenomen verkoop. De werken werden ‘grotendeels’ aangekocht door de toenmalige koning Willem II en diens echtgenote Anna Paulowna, maar niet zij maar de staat betaalden daarvoor: ‘In een tijd dat alle uitgaven van de koninklijke familie rechtstreeks uit de Nederlandse staatskas kwamen. Daardoor zijn ze niet als privé-eigendommen te beschouwen.’ Kortom, verkoop is moreel niet verantwoord en dient opgeschort te worden tot er volledige duidelijkheid over herkomst en aankoop is.

Zo ontstaat een beeld van kortzichtigheid en zelfverrijking door graaiende leden van de koninklijke familie die zich afkeren van de Nederlandse samenleving en museumsector. Ze schenken de kunst of de opbrengt ervan niet aan Nederlandse musea, maar houden die voor zichzelf terwijl de kunst grotendeels is aangekocht vanuit de staatskas. Deze weeffout is door overerving niet hersteld. Evenmin gaan ze met de musea in gesprek zoals gebruikelijk is bij ontzamelen, hoewel dat voor openbare en niet voor privécollecties geldt. Maar dat staat juist ter discussie. Is de (deel)collectie die ter veiling wordt aangeboden in feite nou openbaar of privé kunstbezit?

Men kan zich alleen maar verbazen over de rol van prinses Beatrix die bekendstaat als kunstliefhebber en kunstverzamelaar. Waarom heeft ze als nestor van de koninklijke familie haar familie er niet van weten te overtuigen dat de overdracht van objecten uit de kunstcollectie van Willem II en Anna Paulowna aan de Nederlandse musea moreel de enige juiste weg is? Het Rotterdamse D66-kamerlid Salima Belhaj heeft over deze voorgenomen veiling kamervragen gesteld aan premier Rutte. Ook de Vereniging Rembrandt is kritisch.

Vergelijking met nazi-roofkunst uit voornamelijk Joods kunstbezit dringt zit op. Een Restitutiecommissie die eerst Commissie-Ekkart heette werd daartoe in 1997 opgericht om te adviseren over de rechtmatigheid van claims. Nodig is een op een dezelfde wijze werkzame Restitutiecommissie. Omdat hoogwaardige en iconische kunstobjecten uit de collectie van de koninklijke familie naar het buitenland dreigen te verdwijnen is opschorting van verkoop gewenst. De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat. Als bijvoorbeeld kunst die in de 19de eeuw in bezit van de Oranjes kwam werd gefinancierd door de staat, dan dient die te worden teruggeven aan de staat.

Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politieke klasse heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor de macht van het staatshoofd. Hopelijk durft een nieuwe generatie politici die zich bekommert om Nederlands kunstbezit door te pakken om een weeffout te herstellen van met staatsgeld aangekochte kunst die in een privécollectie is verdwenen.

Hoe dan ook is het merkwaardig dat de Oranjes nooit tot het zelfinzicht zijn gekomen dat ze moreel verplicht waren om kunstobjecten die met staatsgeld waren betaald vrijwillig terug te geven aan de Nederlandse staat.

Foto 1: Schermafbeelding van aankondiging van veiling door Sotheby’s op 30 januari 2019 van kunst door de Nederlandse koninklijke familie.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelOranjes moeten afzien van kunstveiling: ‘Dit is niet de koninklijke weg’’ van Jeroen Schmale in AD, 9 januari 2019.

Waarom is er geen breed debat over afschaffing van de monarchie?

with 4 comments

Morgen 27 april is het Koningsdag. In de supermarkten is extra bier ingeslagen. De continuïteit en kwaliteit van de Nederlandse monarchie is een mythe. Zoals elke mythe komt het niet overeen met de realiteit. Eeuwenlang is het verhaal bijgeslepen en verdraaid om de natie te bouwen. Zo’n broodjeaapverhaal over Oranje kan desondanks werken. Soms hebben volkeren een leugentje om bestwil nodig om zich te verenigen.

