Pleidooi voor specifieke steun aan ondernemingen en instellingen vanwege de coronacrisis. Generieke steun is ongewenst en dom

De coronacrisis biedt kansen om op te schonen. Dit is het moment om kwaliteit boven kwantiteit te stellen. Daarom moeten er geen generieke steunmaatregelen komen om horeca-ondernemingen, musea, toeristische ondernemingen, kapsalons, nagelstudio’s, cupcakewinkels en bedrijven in het algemeen te ondersteunen.

Zo zegt de Museumvereniging in een als waarschuwing en mobilisatie bedoeld bericht dat een kwart van de musea nog in 2020 dreigt te moeten sluiten vanwege de gevolgen van de coronacrisis. Vraag is hoe erg dat is en welke musea het betreft. Generieke steunmaatregelen voor de museumsector zijn politiek het makkelijkst te realiseren en liggen het minst gevoelig, maar het valt te bezien of de museumsector dat nodig heeft. De ambitie dient hoger te zijn dan dat. Gerichte steun aan specifieke musea verdient de aanbeveling. Want wat is er op tegen om 20% van de musea te sluiten, maar de kwaliteit van de museumsector als geheel te verhogen?

Dat geldt eveneens voor de horeca die het afgelopen decennium een wildgroei kende. Dat nieuwe normaal van ongebreidelde groei is bij nader inzien niet normaal, maar een valkuil voor de betreffende sector. Nu is het moment om dat te corrigeren. Zo waarschuwde de Koninklijke Horeca Midden-Nederland in januari 2020 voor de explosieve toename van horeca-ondernemingen in Utrecht: ‘Onze leden geven aan dat er voldoende horeca in Utrecht is. Al die horeca leidt niet perse tot sterkere, maar juist tot zwakkere binnensteden. De totale omzet van een stad moet immers door méér horecaondernemers worden verdeeld’. Dat geldt ook voor het toerisme, de nagelstudio’s, de kappers en al die onderneminkjes die het afgelopen decennium explosief zijn gegroeid zonder dat daar echt behoefte aan was en hun bestaan noodzakelijk is. Laat die onderneminkjes omvallen.

Bij de afweging om voor steunmaatregelen van de overheid in aanmerking te komen moet het voortbestaan niet leidend zijn maar de kwaliteit van het betreffende bedrijf of instelling in combinatie met de sterkte en de structuur van betreffende sector waarbinnen dat bedrijf of instelling opereert. Het vergt politieke moed op landelijk, regionaal en stedelijk niveau om extra voorwaarden van kwaliteit aan steun te stellen. Vermoedelijk ontbreekt die politieke moed. Laten we in elk geval beseffen dat het anders kan en zou moeten. Het bestaan van ondernemingen en instellingen is geen vanzelfsprekendheid en het geven van generieke steun is verkeerd in deze crisis die ten minste nog iets goeds biedt. Namelijk de kans om het kaf van het koren te scheiden.