George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Multiculturalisme

Bestuurders van Hogescholen pleiten vanwege diversiteit voor lagere lat taalonderwijs. Ze gooien Nederlandse taal te grabbel

with 2 comments

De maatschappelijke discussie moet niet alleen maar gaan of wij goed kunnen spellen met d’s en t’s en dergelijke, maar dat het ook gaat over de rijkheid van de taal, over de manier hoe je de taal gebruikt om te communiceren. Daarmee zet je ook een breder palet neer voor diegene die die taalachterstand hebben. Het moet niet alleen over de techniek van de taal gaan, maar ook om het gebruik. Zo ga je van taalachterstand naar taalenthousiasme.’ Aldus een citaat van Nienke Meijer in een verslag op ScienceGuide over een bijeenkomst (‘meet-up) van de NVAO (de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) en de Verenigde Hogescholen. Nienke Meijer is geen taalkundige of sociolinguïst, maar volgens opgave van haar werkgever Fontys Hogescholen ‘studeerde ze organisatie en sociale psychologie en marketing’.

In hetzelfde artikel op ScienGuide wordt ook Marja Poulussen van de Hogeschool Rotterdam geciteerd: ‘Ik denk dat het heel belangrijk is dat wij niet precies op die grammatica gaan zitten, maar op de betekenis van taal. Op de po-scholen in Rotterdam-Zuid waar ik weleens kom is er geen enkele docent die grammaticaal perfect Nederlands spreekt. Hoe belangrijk is die ‘d’ en ‘t’ of het juiste gebruik van een lidwoord ‘de’ of ‘het’ nu eigenlijk? In een bi-culturele samenleving moet er gewoon wat water bij de wijn.’ Poulussen is geen taalkundige of sociolinguïst, maar volgens haar LinkedIn-profiel opgeleid als onder meer psychiatrisch verpleegkundige en culturele antropologe.

Op dat idee van Meijer en Poulussen om in het taalonderwijs water bij de wijn te doen kwam kritiek van onder gastcolumnist Izz ad-Din Ruhulessin in de Volkskrant. Hij schrijft onder meer: ‘Aandachtig lees ik het artikel op ScienceGuide. Hoe verder ik in het artikel vorder, hoe meer een gevoel van walging mij bekruipt. Ik wil nog een glas whisky inschenken, maar de fles is leeg. Het doet een beetje denken aan dat memorabele moment waar Job Cohen tijdens een televisiedebat zei dat allochtonen succesvol zijn omdat ze zijn geholpen.’

Ruhulessin heeft gelijk, Meijer en Poulussen spannen het paard achter de wagen. Als het taalonderwijs niet toereikend is, dan moet dat verbeterd worden door de inspanning van de Verenigde Hogescholen. Dat kan door een betere organisatie van middelen en een hogere prioriteit voor onderwijs in de Nederlandse taal. Het is een teken van zwakte en een brevet van onvermogen die de Verenigde Hogescholen zichzelf geven door de lat te verlagen. Ruhulessin: ‘Het docentencorps moet diverser worden en om dat te bereiken moeten we de lat verlagen zodat die diversiteit ook de kans krijgt om toe te treden. Wat? Dan kun je toch net zo goed alle vormen van toetsing afschaffen zodat iedereen overal een gelijke kans heeft om ergens binnen te komen.

Bestuurders als Meijer en Poulussen tornen vanuit problemen die ze in hun opleidingen niet op kunnen lossen aan de Nederlandse taal en het taalonderwijs. Het is alarmerend als Poulissen zegt dat op ‘po-scholen in Rotterdam-Zuid (..) geen enkele docent is die grammaticaal perfect Nederlands spreekt’. Dat vraagt om actie van de Verenigde Hogescholen om te zorgen dat de opleidingen die ze aanbieden beter van kwaliteit worden. Docenten met taalachterstand, hoe kunnen ze aangesteld worden in zo’n pedagogische voorbeeldfunctie? Ze geven het verkeerde voorbeeld. Evenals niet-taalkundigen als Meijer en Poulussen die onvoldoende beseffen welke schade ze de Nederlandse taal en het taalonderwijs aandoen met hun gratuite schoten voor de boeg.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelVan taalachterstand naar taalenthousiasme’ van Frans van Heest op ScienceGuide, 29 maart 2017.

