George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Onbehoorlijk bestuur Amersfoort

Amersfoort weigert beantwoording reeks schriftelijke vragen over MOA omdat het ‘verkapt onderzoek’ is. Bestuurlijke impasse dreigt

with 3 comments

Amersfoort staat bij insiders bekend als een gemeente waar de ambtenaren het voor het zeggen hebben. Ook ik heb op zoek naar informatie over het ‘Armando Museum’ aanvaringen gehad met de griffie en bewaar daar slechte herinneringen aan. Amersfoort staat op het gebied van openheid en communicatie niet goed bekend. Dat museum was een ooit in Amersfoort gevestigd museum dat na een brand in 2007 in de Elleboogkerk door het toenmalige gemeentebestuur de stad werd uitgejaagd en onder een andere naam (MOA) en formule in een rijksmonument terechtkwam, landhuis Oud Amelisweerd van de gemeente Utrecht in de gemeente Bunnik.

Sinds de weigering in februari 2019 door een raadsmeerderheid om een onderzoek te houden naar de achtergronden van de verhuizing van dat Armando Museum hebben de standpunten tussen coalitie (VVD, D66, GL, CU) en oppositie zich verhard. In een commentaar omschreef ik de opstelling van de woordvoerder cultuur Linda van Tuyl (GL) die onderzoek afwijst: ‘Ze zijn bedoeld om de controlerende rol van de raad te herstellen, en om van gemaakte fouten te leren zodat die in de toekomst vermeden kunnen worden. Precies dat is aan de orde bij het dossier MOA toen het toenmalige college het convenant uit 1998 met Armando en zijn ex eenzijdig opzegde. Toenmalig directeur Gerard de Kleijn van Amersfoort-in-C noemde dat in 2010 ‘onbehoorlijk bestuur’ en woordbreuk van de toenmalige gemeenteraad die via de coalitiepartijen het besluit van het college volgde. Het is niet niks als een ambtelijk diensthoofd de raad (en in het directe verlengde daarvan het gemeentebestuur) beticht van onbehoorlijk bestuur. Verdient dat geen onderzoek?

De wederzijdse irritatie groeit en middel van communicatie zijn de schriftelijke vragen die raadsleden aan het bestuur kunnen stellen. Voormalig fractievoorzitter van Amersfoort2014 Ben Stoelinga heeft op 17 april een reeks vragen aangekondigd zoals bovenstaande afbeelding toont. Tot nu toe zijn er vier delen gesteld. Er bestaat verschil van mening tussen Amersfoort2014 en het gemeentebestuur (of de ambtenarij?) of de vragen wel beantwoord hoeven te worden zoals onderstaand antwoord van het college van 28 mei 2019 verduidelijkt:

Met dat antwoord dat Amersfoort2014 onvoldoende vindt is deze fractie het niet eens. Het wil antwoord op haar vragen over alle onregelmatigheden rond het Armando Museum en meent dat het college volgens de eigen richtlijnen verplicht is om inhoudelijk te antwoorden. Met het antwoord op bijna alle vragen  dat luidt ‘Zoals toegelicht in de inleiding beantwoordt het college deze vraag niet vanwege de onderzoekstechnische aard’ neemt deze fractie geen genoegen zoals blijkt uit een ‘extra’ schriftelijke vraag van 6 juni 2019:

Het college is in naam van voormalig kamerlid en cultuurwethouder Fatma Koşer Kaya (D66) van mening dat de schriftelijke vragen van Amersfoort2014 ‘een verkapt onderzoek’ zijn en daarom niet beantwoord hoeven te worden. Een onderzoek waarover zo stelt het college op 5 februari 2019 ‘de aanwezige woordvoerders in meerderheid zich tegen een raadsenquête of raadsonderzoek over MOA hebben uitgesproken‘. Hiermee versmalt het college een raadsenquête of raadsonderzoek tot het stellen van schriftelijke vragen. Maar een onderzoek is in procedure en strekking meer dan dat. Het kan een les voor de toekomst geven. Er kan begrip opgebracht worden voor het standpunt van het college dat de reeks vragen van Amersfoort2014 een groot beslag legt op de capaciteit van de ambtelijke organisatie. Complicatie is dat de wethouders relatief nieuw zijn en voor veel informatie afhankelijk zijn van de ambtelijke staf. Ook bij het beantwoorden van de schriftelijke vragen van Amersfoort2014 die terug kunnen wijzen naar het toenmalige opereren van de ambtenaren.

Om de onduidelijkheden en suggesties over de gemeentelijke organisatie te ontzenuwen is het gewenst dat het college schoon schip maakt en de vragen van Amersfoort2014 zonder terughoudendheid beantwoordt. Als de beantwoording van een specifieke vraag teveel beslag legt op de capaciteit, dan kan dat in voorkomende gevallen met redenen omkleed gemeld worden. Het bestuur van een middelgrote gemeente als Amersfoort dient zichzelf serieus te nemen en zich er niet toe te verlagen om met raadsleden verzeild te raken in een loopgravenoorlog. Het college vertegenwoordigt het openbaar bestuur en moet verantwoordelijkheid tonen. Amersfoort kan best middelen vrijmaken om de reeks vragen in detail te beantwoorden. Als het dat wil.

Foto’s 1 en 4: Schermafbeelding van delen van ‘SCHRIFTELIJKE VRAGEN en/of INLICHTINGEN AAN HET COLLEGE; Ex. artikel 43 en artikel 44 Reglement van orde van de raad’ door Amersfoort2014, 6 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van ‘SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE; Ex. artikel 43 Reglement van orde van de raad’ door Amersfoort2014, 17 april 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel ‘Beantwoording schriftelijke vragen’ door afdeling Woon Werkklimaat namens het college van de gemeente Amersfoort, 28 mei 2019.

GroenLinks Amersfoort twijfelt aan het bestaan van de waarheid over het Armando Museum en wijst een onderzoek hoe dan ook af

with 6 comments

Groenlinks neemt in Amersfoort met twee wethouders deel aan de coalitie. Dit feit alleen verklaart het optreden van de woordvoerder cultuur van GroenLinks Linda van Tuyl. Wat ze zegt is zo afwijkend van waar GroenLinks voor zegt te staan dat nauwelijks valt te geloven dat Van Tuyl echt gelooft in wat ze zegt.

Van Tuyl zegt in een raadsdebat dat ze niet wil dat de onderste steen boven tafel komt in een mogelijk onderzoek naar de besluitvorming over de verhuizing van het Armando Museum naar Bunnik. De reden die ze daarvoor geeft is dat het een complex onderzoek zou worden. Dat meent ze al op voorhand te weten, zonder dat het onderzoek is verricht. En als men de onderste steen boven tafel krijgt vraagt ze zich af wat men ermee gaat doen. Men krijgt medelijden met haar dat Van Tuyl dit om partijpolitieke redenen moet zeggen.

Aan de orde is een onderzoek naar de gang van zaken rond het MOA. Dat heeft de gemeente veel geld gekost. Deze Amersfoortse vertegenwoordiger van GroenLinks gaat niet voor openheid en onderzoek, maar voor het tegendeel. In haar argumenten redeneert ze naar een situatie toe die juist onderzocht moet worden om te weten wat de situatie is. Evenmin is het duidelijk waar Van Tuyl haar observatie op baseert dat het dossier MOA zo uniek is dat een onderzoek weinig oplevert. Afgelopen jaren zijn opvallend veel culturele projecten in Amersfoort mislukt. Valt daar geen patroon in te herkennen? Volgens Van Tuyl niet, want ze weet op voorhand het antwoord. Zij redeneert in een cirkel en stelt haar uitgangspunt als onherroepelijke conclusie voor.

