Waarom verbindt Culturu TV de Surinaamse politicus Asabina met het citaat ‘Alleen de almachtige God kan dit land nog redden van wat er gebeurt’?

In Nederland zou het volgens velen niet goed gaan. Oplopende energietarieven, inflatie, prijsverhogingen in de supermarkt, een kabinet dat verdeeld is over de belangrijkste dossiers en de gebruikelijke malcontenten die alles aangrijpen om zich af te zetten. In dit geval tegen de overheid. 

Maar in het relatief rijke Nederland gaat het nog redelijk goed. In andere landen zonder diepe zakken en met een slecht bestuurs- en ambtenarenapparaat gaat het slechter. Zoals in Suriname. 

Fractievoorzitter in de Nationale Assemblée Ronny Asabina van oppositiepartij Broederschap en Eenheid in de Politiek (BEP) spuwt zijn gal over de regering Santokhi die volgens hem de problemen niet eens erkent. 

Culturu TV is onzorgvuldig en doet aan stemmingmakerij als het suggereert dat het citaat ‘Alleen de almachtige God kan dit land nog redden van wat er gebeurt‘ afkomstig is van Ronny Asabina. Dat is niet zo. 

Hij citeert het omdat het op een bijeenkomst is gezegd. Hiermee geeft hij aan hoe radeloos sommige Surinamers zijn door dit soort uitspraken te doen of zich daar achter te scharen. Het is een uitspraak van wanhoop. 

De uitspraak die zegt dat alleen de almachtige God Suriname nog kan redden zou Asabina in de christelijke hoek plaatsen en tot fatalist maken. Het tegendeel is waar. Ronny Asabina pleit voor politieke hervormingen en een reeële kijk van de politiek op de samenleving. Niet voor een verticale blik naar boven. 

Hoeveel ministers heeft de God van Suriname trouwens en hoe capabel en vrij van corruptie zijn zij? Daar zijn geen gegevens over. Men kan gerust aannemen dat de God van Suriname niet in de wieg is gelegd om een goede president of regeringsleider van Suriname te zijn. Of die pretentie heeft.

Interpretatie door initiatiefneemster Simons van ontwerpwet: Rekenkamer Suriname mag haar verslag niet in media bespreken

Een opvallende interpretatie van een ontwerpwet in Suriname. De Rekenkamer mag haar verslag niet in de media bespreken, zo is in een openbare commissie vergadering van 9 mei 2019 in de Nationale Assemblée besloten. ATV-Networks Suriname stipt voorzichtig aan dat Surinaamse media dit als beknotting ervaren en toont fragmenten uit de toelichting van Assemblée-voorzitter en initiatiefnemer van de wet Jennifer Simon op 9 mei. Zij is lid van de Megacombinatie NDP/MC van Desi Bouterse. De Rekenkamer van Suriname bevindt zich in ‘een verandertraject‘ en dat gaat blijkbaar niet vanzelf. Het lijkt een proces van vallen en opstaan.

Jennifer Simons zegt (na 22’05’’): ‘Zoals we al bespraken vinden we dat -ter bescherming van de kamer zelf, en zeker de voorzitter- de inhoud van de verslagen niet besproken wordt met de media, omdat de media alle toegang heeft tot het geproduceerde rapport’. Naast de media die geen melding mogen doen van verslagen, wordt ook voorzitter Charmain Felter van de Rekenkamer beperkt om in de media haar uitleg te geven.

De ontwerpwet noemt als taak van het Bureau van de Rekenkamer onder artikel 36, lid 3, sub i: ‘de zorg voor de in- en externe communicatie en informatievoorziening, mediazaken’. Dat laatste, ‘mediazaken’ is volgens Simons geschrapt in de definitieve wet omdat het onduidelijk is wat ermee bedoeld wordt. Uit welk wetsartikel concreet blijkt dat de Rekenkamer haar verslag niet in de media mag bespreken is onduidelijk en niet terug te vinden. In de Memorie van Toelichting wordt dat omfloerst en vaag via een omweg zo verantwoord: ‘Het Bureau zal verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning van de Rekenkamer voor zowel de administratieve werkzaamheden als de meer professionele en wetenschappelijke werkzaamheden. Die ondersteuning zal op uiterst professionele wijze moeten geschieden. De administratieve werkzaamheden kunnen heel ruim worden opgevat en vallen in feite alle werkzaamheden die niet van professionele of wetenschappelijke aard zijn.’

Simons betoog staat haaks op het idee dat media het venster op en de poortwachter van de democratie zijn. Zij schrapt de rol van de media en beredeneert dat een overheidsdienst, in dit geval de Rekenkamer van Suriname, rechtstreeks via de website kan ‘zenden’ naar de bevolking of naar de media. Dat is eenzijdige communicatie die een direct debat of weerwoord door de media uitsluit en de media de taak ontneemt om meningen, behoeften en denkbeelden te selecteren, te toetsen en door te geven. Deze beknotting van de media past niet in een werkzame democratie. Dat de Rekenkamer van plan is een eigen informatieafdeling op te tuigen past een volwassen en volwaardige overheidsdienst, maar kan de rol van de media niet vervangen.