Advertenties

Onregelmatigheden bij inrichting stemlokalen zodat neutraliteit niet gewaarborgd is. Religieuze gebouwen zijn ongeschikt

with 3 comments

Onregelmatigheden over de inrichting van een stemlokaal in een Turkse moskee in Amsterdam-Oost roepen de vraag op hoe neutraal stemlokalen en stembureaus volgens de wet geacht worden te moeten zijn. Mogen er Turkse nationalistische posters en vlaggen hangen in het stemlokaal of binnen het stembureau op weg naar het stemlokaal? Elise Steilberg twitterde erover, De Telegraaf meldde het in een bericht en de gemeente Amsterdam verwijderde een vlag van de Turkse religieuze organisatie Diyanet in genoemd stemlokaal.

Het is overigens merkwaardig dat betreffende moskee op het stembiljet een ‘multicultureel centrum’ wordt genoemd. Een nationalistische, Turkse moskee is per definitie niet multicultureel, maar monocultureel. Zoals dat overigens ook voor gebouwen van andere religieuze organisaties geldt. Een bericht in Het Parool roept de vraag op hoe alert, neutraal en gekwalificeerd de voorzitter van genoemd stembureau is. Rob Thijssen: ‘Het is een multicultureel centrum, er hangen hier vooral Turkse symbolen. Het is niet politiek, maar religieus.’ Hij ziet geen relatie tussen politiek en religie, en waardeert nationalistische, Turkse symbolen als neutraal. Hij heeft het echter mis omdat het kiezers kan beïnvloeden. Bijvoorbeeld seculiere Turkse-Nederlanders die zich geïntimideerd voelen door de inrichting van het stemlokaal met nationalistisch-religieuze symbolen. Dit wijst op gebrek aan invoelingsvermogen en een foute taakopvatting (§ 10) van een voorzitter van een stembureau.

Dit incident staat niet op zichzelf, in Nijmegen was volgens een bericht in De Gelderlander in een in een Turks Cultureel Centrum gevestigd stemlokaal ‘een grote poster van een Turkse nationalistische leider’ te zien. Het gaat om Alparslan Türkeş die in 1997 overleed. Dat wekte volgens de krant ergernis bij Nijmegenaren die kwamen stemmen. Zoals deze kritiek: ‘Een stemruimte moet neutraal zijn. Dit had ik niet verwacht.’

De kieswet zegt in Artikel J 19 over het stemlokaal: ‘Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de inrichting van het stemlokaal’. Het is de burgemeester die zorg draagt voor de inrichting van het stemlokaal en heeft te zorgen voor handhaving. Maar deze overdracht van verantwoordelijkheid naar een lager bestuurlijk niveau draagt het risico in zich dat er verschillen tussen gemeenten ontstaan. In gemeenten die het minder nauw met de neutraliteit van het stembureau nemen kunnen afwijkingen ontstaan zodat kiezers met een niet-neutraal stemlokaal geconfronteerd worden.

Het is de hoogste tijd dat de politiek zich bewust wordt van dit probleem en herstelwerk verricht. Want de voorbeelden in Amsterdam en Nijmegen laten zien dat er gemeenten zijn die niet optreden volgens de neutraliteit die de Kieswet vraagt. Het lijkt er sterk op dat hier achterstallig onderhoud verricht moet worden en er strikte richtlijnen moeten worden opgesteld die gemeenten opdragen om a) een stembureau in te richten in een neutrale omgeving dus niet een kerk, moskee of een ‘Turks cultureel centrum’ met niet-Nederlandse vlaggen en allerlei religieuze symbolen en om b) wettelijke regels landelijk uit te werken die de volstrekt neutrale inrichting van het stemlokaal verplicht stelt. Het is verbazingwekkend dat dit nog niet is gebeurd en er in 2017 nog dit soort incidenten zijn. Beschamend voor de Nederlandse overheid. Stemmen moet in neutrale ruimtes zoals gemeentehuizen, buurtcentra en scholen. Niet in religieuze gebouwen.

Foto 1: Tweet van Elise Steinberg: ‘Stemmen in een Turkse moskee onder Turkse vlaggen, met de Turkse radio op de achtergrond en Diyanet folders op de tafels verspreid’, 15 maart 2017.

Foto 2: ‘NIJMEGEN: Stembureau 33 Turks Cultureel Centrum Citroenvlinderstraat © Paul Rapp’ 15 maart 2017. 

