Franse regering opent aanval op woke-isme. Pleidooi voor het centrum. Tijd voor een Bataafs laboratorium?

Schermafbeelding van deel artikelFrench education minister’s anti-woke mission‘ op Politico, 19 oktober 2021.

Actie roept reactie op. In de politiek bestaat het besef bij middenpartijen dat het woke-gedachtengoed uit de VS radicaal-rechts in de kaart speelt. Woke is begonnen als een billijk pleidooi voor meer bewustzijn en minder onrecht, maar is gekaapt door een radicale minderheid en veranderd in een afrekencultuur die leidt tot apartheid en fragmentatie. De beperkte opvatting van het begrip diversiteit wordt als breekijzer gebruikt voor selectieve identiteitspolitiek.

Een deel van de zwijgende meerderheid wordt door de actie van radicaal-links naar radicaal-rechts gejaagd dat zich er publiekelijk het duidelijkst tegen uitspreekt. Daarom is het in het belang van Europese middenpartijen om het woke-gedachtengoed de pas af te snijden om radicaal-rechts niet in de kaart te spelen en zichzelf electoraal te redden. Het gevolg is dat er een dunne lijn ontstaat tussen centrum-rechts en radicaal-rechts waar radicaal-links vervolgens weer tegen ageert zonder te beseffen of toe te willen geven dat het zelf dat proces in gang heeft gezet.

In de VS heeft de Democratische partij zich grotendeels vervreemd van de gewone kiezer. Dat Joe Biden in 2020 president werd had hij te danken aan twee aspecten: zijn gematigde opstelling en de afkeer bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken van Trump. Ze bleven thuis zodat Biden met klein verschil enkele beslissende swingstates kon winnen omdat de Republikeinen Trump afwezen of op Biden stemden. Buiten een progressieve kern ontbreekt de liefde voor de Democratische partij die radicaler is dan Biden en zich onverdraagzaam en uit de hoogte gedraagt tegenover de kiezer.

Overigens is in 2024 de beste hoop voor Biden een herhaling van 2020: de strijd tegen Trump. Wie er dan wint hangt af van het antwoord op de vraag welke partij het meest gehavend uit die strijd komt. Want dat beide grote partijen aan geloofwaardigheid en samenhang inleveren is ontegenzeggelijk.

In Frankrijks is Jean-Michel Blanquer de minister van Nationaal Onderwijs en Jeugd. Hij is lid van president Emmanuel Macrons middenpartij LREM. Hij heeft er sinds kort een taak bij als coördinator van Le Laboratoire de la République dat zichzelf presenteert als ‘Club (of plek) van reflectie en actie ten gunste van de Republiek’. Tweets verschijnen sinds 13 oktober 2021 en zien er zo uit:

Tweet van Le Laboratoire de la République, 13 oktober 2021.

Er staat: ‘Deze woke/ anti-woke-kloof mag niet generationeel worden. @NatachaQS en @Valent1Pierre zullen de Jeugdcommissie van dit Laboratorium van de Republiek coördineren’.

Het ‘Labo’ is tegelijk publiciteitsmachine, denktank en campagnemiddel dat is bedoeld om het initiatief terug naar Macrons partij te brengen en niet gesandwicht te worden tussen de partijpolitieke waarheden over migratie, COVID-19, rechtsstaat en EU van radicaal- en nationalistisch-rechts en de culturele, metapolitieke waarheden van radicaal-links dat zoveel invloed heeft op universiteiten, media en in de intellectuele wereld. Blanquers beseft dat dit mede speelt op het niveau van ideeën als hij zegt dat het Republikeins laboratorium ‘verder gaat dan partijpolitiek’.

Een artikel van 19 oktober 2021 in Politico schetst dit Republikeinse laboratorium en verbindt het met de Franse versie van het secularisme. Aanleiding zijn uitingen van Blanquer zoals: ‘De Republiek is volledig in strijd met het woke-isme’. Die verwijzing lijkt vergezocht, maar wordt door Politico verklaard: ‘Voor een groot deel van het politieke establishment overstijgt het Franse secularisme – laïcité – ras, geslacht en religie en is het echt egalitair. Voor zijn critici bevordert datzelfde secularisme een wit en christelijk ideaal dat discriminatie van minderheden in stand houdt’.

Er lijkt een gat te zitten tussen het woke-isme dat vooral aan Amerikaanse. maar ook West-Europese universiteiten leidt tot (zelf)censuur en een reductie van onderzoek en waarheidsvinding die haaks staat op een open academische geesteshouding en de Frans-Republikeinse versie van het secularisme dat niet zo neutraal en kleurenblind is als het zelf suggereert. Ofschoon president Macron Frankrijk probeert te moderniseren, maar het land dat in de kern behoudend is tot nu toe slecht meekrijgt.