Maar een mythe kan uitgewerkt raken. De positie van Oranje lijkt sterker dan die is. Principieel tegenargument is dat erfopvolging in tegenspraak met de volkssoevereiniteit is. Het is discriminatie dat een burger nooit staatshoofd kan worden. Traditioneel wordt het beeld uitgedragen dat Oranje al eeuwenlang op twee pijlers rust: het grauw en de pluimstrijkers die de kern van de macht trachten te bereiken. De calculerende burger neemt de monarchie op de koop toe en staat er vrij onverschillig tegenover. Op een kleine minderheid na.

Aan de andere kant voert een kleine minderheid campagne tegen de monarchie. Zo zegt blogger Kevin Levie in een opinie-artikel voor Het Parool dat Amsterdam Koningsdag moet afschaffen. Hij hoopt ermee een debat over de afschaffing van de monarchie te starten. Levie geeft als reden dat Amsterdam een progressieve stad is. En: ‘Die monarchie is niet alleen archaïsch en ondemocratisch, maar kost ons jaarlijks ook bakken met geld: 345 miljoen, becijferde het Republikeins Genootschap deze week. (…)  Treurig genoeg wordt juist in het vooruitstrevende Amsterdam jaarlijks ’s lands grootste en meest ontspoorde feestje ter ere van het koningshuis gevierd. Dit feestje wordt (…)  zelden of nooit politiek ter discussie gesteld. Het is hoog tijd om dat wél te doen: want als Amsterdam de eerste stad is die Zwarte Piet in de ban doet, waarom zouden we dan niet ook voorop kunnen lopen in het verwerpen van de achterhaalde monarchie?’ Als inwoner van het niet minder progressieve Utrecht hoop ik dat dit debat ook in de Domstad gevoerd wordt. Met als eerste inzet het afschaffen van Koningsdag zoals die nu gevierd wordt, als opzet naar de afschaffing van de monarchie.

Oranje is geen waakhond, maar een jachthond die zelf in de bossen op wild jaagt. Die de broekriem niet wilde aanhalen, terwijl iedereen gekort werd. De koning weerspiegelt onze tegenstrijdigheid en verdeeldheid. Hij is welvarend en denkt geloofwaardig namens minder daadkrachtigen en sociaal zwakkeren te spreken. Het gaat er niet om dat de koning geen geschikte vent is, maar dat monarchie Nederland steeds slechter past. Omdat er een taboe ligt op het debat erover kan een maatschappelijk debat erover niet plaatsvinden. Dat is jammer.

Constitutionele toetsing doet recht aan het vertrouwen in de integriteit van de Nederlandse rechtspraak, betoogde Femke Halsema in 2002 in haar Initiatiefwet over de toetsing aan de Grondwet. Wellicht is zij de nieuwe burgemeester van Amsterdam. Integriteit is de essentie, de staalconstructie die het gebouw stevigheid biedt. Of een koning, president, komiek of filmster op de troon mag zitten is ondergeschikt. Instituties doen ertoe. Als een natie uit nostalgie of traditie haar cohesie en identiteit denkt te kunnen versterken door Oranje dan moet dat mogelijk zijn. Het helpt niet als een debat erover door de politiek en de gevestigde media wordt geblokkeerd zodat we niet weten wat de Nederlanders werkelijk denken over de afschaffing van de monarchie.

Foto: ‘Picking oranges’, 1902. Collectie: Library of Congress.

Petitie ‘Afschaffing Koninklijk Huis’ verdient serieuze overweging

leave a comment »

Het kan nooit kwaad om het Republikeinse, zo men wil anti-monarchistische karakter van Nederland te benadrukken. Dat in 1815 koning Willem I zichzelf uitriep tot koning der Verenigde Nederlanden geeft aan dat de Nederlandse monarchie een tamelijk recente ontwikkeling is. Een uitvinding van een traditie. Zoals in de 19de eeuw meer tradities en rituelen werden uitgevonden en vormgegeven, zoals Sinterklaas. De Nederlandse monarchie speelt op het vlak van Volkskunde, folklore, rituelen en tradities en vindt een oorsprong in de 19de eeuw. De eeuw van nationalisme en natievorming. De affiche dateert uit 1980, zoals een optelling uitwijst.