Gabriël van den Brink hekelt secularisatie en prijst protestantisme. In NRC dat staat voor Verlichting en liberalisme. Logisch?

leave a comment »

br

NRC gaf op 1 februari Gabriël van den Brink een volle pagina in de papieren krant voor zijn opinie-artikelExperts, toon eens wat meer zelfkritiek’. Het gaat over de relatie tussen wetenschap en maatschappij, en de waarheidsvinding in de wetenschap die door externe en interne bedreigingen onder druk staat. Bovenstaande alinea’s wijzen op een externe bedreiging en komen uit een iets anders vormgegeven digitale versie van 27 januari. Van den Brink wordt in de papieren versie ‘hoogleraar wijsbegeerte bij Centrum Ethos aan de Vrije Universiteit in Amsterdam‘ genoemd, maar zijn naam is niet terug te vinden in de lijst medewerkers. Volgens een toelichting van Centrum Ethos ‘onderzoekt [Gabriël van den Brink] de kloof tussen burger en politiek. Dat doet hij op basis van empirische maar ook filosofische methodes’. Waaruit bestaan die filosofische methodes?

De tweede alinea is merkwaardig omdat het meer overhoop haalt dan verklaart. De essentie ervan blijft onuitgesproken. Deels door ruimtegebrek, maar de vraag is of er ook een reden is dat Van den Brink dit liever ongenoemd laat. Met ‘de mentaliteit van het protestantisme in Noordwest-Europa’ refereert hij aan de rationaliteit van het Calvinisme zoals de baanbrekende socioloog Max Weber dat ruim een eeuw geleden benoemde. Van den Brink maakt reuzenstappen als hij twee zinnen later concludeert dat ‘het cultiveren van waarden als verantwoordelijkheid en redelijkheid sinds de secularisatie niet langer voor zich spreekt’. Dat is een verstrekkende conclusie die de secularisatie een dolk in de rug steekt. Zoals gezegd doet Van den Brink aan ‘hit and run’ en loopt zonder uitleg snel verder. Er komt nog een aap uit de mouw met de observatie dat ‘het ontstaan van een multiculturele samenleving een deugd als eerlijkheid nog meer onder druk zette’.

Van den Brinks artikel gaat over de waarheid en integriteit in de wetenschap, maar als in een Droste-effect toont hij in zijn bewijsvoering het omgekeerde aan van wat hij betoogt. Want hoe integer en waardevrij is hij in zijn betoog, en welke gedachtengoed sleept hij impliciet met zich mee? Waar is de conclusie op gebaseerd dat waarden als verantwoordelijkheid en redelijkheid sinds de secularisatie niet langer voor zichzelf spreken? Dit is een normatieve uitspraak die Van den Brink niet onderbouwt. Hij stelt de secularisatie – die het proces van ontkerkelijking en verwereldlijking omvat- via de toetssteen waarheidsvinding onder verdenking en maakt die ondergeschikt aan de mentaliteit van het calvinisme. Hij trekt dit door naar het multiculturalisme dat hij negatief beoordeelt vanwege de teloorgang van het protestantisme en de opgang van de secularisatie.

Gabriël van den Brink bezondigt zich in dit artikel aan gemakzuchtige journalistiek die haaks staat op de wetenschappelijkheid waar hij voor pleit. Wat hij zegt hoeft niet onwaar te zijn, maar hij lijkt vooral het verkeerde medium van het krantenartikel gekozen te hebben. Hij bedoelt het waarschijnlijk genuanceerder dan uit de aannames blijkt die erg kort door de bocht zijn en raadselachtig klinken. Die keuze valt Van den Brink echter wel te verwijten evenals de Redactie Opinie van NRC die het artikel geschikt achtte voor plaatsing. Het is ruimdenkend van een krant die Lux et Libertas als motto heeft dat het een artikel plaatst dat tegen de mentaliteit van de Verlichting -waar de secularisering een onlosmakelijk aspect van is- en het liberalisme ingaat. Van den Brink verklaart dat lachend in z’n vuistje waarschijnlijk omdat de NRC door de secularisatie aan verantwoordelijkheid en redelijkheid heeft verloren. Zo is het betoog rond van een wetenschappelijk onderzoeker die in de heimelijkheid het protestantisme vooropzet. Zonder dat we dit echt mogen weten.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelExperts, toon eens wat meer zelfkritiek’ van Gabriël van den Brink in NRC, 27 januari 2017. (Geplaatste in papieren versie van NRC op 1 februari 2017).

Kunst en televisie. Over ‘de normale Nederlander’, het thuisgevoel en de laffe cultuurpolitiek van alle politieke partijen

with 6 comments

65737-620-465

Kunst en televisie, het is een moeizame relatie. In een interview met Het Parool zegt Simone van den Ende het volgende over kunst op televisie: ‘En als het je niet interesseert, ga dan naar een ander net. Dat doe ik bijvoorbeeld met voetbal. Daar ben ik totaal niet in geïnteresseerd en ik heb het mijn hele leven goed kunnen vermijden. Waar ik kwaad om word, is dat kunst niet zou mogen van publiek geld en voetbal wel. Weegt het plezier van miljoenen zwaarder dan het plezier van een paar honderdduizend op televisie? Maar nogmaals: ik zeg dit als voorvechter van kunst op televisie, niet om alleen te zeuren.’ Simone van den Ende is op 1 oktober 2016 na negen jaar gestopt als hoofd kunst, cultuur en drama bij Avro en AvroTros.

De Mediacourant verwijst in een bericht naar dit interview. Een reactie van ‘aammehoela’ maakt inzichtelijk hoe de waardering voor kunst op televisie kan zijn. De reactie is te illustratief om niet te citeren: ‘Kunst, met name moderne kunst, is soms echt afgrijselijk. Je hebt af en toe het idee dat de kunstenaar iets in elkaar flanst om daarna een verhaal te verzinnen van hetgeen het moet voorstellen. Wat dat betreft geniet ik meer van een landschapschilderij dan van zo’n doek met alles door elkaar heen geflanst. Dan denkt iedere normale Nederlander: gauw bij de vuilnis gooien.’ Waar hebben we de verwijzing naar de ‘normale Nederlander’ meer gehoord? In rechts-populistische wordt volop tegen ‘moderne kunst’ geageerd. Waarmee hedendaagse kunst wordt bedoeld. Zo meent Thierry Baudet in een artikel (2013) voor NRC dat ‘modernisme in de architectuur en de publieke ‘kunstwerken’ het gevoel van vervreemding versterkt’. Baudet ziet de trits ‘multiculturalisme, modernisme in de kunsten en het Europese project’ als symptomen van een ziekelijke afkeer van het thuis.

Met die tegenwind vanuit populistische hoek die culturele hegemonie claimt heeft hedendaagse kunst te maken. Dat geluid werd zonder veel protest in de nasleep van de cultuurbezuinigingen van Halbe Zijlstra in 2011 overgenomen door de Nederlandse landelijke politiek. Geen enkele partij durfde zich principieel te verzetten tegen de vermeende volkswil van de kunsthaters die ‘moderne kunst’ strijdig achtten met het thuisgevoel van de normale Nederlander. Kunst op televisie werd met diezelfde rechts-populistische golf van eigenheid, nationalisme en thuisgevoel van ‘de normale Nederlander’ weggespoeld. Wat resteerde waren programma’s als ‘Tussen Kunst en Kitsch’ of een soort agenda-achtige kunstprogramma’s die voornamelijk signaleerden. Het pleit voor Simone van den Ende dat ze ondanks die sterke tegenwind de realityseries over de Nationale Opera, het Concertgebouworkest en het Nationale Ballet heeft weten te produceren.

Moeten we ons druk maken over kunst op de Nederlandse televisie? In een snel veranderend media-landschap dat internationaliseert, minder lineair wordt en steeds gefragmenteerder is en vooral nog kleine deelpublieken bedient? Wat heeft het voor zin om zo’n achterhoedegevecht te voeren? Het heeft geen zin. Toch kan het geen kwaad om het onderliggende populisme dat rept van ‘de normale Nederlander’ en thuisgevoel -en zo de culturele hegemonie op televisie en in samenleving claimt- van repliek te dienen. Te laten weten dat er ook nog een andere gedachtenwereld bestaat die er faliekant anders over denkt. Over kunst op televisie gaat het dan allang niet meer, maar over de functie van kunst in onze samenleving. Mijn reactie op ‘aammehoela’:

Hedendaagse Nederlandse kunst kan voor sommigen afgrijselijk zijn, terwijl voor anderen het hedendaagse Nederlandse voetbal dat is. Herinneren we ons de kwalificatiereeks van het Nederlands elftal voor het EK-2016 in Frankrijk nog? Afgrijselijk voetbal met een afgrijselijk resultaat. Maar het wordt op televisie toch overvloedig getoond in urenlange wedstrijden en voor- en nabeschouwingen. Als zelfkwelling?

De hedendaagse Nederlandse kunst heeft internationaal meer aanzien en kwaliteit dan het hedendaagse Nederlandse voetbal. Lees er de lovende buitenlandse commentaren over Nederlands toneel, design, dance, ballet, geïmproviseerde muziek of beeldende kunst maar op na.

Zo redenerend zou je kunnen stellen dat het gerechtvaardigd is om om die kunst op televisie te laten zien en het voetbal niet. Gesteld dat programma’s daar een goede vorm voor weten te vinden en het de formule van Jasper Krabbé overstijgt. Maar in grote lijnen gebeurt het omgekeerde. De kwaliteit van Nederlandse kunst wordt mondjesmaat getoond en het gebrek aan kwaliteit van Nederlands voetbal wordt overvloedig getoond. Is dat niet krom?

Foto: ‘Siem Vroom en Christine Ewert in een scene uit het topstuk ‘ De Drie Zusters’ van Anton Tsjechov, dat de NCRV op 30.09.1979 op het scherm brengt.’

Joachim Baur: Migratiemusea moeten afstand nemen van nationalisme en politiek. Om het echte verhaal te vertellen

with one comment

ducelle_07

Tiffany Jenkins komt in een artikel voor Foreign Policy met een scherpe invalshoek voor de beeldvorming van migratie. Ze verwijst naar het boek ‘Die Musealisierung der Migration’ (2009) van de aan de Universiteit van Tübingen verbonden Duitse museumwetenschapper Joachim Baur. Het gaat erover hoe in speciaal opgerichte musea de migratiegeschiedenis wordt gepresenteerd. De kritiek is dat ze hierbij te simplistisch te werk gaan en nieuwe vehikels zijn om nationale identiteit te promoten. De musea zouden zich overgeven aan idealisering en simplificering door een beeld van multiculturalisme en tolerantie te schetsen. Hierbij verliezen ze hun kritische distantie en sluiten aan bij een beeld vol optimisme, waarvan overheden willen dat musea die tonen.

Hoe migratiegeschiedenis in gevestigde media wordt gepresenteerd maakt een media recensie van Wilfried Takken in NRC inzichtelijk. Hij behandelt het NPO-programma Verborgen Verleden waarin ‘prominente Nederlanders op zoek gaan naar hun verleden’. Hij neemt de volgende conclusie voor eigen rekening: ‘De les: we zijn allemaal vluchtelingen, die ooit naar Nederland kwamen gedreven, uit honger of angst. Verborgen verleden ondergraaft de nationalistische mythe van de bloedzuivere Nederlander.’ Dit is een versimpeling die voorbijgaat aan de echte geschiedenis en bestaande machtsstructuren en Baur de musea verwijt. Musea, Verborgen Verleden en Wilfried Takken doen burgers hiermee geen dienst, maar werken eraan mee een roze laag van goedwillendheid over de werkelijkheid te leggen die het echte verleden aan het oog onttrekt.

De kritiek is dat genoemde migratiemusea niet aan verklaren, maar aan verhullen doen. Jenkins schetst welke musea begonnen met het tonen van de migratiegeschiedenis: het Migration Museum in het Australische Adelaide dat opende in 1986 en het Ellis Island National Museum of Immigration in de VS in 1990. Ook Nederland kent erfgoedinstellingen die zich bezighouden met migratiegeschiedenis. De focus ligt hierbij op nieuwkomers en landverladers. Jenkins: ‘Op hun verschillende manieren hebben zij traditioneel een verhaal verteld  over natiestaten en niet over de migrant als individuele persoon.’ De kritiek is dat migratiemusea die sinds 1986 zijn ontstaan geen afstand nemen van het 19de eeuwse nationalisme. De migrant wordt er direct mee verbonden. De wijze waarop migratiemusea de migrant benaderen sluit aan bij het ontstaan van musea in de laat 18de en vroege 19de eeuw. Exact het tijdperk van het nationalisme en de natiestaten.

Dat betekent dat deze migratiemusea in dienst staan van natievorming. Ze hebben een politieke missie die Jenkins citeert: ‘bijdragen aan de erkenning van de integratie van immigranten in de Franse samenleving en de opvattingen en houdingen over immigratie in Frankrijk bevorderen’ (het Cité Nationale de l’Histoire de l’Immigration, Parijs) of ‘bevorderen sociale cohesie’ (Migration Museum, Adelaide). Nationale migratiemusea verspreiden de boodschap dat migratie voor iedereen een goede zaak is. Maar dat is het niet, de ene migrant is de andere niet. Zoals alle Nederlandse Nederlanders evenmin dezelfde startpositie hebben. Dat leidt tot de versimpeling van Wilfried Takken en Verborgen Verleden dat ‘wij allen migranten zijn’. Het is een verklaring die niets verklaart, behalve een oppervlakkig en van bovenaf opgelegd  idee van cohesie, saamhorigheid en gemeenschapsgevoel. Precies zo wordt het mechanisme van natie- een machtsvorming door de politieke en economische elite bewust verhuld. Het is de taak van migratiemusea om achter die ‘waarheid’ te kijken en het complete verhaal over migratie te vertellen. Niet alleen de populistische en politiek gewenste versie ervan.

Foto: ‘Meneer en mevrouw Batten met koffers voor het Haagse station Hollands Spoor. Ze woonden aan het Prins Mauritsplein in Den Haag. Meneer Batten was oud KNIL-kapitein. / SpoorwegenSpoorwegen / SpoorwegenSpoorwegen / Straatbeelden’. Collectie: Historisch Beeldarchief Migranten.

Aangepaste wet beschermt namen ‘universiteit’ en ‘hogeschool’. En kan discriminatoire gedragingen en uitlatingen aanpakken

leave a comment »

Er is wetgeving in de maak die namen ‘universiteit’ en ‘hogeschool’ of vertalingen daarvan beschermt. Dat is voortaan voorbehouden aan bepaalde instellingen van hoger onderwijs. Een nieuwsbericht van februari 2016 zegt: ‘Minister Bussemaker wil met het voorstel een einde maken aan de praktijk dat instellingen zich ten onrechte universiteit, university (of applied science) of hogeschool noemen en studenten daardoor misleiden. Met het wetsvoorstel wordt onterecht gebruik van de namen verboden.’  Zo’n 40 opleidingsinstituten in Nederland inclusief de ‘Islamitische Universiteit Rotterdam’ moeten op zoek naar een nieuwe naam.

Artikel 1.3, vijfde lid gaat in op discriminatie: ‘De instellingen voor hoger onderwijs schenken mede aandacht aan de persoonlijke ontplooiing van hun studenten en de bevordering van hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. De bevordering van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef houdt ten minste in dat de instellingen, met inbegrip van degenen die hen formeel of informeel vertegenwoordigen, zich onthouden van discriminatoire gedragingen en uitlatingen. De instellingen richten zich in het kader van hun werkzaamheden op het gebied van het onderwijs wat betreft Nederlandstalige studenten mede op de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands.

Hoe in Nederland gevestigde opleidingsinstituten die met buitenlands geld worden gefinancierd kunnen worden aangepakt is onduidelijk. Ook is het ongewis wanneer artikel 1.3, vijfde lid wordt overtreden. In een toelichting zegt het voorstel: ‘Er is ook sprake van een onmiskenbare verzaking van voornoemde plicht indien bijvoorbeeld intolerantie jegens bepaalde bevolkingsgroepen wordt uitgedragen op de website van de instelling. Er is nadrukkelijk geen sprake van strijd met artikel 1.3, vijfde lid, wanneer het gaat om wetenschappelijk of toegepast onderzoek. In het kader van de academische vrijheid moeten instellingen immers onderzoek kunnen doen. Onderzoek kan ook bijdragen aan het maatschappelijk debat. Dat is niet het geval wanneer wordt opgeroepen tot discriminatie. In dat geval wordt de grens overschreden van wat toelaatbaar is voor een instelling die deel uitmaakt van ons hoger onderwijs.’ Gezien de academische vrijheid zal de overheid terughoudend zijn met ingrijpen. In situaties van herhaalde discriminerende uitlatingen zoals door de rector van de Islamitische Universiteit Rotterdam biedt de wet voortaan een handvat om op te treden.

Islam hoort thuis in Europa. Binnen de modellen van rechtsstaat en secularisme. Een antwoord aan Piet de Bruyn

leave a comment »

pdb

Arabist-islamoloog Piet de Bruyn meent in een opinie-artikel voor Doorbraak.be dat de islam niet thuishoort in Europa. Hij meent dat het hoog tijd wordt om de islam openlijk te kritiseren. Dat advies gaat voorbij aan het publieke debat waarin de islam al sinds 2001 onder vuur ligt. Maar hij denkt waarschijnlijk dat de kritiek niet fundamenteel genoeg is en voorbijgaat aan wat hij als de kern van de islam ziet. De Bruyn ziet de import van de in zijn ogen verstarde islam als een gevaar voor Europa waarvan het helemaal niets te leren heeft.

Ook als De Bruyn in zijn analyse gelijk heeft valt niet in te zien dat hij de goede methode volgt om de islam in Europa in lijn te brengen met de Europese normen en waarden en moslims te helpen in hun  emancipatie. Vooral moslimvrouwen die drie vijanden tegenover zich hebben worden onrechtmatig ingeperkt door: 1) de moslimmannen die zich met een beroep op de islam superieur gedragen tegenover moslimvrouwen; 2) de leer van de islam die dit gedrag van de moslimmannen legitimeert en 3) de nationale omgeving die moslimvrouwen reduceert tot hun religieuze identiteit en hun de ruimte op meerduidigheid ontneemt. De islam moet niet bestreden, maar gerelativeerd worden. Dat kan door het benadrukken van rechtsstaat en secularisme waarin de islam kan functioneren. Winst is dat moslimvrouwen ruimte krijgen zonder dat hun religie frontaal wordt aangevallen en hun religieuze identiteit ter discussie wordt gesteld. Mijn commentaar:

Het is simpel. Als de islam de nationale rechtsstaat van het Europese land waarin het opereert niet erkent, dan moet de islam buiten de orde worden geplaatst. Als de islam zich ondergeschikt maakt aan de nationale rechtsstaat en het secularisme als model voor levensovertuigingen en religies accepteert, dan heeft de islam bestaansrecht. Complicatie is wel dat ‘de islam’ in Europa vele verschijningsvormen kent. Om het zichtbaar en aanspreekbaar te maken in het publieke debat past enige abstractie en simplificatie.

Probleem is dat de islam niet de enige religie met politieke pretenties is. Dat maakt het verschil tussen de islam en andere religies niet principieel, maar gradueel. Het katholicisme in Zuid-Europese landen met een grote katholieke meerderheid opereert als een verkapte staatsgodsdienst. En het protestantisme heeft in Noord-Europese landen een bijna identieke claim op dominantie. Dat ondermijnt de aanpak van de islam die over zichzelf zegt zuiver religieus te zijn, maar van wie critici menen dat het in de kern een politiek-filosofische stroming of ideologie is die religie gebruikt voor politieke doeleinden.

In het algemeen vormt door de vermenging met politiek en economie religie een probleem. De geschiedenis leert dat religies alleen kunnen overleven door machtsvorming. Dat gebeurt enerzijds door het uitschakelen van religieuze concurrenten en anderzijds door coalities te sluiten met de wereldlijke macht. Of in sommige gevallen de wereldse macht ondergeschikt te maken aan de religieuze macht, zoals in Iran of Saoedi-Arabië.

De beste manier van emacipatie van de Europese islam is niet het wijzen op het vermeende feilen ervan, maar het promoten van rechtsstaat en secularisme als model waarbinnen de islam kan opereren. Gelijkwaardig aan andere religies en levensovertuigingen. Voorwaarde is dat de bestaande relatie tussen religieuze en wereldse macht doorgesneden moet worden om de islam geloofwaardig in dat model in te passen.

Religies die menen recht te hebben op een voorkeursbehandeling en daartoe coalities sluiten met politieke partijen moeten beseffen dat ze een achterhoedegevecht voeren. Zij zijn het die een rechtsstatelijke oplossing voor alle religies en levensovertuigingen in de weg staan. Zodat zij de nationale islam een excuus geven om weg te komen met het voldoen aan juridische en staatkundige verplichtingen. De islam in Europa kan alleen volgen als bestaande religies het goede voorbeeld geven en hun voorkeurspositie opgeven. Onder de garantie van gelijkwaardigheid dienen nationale overheden er strikt en neutraal op toe te zien dat alle religies en levensovertuigingen in dat model gepast worden. Wie dat niet wenst wordt achteraf buiten de orde geplaatst.

Foto: Schermafbeelding van deel van artikelDe islam hoort niet thuis in Europa’ van Piet de Bruyn, 26 augustus 2016.