Waarom geeft NRC Nida’s Nourdin el Ouali een softbal interview?

Religieuze partijpolitiek, het blijft wringen. Nida’s partijleider Nourdin el Ouali wordt geïnterviewd in NRC en zegt onder meer het volgende: ‘En ja, wij vinden de oplossingen voor al deze crises in de Koran. De wijze waarop we consumeren, het tegengaan van verspilling, het zorgen voor elkaar en je omgeving.’

De interviewers stellen El Ouali hierover geen vervolgvraag. Zoals ze alle kritische vragen achterwege lijken te laten. Het is nogal een uitspraak, namelijk dat de oplossing voor alle crisis in de Koran te vinden is. Meent El Ouali dit serieus of is het onderdeel van zijn politieke marketing? Men mag hopen dat laatste, want anders moet ernstig in overweging genomen worden dat hij een doorgedraaide relifanaat is.

El Ouali doet nog meer opmerkelijke uitspraken in dat interview, zoals: ‘Islamitische inspiratie is niet alleen voor moslims, het vindt weerklank in ieders geweten.’ Godallemachtig, dat is nog eens wat je annexatie van andersdenkenden noemt. Ik wil niet dat de islam of welke religie dan ook weerklank in mijn geweten vindt. Het is de fout die religieuze leiders of politici telkens maken en zo afkeurenswaardig maakt, namelijk ze willen andersdenkenden in ‘hun verhaal’ trekken. Ik gun ze hun religie van harte, maar met hun directe of in dit geval indirecte evangelisatie laten ze zichzelf kennen als onvolwassen en mateloos in hun annexatiedrift.

In 2018 memoreerde ik in het commentaarHet zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand’ wat Nida in haar beginselprogramma heeft staan: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Pardon? Meerwaarde voor u en mij?

Bij nader inzien is het NRC-interview tamelijk kritiekloos en flauw. Het laat El Ouali ongestoord orakelen, maar spreekt hem niet aan op de controversiële beginselen van de partij waarvan hij de leider is. Ik begrijp dat een journalist niet moet oordelen, maar om dan ook het nuanceren achterwege te laten is weer het andere uiterste. Hebben de interviewers het beginselprogramma van Nida eigenlijk wel gelezen?

NRC moet zelf ook oppassen met de annexatiedrift van Nida. In het commentaar uit 2018 verwees ik naar een ander idee uit het beginselprogramma van Nida dat overigens niet meer terug te vinden is op de site. Namelijk een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert. Via een omweg zijn het religieuze instellingen als kerken en moskeeën, maar ook Museum Boijmans van Beuningen, die volgens Nida het openbaar bestuur moeten adviseren. Dit onthult het denken in cirkels van Nida. Want Boijmans die voor huisvesting, collectie en subsidie afhankelijk is van de gemeente, moet die gemeente tegelijk adviseren. Hoe onafhankelijk kan dat zijn? Tegelijk wil Nida de rol van de media terugbrengen als het suggereert dat ze minder bepalend moeten zijn voor de politieke agenda en het debat. Enfin, met dit interview heeft dat niet geholpen. Beide interviewers hebben Nida’s Nourdin el Ouali gratis publiciteit gegeven in zijn politieke marketing zonder hem hard aan te willen of durven pakken. In de VS heet dat een softball interview.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelNida wil in Tweede Kamer: ‘In de Koran vinden wij de oplossing voor alle crises’‘ van Sheila Kamerman en Lamyae Aharouay in NRC, 5 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van paragraaf uit beginselprogramma ‘25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam. Kopie  in eigen commentaarHet zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand’.

Hoe echt is Zomergast Aboutaleb? WeAreChangeRotterdam antwoordt

De Marokkaans-Nederlandse burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb was afgelopen zondag bij de VPRO de eerste Zomergast van 2015. Op sociale media en in mijn omgeving hoorde ik uitsluitend lovende woorden over hem. Op de vraag wat ik ervan vond aarzelde ik, mede omdat ik zijn poseren niet kon aanzien en het programma daarom niet had uitgekeken. Ik antwoordde Aboutaleb een goede burgemeester te vinden, maar tegelijk een niet geheel geloofwaardig persoon die echter wel het tegendeel goed acteert. De vraag is dan wanneer het wezen de schijn overvleugelt en hij echt wordt. Ik geloof dat mijn kritiek niet begrepen werd.

