George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Modernisme

EU heeft kunst en cultuur hard nodig, maar doet er te weinig mee

with 2 comments

Steven ten Thije van ‘museumconfederatie L’Internationale’ geeft in een video uit mei 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar heeft geen antwoord hoe dat concreet moet. Hij wijst erop dat er binnen de EU geen politiek of economisch tekort is, maar vooral wat hij omschrijft als een empathisch tekort. Burgers leven niet meer met elkaar mee of verplaatsen zich onvoldoende in de ander. Ze zetten zich apart zodat via die burger de EU fragmenteert. De uitdaging voor kunst en cultuur is om eraan mee te helpen een debat op gang te helpen brengen om die ontwikkeling terug te dringen.

In een interview in Trouw pakt de directeur van Museum de Fundatie Ralph Keuning dit onderwerp op in een vraag over internationaal engagement van kunst: ‘Waar ik stiekem een beetje op hoop, is dat kunstenaars iets zullen doen met het verbleekte Europese ideaal. Eigenlijk zouden de Europese en de nationale overheden werk moeten maken van het esthetiseren van hun boodschap. Waarom kan Nike dat wel en de Europese Commissie niet? Laat ze iemand als Anselm Kiefer zo’n opdracht geven – geen schilder die meer weet van de Midden-Europese perikelen dan hij. Of anders Neo Rauch, geboren in de DDR, een schilder die toch al grote historiestukken maakt (..)’. Het is de hoogste tijd dat kunst uit kan pakken met een mooi verpakte boodschap.

bs-04-11-DW-Kultur-Potsdam

Het is opvallend dat de EU op dit moment de kunst nauwelijks inzet als verbindend middel. Terwijl het zich in het recente verleden op de borst klopte op te komen voor ‘zachte waarden’ zoals vrijheden, mensenrechten, kunst en cultuur. Kunst blijft weggestopt in de natiestaat of wordt vanuit landelijk perspectief ingezet voor landenpromotie en in het vakje grensoverschrijdend gestopt. Dat dient de EU als geheel niet. De Europese Commissie zou hier meer werk van kunnen maken. Het zet kunst onvoldoende in bij de marketing van de EU. Of in het helpen overbruggen van de verschillen waar Ten Thije op wijst. De geschiedenis en identiteit van Europa zijn nauw verbonden met kunst, maar de instellingen van de EU zetten kunst alleen plichtmatig in in het gebruikelijke domein kunst. Terwijl kunst een overstijgende functie heeft die nu ongebruikt wordt gelaten.

Ten Thije en Keuning wijzen op een tekort van de EU en de nationale overheden die een te beperkte visie hebben op de rol van kunst. Uiteraard moet kunst geen vehikel worden om de EU te promoten, want kunst kan uit hoofde van wat het in de kern is alleen zichzelf dienen en geen andere meester boven zich dulden. Maar kunst kan op vele manieren eraan meehelpen om het huidige ‘geestkrachtige’ tekort binnen de EU te helpen bestrijden. De EU als waardengemeenschap heeft kernwaarden die het waard zijn om verdedigd te worden. De EU kan door de inzet van kunst kleur op de wangen krijgen die het nu mist. Dat dient niet alleen ter bevestiging van de eigen richting, maar ook als visitekaartje voor de eigen bevolking en andere landen.

Onpartijdig is zo’n inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie. De EU moet zich weerbaar maken tegen dit soort krachten en niet bevreesd zijn om de strijd ermee frontaal en zelfbewust aan te gaan. Dat kan door de inzet van kunst en cultuur en onder de voorwaarde alle burgers te bereiken. Zo’n inzet die het zelfvertrouwen in de EU thematiseert kan de empathie tussen de burgers binnen de EU helpen vergroten, zodat de EU voor velen vanzelfsprekender wordt en het ongenoegen lastiger geëxploiteerd kan worden door onruststokers die de EU om zeep willen helpen.

Foto: Kanselier Angela Merkel houdt een openingspraatje voor een schilderij van Anselm Kiefer uit de reeks ‘Europa’ in Potsdam, Berlijn, 2011.

Roel van Duijn over het Oekraïne-referendum. Radicaal-rechts schopt en breekt af, maar bouwt niets op. Wat moeten we ermee?

with 7 comments

Ex-provo Roel van Duijn die met een Russische vrouw is getrouwd en zich de Oost-Europese politiek aantrekt maakt zich kwaad over het Oekraïne-referendum dat in de zomer van 2015 vanuit rechts-nationalistische hoek is aangezwengeld. Het zou volgens hem geen serieus referendum zijn omdat het verdrag tussen Oekraïne en de EU niet teruggedraaid kan worden en dient om stemming te maken tegen Europa. Hij ziet er zelfs een valse opzet in van het NEE-kamp dat weet dat de associatie-overeenkomst niet meer kan worden teruggedraaid, maar wel allerlei media mobiliseert om te suggereren dat dat wel mogelijk is. Daarbij komt zoals bekend dat het kabinet wettelijk verplicht is om een eigen afweging te maken over de uitkomst en het die niet hoeft te volgen. De uitslag van het referendum is slechts een van de vele wegingsfactoren.

Alles is relatief in de politiek. Bij het Oekraïne-referendum is het NEE-kamp dat grofweg bestaat uit radicalen aan de uiterste kanten van het politieke spectrum (communisten, links-populisten, rechts-nationalisten en rechts-populisten) vooral tegen. Het ironiseert, selecteert, bekritiseert en is tegen. Maar waar het voor is en hoe het dat gaat realiseren houdt het vaag. ‘Shocklog’ Retecool dat zich tegenover Telegraaf-dochter Geen Stijl opstelt omschrijft de denkwereld van de conservatieve Thierry Baudet die het NEE-kamp aanvoert: ‘Je kan namelijk nog zo hard roepen dat je de democratie wilt redden, maar als je denkbeelden volledig bestaan uit het zoveel mogelijk afschaffen van dingen die democratisch processen in 70 jaar vrijheid hebben opgeleverd, ben je gewoon je eigen mening aan het opleggen als ware het ‘democratisch’ om dit te doen.

Het idee is dus dat radicaal-rechts de kiezers een beeld voorhoudt dat gevormd wordt door kritiek op het bestaande, maar niet op een uitgewerkt programma van hoe het wel moet. Marcel ten Hooven verwoorde dat onlangs in een artikel over een serieus politiek antwoord op Wilders in De Groene: ‘Met zijn claim op de waarheid politiseert Wilders de complexiteit van de pluriforme maatschappij en de bijbehorende politiek van traagheid als een vorm van nodeloos moeilijk doen of als een samenzwering van de elite. Hij stelt de maatschappij als maakbaar voor, mits de politiek bereid is het kwaad te lokaliseren en te verwijderen. Wie daartegenin brengt dat het onmogelijk is alle problemen naar ieders tevredenheid op te lossen, of hem vraagt hoe hij de grenzen hermetisch denkt te kunnen sluiten, krijgt het verwijt dat hij onnodig moeilijk doet, of zijn eigen volk verraadt.’  Ten Hooven constateert tevens dat in het vluchtelingendebat de traditionele partijen (VVD, PvdA, CDA) hun eigen rechtsstatelijke opstelling onder invloed van de PVV naar rechts bijstellen.

Radicaal-rechts schopt en breekt beter af dan dat het opbouwt. Het stelt deconstructie boven constructie. Wat zich bij het Oekraïne-referendum aftekent is de dominantie van postmodernistische politiek die afstand neemt van vaste waarden, de waarheid en het behalen van doelen. Van maakbaarheid. De Wilderiaanse manier van politiek bedrijven bestaat uit een vlucht vooruit door een sprong in het ongewisse. Zonder te weten waar dat eindigt. Dat kan het Walhalla zijn, maar ook de chaos. Is dat de sprong waard? Zijn de critici van de EU die geen blauwdruk van de toekomst voor ogen hebben in staat om straks de brokken die ze hebben aangericht te lijmen tot een werkbaar geheel als de EU uit elkaar valt? Tegen de EU, tegen de islam, tegen modernisme in kunst en architectuur of tegen de vluchtelingen klinkt aantrekkelijk voor een steeds groter deel van het electoraat, maar maakt nog geen nieuwe samenhang in maatschappij en politiek. De natiestaat als nieuw richtpunt kan niet het antwoord zijn omdat terugtrekken achter de grenzen de globale problemen niet oplost. Staten moeten nauw en grondig samenwerken om grensoverschrijdende problemen die samenhangen met milieu, klimaat, ziekte en terrorisme op te lossen. Schaalverkleining is geen antwoord van de 21ste eeuw.

Toch bestaan er rechts-nationalistische platformen die het over de toekomst hebben. Zo was er op 18 en 19 februari in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka de conferentieProsperity of Europe after EU’ van de fractie van Europa van Naties en Vrijheid (ENF) in het Europarlement die wordt gedomineerd door het Front National. Die partij kreeg in 2014 een lening van 11 miljoen dollar van een bank die door het Kremlin gecontroleerd wordt en vroeg in februari 2016 een lening van 30 miljoen dollar aan. Opvallend was de aanwezigheid van Thierry Baudet die in de ENF geen officiële functie heeft. Nog opvallender was dat hij als fanatiek twitteraar op zijn twitter-account hierover geen verslag deed. Het is de paradox van dit soort rechts-nationalistische romantiek dat in reflectief, dogmatisch en atmosferisch opzicht teruggaat naar de 19de eeuw maar zich met postmodernistische politiek uit de 21ste eeuw probeert te bewijzen. Een droomwereld vol kwalijke aspecten.

CbkY5joUAAA_Utq

Foto: Tweet van Ludovic de Danne, 19 februari 2016. Overzicht van conferentie ‘Prosperity of Europe after EU’ in Wieliczka.

Le Corbusier 50 jaar na zijn dood voorgoed bestempeld als fascist

with 7 comments

Cité_radieuse._Façade._2

Louis-Ferdinand Céline, Robert Brasillach en Drieu La Rochelle staan niet langer alleen als ‘verkeerde’ Franse cultuurdragers die het opnamen voor het Duitse nationaal-socialisme of het Italiaanse fascisme. De van oorsprong Zwitserse architect Le Corbusier, geboren als Charles-Édouard Jeanneret-Gris, voegt zich 50 jaar na zijn dood definitief bij dit illustere gezelschap. En kende Nederland niet Pyke Koch en Henri van de Velde?

Twee nieuwe boeken tonen aan dat de pionier van het modernisme niet alleen een echte fascist was met links naar het collaborerende Vichy-regime, maar ook een antisemiet. Deze ‘onthulling’ komt waarschijnlijk niet toevallig vlak voordat het retrospectief ‘De menselijke maat’ van zijn werk in het Centre Pompidou in Parijs op 29 april opent. Het museum zegt in een verklaring geen aandacht aan deze kant van Le Corbusier te besteden omdat het buiten het bestek van het overzicht valt. Hierop komt kritiek omdat het een deel van Le Corbusiers persoonlijkheid buiten schot zou laten dat wel degelijk van invloed was op zijn hele oeuvre.

Achteraf blijkt dat allerlei critici allang onthuld hebben dat de architect fascistische sympathieën had. Zijn samenwerking in 1941 en 1942 voor het Vichy-regime was bekend. Evenals zijn antisemitisme. Dus wie nu zegt te beweren niet te weten dat Le Corbusier verkeerd was, is zelf verkeerd bezig door weg te kijken. Fascinerend blijft dat de vormentaal van het modernisme en het fascisme van Mussolini zoveel gemeenschappelijk hadden. Weg van de romantiek en de burgerlijkheid richting theoretisering en formalisering van de maatschappij in grote projecten. Zonder menselijke rem. Met afschuwelijke gevolgen.

Wat te doen met de nagedachtenis van Le Corbusier die nu voorgoed afgefakkeld lijkt als iemand met een verkeerde ideologie? Niets. Zijn verdiensten voor de architectuur blijven bestaan. Hoewel achteraf zijn rigide stadsplanning steeds meer als verschijningsvorm van het fascisme geïnterpreteerd zal gaan worden. De mens als mier in de grootschaligheid van het collectivisme. Le Corbusier kan niet gereduceerd worden tot fascist, ondanks het feit dat zijn ideeën er tijdens een deel van zijn leven gelijk mee opliepen. Waarvan de ultieme werking nog in de schoot van de geschiedenis verborgen lag. Als we al kunnen invoelen hoe de wereld 70 of 80 jaar geleden ervaren werd. Rationalisme dat te consequent en te rigoureus wordt toegepast kan ontsporen.

Foto: Façade van de Cité Radieuse in Marseille van Le Corbusier (1947-1952).

Ewoud van Rijn onderzoekt. Beeldende kunst en Wiccan religie

with one comment

foto 4

De Rotterdamse kunstenaar Ewoud van Rijn was een van de genomineerden voor de Dolf Henkes Prijs 2014 in TENT. Uiteindelijk gewonnen door Lidwien van de Ven met haar fotowerk. Zijn werk maakt nieuwsgierig en roept vragen op. De toelichting op zijn werk roept nieuwe vragen op: ‘In een mix van teksten, tekeningen, sculptuur en performances zoekt Van Rijn in het gebied waar beeldende kunst en esoterisch gedachtegoed elkaar overlappen naar een nieuwe, betekenisvolle positionering van de kunstenaar.’ Complexe materie dus.

Van Rijn geeft op een eigen blog meer duidelijkheid over zijn zoektocht naar de stand van de kunst waaraan hij meer koppelt dan kunst en kunstenaarspraktijk alleen. Ook moralisme of Neo-Paganisme. Ofwel Wicca, de moderne hekserij: ‘Stemming from the spiritual attitudes within early modernism, Wicca’s sampling of existing ‘traditions’ into a new religious phenomenon has many tangents with today’s artist practice. Through an output of text, images and performance, it puts forward challenging approaches to fundamental socio-cultural concepts such as time and history, nature and ecology, gender relations, spirituality and religion. Employing a wide range of media -from drawing to artists’ publications and from installation to performance- Van Rijn’s research explores Neo-Paganism as an invented revivalist tradition based on rejected knowledge.’

Hoe Wiccan religie, modernisme, kunst, media, traditie en kennis samenhangen is de vraag. Onderzoek moet beantwoorden hoe die samenhang is. Van Rijn zit op het goede spoor van een modern levensgevoel. Hij heeft beet. Hoewel de theorie zijn werk nog overspoelt en de juiste vorm niet gevonden lijkt om de bevindingen weer te geven. Het is niet dwingend. Overal worden uit politieke of maatschappelijke doeleinden met gebruikmaking van religie tradities opnieuw uitgevonden. Zie hoe Rusland en Oekraïne religie ondergeschikt maken aan de politiek of zie hoe hetzelfde gebeurt met de islam in moslimstaten. Op het niveau van individuen biedt de moderne hekserij dezelfde ontkenning van het belang van kennis en een vlucht in de romantiek. Op zoek naar zingeving, troost, verbinding en oude waarden die het modernisme omver kegelen.

Foto: Installatie van Ewoud van Rijn op de tentoonstelling Dolf Henkes Prijs 2014 in TENT. Credits: Lydia van Oosten.

City Symphonies uit 1958 gemaakt voor Brussel

leave a comment »

Motion Vault zet zo’n 15 filmpjes uit 1958 online die werden gemaakt voor de Wereldtentoonstelling in Brussel. ‘Office of the U.S. Commissioner General to the Brussels Universal and International Exhibition. (1957 – 1959)’ staat erbij. De meeste duren 2 tot 3 minuten en laten het moderne leven zien. Vooral van de stad. Promotie voor de VS. Maar zijn ze ook getoond in Brussel? America the Beautiful van Disney ging wel in het Amerikaanse paviljoen in première. Vol patriottisme en sentimentaliteit die nu onverteerbaar aandoet.

De filmpjes zijn 56 jaar later nog weinig verouderd. Het kon een experimentele film van Stan Brakhage zijn, een feature met John Cassavetes, de city symfonie A Bronx Morning uit 1931 van Jan Leyda of voorbeelden uit de filmgeschiedenis van Anton von Barsy, Joris Ivens, Walter Ruttmann of Jean Vigo. Muziek en geluid ontbreken, de kleur rood domineert en het beeld moet het doen. Toen iconisch, nu nostalgisch. We zien wat we zien. Zo was het natuurlijk ook in 1958 niet, maar we kunnen dat best geloven. Film werkt absoluut.

Buiten de doos met Hitler, Osz en Lloyd Wright

leave a comment »

De Hongaars-Nederlandse kunstenaar Gabor Osz toont in het Stedelijk Museum ‘Das Fenster’, uit 2013. Over Adolf Hitler, beeld, beeldvorming en de ratio (beeldverhouding) van film. Architect Frank Lloyd Wright denkt ‘out of the box’ met zijn hoekraam dat zich aan de structuur zou onttrekken, zo meent-ie. En dit zelfs doorbreekt en opent. Toe maar. Gerrit Rietveld en het hoekraam van het Rietveld Schröder-huis doen hetzelfde in Utrecht. Zijn we hier getuige van een tegenstelling tussen een modernistische classicist als Hitler en een klassieke modernist als Lloyd Wright? Begint de een bij het raam en eindigt de ander er juist bij? Integreren tegenover desintegreren.

Hoe navolgbaar en toetsbaar zijn alle beweringen over structuur, ruimte, beelden, hoekramen en vensters op de Alpen? Toont het echte ‘out of the box’ denken zich misschien door af te zien van ‘out of the box’ denken?  Dat kon Frank Llyod Wright in zijn tijd nog niet weten. Maar wij wel. We zijn gewaarschuwd.

 

Cultuur vecht ongelijke strijd tegen onverschillige politiek

with one comment

Bunker_Hill_by_Pyle

In Nederland zit cultuur niet meer prominent in de genen van politici. Blijkbaar ook niet meer in de opvoeding. Die observatie staat los van een cultuurpolitiek standpunt dat zegt dat er een streep door bezuinigingen moet. Straks zit het ook niet meer in die van het staatshoofd. De nieuwe koning geeft de voorkeur aan hossen met hockeymeisjes boven het kijken naar een schilderij van Mondriaan. De directe kick verdringt de bezinning.

Aan de horizon wacht reeds de netwerkmaatschappij die kantelt naar zelfredzaamheid en kleinschalige initiatieven. Op termijn is het gedaan met de grote bedrijven, de prietpraat van managers en het idee dat alle macht van boven komt. Voor cultuur is het van levensbelang om de crisis ongeschonden door te komen. Die economisch en bijzonder voor Nederland, ook intellectueel van aard is. De professionals in het culturele veld moeten standhouden in een uphill battle om alle kennis en inzichten door te geven aan volgende generaties.

Politici en koning kunnen weglopen van een slag die verloren dreigt te gaan, maar directeuren of kunstenaars moeten standhouden omdat ze beroeps zijn. Het vertragen van de afbraak is de tactiek die de cultuur wacht. Niet de voorhoede, maar de achterhoede bepaalt het voortbestaan. Geen avant-garde, maar arrière-garde. Soms flakkert een oud beeld dat uitdrukt dat de avant-garde de aard weergeeft, maar dat smoort als culturele instellingen verdwijnen of ontaard zijn. De opvatting dat de egalitaire samenleving, het modernisme en het afwijzen van de massacultuur samengaan wordt onbruikbaar als we richting netwerkmaatschappij glijden.

Op 5 en 6 april was in Portugal een conferentie van de ICOM over overheidsbeleid in tijden van recessie. ICOM zelf presenteert de Verklaring van Lissabon als een belangrijke uitkomst. De Belgische, Kroatische, Griekse, Italiaanse, Portugese en Spaanse afdeling hebben ondertekend en roepen andere landen op binnen een maand hetzelfde te doen. Het roept de Europese regeringen op om musea en cultuur met het oog op de recessie te steunen. De volgende zin lijkt met name toegespitst op het Nederlands overheidsbeleid: ‘Blinde automatische bezuinigingen maken geen onderscheid tussen kortstondige initiatieven en permanente instellingen.’

Erfgoed, musea en cultuur worden in crisistijden door beleidsmakers vaak als luxe afgetekend. Omdat de maatschappelijke steun voor cultuur klein is vertaalt zich dat in een gemakzuchtig politiek standpunt. Onder het motto ‘Na ons de zondvloed‘ lopen politici weg. Terwijl de sectoren door de zorg voor talentontwikkeling de kiem van de toekomst in zich dragen. Beleidmakers zouden moeten erkennen dat in ontwikkelinstellingen en musea onderzoek, conservering, verspreiding van kennis en historisch geheugen met elkaar verstrengeld zijn. Momenteel dreigt het Tropenmuseum gesloten te worden en knokt het keramisch topcentrum EKWC dat wereldwijd gewaardeerd wordt maar niet in Nederland zonder vanzelfsprekende steun voor het voortbestaan.

Foto: Howard Pyle, Bunker Hill. Gepubliceerd in Scribner’s Magazine in 1898.