Mogelijk is het streven van het Republikeins laboratorium niet puur oprecht en vooral een stunt om het kiezersvolk bij de les te houden. Toch getuigt het van lef om het woke-isme waar radicaal-links en radicaal-rechts zo van profiteren frontaal aan te vallen. Het tekent de noodzaak voor middenpartijen om in actie te komen. Ze moeten veranderen om hetzelfde te blijven.

In Nederland zou een taak weggelegd zijn voor met name D66 en VVD om de tolerantie weer centraal te zetten in het publieke debat over diversiteit, academische vrijheid, complotdenken en culturele waarden. Het is de strijd om de geest. Het verhaal over identiteit legt een culturele basis onder de samenleving en kan door de politiek niet genegeerd worden. Een niet-partijpolitieke projectminister zou in het komende kabinet op het snijvlak van onderwijs, jeugd, emancipatie en media daarmee belast kunnen worden. In een Bataafs laboratorium.

Malaise in alle politieke partijen van Nederland

Person wearing a mask made by W.T. Benda, 1925. Collectie: Library of Congress.

Hoe kan het toch dat de Nederlandse politieke partijen hun potentieel niet benutten en het zo slecht doen? Zowel in strategisch als organisatorisch opzicht. Wat is er aan de hand met de Nederlandse politiek partijen? Niemand weet er nog enthousiasme voor op te brengen.

Opvallend is dat geen enkel deel van het politieke spectrum zich aan de malaise onttrekt. Links, rechts en centrum blunderen op hun eigen karakteristieke wijze. Hoe valt dat te verklaren?

Links zit zonder ideeën en bevindt zich in een geestelijk niemandsland. Maar ook strategisch opereert links onverstandig. Het vertrek van GL-kamerlid Bart Snels spreekt boekdelen. Hij was tegen hechte samenwerking of zelfs fusie met de PvdA. Snels koerste af op een kabinet VVD, D66, CDA en GL zoals Jos Heymans voor RTL Nieuws betoogt, maar kreeg hiervoor geen steun binnen zijn partij. Partijleider Jesse Klaver radicaliseerde en zette zich hiermee buitenspel.

Binnen de SP lijkt het omgekeerde te spelen. De partijleiding gaat de meer radicale elementen die lid zijn van de jongerenorganisatie ROOD of het ideeënplatform Marxistisch Forum uit de partij zetten. Niet als individuen, maar als groep. Met als gevolg dat lokale afdelingen zoals Utrecht uit elkaar dreigen te vallen. Chris Aalberts voor TPO die bekend staat als Baudet-watcher herkent in de chaos en het ondemocratisch gedrag van de partijleiding van de SP het patroon dat hij kent van FvD.

De PvdA is de partij met de minste ideeën omdat de partij gewoonweg niet weet wat de eigen identiteit is, waar het zich bevindt en welke kant het op moet gaan. Partijleider Ploumen is inspiratieloos en koos de vlucht vooruit in samenwerking met GL om een idee van daadkracht te suggereren. GL en SP hebben nog een zeker profiel in respectievelijk duurzaamheid en zorg, maar zelfs dat unieke verkooppunt mist de PvdA.

Rechts is negatief, radicaliseert en fragmenteert. FvD weet met partijleider Baudet niet te kiezen tussen het inzetten op partijpolitiek of op metapolitiek. Dat laatste betekent in navolging van het Franse en Duitse Nieuw Rechts van de jaren 1960 en 1970 het willen beïnvloeden van de cultuur en de publieke opinie zonder partijpolitieke activiteiten. De tragiek van partijleider Thierry Baudet lijkt dat hij zowel de intellectuele bagage mist om succesvol metapolitiek te bedrijven als het talent voor het politieke handwerk ontbeert. Daarom blijft hij sinds zijn Uil van Minerva-toespraak in 2019 waar hij duidelijk inzette op metapolitiek zwalken tussen de twee posities zonder dat zijn partij hem nog begrijpt en kan volgen.

De PVV is redelijk stabiel en relatief onkwetsbaar omdat het een partijorganisatie mist. Maar dat laatste wat een sterkte lijkt is tevens een zwakte omdat het een grens aan de groei stelt. In de schaduw van partijleider Geert Wilders kan niemand groeien. Hij speelt op veilig en lijkt door zijn voorzichtige aanpak minder te radicaliseren dan de andere rechtse partijen, maar Wilders’ professionalisme heeft als nadeel dat het resulteert in korte termijn denken en de partij een strategie voor de toekomst mist.

Rechtse splinters als JA21 met Joost Eerdmans en Wybren van Haga’s BVNL hebben onvoldoende aantrekkingskracht voor de kiezer. Het opportunisme van de leiders die van partij naar partij hoppen is zelfs voor de rechtse kiezer ongeloofwaardig. Types als Van Haga en Eerdmans zijn voorbeelden van baantjesjagers. Het opportunisme strookt niet met hun aanschoppen tegen de politiek omdat hun CV daar haaks op staat.

In het Centrum presteert de VVD goed dankzij de electorale aantrekkingskracht en positie van premier Mark Rutte. dat is overigens de achilleshiel van de VVD. Hoe gaat het verder na Rutte? Rutte heeft veel in moeten leveren aan statuur. De vlotheid van Rutte om zowel met links als rechts te kunnen samenwerken heeft twee nadelen. Het wordt steeds meer uitgelegd als oppervlakkigheid, gebrek aan ideeën en zelfs het ontbreken van politieke ruggengraat. Dat werd duidelijk toen in de formatie onder druk van het CDA de samenwerking met links, zonder dat het tot gesprekken kwam, werd geblokkeerd. Zo is in de beeldvorming de vlotte flexibiliteit van Rutte veranderd in stugheid.

Het CDA verkeert in chaos en in een identiteitscrisis. Een teken daarvan is dat kamerlid Pieter Omtzigt uit de partij is gestapt. Partijleider Hoekstra komt over als bekwaam, maar ook als kil, afstandelijk en weinig christelijk. Hij lijkt geen handige politicus die steun kan werven voor de standpunten van zijn partij. Is het wel zo duidelijk dat de partij naar het midden koerst en afstand heeft genomen van de rechtse koers van vorige partijleiders? De kiezersgunst toont een dramatische teruggang.

D66 had in Rob Jetten een bekwame partijleider, maar de partij wilde meer en koos voor Sigrid Kaag omdat die hoger zou kunnen stijgen. Tot en met het premierschap zoals de partij dacht. Maar Kaag is geen handige politicus en het team dat haar omringt lijkt te veel te willen. D66 denkt van zichzelf dat het groter en invloedrijker is dan het echt is. Eén goede verkiezingsuitslag is te weinig en moet niet overmoedig, maar nederig maken om het resultaat te kunnen verzilveren. Daarbij komt dat D66 een partij is die voor veel kiezers een tweede keuze is. Als de partij aan momentum verliest, dan daalt het ook gelijk flink omdat de partij geen sterk gedachtengoed heeft dat als een buffer voldoende kiezers kan vasthouden.

Inuit met masker.

Dit overzicht over links, rechts en centrum leidt tot de conclusie dat de Nederlandse politieke partijen slecht in vorm zijn en eigenlijk allen in zekere mate in een identiteitscrisis verkeren. Ze leven niet naar de kompas van hun politieke gedachtengoed of hebben dat nooit gedaan en al geruime tijd ingewisseld voor opiniepanels die de koers bepalen. Dat leidt tot een ratjetoe aan opzetjes die niet met elkaar samenhangen. Dat is niet het programma van een politieke partij die de macht wil delen om eigen ideeën te realiseren, maar het staketsel van een marketingbureau. Fragmentatie heeft geleid tot 19 partijen of afsplitsingen in de Tweede Kamer en dat leidt weer tot het hard bestrijden van concurrenten die vechten om schaarse zetels.

Als partijleiders het zelfvertrouwen missen om samen te werken en door hun partij ertoe worden gedwongen om steeds maar weer de eigen positie in de marketing te benadrukken, dan is politiek geen politiek meer, maar het zonder op adem te kunnen komen presenteren van een lege huls waarvan de inhoud ontbreekt. De schijn is het idee geworden.

Eerste editie van Democratiefestival lijkt nog op zoek naar identiteit

Gisteren en vandaag is de eerste editie van het Democratiefestival op het stadseiland Veur Lent bij Nijmegen. Gratis te bezoeken, kosten 1 miljoen euro. Minister Kajsa Ollongren zegt de inspiratie ervoor uit Zweden te hebben gekregen waar het een groot succes schijnt te zijn. Voorspelbaar is dat radicaal-links en radicaal-rechts een Democratiefestival afwijzen en het kleineren. Ze zien het als een te duur feestje voor ambtenaren en wethouders. Wie weet. Toch is het niet zo gek om de Democratie te vieren. Hoe incrowd, dikdoenerig, van bovenaf geregisseerd en overlopend van goede bedoelingen die eerste editie ook is. Want democratie is niet vanzelfsprekend. Democratie is de moeite waard om weerbaar gemaakt te worden en te verdedigen. Precies tegen die populisten aan de flanken die de democratie willen afschaffen. Aanloopproblemen worden in de evaluatie hopelijk objectief beoordeeld. Interessant is om te weten wat de organisatie onder democratie verstaat en waar het in de programmering de accenten legt. Het debatje in de video over ‘de multiculturele samenleving’ geeft aan dat er nog veel te verbeteren valt. Platgetreden paden over democratie bewandelen en naïviteit kunnen niet de bedoeling zijn. Instrumenten aanreiken om weerbaarder te worden lijken zinvoller.