Van Tuyls argumenten kunnen ook omgekeerd worden en tegen haar gebruikt worden. Als namelijk het dossier MOA zo uniek is zoals ze veronderstelt, dan verdient dat juist een onderzoek. Of in de vorm van een raadsenquête of anderszins, naargelang de wens van de meerderheid van de raad. Dit soort onderzoeken zijn ernstig en gaan niet over futiliteiten. Ze zijn bedoeld om de controlerende rol van de raad te herstellen, en om van gemaakte fouten te leren zodat die in de toekomst vermeden kunnen worden.

Precies dat is aan de orde bij het dossier MOA toen het toenmalige college het convenant uit 1998 met Armando en zijn ex eenzijdig opzegde. Toenmalig directeur Gerard de Kleijn van Amersfoort-in-C noemde dat in 2010 ‘onbehoorlijk bestuur’ en woordbreuk van de toenmalige gemeenteraad die via de coalitiepartijen het besluit van het college volgde. Het is niet niks als een ambtelijk diensthoofd de raad (en in het directe verlengde daarvan het gemeentebestuur) beticht van onbehoorlijk bestuur. Verdient dat geen onderzoek?

Blijft de vraag over de beeldvorming en GroenLinks. Is dit nog wel de partij van voormalig kamerlid Mariko Peters die in 2012 een wetsvoorstel indiende voor een transparante overheid? In de motivatie zei ze: ‘Teveel publieke informatie blijft nu geheim of te lang achter slot en grendel.’ Van Tuyl vindt het blijkbaar prima dat informatie achter slot en grendel blijft. Namens welk GroenLinks spreekt zij? Het is soms politieke realiteit als een partij kernwaarden inwisselt voor deelname aan de macht, maar doorgaans gaat dat gepaard met geloofwaardig theater. Van Tuyl voert dat echter zo ongeloofwaardig en onhandig op dat het absurd wordt.

In het dossier Armando Museum en MOA speelde een van de voorlopers van Van Tuyl een andere rol. Ook toenmalig fractievoorzitter van GroenLinks Hiske Land pleitte in 2010 voor pragmatiek en haalbaarheid, maar koos vervolgens niet voor een kleinere, maar een grotere rol van de raad. Ze pleitte voor een brede, kritische blik en zoektocht naar de waarheid die Van Tuyl bij voorbaat als onmogelijk kenschetst. Hiermee verschilt Van Tuyl niet van rechts-populisten die succesvol het idee van ‘de waarheid’ ondermijnen. Dat is het verschil in intellectuele nieuwsgierigheid en politiek-filosofische stellingname tussen Land en haar opvolger Van Tuyl.

In 2010 schreef Land: ‘Essentie dus: het Amersfoortse culturele klimaat wordt voor een groot deel bepaald door de verzelfstandigde instellingen. We kunnen niet veel meer doen dan hopen dat zij kiezen voor het belang van de stad… Ik pleit voor een brede blik op het museale aanbod, in plaats van te focussen op één instelling zoals nu gebeurt. De bezuinigingen zijn wat mij betreft alleen de aanleiding om ernaar te kijken. Wat willen we voor de stad? Welke betekenis heeft iedere instelling daarin?’ Een zoektocht naar de waarheid is aan Van Tuyl en GroenLinks Amersfoort niet besteed. Linda van Tuyl ontkent het bestaan van de waarheid.

Het rommelt in Amersfoort. Moet er ingegrepen worden?

with 4 comments

Het rommelt in politiek Amersfoort: mislukte projecten, een verbroken belofte over het Armando Museum die 1 miljoen euro kost, overschrijdingen, onregelmatigheden in nieuwbouwwijk Vathorst, een verzakte kademuur bij museum Flehite en als klap op de vuurpijl een opgestapte gemeentesecretaris. Bijzonder omdat het sinds eind 2011 na Gerard de Klein, Piet Buijtels en Henk Huitink de vierde is die opstapt, zo citeert Binnenlands Bestuur Hans van Wegen van Burger Partij Amersfoort (BPA). Hij wijt het aan de stadhuiscultuur: ‘Die overheersende cultuur op het stadhuis is nog steeds : “Wij weten het beter. Beter dan de gemeenteraad. Beter dan de burger.”’ Volgens Van Wegen verdient de 13de stad van Nederland een beter bestuur, ambtelijk en politiek. Ambtenaren krijgen te veel ruimte en zouden hun eigen gang gaan. Burgemeester Bolsius doet alsof er niks aan de hand is. Dat geeft te denken. Misschien moet minister Plasterk maar eens krachtig ingrijpen.

Amersfoort wacht miljoenenstrop vanwege claim Elleboogkerk

leave a comment »

Amersfoort heeft een bijzonder museumbeleid. Het betaalt talloze miljoenen voor een museum dat het niet heeft. Het zit zo. Op 22 oktober 2007 werd de Elleboogkerk door brand verwoest. Het Armando Museum was er gevestigd. In 2010 verbreekt het Amersfoortse college de belofte tot herbouw. Het gemeentebestuur verbreekt eenzijdig de in 1998 afgesloten prestatieovereenkomst. Voorzitter van Amersfoort-in-C Gerard de Kleijn is not amused, hij beschouwt het niet nakomen van de afspraken als onbehoorlijk bestuur. Om het leed voor het Armando Museum Bureau af te kopen besluit de raad onder veel protest de oude organisatie een bruidsschat van 1 miljoen mee te geven voor een doorstart in landhuis Oud-Amelisweerd in Bunnik. Maar van een leien dakje gaat de besluitvorming niet, de Amersfoortse PvdA beticht het college van misleiding.

Er klink ook andere kritiek op het Amersfoortse gemeentebestuur die overigens in heel Nederland speelt. Zo vraagt raadslid voor GroenLinks Hiske Land zich in 2010 af in een betoog dat probeert weg te komen van de actuele politiek wat het openbaar bestuur eigenlijk nog in de melk te brokkelen heeft bij het museumbeleid. Culturele ondernemingen gaan hun eigen gang en de raad mag desgewenst de tegenvallers aanvullen. Coördinatie en een evenwichtige afweging ontbreken omdat het beleid van incident naar incident hobbelt en het gemeentebestuur zich door toevalligheden laat sturen. Zoals de brand in de Elleboogkerk.

SRO is in 2007 de vastgoedontwikkelaar van de Elleboogkerk die in 2010 door de verzekeraars formeel is gedagvaard, aldus RIB 2012-118 van de gemeente Amersfoort. Samen met de loodgieter DI is SRO door de verzekeraars van het Armando Museum hoofdelijk aansprakelijk gesteld ‘voor de schade die is ontstaan door de brand. Het bedrag van de schade wordt in de dagvaarding gesteld op ongeveer € 5 miljoen‘. Vandaag wordt de zaak in de Utrechtse rechtbank mondeling behandeld, naar verwachting moet SRO betalen.

De gemeente Amersfoort is voor 50% aandeelhouder in het bedrijf SRO. Op 1 januari 2008 is Haarlem ook als 50% aandeelhouder toegetreden tot de NV SRO onder de voorwaarde dat een mogelijke claim van de verzekeraars voor de schade aan de Elleboogkerk door de gemeente Amersfoort gecompenseerd wordt. Zodat Haarlem als aandeelhouder in SRO niet geraakt wordt door de schadeclaim. En Haarlems vermogenspositie in de SRO niet wordt aangetast. De RIB zegt: ‘Met de gemeente Haarlem is afgesproken dat Amersfoort de gemeente Haarlem primair zal compenseren uit de dividenduitkeringen die SRO aan Amersfoort uitkeert. Als dit na vier boekjaren ontoereikend is, komt de restant-betaling ten laste van de gemeentelijke begroting.’