Aboutaleb valt te prijzen voor zijn rechtsstatelijke opstelling. Maar hij handelt zo overduidelijk strategisch in onder meer zijn aanhangen van de islam dat dat ongeloofwaardig toont. Hij zet bij herhaling zijn geloof in en doorbreekt daarmee de scheiding van kerk en staat. Hetzelfde zou van een SGP’er niet gepikt worden, maar hij komt ermee weg. Bij Aboutaleb wordt het door eigen spin en onvoorwaardelijke steun van de gevestigde media juist in zijn voordeel uitgelegd. Hij komt hiermee overeen met zijn rivaal bij de PvdA Lodewijk Asscher.

Ook de vice-premier is een en al doelmatige politieke marketing geworden van wie geen surplus meer rest die eigenheid doet vermoeden en niets toelaat buiten de positionering van het eigen imago om. Zoals zo vaak komt WeAreChangeRotterdam met een portret van Aboutaleb dat tegen de gevestigde mediastroom ingaat.

Raadsleden moeten zich in de raad niet met buitenlandse politiek inlaten

vb

Ik kan me best voorstellen dat voor raadsleden het debat over stoeptegels, speeltuinen, financiële kengetallen, sociale regelingen en regionale samenwerking maar saai is. Het is sexier om met sexy onderwerpen bezig te zijn. Zoals buitenlandse politiek. Maar die onderwerpen vallen buiten de kaderstelling. In Rotterdam vroegen SP, Nida en GroenLinks in raadsvragen op 18 juni 2015 om geen ‘nauwere banden c.q. samenwerking aan te knopen met Israël’. Een begrijpelijk standpunt, maar volkomen misplaatst in een gemeenteraad. Het debat hoort elders thuis: in een commissie buitenland van een politieke partij, de Tweede Kamer of in de publiciteit. Een gemeente bedrijft immers niet zelfstandig buitenlandse politiek. In elk geval zou dat niet zo moeten zijn.

Wie bepaalt dan uiteindelijk welke landen niet door de beugel kunnen? En volgens welke normen moet dat  worden bepaald? Als nauwere handelsbetrekkingen niet worden aangeknoopt of zelfs worden verbroken dan dient dat niet selectief, maar afgewogen en consequent te gebeuren. Maar raadsleden missen de expertise, het overzicht en gewoonweg de tijd om dat te bepalen. Uiterste consequentie is het verbreken van banden met belangrijke handelspartners als de Russische Federatie en Saoedi-Arabië waar de rechtsstaat en de democratie onder druk staan. Dat is pas principieel, maar gebeurt niet omdat zowel werkgevers (VVD) als vakbonden (PvdA, SP) dat vanuit hun eigenbelang  blokkeren. Blijft over symboolpolitiek over landen die niet het verschil maken en dienen om het gemoed te luchten en de eigen voortreffelijkheid te benadrukken. Maar deze verontwaardiging is ontwijkend en lafhartig omdat het een uit de weg gaan van de echte confrontatie is.

Foto: Schermafbeelding van FB-posting ‘Onwenselijk dat Rotterdam banden aanknoopt met Israël’ op Vers Beton met reactie.

Islamitisch geïnspireerde partij begrijpt rechtsstaat beter dan CDA

Het belang van de rechtsstaat staat voorop. Geen woord aan toe te voegen wat Nourdin El Ouali van de islamitisch geïnspireerde Rotterdamse politieke partij NIDA hier zegt. De rechtsstaat werkt naar twee kanten: in het bestrijden van ISIS en in het verdedigen van moslims die al dan niet toevallig door politieke partijen zoals het CDA op een hoop met ISIS worden gegooid. Denken in groepen past de rechtsstaat slecht omdat het tot over een kam scheren van individuen leidt. Positief is dat islamitische organisaties zich moreel hebben bewapend. Maar tamelijk bedenkelijk is dat het idee van de rechtsstaat slecht begrepen wordt door het CDA.