George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Musical

‘Ik hou toch van je’ zingt in 1950 Jean Marco in ‘Pigalle-Saint-Germain-des-Prés’. Vullen we onszelf aan door terug te kijken?

with one comment

Nu iets compleet anders. Lichte muziek uit voorbije jaren die buiten de hoofdstroom van het Amerikaanse amusement staat. Zo lijkt het. In 2017 besteedde ik in het commentaar ‘Ontlening in de populaire muziek (1951). Van Charlie Parker, Trio Do-Ré-Mi, Hubert Giraud, Jacques Hélian tot Lily Fayol’ aandacht aan de muziek van de Franse componist Hubert Giraud. Daarin gaf ik een link naar een versie uit 1950 van ‘Je vous aime malgré tout’ of kortweg ‘Malgré tout’ van het orkest van Jacques Hélian met crooner Jean Marco. Lichte muziek is ontlening over grenzen heen, van melodieën maar ook van individuen. Hélian nam een Frans-klinkende artiestennaam aan vanwege zijn Armeense naam Jacques Mikaël Der Mikaëlian. De beroemde componist Michel Legrand is ook van Armeense afkomst en een neef van Jacques Héliard. Jean Marco klinkt als de Zuid-Franse zangers uit die naoorlogs periode als Tino Rossi of Luis Mariano met een accent dat nog eens extra vet lijkt te worden aangezet. Marco was een Griek die oorspronkelijk Jean Marcopoulos heette. In 1953 kwam hij op slechts 29-jarige om het leven bij een auto-ongeluk. In de traditie van James Dean.

De fragmenten komen uit ‘Pigalle-Saint-Germain-des-Prés’ (1950) van producent Ray Ventura en regisseur André Berthomieu die in België werd uitgebracht als ‘Parijs bij Nacht’, zoals uit de affiche blijkt. Het staat in de traditie van de muziekfilm als ‘The Broadway Melody‘ (1929) waarin een groep mensen een show opzet die de inhoud van de film is. De verhaallijn is dat het slecht gaat met nachtclub ‘Le Tambourin’ in Montmartre. Wat niet helpt is dat de eigenaar een gangster is. In dat pre-rock and roll tijdperk komt de concurrentie van de jazz die in de kelders van St. Germain des Prés klinkt. Het existentialisme met als schakelaar Boris Vian die zijn versie van Trenets ‘Que reset-t-il De Not Amours?’ verbeeldt. De bakens worden verzet en een nieuwe club wordt succesvol geopend: ‘La pivoine écarlate’ (De scharlaken pioen). Een Amerikaanse trailer maakt er met hoofdrolspeelster Jeanne Moreau een naaktfilm van die spot met de goede zeden: ‘No Morals’. 

De enscenering van het nummer bevat elementen zoals Latijns-Amerikaanse ritmes (‘South of the Border’-stijl), een chique, goedgekleed publiek, een verwijzing naar Amerikaanse musicals, gangsterfilms en muziekfilms (zie Charlie Barnets Skyliner). Het optreden van de begeleidingsgroep Les Hélianes kan als een voortzetting van de traditie van de oer-begeleidingsgroep The Modernaires worden opgevat. De fascinatie van de fragmenten zit hem in de constructie van een ook in 1950 niet bestaande werkelijkheid die nu toch een reconstructie van deze periode het dichtst benadert. Het is nep én echt tegelijk. We beseffen dat, maar kijken aan de constructie die zo supervet is toch voorbij omdat de congruenties zoals we ons die (willen) voorstellen groter zijn dan de incongruenties die we wel degelijk bespeuren. Zo wordt een constructie genormaliseerd, zoals het gereconstrueerde beeld mag invallen voor het ontbrekende beeld. Bij gebrek aan beter.

En nog eens zingt de 26-jarige Jean Marco die drie jaar later na deze opnames het leven zou laten vol melancholie over een onbereikbare liefde. Toch houdt hij van haar en wat maakt het uit? Hoewel er twijfel is over de zin van deze liefde zoals in elk liefdeslied: ‘Il vaudrait mieux que je renonce à vous attendre// Il vaudrait mieux vous oublier’ (‘Het zou beter voor me zijn om op te houden met wachten op jou// Het is beter om het te vergeten’). Maar Marco kan niet ophouden met wachten. Het verlangen is te groot en hoeft niet ingelost te worden om zinvol te zijn. Wij verlengen dat oneindig wachten namens hem door dit nummer te reproduceren. Hij kan alleen de twijfel uiten, niet het smachten naar haar stopzetten. Hij houdt toch van haar.

Foto: Belgische affiche van de film ‘Pigalle-Saint-Germain-des-Prés’ (1950). 

Praktiseren leerlingen van Hengelose basisschool homoseksualiteit op toneel tijdens musical? De directeur vreest van wel

with 2 comments

De meest bizarre opmerking van basisschooldirecteur Ben de Vlugt van de Anninkschool in Hengelo is: ‘Je mag wel homo zijn, maar je mag het niet praktiseren’. Het gaat over een musical op deze openbare montessorischool waarin een homostel optreedt. Hoe ziet De Vlugt dit praktiseren van homoseksualiteit door kinderen van groep 8 voor zich? Zoent het homostel of bedrijft het zelfs de geslachtsdaad op het toneel?

Wie weet waar directeur Van Vlugt deze kinderen van 12 jaar toe in staat acht. Hij meent niet dat ze in hun rol net doen alsof ze homo zijn, dus een homoseksueel spelen, maar dat ze de homoseksualiteit praktiseren. Het moet niet gekker worden in de geest van deze basisschooldirecteur die niet begrijpt wat toneel is. Dat is ‘doen alsof’, in een rol kruipen. Dat hij aan projectie doet door een dochter van een gezin van Jehova’s Getuigen in bescherming te nemen is nog tot daar aan toe, maar dat hij niets van theater begrijpt tekent zijn onbegrip en besef aan inlevingsvermogen. Deze directeur speelt dat hij basisschooldirecteur is, maar praktiseert het niet.

De VVD’ers Rudmer Heerema en Yesilgöz-Zegerius hebben over deze kwestie kamervragen gesteld aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBasisschool Hengelo schrapt homorollen uit musical vanwege geloof leerling’ in Tubantia, 30 mei 2018.

Zie ook het commentaar: Jehova’s Getuigen geloven nog steeds in homoconversie. Ze isoleren zich ermee

Written by George Knight

31 mei 2018 at 19:48

GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen

with 3 comments

Een song uit de Broadway-musical ‘One Touch of Venus’ uit 1943 uitgevoerd door componist Kurt Weill. Een song uit het Tin Pan Alley repertoire dat zijn weg als standard vond naar de jazz. De strijd tegen de nazi’s nadert zijn hoogtepunt en Broadway zingt over liefde. Waarbij het door het vette Duitse accent van Weill niet zoveel uitmaakt of hij ‘love’ of ‘low’ zingt. Op GeorgeKnightKort besteedde ik er 5 jaar geleden aandacht aan.

Waarom deze song hier geplaatst? Het doet me aan GroenLinks denken. In 2011 verklaarde ik in een commentaar mijn haat-liefde verhouding tot die partij. En ik denk er nog precies hetzelfde over: ‘Mijn eerste politieke liefde was de PSP. Pacifisten als Bertrand Russell en PSP-er Fred van der Spek opereerden in de marge, maar wisten hun bevlogenheid in een logisch betoog te vangen. Aangevuld met vrijdenkers als Anton Constandse en Laurens ten Cate die verder gingen dan zwart-wit denken, is dat nog steeds wat ik in de hedendaagse politiek mis: onafhankelijkheid, originaliteit en vrijdenken. (..) Ik ben dus sympathisant van elementen binnen GroenLinks. Relicten van vrijdenken en pacifisme zijn wellicht schaars, maar elders binnen de Nederlandse politiek helemaal afwezig. Waarbij het wrange is dat Van der Spek in 1985 afhaakte en tegen het ontstaan van een fusiepartij was. Ik denk dat de geschiedenis hem gelijk heeft gegeven. De PSP had autonoom moeten blijven. Omdat GroenLinks ook talloze anti-democraten en zwart-wit denkers omvat zal ik er niet makkelijk op stemmen. Zo’n blinde sympathisant kan ik nou ook weer niet zijn.

Sinds 2011 is er veel water onder de brug gestroomd. De onderhandelaars van GroenLinks konden in de formatie niet leven met de oplossing voor de vluchtelingenproblematiek in Noord-Afrika. Daarom haakten ze af. Waarbij het mijn vraag is welke rol de anti-democraten en zwart-wit denkers deze keer hebben gespeeld.

Het leven is kort en de kunst lang. Daarom kunnen we naar Kurt Weill achter zijn piano luisteren. De kansen zijn beperkt. In het leven, maar ook in de politiek. Dat maakt weemoedig. Voor we het beseffen is het voorbij. GroenLinks is de partij van het verlangen en het gemis. De partij van de romantiek van Slauerhoff die tegelijk hier en elders wil zijn. Niet alleen onder de Haagse kaasstolp, maar ook op zee of in de velden waar het graan ruist. De partij die ontkent dat in de politiek vuile handen en een schoon geweten samengaan. De partij die wetenschap verwart met praktische politiek. Hoe langer het inlossen van het verlangen wordt uitgesteld, hoe hoger de verwachting. En hoe abstracter het wereldbeeld. GroenLinks, de partij van heimwee en verlangen.

I feel wherever I go that tomorrow is near, tomorrow is here and always too soon
Time is so old and love so brief
Love is pure gold and time a thief
We’re late, darling, we’re late
The curtain descends, everything ends too soon, too soon
I wait, darling, I wait
Will you speak low to me, speak love to me and soon

Springtime For Trump. Psychogram van een verkiezingsstrijd

with 3 comments

Bij het overlijden van Gene Wilder werd de filmkomedie The Producers (1967) van Mel Brooks in herinnering gebracht. Het verhaal heeft actuele waarde, zoals blijkt. Het gaat om theaterproducent Max Bialystock (Zero Mostel) die met boekhouder Leo Bloom (Gene Wilder) een constructie bedenkt om de verliesgevende productie ‘Springtime for Hitler’ -die grenst aan de wansmaak en daarom niet kan slagen- op de planken te brengen. Maar de productie slaat aan ondanks de verwachtingen en de calculatie van Bialystock en Bloom en wordt een financieel succes. Alleen niet voor de producenten die een verlies nodig hadden om winst te maken.

Het verhaal van The Producers doet denken aan Donald Trump. De grandioze overdrijving, de slechte smaak, de pogingen om te mislukken die in hun tegendeel verkeren omdat het publiek het volstrekt anders opvat dan de initiatiefnemers het bedoelen. Ondanks alle moeite die Trump steeds weer doet om zijn eigen glazen in te gooien. Het sterke vermoeden bestaat dat Trump om twee redenen in de presidentsrace is gestapt. Om er financieel beter van te worden en om aan prestige te winnen die de statuur van de vastgoedmagnaat doet vergeten. Het plan van Trump was dat hij zou winnen door te verliezen. Verliest Trump straks door te winnen?

Amerikaanse media zijn vol van complottheorieën, zoals een commentaar van Brent Budowsky voor The Hill. Maar omdat het ook dient om Trumps kandidatuur in diskrediet te brengen is het toch minder eenduidig dan het op het eerste gezicht lijkt.  Evenmin is het onmogelijk dat Trump zich halverwege de race heeft bedacht. Of twijfelt of hij wil winnen of verliezen. Er zit daarom geen plan achter omdat elke uitkomst hem uitkomt.

Het onmogelijke gebeurt. Eerst wint Trump tamelijk gemakkelijk de nominatie van de Republikeinse partij door in te zetten op wansmaak, persoonlijke emotie, overdrijving en interne tegenstrijdigheid en al zijn opponenten te vermorzelen. En nu maakt hij een redelijke kans om president te worden. Zijn tegenstander Hillary Clinton is bijna even impopulair als Trump en kan in de peilingen geen afstand van hem nemen.

Clinton heeft een ijzer in het vuur door een goede voorbereiding van de ground game in de afzonderlijke staten. Zij heeft lokale kantoren geopend die de kiezers naar de stembus moeten brengen, terwijl Trump dat aspect verwaarloost. Hij hoopt op de blanke kiezer en op onthullingen over de Clinton Foundation en haar privé email server waar de FBI en het ministerie van Buitenlandse Zaken onderzoek naar instelden. Het is in alle opzichten een asynchrone strijd. Terwijl Trump wansmaak, wispelturigheid en overdrijving tot zijn handelsmerk heeft gemaakt en er niet door wordt beschadigd is dat bij Clinton anders. Zij zet in op ernst en het uitstralen van ervaring en deskundigheid. Beide kandidaten kunnen ondanks zichzelf (mis)lukken.

General Adolph Takes Over: Humor uit 1942

leave a comment »

Humor en Britten is vanouds een gelukkig huwelijk. Hoewel uiteraard een Brits huwelijk. Humor is het onbekende weglachen met het bekende. De nazi’s maakten handig gebruik van de nieuwe media van de jaren ’30: film en radio. De documentaire Triumph des Willens (1935) van Leni Riefenstahl over de Rijkspartijdag in Neurenberg, 1934 is propaganda. Maar ook een meesterwerk. Engelsen zetten daar in een beslissend jaar van de Tweede Wereldoorlog in 1942 ‘Hoch der Lambeth Valk‘ tegenover met ‘General Adolph‘ in de hoofdrol.

Once you get down Lambeth way,
Ev’ry evening, ev’ry day,
You’ll find yourself doin’ the Lambeth walk.

Anytime you’re Lambeth way
Any evening, any day,
You’ll find us all doin’ the Lambeth walk.

Ev’ry little Lambeth gal
With her little Lambeth pal,
You’ll find ‘em all doin’ the Lambeth walk.

Ev’rything’s free and easy,
Do as you darn well pleasey,
Why don’t you make your way there,
Go there, stay there,

Once you get down Lambeth way,
Ev’ry evening, ev’ry day,
You’ll find yourself
Doin’ the Lambeth-
Doin’ the Lambeth-
Doin’ the Lambeth walk!

Een parodie gebaseerd op ‘The Lambeth Walk‘. Een song uit de Britse musical Me and My Girl (1934). Deze film was niet bedoeld om Herr Schicklgruber en zijn stormtroepers belachelijk te maken, maar om de zwaar op de proef gestelde Londenaren te verenigen. Met humor en populaire muziek. Wees nou eerlijk, zo’n filmpje is toch weer eens wat anders dan een van de duizenden parodieën op Der Untergang met een woedende Bruno Ganz als Herr Hitler die zich in z’n bunker over van alles en nog wat steeds weer kolossaal opwindt.

9760425_orig

Bedenk dat de ergste verschrikkingen van de nazi’s bij het westerse publiek midden in de oorlog nog niet bekend waren. Daarom kan de Amerikaanse muzikale komiek Spike Jones in datzelfde 1942 ook grappen en grollen over Hitler maken. Humor is in meerdere opzichten een kwestie van timing. Ook de ontvangst ervan.

Foto: Stuffed Puppet en Neville Tranter, Schicklgruber alias Adolf Hitler. Norwich, 2013.

September Song

with 2 comments

Voor de verandering maakt George Knight Kort een overstap naar hier. Over de melancholie van de herfst. Een compositie van Kurt Weill met tekst van Maxwell Anderson voor de Broadway Musical Knickerbocker Holiday. Met Walter Huston als Peter Stuyvesant. Nederlanders welbekend. De song komt ook voor in September Affair van William Dieterle met Joan Fontaine en Joseph Cotten. Play it again, Kurt. Cotton hangt weer melancholisch aan Citizen Kane van Orson Welles. Terugkijken op de zomer. Terugkijken op wat geweest is. Terugkijken naar waar geen terug meer is. Duits talent ontmoet de Amerikaanse markt. Walter Huston zingtzegt de standard die speciaal voor ‘m geschreven werd. Wat een eer. Wat een muziek. Wat een weemoed. Verdwenen.

When I was a young man courting the girl
I played me a waiting game
If a maid refused me with tossing curls
I’d let the old Earth make a couple of whirls
While I plied her with tears in lieu of pearls
And as time came around she came my way
As time came around, she came

Oh, it’s a long long while from May to December
But the days grow short when you reach September
When the autumn weather turns the leaves to flame
And you ain’t got time for waiting game

When days dwindle down to a precious few
September November,
And these few golden days I’d share with you
Those golden days I share with you

When you meet with the young girls early in the Spring
You court them in song and rhyme
They answer with words and a clover ring
But if you could examine the goods they bring
They have little to offer but the songs they sing
And the plentiful waste of time of day
A plentiful waste of time

Oh, it’s a long, long while from May to December
But the days grow short when you reach September
When the autumn weather turns the leaves to flame
One hasn’t got time for the waiting game

Oh, the days dwindle down to a precious few
September, November
And these few precious days I’ll spend with you
These precious days I’ll spend with you

knickerbockerfeat460

Foto: Knickerbocker Holiday, ‘Washington Irving (Ray Middleton, at right) tries to persuade Stuyvesant (Walter Huston) to spare his political enemies in the final scene. Brom Broek (Richard Kollmar) is on the gallows.