De hoogte van de schade voor Amersfoort hangt af van de schuldvraag. Derving aan inkomsten uit dividenden en restant-betaling kan in de miljoenen lopen. Het Armando Museum blijft Amersfoort achtervolgen. Notabene voor een Museum Oud-Amelisweerd waarover de Amersfoortse raad in februari 2012 zegtDe raad heeft de nodige reserves bij de haalbaarheid van het Ondernemings- en huisvestingsplan van Museum Oud Amelisweerd. Met de subdidieregeling worden de financiële risico’s voor Amersfoort verminderd.

Foto: Brand Amersfoortse Elleboogkerk, 22 oktober 2007

Utrecht en Wolfsen kennen per definitie geen belangenverstrengeling

with one comment

Update 10 oktober 2012: De Jonge Socialisten van Utrecht zijn duidelijk in een persbericht: ‘Wolfsen geen tweede termijn’. Want: ‘Utrecht is na 6 jaar Wolfsen  in 2014 toe aan een nieuw elan’ .  In De Volkskrant reageren Utrechtse raadsleden vandaag onder de kop ‘Wolfsen krijgt weer kritiek uit eigen PvdA’ meesmuilend en begripvol voor de burgemeester op de worsteling in sociaal-democratische gelederen. 

Aleid Wolfsen is burgemeester van Utrecht sinds 2 januari 2008. In 2007 werden in een referendum met een opkomst van 9,25% 13.014 stemmen op deze PvdA’er uitgebracht. Een miniem verschil met de PvdA’er Ralph Pans. Een reconstructie laat zien dat dit kon gebeuren door de blikvernauwing van de lokale politiek.

Wolfsen wordt gezien als een kundige voorzitter, maar als een onhandige burgemeester die Utrecht telkens negatief in beeld brengt. Diederik Samson zag in maart 2012 zijn partijgenoot Wolfsen niet benoemd worden voor een tweede termijn. In een petitieWolfsen onze Domstad uit’ roepen bezorgde Utrechters deze in hun ogen ‘incompetente burgemeester’ op om terug te treden. De crux zit in hun verzoek aan D66 en GroenLinks om hun steun voor Aleid Wolfsen in te trekken. Maar zo werkt het dualisme in steden als Utrecht niet.

De coalitiepartijen GroenLinks, PvdA en D66 scharen zich consequent rond hun college. Geen zakelijke, maar politieke overwegingen geven de doorslag. Ofwel, niet de inhoud van de voorstellen is beslissend, maar de politieke kleur van de voor- of tegenstanders. Waarbij komt dat de PvdA in de grote steden al jarenlang domineert. Alleen de Leefbaarheidspartijen wisten daar rond 2001 tijdelijk een deuk in te slaan.

Volgens NRC heeft Jan van der Valk, de bestuursadviseur van Wolfsen, persoonlijk vakantiehuizen en campingplaatsen voor de Roma-familie Nicolich verzorgd. Het kost Utrecht 17.000 euro. Volgens Elsevier heeft Van der Valk een adviesbureau opgericht  dat Romafamilies bijstaat bij conflicten met de gemeente.

Bij het dossier ‘Oud-Amelisweerd’ geeft wethouder Lintmeijer in 2010 directeur Edwin Jacobs van het Centraal Museum een bestuursopdracht om een bestemming voor landhuis Oud-Amelisweerd te zoeken. Jacobs komt uit bij zijn partner Yvonne Ploum die directeur van het Armando Museum is en haar baan dreigt te verliezen omdat Amersfoort de steun intrekt. Met wat wijzingen vanwege negatieve publiciteit wordt het voorstel van Jacobs door de wethouder overgenomen. De raad keurt naar verwachting in juni 2012 een kredietaanvraag van 1,66 miljoen euro voor Oud-Amelisweerd goed. Zonder dat op enig moment de belangenverstrengeling tussen Jacobs en Ploum is besproken. Gevolg? Oud-Amelisweerd wordt een museum dat niet zozeer uitgaat van de behoefte van de stad of de (kunst)historische context, maar van de individuele belangen van personen.

Bij het dossier Nicolich had het Utrechtse stadsbestuur een onderzoek naar belangenverstrengeling ingesteld. Het constateerde dat daarvan geen sprake was. Bij het dossier Oud-Amelisweerd komt het niet eens zover dat de raad de vraag naar belangenverstrengeling in de openbaarheid bespreekt. In Utrecht lijkt volgens de lokale politieke traditie belangenverstrengeling niet te bestaan. Wat fijn om in zo’n voorbeeldige gemeente te wonen.

Foto: Hendrick ter Brugghen, Esau verkoopt zijn geboorterecht, 1620-1625

Verkoopt Amersfoort gemeentelijke kunstcollectie om economische redenen?

with 7 comments

Kleine gemeenten willen eerder af van het beheer van beeldende kunst dan grote gemeenten omdat ze minder middelen ter beschikking hebben. Dat kan gaan om het ontbreken van een klimatologisch geschikt depot met als gevolg hoge huur van een commercieel depot, het ontbreken van expertise in de gemeentelijke dienst of om het bovengemiddeld korten op cultuur. Wat dan volgt is verkoop, vaak via een veiling.

Zo gebeurde het in Gouda, Tilburg en Nijmegen waar met gemeenschapsgeld verworven publiek bezit onder niet altijd duidelijke voorwaarden in particuliere handen overging. Afstoten van museale objecten door gemeentelijke, provinciale en rijksmusea staat hoog op de agenda. De Raad voor Cultuur veroordeelt het afstoten van museaal bezit om economische redenen in navolging van staatssecretaris Zijlstra. Wat echter ontbreekt is een richtlijn voor museale objecten in niet-museale collecties. Dat lijkt nu in Amersfoort actueel.

Op 9 november 2010 nam de Amersfoortse raad bovenstaande motie aan die zegt dat ‘het op dit moment niet inzichtelijk is wat de gemeente Amersfoort aan kunstwerken bezit en wat daar de financiële waarde van is.’ Deze overweging valt op te vatten als een viervoudige motie van wantrouwen. Het zegt het vertrouwen op in de ambtelijke organisatie die de kunstwerken beheert, of toeziet op het beheer. Het zegt het vertrouwen op in particuliere stichtingen die hun collectie onder publiek beheer hebben gebracht. Het zegt het vertrouwen op in het college inclusief de cultuurwethouder dat toe moet zien op het beheer door de ambtelijke organisatie die het aanstuurt. En de raad geeft zichzelf een brevet van onvermogen omdat het constateert dat het het college er niet afdoende van heeft kunnen overtuigen haar tijdig, passend en volledig te informeren.

In het Overzicht moties en toezeggingen 2011 staat onder 209 over de ‘Verplaatsing Armando Museum naar Oud-Amelisweerd’: in herijkingsnota cultuur wordt een passage aan de Armandocollectie gewijd. Hierbij wordt tevens de totale kunstcollectie tegen het licht gehouden en gekeken welke kunstwerken mogelijk verkocht kunnen worden, om zodoende invulling te geven aan motie X-0.10 (9-11-10). Dat speelt in 2012.

In Amersfoort is volgens de opzet een Kadernota het zwaartepunt binnen een begrotingscyclus. De motie vraagt zowel naar de economische als de artistieke waarde van de kunstwerken in gemeentelijk bezit. Dit kan inhouden dat ze uit economische redenen afgestoten worden. Een voorstel van het college zal dit inzichtelijk maken. Het is aan de raad om al dan niet in te stemmen met de verkoop van de gemeentelijke kunstcollectie.

Foto: Schermafbeelding van motie X0.10

Terugvaloptie Armando Museum op kosten van Amersfoort?

with 8 comments

UPDATE 22 juni: De Utrechtse raad steunt met grote meerderheid de kredietaanvraag voor Oud-Amelisweerd. Dat verknoopt is aan een specifieke exploitant: Stichting Museum Oud-Amelisweerd. Vincent Oldenborg (Leefbaar) was helder in een wollig debat. Als het misgaat dan heeft Utrecht mede op kosten van anderen een prima museumgebouw. Naar zijn idee zonder subsidie van Utrecht. Niemand sprak hem tegen. 

