George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Mode

Kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton is waarschuwing voor een valse claim op zwarte identiteit

with 3 comments

Het is tijd om te nuanceren in het zwart/wit-denken over identiteit. Afgelopen half jaar is door pressie van de antiracismebeweging Black Lives Matter in de VS een gekopieerde versie van de afrekencultuur (‘cancel culture’) naar West-Europa overgewaaid. Het is begrijpelijk dat achtergestelde groepen hun plek opeisen en zogenaamde bevoorrechte groepen worden opgeroepen hun voorkeurspositie af te staan. Dat gaat er niet zachtzinnig aan toe als mensen omdat ze wit zijn het recht van spreken wordt ontzegd en maatschappelijk worden uitgesloten. Maar de omstandigheden in de VS verschillen van die in West-Europa omdat een vanouds witte samenleving met terugwerkende kracht niet verweten kan worden wit te zijn. Kern van kritiek kan niet zijn dat witte Europeanen een bepaalde positie of identiteit hebben, maar dat ze niet bereid zijn nieuwkomers uit andere landen van herkomst toe te laten in hun beroepsgroep, woonomgeving of mentale ruimte.

Dit debat over identiteit wordt doorgaans gedomineerd door politieke activisten die zich profileren als zwarte achtergestelden. Door die invalshoek wordt het gereduceerd tot de achterstelling van mensen met een zwarte identiteit. Dit alleen al geeft aan hoe misleidend dit debat is. Want de zwarte gemeenschap is in economisch, sociaal en cultureel uiterst divers. Het is waarschijnlijk uitsluitend in politiek opzicht min of meer homogeen door overwegend links te stemmen, hoewel het oude automatisme van een stem op de PvdA is verdwenen.

Het is verbazingwekkend hoe de publieke opinie zo gevormd kan worden en media meegaan in een eenzijdige interpretatie van het zwarte verhaal. Zelfs NRC dat de nuancering claimt te zoeken, verliest de nuance uit beeld in een artikel over identiteit waarin het vijf beeldend kunstenaars aan het woord laat. Ze krijgen ruimte voor hun versimpelingen, aannames en individuele marketing dat hun eigenbelang in dit debat oppimpt.

Dit geeft aan dat het niet per se om het wegwerken van achterstand gaat, maar dat dit debat over identiteit voor leden van de zwarte gemeenschap als dekmantel kan dienen om eigen doelen te realiseren. Daar is niks mis mee als die individuele scoringsdrift eerlijk erkend wordt. Het wordt er echter verwarrend op als een zwart masker wordt opgezet om commerciële of individuele beweegredenen te verhullen. Dan dient de zwarte strijd voor gelijkheid uitsluitend eigen doeleinden. Gebrek aan talent kan zo versluierd worden door het te verbergen achter een politiek debat over identiteit en achterstelling. Maar het individu is daar nooit gelijk aan.

Hoe dat in de praktijk werkt toont de kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton. Van Beirendonk is een gerenommeerde witte, Vlaamse modeontwerper. Virgil Abloh is een Afro-Amerikaan die in dienst is bij modemerk Louis Vuitton. Hij is geen modeontwerper, maar iemand die handig ‘leent’ van modeontwerpers door wie hij zich laat ‘inspireren’. Ter legitimatie verwijst Abloh naar Marcel Duchamp, maar begrijpt hij de essentie niet van de conceptuele kunst waar Duchamp een van de grondleggers van was. Van Beirendonck beschuldigt Abloh van plagiaat, maar door het ‘zwarte masker’ van Abloh én zijn positie bij modebedrijf Louis Vuitton dringt die kritiek niet goed door. Of liever gezegd, Ablohs achtergrond als Afro-Amerikaan en de complexiteit van het identiteitsdebat neutraliseert de kritiek op het jatwerk van Abloh.

Uit een artikel van De Tijd blijkt ook dat Ablohs vriend rapper Kanye West die een bijzonder talent voor aandacht heeft, zich in het debat mengt. In een tweet verwoordt hij in de kern waar het om gaat en de wijze waarop Abloh opereert: ‘Virgil kan doen wat hij maar wil. Weet je hoe moeilijk het voor ons was om erkenning te krijgen? Vanuit Chicago?’. Volgens West heiligt het doel alle middelen. Hij suggereert hiermee dat de zwarte achtergrond van hem en Abloh de rechtvaardiging is om van iemand als Van Beirendonck tamelijk plat en creatiefloos ideeën te jatten en om de positie van witte kunstenaars over te nemen door ze in een politiek debat over identiteit van alles en nog wat te beschuldigen. Het meest opvallende aan deze kwestie is nog dat modemerk Louis Vuitton willens en weten Abloh een dekmantel biedt voor de individuele en corporatieve marketing terwijl deze zich sluw verbergt achter een zwarte dekmantel van slachtofferschap en miskenning.

Foto 1: Walter Van Beirendonck, W:A.R. = Walter About Rights (galerie Polaris), 2020.
Foto 2:  Schermafbeelding van FB-post van Andrea Ciarlatano, 7 augustus 2020.

Gedachte bij foto ‘Mme. Paul Poiret modelling clothing designed by her husband: American Indian fashion’ (1913)

with one comment

Het is 1913 en daar staat de echtgenote en muse Denise van de befaamde Franse modeontwerper Paul Poiret die door haar man ontwerpen kleding draagt. Hier een native American met hoofdband en veer. Een wat slome Indiaanse overigens. Poiret was de concurrent van Coco Chanel die ook wel als de vergeten modernist wordt voorgesteld. Een blik op Wikipedia laat weten dat Poirot zich voor zijn jurken liet inspireren door de kimono en dat hij variaties introduceerde op de tulband als hoofdbedekking. Exotisme dus. Hoe afwijzend  wordt dat nu door sommigen beoordeeld. Het oordeel dat toe-eigening van de cultuur van andere volkeren niet mag is onzin, maar het wint aan instemming. Hoe oppervlakkig en slecht beredeneerd ook. Het brengt de globe terug tot een afgesloten lokaal. Komt er ooit een oproep om dit soort foto’s te verbieden? Het is niet te hopen, maar wie weet. Een kanttekening lijkt verstandiger: Denise Poiret houdt zich van de gekke in Indiaanse stijl.

Foto: [Mme. Paul Poiret modelling clothing designed by her husband, 1913: American Indian fashion w/ headband & feather], 1913. Collectie: Library of Congress.

Written by George Knight

3 juli 2020 at 17:14

Racisme? Advertenties Dolce & Gabbana vallen slecht in China

with 3 comments

De beschuldiging van racisme is het nieuwe normaal. Dat leidt soms tot onzinnige aantijgingen. Racisme moet aangepakt worden, maar wat als het geen racisme is en eerder een wat sterk aangezette stereotypering die de overgevoeligheid prikkelt en cultuurverschillen benadrukt? Verstoort dat dan juist de aanpak niet en werkt zo’n aantijging niet averechts in de bestrijding van racisme? Neem de reeks advertentie van het Italiaanse modemerk Dolce & Gabbana waarin een Chinese vrouw op haar manier geniet van gerechten uit de Italiaanse keuken. De advertenties op sociale media dienen ter promotie van een show in Shanghai, vandaag 21 november 2018. De show is afgelast door de Chinese autoriteiten. Wie profiteert er nou van deze marketing?

Written by George Knight

21 november 2018 at 14:05

Hoe controversieel is de ‘controversiële kunst’ van Jason Dussault?

leave a comment »

De titel bij deze video op het YouTube-kanaal van de Canadese VancouverSun is ‘Artist Jason Dussault debuts controversial new collection’. Wie weet wat er controversieel is aan Dussaults collectie mag het zeggen. Hij baseert zich op het mozaïek en noemt zich een ‘mosaic’ kunstenaar. Hij legt dat uit op zijn website. Daar valt trouwens een omschrijving te lezen waar veel kunstenaars zich niet in zullen herkennen: ‘nederigheid, het ware kenmerk van een kunstenaar’ (‘humbleness, the true mark of an artist’). Het lijkt er eerder op dat niet zijn conventionele beeldende kunst controversieel is, maar zijn persoon als modeontwerper en media-persoonlijkheid, en zijn overstap naar de autonome kunst, zoals blijkt uit een artikel van de VancouverSun. Wordt het een en het ander verward en vliegt de marketing van en door BC’er Dussault uit de bocht? Of zit het controversiële van Dussaults kunst in de vraag of het eigenlijk wel kunst is? En geen ambachtelijk inlegwerk.

Written by George Knight

2 maart 2018 at 13:23

HNI werpt zich op als coördinator van nieuw designmuseum in Amsterdam. De vlucht vooruit als afleiding van eigen problemen

with 2 comments

hni

Het Nieuwe Instituut (HNI) in Rotterdam zoekt als afleiding de vlucht naar voren door verbreding. En het kiezen van een nieuwe naam: ‘Museum voor Architectuur, Design en Digitale cultuur’. De reden hiervoor is het ontbreken van eigen scherpte en diepte. Maar of die schijnbewegingen ook maar iets veranderen is de vraag.

Het museum verkeert in crisis en ligt onder vuur. Het kwam afgelopen jaren negatief in de publiciteit wegens belangenverstrengeling waarbij directeur Guus Beumer betrokken was, wilde op de bovenste twee etages een hotel-restaurant beginnen, had onvoldoende toezicht vanuit de Raad van Toezicht, kreeg een negatief advies van de Raad voor Cultuur en overtrad vele malen de Governance Code Cultuur volgens Cultuur+Ondernemen. Architect Kees van der Hoeven die HNI kritisch volgt wijst onder verwijzing naar een artikel in Pi-interieur opnieuw op belangenverstrengeling en het buiten de regels om direct gunnen van ontwerpopdrachten. Hij concludeert: ‘Hoe lang moeten we dat gehannes in Het Nieuwe Instituut nog verdragen?

Als klap op de vuurpijl was er vandaag een bericht in het cultuurblog van De Volkskrant met de titel ‘HNI wil designmuseum in Amsterdam’. HNI zou in Amsterdam een tijdelijk museum willen openen en daar langdurige bruiklenen van andere musea tonen. Genoemd worden het Textielmuseum in Tilburg, het Stedelijk Museum Den Bosch, het Amsterdam Museum en het Wim Crouwel Instituut. Ook Museum Boijmans van Beuningen, het Groninger Museum en natuurlijk het Stedelijk Museum zou HNI ‘aan zich willen binden’. Maar het is voorbarig nieuws omdat het om verkennende gesprekken gaat en nog niets beklonken is. Dit nieuwe HNI in Amsterdam zou  ‘dienen als een vitrine voor de deelnemende musea’. In hedendaagse termen: een pop-up museum.

Deze vlucht vooruit van het HNI roept vooral wantrouwen op. Hoe kan een museum dat zelfs de eigen zaken overduidelijk niet op orde heeft en hoe dan ook een belast verleden met zich meedraagt zonder een nieuwe start te kunnen of willen maken, negatief advies van de Raad voor Cultuur krijgt en waarvan de directie telkens weer beschuldigd wordt van belangenverstrengeling zich opwerpen als coördinator voor andere musea? Dat is volstrekt ongeloofwaardig. HNI is de laatste die deze taak geloofwaardig op zich kan nemen.

Daarbij komt dat hoofd beleid en actualiteit van HNI Floor van Spaendonck in De Volkskrant een merkwaardige opmerking maakt: ‘Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI. Bovendien is er behoefte aan één plek die geheel in het teken staat van design.’ Deze medewerker van HNI -dat zich met een nieuwe naam onder meer ‘Museum voor Design’ noemt- zegt dat design bij HNI niet in optimale handen is. Maar er een museum moet komen dat uitsluitend aan design gewijd is. Dat ondermijnt de bestaansreden van HNI dat in Rotterdam drie deelcollecties (Architectuur, Design, Digitale cultuur) huisvest.

Wat musea als Boijmans of het Stedelijk -die HNI ‘aan zich wil binden’- aan moeten met de schijnbewegingen van HNI die bedoeld zijn als afleiding van de eigen problemen en voor het profijtelijk aanboren van nieuwe geldstromen is de vraag. Proefballonnetjes zijn leuk en het is nog leuker als een krant als De Volkskrant zich ertoe leent om ze zonder enige kritische noot op te laten. Maar de Nederlandse museumsector heeft er niets aan. HNI kan als het zichzelf serieus zou nemen nu al prachtige tentoonstellingen over design maken, en bruiklenen bij genoemde musea aanvragen. Zonder zalen leeg te hoeven laten staan. Maar dat laat het na. De vlucht vooruit in de breedte is een brevet van onvermogen van HNI. Hoelang gaat deze doodstrijd nog duren?

Foto: Onlangs gerenoveerd kantoor van HNI, zoals beschreven in artikel in Pi-interieur, november 2016.

ArtEZ weet wat cultureel ondernemen is. Maar weet het ook wat kunst is?

leave a comment »

artez

Een tweet van Nelle Boer: ‘Mijn oude academie, , vraagt 200 euro aan alumni voor een cursus cultureel ondernemen’. Nee, een kunstenaar is geen ondernemer. Stel je voor. En een kunstacademie is geen opleiding voor ondernemers. Maar deze beroepsvariant is wel populair bij directeuren.

ArtEZ grossiert in cliché’s. Dat is een teken van lui denken. Het gebrek aan intellectuele kracht en onderscheidingsvermogen om hoofd- van de bijzaken te onderscheiden bij deze opleiding dringt zich op. Neem nou bovenstaande schermafbeelding over Broedplaatsen. Het ronkt van zelfpromotie waardoor de feiten ingekleurd worden met emotie. Het doet pijn aan de ogen. Van het gebruik van het woord ‘Broedplaatsen’ dat nietszeggend is tot en met de pretentie (succesvol, expertlezingen, innovatieve karakter) iets bijzonders te bieden. In een echte broedplaats wordt het plan ontwikkeld voor de opstand. In de broedplaats van ArtEZ wordt het omgekeerde nagestreefd: het leren van inschikkelijkheid aan de bestaande orde en de markt.

Onderwijs denkt zich aan de markt te moeten verkopen. Dat daartoe marketing nodig is hoort er blijkbaar bij. Het misverstand is dat het hier om (autonome) kunst gaat. Want kunst ontregelt, scherpt aan, zet aan tot denken en biedt schoonheid. Het omgekeerde van wat ArtEZ biedt. Bij de Broedplaats van ArtEZ gaat het om toegepaste kunst die al bij voorbaat ingepast is door het denken dat de studenten opgelegd wordt. Het mag, en is wellicht door allerlei omstandigheden onvermijdelijk. Maar noem het geen kunst. Want dat is het niet.

Gebruik van kunst als middel is niet uniek voor onderwijs. Ook de politiek maakt er graag goede sier mee.
Kunst straalt immers zo lekker af. Als het maar niet gevaarlijk wordt, geen eigenstandige positie inneemt en  ingepast wordt. Kunst moet getemd worden en geen praatjes hebben. Niet alleen dienen de scherpe kantjes afgevijld te worden, maar juist de kern ervan moet gesmoord worden. Van kunsthaters uit de PVV of de VVD kan dat nog begrepen worden. Ze zijn oprecht in hun afkeer. Maar dat kunstopleidingen onder het mom van ‘cultureel ondernemen’ zich opstellen als het verlengde van de industrie is onverteerbaar. Noem wat het is: toelevering. Noem het geen kunst. Want dat schept onnodige misverstanden over de betekenis van kunst.

Foto: Schermafbeelding van ‘Broedplaatsen’ van ArtEZ hogeschool voor de kunsten.

Crisis bij ‘Het Nieuwe Instituut’ geeft architecten kans op een nieuw eigen architectuurinstituut. Weg van het stylisme

with 2 comments

js_ni_ext_2

Zonder dat het echt opgemerkt wordt herbergt Rotterdam een tweede Wereldmuseum. Of liever gezegd het Wereldmuseum zoals dat functioneerde onder de vorige directeur Stanley Bremer voordat het voor de kunst werd gered en voor de poorten van de horeca, marketing en styling werd weggesleept. Het betreft ‘het sectorinstituut voor de creatieve industrie’ Het Nieuwe Instituut (HNI) met Guus Beumer als directeur. Deze vergelijking mag sommigen vergezocht voorkomen, maar de overeenkomsten tussen het oude Wereldmuseum en het huidige HNI zijn verbluffend. Zo wil volgens een bericht van architectenweb HNI ook een hotel beginnen: ‘Opmerkelijk is het voornemen om kantoorruimte een bestemming te geven als hotel-restaurant’.

Weliswaar bestaat het besef bij publiek, politiek en museumsector dat het niet goed gaat bij HNI, maar die kritiek vertaalt zich niet in actie zoals dat bij het Wereldmuseum gebeurde. Hoewel zich daar het tegengeluid met een publieksactie pas in de zomer van 2014 doelmatig bundelde, terwijl de kritiek al sinds 2011 klonk. Het vraagt blijkbaar enige tijd voordat voor als achter de schermen de tegenkrachten worden gecoördineerd.

HNI kwam in 2015 negatief in het nieuws door belangenverstrengeling binnen de directie en het ontbreken van goed bestuur, mede door onvoldoende toezicht vanuit de Raad van Toezicht. Afgelopen week werd die neergang geaccentueerd door het negatieve advies van de Raad voor Cultuur over de subsidieaanvraag voor de basisinfrastructuur 2017-2020. HNI houdt wel zicht op een subsidie van 5.640.000 euro als het onder meer alsnog voldoet aan voorwaarden van goed bestuur, positionering, kwaliteitszorg, educatie en financiële verslaglegging. Maar hoe dan ook is de subsidie met een derde gekort. HNI staat er financieel goed voor. 

Het advies liegt er niet om. Het vindt de resultaten van HNI te mager: ‘De raad vindt dat de instelling zijn rol en meerwaarde van zijn activiteiten voor de sector beter dient te beschrijven en uit te voeren. Hij kan uit de aanvraag niet opmaken hoe HNI zich bij de uitvoering van zijn taken verhoudt tot relevante spelers in de creatieve industrie.’ Wie verder kijkt dan het advies van de raad ziet waar de pijn zit. Een tweet van architect Thijs Asselbergs is veelzeggend: ‘Het Nieuwe Instituut doet niets voor de De Nieuwe Architect maar draagt wel bij aan imago ‘architect als stylist’. En de criticus van het eerste uur architect Kees van der Hoeven twittert: ‘Hoop – tenminste voor de architectuur – dat er eindelijk (kan het zijn) rigoureus wordt ingegrepen.’

Hier tekent zich een richtingenstrijd tussen architecten en stylisten af. Het gaat over het antwoord op de vraag wat architectuur is. Grofweg gezegd, is architectuur het vormgeven van ruimte als vastlegging van politieke verhoudingen of versiering? Anders gezegd, is het onderwerp van een architectuurinstituut een architectuur die verslag doet van ontwikkelingen of een architectuur die de ambitie heeft om de ontwikkelingen zelf te helpen vormen? HNI heeft onder directeur Guus Beumer duidelijk gekozen voor dat eerste: stylering.

De crisis die zich nu bij HNI aftekent zet deze tegenstelling op scherp, maar geeft de architecten ook kans om verloren terrein terug te winnen in een nieuw instituut: het NNAI, het Nieuw Nederlands Architectuur Instituut met een grotere rol voor techniek en leefomgeving. Nu is het moment om een weeffout te herstellen die de museale architectuur bevrijdt uit het klusterdenken over creatieve industrie en maakt tot vehikel van lifestyle of een modieus politiek debat. Kees van der Hoeven oppert in een tweet een verdeling in drie afdelingen (design, architectuur, e-cultuur): ‘Oplossing simpel: 3 vakgebieden, 3 krachtige curatoren voor komende 4 jaar, daarboven deskundige zakelijk directeur.’ Ik antwoordde in een tweet: ‘Of splitsing in twee musea: 1) Museum voor Stilering; 2) Architectuurmuseum. In R’dam staan zoveel gebouwen leeg. Dat moet kunnen.’

Foto: Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Credits: Johannes Schwartz.

Positie Guus Beumer onhoudbaar door onthullingen NRC. Wat was het toezicht waard?

with 6 comments

k1

Het is niet langer de vraag of de directeur van Het Nieuwe Instituut (HNI) Guus Beumer aanblijft –zijn Waterloo vindt-, maar wanneer hij door de Raad van Toezicht (RvT) de laan wordt uitgestuurd. In augustus stelde de RvT een onderzoekscommissie in die moet nagaan of het zelf de Governance Code Cultuur correct toegepast had en als toezichthouder alert genoeg was op belangenverstrengeling. Consequentie van het onderzoek kan zijn dat ook de RvT het veld moet ruimen wegens disfunctioneren. En door minister Bussemaker gevraagd wordt schoon schip te maken voor een nieuwe start van allen. Half augustus deed zij in antwoord op een brief van Kees van der Hoeven nog net alsof alles het toezicht voorbeeldig is geweest. Zelfs ‘uiterst zorgvuldig’.

Aanleiding voor het onderzoek was de belangenverstrengeling tussen Beumer en zijn partner Herman Verkerk dat door de architect Kees van der Hoeven op zijn weblog De BOX eind juli in de openbaarheid werd gebracht. Op 1 augustus besteedde dit blog er met een posting aandacht aan. Dankzij Van der Hoeven werd het niet meer stil in de media. Gisteren verscheen in NRC een artikel van Joep Dohmen dat een reconstructie geeft van Beumers dubbelrol als ontvanger en bemiddelaar van kunstsubsidies. Net als bij de kwestie HNI-Herman Verkerk werpt dit uiteindelijk de vraag op hoe het is het gesteld met het toezicht in de kunstsector. Hebben het Mondriaan Fonds en de Stichting BkVB die in 2012 zijn opgegaan in het Mondriaan Fonds zitten slapen?

Van der Hoeven merkt op dat dit niet zonder gevolgen kan blijven: ‘Los van mogelijk vervolgonderzoek heeft Beumer nog wel het een en ander uit te leggen, de onthullende feiten uit het onderzoek van Joep Dohmen kunnen wat ons betreft niet zonder gevolgen blijven.’ Maar wat moeten en vooral: kunnen de gevolgen zijn in een kunstsector die niet bekend staat om de kwaliteit van bestuur. Ook nog eens extra inlevingsvermogen en verbeelding vraagt, maar uiteindelijk weinig sexy is en kracht mist om de beste bestuurders aan te trekken.

Het lijkt een vicieuze cirkel van een kunstsector waarvan de politiek sinds 2010 geestelijk de handen heeft afgetrokken en waarin bovengemiddeld is bezuinigd en het vlees onderhand van de botten is verdwenen. Op enkele topinstituten na die door de overheid uit de wind worden gehouden. Daarbij gaat het ook bij de leden van een RvT om onbezoldigde functies waardoor een normale arbeidsverhouding ontbreekt en het risico van vrijblijvendheid ontstaat. Het kwalijkste is dat in een krimpende subsidiemarkt waarin instellingen moesten sluiten of al enkele jaren met noodmaatregelen tegen het faillissement vechten zo met geld is gesmeten. Dat valt Guus Beumer die nu verdacht worden financieel te hebben geprofiteerd door het omzeilen van regels kwalijk te nemen. Over de toezichthouders die achteraf zeggen niet te hebben geweten wat ze hadden moeten weten rest ongeloof en medelijden. In het toezicht in de kunstsector moet een inhaalslag gemaakt worden.

k2

Foto’s: Tweets van Kees van der Hoeven, 11 september 2015. Zie hier voor bijlagen in NRCQ

India, Nirbhaya, creativiteit en Raj Shetye: The Wrong Turn

leave a comment »

De afgelopen dagen was er veel verontwaardiging op sociale media. De Indiase modefotograaf Raj Shetye nam de verkeerde afslag en zag zich gedwongen een fotoserie van behance.net te verwijderen. In een reportage had hij de groepsverkrachting van een 23-jarige studente in de bus in New Delhi uit 2012 na laten spelen door modellen. Hoewel hij ontkende dat er een verband was. Nirbhaya wordt het in India genoemd, het pseudoniem dat de onbevreesde studente (fearless) als geuzennaam kreeg. Zij overleefde het incident niet.

enhanced-buzz-wide-6253-1407225617-23

Op BuzzFeed probeerde Raj Shetye het tij nog te keren, maar bijna niemand pikte z’n uitleg dat de fotoshoot niks met Nirbhaya te maken had. De overeenkomsten waren te opzichtig. Smakeloos? Nirbhaya is niet per definitie een onderwerp dat niet gebruikt mag worden voor protesten of creatieve uitingen. Zoals een sociaal experiment of theaterstuk. Maar dan moet het er wel in lijn mee zijn, en er niet haaks op staan. Dat was Raj Shetye tot zijn eigen schande uit het oog verloren. Niet elk onderwerp kan iemand zich zomaar toe-eigenen.

Retro mode: Consuming Women (Women as Consumers): 1967

leave a comment »

De vrouw als consument. Haar rol in 1967. Is het echt? Retro is de mode op Facebook. Velen scoren druk druk dagelijks met een geplukte foto uit 1955 of 1970. Zwart. Wit. Schaduw. Glamour. Zuurtjeskleur. Tijdsbeeld. Beet! Ook andere sociale media of bijlagen van kranten en tijdschriften doen mee in het laven aan toen. Licht in het hoofd van het lichte amusement dat zo goed vult. Dat vergane land van toen. Het fotogenieke verleden is helemaal bij de tijd. Als gebruiksartikel. Als een ver continent dat niet bedreigend is omdat het aan de eigen tijd voorbijgaat. Dus niet uitgelegd hoeft te worden. Geen politiek, economie, spionage, ziekte, hypotheek of vervuiling. Simpelweg: toen. Het verleden omvat de belofte van de toekomst die kwijt is. Voor sommigen geeft dat de pijn van wat voorbij is gegleden en voor wie voor het eerst kijkt: ontdekking. Zo zit de geschiedenis in elkaar. Dat haasje-over eindigt in de afgrond. Voor iedereen. Meer soeps is het niet. Van Procter & Gamble.

PC

Foto: Still uit ‘Consuming Women (Women as Consumers)‘ uit ongeveer 1967 van fabricant Procter & Gamble.

%d bloggers liken dit: