George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Onbehoorlijk bestuur

Petitie roept Noord-Beveland op niet te bouwen in het Veerse Meer

with 4 comments

vm

Een petitie van Jan Kollaart over bouwen in het Veerse Meer in de provincie Zeeland. In een bericht in de PZC geeft hij aan wat hem drijft: ‘De kust is van iedereen, maar de publieke ruimte wordt met al die private ‘eilandjes’ steeds kleiner. Voor het plezier van een kleine groep mensen moeten heel veel anderen wijken.’ Het gaat om de privatisering van de publieke ruimte. Omroep Zeeland legt in een artikel uit wat het 40 miljoen euro omvattende project van projectontwikkelaar De Zeeuwse Lagune uit Vrouwenpolder omvat.

Opmerkelijk in dat artikel is de reactie van wethouder Piet de Putter (VVD) van de gemeente Noord-Beveland: ‘Dit plan is economisch haalbaar en voldoet aan de eisen die wij als gemeente er aan stellen. De bebouwing wordt niet hoger, langer of breder dan dat wij willen. We zijn al dertien jaar met deze plannen bezig. Als het Rijk hier een streep door zet, vind ik dat onfatsoenlijk en onbehoorlijk bestuur.’ In de vergadering van 3 november besloot de raad ‘tot het opleggen van geheimhouding op grond van artikel 25 van de Gemeentewet ten aanzien van stukken met betrekking tot tot de ontwikkellocatie Veerse Dam.’ Dit houdt in dat het debat in de raad wordt bemoeilijkt en in bevolking en openbaarheid praktisch onmogelijk wordt gemaakt:

geh

Een en ander bracht mij tot een reactie die ik bij dat artikel van Omroep Zeeland plaatste:
Wat wethouder Piet de Putter (VVD) van Noord-Beveland over het Kustpact zegt klinkt niet erg vertrouwenwekkend. Of hij begrijpt het niet of hij doet net alsof hij het niet begrijpt. Dat is allebei even erg. Essentie ervan is dat er een integraal plan voor de hele kust bestaat waar lokale overheden aan gebonden zijn. En zich aan moeten houden.

Nederland is een functionerende rechtsstaat. Lokale overheden dienen zich te houden aan wetgeving. Het gaat niet aan om wetten oneigenlijk op te rekken door een beroep te doen op argumenten die stoelen op politiek gewoonterecht, zoals: ‘We zijn al dertien jaar met deze plannen bezig’. Ja, dus?

De argumentatie van De Putter zou reparatiewetgeving trouwens onmogelijk maken. Want altijd kan er teruggegrepen worden op een situatie die bestond voordat de geldende wetgeving van kracht werd.

Piet de Putter draait de zaken om. Als het bestuur van een lokale overheid zich niet houdt aan bestaande wetgeving dan kan het zelf beticht worden van onbehoorlijk bestuur.

Daarbij komt de termijn van 13 jaar die blijkbaar nodig was om een voor allen aanvaardbaar plan te maken. Als projectontwikkelaar en financiers onder coördinatie van het gemeentebestuur eerder met een voor de raad en bevolking aanvaardbaar, realistisch en minder controversieel plan waren gekomen, dan had er eerder gebouwd kunnen worden. Dat dit niet is gebeurd valt Piet de Putter en zijn voorgangers te verwijten die eerder initiatief hadden moeten nemen door de regie naar zich toe te trekken. Dat hebben ze onvoldoende gedaan. Daarvan plukken ze nu de wrange vruchten.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieGeen bebouwde eilanden in het Veerse Meer nu en in de toekomst’.

Foto 2: Raadsbesluit van de gemeente Noord-Beveland over de geheimhouding art. 25 Gemeentewet over de ontwikkellocatie Veerse Dam, 3 november 2016.

Frans Hals Museum extra gekort. Demeester staat voor uitdaging

with one comment

8f088f69da798eae37c90a86b82a2a5c

Directeur Ann Demeester van kunstencentrum De Appel gaat op 1 februari 2014 naar het het Haarlemse Frans Hals Museum-De Hallen. Dat werd al in september 2013 bekend. Maar keert ze op haar schreden terug nu de Haarlemse dorpspolitiek met een college van D66, VVD, PvdA en GroenLinks roet in het eten dreigt te gooien? Het ligt niet in de aard van de strijdbare Demeester, maar de marges in de Haarlemse museasector worden erg klein. Verantwoordelijk wethouder is de VVD’er Cornelis Mooij met museale kunst in z’n portefeuille. Hij komt met een korting van tussen de half en een miljoen euro op de gemeentelijke subsidie van 2,5 miljoen euro.

De huidige directeur Karel Schampers noemt deze extra korting in het Haarlems Dagblad ‘onbehoorlijk bestuur‘ omdat het tegen de afspraken ingaat die vier jaar terug bij de verzelfstandiging van het museum zijn gemaakt. Acht ton snoeien ziet Schampers als de doodsteek voor z’n museum waarvan-ie nog een kleine maand directeur is: ‘We hebben al een bezuiniging van 10 procent lopen. Stel dat deze klap daar bijkomt, dan is dat een afschuwelijke start voor mijn opvolger Ann Demeester. Dan zit je op zo’n acht ton. Ik zou niet weten hoe ze dat moet realiseren zonder dat het museum zodanig wordt uitgehold dat het vleugellam wordt.’

Volgens Schampers verschuilen wethouder Mooij en burgemeester Schneiders (PvdA) zich lafhartig achter hun ambtenaren als-ie naar de onderbouwing vraagt: ‘Dat hebben de ambtenaren bedacht. Het is toch een blijk van onvermogen als je je zo achter je ambtenaren verschuilt en de onderbouwing van je eigen voorstellen niet kent.‘ Maar zoals zo vaak hebben de rekenende ambtenaren weinig verstand van kunst: ‘Een bezuinigingsplan is snel gemaakt door onbenullen: de oude meesters behouden en de nieuwe kunst op een laag pitje.‘ Ontzien van prestigieuze kunst die zich bewezen heeft en het korten op talentontwikkeling en vernieuwing is een constante die sinds de beleidsomslag van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra de cultuurpolitiek teistert.

Op de vraag van Jaap Timmers en John Oomkes van het Haarlems Dagblad of Ann Demeester directeur had willen worden als ze had beseft welke bezuinigingen op haar af zouden komen is haar antwoord veelzeggend: ‘Ik zou er wel drie keer over nagedacht hebben, had ik dit geweten. Aan de andere kant: ik ben echt wel een straatvechter.’ Wie wil er straks nog museumdirecteur in Nederland worden? Karel Schampers heeft gelijk. Wat het Haarlemse college en veel colleges in de 50 grootste steden doen is onbehoorlijk en onzorgvuldig. Zo kan geen enkele directeur werken. De politiek maakt de kunst kapot. Bewust of onbewust. Vraag is wat erger is. 

Lees ook een eerdere hartekreet: ‘Schampers laakt bij afscheid marktdenken van musea en is schamper over cultuurpolitiek‘.

Foto: Dana Lixenberg, Deerhunters, 2002. Collectie Frans Hals Museum.

Wethouder Lintmeijer loopt risico door Oud-Amelisweerd

with 4 comments

Na het AD op 17 februari is De Volkskrant op 22 februari de tweede landelijke krant die kritische aandacht besteedt aan de huisvesting van de Armando Collectie in Oud-Amelisweerd. Jammergenoeg worden oude misverstanden niet verklaard, maar juist bevestigd. Feit dat het stukje verschijnt is daarom het grootste nieuws. Niet wat er staat. Onbedoeld problematiseert het de stand van zaken in de Nederlandse journalistiek.

Charlotte Hulsman schetst de toenemende kritiek in de Utrechtse raad. Zij noemt de onlogische combinatie van Armando en Oud-Amelisweerd en de optimistische inschatting van bezoekersaantallen, maar laat het wantrouwen jegens onderbouwing van het ondernemingsplan en gezonde exploitatie ongenoemd. Zoals dat in de voltallige Amersfoortse raad is geuit. Hulsman laat eveneens na de aangescherpte voorwaarden te noemen.

Welke misverstanden worden bevestigd? Wethouder Lintmeijer komt voor de zoveelste keer met de foute bewering dat het landhuis al twintig jaar leegstaat. Zijn vermenging van oorzaak en gevolg lijkt steeds meer op kwade opzet. Sinds 1990 wordt Oud-Amelisweerd beheerd door het Centraal Museum met de bedoeling het te ontsluiten. Maar door een grootschalige restauratie kon het huis niet optimaal opengesteld worden. Toen de rigoureuze ingrepen tenslotte achter de rug waren kwam ‘toevallig‘ het Armando Museum langs.

Lintmeijer stelt over de belangenverstrengeling en liefdesrelatie tussen directeur Jacobs van het Centraal Museum en Ploum van het Armando Museum dat Jacobs hem dat meteen gemeld heeft. Als dit betekent dat Jacobs dit in zijn eerste gesprek met Lintmeijer na de bestuursopdracht deed, dan pleit dit Jacobs vrij. Maar het zadelt de wethouder met problemen op. Vraag is of een meerderheid van de raad dit wil onderzoeken.

Lintmeijers opmerking dat-ie het voorstel van Jacobs voor het Armando Museum ‘puur zakelijk‘ heeft beoordeeld is irrelevant. Evenals het feit dat-ie Jacobs uit werkgroepen heeft gehaald. Wat trouwens de vraag oproept of Jacobs de belangen van zijn museum nog optimaal kon behartigen. Hoofdtaak van een directeur. MaarZelfs als Oud-Amelisweerd de beste optie zou zijn en beide partners op afstand gezet zouden zijn was er al een ethische code doorbroken in de eerste fase en zouden de plannen afgebroken moeten worden. 

Lintmeijer ziet Museum Oud-Amelisweerd met de Armando Collectie als een gegeven paard, vanwege ‘de enorme zak geld die is meegegeven voor de exploitatie‘. Hij probeert hiermee twee zwakheden in zijn betoog te verhullen: 1) de exploitatie bevat volop onrealistische aannames en is niet rooskleurig, zeker niet vanaf 2016; 2) haalbaarheid van de bestemming gaat boven noodzaak en inhoudelijke toetsing. Lintmeijer weigert het paard in de bek te kijken en staat dat anderen evenmin toe. Zijn opmerking dat de huisvesting van de Armando Collectie een gegeven is zou een zelfbewuste raad aan het denken moeten zetten. Wie beslist?

Toevoeging: Een overzicht van de inventarisatie van knelpunten van de huisvesting van de Armando Collectie in rijksmonument Oud-Amelisweerd is hier te lezen. Intussen geeft het Amersfoortse college Fons Asselbergs opdracht om een bestemming te zoeken voor vier ‘culturele iconen‘, waaronder de herbouwde Elleboogkerk.

Foto: Artikel ‘Rauwe kunst in antieke ruimte’ van Charlotte Hulsman in De Volkskrant van 22 februari 2012

Slecht bestuur in de museumsector

with 9 comments

Update: Terugblik. Onderstaande tekst is een jaar oud. In de reacties wordt de verkoop voorspeld van ‘The Schoolboys’ van Marlene Dumas door museumgoudA die pas op 30 mei 2011 zou worden aangekondigd. Maar wat zijn andere overwegingen een jaar later waard? Een vraag naar de waarde van een blog. 

De afgelopen maanden besteedde ik aan twee museumkwesties aandacht. De mogelijke verhuizing van het Armando Museum naar landhuis Oud-Amelisweerd bij Utrecht en de neergang van museumgoudA. Toevallig speelde op de achtergrond bij beide kwesties Gerard de Kleijn een hoofdrol. Hij is daarnaast in opspraak gekomen als voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad bij het vertrek van secretaris Bert Janmaat.

Oud-Amelisweerd. Er zijn twee grote nadelen aan de verhuizing van het Armando Museum naar Oud-Amelisweerd.

1. De gewenste bestuurlijke zorgvuldigheid ontbreekt en betrokkenen geven geen volledige openheid van zaken. Gerard de Kleijn kwalificeerde de gebroken beloften van de gemeente Amersfoort eerder als woordbreuk en onbehoorlijk bestuur.

Schijn van belangenverstrengeling bestaat tussen directeur Ploum van het Armando Museum en Jacobs van het Centraal Museum die als man en vrouw leven. Het overtreedt de ongeschreven regel dat een bestuurder privé en zakelijk altijd gescheiden moet houden. Zelfs als Oud-Amelisweerd de beste optie zou zijn en beide partners op afstand gezet zouden zijn was er al een ethische code doorbroken in de eerste fase en zouden de plannen afgebroken moeten worden. Betrokkenen bij provincie en gemeente Utrecht en gemeente Amersfoort corrigeren dit niet.