Op 6 december 2011 nam de Amersfoortse gemeenteraad de motie ‘Gelden Armando Faillisementsproof van de PvdA en TROTS aan. De indieners constateren dat het Ondernemings- en Huisvestingsplan van een Museum Oud-Amelisweerd ‘zeer ambitieuze plannen bevat m.b.t. inkomstenwerving op gebied van bezoekersaantallen, horeca, verhuur en fondsenwerving‘. Amersfoort steunt dit museum met een bruidsschat van 1 miljoen euro. De indieners willen deze steun gefaseerd uitbetalen zodat bij een faillissement of falen van de Stichting Museum Oud-Amelisweerd de restanten van het bedrag terugvloeien naar Amersfoort.

Op 13 december 2011 stuurde het Utrechtse College een brief naar de Commissies Stad & Ruimte en Mens & Samenleving waarin het weinig bezwaren ziet in bovengenoemd Ondernemings- en Huisvestingsplan. De brief bevat tegenstrijdigheden. Erin wordt een ‘terugvaloptie’ geschetst indien de ambities van het nieuwe museum niet realiseerbaar zijn. Dan komt Utrecht met de variant van een ‘sitemuseum’ of ‘open monument’ onder beheer van het Centraal Museum. Ofwel, een continuering van de situatie zoals die sinds 1990 bestaat.

Verzelfstandiging van het CM kan nog een complicatie vormen. Da’s in opdracht van het college onderzocht in een haalbaarheidsonderzoek. Conclusie is dat het zou kunnen, maar de realiteit is dat het nog niet zover is of dat verzelfstandiging ook noodzakelijk is. Om formele redenen werd een Tijdelijke Ondernemingsraad opgetuigd om het personeel mee te laten praten. Dit is voluit kritisch. Met name het Raad van Toezicht-model biedt minder kwaliteit dan een gemeenteraad die de wethouder controleert. Voorbeelden bij Raden van Toezicht van verzelfstandigde Amsterdamse, Goudse en Groningse musea tonen stelselmatig falen aan.

Op 30 december 2011 heeft het Amersfoortse raadslid Raphaël Smit van de fractie Groep van Vliet zijn zorgen uitgesproken over de tegenstrijdigheden in de verhuizing van het Armando Museum naar Oud-Amelisweerd. Smit wijst op een principieel punt uit de overeenkomst van 15 januari 1998 tussen Amersfoort, Armando en zijn ex-vrouw Tony de Meijere. De RIB 2010-136  (p. 7) parafraseert de bepaling alsvolgt: ‘dat er op grond van de overeenkomst museaal verantwoorde expositieruimte in Amersfoort moet worden geboden’ en (p.8) ‘zolang de gemeente binnen haar mogelijkheden museaal verantwoorde expositieruimte biedt in Amersfoort, handelt zij juridisch in overeenstemming met bovengenoemde overeenkomsten.

Al sinds het afblazen van de herinrichting in de Elleboogkerk is duidelijk dat het Amersfoortse college deze overeenkomst van 1998 en een latere prestatieovereenkomst van na de brand niet nakwam zoals was afgesproken. In juli 2010 werd de gemeenteraad door toenmalig A-in-C directeur Gerard de Kleijn van woordbreuk en onbehoorlijk bestuur beticht. Maar de collegepartijen dekten deze beslissing van het college.

Tijdens de beraadslagingen in 2011 over de bruidsschat werd de raad het beeld geschetst dat weliswaar de overeenkomst van 1998 en de prestatieovereenkomst van na de brand niet nagekomen zouden worden door het college, maar dat dit naar de geest wel zou gebeuren in landhuis Oud-Amelisweerd. Zoals Smit zegt: ‘De verhuizing van het Armandomuseum naar Oud-Amelisweerd betekende, dat het artistieke erfgoed van Armando elders een vaste plaats zou krijgen, overeenkomstig de opzet van het Armandomuseum in de Elleboogkerk. Hierin lag het morele motief om een forse bruidsschat beschikbaar te stellen.’ 

Er speelt een misverstand dat de Amersfoortse raad aan zichzelf te wijten heeft. Tijdens de raadsdebatten werd over de verhuizing van het Armando Museum gesproken, alsof dat elders in een kale ruimte uitgepakt zou worden. Maar Oud-Amelisweerd is een rijksmonument dat een waarde in zichzelf vertegenwoordigt. Vanaf het begin was duidelijk dat de Armando collectie in samenhang met de collectie unieke achttiende-eeuwse Chinese behangsels gepresenteerd zou worden, zoals het Ondernemings- en Huisvestingsplan stelt. Van een autonoom Armando Museum op de locatie Oud-Amelisweerd is nooit sprake geweest.

Toch heeft Smit een punt als-ie wijst op de ‘terugvaloptie’ uit de brief van 13 december. De indruk ontstaat dat Utrecht het Amersfoortse geld aanwendt om een Utrechts museum op te tuigen. Daarover maakt-ie zich zorgen. Want als in 2016 blijkt dat de ambities van een Museum Oud-Amelisweerd met 40.000 bezoekers niet haalbaar zijn, dan stuurt Utrecht de Armando Collectie terug naar Amersfoort. Niet onmogelijk gezien het ontbreken van een gezonde exploitatiebegroting. Dan heeft dit Bunnikse avontuur Amersfoort zo’n 700.000 euro gekost en kan het opnieuw beginnen. Met het bestuderen van de overeenkomst van 15 januari 1998.

Het Utrechtse VVD-raadslid Jesper Rijpma is eveneens kritisch op de onderbouwing van de plannen van een Museum Oud-Amelisweerd. Volgens Rijpma is het eerder gebaseerd op aannames dan op realisme. Naar verwachting worden zijn vragen begin februari in de raadscommissie Mens & Samenleving behandeld.

Foto: De Kei van Amersfoort, 1661. Credits: Erfgoedhuis Utrecht/ Museum Flehite

Verhuizing Armando Museum naar Oud-Amelisweerd in 10 raadsels

with 13 comments

Het ontbreken van een solide financieel plan lijkt nog het enige beletsel voor een nieuw op te richten Museum Oud-Amelisweerd. Het geeft de voorstanders tot dan toe een objectief feit in handen om een slecht onderbouwd project alsnog af te blazen. Tegenstanders die zich zorgen maken over het draagvlak van de cultuur zullen opgelucht adem halen dat een slecht beredeneerd project de cultuurhaters geen extra munitie geeft. Voorstanders hebben een zware verantwoordelijkheid die breder is dan bezuinigingen en politiek.

Tragiek van de voorgenomen verhuizing van het Armando Museum naar het Bunnikse rijksmonument Oud-Amelisweerd is dat inhoudelijke overwegingen niet voorop staan. ‘Geef ons een kans‘ is het argument van de directeur van het Armando Museum Bureau. Waarom die kans gegeven moet worden blijft onduidelijk. Iedereen wil wel zo’n kans hebben. De noodzaak van de huisvesting van de Armando Collectie in landhuis Oud-Amelisweerd is nooit aangetoond. Logisch omdat het om meerdere redenen niet voor de hand ligt.

Raadsel 1. Zo is het landhuis oorspronkelijk gebouwd als zomerverblijf. In de zomer heerlijk koel, maar in de winter ijskoud. Een binnentemperatuur van 8 graden lijkt volgens onderzoek van de TU Eindhoven haalbaar. Toch is de vuistregel van conservation heating van monumentale panden dat de binnentemperatuur nooit meer dan 5 graden boven de buitentemperatuur kan worden gebracht. Een winter telt gemiddeld meer dan 50 vorstdagen. Het landhuis werd sinds 1990 beheerd door het Centraal Museum. Activiteiten werden doorgaans niet in de winter gehouden. Openstelling gedurende het hele jaar ligt dan ook niet voor de hand.