Hoewel de Nederlandse monarchie volgens onderzoek uit 2010 van de Vlaamse hoogleraar Herman Matthijs tot de duurste van Europa behoort is dat niet de hoofdzaak voor kritiek. Hoe onbegrijpelijk het ook is dat de kosten niet beter in de hand worden gehouden. Hoofdzaak van kritiek is wel het anti-democratische karakter ervan door het beginsel van de erfopvolging. In theorie zijn alle functies in het openbaar bestuur voor alle Nederlanders beschikbaar, behalve die van staatshoofd. Dat is vanuit democratisch oogpunt ongewenst. Sommigen beweren dat door de golf van rechts-populisme enige afstand tot de dagelijkse politiek raadzaam is. Maar het bezwaar blijft dat via de erfopvolging niet de beste persoon voor de functie van staatshoofd gekozen wordt. De recente geschiedenis met Koningin Juliana en Prins Bernhard maakt dit duidelijk.

Nederland moet weer een Republiek zijn zoals het dat vanouds is. Complicatie is dat de Republikeinse genootschappen worden bevolkt door malcontenten die behalve hun afkeer van de monarchie weinig toevoegen aan het debat over de staatsvorm die Nederland het beste past. Ze staan ook voor een lastige opgave omdat de propaganda van Oranje continu op vele toeren draait. Deels door belastinggeld dat door de burgers wordt opgebracht en deels door het establishment dat de voorspelbaarheid, inschikkelijkheid en sociale mores van een monarchie een voordeel vindt en het daarom vanuit de schermen steunt. Maar voor burgers die voor de pure democratie gaan is de monarchie een anomalie. Een afwijking van het normale.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieAfschaffing Koninklijk Huis’ op petities.nl.

Maxima’s toespraak over Nederlandse identiteit opgerakeld door Canoy

leave a comment »

Een opvallende column van Marcel Canoy in Jalta die eerder verscheen in Sociale Vraagstukken. Aan de lijn van het betoog valt weinig af te dingen, maar toch klopt er iets niet aan. Canoy maakt het zich nodeloos ingewikkeld door naar Maxima te verwijzen die op 24 september 2007 een toespraak hield ‘bij de presentatie van het WRR-rapport Identificatie met Nederland, Den Haag’. De sleutelzin van die toespraak is ‘Nederland is veel te veelzijdig om in één cliché te vatten’. Maxima kreeg vanuit nationalistische hoek kritiek op deze  toespraak. Maar kritiek die verder keek zag dat Maxima niet werkelijk op zoek was naar nieuw inzicht, maar gewoonweg het ene door het andere cliché verving. Mijn commentaar op de column van Marcel Canoy:

Maxima zei in 2007 bij de presentatie van het rapport ‘Identificatie met Nederland’ ook dat de Nederlandse identiteit niet bestond. Een boute uitspraak -evenals de uitspraak dat de Nederlander niet bestaat- omdat het instrumenten om te onderscheiden en te verklaren bij voorbaat weggeeft. Uiteraard bestaat er geen onveranderlijke Nederlandse identiteit waar als in een mal alle Nederlanders passen. Niemand met enig historisch besef over de Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden zal dat met enige onderbouwing kunnen zeggen. Door Nederland zijn talloze migranten gekomen die Nederland mede veranderd hebben, maar er tegelijkertijd ook door veranderd zijn. Om dat laatste proces gaat het. Dat geeft Maxima weg.

Want het andere uiterste dat Maxima in 2007 door adviseurs als Pauline Meurs ingefluisterd kreeg was dat er geen Nederlandse identiteit bestaat. Maxima ging daarin te ver en overspeelde haar hand. Ze had beter kunnen zeggen dat er geen vastomlijnde, onveranderlijke Nederlandse identiteit bestaat, maar dat Nederland en de Nederlanders zich wel manifesteren op een aantal kenmerken dat de identiteit onderscheidend maakt. Binnen bepaalde grenzen. Marcel Canoy schrijft een mooi betoog waarmee men het alleen maar eens kan zijn. Het is jammer dat hij het ontsiert door zijn verwijzing naar een onhandige uitspraak van een zoekende Maxima  in 2007. Waarom hij de episode oprakelt die Maxima beschadigt is het grote raadsel van zijn analyse.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelMAXIMA HEEFT GELIJK: DÉ NEDERLANDER BESTAAT NIET’ van Marcel Canoy, 28 april 2017 in Jalta.