Het bestuurlijk onvermogen wringt des te meer omdat er opdracht is gegeven om de haalbaarheid van slechts de locatie Oud-Amelisweerd te onderzoeken. Da’s merkwaardig omdat in Midden-Nederland meerdere locaties beschikbaar zijn. Utrechts Cultuurwethouder Lintmeijer legt de beslissing over de locatie-keuze bij het Armando Museum. Deze uitspraak is des te opvallender omdat het de vraag oproept hoe breed beredeneerd de gegeven opdracht naar de haalbaarheid van Oud-Amelisweerd eigenlijk is. Breder dan het belang van Armando Museum en het Centraal Museum?

Initiatiefnemers laadden de verdenking op zich met voorbijgaan aan inhoudelijke toetsing en onafhankelijke experts de slag om de publiciteit te willen winnen. En zo de lokale politiek met een voldongen feit te confronteren.

Mede door personele belangen en tunnelvisie is de uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek daarom al bij voorbaat positief. De echte uitkomst zal af te lezen zijn aan de hoeveelheid randvoorwaarden. Als ze het woord nog vragen, mogen raadsleden uit Utrecht en Amersfoort achteraf de procedure en de bestuurlijke zorgvuldigheid toetsen.

2. Het uit 1770 daterende Oud-Amelisweerd is eigendom van de gemeente Utrecht en wordt beheerd door het Centraal Museum. Het kent kwetsbaar interieur dat onder andere bestaat uit antiek Chinees behang dat uniek is in de wereld. Restauratie van behang en interieur verklaart de afgenomen toegankelijkheid van Oud-Amelisweerd. Deze tijdelijke situatie eindigt als de restauratie afgerond is.

Oud-Amelisweerd is een zomerverblijf in een natuurgebied dat in de winter praktisch onleefbaar is door de kou. Voor het behoud van behang en interieur is het principe van conservation heating leidend. Er kan slechts spaarzaam bijverwarmd worden om de luchtvochtigheid niet te hoog op te laten lopen. Want vocht bespoedigt het verval. In de praktijk betekent dit dat de binnentemperatuur niet meer dan 5 graden Celsius boven de buitentemperatuur gebracht kan worden.

Dit maakt Oud-Amelisweerd in de winter praktisch onbruikbaar als publieksbestemming. In het verleden vonden vanwege de kou publieksactiviteiten dan ook doorgaans niet in de winter plaats. Daarbij komt dat relatief grote aantallen bezoekers de luchtvochtigheid doen toenemen.

Aan de TU Eindhoven promoveerde Marco Martens op een onderzoek naar de klimaatbeheersing van musea en monumentale panden. Hij stelt dat minder installatie soms beter is. Zijn betoog ondersteunt het idee dat extra technische voorzieningen om Oud-Amelisweerd om te bouwen tot een museale bestemming ongewenst zijn en geen oplossing brengen.

MuseumgoudA krijgt structureel te weinig geld van gemeente Gouda. Dat zet een keten in gang die tot ongewenste gevolgen leidt. Wegens een niet sluitende begroting valt museumgoudA buiten de voorwaarden voor subsidies. Zoals de BankGiroLoterij die jaarlijks meer dan 50 culturele instellingen steunt. Niet museumgoudA. Vergelijk het met een andere stad met zo’n 70.000 inwoners, namelijk Assen. In 2010 kreeg het Drents Museum € 200.000 van de BankGiroLoterij. Weliswaar geoormerkt en niet bestemd voor exploitatie, maar aparte projecten vinden snel goedkeuring. Waarom is dat bedrag aan museumgoudA voorbijgegaan?

Gerard de Kleijn is sinds 2010 directeur. Hij is voormalig bestuurder van Amersfoort in C en heeft geen kunsthistorische of museale achtergrond. Zijn benoeming was opmerkelijk. Zijn beleidsplan Tussen Hemel en Aarde is defensief, kent weinig visie en ambitie, en schetst geen nieuw initiatief. Wie als museumdirecteur geen nieuwe initiatieven ontplooit, noch sponsoring en fondsenwerving op een hoger plan brengt, maakt zich afhankelijk van bestaande budgetten.

De musea bevinden zich in zwaar weer. Bezuinigen is een kwestie van maatvoering. Als het boven de 25% gaat dan is het buiten proportie. Dat dreigt te gebeuren met museumgoudA. Het dreigt niet alleen organisatorisch en kunsthistorisch uitgekleed te worden, maar zelfs fysiek. Dan dreigt museumgoudA terug te vallen naar de situatie van haar ontstaan van eind 19de eeuw.

Volgens laatste gegevens wordt museumgoudA door de gemeente een bezuiniging opgelegd van € 400.000 in 2015, te weten 25% van het budget. Een bezuiniging van € 600.000 zweeft als schrikbeeld boven de markt. Dat laatste bedrag komt na aftrek van huur neer op een korting van 50% op de exploitatie. Op een tekort van € 100.000 resteert dan als het ware een opgelegde bezuiniging van € 700.000 dat elk initiatief verlamt.

Goudse raadsleden zouden zich uit moeten spreken over de richting van het museum en minder over geld. Lastig is dat een verzelfstandigd museum op afstand staat en in principe haar eigen koers bepaalt, en de gemeente juist op het gebied van geld iets te zeggen heeft. In de praktijk betekent dat geld en koers in een politiek raadsdebat of een maatschappelijk debat in Gouda niet samenkomen. Gerard de Kleijn is nu bezig alle hedendaagse kunst uit het museum te verwijderen. Komt dat overeen met de wensen van de Goudse gemeenteraad en bevolking? Of is deze discussie nooit gevoerd?

Amsterdamse Kunstraad. Het Parool heeft ruimschoots aandacht besteed aan het vertrek van secretaris Bert Janmaat bij de Amsterdamse Kunstraad. Hij is naar eigen zeggen gedwongen om te vertrekken. Zijn zwijgen is door cultuurwethouder Carolien Gehrels afgekocht als vertrekregeling. Oud-bestuursleden bevestigen het beeld dat Janmaat niet vrijwillig is vertrokken, maar is gedwongen door de gemeente. Door het afgedwongen zwijgen kan er geen inhoudelijk debat met de wethouder gevoerd worden.

De spanning tussen Gehrels en Kunstraad was hoog opgelopen, toen de Kunstraad zich keerde tegen Gehrels’ plan zogenoemde kunstschouwen te benoemen, zegt oud-voorzitter Jan Riezenkamp in Het Parool. Sindsdien is de Kunstraad niet meer om advies gevraagd. De samenwerking met Gehrels was van meet af aan ongemakkelijk. Spanning tussen een adviseur en de geadviseerde is normaal, maar Carolien neemt alles persoonlijk.

Riezenkamp is nog betrokken geweest bij de selectie van de nieuwe voorzitter, Gerard de Kleijn, oud gemeentesecretaris van Amersfoort en een bekende van Gehrels: Het leek een goede man, maar op zijn eerste dag op kantoor zei hij tegen Bert Janmaat dat diens aanwezigheid niet langer op prijs werd gesteld. Het lijkt er sterk op dat voorzitter Gerard de Kleijn de onafhankelijkheid van de Amsterdamse Kunstraad op het spel zet. Hij kiest de kant van de gemeente.

Conclusie: De voorbeelden van Armando Museum en het Centraal Museum, museumgoudA en de Amsterdamse Kunstraad leren dat bestuurlijke zorgvuldigheid ver te zoeken is. Amateurs en professionals werken samen. De cultuursector die budgettair toch al zo onder vuur ligt wordt onnodig beschadigd door slecht bestuur. Good governance is ver te zoeken. Goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording ontbreken.

Achterliggende vraag is waarom de Nederlandse kunsthistorische opleidingen onvoldoende voorzien in de opleiding van museumdirecteuren met goede bestuurlijke kwaliteiten. Veel Nederlandse musea hebben geen Nederlandse kunsthistoricus aan het roer. Tot wat dat leidt leren de tragische ontwikkelingen bij het Centraal Museum en museumgoudA waar in genoemde voorbeelden de inhoud tot sluitpost is geworden.

Foto: Chinees behang rond 1870, kasteel D’Ursel, Hingene, Antwerpen