Raadsel 2. Oud-Amelisweerd is een inmiddels mooi gerestaureerd 18de eeuws landhuis met onschatbare waarde voor ons culturele erfgoed. Het eveneens 18de eeuwse antieke Chinese behang op de beletage is uniek. Een museum met jaarlijks 40.000 bezoekers is geen logische bestemming voor een kwetsbaar rijksmonument. Ook de bovenste verdiepingen zijn bijzonder en vragen om voortdurende zorg en toezicht. Daarbij komt dat het landhuis geen inhoudelijk verband met het werk van Armando kent. De keuze voor een kleinschalig museum op het gebied van natuur, landgoederen,  behang of Chinoiserie ligt meer voor de hand.

Raadsel 3. Uit de RIB 2011-103 van de gemeente Amersfoort blijkt dat de investeringen om tot een functionerend museum te komen minimaal 4 miljoen euro bedragen. De gemeente Utrecht stopt er 1.660.000 euro in. Onduidelijk is of dit laatste bedrag cash geld of productsubsidie is. Sowieso resteert er na een lobbycampagne van het Armando Museum Bureau en Amersfoort-in-C een tekort van zo’n 750.000 euro.

Raadsel 4. Uit de RIB 2011-103 blijkt tevens dat de exploitatie aan eigen inkomsten voor 2013 uitgaat van een dekkingspercentage van iets onder de 50% en in 2016 van zo’n 60%. Da’s voor een beginnend museum een rooskleurig ondernemingsplan. Inkomsten van de horeca is de kurk waarop alles drijft. Maar daarachter zit het zelfstandige bedrijf De Veldkeuken dat als huurder een directe overeenkomst met de gemeente Utrecht heeft. Verder zijn er nog de ‘bijdragen derden’ van 200.000 euro per jaar. Da’s onrealistisch hoog. En tot 2014 zijn de lasten van de huisvesting 22.000 euro. Als inrichtingsjaren weggeschreven. Utrecht zegt geen cent aan de exploitatie te zullen bijdragen, maar met zo’n niet marktconforme huurprijs kan het Utrechtse college moeilijk volhouden via de huur geen verdekte bijdrage aan de exploitatie te leveren.

Raadsel 5. Bijlage 2 bij de RIB 2011-103 geeft een inventarisatielijst van de kerncollectie Armando. De eerste 21 werken zijn bezit van de gemeente Amersfoort en hebben een verzekeringswaarde van 710.000 euro. Het overgrote deel bestaat uit de bruikleencollectie van Armando en de Armando Stichting. Da’s een langdurige bruikleen, maar geen eigendom. Wat opvalt is dat het geen museale collectie betreft omdat het geen overzicht geeft van Armando’s ontwikkeling. De latere jaren zijn oververtegenwoordigd. Voor een overzicht zal het museum bruiklenen uit de jaren’ 50, ’60 en ’70 bij andere musea moeten aanvragen. Dat is niet ongebruikelijk maar verzwakt het argument dat een apart museum laat zien wat elders niet te zien is.

Raadsel 6. Bijlage 1 bij de RIB 2011-103 geeft een door Armando ondertekende verklaring over de schenking van mw. De Meijere van haar collectie van 343 werken aan het Kröller-Müller Museum. Dat verklaart wellicht het handelen van mw. De Meijere en Armando, maar niet dat van de gemeente Amersfoort. In antwoord op vragen van Marlien de Kruif (PvdA) over de raamovereenkomst van 15 januari 1998 vergeet het Amersfoortse college de eigen verantwoordelijkheid: ‘Voor het verplaatsen van de Armando collectie naar Utrecht zal in ieder geval een overeenkomst moeten worden gesloten met de strekking dat alle bij de overeenkomsten uit 1998 betrokken partijen ermee instemmen dat de Armando collectie niet meer in Amersfoort maar in Utrecht wordt geëxposeerd.’ Het is echter Amersfoort dat eenzijdig de overeenkomst heeft opgezegd. De schenking van mw. De Meijere aan Kröller-Müller Museum is daar slechts een gevolg van.

Raadsel 7. In een interview stelt mw. Ploum over de complicaties van de raamovereenkomst: ‘Even werd overwogen om niet akkoord te gaan met het collegebesluit en te wijzen op de contracten en afspraken die er lagen.’ Da’s een interessante constatering die een wereld van interpretaties opent. In juli 2010 betichtte toenmalig voorzitter van A-in-C Gerard de Kleijn het college van onbehoorlijk bestuur omdat het de afspraken over de Elleboogkerk niet nakwam. Nu suggereert mw. Ploum dat A-in-C en het Armando Museum Bureau met hun contracten en afspraken het gelijk aan hun kant hadden, maar dat gelijk juridisch niet wilde halen. Dit suggereert een uitruil. Waarin A-in-C belooft het juridisch niet op de spits te drijven en het college een ruimhartige financiële ondersteuning toezegt. Inclusief de bruidsschat van 1 miljoen.

Raadsel 8. In hetzelfde interview zegt mw. Ploum: We wisten dat de gemeente Utrecht bezig was met de openstelling van Oud-Amelisweerd. Wij gingen ons afvragen of wij die bestemming konden invullen. Dit is geschiedvervalsing. Oud-Amelisweerd wordt sinds 1990 beheerd door het Centraal Museum en is altijd opengesteld geweest voor rondleidingen, kleine presentatie (o.a. Sarkis, Brethouwer, De Vriendt) en de zogenaamde tables d’hôte. Logischerwijze stond de openstelling tijdens drukke werkzaamheden van de restauratie op een laag pitje, maar sinds 1990 is Oud-Amelisweerd open voor publiek. Wie het Chinese behang wilde zien, heeft het kunnen zien.

Raadsel 9. Los van het verkeerde beeld dat mw. Ploum over de openstelling geeft is het merkwaardig waarom dan het Armando Museum alleen in aanmerking kwam. Juist op het moment dat de restauratie zo goed als afgerond is en Utrecht uit kon gaan kijken naar een huurder. Er is nooit een openbare aanbesteding geweest. Evenmin konden culturele of andere instellingen bij Utrecht pitchen om hun zaak te bepleiten. Dat was uitsluitend aan het Armando Museum voorbehouden. Als A-in-C en het Armando Museum Bureau wisten dat Utrecht bezig was met een nieuwe huurder voor Oud-Amelisweerd dan hadden andere instellingen dat toch ook kunnen weten? Des te meer omdat duidelijk was dat de restauratie van het landhuis ten einde liep.

Raadsel 10. Het antwoord op de vorige vraag roept een vraag op over het ethisch handelen van het openbaar bestuur. Iedereen weet dat mw. Ploum de partner is van directeur Edwin Jacobs van het Centraal Museum. Deze relatie staat aan de basis van de plannen om het Armando Museum uit de brand te helpen en naar Oud-Amelisweerd te laten verhuizen. Bij zorgvuldig bestuur hadden de wethouders van Utrecht vanwege de schijn van belangenverstrengeling deze plannen nooit serieus in overweging moeten nemen. Met verwijzing naar good governance en vanwege de geloofwaardigheid van allen was het logisch geweest dat de plannen nooit verder waren gekomen dan de borreltafel. Nu beschaamt dit aspect het vertrouwen in de politiek.

Conclusie. Waarom blijft het Armando Museum niet gewoon in Amersfoort? Mooi kleinschalig en sober in de Elleboogkerk. Als Armando zo’n grote publiekstrekker is zoals het Armando Museum Bureau beweert dan moet het dat in Amersfoort waar kunnen maken. De logica van een Amersfoorts museum op Bunniks grondgebied onder leiding van de gemeente Utrecht ontgaat niet alleen u en mij, en ook steeds meer partijen in de Amersfoortse raad die de feiten leren kennen, maar onderhand elke nadenkende burger. Het draagvlak voor cultuur vraagt op dit moment om realisme en haalbaarheid. Zeker niet om projecten met een open eind.

Foto: Chinees behang met vogels en planten van omstreeks 1780

Slecht bestuur in de museumsector

with 9 comments

Update: Terugblik. Onderstaande tekst is een jaar oud. In de reacties wordt de verkoop voorspeld van ‘The Schoolboys’ van Marlene Dumas door museumgoudA die pas op 30 mei 2011 zou worden aangekondigd. Maar wat zijn andere overwegingen een jaar later waard? Een vraag naar de waarde van een blog. 

De afgelopen maanden besteedde ik aan twee museumkwesties aandacht. De mogelijke verhuizing van het Armando Museum naar landhuis Oud-Amelisweerd bij Utrecht en de neergang van museumgoudA. Toevallig speelde op de achtergrond bij beide kwesties Gerard de Kleijn een hoofdrol. Hij is daarnaast in opspraak gekomen als voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad bij het vertrek van secretaris Bert Janmaat.

Oud-Amelisweerd. Er zijn twee grote nadelen aan de verhuizing van het Armando Museum naar Oud-Amelisweerd.

1. De gewenste bestuurlijke zorgvuldigheid ontbreekt en betrokkenen geven geen volledige openheid van zaken. Gerard de Kleijn kwalificeerde de gebroken beloften van de gemeente Amersfoort eerder als woordbreuk en onbehoorlijk bestuur.

Schijn van belangenverstrengeling bestaat tussen directeur Ploum van het Armando Museum en Jacobs van het Centraal Museum die als man en vrouw leven. Het overtreedt de ongeschreven regel dat een bestuurder privé en zakelijk altijd gescheiden moet houden. Zelfs als Oud-Amelisweerd de beste optie zou zijn en beide partners op afstand gezet zouden zijn was er al een ethische code doorbroken in de eerste fase en zouden de plannen afgebroken moeten worden. Betrokkenen bij provincie en gemeente Utrecht en gemeente Amersfoort corrigeren dit niet.

Het bestuurlijk onvermogen wringt des te meer omdat er opdracht is gegeven om de haalbaarheid van slechts de locatie Oud-Amelisweerd te onderzoeken. Da’s merkwaardig omdat in Midden-Nederland meerdere locaties beschikbaar zijn. Utrechts Cultuurwethouder Lintmeijer legt de beslissing over de locatie-keuze bij het Armando Museum. Deze uitspraak is des te opvallender omdat het de vraag oproept hoe breed beredeneerd de gegeven opdracht naar de haalbaarheid van Oud-Amelisweerd eigenlijk is. Breder dan het belang van Armando Museum en het Centraal Museum?

Initiatiefnemers laadden de verdenking op zich met voorbijgaan aan inhoudelijke toetsing en onafhankelijke experts de slag om de publiciteit te willen winnen. En zo de lokale politiek met een voldongen feit te confronteren.

Mede door personele belangen en tunnelvisie is de uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek daarom al bij voorbaat positief. De echte uitkomst zal af te lezen zijn aan de hoeveelheid randvoorwaarden. Als ze het woord nog vragen, mogen raadsleden uit Utrecht en Amersfoort achteraf de procedure en de bestuurlijke zorgvuldigheid toetsen.

2. Het uit 1770 daterende Oud-Amelisweerd is eigendom van de gemeente Utrecht en wordt beheerd door het Centraal Museum. Het kent kwetsbaar interieur dat onder andere bestaat uit antiek Chinees behang dat uniek is in de wereld. Restauratie van behang en interieur verklaart de afgenomen toegankelijkheid van Oud-Amelisweerd. Deze tijdelijke situatie eindigt als de restauratie afgerond is.

Oud-Amelisweerd is een zomerverblijf in een natuurgebied dat in de winter praktisch onleefbaar is door de kou. Voor het behoud van behang en interieur is het principe van conservation heating leidend. Er kan slechts spaarzaam bijverwarmd worden om de luchtvochtigheid niet te hoog op te laten lopen. Want vocht bespoedigt het verval. In de praktijk betekent dit dat de binnentemperatuur niet meer dan 5 graden Celsius boven de buitentemperatuur gebracht kan worden.

Dit maakt Oud-Amelisweerd in de winter praktisch onbruikbaar als publieksbestemming. In het verleden vonden vanwege de kou publieksactiviteiten dan ook doorgaans niet in de winter plaats. Daarbij komt dat relatief grote aantallen bezoekers de luchtvochtigheid doen toenemen.

Aan de TU Eindhoven promoveerde Marco Martens op een onderzoek naar de klimaatbeheersing van musea en monumentale panden. Hij stelt dat minder installatie soms beter is. Zijn betoog ondersteunt het idee dat extra technische voorzieningen om Oud-Amelisweerd om te bouwen tot een museale bestemming ongewenst zijn en geen oplossing brengen.

MuseumgoudA krijgt structureel te weinig geld van gemeente Gouda. Dat zet een keten in gang die tot ongewenste gevolgen leidt. Wegens een niet sluitende begroting valt museumgoudA buiten de voorwaarden voor subsidies. Zoals de BankGiroLoterij die jaarlijks meer dan 50 culturele instellingen steunt. Niet museumgoudA. Vergelijk het met een andere stad met zo’n 70.000 inwoners, namelijk Assen. In 2010 kreeg het Drents Museum € 200.000 van de BankGiroLoterij. Weliswaar geoormerkt en niet bestemd voor exploitatie, maar aparte projecten vinden snel goedkeuring. Waarom is dat bedrag aan museumgoudA voorbijgegaan?

Gerard de Kleijn is sinds 2010 directeur. Hij is voormalig bestuurder van Amersfoort in C en heeft geen kunsthistorische of museale achtergrond. Zijn benoeming was opmerkelijk. Zijn beleidsplan Tussen Hemel en Aarde is defensief, kent weinig visie en ambitie, en schetst geen nieuw initiatief. Wie als museumdirecteur geen nieuwe initiatieven ontplooit, noch sponsoring en fondsenwerving op een hoger plan brengt, maakt zich afhankelijk van bestaande budgetten.

De musea bevinden zich in zwaar weer. Bezuinigen is een kwestie van maatvoering. Als het boven de 25% gaat dan is het buiten proportie. Dat dreigt te gebeuren met museumgoudA. Het dreigt niet alleen organisatorisch en kunsthistorisch uitgekleed te worden, maar zelfs fysiek. Dan dreigt museumgoudA terug te vallen naar de situatie van haar ontstaan van eind 19de eeuw.

Volgens laatste gegevens wordt museumgoudA door de gemeente een bezuiniging opgelegd van € 400.000 in 2015, te weten 25% van het budget. Een bezuiniging van € 600.000 zweeft als schrikbeeld boven de markt. Dat laatste bedrag komt na aftrek van huur neer op een korting van 50% op de exploitatie. Op een tekort van € 100.000 resteert dan als het ware een opgelegde bezuiniging van € 700.000 dat elk initiatief verlamt.

Goudse raadsleden zouden zich uit moeten spreken over de richting van het museum en minder over geld. Lastig is dat een verzelfstandigd museum op afstand staat en in principe haar eigen koers bepaalt, en de gemeente juist op het gebied van geld iets te zeggen heeft. In de praktijk betekent dat geld en koers in een politiek raadsdebat of een maatschappelijk debat in Gouda niet samenkomen. Gerard de Kleijn is nu bezig alle hedendaagse kunst uit het museum te verwijderen. Komt dat overeen met de wensen van de Goudse gemeenteraad en bevolking? Of is deze discussie nooit gevoerd?