2018: Het is de rechtsstaat, stupid! Op weg naar een kleurenblind, religieblind en natieblind Nederland

Laat 2018 het jaar worden dat de flanken van het politieke spectrum aan vaart, charme en aantrekkingskracht verliezen. PVV, Forum voor Democratie, DENK of Sylvana Simons met haar nieuwe politieke partij Bij1 hebben Nederland niets te bieden. Deze partijen zoeken niet de verbinding om het algemeen belang te behartigen, maar blijven hangen in hun deelbelang dat ze als niche in de politieke marketing hebben ingenomen en voor eigen gewin uitmelken. Hun stellingname wordt wit, zwart, niet-islamitisch of islamitisch beredeneerd. Deze continue verwijzing naar identiteit, religie of huidskleur is vermoeiend en vervelend. Cultuurstrijd lost niets op, maar staat een oplossing in de weg. Nederland heeft in 2018 behoefte aan een kleurenblind, religieblind en natieblind debat. Het doet er niet toe wat iemand is of waar hij vandaan komt, maar wel wat iemand doet.

De relatie tot de rechtsstaat is de enige norm waar de burger op aangesproken zou moeten en mogen worden aangesproken door politiek en maatschappij. Dus geen gebazel van Simons over witte hegemonie, van Wilders over joods-christelijke tradities of van Baudet over cultuurmarxisme. Dat is klinkklare onzin en bedoeld voor de eigen politiek marketing en niet voor de behartiging van het algemeen belang van Nederland. Ook de middenpartijen VVD, CDA, D66 en PvdA moeten afstand nemen van hun identiteitspolitiek en meer dan tot nu toe de loepzuivere toepassing van de beginselen van de rechtsstaat centraal zetten in hun beleid. Zodat door het afschaffen van de voorrechten voor religies, multinationals of financiële instellingen de noodzaak bij de meeste burgers om de flankpartijen het voordeel van de twijfel te geven vanzelf afneemt. Zo simpel is het.

List van Roemer voor een ‘progressief pact’ kan faliekant anders uitpakken

partijcongres-34-of-1

Dat is schrikken, de SP wil niet in een kabinet met de VVD. Aldus partijleider Emile Roemer volgens een bericht in het AD. Vandaag houdt de SP een partijcongres in Tilburg waarop Roemer ‘oproept tot het sluiten van een progressief pact voor sociale verandering.’ Maar welke partijen daar volgens de SP toe moeten worden gerekend is onduidelijk. Zelfs als het niet-linkse D66 en de CU mee worden gerekend resteert met 36 zetels in de Eerste Kamer nog geen meerderheid voor ‘een progressief pact’ met SP, PvdD, PvdA, GL, D66 en CU. Om tot kabinetsvorming en een meerderheid in de Staten-Generaal te komen is deze strategie van de SP daarom een doodgeboren kindje. De marketing van de SP lijkt dan ook een ander doel te dienen: verkiezingswinst.

Maar de strategie van de SP kan ook totaal anders uitpakken en tot de uitsluiting van deze partij leiden. Dan jaagt het namelijk samen met de PVV en de populistische splinters op rechts de middenpartijen  VVD, PvdA, D66, CDA en GroenLinks naar elkaar. De verkiezingsstrijd gaat er dan om wie van deze vijf partijen afvalt. Het is voorstelbaar dat de partij afvalt met de minste zetels in de Tweede Kamer, de minste overeenstemming met de andere vier partijen en de meest vragende politieke leiders. Omdat in de Eerste Kamer PvdA (8 zetels) en GroenLinks (4 zetels) als enigen gemist kunnen worden voor een meerderheid resteert dan waarschijnlijk een vierpartijenkabinet VVD, CDA, D66, PvdA of VVD, CDA, D66, GroenLinks. In de peilingwijzer van december 2016 komt zo’n vierpartijenkabinet in de Tweede Kamer nog zo’n 10 zetels tekort voor een meerderheid.

Maar in de campagne kunnen vier van de vijf middenpartijen nog groeien. VVD kan met de sterke campaigner premier Mark Rutte stemmen wegsnoepen bij de PVV en uitkomen op 30 zetels en opnieuw de premier leveren. De PvdA met Lodewijk Asscher kan de aanval inzetten op de SP en zo het verwachte verlies beperken en uitkomen op 15-18 zetels. GroenLinks kan nieuwe en jonge kiezers motiveren te gaan stemmen en met 12-14 zetels haar beste resultaat ooit behalen. D66 en CDA kunnen hun uitslagen in de peilingen van rond de 15 zetels consolideren of nog licht verbeteren. Zo tekenen zich twee maanden voor de verkiezingen van 15 maart 2017 reeds de contouren van een nieuw kabinet aan. De partijen die niets forceren komen bij elkaar uit.

Foto: Partijcongres SP, 2010.

Het Amerikaanse politieke bestel blokkeert de doorbraak van kandidaten van derde partijen

Wie het Amerikaanse politieke landschap bekijkt ziet twee grote partijen die de politiek domineren, de Democraten en de Republikeinen. De partijen hebben voorverkiezingen georganiseerd waarin de kandidaat die het meeste gedelegeerden achter zich krijgt op de partijconventie door hoofdelijke stemming wordt genomineerd. Bij de Republikeinen heeft Donald Trump de nominatie al in zijn zak. Bij de Democraten wordt naar alle waarschijnlijkheid Hillary Clinton genomineerd. Ze heeft een voorsprong van zo’n 276 gedelegeerden op Bernie Sanders die haar praktisch gesproken niet meer in kan halen. Mits er niets onverwachts gebeurt, zoals een FBI-aanklacht tegen Clinton of sappige details over tegenprestaties voor haar fondsenwerving.

Tot voor enkele jaren vertoonden de grote Europese landen min of meer dat stabiele beeld zoals dat nu nog steeds in de VS bestaat. In Duitsland waren er de CDU/CSU en de SPD met een kleine FDP, in Frankrijk waren er de rechtse gaullisten en de socialisten, in het Verenigd Koninkrijk de Torries en Labour, in Spanje de rechtse Partido Popular en de socialisten. Nederland had het CDA, de PvdA en de VVD als grotere partijen.

In al deze Europese landen is in de afgelopen 10 jaar dat beeld faliekant op z’n kop gezet. Duitsland zag de opkomst van de Groenen en Die Linke, en recent van de AfD. In Frankrijk is het Front National omhoog geschoten naar de top van de peilingen. In het Verenigd Koninkrijk is er UKIP en regionale partijen zoals de Schotse SNP die tot in het Britse parlement wist door te dringen. In Spanje zijn het linkse Podemos en het liberale Ciudadanos opgekomen. In Nederland betwist de PVV het leiderschap van de traditionele partijen die nu middenpartijen worden genoemd omdat het politieke spectrum aan de uiteinden is uitgebreid.

Waarom die ontwikkeling in de VS niet plaatsvindt of achter loopt op de ontwikkeling in Europa is de vraag. In zekere zin kan Trump opgevat worden als niet-Republikein die de Republikeinse partij tegen de zin van de partijleiding heeft veroverd. Maar hij voegt zich nu in de orde van de partij en overlegt met partijleiders als Paul Ryan om door concessies hun steun te krijgen. Hillary Clinton valt op te vatten als niet-Democraat binnen de Democratische partij. Maar dan niet zozeer omdat ze niet met de partijleiding door een deur kan, maar omdat ze een programma heeft dat feitelijk van Republikeinse signatuur is en de stempel van goedkeuring van het bedrijfsleven heeft gekregen. Hoewel ze in de beeldvorming door Sanders op sociale issues -al dan niet tijdelijk- naar links is gedwongen. Hierbij moet bedacht worden dat in vele landen het politieke spectrum naar rechts is opgeschoven. Richard Nixon van 1972 is op vele terreinen linkser dan Hillary Clinton van 2016.

Verklaring die de voormalige libertarische presidentskandidaat en oud-governeur van New-Mexico Gary Johnson geeft voor de stagnatie is dat de toegang tot de media voor kandidaten van derde partijen wordt geblokkeerd. In de VS zijn gevestigde media niet alleen gepolitiseerd, maar ook onderdeel van multinationals  als TimeWarner, Walt Disney, News Corp of Comcast. Ze zijn gewend zaken te doen met Democraten en Republikeinen, en houden dat het liefst zo. Omdat het grote geld in de Amerikaanse politiek een beslissende rol speelt lukt het de bedrijven en banken om de doorgaans kritische partijen als de Libertarische Partij of de Greens buiten de kern van het politieke bestel te houden. Gezien de ontwikkelingen in Europa is het de vraag hoelang dat tweepartijenlandschap zich in de VS nog handhaaft. Opbreken ervan zou nieuwe dynamiek geven.

Bang Europa kan zelfvertrouwen herwinnen door Deltaplan-Conferentie

1785850_orig

Europa is bang, maar zou dat helemaal niet hoeven zijn. De Jordaanse diplomaat Zeid Ra’ad die de mensenrechtencommissie van de VN leidt zegt in een interview in NRC met Caroline de Gruyter: ‘Europese landen zijn rechtsstaten en hebben gemeenschappelijke waarden. En nu staan er een paar fanatici op, gedreven door pathologische haat, en meteen denken veel Europeanen dat alles op de helling staat. Een paar verschrikkelijke aanslagen en mensen worden zo bang dat hun geloof in de rechtsstaat en menselijke waarden sterk wordt aangetast. Ze lopen achter populisten en demagogen aan. Zoeken zondebokken, liefst een zwakke groep outsiders. Als je anderen de schuld kunt geven van de problemen, voel je jezelf beter. Zo keert het wij-zij-denken in Europa terug: wij zijn het slachtoffer, zij zorgen dat we ons zwak en bedreigd voelen.’

Dit is duidelijke taal waarmee men het moeilijk niet eens kan zijn. in zijn media-rubriek besteedde NRC-redacteur Hans Beerekamp aandacht aan een speciaal Europa-programma van DWDD met de schrijvers Geert Mak en Adriaan van Dis die het hadden over de laatste stuiptrekkingen van het kolonialisme: ‘(..) de opkomst van het nieuwe nationalisme en populisme kan wel eens te maken hebben met weerstand tegen de teloorgang van de Europese en Amerikaanse hegemonie. (..) de rest van de wereld haat ons niet, maar benijdt ons onze rijkdom en vooral vrijheid. Omdat er weinig bereidheid is tot delen en iedereen nu op zijn telefoon kan zien wat hij mist, komen de slimste en handigste Afrikanen, Arabieren en Afghanen het maar zelf hier halen.

Het is de aloude Noord-Zuid discussie. Wie heeft recht op wat en waar gaat ontwikkelingssamenwerking (armoedebestrijding, mensenrechten) over in herverdeling van rijkdom die tevens de ongelijkheid bestrijdt? Nu is de beantwoording van die vraag des te actueler omdat het een proces van nationalisme en populisme in gang zet dat niet meer lijkt te stoppen en alle verbindingen doet verbrokkelen. Zeid zegt dat Europa veel sterker is dan het denkt, maar onderpresteert. Europa gelooft niet in zichzelf. Europa treedt onvoldoende op om de eigen belangen te verdedigen en de eigen waarden te handhaven. Zo bezoedelt Europa zichzelf en verliest het nog meer aan eigenwaarde. Europa oogt ontregeld en verloren. Europa heeft het zelfvertrouwen verloren en geeft veel te veel ruimte aan de nationalisten en de populisten die in vergezichten, historische ideaalbeelden en weidse perspectieven handelen die gespeend zijn van realiteitszin en oplossingsgerichtheid.

Zeid constateert dat Europa handelt in tegenspraak met de eigen waarden: ‘Europa doet nu dingen die tegen zijn eigen principes zijn. Tegen zijn eigen wetten. Het stuurt mensen terug die bescherming nodig hebben. Dat is verboden volgens internationale verdragen die Europese landen ondertekend hebben.’ Hij ziet overeenkomsten met de jaren ’30: ‘Het is eerder gebeurd dat demagogen de angsten van Europese burgers manipuleerden om hun eigen ambities te bevredigen, over de ruggen van groepen onschuldige mensen.’ Zeid verwijt vooral de gevestigde politieke partijen dat ze niet de Europese waarden vertegenwoordigen, maar afglijden en hun rug niet recht houden: ‘Als het politieke midden steeds verder naar rechts opschuift, horen burgers op den duur vooral nog politici die radicale dingen zeggen. Dan denkt men dat dit soort taal oké is.

Wat is nodig om het zelfvertrouwen terug te krijgen in de EU-lidstaten? De oplossing is veelzijdig en omvat aspecten die in een Deltaplan-Conferentie vastgelegd kunnen worden: a) vijanden die tot doel hebben de EU te ondermijnen worden krachtig van repliek gediend, ook militair; b) in het buitenlands beleid bestrijdt de EU ambitieus, gecoördineerd en met inzet van alle middelen de onrust aan de grenzen (Oekraïne, Syrië, Noord-Afrika); c) ontevredenheid bij vooral de middengroepen in de bevolkingen die volgt uit de nadelen van het globalisme wordt gerepareerd door de ontmanteling van beschermingsconstructies die het kapitalisme hebben omgevormd tot corporatisme waardoor parlement en burgers buiten spel zijn gezet; d) politieke middenpartijen zetten in een ideeënstrijd de aanval in op de nationalisten en populisten; e) in het Noord-Zuid debat maakt de EU geen afspraken met anti-democratische landen als Turkije, maar door de bewaking van de buitengrenzen en een systeem van immigratiequota en verblijfsvergunningen die direct aansluiten op de arbeidsmarkt neemt het zelf de regie over het immigratiebeleid. Aangevuld met humanitaire hulp. Lidstaten die zich hierin niet kunnen vinden, zoals Polen of Hongarije worden met een B-status in quarantaine gezet.

Foto: Holocaust, razzia van Roma, Tweede Wereldoorlog (foto 48).

Kloof tussen elite en burger. Keuze tussen lamlendigheid en uitbuiting

De kloof tussen elite en burger is een probleem waarvoor grotendeels de politieke partijen verantwoordelijk zijn. Het werkt meerdere kanten op. De elite kan de burger niet duidelijk maken wat essentieel is (klimaat, Europa, vluchtelingen) en begrijpt de zorgen (zorg, ouderen, baan, woning) van de burger niet die niet eindeloos wil calculeren met zorgverzekeringen die onvergelijkbaar zijn of treinkaartjes die niet meer tegen de beste prijs centraal ingekocht kunnen worden. Daarbij komt de digitalisering die tot een nieuwe tweedeling leidt. Burgers zijn nog tevreden, maar vrezen voor hun toekomst zoals uit een buurtonderzoek van NRC bleek.

Wat is het heetste hangijzer? Is dat het gebrek aan representativiteit bij de politieke partijen en het openbaar bestuur waar blanke, hoogopgeleide, welgestelde mannen van middelbare leeftijd het voor het zeggen hebben? Veelzeggend is dat meer dan 20 jaar na zijn afscheid de ras-Amsterdammer Wim Keja beschouwd wordt als de laatste (of: enige) arbeider in de VVD. Bij de PvdA, CDA of GroenLinks is het niet anders, om over D66 nog maar te zwijgen. Hoewel SP en PVV anders suggereren zijn ook daar geen arbeiders meer te vinden in het kader. Dat leidt tot een systeemfout. In de politiek wordt over het laagopgeleide deel van de bevolking gesproken, maar niet met of door die burgers. Partijen worden op dit tekort niet eens meer aangesproken.

Elite en burger matchen dus op twee manieren niet. De elite kan niet overtuigend en doelmatig aantonen wat de belangrijkste beleidsterreinen zijn. Zoals gezegd, klimaat, Europa en vluchtelingen. De politieke partijen kunnen zich door de achtergrond van de kaderleden niet meer emotioneel vereenzelvigen met een groot deel van de bevolking dat praktisch wordt losgelaten. Niet in de steek gelaten omdat de verzorgingsstaat nog steeds goed van niveau is en het volledig wegsnijden ervan voor de partijen averechts zou uitpakken, maar op een psychologisch niveau losgelaten. SP en PVV werpen zich op om het ongenoegen te verwoorden, terwijl ze als politieke partij niet anders handelen dan andere partijen en evenmin de laagopgeleiden zelf opnemen.

Zo wordt de burger dubbel bedrogen: een onderwerp als Europa dat de middenpartijen door ontbrekende overtuiging niet over het voetlicht kunnen brengen wordt door radicale partijen onder het mom van het dichten van de kloof tussen elite en burger gebruikt om een eigen programmapunt over Europa te scoren. Waarbij het de vraag is wie zich naar wie richt: de onvrede van de burger naar de partij, of omgekeerd? De burger wordt hoe dan ook gebruikt door de politieke partij om te scoren. Tweemaal over de hoofden van de burger heen: door lamlendigheid (middenpartijen) of door uitbuiting (SP en PVV). Het is lood om oud ijzer.

Pleidooi voor nieuw politiek machtsevenwicht. Via de flanken

Ralph Nader is duidelijk. De links-rechts tegenstelling over sociale kwesties wordt vanuit een verdeel en heers tactiek door het bedrijfsleven aangewakkerd. Zodat politieke partijen niet samen een front trekken tegen dat bedrijfsleven. Het te boven komen van die tegenstelling is een recente ontwikkeling. Het zijn rebellen van progressief links en libertarisch rechts tegenover het establishment. Hun meningsverschillen zetten ze per onderwerp voor een hoger doel opzij om een gelegenheidscoalitie te smeden. Als passing ships in the night.

In een hoefijzermodel raken conservatieven en progressieven elkaar. Niet door het midden, maar over de flanken. In de VS waren het Julian Assange en Ron Paul die elkaar vonden. Of genoemde rebellen tegen het establishment van de politieke partijen. Zodat Amy Goodman van Democracy Now! en de conservatieve Glenn Beck van Fox ondanks zichzelf in hetzelfde kamp belandden. Voor even. Beslissend was dat hun afwijzing van president Obama met z’n inperking van privacy, de opbouw van de controlestaat en de vrije hand voor de veiligheidsindustrie, het bedrijfsleven en de bankensector groter was geworden dan hun onderlinge afkeer. In Nederland vinden SP en PVV elkaar soms op de flanken. Jagers trekken soms op met milieuactivisten.

Logica van politiek is het zoeken van macht door het maken van afspraken met partners. Per onderwerp of per kabinetsperiode. Nederland kent de middenpartijen VVD, PvdA, D66, CDA, CU en SGP die niet twijfelen aan het bestaande machtsevenwicht. Maatschappijcritici die een samenleving met andere machtsverhoudingen wensen hebben niks van deze partijen te verwachten. Namens de macht achter de schermen mogen ze op de winkel passen. De verandering moet over de flanken komen. Hoe lastig dat gaat toont de mislukte campagne van de SP voor de Tweede Kamer in 2012. Het is de sleutel voor het gegeven dat het establishment met inzet van de gevestigde media actief het machtsevenwicht bewaakt. SP, PVV, Piratenpartij, Libertarische partij, vrijzinnige D66’ers en conservatieve VVD’ers weten wat hun taak is. En wel elkaar opzoeken via de flanken en de sociale kwesties tijdelijk bevriezen om een ander stelsel van afspraken naar het centrum van de politiek te brengen.

JAGUAR4

Foto: Maurice Tillieux en Gos, (uit: stripreeks Gil Jourdan /Guus Slim) Trois Detectives, 1987.

Urbanus: Driekwart van de socialisten zijn rechtse zakken

654275

Ik stond daar als artiest en ik ben me bewust van dat statement, maar ik blijf artiest en eigenlijk sta ik achter ideologie van links. Maar de linksen van nu staan met een vlagje te zwaaien maar die vlag dekt de lading niet meer. Drie vierde van die socialisten zijn rechtse zakken met een rood vlagje.‘ Aldus de Vlaamse komiek Urbanus die afgelopen weekend optrad op een congres van de Vlaams-nationalistische N-VA. Hij zegt niet zozeer een fan van de N-VA te zijn, maar van de andere partijen niks te willen weten. De uiterste relativering.

In Nederland treft de sociaal-democratische PvdA hetzelfde verwijt van hypocrisie. De lading rode rozen dekt de lading niet meer. Door zowel de focus op de nieuw-klassieke economie en de samenwerking met de VVD is de partij naar rechts opgeschoven. Maar het politieke spectrum is sinds Paars de afgelopen jaren sowieso naar rechts opgeschoven. De SP van nu is de PvdA van vroeger en de PvdA van nu is de VVD van vroeger.

Dit oude links dat nieuw rechts is geworden heeft de macht niet meer, maar nog wel een dikke vinger in de pap van de culturele hegemonie. Die aan de hard-materiële kant gekenmerkt wordt door de rationalisatie  en economisering van de samenleving en aan de zacht-immateriële kant door de klemmende wil om dat te neutraliseren door hypercorrect gedrag. Zo kreeg toneelschrijver Haye van der Heyden hiermee te maken toen-ie een lans voor de PVV van Geert Wilders brak. Op dezelfde manier als Urbanus nu. Niet door fan te zijn, maar de rest van de politieke partijen -ook- niks te vinden. Dat kwam Van der Heyden op kritiek te staan van een welwillende klasse die uit knorrigheid of woede het oversteken van een grens door anderen afkeurt.

Het is een merkwaardig politiek-cultureel fenomeen dat de gekte van ‘rechts’ eerder wordt veroordeeld dan de gekte van ‘links’. Het is absurd dat Urbanus zich moet verdedigen voor z’n optreden op een congres van de NV-A. Zijn keuze tekent niet zozeer de sterkte van de N-VA, maar de zwakte van de andere gevestigde partijen die geen geloofwaardig alternatief (meer) bieden. In zo’n situatie van partijen die allemaal door de mand vallen past het niet om alleen de ‘rechtse’ partij af te wijzen. Wijs ze dan gerust allemaal af. Mijn idee.

Foto: Urbanus speelt op het N-VA-congres, februari 2014. Credits: Belga.