Hoe moeten we de zinsnede ‘Identiteit is zeker in het linkse Nijmegen een vies woord’ opvatten?

Museum Het Valkhof is voorlopig gered met een bijdrage van de gemeente Nijmegen van 16 miljoen euro. Op termijn vloeit dat bedrag terug naar de gemeente, zo is het idee. Mede door achterstallig onderhoud gaat het dit museum al jarenlang slecht. Afhankelijk van geldschieters is het een probleemgeval geworden dat onderwerp van onderzoek, interim management en grootste plannen is. Conservatoren werden wegbezuinigd zodat het de vraag is wat de kunsthistorische kurk nog is waar dit museum op kan drijven.

Er wordt nu van alles beweerd, geclaimd en geschetst over de toekomst van dit museum. De Gelderse journalist René Arendsen zegt in een column voor Omroep Gelderland onder meer het volgende. Het heeft slechts zijdelings met het onderwerp te maken, maar mijn oog bleef er aan haken.

Arendsen breekt een lans voor de kunst en meent dat links in Nijmegen niks met identiteit heeft. Nu ken ik links in Nijmegen niet, maar links buiten Nijmegen heeft alles met identiteit te maken. Links buiten Nijmegen is identiteit. Het wordt zelfs als reden gegeven waarom links de steun van de witte ‘arbeiders’ verloren heeft omdat het de sociaal-economische onderwerpen, zeg de klassenstrijd die voltooi zou zijn, ingewisseld heeft voor het opkomen voor de emancipatie van vrouwen, homoseksuelen, migranten en welke minderheid dan ook en het bestrijden van het onrecht dat deze groepen zouden ervaren. Behalve de ‘arbeiders’.

Maar is dat dezelfde identiteit die Arendsen bedoelt? Wat bedoelt Arendsen als hij zegt dat identiteit in het linkse Nijmegen een vies woord is? Is het niet net andersom? Namelijk dat links in Nijmegen zoals elders sinds de jaren 1990 te veel is opgekomen voor een abstract idee van identiteit en daarom de gewone brood-en-boter onderwerpen heeft verwaarloosd inclusief de doelgroepen die belang hadden bij de aandacht ervoor? En spreekt hij zichzelf niet tegen omdat regionale identiteitspolitiek in Nijmegen springlevend is?

Het kan zijn dat Arendsen bedoelt dat links in Nijmegen niks heeft met kunst, erfgoed en culturele identiteit en hij stilzwijgend veronderstelt dat wij eten dat links alles heeft met de identiteitspolitiek van de sociale identiteit van bepaalde groepen, maar dat is een loze bewering omdat dit voor de hele politiek van Nederland geldt.

Geen enkele politieke partij in Nederland maakt zich op een vanzelfsprekende, oprechte en niet hijgerige manier hard voor kunst en benadrukt dat de Nederlandse taal, kunst, cultuur, wetenschap en geschiedenis onlosmakelijk samenhangen en het verdienen om bevorderd, gesteund en onderhouden te worden. Zelfs nationalistische partijen doen dit niet, hoewel het omgekeerde het geval lijkt als ze praten over Wilhelmus, Gouden Eeuw, VOC-mentaliteit of de joods-christelijke cultuur. Maar dat is beeldvorming en politieke marketing die niet door beleid wordt gevolgd.

Symbolische incidenten als de oprichting van een Nationaal Historisch Museum die door onder meer de SP werd geïnitieerd en steeds mislukten door interne verdeeldheid benadrukken het ontbreken van visie van de partijpolitiek op de nationale identiteit van Nederland. Alleen als men ermee kan scoren door het binnenhalen van een locatie voor zo’n museum wordt het belangrijk geacht. Of als partijen het kunnen invoegen in hun programma, bijvoorbeeld door het onderscheid met niet-Nederlandse elementen ermee te vergroten.

Het erin opgesloten idee dat nationale identiteit van Nederland met geschiedenis, taal, kunst en wetenschap telt en essentieel is en het verdient om vanuit de eigen verdiensten bevorderd te worden ontbreekt bij zowel de linkse als rechtse politiek. Identiteit wordt door de politiek altijd voor het eigen karretje gespannen. Omdat identiteit die identiteit is zich juist daar per definitie aan onttrekt is dat een zinloze en uitzichtloze poging tot inlijving. Waarschijnlijk bedoelt Arendsen het ook zo, maar hij zegt het anders.

Foto 1: Kabinetsfoto G. Korfmacher Nijmegen.

Foto 2: Schermafbeelding van deel columnMuseum Het Valkhof moet durven kiezen het mooiste verhaal van Nederland te vertellen’ van René Arendsen op Omroep Gelderland, 3 maart 2021.

CDA en SP proberen plannen voor Nationaal Historisch Museum nieuw leven in te blazen

Er klinken weer geluiden om een Nationaal Historisch Museum op te richten. Eerdere pogingen strandden onder meer vanwege de keuze voor de locatie. Maar in 2007 besliste toenmalig minister Ronald Plasterk dat het museum in Arnhem moet komen. Wegens meerkosten kwam dat echter niet van de grond. In 2010 blies toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) de plannen af vanwege de bezuinigingen in de kunstsector.

Voortrekkers waren in 2006 Maxime Verhagen (CDA) en Jan Marijnissen (SP). De nieuwe voortrekkers zijn weer van deze partijen: de fractievoorzitters Pieter Heerma (CDA) en Lilian Marijnissen  (SP). In een bericht in het AD van 15 februari 2020 menen ze dat ‘de urgentie van een museum door toenemende polarisatie en de opkomst van identiteitspolitiek alleen maar toegenomen’ is. Marijnissen: ‘Er zijn heel veel musea die een bijdrage leveren aan het historisch besef, maar één plek waar alles samenkomt, die heeft Nederland gewoon niet’. Uitgewerkte plannen zeggen ze niet klaar te hebben liggen. Ze zien de functie van een Nationaal Historisch Museum om de ‘saamhorigheid binnen de samenleving’ te bevorderen en ‘meer historisch besef’ te kweken.

De tweet van Heerma maakt het er onnodig ingewikkeld op omdat hij zijn pleidooi vermengt met zijn christen-democratische stokpaardje. Want hoe moet anders de opmerking over het ‘groeiende individualisme’ opgevat worden dat Heerma negatief framet en positioneert tegenover het communitarisme van het CDA dat hij als heilzaam veronderstelt? Zo laat hij zich niet alleen kennen als een initiatiefnemer die een voorschot neemt door het gemeenschapsdenken van iemand als Amitai Etzioni die onder meer oud-premier Balkenende inspireerde centraal te zetten, maar vervreemdt hij zich ook van de liberale VVD en D66 die hier mentaal ver van staan. Het is onduidelijk hoe en waarom Heerma aan de hand van welke onderzoek concludeert dat het  groeiende individualisme heeft bijgedragen aan een nonchalante omgang met de geschiedenis in Nederland.

Vraag is of de aanspraak of ambitie die Heerma en Marijnissen aan een Nationaal Historisch Museum toemeten te rijmen valt met het autonoom opereren ervan. Ofwel, de bedrijfsvoering, presentatie en inhoud van een museum heeft een eigen logica die niet per definitie in lijn hoeft te zijn met de functie die politici eraan geven. Als het museum volgens deze politici de saamhorigheid binnen de samenleving bevorderen moet, dan is de eerste vraag die dit streven oproept wat dat voor de eenheid of samenhang van het museum zelf betekent. Daarnaast is het de vraag of het niet te hooggegrepen is om een museum in te zetten voor het bevorderen van nationale saamhorigheid of sociale cohesie. Cynisch gezegd, is dat niet eerder een taak voor politieke partijen? Desondanks is het een prima initiatief als de politici zich kunnen beheersen en niet in de verleiding komen er goedkope retoriek mee te bedrijven, zoals Heerma nu doet. Een voorwaarde voor succes is dat politici een museum niet hun stokpaardjes of hobbyisme opdringen. We zullen zien of ze dat kunnen.

Foto 1: Tweet van Pieter Heerma (CDA), 15 februari 2020.

Foto 2: Tweet van Lilian Marijnissen (SP), 15 februari 2020.

Maak van Soestdijk een themapark dat de plek ontkent

11181087_884451001683247_1433360927211892851_n

De Volkskrant biedt opinieleiders de ruimte om de vraag te beantwoorden wat er met Paleis Soestdijk moet gebeuren. Dat betreft dan de gebouwen (Paleis, Orangerie, Watertoren, Chalet) en het park met de vijver. Het bos valt buiten de vraag. Landelijk Voorzitter van de JOVD Tom Leijte opteert voor een Nationaal Historisch Museum en Charles Boissevain voor een Museum voor Sculptuur. Het zijn legitieme opinies waar best iets voor te zeggen valt, maar die toch niet dwingend zijn. Nadeel van de visie van Leijte is dat hij een monarchistische invalshoek kiest en van die van Boissevain dat er al het Kröller-Müller Museum is (met de Jardin d’émail van Jean Dubuffet) of initiatieven als de Anningahof die al beelden in een parkachtige omgeving tonen.

Minister Blok bevestigde in een kamerbrief van 9 juli 2015 bestaande uitgangspunten voor herbestemming van Soestdijk: ‘duurzame, openbaar toegankelijke bestemming met toeristische en recreatieve voorzieningen, die bovendien de regionale identiteit versterkt’. Dat laatste omdat de provincie Utrecht en de gemeenten Baarn en Soest betrokken zijn. Overeenstemming bestaat over een publieksfunctie voor Paleis Soestdijk.

Welke herbestemming van Paleis Soestdijk dat sinds 1971 rijksbezit is kan het verschil maken? Gezien de hoge museumdichtheid van Nederland ligt het niet voor de hand om er een museum te vestigen. Dat is een voor de hand liggende, maar brave keuze. Als het toch een museum moet zijn, verdient het overweging om in de thematiek niet terug, maar vooruit te kijken. Dus geen koestering en conservering van het verleden in een Nationaal Historisch Museum, een Historisch Museum voor Buitenplaatsen of een Museum van de 19de Eeuw, maar een sprong in het ongewisse van de toekomst. Met de belevingswaarde als centraal uitgangspunt.

De bijzondere waarde van Paleis Soestdijk zit ‘m in het collectieve geheugen van vooral de Nederlanders die voor 1965 zijn geboren, niet in de concrete cultuurwaarde van objecten of gebouwen. Het laatste defilé was op 31 mei 1980. Zoals een adviseur bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zegt: ‘De betekenis die een gebouw heeft voor de gemeenschap kan ook de drager van een plan zijn.’  Lector Cultureel Erfgoed aan de Reinwardt Academie Riemer Knoop merkt in ‘Een leeg paleis vol keuzes; De toekomst van Soestdijk’ uit 2014 treffend op: ‘Soestdijk is markant om wat het niet is’. In die constatering ligt de sleutel voor herbestemming.

Soestdijk is dus een plaats van betekenis (lieu de mémoire) die niet markant is. Verder staat het begrip plaats van betekenis onder druk door nieuwe media en technologieën die het belang relativeren van de plek in een virtuele realiteit. Relaties en referenties onttrekken zich steeds meer aan de fysieke plek. In het besef dat de plek niet meer in de oude waarde bestaat moet opgepast worden voor herintroductie en historisering van iets dat voorbij is onder het valse voorwendsel van thuiskomen. Nostalgie en sentimentaliteit liggen op de loer.

Vraag is dus welke herbestemming een niet-markante bij de jonge generaties van na 1965 sowieso aan waardevermindering onderhevige plek met een niet-museale, niet-historiserende, publieke en recreatieve functie kan krijgen waarbij de beleving centraal staat. Alles wat Paleis Soestdijk niet is leidt tot een antwoord. Paleis Soestdijk is dé plek voor een themapark van de toekomst dat alles ontkent wat de plek ooit geweest is.

Foto: Voorzijde Paleis Soestdijk, augustus 2015. (Mer rookpluimen van kunstproject ‘Palace in Wonderland’ van John Körmeling). Credits: Lydia van Oosten.

Les is: Farmaceutisch Museum in Vlissingen heeft geen toekomst

NFM

Het Nationaal Farmaceutisch Museum (NFM) in Gouda ging op 1 september 2011 dicht. Het was onderdeel van museumgoudA, nu Museum Gouda. Voor het vinden van een doorstart stelde de gemeente Gouda stelde zich bij monde van wethouder Bergman onverzoenlijk op. Al vijf weken na zijn aantreden in oktober 2010 bracht directeur Gerard de Kleijn het NFM de genadeslag toe met z’n opmerking dat het niet geworden was wat er in het begin van werd verwacht. Deze directeur kiest er nu voor om in zijn museum wijn te lanceren. De subsidie van de landelijk apothekersvereniging KNMP legde een basis onder de exploitatie, die mede door de opstelling van de gemeente onvoldoende bleek. Zie hier en hier. Nu is het NFM een virtueel museum in wording. Het hedendaagse sterfhuis van de museumsector, een lot dat het deelt met het Nationaal Historisch Museum. In Delft is er nog het particulier initiatief van Bob Griffioen, het ‘medisch en farmaceutisch museum’ De Griffioen.

Nu is er het plan voor het Van de Sande Museum in Vlissingen. Stichting Vlissinger Michiel roept in een petitie op de apotheek Van de Sande aan de Badhuisstraat te laten dienen als ‘museum voor de nieuwe generaties’. De petitie noemt de apotheek ‘uniek in Nederland‘ en een ‘fantastische trekpleister voor Vlissingen‘. Voor de realisatie is de Stichting Van de Sande opgericht. De petitie concludeert dat gebouwen, geld en spullen er zijn. Niet aannemelijk wordt echter gemaakt waaruit dat geld dan feitelijk bestaat. In de exploitatie zit ‘m de pijn. Ondersteunende instellingen zijn niet genegen zich voor jaren vast te leggen. Veelzeggend is dat een subsidie met een looptijd van drie jaar al structureel wordt genoemd. Wat zegt dat over een horizon van 10 jaar?

Niet valt in te zien hoe het Van de Sande Museum in Vlissingen kan slagen waar het NFM faalde. In Gouda was de geldelijke en inhoudelijke steun (via de commissie Geschiedenis) van de landelijke apothekersvereniging KNMP, het rijksmonument uit 1625 De Moriaan, de samenwerking met het professionele museumgoudA en een locatie in het centrum van de toeristische trekpleister Gouda onvoldoende. En sinds 2011 is de ‘markt’ voor musea door het terughoudende overheidsbeleid er niet beter op geworden. Voorwaarde voor nieuwe musea is dat ondernemers met diepe zakken erachter staan, zoals Joop van Caldenborgh of Hans Melchers. De geloofwaardigheid van het toch al zo museumdichte Nederland is niet gediend met een initiatief dat het vooral moet hebben van enthousiasme en goede bedoelingen. Daarom dient het afgewezen te worden.

michielderuyter-standbeeld

Het rijksmonument De Moriaan dat eigendom is van de gemeente Gouda staat nog steeds te koop. Onder de rubriek koopwoningen en niet als zakelijk object. Een makelaar biedt het aan voor 790.000 euro. De omschrijving zegt: ‘Vooralsnog wordt de voorkeur door de gemeente Gouda gegeven aan een koper vanuit organisaties binnen de sociaal, maatschappelijk en/of culturele sector eventueel gecombineerd met wonen‘.

Foto 1: Schermafbeelding interieur met opgestelde oude apotheek met recepteertafel en opstand in rijksmonument De Moriaan, Westhaven 29 te Gouda

Foto 2: Standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter in Vlissingen.

Forum: Poldermoskee had geen bestaansrecht

De Amsterdamse Poldermoskee sluit vanwege geldproblemen. Mohammed Cheppih zoekt de oorzaak ervoor niet in eigen kring, maar daarbuiten. Hij beweert dat de moskee subsidie had kunnen ontvangen van de gemeente of van het stadsdeel voor andere activiteiten, zoals debatavonden, lezingen en culturele middagen maar dat het huidige anti-islamklimaat de gemeente en het stadsdeel hiervan weerhoudt.
 
De Poldermoskee profileerde zich als liberaal maar sloeg uiteindelijk een minder liberale koers in. Khalid Yasin preekte enkele malen in de Poldermoskee. In interviews verklaarde Cheppih zich een bewonderaar van Mohammad Hussein Fadlallah, de geestelijk leider van Hezbollah.

De oorzaak voor de sluiting van de Poldermoskee is vierledig. 1) Door het gewijzigde politieke klimaat en de gewijzigde machtsverhoudingen en het idee van compenserende neutraliteit dat geen wind meer in de rug heeft passen overheden de scheiding van kerk en staat zorgvuldiger toe. 2) De uitkomst dat de door de initiatiefnemers voorgespiegelde liberale profiel nooit gerealiseerd zou worden ontnam politieke steun aan het initiatief. 3) De economische crisis en de bezuinigingen die het korten op leuke dingen voor de mensen zoals ook een Nationaal Historisch Museum noodzaakt. 4) Interne verdeeldheid, matige bedrijfsvoering en een rommelig profiel van de initiatiefnemers van de Poldermoskee.

Wat vindt u? Bent u het eens met Mohammed Cheppih dat een huidig anti-islam klimaat oorzaak is voor de sluiting? Of ziet u andere oorzaken?

Foto: De Poldermoskee opende in september 2008 en is vrij uniek. Credits ANP