Nederland, God of Oranje. Waar hebben we het minste mee?

OMG (Oh Mijn God) in Amsterdam is een YouTube-kanaal dat levensvragen beantwoordt. Dominees van de protestante gemeente geven in ‘Dominuutje’ afwisselend een antwoord van zo’n minuut lang. Dit is een leuke vraag: ‘God, Nederland en Oranje zijn al heel lang met elkaar verbonden. Waar heb je het minste mee?

Bas van der Graaf doet er lacherig over, loopt even weg en komt dan tot zijn antwoord. Zijn rangorde is: 1) God; 2) Nederland en 3) Oranje. Een voor een dominee begrijpelijk antwoord. Het is een gewetensvraag voor allen. Mijn individuele rangorde is: 1) Nederland; 2) God en 3) Oranje. Hoewel ik twijfel tussen God en Oranje.

Mijn keuze voor de ‘God’ die ik als Nescio in Titaantjes opvat als de God van Nederland, als God die zich manifesteert in de mensen en de natuur, staat ver af van de God van het Nederlandse Protestantisme. Ook op een andere manier valt de God van Nederland samen met land en bevolking omdat die God een constructie is van de Nederlanders. Buiten die projectie is het bestaan van God niet aan te tonen. Die God is een projectie waarin de Nederlanders zo’n 15 eeuwen lang hun wensen, angsten, behoeften en verlangens afgebeeld hebben. Zeg maar hun dijkbewaking tegen de leegte van het leven. Die God valt samen met Nederland en is er niet in tegenstelling mee. Oranje valt in vergelijking met Nederland en God in een andere, ‘lagere’ categorie.

Waar Nederlanders zich eeuwenlang projecteerden in de God van Nederland, en de God van Nederland als kader, omlijning eeuwenlang Nederland hielp vormen, is Oranje een constructie (met Duitse elementen) die in de geschiedenis toch wat wezensvreemd is gebleven en gaten, haperingen, mankementen, onregelmatigheden en gekunsteldheden bevat. De paradox is dat de constructies ‘Nederland’ en ‘God van Nederland’ deugdelijker constructies zijn die natuurlijker en echter aanvoelen en juist daarom minder als constructies ervaren worden.

De onmogelijke dood van God


God is een culturele uiting. Een constructie die mensen ooit bedachten om iets te maken. Ontstaan gedurende eeuwen. Godsdienst gaf focus en richting om veel neuzen een kant op te krijgen. Schouders onder hetzelfde doel. Zinvol in een homogene samenleving, zinloos in een heterogene samenleving als de huidige. Daarom is God dood. Of liever gezegd, het idee van God is dood.

God bestaat in de hoofden van mensen die de vraag stellen wie of wat God is. Zonder het onaardig te bedoelen en de ruimte die God inneemt is niet mis,  maar dat is het dan ook. Antwoord op de vraag wie of wat God is, wordt een afgeleide van de vraag of God nog functioneel is voor mensen. Dat antwoord beantwoordt de vraag. De introductie van God in het functionalisme is de aangekondigde dood van God.

God bestaat niet buiten onszelf. De menselijke maat past God. En da’s goed zo. Met de zin: Tweemaal schudde de God van Nederland zijn eerbiedwaardige hoofd en tweemaal schoven z’n eerbiedwaardige grauwe bakkebaarden heen en weer over z’n vest, liet Nescio zijn novelle Dichtertje beginnen. Later noemde hij de God van Nederland de personificatie van de geest der samenleving voor zover hem die benauwt en bedreigt. Da’s niet onaardig gezegd.

Foto: Bouw The Empire State Building, New York, 1930