Amsterdamse Kunstraad. Het Parool heeft ruimschoots aandacht besteed aan het vertrek van secretaris Bert Janmaat bij de Amsterdamse Kunstraad. Hij is naar eigen zeggen gedwongen om te vertrekken. Zijn zwijgen is door cultuurwethouder Carolien Gehrels afgekocht als vertrekregeling. Oud-bestuursleden bevestigen het beeld dat Janmaat niet vrijwillig is vertrokken, maar is gedwongen door de gemeente. Door het afgedwongen zwijgen kan er geen inhoudelijk debat met de wethouder gevoerd worden.

De spanning tussen Gehrels en Kunstraad was hoog opgelopen, toen de Kunstraad zich keerde tegen Gehrels’ plan zogenoemde kunstschouwen te benoemen, zegt oud-voorzitter Jan Riezenkamp in Het Parool. Sindsdien is de Kunstraad niet meer om advies gevraagd. De samenwerking met Gehrels was van meet af aan ongemakkelijk. Spanning tussen een adviseur en de geadviseerde is normaal, maar Carolien neemt alles persoonlijk.

Riezenkamp is nog betrokken geweest bij de selectie van de nieuwe voorzitter, Gerard de Kleijn, oud gemeentesecretaris van Amersfoort en een bekende van Gehrels: Het leek een goede man, maar op zijn eerste dag op kantoor zei hij tegen Bert Janmaat dat diens aanwezigheid niet langer op prijs werd gesteld. Het lijkt er sterk op dat voorzitter Gerard de Kleijn de onafhankelijkheid van de Amsterdamse Kunstraad op het spel zet. Hij kiest de kant van de gemeente.

Conclusie: De voorbeelden van Armando Museum en het Centraal Museum, museumgoudA en de Amsterdamse Kunstraad leren dat bestuurlijke zorgvuldigheid ver te zoeken is. Amateurs en professionals werken samen. De cultuursector die budgettair toch al zo onder vuur ligt wordt onnodig beschadigd door slecht bestuur. Good governance is ver te zoeken. Goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording ontbreken.

Achterliggende vraag is waarom de Nederlandse kunsthistorische opleidingen onvoldoende voorzien in de opleiding van museumdirecteuren met goede bestuurlijke kwaliteiten. Veel Nederlandse musea hebben geen Nederlandse kunsthistoricus aan het roer. Tot wat dat leidt leren de tragische ontwikkelingen bij het Centraal Museum en museumgoudA waar in genoemde voorbeelden de inhoud tot sluitpost is geworden.

Foto: Chinees behang rond 1870, kasteel D’Ursel, Hingene, Antwerpen

Onderzoek Armando Museum roept vragen op

with 21 comments

In november 2010 verscheen De Wegh der Weegen; Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd. Een Rapportage Haalbaarheidsonderzoek van de Stichting Amersfoort in C. Het rapport zoals dat aan Raadsinformatiebrief 2010-136 van de Gemeente Amersfoort werd toegevoegd is hier te downloaden. Hoofdstuk 2. Ruimtelijke verkenning ontbreekt. Zie hier voor een vollediger publieksversie.

Het rapport roept bestuurlijke, politieke, organisatorische, museale, cultuurhistorische en zelfs relationele vragen op. De belangrijkste vraag wordt niet beantwoord, namelijk wie er aan het woord is. Het blijft onduidelijk welke persoon eindverantwoordelijk is voor het rapport en wie er aan hebben meegewerkt. Nergens wordt naam noch functie genoemd. Weliswaar wordt gezegd dat een werkgroep is betrokken bij het haalbaarheidsrapport, maar belanghebbenden worden genoemd door de organisatie die ze vertegenwoordigen. Zoals Gemeente Utrecht, Gemeente Amersfoort, Provincie Utrecht, Armando Stichting en Amersfoort in C.

Onduidelijk is dus welke geledingen betrokken zijn bij deze eerste fase van een haalbaarheidsonderzoek. Want het maakt verschil of het initiatief louter een verkenning is door enkele openbare bestuurders uit de provincie Utrecht of dat in deze fase al museale en cultuurhistorische vakmensen meepraten. Deze onduidelijkheid is de zwakte van het rapport dat zelfs een voorschot neemt op een uitkomst die vakinhoudelijk lijkt te zijn beredeneerd maar het niet is.

1. Amersfoort
Het Armando Museum was gehuisvest in de Amersfoortse Elleboogkerk en werd op 22 oktober 2007 door een brand verwoest.  De oorzaak is door de politie nooit vastgesteld. Theo Vermeulen plaatst vragen bij brandveiligheid van musea. Dat betreft niet de oorzaak van een brand, maar de aanwezigheid van brandsignalering en brandvertragende middelen, dus brandpreventie. Vraag blijft of daar in de Elleboogkerk voldoende in was voorzien. Ton Cremers twijfelt daaraan.

Het Amersfoortse gemeentebestuur verbreekt in 2010 eenzijdig de belofte tot herbouw. Het brengt in juli 2010 toenmalig directeur van Amersfoort in C Gerard de Kleijn tot kritiek: Het gemeentebestuur wijzigt nu eenzijdig de afgesloten prestatieovereenkomst. Amersfoort in C beschouwt dit als onbehoorlijk bestuur. De Kleijn voorziet wat er gaat gebeuren: Als dit uitstel leidt tot afstel, pleegt het gemeentebestuur woordbreuk. De Kleijn die eind september 2010 vertrekt vindt dus dat Amersfoort woordbreuk pleegt.

Volgens de raadsinformatiebrief heeft Armando een sterke binding met Amersfoort. Het is dan ook geen toeval dat het Armando Museum daar werd gerealiseerd. Volgens een overeenkomst van 15 januari 1998 tussen gemeente, Armando Stichting en Amersfoort in C moet Amersfoort binnen haar mogelijkheden museaal verantwoorde expositieruimte bieden in Amersfoort. Zelfde brief, pagina 8. Anders handelt zij juridisch niet langer in overeenstemming met de overeenkomst. Vraag is of de bezuinigingen die Amersfoort zegt te moeten doorvoeren die leiden tot de sluiting van het Armando Museum in Amersfoort vallen binnen de grenzen van behoorlijk bestuur.

2. Utrecht en Oud-Amelisweerd
Gemeente Utrecht is de eigenaar van landhuis Oud-Amelisweerd. Rentmeester namens Utrecht is Rianne Monster. Zij zit in de werkgroep die de restauratie begeleidt en in het jaarverslag 2007/2008 van het Centraal Museum wordt genoemd:
De wens tot een verruimde openstelling van het kwetsbare interieur noodzaakt verdere planontwikkeling. Daartoe is een brede werkgroep in het leven geroepen bestaande uit Cees Rampart (monumentenzorg gemeente Utrecht) Bart Kluck (bouwhistoricus gemeente Utrecht), Rianne Monster (rentmeester gemeente Utrecht), Errol van de Werdt (Centraal Museum).
In 2008 zijn ook plannen opgesteld voor klimaatonderzoek, verdere conservering en restauratie van de behangsels en breed achterstallig onderhoud. Deze plannen zullen eind 2010 uitgevoerd gaan worden.

Het kwetsbare interieur bestaat uit Chinees behang dat uniek is in de wereld. De restauratie van behang en interieur verklaart de afgenomen toegankelijkheid van Oud-Amelisweerd. Deze tijdelijke situatie eindigt als de restauratie afgerond is. De site van het Centraal Museum zegt:
Oud-Amelisweerd is in 1770 als een zomerverblijf gebouwd voor Baron Gerard Godard Taets van Amerongen. Het huis werd in 1808 verkocht aan Lodewijk Napoleon, koning van Nederland, die in totaal slechts acht dagen doorbracht in het landhuis. Omdat ook de volgende eigenaren, Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein en zijn erfgenamen, het huis nooit intensief bewoonden is Oud-Amelisweerd grotendeels in zijn oorspronkelijke staat bewaard gebleven.
 
Sinds 1990 wordt het landhuis beheerd door het Centraal Museum. Gezien de grote kwetsbaarheid van de unieke behangsels in het huis is het uitsluitend op afspraak voor publiek toegankelijk.  
 
3. Behoud Oud-Amelisweerd
In de museumwereld bestaat altijd spanning tussen een afdeling Tentoonstellingen en Collectie. De laatsten willen behouden en de eersten willen tonen. Da’s geen tegenstelling, maar een inhoudelijk afweging onder museummensen.

Het rapport chargeert de bestemming van het landhuis en introduceert door het toewerken naar de conclusie om het Armando Museum in Oud-Amelisweerd onder te brengen een oneigenlijke tegenstelling: Uitgangspunt daarbij is liever honderd jaar behoud bij een publiekstoegankelijk huis dan vierhonderd jaar behoud van een gesloten huis. Deze constatering gaat voorbij aan de mogelijkheid om het landhuis vierhonderd jaar toegankelijk te maken. Uitdaging is niet de bereidheid om aspecten van tentoonstellen en behoud op een optimale manier te combineren. Daar wordt nu aan voorbijgegaan.

Daarbij komt dat het tonen van een kwetsbare tekening, film of kunstobject van een volstrekt andere orde is. Dat kan anders niemand zien. Maar het Armando Museum hoeft helemaal niet in Oud-Amelisweerd ondergebracht te worden. Ook daarom gaat in dit geval de tegenstelling tussen tentoonstellen en behoud niet op. De aard van het werk van Armando past evengoed in een betoog dat erop aanstuurt om zijn werk in een industriële, modernistische omgeving te exposeren. Bij Armando is een 18de eeuwse omgeving niet noodzakelijk.

4. Conservation Heating en luchtvochtigheid
Oud-Amelisweerd is een zomerverblijf in een natuurgebied dat in de winter praktisch onleefbaar is door de kou. Het kan niet verbouwd worden. Voor het behoud van behang en interieur is het principe van conservation heating leidend. Er kan slechts spaarzaam bijverwarmd worden om de luchtvochtigheid niet te hoog op te laten lopen. Want vocht bespoedigt het verval. In de praktijk betekent dit dat de binnentemperatuur niet meer dan 5 graden Celsius boven de buitentemperatuur gebracht kan worden.

Dit maakt Oud-Amelisweerd in de winter praktisch onbruikbaar als publieksbestemming. In het verleden vonden vanwege de kou publieksactiviteiten dan ook doorgaans niet in de winter plaats. Daarbij komt dat relatief grote aantallen bezoekers de luchtvochtigheid doen toenemen.

Bart Ankersmit van het Instituut Collectie Nederland (ICN) is specialist op het gebied van museaal binnenklimaat. Hij in 2003 begonnen met een meer geïntegreerde aanpak van de verschillende bedreigingen middels een risicoanalyse van een museale collectie. Vanaf dat moment wordt actief geparticipeerd in de ontwikkeling van risicomanagement. De nieuwe klimaatrichtlijnen die hij heeft ontwikkeld kunnen dienen als instrument om te bepalen of een museale presentatie in Oud-Amelisweerd mogelijk is.

5. Inrichting Armando Museum
Los van het erfgoed-aspect is Oud-Amelisweerd geen praktisch huis om exposities van schilderijen te huisvesten. Het Chinese behang op de beletage beperkt het hangen van schilderijen. De muren zijn immers onbruikbaar. De werken van Armando zijn doorgaans van een groot formaat. Op de eerste verdieping zouden in de acht vertrekken maximaal 24 schilderijen of iets meer kleinere werken gehangen kunnen worden. De zolders zijn onhandig door de vele schuine wanden en ongelijke vloerdelen. Sculpturen en keramiek kunnen los van de wand geplaatst worden.

De vraag dringt zich op wat de ondergrens aan het aantal kunstobjecten is om tot een Armando Museum te komen. In elk geval stelt de aard van Oud-Amelisweerd diverse beperkingen aan de inrichting. Het lijkt dan ook verstandig om niet in een tunnelvisie te belanden en uitsluitend op Oud-Amelisweerd te focussen. Dan redeneert men los van de feiten altijd naar een gewenste conclusie toe. Voorkeur verdient het tegelijkertijd vergelijken van diverse locaties.

6. Centraal Museum en Armando Museum
Het zou er niet toe moeten doen, maar het kan in dit relaas jammergenoeg niet ongenoemd blijven. Er bestaat een hechte persoonlijke band tussen Edwin Jacobs, de directeur van het Centraal Museum, en Yvonne Ploum, de directeur van het Armando Museum. Zij leven namelijk als man en vrouw.

De intentie om het Armando Museum te huisvesten in een huis dat door het Centraal Museum wordt beheerd heeft de schijn van belangenverstrengeling tegen. Da’s ongelukkig. Het lijkt erop dat de man zijn echtgenote uit de brand helpt. Dat zet het hele haalbaarheidsonderzoek in een merkwaardig daglicht. Zijn alle overwegingen en feiten wel zo objectief als voorgesteld, of wordt er naar een conclusie toegeredeneerd? Het haalbaarheidsonderzoek heeft de schijn tegen.

Om een en ander recht te trekken zouden Amersfoortse gemeenteraad en -bestuur een onafhankelijk onderzoek moeten bepleiten en de direct betrokken bestuurders op afstand moeten zetten. Zij hebben de schijn tegen nog langer objectief te zijn.

7. Conclusie
Er zitten veel haken en ogen aan de huisvesting van het Armando Museum in Oud-Amelisweerd. De opgewekte toon van de verkennende rapportage die neerkomt op het is moeilijk, maar het moet kunnen is begrijpelijk, maar staat verre van een evenwichtige analyse die alle aspecten laat meewegen. Een zomerverblijf als Oud-Amelisweerd dat niet voor de hand ligt als huisvestiging voor een middelgroot museum vraagt om een inhoudelijk debat.

In een volgende fase kan hopelijk de stap gezet worden om verder te kijken dan de bestuurlijke wil om iets op te zetten. Bij een open en inhoudelijk onderzoek kan de conclusie maar een kant opgaan wat Oud-Amelisweerd betreft: niet doen.

Het Armando Museum hoort thuis in Amersfoort. De gemeente Amersfoort handelt bestuurlijk onbehoorlijk door herhuisvestiging in de Elleboogkerk te blokkeren. Het provinciaal niveau dat in Utrecht voor de cultuur nauwelijks betekenis heeft wordt als noodverband opgetuigd. Twee museumdirecteuren die als man en vrouw leven helpen elkaar. Maar vraag is of Armando, het Centraal Museum, Utrecht, Amersfoort en de cultuursector gediend zijn met een noodverband van zeker 10 jaar.

Het is voor het vervolgonderzoek verstandig om van onderop te werken en de feiten te laten spreken. Specialisten op het gebied van klimaat, behoud, museologie, veiligheid en restauratie dienen aan het woord te komen. Ons erfgoed en cultuurbudget zijn te kostbaar om onbezonnen op te offeren aan een gelegenheidsconstructie die politieke en persoonlijke belangen dient.

Foto: Uniek zijn de originele 18de-eeuwse Chinese behangsels in enkele van de vertrekken van landhuis Oud-Amelisweerd; fotograaf Marco van Duyvendijk

%d bloggers liken dit: