Hermitage gaat NFT’s van werken uit collectie vermarkten. Hoe gaat deze ontwikkeling de museumsector veranderen?

Schermafbeelding van deel artikel Van Gogh op de blockchain? Bitcoin (BTC) exchange Binance en Russisch museum gaan het doen!‘ op crypto-insiders.nl, 28 juli 2021.

Binance NFT geeft (vertaald) de volgende definitie van een NFT: ‘Een non-fungible token (NFT) is een cryptografisch token dat een uniek bezit vertegenwoordigt. Ze fungeren als verifieerbare bewijzen van authenticiteit en eigendom binnen een blockchain-netwerk. NFT’s zijn niet onderling uitwisselbaar en introduceren schaarste in de digitale wereld.’ Binance NFT is een marktplaats waar NFT’s worden verhandeld.

Een NFT is handel. En winst voor de aanbieders. Dat zijn niet alleen bedrijven die in unieke cryptografische tokens (zeg: identificatie- of authenticatiemiddel) handelen, maar ook voor musea die het beeldrecht van de afbeelding hebben dat in een NFT wordt omgezet. Dat opent mogelijkheden voor musea om te cashen op de eigen collectie, terwijl het originele kunstobject niet verkocht hoeft te worden. Dat is een win/win-situatie, zo lijkt het.

Crypto-insiders.nl brengt het nieuws dat Binance NFT samenwerking heeft gezocht met het Russische Hermitage Museum in Sint-Petersburg. Binance NFT kondigt in een verklaring van 26 juli 2021 aan dat het eind augustus op de eigen marktplaats NFT’s van het werk van Leonardo da Vinci, Giorgione, Vincent van Gogh, Vassily Kandinsky en Claude Monet uit de collectie van de Hermitage zal verkopen. Van elke twee exemplaren van hetzelfde werk gaat er een naar de koper en blijft de andere NFT in de collectie van het museum.

Schermafbeelding van deel artikelBinance NFT Marketplace to Feature Tokenized Art, Including Leonardo da Vinci, from The State Hermitage Museum‘ van Binance, 26 juli 2021.

Directeur Mikhail Piotrovski ondertekent niet alleen de beperkte reeks NFT’s, maar creëert volgens de uitleg van Binance NFT ‘ook een onafhankelijk werk door zijn handtekening, datum en exacte tijd van ondertekening toe te passen, waardoor ze absolute uniciteit kregen, vereeuwigd in de blockchain’. Ofwel, de handtekening van de kunstenaar wordt vervangen door de handtekening van de huidige directeur van de Hermitage.

Of dit een ontwikkeling is die uitsluitend gunstig is voor musea valt te bezien. Ze lijken weliswaar een nieuwe geldbron aan te boren, maar de vraag is hoe groot deze markt is als vele internationale musea als aanbieders gaan optreden. Ze worden dan elkaar concurrenten in het aanbieden van NFT’s. Ook is het denkbaar dat sponsors en overheden die musea helpen financieren deze nieuwe ontwikkeling als argument zien om zich terug te trekken uit de museumsector.

Het gaat vooral om kunstmusea die iconische schilderijen van oude en moderne meesters in hun collecties hebben die ze in de vorm van NFT’s kunnen vermarkten. Dat geldt voor Nederland wellicht voor de 20 belangrijkste kunstmusea, van het Rijksmuseum tot het Dordrechts Museum. Hedendaagse kunst lijkt lastiger in de markt te liggen.

Zo dreigt er een tweedeling binnen de museumsector indien deze tendens van de verkoop van NFT’s doorzet en belangrijk wordt. Musea met in hun collectie iconische schilderijen van oude en moderne meesters kunnen veel geld uit de markt gaan halen door de verkoop van NFT’s. Maar kunstmusea die gericht zijn op laat-20ste eeuwse en 21ste eeuwse kunst zonder accent op een schilderijencollectie of niet-kunstmusea missen die mogelijkheid omdat ze minder aantrekkelijk zijn voor de kopers van en handelaren in NFT’s. Dat kan een nieuw evenwicht binnen de museumsector scheppen, waarbij musea die nu al veel inkomsten hebben nog rijker zullen worden.

Hoe een en ander door de opkomst van NFT’s financieel uitpakt valt lastig te voorspellen, maar denkbaar is dat de landelijke overheid de steun zal gaan verleggen van musea die NFT’s kunnen verkopen naar musea die daartoe niet in staat zijn.

Overigens zou de verkoop van NFT’s door initiatief van het deel van de gemeentepolitiek dat weinig opheeft met kunst en musea de lokale politiek op de gedachte kunnen brengen dat het mee wil delen in de opbrengst van de verkoop van NFT’s. Want in Nederland zijn collecties van geprivatiseerde musea eigendom van gemeenten. Museum de Fundatie is de uitzondering. Het zou verstandig zijn als de Museumvereniging zo snel mogelijk met de leidende kunstmusea hierover een standpunt bepaalt en een strategie ontwikkelt om de opbrengst van de NFT’s exclusief voor de museumsector te behouden. Denkbaar is ook dat musea samen met de Museumvereniging een fonds oprichten dat door de leidende kunstmusea gevuld wordt met de opbrengst van de verkoop van NFT’s waar musea die die mogelijkheid missen een beroep op kunnen doen.

Directeur Piotrovski heeft het laatste woord. Is het wensdenken, luchtfietserij, een verkooppraatje of een realiteit die hij schetst? Hoe dan ook lijkt de museumsector door de verkoop van NFT’s te gaan veranderen. De beer is los. Hoe de verandering eruit zal zien valt nu lastig te voorspellen. Mogelijk duurt het nog jaren voordat het zich doet voelen, maar enige mate van verandering lijkt onvermijdelijk. Daarom doet de museumsector er verstandig aan zich er nu al op voor te bereiden. In het bericht van Binance NFT zegt directeur Piotrovski:

'Nieuwe technologieën, met name blockchain, hebben een nieuw hoofdstuk geopend in de ontwikkeling van de kunstmarkt, geleid door het eigendom en de garantie van dit eigendom. Dit is een belangrijke fase in de ontwikkeling van de relatie tussen persoon en geld, persoon en object. NFT creëert op deze manier democratie, maakt luxe toegankelijker, maar tegelijkertijd uitzonderlijk en exclusief. We zullen andere mogelijkheden uitbreiden, met name digitale, die de collecties en het paleis [het gebouw] erin zullen betrekken. We gaan nieuwe experimenten bouwen op basis van nieuwe technologieën.' 

Delfts onderzoek over beleving van musea wint als het de eigen beperking beseft

MuseumFutures van de Faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft onderzoekt hoe de beleving van musea door technologie en producten opgeroepen en vergroot kan worden. De faculteit ontwerpt belevingen. Dr. Arnold Vermeeren is directeur van dit studiolab. In een interview met BNR Radio licht Vermeeren toe hoe hij vooral de kleine musea wil helpen om via de beleving ‘op een creatieve manier nieuw publiek te bereiken‘. Vermeeren meent dat zijn onderzoek eraan meehelpt om dit soort musea levensvatbaar te houden. Kleine musea die met vrijwilligers werken en geen middelen of communicatieafdeling hebben zijn doorgaans onzichtbaar. De uitdaging is dan om de bereikbaarheid van die kleine musea te vergroten.

Vermeeren heeft interessante standpunten over musea, maar redeneert vanuit het programma van zijn faculteit: beleving. Dat is tevens de blinde vlek van zijn onderzoek. Want het plaatst het museum in de hoek van de evenementen, de attractie en de sensatie. Het is dan ook mogelijk om niet cynisch te worden over het uitgangspunt over musea dat Vermeeren met zijn studiolab inneemt. Voor de oplossing om de beleving te vergroten ligt namelijk de vraag of een museum daarmee gediend is en of het aansluit bij de doelstelling ervan. Daar gaat Vermeeren in het interview met BNR Radio al te makkelijk aan voorbij.

Net als kunst, kan een museum met presentaties schuren en aanscherpen. Tot nadenken aanzetten. Dat staat haaks op het plezieren van en tegemoetkomen aan de bezoeker die gereduceerd wordt tot een object van beleving. Toch kan het onderzoek MuseumFutures van belang zijn als de beperking ervan beter beseft en aangegeven wordt. Vermeeren is daar nu zo onduidelijk over dat het lijkt alsof hij de functie van een museum niet echt beseft. Het is aannemelijk om het vergroten van de beleving aan te laten sluiten bij de marketing en beleving die in musea al aanwezig zijn. Dus de meer commerciële en publieksgerichte onderdelen zoals museumwinkel, productielab met eigen label (Textielmuseum), museumrestaurant of een nevenprogramma dat samen met externe partners wordt georganiseerd. Het lijkt logisch om daar de beleving te vergroten.

Wat voorkomen moet worden is dat de beleving de kerntaken van een museum overneemt. En het museum een Efteling 2.0 wordt. Vermeeren verwijst in het interview enkele keren naar de Museumvereniging, maar het is onduidelijk waar de samenwerking uit bestaat. Het onderzoek MuseumFutures kan zin hebben als de beperking ervan beter beseft en uitgelegd wordt. Dat zal ook de weerstand ertegen bij de traditionele museummensen doen afnemen. Het onderzoek kan iets toevoegen aan de commerciële en publieksgerichte aspecten van een museum of presentatie-instelling, maar moet niet overschat worden. Het is begrijpelijk dat Vermeeren in de publiciteit het belang van zijn onderzoek uitvergroot. Maar hij zou er verstandig aan doen om dat te vermijden en minder vanuit zijn onderzoek en meer vanuit de museumsector te redeneren.

Foto: Folder MuseumFutures.